Warning: Creating default object from empty value in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions.php on line 341
vdh-online.nl


Archief voor de maand November 2015

Tedeschi Trucks Band in Utrecht: stemmig gekleurd en waanzinnig mooi!

Geplaatst op 19 November 2015 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Twitter facebook YouTube E-mail

gezien & gehoord in: Tivoli Vredenburg Utrecht
band: Tedeschi Trucks Band
support: Matt Andersen
datum: dinsdag 17 november 2015
review & video door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer © [hier alle foto’s]
voor: The Blues Alone?

De Amerikaanse band Tedeschi Trucks Band gaf afgelopen dinsdagavond een éénmalig optreden in Nederland in de grote zaal van Tivoli Vredenburg Utrecht. De 12-koppige band ging van start met ‘Don’t Know What It Means’ van het in januari 2016 te verschijnen 3e studioalbum ‘Let Me Get By’. Een prima song met de bekende soulvolle TTB-sound en pakkende zangmelodieën.

En waarin Susan direct al van leer trok met haar kenmerkende hese vocalen met beurtelings fraaie gitaarsolo’s van het echtpaar Susan Tedeschi & Derek Trucks. Dit alles in een sferische, bijna psychedelische, lichtshow. Dat we hier met het neusje van de zalm uit de moderne Amerikaanse rootsmuziek te maken hadden werd ook de meest onwetende bezoeker direct duidelijk. Want welke andere band krijgt tijdens een splinternieuw openingsnummer het publiek gelijk al spontaan aan het meeklappen!

Die eerste song liep na de saxofoonintermezzo van Kebbi Williams naadloos over in The Box Tops cover ‘The Letter’. Dat de TTB tegenwoordig diverse van Joe Cocker bekende composities op de setlist heeft staan is niet vreemd. Want in september jl. verschenen ze nog op het Lockn’ Music Festival in Arrington (VA) met het Joe Cocker tribute project Mad Dogs & Englishmen. In het funky ‘Do I Look Worried’ waren de eerste gepolijste en smaakvolle slide-gitaar klanken van Derek Trucks te horen. Trucks was het afgelopen decennium ongetwijfeld de belangrijkste exponent van de huidige generatie blues- en rockgitaristen. En technisch is hij zéker een van de beste slide-gitaristen ter wereld ooit. Dat heeft hij bereikt door een combinatie van natuurlijke virtuositeit en heel veel spelen!

Na het eerste rustpuntje Leonard Cohen’s ‘Bird on the Wire’ met Susan Tedeschi als solozangeres en gospelachtige achtergrond zang door de overige vocalisten kon de virtuoze gitarist zich vervolgens helemaal gaan uitleven op het podium van de gerenoveerde grote zaal met ruim 1.700 bezoekers. In de eigen Trucks compositie ‘Don’t Miss Me’, waarin ook een geïmproviseerde driemans horn section jam zat, trad zanger Mike Mattison voor het eerst deze avond als leadzanger voor het voetlicht. De ballad ‘Midnight in Harlem’ schreef de stemkunstenaar zelf. Want ook als songwriter heeft steunpilaar Mattison een belangrijk aandeel in deze fantastische band uit Jacksonville, Florida. Vocalist Mark Rivers kreeg daarna ook een ruim aandeel in de titelsong van het tweede album ‘Made Up Mind’ (2013). Pas bij het achtste nummer nam Susan de gelegenheid te baat om het publiek toe te spreken. Dat deed ze kort, zakelijk en deels onverstaanbaar, maar bescheiden als altijd.

Het was in een introductie voor het tweede nieuwe nummer deze avond ‘I Want More’, geschreven met Doyle Bramhall II. Een uptempo swingding met Motown-feel door onder meer het ritmische snarenplukwerk van nieuweling bassist Tim Lefebvre. Ook hier trok de in het zwart geklede Derek weer alles uit de kast, zacht hemelse- en stemmig gekleurde gitaarklanken monde uit in een slide-eruptie en een dwarsfluit outro. Want een TTB-song houdt eigenlijk nooit zómaar op. ‘It’s So Heavy’ werd opgedragen aan Evelien uit Eindhoven (een gewaardeerde kennis van Susan), en met ‘Sticks and Stones’ hadden we het tweede van de totaal vier eer betonen aan Joe Cocker te pakken in de tot dan toe al gevarieerde setlist.

