Archief voor de maand July 2014

Rusty Roots zoekt telkens nieuwe uitdagingen [interview]

Geplaatst op 29 July 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Rusty Roots
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer © The Blues Alone?
locatie: Zwarte Cross 2014 in Lichtenvoorde
datum: zaterdag 26 juli 2014

De bandsamenstelling is al net zo gevarieerd als hun muziek. De mooiboy Jan Bas is zanger met een plezante stem die ook gitaar speelt. Een jonge look-alike van acteur Steve Buscemi is de fabelachtige leadgitarist, Bob Smets. De greasy rocker Nico ‘Tutt’ Vanhove drumt en is vernoemd naar de Texaanse Elvis-drummer Ronnie Tutt. En de bijnaam van bassist Stefan ‘Body’ Kelchtermans behoeft geen uitleg. Deze dag was Stefan gepast uitgedost als een plattelands hillbilly, die tijdens het interview gedwee (voor onze fotograaf) aan een waterpijp lurkte. Ze waren alle vier aanwezig maar de oudste en de jongste deden het woord. Dit onder het toeziende oog van Tante Rikie die als een Heilige Maria gedaante aan de kleedkamermuur prijkt. Al tien jaar zijn ze samen onderweg en ‘Your Host’ was onlangs alweer hun vierde album en werd geproduceerd door Triggerfinger drummer Mario Goossens. Elf splinternieuwe eigen songs die terecht het predikaat ‘High Class Roots Music’ meekregen. Muziek met potentiële reikwijdte die blijkbaar aanslaat bij een breed publiek, van peuter tot dronkaard met luchtgitaar. Althans, dat is wat wij waarnamen op de Bayou-weide van de Zwarte Cross in het Achterhoekse Lichtenvoorde. Maar als het aan Jan Bas en Nico Verhove ligt zal hun band nooit een nummer-1 hit scoren. Net zo min als dat ze hun land België ooit zullen gaan vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival. Toch behoort Rusty Roots tot één van de beste Vlaamse roots band van het afgelopen decennium! Lees in dit interview o.a. hoe dat zo gekomen is en waarom ze telkens weer nieuwe uitdagingen zoeken.

Jullie worden beschouwd als bescheiden Belgische Limburgers én wereldburgers. Waar liggen de zogenaamde roots? Of: waar ligt de oorsprong van Rusty Roots?
JB: Dat is heel simpel, die liggen in Peer België, onze hometown. Daar wordt al 30 jaar het Belgian Rythm and Blues festival georganiseerd en wij komen daar alle vier ook van jongst af aan al als bezoekers. We hebben daar artiesten gezien als Ray Charles, Junior Wells, B.B. King… al die legendes, noem ze maar op. Dus ik denk dat daar onze basis ligt voor wat we later zijn gaan doen met Rusty Roots. Ik ben de jongste in de band (35 jr) en Nico is de oudste (45 jr).

Rusty Roots is geen traditionele bluesband. Op de vier albums die jullie de afgelopen 10 jaar uitbrachten horen we westcoast blues, soul, americana, southern rock, seventies bluesrock & roots. Wat is (muzikaal gezien) het geheime ingrediënt dat het voortbestaan van de band mogelijk maakt?
NV: Telkens nieuwe uitdagingen zoeken. We zijn wel begonnen als een traditionele bluesband maar gegroeid tot wat we nu zijn. Dat houdt het voor ons ook interessant en daarom zijn we al 10 jaar samen. Ik denk niet dat dit gelukt was als we vier dezelfde soort platen hadden gemaakt.
JB: Dat zoeken naar een andere sound was niet altijd even gemakkelijk hoor. Je bent afhankelijk van medemuzikanten en producers. Dat ging soms met stoten en botsen om ook buiten die bluesbox te willen en kunnen denken. Maar wij vieren zitten toch steeds weer op één lijn en blijven een bluesband in de ruimste zin van het woord.

