Rusty Roots zoekt telkens nieuwe uitdagingen [interview]

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Rusty Roots
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer © The Blues Alone?
locatie: Zwarte Cross 2014 in Lichtenvoorde
datum: zaterdag 26 juli 2014

De bandsamenstelling is al net zo gevarieerd als hun muziek. De mooiboy Jan Bas is zanger met een plezante stem die ook gitaar speelt. Een jonge look-alike van acteur Steve Buscemi is de fabelachtige leadgitarist, Bob Smets. De greasy rocker Nico ‘Tutt’ Vanhove drumt en is vernoemd naar de Texaanse Elvis-drummer Ronnie Tutt. En de bijnaam van bassist Stefan ‘Body’ Kelchtermans behoeft geen uitleg. Deze dag was Stefan gepast uitgedost als een plattelands hillbilly, die tijdens het interview gedwee (voor onze fotograaf) aan een waterpijp lurkte. Ze waren alle vier aanwezig maar de oudste en de jongste deden het woord. Dit onder het toeziende oog van Tante Rikie die als een Heilige Maria gedaante aan de kleedkamermuur prijkt. Al tien jaar zijn ze samen onderweg en ‘Your Host’ was onlangs alweer hun vierde album en werd geproduceerd door Triggerfinger drummer Mario Goossens. Elf splinternieuwe eigen songs die terecht het predikaat ‘High Class Roots Music’ meekregen. Muziek met potentiële reikwijdte die blijkbaar aanslaat bij een breed publiek, van peuter tot dronkaard met luchtgitaar. Althans, dat is wat wij waarnamen op de Bayou-weide van de Zwarte Cross in het Achterhoekse Lichtenvoorde. Maar als het aan Jan Bas en Nico Verhove ligt zal hun band nooit een nummer-1 hit scoren. Net zo min als dat ze hun land België ooit zullen gaan vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival. Toch behoort Rusty Roots tot één van de beste Vlaamse roots band van het afgelopen decennium! Lees in dit interview o.a. hoe dat zo gekomen is en waarom ze telkens weer nieuwe uitdagingen zoeken.

Jullie worden beschouwd als bescheiden Belgische Limburgers én wereldburgers. Waar liggen de zogenaamde roots? Of: waar ligt de oorsprong van Rusty Roots?
JB: Dat is heel simpel, die liggen in Peer België, onze hometown. Daar wordt al 30 jaar het Belgian Rythm and Blues festival georganiseerd en wij komen daar alle vier ook van jongst af aan al als bezoekers. We hebben daar artiesten gezien als Ray Charles, Junior Wells, B.B. King… al die legendes, noem ze maar op. Dus ik denk dat daar onze basis ligt voor wat we later zijn gaan doen met Rusty Roots. Ik ben de jongste in de band (35 jr) en Nico is de oudste (45 jr).

Rusty Roots is geen traditionele bluesband. Op de vier albums die jullie de afgelopen 10 jaar uitbrachten horen we westcoast blues, soul, americana, southern rock, seventies bluesrock & roots. Wat is (muzikaal gezien) het geheime ingrediënt dat het voortbestaan van de band mogelijk maakt?
NV: Telkens nieuwe uitdagingen zoeken. We zijn wel begonnen als een traditionele bluesband maar gegroeid tot wat we nu zijn. Dat houdt het voor ons ook interessant en daarom zijn we al 10 jaar samen. Ik denk niet dat dit gelukt was als we vier dezelfde soort platen hadden gemaakt.
JB: Dat zoeken naar een andere sound was niet altijd even gemakkelijk hoor. Je bent afhankelijk van medemuzikanten en producers. Dat ging soms met stoten en botsen om ook buiten die bluesbox te willen en kunnen denken. Maar wij vieren zitten toch steeds weer op één lijn en blijven een bluesband in de ruimste zin van het woord.

Waarom is jullie vierde album ‘Your Host’ getiteld?
JB: Nico heeft thuis een fantastische jaren zestig AMI jukebox. Daarop staat links boven in flikkerlicht ‘your host’. Daar kwam het idee vandaan eigenlijk. Op het podium voelen we ons ook een soort gastheren die het publiek een variëteit aan muziek aanbieden. Maar verder heeft die titel of jukebox niets met een conceptalbum te maken of zo. Wij zijn geen conceptmensen.

