Archief voor de maand July 2014

Tail Dragger, blues singer en showman [interview]

Geplaatst op 8 July 2014 door Giel

Exclusief interview met: James Yancy Jones a.k.a. Tail Dragger
door: Giel van der Hoeven
voor: The Blues Alone?
foto’s: © Arjan Vermeer & José Gallois & Giel
locatie: De Muziekzolder Maasdijk
datum: vrijdag 5 juni 2014

James Yancy Jones a.k.a. Tail Dragger, wie kent hem niet? Binnen de blues scene kent bijna iedereen hem maar buiten dat circuit weer bijna niemand. Zo eenvoudig is dat. Net zo eenvoudig als dat zijn energieke songs en charismatische teksten klinken eigenlijk. Mede dankzij de bluespioniers Robbert Fossen & Peter Struijk staat Tail Dragger ook in Nederland weer volop in de belangstelling. De afgelopen maanden toerde hij daarom regelmatig door Europa met de Fossen & Struijk Band als begeleiders. Een paar uur voor het optreden op de Maasdijkse Muziekzolder stond de charmeur op leeftijd het toe dat we hem even spreekwoordelijk aan zijn gouden tand zouden voelen. Terwijl de band on-stage aan het soundchecken was, zochten wij in alle rust het gezellige tuinhuisje op van de familie Wennekers (eigenaars van de Muziekzolder). Met een glas whisky zeeg mister Jones daar neer in een rotan fauteuil. Zittend in de zachte zonnestralen die de naderende zomer aankondigden en door het raampje naar binnen vielen, gniffelde hij: “just like home”. En ja, wat moet je een bejaarde zanger dan nog vragen als hij zich thuis voelt en waarschijnlijk toch alles al honderden keren over zijn leven verteld heeft? “What ever you wanna ask”, was daarop zijn korte en simpele antwoord. En dat deden we dan ook maar. Een interview met ‘the world famous Chicago West Side blues singer and showman’, Tail Dragger.

Welkom meneer Jones. U bent op 30 september 1940 geboren in Altheimer, een plaats in de Amerikaanse staat Arkansas. Zijn er nog steeds familieleden waar u contact mee heeft?
- Ja, mijn moeder leeft nog en ze is nu 89 jaar. Ze woont op zichzelf in Chicago want ze ziet het niet zitten om naar een verzorgingshuis te gaan. Bij haar kom ik nog wel vaak omdat ik zelf ook in Chicago woon. Ik heb elf kinderen uit zes huwelijken waarvan er helaas twee overleden zijn. Ze hebben allemaal hun eigen bezigheden en wonen verspreid in Chicago en in de staten Arkansas en North Carolina. Met hen heb ik minder contact omdat ik vaak op reis ben. Niet één van hen is ook de muziek ingegaan trouwens.

Hebt u zelf heel uw leven al muziek gemaakt?
- Nee, ik was een jongen van het platteland maar ben altijd al met tractors en trucks bezig geweest. De blues muziek sprak me al wel vroeg aan. Op school zong ik vaak ‘blues’ liedjes voor de meisjes in de gangen en zo, ha ha. Maar op mijn 18e jaar trouwde ik voor het eerst. En vier jaar en drie huwelijken later had ik al vier kinderen. Dus er moest wel brood op de plank komen natuurlijk. Ik heb ook nog even in militaire dienst gezeten en ben daarna vrachtwagenmonteur en -chauffeur geweest in Texas. Ik heb zelfs “my own eighteen wheels” gehad, een eigen truck dus. Ik heb van alles vervoerd, van brood, vis en vlees tot aan staal en stukgoed. Maar ja, na al die mislukte huwelijken werd het tijd om echt de Blues te gaan zingen.

U wordt beschouwd als een trouwe discipel van de legendarische Amerikaanse blueszanger, gitarist en bluesharpspeler Howlin’ Wolf (1910-1976). Hoe is dat zo gekomen?
- In de jaren zestig verhuisde ik naar Chicago (Illinois) omdat ik daar kon werken als automonteur. Ik was net weer getrouwd en mijn moeder woonde er ook. Er was daar een levendige blues scene met clubs aan de rivier in de West- en South Side van Chicago. Howlin’ Wolf stond in die jaren onder contract bij Chess Records en trad vaak op in de Chicago bluesclubs. Ik kwam daar met vrienden omdat we allemaal van bluesmuziek hielden. En zelf zong ik dus ook, maar ik trad toen nog niet op. Ik kende Wolf al langer [Chester Arthur Burnett was de echte naam van Howlin’ Wolf - red.] maar raakte steeds meer onder de indruk van die reus ("6 feet 3 and close to 275 pounds") op het podium met zijn doorleefde stemgeluid. Iedere zaterdag gingen we weer naar bluesclub optredens in de stad en ondertussen leerde ik zelf ook gitaar spelen.