Waarom is jullie vierde album ‘Your Host’ getiteld?
JB: Nico heeft thuis een fantastische jaren zestig AMI jukebox. Daarop staat links boven in flikkerlicht ‘your host’. Daar kwam het idee vandaan eigenlijk. Op het podium voelen we ons ook een soort gastheren die het publiek een variëteit aan muziek aanbieden. Maar verder heeft die titel of jukebox niets met een conceptalbum te maken of zo. Wij zijn geen conceptmensen.

De opnamen vonden plaats in een geïmproviseerde Studio te Hechtel en de plaat werd geproduceerd door Triggerfinger drummer Mario Goossens. Wat heeft Mario (behalve zijn bekende naam) toe kunnen voegen aan dit album?
NV: De 11 nummers werden door ons zelf aangegeven als ideeën en dan doen we daar als band samen iets mee. We hebben Mario gekozen als producer, en die deed er nóg ietsje meer mee. Zo simpel is het eigenlijk. Mario heeft eerst de demo’s gehoord en daarna heeft hij wat repetities van ons bijgewoond en tips gegeven. Wij waren bescheiden bluesmuzikanten die dachten dat het allemaal heel sober en klein moest klinken. Mario vindt van Triggerfinger ook nog altijd dat het een bluesband is, maar hun nummers stáán gelijk een huis. Dáárom hebben we voor hem gekozen. Wat hij heeft toegevoegd of wat er voornamelijk aan de songs veranderd is, is dus de sound.


[producer Mario Goossens in de studio - foto © Rusty Roots]

Ik las ergens: ‘recorded on a toilet… no shit!’ Was dat ook Mario zijn idee?
JB: Nee, dat is overdreven hoor. De plaat zouden we oorspronkelijk met hem opnemen in de Konk Studios van Ray Davies (The Kinks) in Londen. Dat was juist in een periode dat Triggerfinger booming was n.a.v. het succes en zo van ‘I Follow Rivers’. Dus de tijd ontbrak hem om tussendoor tien dagen naar Londen te gaan met ons. We zijn toen wel begonnen met opnemen, dat was bij Mario zijn moeder thuis omdat hij daar een mengtafel had staan. Versterkers stonden door heel het huis om overspraak te voorkomen, dus ook in het toilet. Mario heeft een originele Neve mengtafel. Net zoiets als de Neve 8028 die je in de documentaire Sound City van Dave Grohl kan zien, maar dan kleiner. Triggerfinger doet daar hun pre-producties ook mee. En dat klonk zo fantastisch zodat werd besloten om heel de plaat daar in Hechtel op te nemen. En als we volgend jaar meer budget hebben gaan we ook naar Hollywood, Los Angeles voor de opnames van een nieuw album in de Sunset Sound studios, net als Triggerfinger zelf gedaan heeft, ha ha.

Waarom schrijven jullie dan ook niet een nummer-1 hit net zoals zij! Of zoals de Belgische band Soulsister dat in 1988 al deed met ‘The Way To Your Heart’?
JB: De discussie bij ons is dikwijls: denk niet té poppy. We zijn een blues roots band en geen popband, dan is een nummer-1 hit bijna uitgesloten. Een nummer als ‘Ohoo’ heeft best popgehalte, net zoals The Black Keys ook enkele hits gescoord heeft. Maar ik hoor liever The Black Keys van tien jaar geleden met minder hitgevoelig werk.
NV: Voor mij is het een gegeven dat wij in België gek zijn geworden van ‘The Way To Your Heart’, zó vaak als we dat op de radio gehoord hebben! En de hits van The Black Keys en zelfs van Triggerfinger zijn zeker niet altijd hun beste nummers, naar mijn bescheiden mening.

