Archief voor de maand May 2018

Ribs & Blues Festival – zo. 20 mei 2018

Geplaatst op 25 May 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

RIBS & BLUES & L.O.V.E. – Dag 2

Mede door het mooie weer leek de Summer of Love & Peace te herleven op de 22e editie van Ribs & Blues in Raalte. Veel bezoekers en artiesten waren luchtig gekleed en in een relaxte festival mood. In muzikaal opzicht droegen zowel de artiesten als de DJ’s die de pauzemuziek draaiden een zomers roots- en retro-steentje bij. (Her)beleef zondag 20 mei 2018 mee in ons fotoverslag door: José Gallois (fotografie). De teksten zijn van Nicolette Johns en van Giel van der Hoeven. Hier terug kijken (video).

Geheel volgens het THE BREW-motto “less is more”, maar hard, snel en met veel bravoure werd een vloedgolf aan geluid over de rap vollopende festivaltent uitgestort. Nog steeds zijn invloeden van The Who, Led Zeppelin (Jason Barwick geselde naar goed voorbeeld van Jimi Page zijn snaren weer met de strijkstok) en pak-um-beet Wolfmother hoorbaar. Met onvervalste roots in de jaren ’60 en ’70. Maar sinds het verschijnen van het album Shake The Tree (2016) zijn er ook elementen uit grunge en pakkende popmuziek te horen. Het concept staat als een oude eik met diepe groeven waarmee de beuk er steeds weer ingaat. [GvdH]

Behalve de New Orleans piano-blues invloeden, stoeit THE RAGTIME RUMOURS met gypsy jazz- en swingmuziek. Ze raggen er ook een flinke dosis rockabilly en hillbilly folk doorheen. De setlist kon wat ons betreft nog wel wat spannender maar muzikaal hebben de The Ragtime Rumours het dik voor mekaar. Door hun niet-traditionele instrumentarium ontstond er een eigen “rag ‘n roll” geluid waarbij het leek dat uit de diverse muziekgeneraties Django Reinhardt, Johnny Cash, Tom Waits en Pokey Lafarge het op een akkoordje gooiden. Ideale gangmakers om het festival extra flair te geven. [GvdH]

Het ziet er allemaal gelikt uit, de diverse theatertours hebben ongetwijfeld bijgedragen aan het professionalisme waarmee DANNY VERA en zijn mannen hier op een festival zo’n 10.000 man inpakt. Het jasje gaat uit, want zoals Vera claimt: “het is tering warm”. Vera wil graag dat het publiek een beetje meedoet “je hoeft niet keihard voor lul te staan maar dans een beetje mee”. Van het voorlaatste album horen we ‘Expandable Time’, dat mij een beetje ska-ritmisch overkomt, maar hij schreef ook een nummer over het feit dat er als je de tv aanzet er zoveel mensen te zien zijn die elkaar niet kunnen verdragen, Vera’s eigen woorden waren iets ongenuanceerder. ‘L.O.V.E.’ heet de song en ik zeg u dat is de eerste winnaar op dit festival, een lekker nummer waarbij iedereen aanwezig – fan van Americana en country of niet – we doen allemaal mee! [NJ]

THE DAWN BROTHERS brengt een mix van Americana en soulvolle Southernrock ten gehore waarbij alle muzikanten de vocalen delen. Waar hebben we dat meer gezien? Inderdaad bij The Band en dat is precies de band waar deze jongemannen veelvuldig in de pers mee vergeleken worden. De half open tent van het Delta Stage is nokkie vol voor deze jonge (de oudste is Rafael met 29 jaar) professionele en inmiddels doorgewinterde band. Doorgewinterd? Jazeker, want zij werden al reeds door Rockpalast Duitsland uitgenodigd om een show van anderhalf uur op te nemen (een aanrader!). Als ik voor hun podium sta voel ik me een soort van trots dat ik de mannen Rowan en Rafael al jong heb zien musiceren en hen nu zo zie uitgroeien tot full top musici. De kennismaking met Levi en Bas is een aangename, zeker bij het nummer ‘Vampire’. [NJ]