Met welke band heeft u zelf voor het eerst live opgetreden?
- Ik zat daar in een kroeg en een kerel die zich Necktie Nate noemde speelde er Howlin’ Wolf nummers. Dus na afloop zei ik tegen hem: “Man, I can also sing that shit!” En hij zei: “you’re lying, let’s bet us a half pint of whiskey you can’t". De keer daarna deed ik met hem mee en de mensen vonden het prachtig. Sinds die tijd zing ik live voor publiek. Mijn eerste eigen band was met de gitaristen Frank Thomas en Little Monroe Jones en drummer Kansas City Red. Op een dag ben ik naar ‘Wolf’ gegaan en heb ik hem gevraagd of hij me kon helpen. Want ik zong dan wel maar had weinig timing en ritmegevoel. Hij zorgde ervoor dat ik in de bluesclubs kon gaan optreden en dat ik later in zijn band terecht kwam. En op een gegeven moment trad ik zelfs op als vervanger van hem, indien hij zelf ergens anders heen moest. Dan zei hij tegen de band: “guys, he’s gonne take my place, help him out". [Tail Dragger imiteert hierbij het rauwe stemgeluid van Howlin’ Wolf - red.] Dat heb ik eind jaren zestig en begin jaren zeventig ongeveer drie jaar gedaan met hele goeie muzikanten om me heen, zoals gitarist Hubert Sumlin, pianist Lafayette Leake en drummer Chico Chism. Zo heb ik veel van ‘Wolf’ geleerd, hij was streng maar rechtvaardig. Op het podium werd niet gerookt en niet gedronken, daar was hij wel heel strikt in. Maar als hij je mocht kreeg je na de optredens zoveel eten en whisky als je maar wilde hebben. Hij had de naam een norse man te zijn maar ik heb veel met hem gelachen.

Howlin’ Wolf gaf u ook de bijnaam ‘Tail Dragger’ die afkomstig was van de gelijknamige Willie Dixon klassieker. Bent u trots op die bijnaam?
- Jawel hoor, hij ging me zo noemen omdat ik altijd als laatste aankwam. Mijn eerste optredens deed ik nog onder de bijnaam ‘Crawlin’ James’. Ik was een echte showman en kroop dan tijdens optredens als een wolf over het podium. Had ik ook van hem gezien maar ik overdreef het dan nog een tikkeltje.

Maar dat kruipen, doet u op uw 73ste jaar vast niet meer?
- Nou… afgelopen zondag op het Zoetermeer Blues festival heb ik nog even gekropen hoor. Tegenwoordig heb ik een draadloze microfoon en dan blijft het toch steeds weer verleidelijk om richting de dames in het publiek te sluipen, ha ha. Dus meiden pas maar op want Crawlin’ James is back!

Ook in de jaren zeventig bent u in de West Side blijven optreden onder de naam Tail Dragger?
- Ja en veel bluesartiesten zijn begonnen in Tail Dragger’s bluesband. Hubert Sumlin deed weer mee maar ook Eddie Taylor, Dave Waldman, Johnny Littlejohn, Big Leon Brooks op de mondharmonica en vele anderen. Ik zong natuurlijk probleemloos al die Willie Dixon/Howlin ‘Wolf classics zoals ‘Wang Dang Doodle’, ‘Spoonful’, ‘Back Door Man’, ‘Killing Floor’ en ‘The Red Rooster’. Maar door de Chicago blues van Jimmy Reed, Sonny Boy Williamson en Muddy Waters was ik eveneens beïnvloed en ik begon met het schrijven van mijn eigen songs.