De opnamen vonden plaats in een geïmproviseerde Studio te Hechtel en de plaat werd geproduceerd door Triggerfinger drummer Mario Goossens. Wat heeft Mario (behalve zijn bekende naam) toe kunnen voegen aan dit album?
NV: De 11 nummers werden door ons zelf aangegeven als ideeën en dan doen we daar als band samen iets mee. We hebben Mario gekozen als producer, en die deed er nóg ietsje meer mee. Zo simpel is het eigenlijk. Mario heeft eerst de demo’s gehoord en daarna heeft hij wat repetities van ons bijgewoond en tips gegeven. Wij waren bescheiden bluesmuzikanten die dachten dat het allemaal heel sober en klein moest klinken. Mario vindt van Triggerfinger ook nog altijd dat het een bluesband is, maar hun nummers stáán gelijk een huis. Dáárom hebben we voor hem gekozen. Wat hij heeft toegevoegd of wat er voornamelijk aan de songs veranderd is, is dus de sound.


[producer Mario Goossens in de studio - foto © Rusty Roots]

Ik las ergens: ‘recorded on a toilet… no shit!’ Was dat ook Mario zijn idee?
JB: Nee, dat is overdreven hoor. De plaat zouden we oorspronkelijk met hem opnemen in de Konk Studios van Ray Davies (The Kinks) in Londen. Dat was juist in een periode dat Triggerfinger booming was n.a.v. het succes en zo van ‘I Follow Rivers’. Dus de tijd ontbrak hem om tussendoor tien dagen naar Londen te gaan met ons. We zijn toen wel begonnen met opnemen, dat was bij Mario zijn moeder thuis omdat hij daar een mengtafel had staan. Versterkers stonden door heel het huis om overspraak te voorkomen, dus ook in het toilet. Mario heeft een originele Neve mengtafel. Net zoiets als de Neve 8028 die je in de documentaire Sound City van Dave Grohl kan zien, maar dan kleiner. Triggerfinger doet daar hun pre-producties ook mee. En dat klonk zo fantastisch zodat werd besloten om heel de plaat daar in Hechtel op te nemen. En als we volgend jaar meer budget hebben gaan we ook naar Hollywood, Los Angeles voor de opnames van een nieuw album in de Sunset Sound studios, net als Triggerfinger zelf gedaan heeft, ha ha.

Waarom schrijven jullie dan ook niet een nummer-1 hit net zoals zij! Of zoals de Belgische band Soulsister dat in 1988 al deed met ‘The Way To Your Heart’?
JB: De discussie bij ons is dikwijls: denk niet té poppy. We zijn een blues roots band en geen popband, dan is een nummer-1 hit bijna uitgesloten. Een nummer als ‘Ohoo’ heeft best popgehalte, net zoals The Black Keys ook enkele hits gescoord heeft. Maar ik hoor liever The Black Keys van tien jaar geleden met minder hitgevoelig werk.
NV: Voor mij is het een gegeven dat wij in België gek zijn geworden van ‘The Way To Your Heart’, zó vaak als we dat op de radio gehoord hebben! En de hits van The Black Keys en zelfs van Triggerfinger zijn zeker niet altijd hun beste nummers, naar mijn bescheiden mening.

Kris Rogiers a.k.a. The Rev’ heeft inmiddels in alle vriendschap afscheid genomen van de band. Helaas is hiermee ook weinig of geen mondharmonica meer te horen op de laatste plaat. Is er na zijn vertrek nog vervanging overwogen?
NV: Nee, Kris speelt op een aantal nummers van die plaat nog wel gitaar. Maar hij heeft voor zichzelf de keuze gemaakt om niet met ons door te gaan. Hij vindt ook dat hij meer bluesharpspeler is dan gitarist en de songs op ‘Your Host’ leende zich minder voor een mondharmonica. Het zijn geen nummers meer volgens een traditioneel blues akkoordenschema, behalve dan misschien ‘Backdoor Man’ waarop hij de bluesharp intro nog wel speelt.
JB: Op de vorige drie platen deed er eigenlijk altijd wel een vijfde man mee. De eerste plaat was met een saxofonist, Steven Scheelen die in 2008 helaas is overleden. De tweede met Hammond B3 organist J.J. Louis en de derde dus met een harmonicaspeler.

Gastmuzikant David Poltrock (ex Hooverphonic, De Mens) bespeelt de toetsen op ‘Ohoo’. Wordt dat de nieuwe trend, met gasten platen opnemen en gaat dat live ook gebeuren?
JB: Ach, in de muziek is het moeilijk plannen. Het is maar net waar een nummer om vraagt. De meeste reacties die we horen is dat onze muziek live beter klinkt dan op de plaat. Dat is dus zonder toevoegingen van extra instrumenten of overdubs van zangstemmen. Dus ik denk niet dat het dan gemist wordt. Natuurlijk zouden we er live ook graag een Hammond en blazers bij pakken, maar het is gelijkertijd ook weer een hoop miserie dat je erbij pakt.
NV: Wij houden ook van spanning en variëteit op het podium, dat lukt goed zo met ons vieren. Het is ook zelden dat we ons aan de setlist houden. Onze geluidsman wordt daar wel eens gek van, hij scheldt en vloekt dan alles bij elkaar.

