Ribs & Blues Festival – ma. 21 mei 2018

Twitter facebook YouTube E-mail

RIBS & BLUES & MORE LOVE – Dag 3

Mede door het mooie weer leek de Summer of Love & Peace te herleven op de 22e editie van Ribs & Blues in Raalte. Veel bezoekers en artiesten waren luchtig gekleed en in een relaxte festival mood. In muzikaal opzicht droegen zowel de artiesten als de DJ’s die de pauzemuziek draaiden een zomers roots- en retro-steentje bij. (Her)beleef zondag 20 mei 2018 mee in ons fotoverslag door: José Gallois (fotografie). De teksten zijn van Nicolette Johns en van Giel van der Hoeven.

De dames van THE BLUEBIRDS, Elske DeWall, Krystl en Rachèl Louise hebben ieder afzonderlijk hun weg bewandeld in de Nederlandse muziekscene. De drie Hollandse schonen besloten hun krachten te bundelen toen ze elkaars liefde voor Americana muziek ontdekten. De set begint met een krachtige North Mississippi Hill sound van lead-gitarist Ocker Gevaerts. De dames doen beurt om beurt vocaal een duit in het zakje en spelen alledrie de akoestisch gitaar maar Rachèl Louise bespeelt ook nog eens de toetsen vandaag. We horen achtereenvolgens een eerbetoon aan The Judds met ‘Why Not Me’, hun eigen geschreven single ‘Famous’ en Rachèl Louise zingt samen met haar broer Colin Lee die achter de drumm zit ‘Islands In The Stream’ wat ooit door Kenny Rogers en Dolly Parton werd vertolkt. De gitaarpartij van de nieuwe single ‘Loose Cannon’ brengt me even terug naar de intro’s die we kennen van Johnny Cash maar de country versie van Beyoncé’s ‘All The Single Ladies’ is de knaller van het optreden. [NJ]

In 2012 trad de Britse rockgitarist Alvin Lee (1944-2013) ter promotie van zijn laatste studioalbum ‘Still On The Road To Freedom’ op de Ribs & Blues Mainstage op. Het bleek zijn laatste liveshow te worden want op 6 maart 2013 overleed de gitaarlegende in Spanje. De live-opnames zijn later in 2013 overigens nog wel op CD uitgebracht als: “Alvin Lee – The Last Show.” Als begeleiders waren er toen geen TEN YEARS AFTER leden bij aanwezig. Toch vonden drummer Ric Lee en toetsenist Chick Churchill het nodig om TYA vanwege het 50-jarig bestaan nieuw leven in te blazen. Als bassist werd icoon Colin Hodgkinson gevraagd omdat Leo Lyons inmiddels een eigen band had (en de originele TYA-heren samen liever niet meer door één deur gaan). Hodgkinson begon in de jaren ‘60 al bij de Alexis Korner Band te bassen en deed dat vervolgens met ontelbare blues- en rock- grootheden. Tweevoudig British Blues Award winnaar Marcus Bonfanti stond als groot TYA-fan te popelen om ook mee te mogen doen en hoefde dus niet lang na te denken. Met het “50th Anniversary” album en de live plaat “The Name Remains The Same” als wapenfeiten konden de zalen en festivals weer bestormd worden. Want alleen de naam al en het bijpassend repertoire doet wonderen voor zo’n legendarische band.

Het grootste verschil met vroeger was natuurlijk het gemis van Alvin Lee. Zijn vingervlugge gitaarlicks en herkenbare stemgeluid blijven uniek. Maar chapeau voor Bonfanti die de meester geenszins trachtte te kopiëren. Hij speelde niet zoals Lee op een ‘Big Red’ Gibson maar gebruikte zijn vertrouwde bruine 1974 Gibson SG. Ook leunde deze TYA18 line-up niet louter op klassiekers. Onbekender werk en nieuw materiaal kwam ruimschoots aan bod (o.a. Land Of Vandals, Silverstone Lady, Last Night Of The Bottle, Losing The Dogs). En wederom was op deze broeierige 2e pinksterdag de ‘love & peace vibe’ helemaal aanwezig. “Stop the war!” brulde Bonfanti in I’d Love To Change The World; het V-teken met wijs- en middelvinger makend hooggeheven. One Of These Days (Bonfanti op de bluesharp), Hear Me Calling (incl. keyboard-solo door Chuck), Love Like A Man (“You roly-poly / All over town…”), I Say Yeah en Good Morning, Little Schoolgirl (Sonny Boy Williamson cover) waren de expliciete momenten van herkenning. Bassist Colin mocht samen met Marcus zijn ding doen in een instrumentale jam. Tot slot werd TYA’s allergrootste hit I’m Going Home enigszins slordig in de vijfde versnelling afgewerkt. Geen toegift, zoals Alvin Lee dat destijds met Rip It Up, als allerlaatste song op dit podium ooit, wél mocht doen. Maar met deze band leeft de live Le(e)gende weer voort. [GvdH]

