Archief voor de maand November 2014

Dr. John & the Nite Trippers – the spirit of New Orleans in Amsterdam

Geplaatst op 21 November 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: North Sea Jazz Club, Amsterdam
band: Dr. John & the Nite Trippers
datum: donderdag 20 november 2014
tekst & snapshots: Giel van der Hoeven
foto’s ©: nitetripper.com [K.U.]

Alleen al vanwege zijn huidige band The Night Trippers was het de moeite waard om het concert van Malcolm John Rebennack Jr. alias Dr. John (1940) in Amsterdam te bezoeken. Want zesvoudig Grammy Award Winnaar en Rock & Roll Hall of Famer Dr. John had uitsluitend topmusici meegenomen naar de North Sea Jazz Club. Onder leiding van tromboniste Sarah Morrow werd de ene na de andere mind-blowing blazers- en toetsensolo gegeven door deze heren én door de dame in kwestie zelf. Met veel genoegen hebben we ernaar geluisterd en gekeken. Maar (bewegende) beelden van dichtbij vastleggen duldde de oude voodoo-baas dit keer niet. Het viel te verwachten, want net als zijn ’soortgenoten’ Van Morrison, Tom Waits, Mick Jagger en Willy DeVille vertoont (de vandaag jarige!) Dr. John soms nukken. Niet geheel toevallig werkte hij sinds de jaren zeventig ook met genoemde heren samen, live of als sessiemuzikant.

Maar ach, met wie heeft de eigenaardige dokter nou niet samengewerkt? Teveel om op te noemen! Eind 2012 nog, stuurde hij zo’n beetje zijn complete begeleidingsband The Lower 911 de laan uit. Alleen bassist Dwight Bailey mocht toen blijven. Samen met New Orleans jazz drummer ”The King of Treme” Shannon Powell vormt hij nu dus de groovy ritmesectie van de Trippers. En waarvan gitarist Dave Yoke eigenlijk ook deel uitmaakt. Als regelmatige bezoekers van bluesconcerten zijn wij het niet gewend; maar deze avond klonken er uitsluitend ritmepartijen uit de elektrische gitaren. Want ook het spaarzame gitaarwerk van Dr. John zelf mocht solistisch verder geen naam hebben. En toch (of ondanks dat?) swingde het donderdagavond allemaal weer als een tierelier in de NSJC.

“Does anybody need a doctor?” waren de eerste woorden die bandleidster Sarah Morrow onder de klanken van ‘Doctor Iz In’ in de microfoon riep. Waarna Dr. John met zijn versierde wandelstok het podium kwam opstrompelen. Ja, de jaren van de nachtbraker gaan tellen. De dokter is niet meer helemaal gezond van lijf en leden, maar die heerlijke stem…
Als groot liefhebber van Willy DeVille kon ik destijds ook niet om deze New Orleans grootheid heen. Hun stemgeluid toonde enige gelijkenis en hun repertoirekeuze zeker ook. Mooie herinneringen bewaren we aan de New Orleans Revue in Jazz Port Hamburg 1992. Waar o.a. beide heren acte de présence gaven. Het eerste vocale nummer van vanavond, de Dixie Cups cover ‘Iko Iko’, werd daar toen ook al gespeeld. DeVille heeft het eveneens enige tijd als openingsnummer voor zijn concerten met de Willy DeVille Band gebruikt.

Alweer 44 jaar geleden kon Nederland in het Rotterdamse Kralingse bos voor het eerst kennis maken met Dr. John Creaux, die zich later Dr. John the Night Tripper ging noemen. De psychedelica en de extravagante verkleedpartijen door de voodoo-priester zijn verdwenen. Slechts een schedel op de piano, de schelpen- en kralenkettingen en wat andere versierselen herinneren nog aan die voodoo-fratsen. Wat natuurlijk wel onmiskenbaar zijn mystieke image blijft. Maar tegenwoordig komt de dokter op huisbezoek in een paars of lila New Orleans maatkostuum met bijpassende hoed, waaronder een lange gevlochten paardenstaart dartelt op de tonen van zijn vitale pianoklanken. Een gesoigneerde grijze sik, donkere zonnebril en gouden oorring maken zijn 20th century-look af.

Al snel wordt duidelijk dat juffrouw Sarah Morrow als bandleider de wind er flink onder heeft. Fanatiek deelt ze de muzikale lakens uit en ook zelf soleert ze strak (’Big Shot’) en met grote regelmaat. Daarbij beweegt ze soms alsof ze nodig moet plassen, maar in haar glimmende jurkje met daaronder witte lieslaarzen ziet ze er wel uitdagend uit. De blazers fills zijn voorzien van passende arrangementen. Zowel het 24-jarige jazz-talent Lluc Casares uit Barcelona op de tenorsax als oude rot Ronnie Cuber op de bariton sax stalen beurtelings de show. Cuber is een veelzijdig saxofonist die eerder met zijn R&B, Latin jazz en hard bop stijl artiesten als de J. Geils Band, Frank Zappa, B.B.King, Paul Simon en Eric Clapton van het betere blaaswerk voorzag.