JEANGU MACROOY is hét voorbeeld van een succes story, slechts een viertal jaar geleden kwam de 24 jarige, helft van een tweeling, Jeangu vanuit Suriname naar Nederland en zette zijn eerste stappen op de Nederlandse podia begeleid door niemand minder dan componist en producer Pieter Perquin a.k.a. Perquisite. Binnen no time had de jongeman uit Paramaribo een platendeal op zak en was het voor Macrooy slechts een kwestie van enkele maanden eer hij zijn opwachting maakte op het North Sea Festival en bij DWDD. We zijn onder de indruk van Macrooy maar hadden toch graag gezien dat hij zijn set wat meer op het festival afgestemd had, dan had hij ook de reguliere festivalbezoeker bij de lurven gegrepen. [NJ]

Headbangend gaat frontlady JACKIE VENSON erin! Ondanks dat Venson de vrouwelijke Gary Clark Jr. genoemd wordt in de media, merk ik dat ik vooral aan Brittany Howard van de Alabama Shakes denk. Jackie’s stem klinkt lekker, een beetje een randje, wat rokerig maar toch komt het soms wat monotoon over, haar gitaarskills daerentegen maken dit meer dan goed. Toch lijkt het dat Venson wat uit haar comfortzone is gehaald door problemen met het geluid eerder in de set; ze blijft een beetje nukken en morren en laat haar bassist dit opknappen. Een subtielere aanwijzing zou chic geweest zijn. [NJ]

In Raalte bestond THE BINTANGS bandsamenstelling uit: zanger/bassist Frank Kraaijeveld, drummer Burt van der Meij, gitarist/zanger Marco Nicola en Dagomar Jansen op gitaar, zang en mondharmonica. Zij zorgen ervoor dat deze trein zonder eindpunt noest door blijft denderen. Pleines’ vocalen zijn natuurlijk niet te evenaren (tijdens de succesperiode werd de band ook wel “de Nederlandse Rolling Stones” genoemd), maar met name dankzij Kraaijeveld’s gruizige stemgeluid en de vuig-klinkende gitaren blijft de flagrante Bintangs-sound wél in stand. Én door al die bekende Bintangs-klassiekers uiteraard. Off The Hook, La Femme Sans Tête, Agnes Grey, Travellin´ In The U.S.A., Mona Lisa, Ridin´ On The L & N…..elke Nederlandse bluesrock-liefhebber herkent ze wel, of je wilt of niet. [GvdH]

LISA LEBLANC heeft zo haar eigen kijk op de liefde. Songs van haar hand als: I Love You I Don’t Love You I Don’t Know, Dump the Guy ASAP, Could You Wait ‘Til I’ve Had My Coffee? en You Look Like Trouble But I Guess I Do Too, lopen tekstueel over van de twijfels en persoonlijke drama’tjes. Maar ze staan vooral bol van het cynisme. Muzikaal kregen we een pittige culturele mix van “Folk-trash” voorgeschoteld. Een etiket dat de Frans/Canadese singer-songwriter voor het gemak zelf maar heeft geplakt op de uiteenlopende muziekstijlen die ze aan het verkennen is. Want een carrière als artieste staat voor deze kittige tante gelijk aan een levenslange ontdekkingstocht: “I think it’s something you can discover all your life.” (Lees later een interview met Lisa LeBlanc hier bij TBA?).

