Warning: Creating default object from empty value in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions.php on line 341
vdh-online.nl


Archief voor de maand May 2015

Eric Burdon is meer dan nostalgie alleen [interview]

Geplaatst op 26 May 2015 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: Eric Burdon
tekst & edit: Giel van der Hoeven
foto’s: José Gallois © The Blues Alone? / Getty Images©
locatie: Ribs & Blues Festival 2015 in Raalte
datum: zondag 24 mei 2015

Op het Ribs & Blues festival in Raalte toonde de Britse singer-songwriter Eric Burdon aan voor meer te staan dan slechts een nostalgische trip naar de jaren ‘60 en ‘70. De man is een legende die met de tijd is meegegaan. Natuurlijk zijn de Animals- en War-songs (o.a. ‘It’s My Life’ en ‘Spill The Wine’) parels uit de muziekgeschiedenis. En staan klassiekers zoals de Nina Simone cover ‘Don’t Let Me Be Misunderstood’ en ‘The House of the Rising Sun’ nog altijd als een huis in de gouden ochtendzon. Maar met het album ’Til Your River Runs Dry’ (ABCKO Records/UMC) leverde hij in 2013 gewoon weer een ouderwets goed album af. Met daarop prima blues- en rocksongs en nog steeds dat geweldige stemgeluid! Ook zijn huidige live-band kan zich met gemak meten met de grootste der aarde. Ja, even keken we zelfs verbaasd op toen de 74-jarige Burdon ons wist te melden een groot liefhebber te zijn van de indierock band Calexico! Zijn jongere vrouw Marianna houdt hem jong, zeker. Maar de voormalige Animal is nog zo kwiek als een hoentje en barst weer van de ambitie. ‘A voice from the past, but 27 Forever’.

Hallo meneer Burdon, u bent in Nederland voor twee live optredens, in Paradiso Amsterdam en hier op het Ribs & Blues Festival in Raalte. Wat zijn uw verwachtingen en wat kunnen de fans van u verwachten?
- Ik kom altijd erg graag naar Nederland. De mensen hier hebben een opvatting over vrijheid die wezenlijk verschilt van die in andere landen. We gaan een eerlijke, emotionele set spelen met songs die heel mijn carrière bestrijken, van de vroege Animals naar de blues waar we altijd in geworteld zijn geweest. Verder natuurlijk solowerk, misschien een paar War-songs, en materiaal van mijn nieuwste album, ’Til Your River Runs Dry’.

Heeft u ook speciale herinneringen aan Nederland?
- Oh ja, ik heb veel goede herinneringen aan optredens in Club Paradiso! Ik herinner me de Kerstmis van 1967 nog goed zelfs, Zoot Money’s psychedelische band, Dantalian’s Chariot, met daarin ook Andy Summers, stonden met ons op de affiche aangekondigd. Vlak voordat we met z’n allen naar Amsterdam zouden vertrekken kregen ze een auto-ongeluk in de buurt van Newcastle. Gelukkig raakte niemand serieus gewond, maar Andy brak wel zijn neus. Hij droeg dus een vrij grote pleister op zijn neus, en werd het onderwerp van veel grappen, haha. Een jaar later, speelde ik mét Zoot en Andy wederom in Paradiso, dit keer gezamenlijk in The Animals.

Het album ’Til Your River Runs Dry’ (2013) kreeg al vele positieve reviews. Bent u vandaag de dag – meer dan 2 jaar na het uitbrengen ervan – nog steeds tevreden met het eindresultaat?
- Absoluut. Ik ben echt blij met dit album en als je mij dezelfde vraag over een paar jaar weer stelt, sta ik daar nóg steeds achter. Daar ben ik van overtuigd! Het is een waar statement over mijn leven en het is de meest persoonlijke plaat die ik ooit gemaakt heb. Het weerspiegelt een periode waarin een aantal dingen gelijktijdig gebeuren. De leeftijd van 70 jaar bereiken had daar ook invloed op, ik werd min of meer gedwongen om terug te blikken én te inventariseren hoe ik nu in het leven sta. Het betreft onderwerpen die iedereen wel bekend zijn, zoals liefde, geloof, het verlies van vrienden en geconfronteerd worden met het onvermijdelijke. Alsmede geopolitieke kwesties met één van mijn grootste zorgen op dit moment: water. Iets wat nog veel te vaak als vanzelfsprekend wordt genomen De strijd tussen goed en kwaad blijft - maar het belang van waterconservering is momenteel groter dan het ooit is geweest. De song ‘Water’ werd geïnspireerd door een gesprek dat ik eens had met voormalig president van de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov. “The enemy does not know who the enemy is.”

“Water, water, water / To drink, to put down the fire / Water, water, water / The truth the shame the liar.”

Van dat album spelen jullie ook een aantal songs live. Welke daarvan zijn favoriet bij u?
- “Water” klinkt altijd goed, als een mantra of een chant die hardop kan worden meegezongen. En “Wait,” dat ik voor mijn vrouw Marianna schreef, en gaat over het belang van nooit opgeven. Het raakt een heleboel mensen die nog steeds op zoek zijn naar een vorm van liefde. “Bo Diddley Special” is ook altijd lekker om live te doen. Ik zong “The Story of Bo Diddley” 50 jaar geleden al op de eerste Animals plaat. Ik heb de indruk dat de cirkel nu rond is met deze song, rekening houdend met de invloed die Diddley op mij heeft gehad.

Als artiest heeft u een gigantische reputatie. De komende maanden gaat u in Europa voornamelijk cluboptredens en wat festivals doen. Zou u, gezien dat verleden, niet in veel grotere zalen moeten spelen?
- Ach, ik ga waar de plicht me roept. Of het nu een groot festival is of een meer intieme club, ik geef altijd alles wat ik in me heb, hoe dan ook.