Ook de inkleuringen van de toetsenpartijen waren helder en werden gedreven gespeeld. Behalve Dr. John zelf, die de vleugel en de elektrische piano bespeelde, mocht Bobby Floyd (o.a. Ray Charles) zich uitleven op het Hammond B-3 orgel. En dat deed hij zelfs letterlijk in het hilarische lied ‘How Come My Dog Don’t Bark (When You Come Around)’, dat eindigde met braaf blaffende bandleden. Een enkele keer stond Dr. John met behulp van een roadie en zijn wandelstok op om gitaar te spelen of om met de kralen-percussie te rammelen. Hij is een virtuoos pianist en een redelijk gitarist. De gitaar gaf hij ooit op als hoofdinstrument nadat zijn linker ringvinger geraakt was door een verdwaalde kogel. Maar sindsdien kunnen we wel genieten van zijn kleurrijke mengsel van swingende pianoblues, boogie woogie, zydeco, jazz, rock-’n-roll en lekker rammelende voodoo-funk.

Tijdens het bescheiden hitje ‘Right Place, Wrong Time’ uit 1973 en vooral met ‘What a Wonderful World’ werd het overwegend zittende NSJ Club publiek ook wat rumoeriger. De bekende poptraditional staat op Dr. John zijn recente album Ske-Dat-De-Dat (The Spirit Of Satch - 2014). The Night Tripper’s eerbiedige tribute aan New Orleans trompetist Louis ‘Satchmo’ Armstrong, en waarop het repertoire een complete transformatie volgens het bekende doktersrecept heeft ondergaan. Hetzelfde gold donderdag live voor de Lead Belly cover ‘Goodnight, Irene’. Dat door de up-tempo versie met achtergrondzang van Sarah een soulful meeklap-gehalte kreeg. ‘Motherless Child’ van het Ske-Dat-De-Dat album was daarentegen juist een spaarzaam rustpuntje in deze typische New Orleans show in een broeierige sfeer. “Komt een man bij de dokter…”, kent u die al? Hij blijft steengoed!

Vrijdag 21 november zal het hele gezelschap nogmaals optreden in TivoliVredenburg tijdens het avant-gardistische Le Guess Who?-festival. VPRO Vrije Geluiden neemt dit concert op; het resultaat is a.s. zondagavond op Radio 6 te horen.

SETLIST: The Doctor Iz In; Iko Iko (The Dixie Cups cover); Renegade; Locked Down; How Come My Dog Don’t Bark (When You Come ’round); Goin’ Back To New Orleans (Joe Liggins cover); I Walk on Guilded Splinters; Right Place, Wrong Time; Let The Good Times Roll; Get Away; Old Settlers; What a Wonderful World (Louis Armstrong cover); Do You Call That a Buddy?; Big Shot; Goodnight, Irene (Lead Belly cover); Sometimes I Feel Like a Motherless Child; Big Chief (Professor Longhair cover); band introduction; Croaker Countbullion; Such a Night.

Popprijs Westland 2014 finale 151114

Geplaatst op 17 November 2014 door Giel

Zaterdag 15 november 2014 vond in Nederland Drie in Wateringen de finale plaats van de 2e editie van Popprijs Westland. Een initiatief van WPC Nederland Drie en Muziek Centrum Westland. De finalisten waren: Harvest Road, FON 14, Betrayed bij Rage en 12:04 [Twelve04]. Alle vier de bands kregen op weg naar deze finale professionele bandcoaching en twee bands gingen tot slot nog aan de haal met: een phototshoot (best band performance) en studiotijd bij Mantis Audio en een optreden op het DijkRock Festival 2015 (beide voor de beste band). Eervolle vermeldingen waren er voor alle deelnemers, organisatie, sponsoren én fans/bezoekers! Zie hier een beeldimpressie van de finale-uitslag plus de reactie van de winnaars:

BANDS:

12:04
Members: Myscu (vocals), Stephan (bass), Eddo (drums), Mark (guitar).
Genre: Grooving mix of Rock, Funk and Rap
Hometown: Nederland en Omstreken

Betrayed By Rage
Members: Peter van der Scheer (vocals), Toby Weidmann (drums), Robin van Lier (bass/backing vocals), Koen Smits (lead guitar), Eizejan Vellekoop (rhythm guitar).
Genre: Metal.
Hometown: Naaldwijk

Fon 14
Members: Bradley Pigmans (zang), Leonard de Jong (gitaar), Jesper Boon (drums), Sjoerd Schaap (basgitaar).
Genre: Rock.
Hometown: Westland

Harvest Road
Members: Rafael vd Wel (zang/gitaar), Jos Zuiderwijk (drums), Robert Verkade (bas) Niels Molenaar (toetsen/ gitaar), Jeroen Voogt (gitaar).
Genre: Southern rock, country, rock ‘n roll, funk, pop, indie rock en blues.
Hometown: Westland.