De volgende act die ik ga bekijken op het Delta stage zijn BARRENCE WHITFIELD & The Savages. Barry White zoals Barrence écht heet komt uit New Jersey en is geschoold zoals zo vele Afro-Amerikanen in kerk. Na vele jaren te hebben opgetreden kreeg hij een platencontract bij Bloodshot Records en nam Soul Flowers Of Titan in 2018 op. Van dat album is ook de opener ‘Can’t You See What You’re Doing To Me’ waarmee Whitfield en band de eerste rock ‘n roll blast van de dag de kleine tent in katapulteert. De set is retestrak mede door de fantastisch drummer die speelt met ‘n zwarte en ‘n blanke drumstick en bassist Phil Lenker. Het swingt, Whitfield is enthousiast dat hij voor het eerst in Nederland mag optreden en geeft z’n allesie. De solo op de Reverend gitaar met maar liefst 3 pick-ups dor Peter Greenberg tijdens ‘The Cornerman’ alweer een eigen nummer is van grote klasse. [NJ]

De eerste keer dat we Leif de Leeuw als tiener zagen optreden was in 2009, net nadat de Amersfoorter zijn eerste Sena Young Talent Guitar Award had gewonnen. Nou zijn we niet zo van ‘de prijzen’ omdat muziekuitingen geen wedstrijden zijn en voorkeur (smaak) altijd persoonlijk blijft. Maar deze aanmoedigingsprijs voor jong talent was destijds niet meer dan terecht. Negen jaar en velen optredens (en nóg meer prijzen) later mag geconstateerd worden dat de ambitieuze gitarist zijn duwtje in de rug meer dan waar heeft gemaakt. Ook lijkt hij met de LEIF DE LEEUW BAND na een muzikale ontdekkingstocht met zijpaden naar synfo, soul, funk en progrock, zijn draai en identiteit nu helemaal gevonden te hebben. In hun lage landen bluesrock Leifstijl werden ook steeds meer invloeden van Southern rock hoorbaar. Dat bleek hen voortreffelijk te passen als sleetse casual jeans. Dus keek er niemand vreemd op toen de band kortstondig met een Allman Brothers tribute ging toeren. Ook op het recente ‘Live In Concert’ album staat een song (Whipping Post) van die legendarische band en een Warren Haynes cover: Fire In The Kitchen. Het publiek in Raalte liet hun waardering met dankbaar applaus blijken voor deze (nog steeds jonge maar meer volwassen klinkende) groep. [GvdH]

TIM KNOL kwam aanvankelijk niet in de Ribs & Blues line-up voor. Omdat Scott H. Biram door een gewijzigd tourschema afzegde, werd de West-Fries met zijn band alsnog geboekt. Ongewild(?) werd deze antiheld in 2010 als opkomend tieneridool gelanceerd. Het leverde hem veel radio airplay en o.a. optredens op Pinkpop en Lowlands op. Dat de inmiddels 27-jarige Knol al jaren een begenadigd liedjesschrijver is, was tóen al duidelijk. Maar sinds zijn samenwerking met Anne Soldaat (o.a. Daryll-Ann en Do-The-Undo) is hij muzikaal meer volwassen geworden. Ook zijn vriendschap met de Amerikaanse singer-songwriter en gitarist Kevn Kinney (Drivin’ N’ Cryin’) heeft hem goed gedaan. De mannen stonden ontspannen en goedgeluimd op de DeltaStage met Knol als onbetwiste bandleider en Anne Soldaat als bescheiden gitaarvirtuoos. De geboren Groninger mag zonder twijfel één van de beste huidige Nederlandse gitaristen genoemd worden. Die met zijn spel blijkbaar ook ongekende krachten losmaakt in medemuzikanten.

Dit uitte zich onder meer in een gierende Gibson battle die halverwege de show samen met Tim ten gehore werd gebracht. Eerder werd vooral de toon gezet met luisterliedjes van Knol zijn nieuwe album “Cut the Wire”, zoals de single Sweet Melodies. Ook z’n waardering voor de betere Americana singer-songwriters als Townes Van Zandt en Gram Parsons stak Knol niet onder stoelen of banken. Met One Hundred Years From Now van The Byrds als wonderschoon eerbetoon. Voor de trouwe fans mochten Shallow Water en Sam (“mijn grootste hit: nr. 39 in de top-40!”) niet achterwegen blijven. Een uitvoering van de goedbedoelde Drivin’ N’ Cryin’ meezinger Straight To Hell vond ik persoonlijk minder goed uit de verf komen. Al met al – mede dankzij een degelijke begeleidingsband – een soeverein Ribs & Blues debuut van de vrijgevochten Tim Knol. [GvdH]