Er gaan hier in Nederland nog steeds geruchten over het feit dat u tijdens een Paradiso optreden in juli 2009 een man op de eerste rij nogal boos een schop gaf. Kunt u dat uit de doeken doen?
- Nou, dit specifieke incident kan ik me niet echt meer herinneren, maar ik weet zeker dat ik er een goede reden voor had, haha! Ik herinner me wel een voorval van langer geleden, dat een junkie op de voorste rij vlak voor mijn neus zijn injectiespuit stond te prepareren. Hij had doodleuk zijn hele kit uitgestald op de rand van het podium! Aangezien ik erg slecht tegen kromme lepels en naalden kan verloor ik toen even mijn zelfbeheersing.

U zei eens dat ‘Genius + Soul = Jazz’ van Ray Charles uw all-time favoriete album is. Wat is uw eigen geheime formule?
- Hmm… Blues + Rock x time = Burdon4ever. Dáár ga ik voor…

Volgt u de hedendaagse muziekscène nog?
- Jazeker. Ik volg nu alweer een aantal jaren de indierock band Calexico uit Arizona. En onlangs hebben ze me uitgenodigd om op hun nieuwe album ‘Edge of the Sun’ mee te zingen, de bonustrack ‘Roll Tango’. Verder luister ik ook naar Ben Harper, Eric Bibb, Alabama Shakes… noem maar op.

Wilt u de jonge generatie muzikanten nog een tip meegeven?
- Luister naar de ouderen, experimenteer, repeteer voldoende en neem een goede advocaat.

In 1964 ging u als jonkie met de Animals zelf deel uitmaken van een wereld waarin uw idolen zich begaven. Tijdens uw eerste kennismaking met Amerika deelde u direct al de tourbus met Chuck Berry en Jerry Lee Lewis! Besefte u destijds hoe bevoorrecht u was?
-We realiseerde ons dat het een voorrecht was maar we besefte ook dat er een ontmoedigende taak voor ons was weggelegd; namelijk om het podium op te gaan na grootheden die we zelf zó veel bewonderden! Eigenlijk gedwongen om gebruik te maken van de gelegenheid. Ik moet nu toegeven dat ik volop heb genoten van die uitdaging.

U heeft dus een heleboel legendarische beroemdheden ontmoet in uw leven, van wie was u het meest onder de indruk?
-Ja, ik heb een heleboel interessante mensen ontmoet en ze hadden allemaal vertrouwen in zichzelf en waren niet bang om zich te uiten… Steve McQueen… Nina Simone… Ray Charles… Jimi Hendrix, om er maar eens een paar te noemen.

U bent ook bevriend geraakt met Jimi Hendrix, wat was – behalve dat het een virtuoos was – zijn beste eigenschap?
- Hij was kinderlijk enthousiast en had een goed gevoel voor humor. Op het podium was hij onaantastbaar, maar daarbuiten was hij een vriendelijk en nederig persoon.


[Eric met Jimi Hendrix en Bruce Springsteen]

In het midden van de jaren ‘70 speelde Bruce Springsteen tijdens zijn Born to Run tour regelmatig ‘It’s My Life’ van de Animals. En op het SXSW 2012 festival in Austin Texas sprak hij lovend over The Animals; het zou de belangrijkste band zijn geweest waardoor zijn eigen muzikale visie vorm kreeg. Zou een samenwerking in de toekomst wellicht tot de mogelijkheden behoren?
-Bruce is een oprechte kerel, ik heb hem ooit een ‘powerhouse’ genoemd. Vorig jaar heeft hij ook ‘Spill the Wine’ gespeeld tijdens zijn Australische tour. Hij heeft daarmee, en met zijn vriendelijke uitspraken over ons, er zeker voor gezorgd dat ik weer meer in de belangstelling kwam te staan. Aandacht die ik in járen niet meer had gehad van de rock-pers. Zelfs Rolling Stone magazine was plotseling weer nieuwsgierig naar mij. Het was ook een groot genoegen om hem te vergezellen op het podium, zowel op SXSW als in Cardiff. Ik sta er zeker open voor en zou vereerd zijn om songs met hem op te mogen nemen.

Wat betekent de inductie van The Animals in de Rock and Roll Hall of Fame sinds 1994 voor u?
-Het is een eer om te worden erkend voor je artistieke werk. Maar vele anderen, eveneens verdienstelijke kunstenaars, zullen daarentegen nooit op deze manier erkend worden. Dus ik heb de neiging om dit soort erkenningen met een korreltje zout te nemen.

Nina Simone’s ‘Don’t Let Me Be Misunderstood’ is nog tientallen malen gecoverd nadat The Animals er een hit mee hadden. Wat is volgens u de beste versie ooit van deze wereldhit?
- Nina Simone’s versie werd nooit overtroffen. Ze was echt “pissed” toen ze onze versie van de song voor het eerst hoorde! Maar toen we elkaar ontmoette begreep ze wel dat wij grote fans van haar waren. Sindsdien zijn we elkaars beste vijanden, haha.

Hoe houdt u die ongelooflijke stem in vorm? Eieren? Wodka? Marihuana? Frisse lucht?
- Niets speciaals, maar dank voor de aanbieding. Ik ben gezegend met een stem die door de jaren heen nauwelijks verandert is. Je zou kunnen zeggen dat ik begon te zingen als een oude bluesman en dit 50 jaar later nog steeds doet.