Twee van de vier finalisten speelden op donderdagavond 6 november ook op de Muziekzolder in Maasdijk.

Een aangenaam avondje Counting Crows

Geplaatst op 15 November 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Heineken Music Hall, Amsterdam
band: Counting Crows
support: Lucy Rose
datum: vrijdag 14 november 2014
tekst: Giel van der Hoeven
foto’s © door: Arjan Vermeer - The Blues Alone? [alle foto’s]

Tien jaar geleden mocht ik in Ahoy’ Rotterdam live getuige zijn van het onverwachte huwelijk tussen Counting Crows en Bløf. Hun muzikale huwelijksreis met als voornaamste bestemming Spanje tot besluit (‘Holiday in Spain’) werd een openbare trip waarvan iedere muziekliefhebber inmiddels kennis heeft genomen. Als dank leverde dit de alternatieve rockband uit Berkeley (Californië) samen met de Nederpopgroep Bløf uit Middelburg (Zeeland) een dikke tweetalige nummer-1 hit op. En, een fikse uitbreiding van de tot dan toe toch al zo fanatieke Crows fanbase in ons land. Een decennium later wil het met de hits niet meer zo lukken. Maar de Amsterdamse HMH was wel weer uitverkocht. Met fans van het eerste uur die er 20 jaar geleden in de Melkweg ook al bij waren, of elf jaar geleden tijdens één van de drie uitverkochte concerten in diezelfde HMH wat resulteerde in het album ‘New Amsterdam: Live at Heineken Music Hall’ (2003). Maar ook met (nog steeds) nieuwe aanwas. Want hun zevende studioalbum ‘Somewhere Under Wonderland’ (2014) staat weer vol met wonderschone pakkende liedjes met kop en staart die jong en oud aanspreken.

Stipt half negen klonk de soulclassic ‘Lean On Me’ van Bill Withers uit de speakers. Tijdens dat concertintro betrad de zevenkoppige band met voorop frontman Adam Fredric Duritz (1964) het podium. Zijn dikke zwarte dreadlocks sieren zijn uitgestreken hoofd als manen van een leeuwenkoning. Sommige (Duritz zelf niet uitgezonderd) zagen en hoorden in het verleden de nieuwe Bob Dylan in hem en Counting Crows zou The Band van de jaren negentig zijn. En misschien waren/zijn ze dat ook wel. Het gezelschap staat in hoog aanzien bij een grote groep muzikale fijnproevers en popcritici. En voor hun publiek zijn het getalenteerde hardwerkende musici zonder sterallures. ‘Time and Time Again’ was het openingsnummer. De slepende ballade met dragende orgelpartijen staat op het debuutalbum August and Everything After. Destijds in 1993 de eerste kennismaking met de Crows en een album met louter klasse songs die ook nu nog live gespeeld erg grote impact hebben.

‘Scarecrow’ is de tweede single van het nieuwe album en één van de maar liefst zeven nieuwe nummers die deze avond gespeeld zouden worden. Waaronder ook de eveneens catchy nummers: ‘Elvis Went to Hollywood’, ‘Earthquake Driver’ ("a song about a big fucker") en ‘Cover Up the Sun’, die allen ook zomaar op singel uitgebracht kunnen worden. En het met een beetje medewerking van de nationale radiomannetjes probleemloos tot radiohits kunnen gaan schoppen. Het wat gecompliceerdere ‘John Appleseed’s Lament’, de folksong ‘God of Ocean Tides’ dat in de ("sort off") akoestische set zat en de eerste toegift, het E Street Band-achtige ‘Palisades Park’ met jazzy intro en prettige tempowisselingen waren de andere drie ‘Somewhere Under Wonderland’ tracks. Eigenlijk allemaal songs die onopgemerkt in het bestaande repertoire passen. Mits je ze kent natuurlijk, want zij die er uitsluitend voor ‘de hits’ waren, kwamen van een koude kermis thuis. ‘Four Days’ ("Get yourself a bass Immer!") en ‘Mrs. Potter’s Lullaby’ waren weer afkomstig van het derde studioalbum This Desert Life uit 1999.