Een trompet-intro door Ephraim Owens ging vooraf aan de soulvolle gospel ‘Bound for Glory’ van het met een Grammy bekroonde album ‘Revelator’ uit 2011. En in de Derek and the Dominos cover ‘Keep On Growin’ liet één van de drie vrouwen in de band - Elizabeth Lea op de trombone – zich ook gelden. De nog niet genoemde derde dame was zangeres Alecia Chakour, tevens het meest beweeglijke bandlid én gezegend met een dijk van een stem. Ze stuwde met haar vurige achtergrondvocalen Susan naar kristallijn gehuil en welhaast James Brown-achtige yells! Het leverde Susan bewonderingswaardige reacties op vanuit het publiek, én (gekscherende) oneerbare voorstellen. Nadien kon de terughoudende Tedeschi hierom slecht bedeesd giechelen. Om daarna in ‘I Pitty The Fool’ - een swingende soulballad van Bobby ‘Blue’ Bland - weer uitbundig een weergaloze gitaarsolo te spelen.

Southern’ rock, blues, soul, R&B, jazz… allerlei stijlen werden geraffineerd gemixt tot de bijzondere eigen TTB-sound. Ja, zelfs een vleugje psychedelica toen toetsenist Kofi Burbridge zijn dwarsfluit weer ter hand nam in de country-soulsong ‘Idle Wind’. Met als slottafereel van deze song een pittige drum battle tussen de twee slagwerkers Tyler Greenwell en J.J. Johnson. Kostelijke funkklanken kregen we te horen in het laatste nummer van de reguliere set: ‘Break In The Road’. Van de eveneens uit Florida afkomstige soulzangeres Betty Harris. En natuurlijk werd ook die song weer gelardeerd met een heftige gitaarsolo door Derek Trucks.

De toegift - die uiteraard volgde - bestond wederom uit twee ‘Mad Dogs & Englishmen’ tracks. Namelijk The Coasters cover ‘Let’s Go Get Stoned’ en de mondiale Joe Cocker (Beatles) 60’s hit ‘With a Little Help From My Friends’. Waarin Susan nog één keer héél haar ziel en zaligheid gaf… ja, zelfs die hoge van Cocker bekende uithaal uit haar longen perste – rechtstreeks uit het hart, dwars door de ziel. Waanzinnig mooi! Op muziekgebied is de Tedeschi Trucks Band misschien wel het beste wat ons de laatste jaren is overkomen. We zullen ze koesteren en kijken met spanning en plezier uit naar ‘Let Me Get By’ (verschijnt 29 januari 2016).

SETLIST: 1. Don’t Know What It Means 2. The Letter (Joe Cocker cover) 3. Do I Look Worried 4. Bird on the Wire (Leonard Cohen cover) 5. Don’t Miss Me (The Derek Trucks Band cover) 6. Midnight in Harlem 7. Made Up Mind 8. I Want More 9. It’s So Heavy 10. Sticks and Stones (Joe Cocker cover) 11. Bound for Glory 12. Keep On Growing (Derek and the Dominos cover) 13. I Pity the Fool (Bobby “Blue” Bland cover) 14. Idle Wind 15. Break In The Road (Betty Harris cover) Encore: 16. Let’s Go Get Stoned (The Coasters cover) 17. With a Little Help From My Friends (The Beatles cover).

[lees ook: Tedeschi Trucks Band is van wereldklasse! en TTB @Moulin Blues Festival 2014]


[support: Matt Andersen]


14e Blues aan Zee festival met Amerikaanse routine en Nederlands talent

Geplaatst op 15 November 2015 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Twitter facebook YouTube E-mail

gezien & gehoord in: De Noviteit in Monster Westland
evenement: 14e Blues aan Zee festival
datum: zaterdag 14 november 2015
tekst, snapshots & filmpjes door: Giel van der Hoeven
foto’s door: © Johan Sonneveld [alle foto’s]
voor: The Blues Alone?

Afgelopen zaterdag vond alweer het 14e Blues aan Zee indoor festival plaats in de Noviteit in Monster. En de kenners weten dat dit steeds weer een unieke avond is. Vaak swingend, soms ontroerend en altijd erg gezellig. Ook voor deze editie had de organisatie weer een prima line-up samengesteld in drie zalen van het oude klooster. Artiesten met een hoog Amerika-gehalte dit keer, de bakermat van de blues.