U zei eens: “Ik droom voortdurend over wat ik verder nog kan doen.” Wát gaat u nu nog doen?
-Ik doe steeds nieuwe ideeën op voor een volgende plaat, maar op dit moment ben ik ook hard bezig met mijn memoires. Die hoop ik einde van dit jaar af te kunnen hebben. We zijn ook alweer geruime tijd bezig met het verzamelen van beeldmateriaal voor een mogelijke levens documentaire, maar echt een concreet plan is daar nog niet voor op dit moment.

Wat zou u – behalve een uitnodiging in het Witte Huis – nog wensen?
Alles wat ik graag zou willen is: vrede op aarde, inclusief het verbeteren van de kwetsbaarheid van deze aarde. President Obama heeft nu nog slechts een jaar om mij uit te nodigen in het Witte Huis. Ik weet dat hij van muziek houdt, dus ik veronderstel dat dat inderdaad nog een keer zal gaan gebeuren.

Er komt een keer een dag dat u Chuck Berry, Ray Charles, John Lennon en Jimi Hendrix weer gaat ‘ontmoeten’… Hoe wilt u hier in herinnering blijven?
Hopelijk, worden we allemáál herinnerd als eerlijke oprechte muzikanten. Met de intentie om de luisteraars ontspanning te bieden, maar hen ook muziek met diepgang te laten vóelen.

Tot slot wil ik u vriendelijk bedanken voor de antwoorden meneer Burdon!
- Graag gedaan. Jij bedankt voor het stellen van de vragen.

Ribs & Blues festival review volgt spoedig.

Nick Cave terug in het WFT: episch inspirerend!

Geplaatst op 18 May 2015 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Twitter facebook YouTube E-mail

gezien & gehoord in: World Forum Theater - Den Haag
artiest: Nick Cave & band
datum: zondag 17 mei 2015
tekst: Giel van der Hoeven
foto’s: Giel/ Richard Thwaites/ Getty Images©

“Zijn cynisme, oprechtheid en intensiteit wordt zeer gewaardeerd want Nick Cave kan nog steeds rekenen op een warm onthaal van zijn grote schare Nederlandse fans. Getuige een uitverkochte zaal met enthousiaste fans in het Haagse World Forum Theater en een 2e concert aldaar de dag erna”. Dat schreef ik in september 2006 n.a.v. de twee Nick Cave optredens in het WFT Den Haag. In dat opzicht is er dus na bijna negen jaar weinig veranderd. In welk opzicht dan wel? De schare fans en waardering is nóg groter geworden. En wat belangrijker is, de Australische alleskunner heeft in die periode artistiek niet stil gezeten. Integendeel. Hij roerde zich sindsdien in de wereld van de film als soundtrack- en scenarioschrijver. Schreef en droeg voor uit het (luister)boek ‘The Death Of Bunny Munro’. Maakte twee indrukwekkende platen en deed concertzalen op de grondvesten schudden met het Grinderman project. En in 2013 was hij daar plotseling weer met the Bad Seeds en een prachtige plaat ‘Push the Sky Away’. Gevolgd door de gelijknamige succesvolle tour en een bioscoop documentaire: 20,000 Days on Earth. En zijn laatste literaire vomitus is ‘The Sick Bag Song’ (2015). En natuurlijk deze 2015 springtour - waarvan nu alweer de CD ‘Live in London’ is uitgebracht - met dus ook een dubbele rendez-vous in Den Haag.

Vorige maand deed Nick Cave (57) de residentie ook al stiekem aan in een speeddate met zijn vriend Anton Corbijn, wiens expositieopening hij met een paar liedjes achter de piano mocht opluisteren. Maar in het WFT werd het een uitgebreidere en warmere wederontmoeting met zijn Hollandse achterban. En de liefdesbetuiging kreeg halverwege de show een onverwachte wending. Toen tot grote hilariteit van de band en fans een meisje vanuit het publiek riep: “Hey, Warren, I love you!” Waarna Nick er nog een schepje bovenop deed door ook zijn adoratie aan z’n bebaarde buddy te betuigen: “I love you too Warren, from the first time I saw you… in your little shorts”. Bevestigingen door de overige bandleden veroorzaakte een overvloed aan liefde, wat zelfs de anders zo stoïcijnse Warren Ellis tot over zijn oren - net zichtbaar tussen zijn woest behaarde kop - deed blozen. Passend was daarom ‘Stranger than Kindness’, de song die daarop volgde. Waarin de multi-instrumentalist zich weer helemaal op zijn (gitaar)werk kon richten, dát waarin hij zo excelleert.

De rustige en filmische openingssong was zondagavond ‘We Real Cool’ van Cave’s laatste studio CD ‘Push The Sky Away’ (2013). Met zijn interpretatie refereert Cave aan het gelijknamige gedicht van Gwendolyn Brooks uit 1950. Het is algemeen bekend dat ook zijn songmateriaal doordrenkt is met poëzie. Feitelijk was dit WFT-concert - de reprise van de dag ervoor - Cave’s derde Nederlandse optreden dit weekeinde. Onder grote belangstelling opende hij afgelopen vrijdag al het Utrechtse literatuurfestival City2Cities in het monumentale postkantoor op de Neude. Hij gaf er lezingen en signeerde zijn nieuwe boek ‘The Sick Back Song’. Maar voor zijn trouwe volgers waren de twee concerten - met nagenoeg dezelfde setlists - toch het hoogtepunt van dit Cave-weekendje. Helaas zijn er de laatste jaren in het WFT nog maar weinig rockbands te bewonderen. Het voormalige congrescentrum bood in een roemrucht verleden plaats aan toppers van AC/DC tot Tom Waits. De Golden Earring bewijst jaarlijks dat dit ook in de 21e eeuw nog prima kan.