Uiteraard kregen de HMH-bezoekers wel de hit ‘Mr. Jones’ te horen, waarvan het refrein ook verwoed werd meegezongen. Ook, in een soort shuffle-versie, de Joni Mitchell cover ‘Big Yellow Taxi’, met David Bryson en Dan Vickrey beide op de akoestische gitaar. En natuurlijk ‘Rain King’ - ritmisch een tempootje hoger - en ‘Holiday In Spain’, dat door Adam werd opgedragen aan zijn vrienden van Bløf. Twee bekendere C.C. hits die zaten in het afsluitende toegiftenblok. Bij de hitsingle ‘A Long December’ van het tweede album Recovering the Satellites (1996) met Adam achter de piano werd ook door de andere bandleden een arsenaal aan instrumentatie aangerukt. Charles Gillingham speelde accordeon en David de mandoline. Ook hier zong het publiek hartstochtelijk mee als begeleidend koor en werd er in de zaal gezellig mee gewuifd. Tijdens ‘Omaha’ zochten Adam en Charly met accordeon beide de buitenkanten van het podium op om de aanwezigen extra aan te sporen uitvoerig mee te zingen. Het tekstueel ietwat provocerende ‘Miami’ was ook weer één van de hoogtepunten en bleek bij veel fans nog steeds één van de favorieten te zijn.

Ultra intieme momenten waren er verder met de piano/orgel ballades ‘Black and Blue’ en ‘Goodnight L.A.’ van Hard Candy uit 2002. En met de Jackson C. Frank cover ‘Blues Run the Game’ waarbij David Immerglück, Adam solo en sober begeleide op de akoestische gitaar. Over ‘Start Again’ (een Teenage Fanclub tribute) vertelde Adam dat ze de song al langere tijd gebruikte tijdens de soundchecks ("I play this song everyday"), maar dat ze het deze tour ook standaard in de setlist hebben opgenomen. Het slot van die reguliere set was net als de opener een song van August and Everything After. Een zeer dynamische uitvoering van ‘A Murder of One’ op een fel rood belicht podium met een even zo felle gitaarsolo door Dan Vickrey. De uitvoerige podiumbelichting deze avond met ook enkele schijnwerpers op de zaal gericht was soms zelfs té overdadig. Mijns inziens een overbodige ‘toegevoegde waarde’ bij deze overwegend melancholische C.C. muziek.

Het geluid werd daarentegen uitstekend via het PA systeem weergegeven, en vooral de drumpartijen door Jim Bogios knalde loepzuiver uit de speakers (dat is met drums ook wel eens anders). Onder de tonen van ‘California Dreamin’ van de Mamas & The Papas verlieten de bezoeker met een grote glimlach op hun gezichten de zaal. Na voor de zoveelste keer een indrukwekkend Counting Crows concert bezocht te hebben. Optredens die nooit extreem uitbundig zijn maar ook nooit saai. Wel boeiend en plezierig. Precies de reden waarom je een aangenaam avondje live muziek wilt beleven.

SETLIST: Time and Time Again; Scarecrow; Four Days; Elvis Went to Hollywood; Mr. Jones; Black and Blue; Start Again (Teenage Fanclub cover); Omaha; Possibility Days; Mrs. Potter’s Lullaby; John Appleseed’s Lament; Miami; Acoustic set: God of Ocean Tides; Goodnight L.A.; Big Yellow Taxi (Joni Mitchell cover); Blues Run the Game (Jackson C. Frank cover). Earthquake Driver; A Long December; Cover Up the Sun; A Murder of One. Encore: Palisades Park; Rain King; Holiday In Spain.

LINE-UP:
Jim Bogios – drums, percussion, harmony vocals
David Bryson – guitar, acoustic guitar, harmony vocals
Adam Duritz – lead vocals, piano, harmony vocals
Charlie Gillingham – keyboards, piano, Hammond B3 organ, Mellotron, harmony vocals
David Immerglück – guitar, pedal steel guitar, mandolin, vocals, harmony vocals
Millard Powers – bass guitar, harmony vocals
Dan Vickrey – guitar, 12-string guitar, harmony vocals.