Kris Rogiers a.k.a. The Rev’ heeft inmiddels in alle vriendschap afscheid genomen van de band. Helaas is hiermee ook weinig of geen mondharmonica meer te horen op de laatste plaat. Is er na zijn vertrek nog vervanging overwogen?
NV: Nee, Kris speelt op een aantal nummers van die plaat nog wel gitaar. Maar hij heeft voor zichzelf de keuze gemaakt om niet met ons door te gaan. Hij vindt ook dat hij meer bluesharpspeler is dan gitarist en de songs op ‘Your Host’ leende zich minder voor een mondharmonica. Het zijn geen nummers meer volgens een traditioneel blues akkoordenschema, behalve dan misschien ‘Backdoor Man’ waarop hij de bluesharp intro nog wel speelt.
JB: Op de vorige drie platen deed er eigenlijk altijd wel een vijfde man mee. De eerste plaat was met een saxofonist, Steven Scheelen die in 2008 helaas is overleden. De tweede met Hammond B3 organist J.J. Louis en de derde dus met een harmonicaspeler.

Gastmuzikant David Poltrock (ex Hooverphonic, De Mens) bespeelt de toetsen op ‘Ohoo’. Wordt dat de nieuwe trend, met gasten platen opnemen en gaat dat live ook gebeuren?
JB: Ach, in de muziek is het moeilijk plannen. Het is maar net waar een nummer om vraagt. De meeste reacties die we horen is dat onze muziek live beter klinkt dan op de plaat. Dat is dus zonder toevoegingen van extra instrumenten of overdubs van zangstemmen. Dus ik denk niet dat het dan gemist wordt. Natuurlijk zouden we er live ook graag een Hammond en blazers bij pakken, maar het is gelijkertijd ook weer een hoop miserie dat je erbij pakt.
NV: Wij houden ook van spanning en variëteit op het podium, dat lukt goed zo met ons vieren. Het is ook zelden dat we ons aan de setlist houden. Onze geluidsman wordt daar wel eens gek van, hij scheldt en vloekt dan alles bij elkaar.

Wij Nederlanders houden van dingen vergelijken. Ik lees veel andere bandnamen in recensies over jullie laatste CD. The Black Keys, Neil Young, CCR, Gary Clark Jr, Lenny Kravitz, White Stripes, Nirvana, Rolling Stones, INXS en die van de Nederlandse band Cuban Heels. Dat kan als een compliment beschouwd worden maar ook als gezichtsloos.
NV: Ik vind dat een compliment want in de muziek is er momenteel niet iets dat nog niet eerder gespeeld is. Dan word ik toch liever met deze mensen vergeleken dan met Jan Peter Polt zou ik zeggen.
JB: Ja, Black Keys of Cuban Heels… ik begrijp dat allemaal wel, vooral als je naar het bluesy ‘Backdoor Man’ van ons luistert. En ik word graag vergeleken met CCR of The Stones hoor!

Dat vergelijken is niet nieuw overigens want met Something Ain’t Right (2011) was dat ook al zo! Nummers als ‘Too Tight’ hadden een 70’s sound. En ‘Wiggle’ deed weer erg denken aan The Hollies. Was dat een bewuste keuze?
NV: Ja, dat van The Hollies kwam van mij. ‘Long Cool Woman’ hebben we toen ook live gespeeld. Ik hou wel van bands uit die tijd. Catchy nummers, meezingers en heel energiek. Slade, Mud en al die glamourrock bands vond ik wel iets hebben toen.
JB: Dat derde album Something Ain’t Right werd opgenomen met producer Marc “Tee” Thijs, en dat had er ook mee te maken. Hij hoorde in onze demo’s die 70’s stijl van o.a. CCR en heeft erop toegespitst. Vandaar dat heel die plaat een Americana-feel heeft meegekregen.

Na de zomerfestivals gaan jullie ook de Nederlandse clubs weer langs. Waar moet het Hollandse publiek rekening mee houden?
NV: Met een band die zich 200% zal geven! Ik weet niet of dat vandaag is overgekomen, maar dit was dan ook een festival. Wij zijn een band die het publiek tegen ons neus moeten hebben. Op een festival is dat moeilijk, mensen krijgen een enorm aanbod en weten vaak niet eens wie je bent.