Ook voor Nick Cave en zijn band bleek de PWA zaal de juiste setting voor deze intieme luisterconcerten afgewisseld met gigantische volume-uitbarstingen. Aanvankelijk weet hij solo achter de zwarte vleugel een sfeervol nachtclub sfeertje te creëren (’The Weeping Song’)… het zal toch niet? Zou de post-punker van weleer in zijn late fifties de status van permanente crooner bereikt hebben? (waar overigens in het geval van Cave niets mis mee zou zijn!). Nou, nee! De kenner weet wel beter. Nick Cave kan alleen maar bloedmooie ballads schrijven en uitvoeren als hij energie kan putten uit zijn heftige repertoire met ‘From Her to Eternity’ en ‘Tupelo’ als de allervetste signature songs. Opgezweept door zijn Bad Seeds mates Warren Ellis, bassist Martyn P. Casey (in smetteloos wit) en de Zwitserse drummer Thomas Wydler, terug van weggeweest. Het kwartet wordt deze tour aangevuld met toetsenist Larry Mullins. Juist dat contrast maakt een avondje Cave zo ongemeen spannend en onvoorspelbaar, als het leven zelf. Als een menselijke relatie, complex en ambivalent. Met brandende liefde, geile seks en knallende ruzies. Hoe dan ook, alle universele basisemoties worden in 2,5 uur tijd veelzijdig geprikkeld.

Mid-life of niet, Cave blijft de kwajongensachtige thin-white-dude van weleer. Hij werpt na de stuk voor stuk práchtig uitgevoerde pianostukken, obstinaat zijn bladmuziek over de vleugel. Beweegd bezwerend en bevlogen over het podium en roept: “Fuck you!” naar de eerste de beste kerel in de zaal die hem iets onverstaanbaars toe roept. Door zich erna vervolgens wel te verontschuldigen: “I’m sorry, what did you say?” Zijn eerste a-ritmische dansje met een dame in het publiek ziet er nog wat krakkemikkig uit. Maar tijdens ‘Higgs Boson Blues’ gaat de caveman los. Hij sleurt verbaasde luisteraars uit de pluche stoelen en laat zich gewillig betasten door de vele vrouwenhanden (en slaat daarbij de smartphones van zich af). Het aanstekelijke refrein van ‘The Ship Song’ doet vervolgens bijna verlangen naar een ondersteunend (kinder)koor. Hemelse piano-muziek en helse viool- en gitaarklanken wisselen elkaar af. Hard maar zuiver: “kneel and cry, all night long. Wooh!”

Hoogtepunten waren wat mij betreft de “epicly unsuccessful” mantra ‘Black Hair’, met de fysiek getemde Warren Ellis op accordeon, ‘Into My Arms’ in een muisstille zaal en ‘God Is In The House’ met een hilarisch “softly Hallelujah” als inzegening, Amen. Ook de slotkraker ‘Jubilee Street’ en de encore-opener ‘Sad Waters’ - het enige ingewilligde verzoekje deze avond - waren van een ongekend hoog niveau. Zoals het hele concert één van het meest inspirerende ooit was. Energiek, puur en rauw, maar ook subtiel als de 35 sfeervolle plafondlampjes of zoals de ijzingwekkende stilte in ‘Jack the Ripper’. “I’m transforming, I’m glowing, I’m flying, look at me now!”

De band:
Nick Cave – vocals, keyboards, piano
Warren Ellis – guitar, violin, fluit, backing vocals
Martyn P. Casey – bass
Larry Mullins – percussion, keyboards
Thomas Wydler – drums, percussion


Utrechtse literatuurfestival City2Cities in postkantoor op de Neude

Setlist:
We Real Cool; The Weeping Song; Red Right Hand; Brompton Oratory; Higgs Boson Blues; Mermaids; The Ship Song; From Her to Eternity; Stranger Than Kindness; God Is In The House; Into My Arms; West Country Girl; Tupelo; Black Hair; The Mercy Seat; Jubilee Street. Encore: Sad Waters; We No Who U R; People Ain’t No Good; Jack the Ripper; Push the Sky Away.

STDK in Westlandse Kunstroute 2015

Geplaatst op 16 May 2015 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Twitter facebook YouTube E-mail

Als onderdeel van de Westlandse Kunst & Atellierroute 2015 mocht ik zaterdag 16 mei als één van de Schrijvers Tussen De Kassen een aantal voordrachten doen en een workshop geven [herhaling zondag 17 mei]. Onderstaande snelsonnet is geïnspireerd door kunstwerken van Dennis van den Dool en Michel van der Voort:

KUNSTROUTE
~
De eerste indruk was: echt morbide
Met fantasievolle schilderijen
En pianoklanken, tussenbeide
Misschien moeten we het wel verbieden?
~
Toch, hier komen, dat moet je beamen
verschillende kunstuitingen samen

Eerbetoon aan de afgelopen donderdag overleden B.B. King.
De legende die zijn zwarte Gibson gitaar Lucille noemde:

BLUESKONING 140515
~
Negenentachtig jaar als in een roes
Een zeer invloedrijke bluesgitarist
King zal door veel volgers worden gemist
De ongekroonde koning van de blues
~
Lucille is nu weduwe geworden
Zíj mist nog het meest B.B.’s akkoorden


© Gillespy

David Grissom interview - kid from Kentucky trots op Texas

Geplaatst op 9 May 2015 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: David Grissom
in: Hotel Emma Rotterdam
tekst: Giel van der Hoeven
foto credits: © Greg Vorobiov, René Geilenkirchen, div. bron zoals vermeld.
voor: The Blues Alone?
datum: dinsdag 5 mei 2015