The Juke Joint
De poortzaal was voor de gelegenheid weer omgebouwd tot The Juke Joint en voorbestemd voor semi-akoestische bluesmuziek. Twee van de drie optredende acts hier waren afkomstig uit de VS. Bluespianist Leon Blue - gekleed in gala-outfit - was evenals zijn boogiewoogie piano goed gestemd tijdens een opbeurend en aandoenlijk optreden in een propvolle zaal. De senior uit Wichita Falls (Texas) liet zich begeleiden door een drietal Nederlandse muzikanten uit Bos’s Blues Band en ze improviseerde er lustig op los. De 84-jarige Blue wist letterlijk van geen ophouden. Pas toen de BaZ-crew hem op de klok wees verliet hij schoorvoetend het podium om met nog wat fans op de foto te gaan. Vervolgens ging de oude bluesbaas in de kapel, die dit keer als backstage- en rookruimte diende, vrolijk verder in een jamsessie met o.a. Thomas Toussaint.

Eerder deze avond had in The Juke Joint het Nederlandse duo Gumbo & the Monk al het blues-bal geopend. Gumbo (Servaas Bollen) maakt zijn sigar box guitars zelf en gebruikt hierbij objecten als USA-kentekenplaten die de nodige km’s hebben gemaakt en bierblikjes waarvan de inhoud ongetwijfeld heeft gesmaakt. In the Monk (Fabian Schrama) heeft de ingetogen gitarist een prima sparringpartner gevonden die ook zeer verdienstelijk gitaar en percussie bespeeld. En die het Mississippi deltablues repertoire schitterend weet te brengen in een sterke vocale presentatie. Vooral het emotionele aangekondigde en gespeelde ‘Hard Time Killin’ Floor Blues’ van Skip James was in verband met de dramatische gebeurtenissen in Parijs daags ervoor zéér aangrijpend.

Door het uitlopen van het optreden van Leon Blue stonden de Amerikaan Keith Dunn en en zijn compaan Dino Walcott werkelijk te popelen van ongeduld. Ze hadden er zoveel zin in dat het zweet voor aanvang al bij de uit Boston afkomstige bluesharpblazer Dunn op zijn voorhoofd stond. Maar na wat kleine technische problemen ging Double D. toch voortvarend van start. Surinamer Dino Walcott woont in Londen en speelde ook enkele jaren basgitaar bij Jan Akkerman. Met Dunn richt hij zich als gitaarvingeraar nu helemaal op de akoestische gitaar en zijn soulvolle zangstem. Fraaie één-tweetjes en soepele solopartijen passeerde de revue in soppige soul en barre bluessongs. Als afsluiting van dit optreden mocht Westlander ‘Big Wil’ van der Ende tot genoegen van de aanwezigen spontaan een smeuïg riedeltje meeblazen met deze twee doorgewinterde bluesmuzikanten.

De Kloosterkelder
Chivy and the Bluezicians hadden de eer om het Westlandse bluesfestival op het kelderpodium te openen. En het optreden van dit Limburgse trio ontpopte zich als een aangename verassing. De 21-jarige Chivy Kuhles uit Heerlen doorloopt de opleiding popmuziek en is een talentvolle linkshandige gitarist. Samen met basgitarist Michel Trienes en drummer Bram Hendrix speelt het trio een mix van bluesrock, funk, lounge en andere stijlen. Met eigen repertoire en goed gekozen covers (o.a. Stevie Ray Vaughan) vol solo’s en improvisatie. Hun podiumpresentatie laat soms nog wat te wensen over maar muzikaal zit het wel goed met CatB. Waarbij ook mag worden aangetekend dat het geluid in de Kloosterkelder perfect was afgesteld.

Harmonicaspeler Thomas Toussaint, niet te verwarren met de Fransman Nico Wayne Toussaint die enkele jaren geleden ook eens op dit festival optrad, is eveneens een jong bluestalent in opmars. Maar in alle opzichten klinkt en toont Thomas (25) volwassen. Als bluesharpspeler, zanger en bandleider heeft hij de touwtjes strak in handen en ook zijn presentatie is oké. En met bassist Dirk Wagensveld en drummer Paolo de Stigter heeft hij een ritmesectie zoals een solist zich dat wenst. Echt onderscheidend ten opzichte van anderen Chicago- en West-coast bluesbands klinkt de Thomas Toussaint Band nog niet, maar daar wordt hard aan gewerkt en het enhousisme is groot. Bovendien is de 26-jarige gitarist Leander Nijland uit Hengelo er eentje om in de gaten te blijven houden.