Kenny Wayne Shepherd in de NSJC - ‘the blues is for everyone’

Geplaatst op 14 November 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: North Sea Jazz Club, Amsterdam
band: The Kenny Wayne Shepherd Band
datum: donderdag 13 november 2014
tekst & filmpjes: Giel van der Hoeven
foto’s © door: Arjan Vermeer - The Blues Alone? [alle foto’s]

In zijn thuisland Amerika is Kenny Wayne Shepherd (37) duidelijk grotere venues en podia gewend. Want tijdens de laatste toegift ‘Voodoo Child’ keek de gitaarvirtuoos donderdag eerst even naar boven of het plafond wel hoog genoeg was, alvorens hij zijn gitaar triomfantelijk verticaal de lucht in zou gaan steken. Een gebaar dat overigens meer dan terecht was na het enige maar prima optreden in Nederland dat KWS met zijn band in het kader van de Europese Goin’ Home najaarstour 2014 had gegeven. De Amsterdamse North Sea Jazz Club was ook niet bepaald het ideale podium bij uitstek voor deze bluesrocker. Maar in ons land (en ook in de rest van Europa) moet de succesvolle Amerikaan het nog steeds van clubs van dit kaliber hebben, om hier uiteindelijk ook stevig voet aan de grond te krijgen bij een groter publiek. En evenals in de Melkweg 2013 en dit jaar ook nog in Atak Enschede en op het Moulin Blues Festival in Ospel, hadden zijn trouwe fans weer geen spijt van een bezoekje aan hún held.

Een onopvallende grootheid dus die desondanks toch alweer bijna twee decennia aan de top staat van de internationale blues- en bluesrock scène met de bijbehorende live reputatie. En die met ‘Goin’ Home’ dit voorjaar een ijzersterk bluesrock album uitbracht. “Het is mijn waardering voor een aantal van mijn allergrootste helden en hun muziek". Zo betitelde Kenny Wayne Shepherd de plaat - alweer zijn achtste album - die werd opgenomen in zijn hometown Shreveport (Louisiana). Hij doelde met ‘helden’ op onder meer: Stevie Ray Vaughan, Albert en BB King, Muddy Waters en Huddie ‘Lead Belly’ Ledbetter. Sommige zagen Shepherd destijds dan ook als de opvolger van eerstgenoemde, de onvolprezen SRV-man. De Texaan die kleine Kenny 30 jaar geleden al op zevenjarige leeftijd eens mocht ontmoeten. Het bleek achteraf een onvergetelijk moment voor hem te zijn, maar óók zijn inspiratiebron voor het leven! En eigenlijk is KWS zelf momenteel té goed om in andermans schaduw te staan. Zijn illustere voorganger in bluesheaven zal dat ongetwijfeld beamen. Dat deden ook de aardse aanwezigen in de volgepakte NSJ Club, met enkel staanplaatsen dit keer.

Want dat werd gelijk al duidelijk tijdens de stampende opener ‘Never Lookin’ Back’ waarbij de Kenny Wayne Shepherd Band, met leadsinger Noah Hunt voorop, er gelijk al een flinke snok aangaf. Hunt is sinds 1997 ‘the voice’ van de KWS Band en neemt dan ook de meeste zangpartijen voor zijn rekening. Met een beetje van zichzelf en een beetje van Paul Rodgers weet hij de zangrecepten – zoals o.a. in Dylan’s ‘Everything Is Broken’ – pittig te kruiden. Bij SRV’s ‘The House Is Rockin’ nam de gitaarmeester zelf plaats achter de microfoon terwijl Noah Hunt de slaggitaar ter hand nam. Kenny heeft een enigszins funky stemgeluid dat meer bij de blues-based rocksongs past dan bij het meeste standaard blues materiaal. Met voormalig SRV’s Double Trouble drummer Chris Layton binnen de gelederen rockte het huis inderdaad al in een vroegtijdig stadium, ‘Don’t bother knockin’!’ Opvallend genoeg was dat tevens het enige up-tempo nummer van ‘Going Home’ (2014) dat we deze avond te horen kregen. B.B. King’s blues ballad ‘You Done Lost Your Good Thing Now’ was een andere van dat album. In combinatie met de B.B. medley werd het een extra lange versie waarbij Kenny een heerlijke walsende bluessolo speelde op zijn zwarte KWS racing-stripe signature Strat gitaar.

Eén van die momenten ook waarop Noah Hunt – die ook regelmatig de tamboerijn liet rinkelen en rammelen – het podium kon verlaten om de spots volledig op de stergitarist te laten schijnen. Gelegenheden ook waarin deze gitarist met de looks van een surfer-dude transformeerde in een ware blues-hero. Want “the blues is for everyone” zo liet KWS ons vanaf het podium weten. Verder kregen we een gevarieerde setlist voorgeschoteld met “many songs of many different albums”, zoals Shepherd dit ook al zelf aankondigde. Dus zowel eigen composities als tribute/coversongs die varieerde van Iggy Pop’s ‘Search and Destroy’ (ook al gezongen door Kenny) tot de blues traditional ‘Talk to Me Baby’ van Elmore James. Welke hij vorig jaar nog met het side-project The Rides (met Stephen Stills en Barry Goldberg) opnam.