Soms vraag je jezelf af waarom sommige artiesten een leven lang in de schaduw van andere staan, terwijl ze misschien wel getalenteerder zijn dan hun voorman of -vrouw? Aanvankelijk leek dat voor de Amerikaanse gitarist David Grissom ook op te gaan. En ondanks dat hij al sinds de jaren negentig op eigen benen staat, is dat voor hem in Nederland nog steeds het geval. Hoe valt anders de matige verkoop van het uitstekende album ‘How It Feels To Fly’ (2014) en in deze Europese tour slechts één schamel optreden - Gebr. De Nobel in Leiden - te verklaren? En dat is jammer want de Grissom-sound is zowel op zijn platen als live niet te versmaden. Bovendien tourde en nam David Grissom op met o.a. Lucinda Williams, John Mellencamp, Joe Ely, The Allman Brothers Band, Buddy Guy, John Mayall, Ringo Starr, The Dixie Chicks, Chris Isaak, Robben Ford, The FabulousThunderbirds en zijn eigen band Storyville met daarin SRV’s Double Trouble bandleden! Voorwaar niet de minste in de internationale roots-, rock- en blues scene. En allen maakte ze dankbaar gebruik van deze (import) Texaan zijn diensten. Steeds, zoals we hem kennen in die karakteristiek half gebogen houding, wanneer hij weer eens zo’n weergaloze solo speelt. Volledig één met zijn PRS DGT signature gitaar. Tja, wij hebben nou eenmaal een zwak voor Texaanse gitaristen en we proberen ze dan ook zoveel mogelijk te volgen. In dit kader moet u ook het koffietafelboek The Sound of Austin van fotograaf Mathew Sturtevant maar eens een keer doorbladeren. Hierin is weergegeven hoe Austin en haar muzikanten ook visueel aantrekkelijk kunnen zijn. “Austin is voor mij een opbeurende stad, ik ben blij in de Texas Gemeenschap te zijn opgenomen,” aldus Grissom.

Hallo David, je bent hier alleen even op tussenstop in Rotterdam begrijp ik?
- Ja, deze tour is een soort wervelwind met 24 shows in 29 dagen naar 6 verschillende landen. We komen uit Schotland, hebben Noorwegen gehad en we gaan zo meteen weer naar Denemarken. Maar zondag zijn we weer even terug in Holland voor een optreden hier.

Waarom doen jullie hier maar één optreden eigenlijk, in Gebr. De Nobel in Leiden?
- De tijd was beperkt en de promotor moest het ook allemaal logistiek aan elkaar zien te breien. Daarom rijden we nu van hot naar her, we hebben er al bijna 10.000 km opzitten. Ik ben blij als laatste nog in Holland te kunnen spelen temeer omdat onze drummer Jan Pohl een Nederlander is. Ik had ook graag in Frankrijk en Italië gespeeld, helaas komt dat er allemaal niet van deze tour. Anders zou het ons meer gaan kosten dan dat het oplevert. Maar wellicht dat we volgend jaar weer terug komen.


David & Jan [© foto: Ursula Le Guin 2015]

Hoe verlopen de Europese optredens tot dusver met dit gelegenheidstrio?
- Fantastisch! Zeker als je in ogenschouw neemt dat we elkaar twee dagen voor het eerste optreden in Duitsland nog nauwelijks kende en maar drie uur hebben gerepeteerd. Chris Maresh komt ook uit Austin en hij was bassist bij Eric Johnson. Met hem had ik wel eens eerder gejamd. Ik wilde hem er graag bij hebben omdat mijn vaste bassist Scott Nelson nu met met Kenny Wayne Sheppard aan het touren is. In de VS is Bryan Austin mijn vaste drummer, maar ik kon maar één man meenemen deze tour. Dus ook toetsenist Stefano Intelisano is er nu niet bij helaas. Met drummer Jan Pohl had ik dus nog nooit eerder gespeeld. Hij heeft zich fantastisch voorbereid en is een goeie kerel, “we get along great”. Vergeet niet, het is keihard werken hoor, zes avonden op rij optreden en maar één rustdag. Dat vereist een ijzeren discipline en karakter.

Je groeide op in Louisville, door wie of wat werd je daar als eerste beïnvloed om muziek te gaan maken?
- Eén van de eerste dingen wat me muzikaal heel erg aansprak was de bluegrass revival in de jaren zeventig. Ik luisterde als kind veel naar folk- en country artiesten zoals Norman Blake en Dock Watson. Er was een bluegrass club in mijn woonplaats maar ik was nog te jong om naar binnen te mogen, maar met een valse id-kaart lukte dat soms wel. Ik heb daar heel wat goede artiesten zien optreden waar ik veel van heb opgestoken, ook in de context van blues- en rockmuziek trouwens.


David op zijn PRS DGT [© foto: Corinna Neuauer 2015]

En welke gitarist zette je als eerste aan om ook elektrische gitaar te gaan spelen?
- Dat is ongetwijfeld door het Beatles album Revolver (1966) gekomen. En met name de song ‘Got to Get You into My Life’. Daarin zit een gitaarpartij [hij neuriët de riedel voor - red.] die voor mij zo magisch klonk, dat ik besloot over te stappen van drums naar de elektrische gitaar. Ik denk dus dat het George Harrison geweest is maar dat weet ik niet zeker omdat er tijdens de opnamen nog diverse extra gitaarpartijen aan het nummer zijn toegevoegd. Toen ik aanvankelijk zelf ging spelen kwamen ook Jimi Hendrix en de Rolling Stones in beeld. Mijn eerste gitaarleraar was gek met Hendrix en Keith Richards maar de volgende leraar was weer helemaal into the blues, zoals Magic Sam, BB King en Paul Butterfield. Vervolgens had ik een derde gitaardocent die mij kennis liet maken met muziek van jazzgitaristen als Wes Montgomery en bebopgitarist Kenny Burrell. Het leuke van dat alles was dat niemand in Kentucky het in zijn hoofd haalde om je te vertellen dat je al deze stijlen niet door elkaar zou kunnen spelen. Ik heb het dus over een tijd ver voor de internetblogs en fora waar kids elkaar nu vertellen wat er wel of niet cool zou zijn.