Helaas overleed Howlin’ Wolf op 10 januari 1976. Maar het tribute concert in de Chicago’s 1815 Club een dag later, leverde u wel weer een nieuwe vriendschap op. Kunt u dat toelichten?
- In die tribute band deed mondharmonicaspeler Bob Corritore uit Arizona mee. En dat klikte gelijk tussen ons, “we just hit it up together” [knipt met zijn duim en middelvinger - red.] We zijn sindsdien goede vrienden gebleven en hebben al veel samen gewerkt. Na Wolf’s dood in 1976 is de begeleidingsband met o.a. Hubert Sumlin en Eddie Shaw nog een jaar of vier doorgegaan als The Wolf Pack. En met ‘Longtime Friends In The Blues’ hebben Bob en ik onze vriendschap in 2012 op CD vastgelegd. Negen songs geschreven door mij en een Sonny Boy Williamson cover ‘Sugar Mama’. Opgenomen met de gitaristen Chris James en Kirk Fletcher, bassist Patrick Rynn, drummer Brian Fahey en pianist Henry Gray.

En gitarist Rockin’ Johnny Burgin, hoe zit dat?
- Dat is een ander verhaal en daarmee heb ik geen vriendschap zoals met Bob. Ik ontmoette Johnny eind jaren tachtig toen hij nog maar een jaar of 19 was, “just a kid". Hij kwam uit South Carolina om te studeren aan de Universiteit van Chicago. Als ‘Rockin’ Johnny’ heeft hij met mij gespeeld in de bluesclubs van Chicago. En hij heeft ook nog getoerd als sideman met de voormalige Howlin’ Wolf drummer Sam Lay en de blues pianolegende Pinetop Perkins. Hij heeft nu zijn eigen Rockin’ Johnny Band daarmee heb ik eind jaren negentig ook samen gespeeld. En soms begeleid hij me nu als sessiegitarist nog wel eens. [Lees ook de TBA? review: Club Chicago a/d Maas met Mud Morganfield & Taildragger met o.a. Bob Corritore en Rockin’ Johnny - red.]


[Bob Corritore & the Rhythm Room Allstars in Lantarenvenster R’dam 17-10-2013]

In de jaren tachtig trad u al op in Europa met de Mojo Blues Band. En in de jaren negentig speelde u op het Utrecht’s Blues Festival. De laatste jaren komt u weer regelmatig terug naar Nederland. Wat bevalt u zo aan Europa?
- “Well I enjoy and the people in Europe treat me nice". Midden jaren tachtig werd ik door een Oostenrijkse band begeleid op tournee door Europa, dat was de Mojo Blues Band. Ik was toen ook op een festival in Holland, maar ik weet niet meer waar en wanneer [Jazzfestival ’s Hertogenbosch 1985 - red.] In 1989 kwamen die jongens drie weken naar Chicago om een LP ‘The Wild Taste of Chicago’ op te nemen. Op zes tracks heb ik toen de vocals gedaan. En in 1999 heb ik ook nog een live CD met ze gemaakt: ‘A Chicago Blues Night feat. Taildragger’. Dus Europeanen weten heel goed wat blues is ze zijn altijd vriendelijk.

Ondanks het live succes in de jaren ‘70 en ‘80 in zowel de Chicago bluesclubs als in Europa, kwam er afgezien van een paar singles weinig plaatwerk van u uit. Het duurde tot medio jaren ‘90 dat er eindelijk een album op de markt kwam. Waarom duurde dat zo lang?
- “Yeah that’s right", luister, dit is wat er aan de hand was. In 1982 ging ik voor het eerst in Melrose Park, Chicago de opnamestudio in met o.a. Jimmy Dawkins. Alle studio- en opnamekosten betaalde ik zelf. Om de kost te kunnen verdienen runde ik samen met een vriend R.J. Harris de nachtclub the Domino Lounge in Chicago. Maar deze partner deed ook in andere duistere zaken en werd vermoord, dood geschoten in onze club. Dat zal ergens begin 1983 geweest zijn want eind 1982 waren we juist het album aan het afronden. En door alle consternatie werd die LP ‘Stop Lyin’’ niet meer uitgebracht. De club werd gesloten en ook mijn goede naam als bluesartiest werd aangetast. Vandaar dat het eerste officiële Tail Dragger album ‘Crawlin’ Kingsnake’ pas in 1996 werd uitgebracht op het St. George label. Ik was toen inmiddels 56 jaar oud!