Wat is het verschil tussen Vlaams en Nederlands publiek?
NV: Nederlands publiek is veel rumoeriger dan het Vlaamse. Mijn ervaring is hoe zuidelijker dat je komt, Wallonië en Frankrijk, des te meer aandacht er is voor de muziek. Op enkele uitzonderingen na natuurlijk.

Worden jullie wel eens verward met de Amerikaanse bluegrass rockband Rusted Root?
JB: Enkel op Google.

Hun fans worden trouwens “Rootheads” genoemd, en die van jullie?
JB: “Losers” denk ik.
NV: Ha ha, of “Rustyfeet".

Na de release van ‘Electrified’ (2008) met veelal swing en westcoast blues werd jullie muziek zelfs op de radio in Californië USA gedraaid. Zijn jullie daar toen ook geweest?
JB: Nee. Het station dat onze muziek draaide had ons wel graag naar daar gehaald maar de tijd was slecht door de kredietcrisis. En minimaal twintig á dertig optredens heb je wel nodig om het lonend te maken. We hebben wel twee keer een toertje door Engeland gemaakt.

Was dat wel lonend?
NV: Nee. Je maakt platen om te kunnen spelen en niet andersom. Die tijd is allang voorbij. We spelen graag maar rijk worden we er niet van. Alle vier hebben we ook gewoon een betaalde baan. En er staat nu veel op om te spelen dus het zijn wel drukke tijden voor ons.

In 2005 speelde jullie al op het prestigieuze Belgian Rythm and Blues festival in Peer. Sindsdien volgden er heel veel andere festivals en club optredens. Welke is voor jullie het meest gedenkwaardig geweest?
NV: Oh, ik kan me een optreden herinneren in een klein dorpje in Franstalig België. De man die ons boekte had daar jaren lang een supermarkt gehad maar die was opgeheven. Nu organiseerde hij er bluesconcerten en het enige dat je daar kon drinken was Blauwe Chimay - authentiek trappistenbier aan het fleske! Dus eer dat we op het podium stonden waren we allemaal al ‘aardig goed omgelegd’, zoals ze dat bij ons zeggen. En niet alleen wij, maar heel het publiek was smoorlam, ha ha. Dat zijn van die dingen die vergeet je niet.

Pakken jullie normaal gesproken ook een biertje voor een optreden om de keel te smeren?
NV: Een paar pintjes is wel nodig vind ik.
JB: De lijn is dun hè, dus ge moet wel uitkijken want één pintje teveel kan catastrofaal zijn voor een muzikant die moet spelen.

Ook in 2014 gaven jullie weer acte de présence op Blues Peer, evenals een andere Vlaamse bluesrock band die het momenteel goed doet, The Bluesbones. Hoe zijn de contacten met muzikanten onderling in België?
NV: Niet veel anders als in Nederland denk ik. Het bluescircuit in België is vrij klein maar dat we gedachten uitwisselen is veel gezegd. We komen elkaar regelmatig tegen en respecteren elkaar. Maar net als buiten de muziekscène lopen er ook assholes bij hoor.

De goesting bij jullie is er wel zag ik net tijdens het optreden hier. En jij bent ook nog aardig soepel in de heupen Jan!
JB: Ja, dat is er wel. Maar ik moet nog wat meer automatisme krijgen om te kunnen entertainen met die gitaar om…
NV: … Jan is soepel in de heupen omdat hij vroeger Elvis Presley geïmiteerd heeft! We kennen elkaar nu 13 jaar, maar dát deden we dus in het begin. Helemaal in Las Vegas-stijl met een origineel Elvis jumpsuit aan en alles, ha ha.
JB: Ja, dat is echt waar. En nu spelen we ook nog steeds samen in een CCR coverband. Dat zijn van die dingen, dat zit in ons bloed hè. Ook met Rusty Roots doen we vaak nog covers tussendoor. Zojuist heb je CCR’s ‘Fortunate Sun’ kunnen horen, dat vonden wij wel passen bij deze Bayou-sfeer.