Maar uiteindelijk ben je begin jaren tachtig toch van Kentucky naar Texas verhuisd?
- In Austin gebeurde eigenlijk alles wat me toen aansprak: Lou Ann Barton, The Fabulous Thunderbirds, Joe Ely, The LeRoi Brothers. De singer-songwriter Lucinda Williams kende eigenlijk nog niemand, maar zij was het die me vroeg om in haar band te komen spelen. En na twee weken stonden we al op het New Orleans Jazz & Heritage Festival festival. “It was an eye-opening experience for me!” We sliepen in een hotel met Richard Thompson, Grandmaster Flash en Roy Orbison, en we trokken gewoon als vrienden met elkaar op! Kan je het je voorstellen? Ik, “the kid from Kentucky!”

En nu sta je zelfs vermeld in het koffietafelboek The Sound Of Austin van fotograaf Mathew Sturtevant. Trots?
- Uiteraard! Erg trots. Austin is voor mij een opbeurende stad, ik ben blij in de Texas Gemeenschap te zijn opgenomen.


Koffietafelboek The Sound of Austin van fotograaf Mathew Sturtevant

Door de plaat ‘Live at Liberty Lunch’ (1990) van Joe Ely kwam je nog meer in de spotlampen te staan. Was dat je grote doorbraak in Amerika?
- Ik weet niet of het door die plaat kwam maar optreden met Joe Ely is zeker goed geweest voor mijn persoonlijke ontwikkeling als live gitarist. Joe gaf me, anders dan ik voorheen gewend was, veel vrijheid in zijn band. Dat kon ook door de samenstelling van die band met slechts gitaren, bas en drums. Ik heb zes jaar lang erg prettig met hem gewerkt.

Toch stapte je in 1991 over naar de band van John Mellencamp om de plaat ‘Whenever We Wanted’ op te nemen en om met hem te gaan touren. Waarom?
- Dat was wéér een grote stap voor me maar ook een nieuwe uitdaging. Van de clubs en theaters naar de arena’s en televieshows, zoiets. Ik moest me weer opnieuw waarmaken want ik kwam als groentje immers zijn getrouwe gitarist Larry Crane vervangen die John al sinds 1976 begeleide. Maar John had besloten een koersweiziging in te zetten, niet alleen door “Cougar” uit zijn naam te laten, maar ook om meer stevige heartland rock zonder traditionele instrumenten zoals de viool te gaan maken. En het was echt geweldig om met hem te werken in de studio, hij kan van een drie-akkoorden folksong een te gekke rocksong maken, die gave heeft hij gewoon. Maar drie intensieve jaren met Mellencamp onderweg was genoeg voor mij.


David met Cheryl Crow, John Mellencamp, Storyville, Joe Ely Band w/ Jimmy Pettit & Bobby Keys, Derek Trucks, Warren Haynes [© foto: DG 2014]

Tijdens die Whenever We Wanted tour trad de John Mellencamp Band op 6 april 1992 in het Haagse congresgebouw op. Een optreden waar ik zelf ook als bezoeker aanwezig was. Zou het kunnen zijn dat jij daar ook was? ;)
- Absoluut. Alles van 1991 t/m 1993 heb ik nonstop met John Mellencamp meegemaakt. En ik kan me zelfs dat bewuste optreden nog goed herinneren. De enige show in drie jaar tijd waar het publiek de hele avond bleef zitten in de pluche stoelen. John wist even niet meer hoe hij het had, haha. Want zeker in de VS waren we gewend dat het publiek vanaf de eerste tonen al opstond om mee te zingen. Uiteidelijk in de toegift kwam dat toch nog goed maar het was een vreemde gewaarwording voor ons.

Na een muzikale samenwerking met de Dixie Chicks en succes met je band Storyville kreeg je meer aanzien in de muziekscene. Toch kwam je eerste solo-album pas in 2007 uit. Waarom heeft dat zo lang geduurd?
- Ik had het gewoon té druk met het voor anderen werken. Pas met Storyville ben ik meer zelf gaan schrijven. En na die tijd heb ik veel met verschillende artiesten opgenomen in Nashville. Ik had daar ook een publishing deal maar vreemd genoeg waren de songs die ik voor allerlei country artiesten schreef weer niet geschikt voor mezelf. Na een jaar of zes heb ik besloten om wél voor mezelf te gaan schrijven en componeren. Ik vind het nog steeds prima om in dienst van andere te spelen hoor, maar de meeste voldoening haal ik momenteel toch uit mijn eigen solowerk.