Ondanks dat de aanvang van het optreden (buiten hun schuld) een vertraging van ruim een half uur had opgelopen, kwam de fleurig geklede Lisa breed lachend het podium opgewandeld. Die lach verdween gedurende het gehele optreden niet meer van haar stralende meisjesgezicht. Ze had het naar haar zin en ze bracht die vibe ongemerkt over op het steeds enthousiaster wordende publiek. Maar ook op haar besnorde begeleiders op de drums, bas- en elektrische gitaar. Als een exotisch wervelwindje op de banjo, triangel(!), akoestische- en elektrische gitaar baande ze zich soepeltjes een weg door haar repertoire van twee albums en een EP. Waarvan sfeervolle folky Frans- en Engelstalige luisterliedjes – zoals bijv. 5748 KM, solo op de akoestische gitaar – werden afgewisseld met swingende full-band rockin’ songs. Waarbij de verrassend goede Motörhead-cover Ace of Spades op de banjo de ultieme uitsmijter was. Een versie die Lemmy in zijn graf heeft moeten doen glimlachen. C’était excellent Lisa! [GvdH]

Lachy Doley staat nog niet zo heel lang op eigen benen en is de afgelopen jaren vooral ondersteunend geweest aan fameuze collega-artiesten als Joe Bonamassa, Chad Smith, Glenn Hughes en Jimmy Barnes, die stuk voor stuk lovend zijn over zijn toetsenkunsten. Als ‘gereedschap’ gebruikt Doley een ’57 Hammond C3 orgel en een vintage 70’s Whammy Clavinet. Het moet gezegd, daar excelleert hij fabuleus op! Niet voor niets is zijn bijnaam ‘Jimi Hendrix van het Hammondorgel.’ Ook is hij gezegend met een krachtige bluesy soulstem (of soulvolle blues-stem, zo u wilt). Waardoor covers als Use Me (Bill Withers) en Jealous Guy (John Lennon) helemaal tot z’n recht komen. Ook de songs van zijn drie soloplaten sinds 2015 mogen er wezen. Live wordt deze Aussie in zijn LACHY DOLEY GROUP slechts bijgestaan door drummer Massimo Buonanno en bassist Chris Pearson. Waardoor je op den duur – ondanks Doley’s toetsen-virtuositeit – tóch wel het geluid van een gitaar gaat missen. Desondanks heerlijke Lazy chill-out blues tijdens deze zonnige festivalmiddag. [GvdH]

De in Australië geboren en in L.A. woonachtige gitarist HAMISH ANDERSON was één van de verrassingen van dit Ribs & Blues festival. Niet zozeer vanwege zijn originaliteit. Integendeel. Anderson (26 jr.) is eerder een traditionele rockmuzikant dan een vernieuwer. Maar wel eentje met groot talent voor prozaïsch songwriting en bovengemiddeld goed op de gitaar. Hij bewandelt gebaande bluesrock paden waarop hij o.a. ongegeneerd put uit- en flirt met Stones-klassiekers (Honky Tonk Women, Miss You). Maar hij doet dat op een zodanige eigen wijze dat het toch weer onalledaags klinkt. Zelf zegt hij overigens het meest door The Beatles beïnvloed te zijn, hetgeen wellicht zijn melodieuze songs verklaart. Op het podium neemt hij een lekkere laconieke houding aan, zoals bijv. Tom Petty dat ook altijd had. Én in bepaalde songs lijkt zijn stem warempel nog op die van de Amerikaanse rocker ook! Toch bespeurde ik in zijn ballads en de meer folky songs – op sommige momenten – ook gelijkenis met singer-songwriter en cultheld Jeff Buckley.

Niet geheel toevallig werd Anderson’s debuutalbum ‘Trouble’ (2016) geproduceerd door Jim Scott, die o.a. ook plaatwerk van Tom Petty produceerde. Uiteraard speelde hij veel nummers van die CD, waaronder een groovy versie van Hold On Me en de dromerige ballade U. Maar ook werk van zijn eerder verschenen EP’s, zoals Howl, Burn en Little Lies werden verkondigd en zonder morren geslikt. Begeleid door een gedisciplineerde strakke band met o.a. een ‘supervette’ lady-bassplayer rammelde hij ook nog eens de ene na de andere solo uit zijn gitaren. Met Little Red Rooster liet Hamish horen ook de authentieke blues tot in de vingertoppen te beheersen. Ongetwijfeld een blijvertje waar we nog vaak en veel van zullen gaan horen. [GvdH]