De Engelsman Tony “Fretless Monster” Franklin is de vierde zwaargewicht in de KWSB. Hij heeft als bassist een reputatie om ‘U’ tegen te zeggen. Sinds de jaren tachtig begeleide hij heel veel grote artiesten zoals Roy Harper, Jimmy Page, Paul Rodgers, David Gilmour en Kate Bush, en hij speelde o.a. in de bands Blue Murder en Whitesnake. Hij introduceerde destijds ook de fretless basgitaar bij het hard rock/heavy metal publiek (vandaar die bijnaam). Franklin is met zijn vet klinkende en flitsend uitziende frettles basgitaar absoluut een aanwinst voor deze KWS Band. Kenny zelf had ‘The One’, zijn vintage 61-strat, dit keer thuis gelaten ten faveure van zijn eigen signature modellen.

En helaas doet toetsenist Riley Osbourn (o.a. Willie Nelson) ook niet mee tijdens deze Europese tour. Zijn B-3 Hammond geluid en de Rebirth Brass Band maken die recente plaat juist zo smeuïg. Evenals natuurlijk de gastbijdragen van Kenny’s muziekvrienden Ringo Starr, Joe Walsh, Warren Haynes, Keb’ Mo’, Robert Randolph, Pastor Brady Blade, Sr. en Kim Wilson (Fabulous Thunderbirds). Maar, óók live als power-quartet kwam de KWS Band zeker weer uitstekend uit de verf, mede omdat het repertoire onberispelijk op deze viermans line-up was aangepast. In de lange encore speelde het kwartet tot slot de KWS signature song ‘Blue on Black’, die net als diverse ander eigen songs ook fanatiek werd meegezongen. En ‘I’m A Kingbee’ (Slim Harpo) plus de tiptop cover-climax: Fleetwood Mac’s ‘Oh Well’ en een briljante versie van de Jimi Hendrix klassieker ‘Voodoo Child’.

Prijzenpakker Shepherd weet zijn talenten dus passievol te benutten, hij heeft groot respect voor zijn voorgangers en weet ook nog eens adepten te inspireren met zijn spel en stijl. Bovendien heeft hij zich in de afgelopen 20 jaren geprofileerd als een werklustige topper. Want tussen het toeren door is er nu ook alweer nieuw materiaal voor The Rides geschreven om in het najaar op te gaan nemen. Daarna zien we hem graag volgend jaar graag weer terug met – wie weet – het super sessie trio The Rides of weer met zijn eigen (uitgebreidere?) band voor nog meer Europese optredens, op podia zonder verlaagde plafonds. Want, zoals hij al eerder concludeerde: “verschillende dingen uitproberen is evolueren, als musicus en als persoon".

SETLIST: Never Lookin’ Back; Everything Is Broken (Bob Dylan cover); Butterfly; The House Is Rockin’ (Stevie Ray Vaughan and Double Trouble cover); King’s Highway; True Lies; Search and Destroy (Iggy Pop cover); Heat of the Sun; Talk to Me Baby (Elmore James cover); Deja Voodoo; Born With A Broken Heart; B.B. King medley: Woke Up This Morning/You Done Lost Your Good Thing Now; Dark Side Of Love; Shotgun Blues. Encore: Blue On Black; I’m A Kingbee (Slim Harpo cover); Oh Well (Fleetwood Mac cover); Voodoo Child (Hendrix cover).

Blues aan Zee festival als multifunctioneel vermaak

Geplaatst op 9 November 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: De Noviteit in Monster Westland
evenement: 13e Blues aan Zee festival
datum: zaterdag 8 november 2014
tekst & filmpje door: Giel van der Hoeven
foto’s door: © Johan Sonneveld
voor: The Blues Alone?

De 13e editie van het indoor Blues aan Zee festival had een programma om de vingers bij af te likken. Want de crème de la crème van de blues scène gaf in de Noviteit acte de présence. Qua muziekgenres was er dan ook ruim te kiezen. Uiteraard was alle muziek wel in sterke mate gebaseerd op de traditionele bluesmuziek. Maar de Blues kent vele variaties en gezichten. En een groot aantal daarvan kwam zaterdagavond voorbij in vier speciaal daarvoor ingerichte zalen. Er viel onder meer te genieten van rustige luistermuziek, jazz- en funk georiënteerde artiesten en keiharde bluesrock als muziek- én dansvorm. Met tussendoor ook nog eens de mogelijkheid om rustig te eten en drinken of lekker bij te kletsen in de foyer van het luxe zalencomplex. Een avondje blues als multifunctioneel vermaak dus.