Inmiddels heb je vier solo-albums uitgebracht. Op de laatste ‘How It Feels To Fly’ (Wide Lode Records 2014) staan acht eigen composities maar ook twee live tribute-songs. Waarom is dat?
- Om te beginnen wist ik op de avond dat deze tribute-songs zijn opgenomen aanvankelijk niet eens dat dit zou gaan gebeuren. Toen ik het vernam hadden we zoiets van, laten we dan ook maar gelijk de classics spelen. In 1993 heb ik een aantal maanden Dickey Betts vervangen in The Allman Brothers Band, vandaar ‘Jessica’. En ZZ Top’s ‘Nasty Dogs And Funky Kings’ was één van mijn favoriete songs om te spelen toen ik nog op de Highschool zat. Ook tijdens deze tour verwachten de mensen dat we ‘Jessica’ spelen, maar zonder toetsenist beginnen we daar niet aan. Het moet natuurlijk wel een eerbetoon blijven.

Was Derek Trucks al aanwezig toen je in 1993 met de Allman Brothers Band optrad?
- Warren Haynes, bassist Allen Woody en ik waren de gitaristen in die samenstelling. Ik zag daar toen ook een jochie van 14 jaar op het podium staan en vroeg: “dat meen je niet, ga jij ook met The Allman Brothers meespelen?” Hij zei niets, speelde drie noten en ik was overtuigd! Werkelijk een reïncarnatie van Duane Allman, ik stond perplex na die eerste ontmoeting. Echt ongelooflijk! En ‘the kid’ Derek Trucks is nu nog steeds één van mijn favoriete gitaristen ooit.


David Grissom trio in Red River Saloon 2015 [© foto: René Geilenkirchen]

Je hebt met je solowerk bewezen over een unieke stijl en benadering te beschikken. Zit er alweer een vijfde plaat in de planning?
- Zeker wel, ik schrijf voortdurend. Kijk, ik realiseer me dat ik een bevoorrecht mens ben omdat ik met al die grote artiesten heb mogen spelen. Maar een geweldige gitaarpartij spelen in een geweldige song heeft zóveel meer betekenis voor me dan een “great hook” op een middelmatige song, als je begrijpt wat ik bedoel. Je streeft toch altijd weer naar het schrijven van nóg betere songs. “That’s what excites me!” Ik weet ook dat ik niet de beste zanger ben, maar ik doe het gewoon graag. Mijn zangstem doet jou aan Drive-by Truckers denken zeg je? Dat lijkt me geen belediging, ik ken ze niet persoonlijk maar ik kan me er wel mee vereenzelvigen.

We mochten een paar jaar geleden Eric Steckel interviewen. Hij was toen erg trots op zijn nieuwe PRS signature guitar. Jij was één van de eerste gitaristen die Paul Reed Smith guitars ging vertegenwoordigen. Wat heeft jou daarvan overtuigd?
- Toen ik naar Austin kwam speelde echt iedereen een Stratocaster, ik ook. Maar iets in me zei dat ik eens wat anders moest uitproberen. Ik zag een advertentie van PRS in een muziekmagazine staan en toen heb ik ze benadert. Dat was in de tijd dat ik bij Joe Ely speelde. In combinatie met een oude Marshall versterker ben ik zo langzamerhand onbewust een eigen geluid gaan ontwikkelen. In de studio heb ik altijd verschillende gitaren bij me. Op mijn Les Paul of Strat speel ik op een bepaalde manier ook fijn. Gibson en Fender zijn grote namen met een rijk verleden, PRS niet, dat is eigenlijk nog een onbeschreven boek. Ik denk dat ik dát juist zo aantrekkelijk vindt. Het is altijd lastig om te beantwoorden of je een favoriete gitaar hebt maar de PRS DGT signature is momenteel de perfecte gitaar voor mij [Zie hier een Paul Reed Smith & David Grissom video-interview - red.]


In karakteristieke half gebogen houding [© foto: Shawn Oliveira]

Wat kunnen we in de toekomst verder nog van David Grissom verwachten?
- Volgende week vlieg ik terug naar de VS en dan ben ik tien dagen vrij. Daarna ga ik drie weken met Robben Ford touren en heb ik nog wat sessiewerk te doen. Vervolgens wil ik weer zo snel mogelijk aan mijn vijfde soloalbum gaan werken, dat nu ongeveer voor de helft af is. Verder zou ik volgend jaar graag terug komen naar Europa maar de optredens moeten hier - vooral in Duitsland - zó ver van tevoren worden geboekt, dat ben ik niet gewend. Dus daar ligt nog een schone taak voor mijn agent weggelegd. Maar jullie gaan zeker nog meer van me horen.

Discografie:
2000: Texas Boy (Sky Malone With Double Trouble, David Grissom and Riley Osbourne)
2007: Loud Music (Wide Lode Records)
2009: 10,000 Feet (Wide Lode Records)
2011: Way Down Deep (Wide Lode Records)
2014: How It Feels To Fly (Wide Lode Records)

David Grissom - 2015 Tour:

Full Leiden-show with David Grissom on YouTube.

Gov’t Mule is een grillig beest

Geplaatst op 4 May 2015 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Twitter facebook YouTube E-mail

gezien & gehoord in: Cultuurpodium De Boerderij Zoetermeer
band: Gov’t Mule
datum: zondag 3 mei 2015
tekst, snapshots & filmpje: Giel van der Hoeven
foto’s © door: Johan Sonneveld - The Blues Alone?
Mule Army Recordings:
mulearmy.net/govt-mule-05-03-2015-de-boerderij-zoetermeer-netherlands

Tussen Groningen (Rythm & Blues Night) en Parijs (La Cigale) in, bracht de Amerikaanse jamrock band Gov’t Mule De Boerderij in Zoetermeer een bezoek. Tot ons grote genoegen want ‘The Mule’ staat vooral bekend als een sensationele liveact. Opgericht als sideproject in 1994 door gitarist/zanger Warren Haynes en bassist Allen Woody, die toen beide actief waren in de legendarische southern rockband The Allman Brothers Band. Gov’t Mule zette dit concept in feite op dezelfde voet voort. “Want de Allman Brothers maakte met hun southern rock een vorm van muziek wat een combinatie was van blues, rock, country, soul en jazz, ze deden dat uit het hart en op een dusdanige manier die elke trend of muzikaal hokje trotseerde”, zei Haynes hier eens over. Ondertussen is dit tijloze genre met Haynes als representant alweer ongemerkt met twee decenia verlengd. Een 20-jarig jubileum dat door Gov’t Mule treffend wordt gevierd met een uitgebreide wereldtournee.