Het allerlaatste optreden van gitarist Erwin Java met de bnad KING OF THE WORLD. Al na twee nummers kan er geen mens meer bij in de grote tent op het Domineeskamp. Tja, de band speelt natuurlijk een beetje voor eigen publiek – ze komen uit het oosten/noorden van het land – maar ik zie ook vele bekende Brabanders met het KOTW t-shirt vol liefde naar gebodene kijken. Govert van der Kolm, de toetsenist van de band, is ondanks de hitte niet te beroerd om zijn ‘capriolen met de Hammond’ uit te halen. Hij speelt vol passie maar niet alleen met de handen maar ook met het achterste, met de voeten, staat zelfs op de Hammond. Het is een opzwepend schouwspel waar Raalte geen genoeg van kan krijgen. Java is natuurlijk ‘hors categorie’ en ik ben ondanks dat de set swingt een beetje triest. Maar met een vrolijkere noot gaat KOTW eruit; Ruud Weber zet het Temptations succesnummer ‘Papa Was A Rolling Stone’ in en de hele tent zingt en danst mee. Bedankt voor alle mooie optredens en vooral voor alle liefde voor muziek die jullie met vier man zo prachtig hebben weten weer te geven én te delen! [NJ]

De laatste band op de DeltaStage deze dag was de stringband PERT NEAR SANDSTONE. Een band uit Minnesota die volgens vaste R&B host en aankondiger Jaap Harmsen niet alleen raad zouden weten met Bluegrass maar: “met allerlei soorten gras”. De groep bracht sinds 2005 acht albums uit waarvan de eerste live-opnames waren. Onlangs werd dit vijftal (ironisch?) verkozen tot ‘knapste band van de VS’. Ovallend, temeer omdat deze handsome dudes in niets iets hebben van pronkende popsterren. Meest ordinary guy is wel de bebrilde tapper Matt Cartier die zich van het begin tot het einde ritmisch-huppelend op clogs in het zweet werkte. Inderdaad, tot groot genoegen van de dames vooraan in het publiek, die zich bij elk kledingstuk dat uitging steeds meer amuseerden.

Op een enkele cover na (The Band’s: The Shape I’m In) spelen ze authentiek en eigen werk. Met prachtige toepasselijke country-titels als: Okanagan Valley, Skillet Good & Greasy, Fishing Reel, Bloom Again, Rattlesnake, I’ve Been Traveling, 20 Cups of Coffee, June Apple, Down in the Holler, Crow Black Chicken, Hell I’d Pay, Green Valley Waltz, enz. Het laatste half uur van dit optreden kon ik bij maanlicht vanaf de geïmproviseerde houten tribune meebeleven. Met een uitzicht en klanken die een sfeertje opriepen gelijk het live-album Just Outside of Sandstone (2005). Inclusief dansende lokale Sallandse deerntjes in Western jurkjes en beschonken boerenjongens op klompen. Want hedendaagse jubelende volksmuziek zoals bluegrass is van alle tijden, in alle windstreken. [GvdH]

Afsluiters van deze eerste Pinksterdag 2018 op de Mainstage zijn THE BRANDOS. Een Amerikaanse rootsrockband die ontstond in de vorige eeuw. Ik wil het proberen dit optreden uit te zitten maar de dag eist zijn tol en doordat ik in het geheel geen speelplezier kan waarnemen krijg ik geen ‘boost’. Toegegeven de teksten zijn geengageerd maar toch zie ik vele toeschouwers de weg naar huis/camping of hotel inzetten. Toch zijn we dankbaar voor alle liefde die we vandaag hebben mogen ervaren, liefde voor het publiek, liefde voor een instrument maar vooral liefde voor muziekmaken. Het was een warme, mooie en vermoeiende dag. Morgen wordt het nóg warmer maar ook dan mag TBA? hopelijk weer veel liefde voor muziek waarnemen. [NJ]