Van de laatste Cd-presentatie zijn een aantal mooie live videoclips gemaakt. Wanneer kunnen we een live CD of DVD van jullie verwachten?
NV: Dat was in het Muziekodroom (the MOD) in Hasselt. Bob, onze gitarist zijn vader, heeft die beelden opgenomen en een goede vriend van ons heeft het geluid erbij verzorgd.
JB: Daar was ook de releaseparty van onze een-na-laatste CD in 2011. Twee keer full house met rechtuit geïnteresseerde fans, geen genodigden dus. We vragen dan ook geen entree, want die mensen kopen je CD en dan kan je ook niet nog eens geld vragen omdat we er live spelen, vinden wij. Met het uitbrengen van een live plaat of DVD zijn we ook helemaal niet serieus bezig. Het wordt vaak zo’n greatest hits gedoe hè.
NV: In oktober vieren we ons 10-jarig bestaan in een club in Peer, misschien dat we daar dan nog iets mee doen. In ieder geval bedankt voor de tip.

Een aantal opmerkingen over de Rusty Roots die we hebben opgevangen. Waar of niet waar?

- Alle ingrediënten zijn aanwezig, maar catchy melodieën ontbreken!
JB: Wij maken roots muziek en geen popmuziek, onzin dus.
NV: Dat de ‘bebabelooba’ er niet overal inzit klopt ja.

- Rusty Roots is de Vlaamse Cuban Heels!
JB: Niet waar. Ik heb Cuban Heels live gezien op het Hookrock festival in Roosendaal, écht een keigoeie band. Maar een totale vergelijking met ons gaat mank.

- Rusty Roots wordt gesponsord door Caravanstalling Rust Roest!
NV: Niet waar. Wij hebben geen rust dus we zullen ook niet snel roesten. En, we hebben ook geen sponsor.

- Rusty Roots gaat Vlaanderen vertegenwoordigen op het Eurovisie Song festival 2015!
JB: ‘Nhee, helemoal nie!’ Songfestival kandidaten in België zijn rampzalig.
NV: European Blues Challenge, Humo’s Rock Rally, Limbomania… we hebben nog nooit meegedaan aan wedstrijden en popconcoursen. En ik denk ook niet dat we dat ooit zullen gaan doen.

- Rusty Roots is de beste Vlaams roots band van het afgelopen decennium!
JB: Yep! Er zijn nog wel een paar goeie zoals The Electric Kings en The Seatsniffers, maar wij horen erbij.
NV: De beste roots band misschien niet, maar wél de origineelste!

Discografie:
2004: Rusty Roots Demo
2006: CD 100 Miles
2008: CD Electrified
2011: CD Something Ain’t Right
2014: CD Your Host


[jonge vrouwelijke belangstelling voor Jan]


[Stefan ‘Body’ lurkt gedwee aan de waterpijp]


[Bob, een fabelachtig goede gitarist]


[Rusty Roots live op de Bayou-weide @ Zwarte Cross 2014]

Hard Goan op de Zwarte Cross! [sfeerimpressie]

Geplaatst op 27 July 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord op: festivalterrein de Schans, Lichtenvoorde
evenement: Zwarte Cross 2014 [sfeerimpressie zaterdag]
bands: Ashtraynutz, Tinez Roots Club, The Backcorner Boogieband, Rusty Roots, Seasick Steve
datum: zaterdag 26 juli 2014
tekst & filmpje: Giel van der Hoeven
foto’s © door: Arjan Vermeer - The Blues Alone?