Wij Nederlanders houden van dingen vergelijken. Ik lees veel andere bandnamen in recensies over jullie laatste CD. The Black Keys, Neil Young, CCR, Gary Clark Jr, Lenny Kravitz, White Stripes, Nirvana, Rolling Stones, INXS en die van de Nederlandse band Cuban Heels. Dat kan als een compliment beschouwd worden maar ook als gezichtsloos.
NV: Ik vind dat een compliment want in de muziek is er momenteel niet iets dat nog niet eerder gespeeld is. Dan word ik toch liever met deze mensen vergeleken dan met Jan Peter Polt zou ik zeggen.
JB: Ja, Black Keys of Cuban Heels… ik begrijp dat allemaal wel, vooral als je naar het bluesy ‘Backdoor Man’ van ons luistert. En ik word graag vergeleken met CCR of The Stones hoor!

Dat vergelijken is niet nieuw overigens want met Something Ain’t Right (2011) was dat ook al zo! Nummers als ‘Too Tight’ hadden een 70’s sound. En ‘Wiggle’ deed weer erg denken aan The Hollies. Was dat een bewuste keuze?
NV: Ja, dat van The Hollies kwam van mij. ‘Long Cool Woman’ hebben we toen ook live gespeeld. Ik hou wel van bands uit die tijd. Catchy nummers, meezingers en heel energiek. Slade, Mud en al die glamourrock bands vond ik wel iets hebben toen.
JB: Dat derde album Something Ain’t Right werd opgenomen met producer Marc “Tee” Thijs, en dat had er ook mee te maken. Hij hoorde in onze demo’s die 70’s stijl van o.a. CCR en heeft erop toegespitst. Vandaar dat heel die plaat een Americana-feel heeft meegekregen.

Na de zomerfestivals gaan jullie ook de Nederlandse clubs weer langs. Waar moet het Hollandse publiek rekening mee houden?
NV: Met een band die zich 200% zal geven! Ik weet niet of dat vandaag is overgekomen, maar dit was dan ook een festival. Wij zijn een band die het publiek tegen ons neus moeten hebben. Op een festival is dat moeilijk, mensen krijgen een enorm aanbod en weten vaak niet eens wie je bent.

Wat is het verschil tussen Vlaams en Nederlands publiek?
NV: Nederlands publiek is veel rumoeriger dan het Vlaamse. Mijn ervaring is hoe zuidelijker dat je komt, Wallonië en Frankrijk, des te meer aandacht er is voor de muziek. Op enkele uitzonderingen na natuurlijk.

Worden jullie wel eens verward met de Amerikaanse bluegrass rockband Rusted Root?
JB: Enkel op Google.

Hun fans worden trouwens “Rootheads” genoemd, en die van jullie?
JB: “Losers” denk ik.
NV: Ha ha, of “Rustyfeet".

Na de release van ‘Electrified’ (2008) met veelal swing en westcoast blues werd jullie muziek zelfs op de radio in Californië USA gedraaid. Zijn jullie daar toen ook geweest?
JB: Nee. Het station dat onze muziek draaide had ons wel graag naar daar gehaald maar de tijd was slecht door de kredietcrisis. En minimaal twintig á dertig optredens heb je wel nodig om het lonend te maken. We hebben wel twee keer een toertje door Engeland gemaakt.

Was dat wel lonend?
NV: Nee. Je maakt platen om te kunnen spelen en niet andersom. Die tijd is allang voorbij. We spelen graag maar rijk worden we er niet van. Alle vier hebben we ook gewoon een betaalde baan. En er staat nu veel op om te spelen dus het zijn wel drukke tijden voor ons.

In 2005 speelde jullie al op het prestigieuze Belgian Rythm and Blues festival in Peer. Sindsdien volgden er heel veel andere festivals en club optredens. Welke is voor jullie het meest gedenkwaardig geweest?
NV: Oh, ik kan me een optreden herinneren in een klein dorpje in Franstalig België. De man die ons boekte had daar jaren lang een supermarkt gehad maar die was opgeheven. Nu organiseerde hij er bluesconcerten en het enige dat je daar kon drinken was Blauwe Chimay - authentiek trappistenbier aan het fleske! Dus eer dat we op het podium stonden waren we allemaal al ‘aardig goed omgelegd’, zoals ze dat bij ons zeggen. En niet alleen wij, maar heel het publiek was smoorlam, ha ha. Dat zijn van die dingen die vergeet je niet.