Maar ‘Stop Lyin’ - The Lost Session’ werd in 2013 alsnog uitgebracht. Had u zelf alle originele opnamen en de rechten nog steeds?
- Met Jimmy Dawkins had ik toen al een regeling getroffen dat hij de 45″ single ‘My Head Is Bald’/'So Ezee’ uit mocht brengen op het Leric label. Hij heeft daar pianopartijen van Lafayette Leake overheen gedubd. De rest van de songs heeft 30 jaar op de plank gelegen en werd vorig jaar op het Delmark label alsnog uitgebracht. De CD wordt besloten met ‘Tail’s Tale’ wat een lange monoloog is dat een stuk geschiedenis behelst. Producer ‘Iron’ Jaw Harris heeft dit allemaal niet meer mee mogen maken en ook een deel van de musici die eraan meewerkten leven niet meer. Die muzikanten die meespeelden waren Johnny B Moore en Jesse Lee Williams op gitaar, bassist Willie Kent en drummer Larry Taylor. Eddie ‘Jewtown’ Burks en Little Mack Simmons op bluesharp en Lafayette Leake op de piano.

Songs als ‘Please Mr. Jailer’ en ‘Prison Blues’ zeggen iets over de periode 1992/1993. Wat kunt u daarover vertellen?
- Dat ik mijn straf heb uitgezeten maar dat het mijn denkwijze niet heeft verandert. Ik handelde uit zelfverdediging en heb niets verkeerds gedaan, omdat ik twee weken lang achtervolgd werd en bedreigd ben door een gek. Maar ik heb er straf voor gekregen en heb 17 maanden opgesloten gezeten in de staatsgevangenis van Illinois. [beschuldigd voor het neerschieten van medemuzikant Bennie Joe “Boston Blackie” Houston - red.] Ik ben daar verder goed behandeld en ik mocht zelfs met mijn bluesband optreden voor medegevangenen. Het enige dat ik gemist hebt zijn de vrouwtjes geweest.

Wat is de belangrijkste boodschap die u de luisteraars mee wilt geven door middel van uw muziek?
- Blues is vaak verdrietig maar het kan ook blijdschap brengen, haal eruit wat erin zit! “Blues is life, it’s outside there and inside you".

U blijft intens trouw aan uw vroegere invloeden. De setlist bestaat uit nummers die het soulvolle gevoel van authentieke lowdown Chicago Blues naar boven brengt. Gaat het na meer dan 50 jaar nu nooit eens vervelen om deze liedjes steeds weer te zingen?
- Nee, want wat ik zing is de waarheid, en de waarheid kan onmogelijk vervelen als je een eerlijk leven leidt. “You can’t get tired of telling the truth".

U speelt hier vanavond met een Nederlandse back-up band, de Robbert Fossen & Peter Struijk band. Kunnen (jonge) blanke mensen ook de blues spelen volgens u?
- Er is een groot verschil tussen spelen en beleven. De meeste goede bluesmuzikanten - ongeacht leeftijd of huidskleur - kunnen de blues wel spelen. Maar de blues uit het hart zingen en het spelen met veel gevoel is pas écht de kunst! En deze jongens kunnen dat. Robbert Fossen (gitaar/bluesharp/vocals), Peter Struijk (gitaar), Eduard Nijenhuis (drums) en Jan Markus (bas) zijn muzikanten met gevoel.

Tien korte keuzevragen ter afsluiting.

Altheimer of Chicago?
- Uhm, Chicago.

Clubgigs of festivals?
- Maakt niet uit, maar spelen in clubs is wel intiemer.
“Festivals mean more money but clubs means more enjoyment".

Sigaretten of koffie?
- Vroeger rookte ik sigaren, toen ben ik overgestapt op pijp roken. Maar die vergeet ik vaak mee te nemen en dan ga ik sigaretten roken.

Doof of blind?
- Doof, zonde om dan geen muziek meer te kunnen horen natuurlijk, maar ik wil wél de vrouwtjes kunnen blijven zien!

Liefde of seks?
- Seks is fijn maar liefde is beter.

Vlees of vis?
- Vlees, in al zijn soorten.

Stropdas (necktie) of vlinderdas (bow tie)?
- Een lintjesdas (string tie)

Slow (in A) of uptempo (shuffles)?
- Beide, langzaam en uptempo, en alles in A.