Alleen al op de Mainstage in de Tuinzaal waren de hele avond een aantal toppers uit de Nederblues scène actief. Oké, zangeres/violiste Dede Priest van het trio Tangled Eye mag dan uit Dallas (Texas) afkomstig zijn, sinds ze gestrand is in ons kikkerland is ze een graag geziene dame in het Nederblues circuit en daar buiten. En ook haar metgezellen gitarist Jan Mittendorp en drummer (ook bassist) Jasper Mortier zijn geen onbekenden bij de rechtgeaarde bluesliefhebbers. Beide namen eerder meerdere malen - voornamelijk Amerikaanse - bluesartiesten op sleeptouw. Met Tangled Eye brachten ze in januari het goed ontvangen album ‘Dream Wall’ uit en sindsdien struinen ze ook naarstig de Europese bluespodia af. Hun originele - vaak dansbare - roots music sloeg goed aan bij het Westlandse publiek.

Jean Paul Rena en zijn band zagen we evenals Tangled Eye dit jaar al eerder optreden op het De Koninck Bluesfestival in Delft. En later dit jaar ook nog eens solo tijdens de Barre Blues XL kroegentocht, eveneens in Monster. Maar de Haagse boogieman speelt eigenlijk nooit dezelfde set dus blijft het altijd spannend en boeiend. Omdat dit trio het festival om acht uur in The Chapel opende waren er helaas nog niet al teveel bezoekers binnen. Dat was jammer voor hun maar vooral voor diegene die de originele JPR roots-rock en dance-stomps gemist hebben. Ook het jonge muzikanten collectief Ashtraynutz met daarin o.a. de tweeling Joël & Tess Gaerthé (zang), Darryl Ciggaar (drums) en Nick Croes (gitaar) liepen wij van TBA? dit jaar al een paar keer eerder live tegen het lijf. En niet alleen v.w.b. hun leeftijden maar ook muzikaal lijkt het zestal per optreden volwassener te worden. Nee, hun muziek heeft weinig met authentieke blues te maken maar de mix van soul, funk, blues, jazz en zelfs hiphop is zeer aanstekelijk en werkt erg goed op het humeur. Prima dat de BaZ organisatie ook oog heeft voor de happy urban-folk van deze ongekende talenten.

Zowel Duketown Slim, David Philips als Mattanja Joy Bradley & Alex Akela gaven een ingetogen (semi-)akoestisch optreden in de Poortzaal, voor deze gelegenheid Juke Joint genaamd. Het kleinste vermaakscentum van dit festival met een podium dat was omgeturnd tot een 19e eeuws etablissement. De van oorsprong Bosschenaar Imco ‘Duketown Slim’ Ceelen kwam binnen met een lichte verkoudheid maar vertrok gelukkig zwaar tevreden. Hij liet horen dat vooroorlogse (delta) blues niet altijd kommer en kwel hoeft te zijn. Hij deed dat met verschillende type gitaren, attributen en diverse mondharmonica’s als toegevoegde waarde. Zijn stem is geknipt voor dit genre en zijn passie voor deze oerdegelijke eerlijke muziek is groot. De gesproken songintroducties waren boeiend en soms leerzaam. Zo wist hij op ludieke wijze te vertellen dat de stalen resonator gitaar niet alleen is ontwikkeld om meer volume te krijgen maar ook om fluitende kogels van ontevreden klanten af te ketsen. Zijn ‘klanten’ waren in elk geval wel tevreden gezien de vurige maar vreedzame reacties die hem uiteindelijk ten deel vielen.

De Engelsman David Philips draaide een ‘double shift’ deze avond. Hij was zowel in de Juke Joint als in de Cotton Club te horen en te zien. Ook hij speelde akoestisch maar tapte weer uit een heel ander muzikaal vaatje. Zijn eigen composities zijn duidelijk geïnspireerd door de jazz, maar we hoorde voornamelijk traditionele folk en alt-country invloeden in zijn repertoire. Echte luistermuziek die zeer laid-back klonk. Wellicht heeft het feit dat hij de laatste jaren in Barcelona woont daar ook iets mee te maken.

Na zeven jaar was Mattanja Joy Bradley eindelijk ook weer eens te gast bij Blues aan Zee. Samen met de klassiek geschoolde violist en multi-instrumentalist Alex Akela speelden ze voornamelijk repertoire van haar solo CD ‘Wake Me Up’ (2013). Zelfs één covertje, het verbluesde ‘Silhouette’ van Lisa Lois uit ‘De Beste Zangers van Nederland’. Maar ook composities van haar band Bradley’s Circus, waarmee ze in 2007 al in de BaZ Cotton Club aantrad. En, zo benadrukte ze: “Bradley’s Circus bestaat nog steeds en komt binnenkort met een tweede live CD!” Ook Mattanja omkleedde haar songs met genoeglijke babbeltjes, hetgeen dit soort voorstellingen nóg huiselijker maakt. Binnenkort vertrekt ze voor een jaartje naar de USA om daar al rondtrekkend inspiratie op te doen voor een tweede solo album.