BREAKING NI-JS! Zaterdagmiddag 26 juli 17:00 uur. Op haar Facebook pagina meldt Tante Rikie Nijman dat de Zwarte Cross Zaterdag is uitverkocht; hoera! Dit betekende dat er op dat moment 65.000 mensen op festivalterrein de Schans aanwezig waren. En ook op zondag kwam een zelfde aantal mensen richting ‘Keistad’ Lichtenvoorde. Over drie dagen kwamen in totaal 185.000 bezoekers af op dit grootste betaalde muziekfestival van Nederland en tevens het grootste motorcross evenement van West-Europa. Achterhoekers noemen het daarom niet voor niets “het mooiste feest van de wereld en omstreken".

En er werden meer records verbroken! Zoals het wereldrecord ‘backflip’, een achterwaartse salto tijdens een sprong van dik 44 meter door de 22-jarige motorcrosser en Australische stuntrijder Jackson ‘Jacko’ Strong. En Tante Rikie (officieuze festivaldirecteur en mascotte/logo van de Zwarte Cross) kreeg vrijdagmiddag al een telefoontje dat er meer consumptiemunten in omloop waren met haar gezicht erop, dan met die van Koning Willem-Alexander! Die eerste bewering klopt maar de tweede niet. Aan de stunt van de Australiër was zelfs een actie verbonden van de mensenrechten organisatie Amnesty International. En het werd door vele duizenden bezoekers aan de rand van het hoofdveld aanschouwd. Daarbij consumeerde iedereen er lustig op los dus er waren wel heul veul munten in omloop, dát dan weer wel. Juist deze combinatie van ernst en ongein maakt een festival als de Zwarte Cross zo leuk! Verder hebben wij ons als vanouds weer beperkt tot sfeer proeven en bandjes kieken. Waarbij we in deze 18e editie nog het meest benieuwd waren naar de nieuwe podialocaties.

Zoals The Roadhouse, een plek waar de betere nationale en internationale underground rock bands optraden voor een publiek van een paar honderd man. En Club Boogaloo: een circustent voor ongeveer 800 man met hete funk- en soulacts. En heet was het in de die tent. Zowel qua temperatuur als wel door de swingende bluesy, jazzy en soulvolle klanken door de 010/020 combinatie Ashtraynutz. Want die band was daar net begonnen toen wij ons er naar binnen wurmde. Blikvangers van de Nutz zijn leadzanger Joël Gaerthé en zijn zusje Tess (backing vocals). Ze werden bijgestaan door jongelui die minstens net zo getalenteerd zijn: Nick Croes (gitaar), Joel Dieleman (toetsen), Darryl Ciggaar (drums) en Billy Mookhoek (bas). Geïnspireerd door underground hiphop en hedendaagse soul, maar gelukkig ook door experimentele muziek van bijvoorbeeld Tom Waits - waarvan ook een covertje werd gespeeld - weten ze een eigengereid geluid te produceren. Dat vooral het gehoor doet strelen en ook grote drang veroorzaakt om te bewegen. Ondanks de hitte deden diversen bezoekers dat dan ook tot hard zweten aan toe.

Bloesbrodders, swingkikkers en roetsrakkers voelen zich thuis op The Bayou. ‘Chasin’ down a hoodoo there!’ Ook nu weer heel veel vette bandjes daar, om naar op jacht te gaan. Wij kregen nog een staartje mee van Tinez Roots Club. Zeg maar de New Cool Collective on speed. Waarbij Martijn ‘Tinez’ van Toor, behalve dat die zijn tenorsax bijna aan flarden blies, af en toe ook nog een stukje zong. Samen met Shouting’ Koen Schouten (baritonsax), Wolfgang Roggenkamp (Hammond B3) en Henk Punter (drums) bracht het viertal een bekant smerige sound voort (hé, laat hun debuutalbum uit 2011 nou ‘Almost Nasty’ getiteld zijn!). Vuige rhythm ‘n blues dus, met jazzy licks, groovy soul en soms wilde rock ‘n roll. Swing zoals die doorgaans alleen gemaakt wordt in de donkerste voorsteden van het Amerikaanse diepe zuiden. Maar die nu gretig werd verspreidt over de Bayou-weide van de Schans. Het verandapodium is daar laagdrempelig, hierdoor ontstond niet alleen een energieke mix van muziekstijlen maar ook een menging van muzikanten en toehoorders. Saxmaniak Tinez begaf zich in het slotnummer tussen de goegemeente om ook al doorweekt van het zweet zijn laatste scheurende saxsolo liggend op de grond te toeteren.