RYAN MC GARVEY zie ik alweer voor de derde keer optreden waarvan het twee keer dit festival was waar hij voor de derde keer te gast is. McGarvey komt uit Albuquerque, New Mexico en heeft kilometers gemaakt in de blues-rock maar blijft een beetje een statische muzikant. Er is over het algemeen genomen weinig interactie met het publiek maar daar tegenover staat dat ik wél kan concluderen dat de gitarist veel groei heeft doorgemaakt. Zijn begeleiders zijn niet de minste, de bassist Camine Rojas speelde o.a. bij David Bowie, Tina Turner en Joe Bonamassa en de drummer Logan Miles Nix die voor het eerst deel uitmaakt van dit kollectief. De act van Ryan McGarvey is van een ietwat statische act in de loop der jaren geëvolueerd naar een bijzondere, onvergetelijke show! [NJ]

Een optreden van RONNIE BAKER BROOKS is niet alleen een feestje om bij te wonen, met zijn guitige kop is deze forse bluesman ook prettig om te bekijken. Als hij gitaarsolo’s speelt trekt hij er een gezicht bij alsof-ie de liefde aan het bedrijven is. Zijn toetsenist daarentegen heeft grimassen of hij continue gepijnigd wordt. Werkelijk prachtig die beleving op het podium. Met alweer ruim drie decennia aan ervaring kan de 50-jarige Amerikaan putten uit vier soloalbums met onvervalste Chicago-blues en Stax-soul. Waarvan “Times Have Changed” (2017) – zijn meest recente album na 10 jaar – werd geproduceerd door Steve Jordan. Mede aangespoord door Jordan besloot Brooks zijn zwarte Gibson gitaar cleaner te laten klinken à la Robert Cray. Hetgeen de old-school Memphis RBB live-sound nóg meer recht doet. “Toch nog échte blues op dit festival!” hoorde ik iemand achter mij enthousiast uitroepen. Ondanks dat alle acts in Raalte blues-gerelateerde muziek maakte, was er weinig tegen die uitspraak in te brengen.

Uiteraard werd zijn laatste album hier live gepromoot, maar ook blues-traditionals zijn Brooks junior niet vreemd. Want hij is de zoon van de legendarische bluesclubgitarist Lonnie “Guitar Junior” Brooks (1953- 2017). In zijn jeugd heeft hij veel oude bluesknakkers bij hun thuis over de vloer zien komen en gaan. Maar ‘ome’ John Lee Hooker gaf hij – evenals zijn vader – het grootste eerbetoon op de DeltaStage. Met een publieksparticipatie bij wijze van overhoring: ‘I Just Wanna Make… LOVE TO YOU!!’ Test geslaagd, missie voltooid… Raalte zit gelukkig nog vol met volleerde blues fans! [GvdH]

DOUWE BOB mag het licht op de Main Stage uitdoen op deze 2018 editie van Ribs & Blues en staat garant voor een hele horde vaste (vrouwelijke) fans. De Amsterdammer, die zo uit de Caribean lijkt te komen incluis gemillimeterde haarstijl én gouden hoektand, heeft een bliksemcarrière doorgemaakt en is niet wars van een side-step in de muziekscene. Zo trad hij solo op, met band maar ook samen met band én een 7-mans strijkorkest het Dutch String Collective waarmee hij gearrangeerde pop ten gehore bracht zoals nummers van Harry Nilsson, Glen Campbell – beiden een begrijpelijke keuze – maar ook mindere begrijpelijke keuzes zoals het werk van Dusty Springfield. Douwe Bob Posthuma – zo luidt zijn achternaam – is een fantastische vocalist/gitarist die in het land veelvuldig op de kleinere podia de Americana en country ten gehore brengen. Ook al is de gemiddelde blues-adept vrij laatdunkend over de optreden van Knol en Douwe Bob op dit 22e Ribs & Blues, ik kan me moeilijk los rukken. De adrenaline is vanaf het eerste nummer waarneembaar; die andrenaline boost hebben we nodig na zo’n warme dag en ik laaf me samen met de vele toeschouwers die tot het einde de Domineeskamp in Raalte en Ribs & Blues 2018 trouw blijven ook al zijn we moe en moeten de meesten straks weer de wekker zetten voor de werkweek. Zijn band huist professionele muzikanten die inmiddels gewend zijn aan de verbale capriolen die Douwe Bob uithaalt zoals Matthijs “Duif” van Duijvenbode op de piano die tevens het management runt van Douwe Bob. Een rock ‘n roller, een bluesman, een country- en Americana-man, Douwe Bob een afsluiter die weet wat een feestje bouwen is maar vooral een allround talent wat Nederland dient te koesteren. [NJ]

Reageren is niet mogelijk.