Bleef het de dag ervoor in Groningen vanwege de festival restricties nog bij één set van acht songs, in Zoetermeer werd het een ouderwetse marathonshow van ruim 2,5 uur. Want Haynes en consorten hadden de groove te pakken en hun zinnen gezet op een solide rockconcert. En dat werd het dus ook. Met veel bluesy en jazzy invloeden uiteraard. Het kwartet opende met een drietal songs van eigen fabrikaat: ‘Steppin’ Lightly’, ‘Any Open Window’ en ‘Inside Outside Woman Blues #3′ waarin Haynes zijn Les Paul heerlijk liet janken. Met de zang was het toen nog wat minder gesteld; zijn vocals zaten in die eerste set te laag in de mix waardoor de gezongen songs helaas aan kracht moesten inboeten. Alle drie de nummers zijn afkomstig van het negende studioalbum ‘By a Thread’ uit 2009. De plaat is favoriet bij veel ‘Muleheads’ en tevens de eerste waarop bassist Jorgen Carlsson meedeed. In De Boerderij werd weer eens duidelijk dat Carlsson een avontuurlijke snarenplukker is, die ook in de geest van Gov’t Mule’s oorspronkelijke bassist, de in 2000 overleden Allen Woody, speelt.

Dat Gov’t Mule een uitgesproken jamband is komt ook tot uiting in de vele teasers die in de songs verwerkt worden. In ‘Game Face’ hoorden we flarden van ‘Mountain Jam’ en ‘Norwegian Wood’ terug. En in ‘Birth of the Mule’ een stukje Dire Straits. Amerikaanse fans gaan doorgaans helemaal uit hun bol bij het horen van dit soort plagerige intermezzi. Alsof ze ‘een lot uit de loterij trekken’. Ik heb de indruk dat Nederlandse liefhebbers hier wat nuchterder op reageren. En het slechts accepteren als functioneel zolang het maar niet richting ‘gepiel’ neigt te gaan, so happy together. In ‘Banks of the Deep End’ speelt Haynes wat gepermiteerd leentjebuur bij Neil Young (’Ohio’). En de eerste set werd afgesloten met The Allman Brothers Band instrumental ‘Kind of Bird’. Met toetsenist Danny Louis op de trombone. Geschreven door Warren Haynes en Dickey Betts nadat ze waren geinspireerd door jazz legende Charlie “Bird” Parker, door te luisteren naar vinyl platen van hem.

Set twee wordt geopend met het reggae-ritme en de frivole orgelklanken van ‘Scared To Live’. Evenals het uptempo ‘Funny Little Tragedy’ (op plaat met Elvis Costello) van het klasse album Shout! uit 2013. Erg spraakzaam is de corpulente Warren Haynes overigens niet op het podium. Veel meer dan ‘How ya doing?’ en ‘How ya feeling out there?’ kwam er zondag niet uit bij de norse bandleider. Die zingend natuulijk wél een geweldige strot heeft voor dit soort repertoire. Zoals dat ook weer te horen was in de rockballad ‘Forevermore’ en het vet-klinkende ‘Slackjaw Jezebel’. Maar het lange optreden werd ook weer gekenmerkt door erg veel gitaarsolowerk (o.a. in ‘Painted Silver Light’) en zelfs een drumsolo door Matt Abts (waar hoor je dat tegenwoordig nog?). Welbeschouwd was Joe South’s ‘Hush’ (ook bekend van Deep Purple) de enige echte coversong op deze avond. Samen dan met de twee blues traditionals in de toegift: ‘Come On in My Kitchen’ (Robert Johnson) en ‘Gonna Send You Back to Georgia’ (Hound Dog Taylor).

Helaas dus geen ‘Soulshine’ of Rolling Stones, Neil Young of Doors interpetaties in de Boerderij. Wat in het geval van Gov’t Mule best jammer is, omdat Warren Haynes een zanger/gitarist is die juist onaantastbare klassiekercovers altijd wél meerwaarde mee kan geven. Maar, ook een onvoorspelbare setlist zoals dat gisterenavond het geval was, is dan toch weer typisch The Mule! We hebben weer eens van dichtbij kunnen genieten van één van de beste gitaristen op de planeet in dit genre. Want de eigenzinnige Haynes is momenteel alom vertegenwoordigd en in topvorm.

Set 1:
Steppin’ Lightly
Any Open Window
Inside Outside Woman Blues #3
Game Face (with Mountain Jam & Norwegian Wood tease)
Banks of the Deep End
Birth of the Mule (with Money For Nothing tease)
Forsaken Savior
Kind of Bird (The Allman Brothers Band cover) (with Happy Together tease)

Set 2:
Scared to Live
Funny Little Tragedy
If Heartaches Were Nickels (Warren Haynes song)
Painted Silver Light
Drumsolo
Forevermore
Slackjaw Jezebel (with Hush Intro)
Hush (Joe South cover)(> Slackjaw Jezebel)
Encore:
Come On in My Kitchen (Robert Johnson cover)
Gonna Send You Back to Georgia (Hound Dog Taylor cover)