Het derde Kloosterkelder optreden bestond weer uit stevige bluesrock. Onder leiding van Kees ‘Kubus’ Volkers worden door Kubus and The Kingpins sinds hun oprichting in 2007 veel bluesrock helden van weleer en nu vereerd. Van Rory Gallagher tot Stevie Ray Vaughan en van Buddy Guy tot ZZ Top. De viermans bezetting deed dit met een gevarieerde set waarin het stevige werk werd afgewisseld met slow-blues shuffles. Ook in eigen werk laat Kubus & Co zich niet onbetuigd. Luister maar eens naar hun CD ‘Jackscrew Lane Recordings Volume One‘. Een kant en klare traktatie, als je van dit soort repertoire houdt. En die liefhebbers waren er gezien de publieksreacties gelukkig voldoende in de inmiddels dampende kloosterkelder.

The Mainstage
In zijn aankondiging van de band Trouble No More verwees Blues Aan Zee voorzitter Anton van Meerkerk ook naar de gruwelijke aanslagen in Parijs waarbij o.a. concertpubliek in de muziekzaal Bataclan getroffen werd. Van oorsprong zijn blues liederen immers uitingen van verdriet en rouw, maar door de jaren heen is dit verandert in amusement. Een norm van gedrag verworven door de mensheid in beschaving. Muziek in zijn algemeenheid en blues in het bijzonder zal nóg meer dan ooit tegen barbaars gedrag ageren. De rhythm & bluesband Trouble No More uit Utrecht onderschreef dat nog maar eens met hun swingende Chicago-, Texas- en West Coast Blues met o.a. een Hammond organist (Ton Beukelman) en saxofonist (Job Groot) in de gelederen. In het geval van de band Trouble No More betekent dit steevast: tevredenheid en plezier gegarandeerd! Zoals ook hun CD uit 2011 is getiteld: ‘Satisfaction Guaranteed’.

Vele aanwezigen keken op The Mainstage uit naar de gig van de gelegenheidsband van bassist Bart Kamp: Blind B & the Visionairs. Want Kamp had louter blues-kanjers om zich heen verzameld zoals Richard van Bergen (zang, gitaar), Boy Vielvoye (zang, bluesharp), Jeroen Goossens (drums) en als speciale gast Greg Gumpel (zang, gitaar) uit Long Island (New York). Het project (of ‘de pool’) is een soort speeltuin voor bedreven bluesmuzikanten. Met zichtbaar veel speelplezier dus. En repertoire dat als een stuiterbal op en neer kaatste van eigen songs (van bands waarin de leden normaal spelen), covers en ter plekke ontstane improvisaties en grooves. Soms vet, soms rommelig, maar vaak swingend én herkenbaar. Dat laatste had vooral te maken met het karakteristieke gitaar- en zanggeluid van Van Bergen, kenmerkende basloopjes door Kamp, de typerende bluesharpklanken van Vielvoye en het expressieve en gevoelige gitaarspel door Gumpel. Een project met bestaansrecht lijkt hiermee gerealiseerd.

Als absolute uitsmijter stond na middernacht de Amerikaanse band Texas Cannonballs op de affiche en op The Mainstage. Hét kanon van deze all-star band is de charismatische Texaan Hector Watt (gruizige zang en gitaar). Verder heeft dit gezelschap door de jaren heen nogal wat personele wisselingen ondergaan. In de huidige samenstelling is gitarist/zanger David Antonio Herrero uit Chicago de andere blikvanger naast Watt. Een veelzijdige gitarist die vooral werd beïnvloed door- en speelde met Buddy Guy. Het kwartet heeft ook goed geluisterd naar voorgangers als CCR en Stevie Ray Vaughan, want ook hun geest waart rond in de swampy country-bluesrocksound met veel uptempo rock ‘n roll invloeden van de Texas Cannonballs. De band kwam aanvankelijk wat stroef (en luid) op gang maar naar mate de nacht vorderde kreeg zowel het viertal als het publiek de smaak te pakken. Waardoor de Tuinzaal weer vol liep met opgewekte dansende en feestende blues- en rockfans. Precies hóe en waarvoor deze muziek bedoeld is. ‘Life will treat anyone well, if you work hard and behave yourself’.