The Roadhouse vonden wij écht een aanwinst volgens de toch al zo geniale Zwarte Cross formule. Niet zo zeer dat het establishment beelden opriep uit roadmovies als The Wild One of Born To Be Wild, wat voor de sfeer natuurlijk wél mooi meegenomen was. Maar vooral vanwege de bands die er geprogrammeerd stonden. In de nabijheid van The Bayou en min of meer in het verlengde van die muzikale trant, bulkte het in die lawaaischuur de hele dag van de rock- en de bluesliefhebbers. Bij uitstek een podium voor één van de ZC-huisbands The Backcorner Boogieband natuurlijk! De twaalfkoppige formatie vulde het podium en kreeg de tent ook bomvol. Dat werd dus knallen als ‘n wild’n! Met rock ‘n roll, bluesrock en soulsongs van hun twee albums The Kotten Fields Sessions (2012) en Faico Faico (2014). Plus de nieuwe asfalt-rockballade ‘Counting The Pieces’ en de David Guetta cover ‘Lovers On The Sun’, inclusief warm Mexicaans trompetgeluid. Zompig, broeierig en scheuren… kortom: Hard Goan met de The Backcorner Boogieband! Remember de Summer of Love in het San Francisco van 1967 (of anders wel die in Lichtenvoorde anno 2014!)

Terug naar The Bayou voor een afspraak met onze Vlaamse vrienden van de rootsrock band Rusty Roots. Alvorens we de mannen zouden interviewen [later te lezen op deze website] eerst een uurtje jouïsseren van Belgenboogie in optima forma. De bandsamenstelling is al net zo gevarieerd als hun muziek; een mooiboy in de spits, een hillbilly en acteur Steve Buscemi look-alike op het middenveld en een greasy rocker in de achterhoede. Met namen en hulpmiddelen houdt dat in: Jan Bas (zang, gitaar), Stefan ‘Body’ Kelchtermans (bas), Bob Smets (gitaar) en Nico ‘Tutt’ Vanhove (drums). Awel zunne, een collectief dat klinkt als een klok. Reeds tien jaar samen onderweg en ‘Your Host’ was onlangs alweer hun vierde album met elf eigen songs die terecht het predikaat ‘High Class Roots Music’ meekregen. Muziek met potentiële reikwijdte die blijkbaar aanslaat bij een breed publiek, van peuter tot dronkaard met luchtgitaar [zie foto’s en filmpje]. ‘Tell It like It Is’, ‘Ohoo’ en ‘Sidewalk’ zijn zo wat nummers die voor velen na de eerste keer beluisteren probleemloos opgepikt werden. En het bluesy ‘Backdoor Man’ liet horen dat hun oorspronkelijke roots nog lang niet roestig zijn. CCR’s ‘Fortunate Sun’ tot slot was een rake cover op The Bayou-weide.