Het rocktrio De Wet en blueszanger/gitarist Big Bo waren de anderen twee acts in The Cotton Club. De rauwe vuige blues met Motown invloeden van eerstgenoemde mannen knalde letterlijk de kelder uit. Volgens sommige net iets te hard voor zo’n kleine ruimte. Maar dat de Rijnmonders, gitarist Edmond Bravenboer, bassist Roger Groen en drummer Mel Hage goed bezig zijn staat vast als een ongeschreven wet.

Big Bo (Bo Brocken) oogstte ook veel waardering van het enthousiaste kelderpubliek. En zelf prees hij de Blues aan Zee organisatie voor deze fijne avond, da’s altijd leuk om te horen natuurlijk. Big Bo is gepokt en gemazeld in de internationale blues scène met o.a. de powerblues formatie Slow Blow Fuse maar vooral als soloartiest. Vandaar dat alles wat deze Bra-Bo deed authentiek en doorleefd klonk.

De Peter Green Tribute Band (Mainstage) is een initiatief van gitarist Will Sophie (o.a. Oberg, Erwin Nijhoff) en gitarist/zanger Richard van Bergen (o.a. Rootbag, Qeaux Qeaux Joans). Drummer Jody van Ooijen en bassist Roelof Klijn vormen de strakke ritme-sectie. Peter Green was eind jaren 60 de oprichter van Fleetwood Mac, en heeft wereldwijd nog steeds veel diehard volgers. Klassiekers als ‘Need Your Love So Bad’, ‘Black Magic Woman’, ‘Albatross’ en ‘Oh Well’, maar ook obscuur werk (o.a. ‘Rattlesnake Shake’, ‘Man Of The World’) werden vakkundig en enthousiast onder grote belangstelling door deze band gespeeld en monden soms uit in een jam de la crème. Door liefhebbers voor liefhebbers dus! Ook The MarbleTones is zo’n band die authentieke ’60’s maar ook 50’s style rhythm and blues speelt. Hard-hitting rock & roll met solid funk grooves, zoals ze dat zelf graag zeggen. Zanger/bassist Anne-Maarten ‘Hills’ van Heuvelen heeft er in elk geval de attitude and skills voor. Samen met bluesharpist Ben ‘Thumb’ Bouman , gitarist A.J. ‘Tubeman’ Folkerts en de nieuwe drummer Rogier Berben gaven ze in The Chapel een stomend optreden dat deed (terug) denken aan de hoogtijdagen van The Red Devils en The Fabulous Thunderbirds.

De slot act was King of the World. De band rond ex-Cuby + Blizzards gitarist Erwin Java en volgens kenners verplichte kost voor elke bluesliefhebber. Althans, als je van gevarieerde popblues houdt met soul, jazz en New Orleans invloeden. Zanger/bassist Ruud Weber (o.a. Snowy White) drukt met zijn warme stem duidelijk een stempel op het bandgeluid. Een sound waarin ook het freaky keyboard geluid door Govert van der Kolm op zijn Hohner en Hammond toetsen prominent aanwezig is. En waarbij drummer Fokke de Jong (o.a. Normaal) de andere helft vormt van de strakke ritmesectie. Toch ontbrak op de BAZ mainstage enigszins het kippenvelgevoel dat de platen ‘Can’t Go Home’ (2013) en ‘KOTW’ (2014) - of voorgaande optredens - steeds zo kenmerkte. En dat had niets te maken met de inzet of beleving van de bandleden zelf - ze gaven ook nu weer 100% ondanks het late aanvangstijdstip van half één - maar meer met het aanwezige publiek dat blijkbaar nog niet voldoende bekend was met de eigen composities van deze band. Overduidelijk toch de grootste aanwinst voor het Nederlandse bluescircuit sinds hun oprichting begin 2012.

Al met al toch weer een ouderwetsch aandoend bluesavondje ter leering ende vermaeck. Met een prima uitgebalanceerde line-up en dik tevreden bezoekers. Het enige minpuntje was dat het bezoekersaantal t.o.v. van de twaalf voorgaande edities enigszins achterbleef. Naar alle waarschijnlijkheid mede te wijten aan andere evenementen (o.a. Golden Earring concert) in de buurt voor dezelfde doelgroep. Wellicht een lesje voor de volgende keer voor muziekminnend en organiserend Westland.

De line-up:

THE CHAPPEL
Jean Paul Rena band
Ashtraynutz
Marble Tones

JUKE JOINT
Duketown Slim
David Philips (UK)
Mattanja Joy Bradley & Alex Akela

THE COTTON CLUB
De Wet
Big Bo
David Philips (UK) (reprise)

MAINSTAGE
Tangled Eye (USA)
Peter Green Tribute Band
King of the World