De Blues drive van Giel van der Hoeven [interview]

Geplaatst op 12 November 2015 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Twitter facebook YouTube E-mail

Interview door: Lizzy

Voor de tweede achtereenvolgende keer is Giel van der Hoeven (54) een van de presentatoren op het Blues aan Zee festival in Monster. Sinds 2010 schrijft de Naaldwijkse blues-liefhebber ook concertverslagen voor The Blues Alone? en hij interviewt regelmatig artiesten voor dit online magazine. Ook is Giel een bekend gezicht in de Westlandse muziek scene waarin hij verschillende vrijwillige werkzaamheden verricht. Maar wie is hij nu eigenlijk en wat drijft hem? De interviewer geïnterviewd.


[Giel interviewt Mattanja Joy Bradley – ze speelde in 2014 op het BAZ-festival]

Hoe ben je ooit in aanraking gekomen met de bluesmuziek?
- Eigenlijk zoals dat bij de meeste muziekliefhebbers gaat, je pikt het op in je jeugd en doet er dan wel of niet iets mee. En ik heb dat dus wel gedaan, op mijn eigen manier. Mijn oudere broer en zus kochten en draaide vinyl singles en ik luisterde mee met rode oortjes. Broers van vriendjes speelde gitaar en zo kwam ik al vroeg in aanraking met live muziek. Vooral gitaarmuziek dus. En als gevolg daarvan wilde ik vanaf m’n 12e jaar álles weten over Deep Purple, Rolling Stones, Focus en Jimi Hendrix. Want alles aan die gasten was gewoon interessant en spannend. Hun ruige muziek, stoere kleding, wilde levensstijl, alles! Muziek is sindsdien als rode - nee, blauwe - draad door m’n leven gaan lopen. Tja, en dan kan je natuurlijk niet om de oorsprong van de elektrische gitaarmuziek heen, the Blues. Muddy Waters zong dan ook terecht: ‘the blues had a baby and they called it rock & roll’.

De liefde voor muziek én je nieuwsgierigheid zat er dus al vroeg in. Heb je ook altijd al over muziek geschreven?
- Nee, zeker niet uitsluitend maar wel hoofdzakelijk. Als kind prutste ik wel al een soort van weekblad in elkaar over voetbal en popmuziek voor mijn jongere broertje. Maar eigenlijk ben ik na mijn 30e jaar pas serieus gaan schrijven. Over sport, kunst, reisverslagen, columns en over muziek dus. Begin van deze eeuw ben ik ook aan proza en poëzie begonnen en dat doe ik nu nog steeds met plezier. Ook dat wordt in het Westland gestimuleerd door een stichting: Schrijvers Tussen de Kassen. Ja, de cultuur tiert momenteel welig in het Westland hoor!

Wat is er zo leuk aan schrijven?
Alles! Schrijven is één van de leukste bezigheden die ik me kan bedenken. Ze zeggen wel eens dat schrijvers vaak ook zeer belezen zijn. Maar in verhouding lees ik hélemaal zoveel niet hoor. Althans, ik ben geen boekenverslinder. Ik lees wel veel artikelen in magazines en kranten en ik doe dat de laatste jaren ook nog eens digitaal. Gelukkig is er online op muziekgebied erg veel te vinden. En schrijven houdt je bovendien scherp en kritisch op een creatieve manier. Het onderwerp moet me daarbij wel aanstaan natuurlijk, dat zal dan ook de reden zijn dat ik zoveel over muziek schrijf. Ik informeer graag gelijkgestemden en laat anderen met plezier meegenieten van hoe ik het beleefd hebt. En daar hoeft lang niet iedereen het mee eens te zijn. Dat kán ook niet altijd want iedereen beleeft het op zijn eigen manier. Dát is juist zo mooi aan live muziek. Het interviewen van artiesten is daarop weer een welkome aanvulling gebleken. De kunst daarbij is om vragen te stellen die écht uit interesse voortkomen maar ook om rekening te houden met lezeres die zo’n artiest nog niet of nauwelijks kennen. Mijn vraaggesprekken met o.a. Dana Fuchs, Ian Siegal, Mud Morganfield en de dochter van John Lee Hooker worden nog steeds veel gelezen en goed gewaardeerd. Ook dat vind ik leuk.