Bald (without hair) of bold (brave)?
- ‘My Head Is Bald’ is een song van mij die gaat over kaalheid.

Living the blues or singing the blues?
- “When you sing it, you’ve got to live it".

Enkele uren later vermaakt Tail Dragger het publiek op de gezellig drukke Muziekzolder met veel show en slow bluessongs (‘Ain’t Gonna Cry No Mo’) plus enkele dansbare up-tempo blues shuffles (‘Don’t You Want A Good Man’). De Fossen & Struijk Band zijn prima muzikanten die zich geheel naar wens van mister Jones inleven in zijn repertoire. Tail Dragger zingt aanvankelijk zittend vanaf een stoel op het podium. Maar nadat hij de dames in het publiek heeft geobserveerd komt de ondeugende ‘Crawlin’ James’ weer in hem boven en sluipt hij langzaam maar vastberaden op zijn eerste prooi af. De dames schikken zich gewillig in hun rol en doen vrolijk mee. Want ondanks zijn whisky geur heeft de charmeur een goed humeur. Terwijl vocaal zijn mentor Howlin’ Wolf nog regelmatig op de loer ligt, is de sfeer afwisselend ongemakkelijk, gelaten en uitbundig. Maar iedereen vermaakt zich opperbest met Tail Dragger, één van de laatste levende exponenten van de sixtees West Side Chicago Blues. I’m a tail dragger/ I wipe out my tracks/ When I get what I want/ Well, I don’t come sneakin’ back.



Tail Dragger: “A WHAT?! A selfie?

DijkRock festival Maasdijk heeft bestaansrecht bewezen

Geplaatst op 7 July 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Maasdijk Westland
evenement: DijkRock Festival Maasdijk (3e editie)
bands: The Ridge, Harvest Road, Dave Chavez Band, The Royal Spuds, Steeler, The BluesBones, The 3RD MAN.
datum: zaterdag 5 juli 2014
review & filmpjes door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone?

Het kleinste maar tevens spannendste rockfestival van Nederland DijkRock heeft haar bestaansrecht bewezen. Ondanks het grillige weer van afgelopen zaterdag trokken ruim duizend bezoekers naar de Nolweg in Maasdijk. De ‘achtertuin’ van de Muziekzolder bood niet alleen een podium voor live muziek, maar ook Oranje voetbalfans konden tijdens deze derde editie aan hun trekken komen. In combinatie met straattheater, een kinderspeeltuin, schminken en standverkoop ontstond er een kleurrijk en bizar evenement die dag. Het bezorgde jong en oud een grote glimlach en leverde de organisatie veel opgestoken duimen op.

Het evenement was dan ook weer tot in de puntjes georganiseerd. De bezoekers, muzikanten van de zeven optredende bands, standhouders en de vijftig vrijwillige medewerkers waren na afloop dik tevreden. “Het enige waar we zelf niet de regie over hadden waren de weersomstandigheden”, zegt organisator John Voogt. “En juist op het moment dat we zouden beginnen kwam er een hoosbui recht op het podium af”. Maar enige spraken van paniek was er geen moment bij de nuchtere Maasdijker: “nee, want alle medewerkers hielden hun kop erbij en deden ook toen wat nodig was. Als je dan even later ziet dat de eerste band gewoon in het zonnetje voor een veld met enthousiast publiek staat te spelen krijg je blijkbaar toch wat je verdient. Dat was voor de organisatie écht een kicken moment, en het eerste hoogtepunt van een lange maar een geweldige dag!” Vanwege de belangrijkste bijzaak ter wereld - voetbal - was het muziekprogramma enigszins aangepast. Maar hét belangrijkste aspect van de dag - de live optredens - hadden daar gelukkig niet onder te lijden.