Pakken jullie normaal gesproken ook een biertje voor een optreden om de keel te smeren?
NV: Een paar pintjes is wel nodig vind ik.
JB: De lijn is dun hè, dus ge moet wel uitkijken want één pintje teveel kan catastrofaal zijn voor een muzikant die moet spelen.

Ook in 2014 gaven jullie weer acte de présence op Blues Peer, evenals een andere Vlaamse bluesrock band die het momenteel goed doet, The Bluesbones. Hoe zijn de contacten met muzikanten onderling in België?
NV: Niet veel anders als in Nederland denk ik. Het bluescircuit in België is vrij klein maar dat we gedachten uitwisselen is veel gezegd. We komen elkaar regelmatig tegen en respecteren elkaar. Maar net als buiten de muziekscène lopen er ook assholes bij hoor.

De goesting bij jullie is er wel zag ik net tijdens het optreden hier. En jij bent ook nog aardig soepel in de heupen Jan!
JB: Ja, dat is er wel. Maar ik moet nog wat meer automatisme krijgen om te kunnen entertainen met die gitaar om…
NV: … Jan is soepel in de heupen omdat hij vroeger Elvis Presley geïmiteerd heeft! We kennen elkaar nu 13 jaar, maar dát deden we dus in het begin. Helemaal in Las Vegas-stijl met een origineel Elvis jumpsuit aan en alles, ha ha.
JB: Ja, dat is echt waar. En nu spelen we ook nog steeds samen in een CCR coverband. Dat zijn van die dingen, dat zit in ons bloed hè. Ook met Rusty Roots doen we vaak nog covers tussendoor. Zojuist heb je CCR’s ‘Fortunate Sun’ kunnen horen, dat vonden wij wel passen bij deze Bayou-sfeer.

Van de laatste Cd-presentatie zijn een aantal mooie live videoclips gemaakt. Wanneer kunnen we een live CD of DVD van jullie verwachten?
NV: Dat was in het Muziekodroom (the MOD) in Hasselt. Bob, onze gitarist zijn vader, heeft die beelden opgenomen en een goede vriend van ons heeft het geluid erbij verzorgd.
JB: Daar was ook de releaseparty van onze een-na-laatste CD in 2011. Twee keer full house met rechtuit geïnteresseerde fans, geen genodigden dus. We vragen dan ook geen entree, want die mensen kopen je CD en dan kan je ook niet nog eens geld vragen omdat we er live spelen, vinden wij. Met het uitbrengen van een live plaat of DVD zijn we ook helemaal niet serieus bezig. Het wordt vaak zo’n greatest hits gedoe hè.
NV: In oktober vieren we ons 10-jarig bestaan in een club in Peer, misschien dat we daar dan nog iets mee doen. In ieder geval bedankt voor de tip.

Een aantal opmerkingen over de Rusty Roots die we hebben opgevangen. Waar of niet waar?

- Alle ingrediënten zijn aanwezig, maar catchy melodieën ontbreken!
JB: Wij maken roots muziek en geen popmuziek, onzin dus.
NV: Dat de ‘bebabelooba’ er niet overal inzit klopt ja.

- Rusty Roots is de Vlaamse Cuban Heels!
JB: Niet waar. Ik heb Cuban Heels live gezien op het Hookrock festival in Roosendaal, écht een keigoeie band. Maar een totale vergelijking met ons gaat mank.

- Rusty Roots wordt gesponsord door Caravanstalling Rust Roest!
NV: Niet waar. Wij hebben geen rust dus we zullen ook niet snel roesten. En, we hebben ook geen sponsor.

- Rusty Roots gaat Vlaanderen vertegenwoordigen op het Eurovisie Song festival 2015!
JB: ‘Nhee, helemoal nie!’ Songfestival kandidaten in België zijn rampzalig.
NV: European Blues Challenge, Humo’s Rock Rally, Limbomania… we hebben nog nooit meegedaan aan wedstrijden en popconcoursen. En ik denk ook niet dat we dat ooit zullen gaan doen.

- Rusty Roots is de beste Vlaams roots band van het afgelopen decennium!
JB: Yep! Er zijn nog wel een paar goeie zoals The Electric Kings en The Seatsniffers, maar wij horen erbij.
NV: De beste roots band misschien niet, maar wél de origineelste!

Discografie:
2004: Rusty Roots Demo
2006: CD 100 Miles
2008: CD Electrified
2011: CD Something Ain’t Right
2014: CD Your Host


[jonge vrouwelijke belangstelling voor Jan]


[Stefan ‘Body’ lurkt gedwee aan de waterpijp]


[Bob, een fabelachtig goede gitarist]


[Rusty Roots live op de Bayou-weide @ Zwarte Cross 2014]

Reageren is niet mogelijk.