[Giel in gesprek met Mud Morganfield, de zoon van Muddy Waters]

En bluesmuziek geniet daarbij dus je bijzondere belangstelling?
- Zeker! Maar ik heb ook Ellen ten Damme en Di-rect geïnterviewd hoor, zomaar twee voorbeelden die juist weinig met blues te maken hebben. En ik schrijf net zo graag een concertverslag over een hardrock band of een singer-songwriter. Bij The Blues Alone? hebben we het voorrecht dat we zelf onze concerten uit kunnen kiezen. Aangezien fotograaf Arjan Vermeer en ik zo’n beetje dezelfde voorkeuren hebben én we het samen erg goed kunnen vinden, ben ik vaak met hem op stap geweest. Alleen daar valt al een boek over te schrijven, haha. Dan sta je dus de ene keer op Pinkpop bij de Rolling Stones of in de Ziggo Dome bij The Eagles. En de andere keer in de Boerderij in Zoetermeer of in de Noviteit in Monster bij een regionale of een lokale bluesband. Maar daardoor blijft het juist wél weer gevarieerd.

Je bent de laatste jaren ook actief in de Westlandse muziekscene, hoe is dat zo gekomen?
- Ach, naarmate je ouder wordt ga je je steeds meer realiseren dat het dichter bij huis ook leuk kan zijn, haha. Nee, maar er gebeuren gewoon veel leuke dingen op muziekgebied in het Westland de laatste jaren. Bandjes kunnen weer terecht in kroegen en op de diverse lokale podia. En kijk maar eens wat stichting MuziekCentrumWestland (waar ik ook bestuurslid van ben) heeft weten te bewerkstelligen in de afgelopen twee jaar. Ja, en als je dan als individu hand en spant diensten kan verrichten voor een podium als de Muziekzolder of festivals als DijkRock en de Westlandse Cross, én niet te vergeten voor Blues aan Zee, dan zeg je geen nee natuurlijk!

Wat is jou mening over Blues aan Zee en wat spreekt je er zo in aan?
- Er lopen vrijwilligers rond die al sinds jaar en dag voor die stichting klaar staan. En het publiek is altijd hondstrouw. Want je mag gerust stellen dat in de zogenaamde Westlandse muziekscene de stichting Blues aan Zee al jaren lang een stabiele factor is. Dat is één ding dat me aanspreekt. Verder weten ze altijd kwalitatief goede bands en artiesten te programmeren en dat is knap in een muziekstroming waarvan zeer weinig op de radio te beluisteren valt. En dat ik sfeerverslagen mag maken van de BAZ festivals en nu ook weer in The Juke Joint-zaal de artiesten mag aankondigen zijn voor mij eervolle bezigheden die ik graag voor m’n rekening neem.

Hoe kijk je aan tegen de toekomst van Blues aan Zee?
- Met een andere opzet van de festivals en de keuze voor meerdere locaties is het roer ook bij BAZ omgegaan. Dat is niet voor niets geweest natuurlijk. Ik heb ook gemerkt dat de bezoekersaantallen wat terug liepen de laatste jaren, ondanks dat het enthousiasme groot blijft. Daar zijn zeker aanwijsbare redenen voor. Zelf kan ik er ook niet altijd bij zijn omdat er vaak veel te doen is in de weekends. Het feit dat het goed gaat met cultureel Westland mag zich ook niet tegen de organisaties zelf gaan keren natuurlijk. Te vaak zie ik nog dat er gelijksoortige evenementen gelijktijdig plaats vinden op vooral de zaterdagen. Met wat meer onderling overleg van tevoren kan dat best vermeden worden lijkt me! Blues aan Zee is daarin wél altijd duidelijk geweest. Verder voorspel en wens ik BAZ een lang en swingend voortbestaan. En dat moet lukken want de blues is van alle tijden en voor alle leeftijden. Een avondje Blues aan Zee staat voor mij gelijk aan een goeie band, een goed gesprek en een goed glas bier in een ongedwongen sfeer. Tot op heden hebben ze me daarin in al die jaren niet teleur gesteld.

Interview werd 11-11-15 gepubliceerd in de BaZ Blueskrant als bijlage van Groot Westland.

Bezoek op 14 november het Blues aan Zee festival in Monster: 3 zalen 9 blues acts.