De lokale band The Ridge speelde op een nog glibberig podium de hemel open met hun pittige rockcovers. Om 14:00 uur zouden zij de 3e editie van DijkRock Maasdijk openen. Maar hevige regen dat gepaard ging met veel wind zorgde ervoor dat op het podium een waterballet ontstond, waarbij het in veiligheid brengen van apparatuur even prioriteit had. Maar met een vertraging van een kwartiertje barstte het muziekspektakel toch los. Met klamme handen door de nog vochtige instrumenten speelde de vier vrienden Diederik (zang/gitaar), Rick (gitaar), Roy (bas/zang) en Jim (drums) een korte maar verfrissende set waar de voorgaande wolkbreuk niets bij was. Westlandse Southern rock klanken kwamen van die andere local heroes, Harvest Road. Terwijl het winderige maar zonnige terrein lekker vol liep speelde zij songs als ‘Gambling’, ‘Light Up’ en ‘I Should’ve Known’. Tracks van hun debuut EP die na afloop – evenals de T-shirts – gretig aftrek vonden aan de merchandise stand. Harvest Road is een vijftal ambitieuze Westlandse muzikanten die in het verleden hun sporen verdiend hebben in bands als o.a. Nailed On A Fence, Smokin’ Cadillac en FABruari Four. Door zuivere soulvolle (harmonie)zang en o.a. een apart slideguitar geluid, creëren ze een eigen sound waarmee ze het – mits goed begeleid – nog best eens ver zouden kunnen gaan schoppen. In de gaten blijven houden dus!

Het aandeel bluesmuziek kwam dit jaar ondermeer van de Schiedamse rhythm & bluesband de Dave Chavez Band. Dave kon na een aantal weken van afwezigheid (fietsongevalletje) weer beroep doen op zijn vaste bluesharpist Robin van Roon. Waar Dave aanvankelijk zelf nog even het idee had dat hij tegen de wind in stond te zingen, blies Robin met de spreekwoordelijke wind weer in de rug het publiek ondertussen flink van de sokken. Lekkere up-tempo West Coast gitaarblues à la The Fabulous Thunderbirds inclusief keyboards, en met natuurlijk songs van het vorig jaar verschenen album ‘Sharp Like A Knife’. De Leidse/Westlandse folk-punk band The Royal Spuds tapte weer uit een heel ander (Iers stout bier) vaatje. Met hoofdzakelijk eigen nummers, een paar covers en zelfs nieuw werk lieten ze hun haren wapperen en hanteerde ze traditionele instrumenten. Zoals de banjo (Maarten van Vliet), accordeon en fluit (Michael Silver) en behalve elektrische gitaren ook akoestische snaarinstrumenten (Milan Boom en Robin Janssens). Het ritmische tapijtje waarop naar lievelust meegeklapt en gedanst kon worden werd vakkundig gelegd door bassist Dave Schrijvers en drummer Mark de Jong.

De Led Zeppelin tribute band Steeler deed menigeen verbazen met een zeer treffende muzikale vergelijking. Met de geur van wierook en veel rook op het podium werden we tijdens de ‘Immigrant Song’ gelijk al in de sfeer gebracht van de nitty gritty jaren zeventig. ‘Heartbreaker’, ‘Dazed & Confused’, ‘Rock and Roll’, ‘Whole Lotta Love’ en zelfs ‘Stairway to Heaven’… alle Zeppelin hardrock klassiekers werden gespeeld door gitarist Luca Giordano en zijn mannen! Toen Jimmy Page ze voor het eerst hoorde riep hij niet voor niets: “Wow, these guys keep the Led Zeppelin flame burning in the best possible way”. En terwijl de Rode Duivels op dat moment in Brazilië aan de bak moesten en maar niet wisten te scoren, deden hun landgenoten The BluesBones dat wél in Maasdijk. Met swingende bluesrock songs en ingetogen ballads lieten de Vlamingen horen een plezante bluesband van internationale allure te zijn. Gitaristen Stef Paglia en Andy Aerts, bassist Ronald Bursens, drummer Dominique Christens en zanger Nico De Cock vormen een logische eenheid die staat als het Atomium in Brussel. En ook al begon het festivalterrein inmiddels steeds meer oranje te kleuren, was het door dit puike BluesBones optreden toch nog even: Vlaanderen boven!

Dé muzikale uitsmijter (want van een headline wordt niet gesproken op DijkRock) was het Haagse trio THE3rdMAN. Jo De Roeck (zang/gitaar), Carlos Lake (bas) en Richie Bleijenberg (drums) speelden alternatieve rock. Pakkende rock songs en power ballads in de beste traditie van de Foo Fighters of Triggerfinger maar wel met eigen nummers. De onlangs uitgebrachte single ‘Push’ en werk van het binnenkort te verwachten album ‘Pretty and Available’ deden de dijk op zijn grondvesten schudden. Met nota bene een hardrock song van The Beatles, ‘Helter Skelter’, als toegift alvorens de voetbalwedstrijd Nederland – Costa Rica op een groot beeldscherm bekeken kon worden. En de activiteiten duurden inderdaad langer dan dat aanvankelijk gepland was. Want behalve het weer blijft ook altijd het verloop van een voetbalwedstrijd onvoorspelbaar. Maar een paar honderd veelal in het oranje geklede voetballiefhebbers beleefde na middernacht toch ook hun apotheose. Toen het Nederlands elftal na verlenging en penalty’s de overwinning tegen Costa Rica veilig stelde, kon ook team DijkRock triomf nummer drie toevoegen aan een mooie zegereeks. DIJKROCK… doch ut wel!


MuziekCentrumWestland (MCW) gaat van start

Geplaatst op 3 July 2014 door Giel


[de steuteloverdracht door dhr. de Zeeuw aan Jos & Paul van het MCW in bijzijn van de makelaar]

De stichting MuziekCentrumWestland (MCW) werd op 18 augustus 2010 opgericht. Bijna vier jaar lang hebben de vijf actieve bestuursleden met hun leden en sympathisanten zich sterk gemaakt om muzikale krachten te bundelen in één geschikt Westlands pand. Dit voorjaar werd in gebouw De Binnenhaven (achter Westlandtheater de Naald) in Naaldwijk de ruimte gevonden om het muziekcentrum met behulp van de gemeente en sponsoren daadwerkelijk te kunnen realiseren. En op 1 juli 2014 was het dan eindelijk zo ver. In het bijzijn van makelaar Evert van Malkenhorst werd namens de verhuurder door de heer Alex de Zeeuw de sleutel overhandigd aan Jos Borgdorff en Paul Persoon van Muziekcentrum Westland.

In twee maanden tijd zal de ruimte van 160 m² ingericht worden met drie geluidsdichte opname- en oefenruimtes van 25 á 30 m². Het muziekcentrum zal dienen als een ontmoetingsplek voor muzikanten, en in samenwerking met de buren van sociëteit Pax kunnen bij gelegenheid ook podiumfaciliteiten voor optredens beschikbaar gesteld worden. Daarnaast is het centrum ook geschikt voor individuele muzieklessen, workshops en educatieve projecten voor scholen. Op zaterdag 30 augustus zal de officiële opening van het MCW plaats vinden. Dit gaat muzikaal gepaard met de introductie van 12 bands die meedoen aan de Westlandse Popprijs 2014.


[het nog lege MCW pand waarin de oefenruimtes geplaats zullen worden]

Dus wil jij met je band de versterkers eens lekker open kunnen zetten zonder dat de buren er last van hebben? Vind je muziek en techniek zó interessant dat je er meer mee zou willen doen? Of lijkt het je gewoon gezellig om na de bandrepetitie nog even na te kunnen praten? Het kan vanaf 1 september allemaal in het nieuwe MuziekCentrumWestland! Uiteraard bestaat de mogelijkheid om een vaste oefenavond op contractbasis vast te leggen. Dat kan binnenkort via een volledig geautomatiseerd online reserveringssysteem. Maar ook bands, gelegenheidsformaties, muzikanten, DJ’s en muziekdocenten die incidenteel een ruimte nodig hebben kunnen voortaan bij MCW terecht.

De band B-Sharp zal als eerste regionale band een oefenruimte op een vaste avond gaan gebruiken. B-Sharp was winnaar van de Popprijs Westland 2013 en ze waren onlangs nog live te zien op het grote podium van het Westlandse Cross festival. Wil jij ook je band aanmelden of een oefenruimte reserveren? Dat kan vanaf 1 augustus via de reserveringspagina op: www.muziekcentrumwestland.nl Via deze site kan je ook vriend worden van het MCW en je aanmelden als vrijwilliger. Al 25 vrijwilligers zijn momenteel bezig met het treffen van voorbereidingen of gaan vanaf augustus actief aan de slag om MuziekCentrumWestland samen met het bestuur en muziekminnend Westland tot een blijvend succes te maken. MCW, daar zit écht muziek in!


[Jos Borgdorff en Paul Persoon voor het nieuwe pand van MCW]