De 73-jarige Seasick Steve blijft verbazen. De hype die een must werd. Of we hem nu in een club zien optreden, op een indoor festival of zoals nu op de Zwarte Cross buiten met zo’n 30.000 personen voor het hoofdpodium, het slaat aan. Met zijn blues, boogie, countrysongs wind hij het publiek om zijn vinger zoals hij die éne snaar op zijn One-Stringed Diddley Bow gitaar knoopt. Met eenvoud en gemak dus. Met een kleine bezetting en minimale middelen trekt hij al zeven jaar volle zalen en velden. Slechts vergezeld door zijn vaste drummer Dan Magnusson was de Amerikaanse bluesmuzikant nauwelijks waar te nemen op het immense ZC-hoofdpodium. Maar zodra hij zijn afgeragde of zelfgemaakte instrumenten ingeplugde en songs als ‘Diddley Bo’ of ‘Thunderbird’ uit de speakers liet knallen ging het publiek los. De setlist week weinig af van die tijdens het TW Classic Festival, alwaar hij in juni ook nog voor een grote mensenmassa optrad. Inclusief het nieuwe nummer ‘Barracuda ‘68′ en de Big Joe Williams cover ‘Baby Please Don’t Go’. Authentiek en autonoom mét auto onderdelen, zoals hij dat al jaren lang doet. Want een oude hond leer je geen nieuwe trucjes meer. Keep on keepin’ on Steve! We namen er net zoals Steve zelf nog een slok Nozemoil op, want ‘zonder smering giet alles noar de tering’, zoals ze dat in de Achterhoek zeggen. ‘t Was weer een alderbastend mooi feestje!

Programma zaterdag 26 juli The Bayou: Giant Tiger Hooch; Tinez Roots Club; Rusty Roots; Tim Knol; Poor John; The Experimental Tropical Blues Band; The Silverfaces.

Programma zaterdag 26 juli The Roadhouse: The Fume; Paceshifters; Backcorner Boogie Band; The Pheromones; Santa Cruz; Red Fang; DeWolff.

NB: het is onmogelijk om op een festival als de Zwarte Cross alles uitgebreid te bekijken en te fotograferen/bespreken. TBA? beperkte zich daarom tot een aantal highlights naar eigen voorkeur. Bekijk hier al onze ZC-2014 foto’s. Voor meer uitgebreide info zie: www.zwartecross.nl.



Exclusief interview met Johan Derksen over zijn échte passie!

Geplaatst op 13 July 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Johan Derksen
door: Giel van der Hoeven
voor: The Blues Alone?
foto’s: © Arjan Vermeer & José Gallois
Alle foto’s zijn hier te zien.
locatie: Kurhaus Hotel, Scheveningen
datum: zaterdag 14 juni 2014

Al acht jaar maakt hij voor de regionale radiozender RTV Rijnmond in Rotterdam iedere zaterdagochtend het radioprogramma ‘Muziek voor Volwassenen’. Begin van dit jaar werden we ineens geconfronteerd met “Het lijstje van Johan”. Een lievelingslijstje met bluesartiesten dat hij in samenwerking met de North Sea Jazz Club heeft samengesteld. En ‘Derksen On The Road’ was in het voorjaar van 2014 zijn muzikale roadtrip die hij al jarenlang wilde maken. Niet op eigen houtje door de Verenigde Staten dit keer. Maar gewoon door ons eigen land, op zoek naar de grondleggers van de huidige Nederlandse popmuziek. Voor ons van TBA? voldoende redenen om hem zelf eens over zijn grootste passie ‘muziek’ te ondervragen. Een beter moment dan daags na de triomfantelijke 5-1 overwinning van Oranje op wereldkampioen Spanje hadden we niet af kunnen spreken. Want de sfeer zat er lekker in, in Nederland en dus zeker ook in en rondom het Steigenberger Kurhaus-Hotel in Scheveningen. Buiten bij de voordeur van het luxe hotel werden we door hem, trekkend aan een sigaartje (hoe kon het ook anders), ontvangen als ‘bluesbrothers’. Dit even ter verduidelijking dat dit interview uitsluitend over muziek gaat. We waren gelijkgestemd, want ook wij kwamen die dag niet voor een tijdelijke Oranje roes maar wel voor de eeuwige Blues! Iedereen kent hem als dé voetbalspecialist, maar in dit interview legt Johan Derksen uit dat balbezit niet altijd het belangrijkste is. Want er is leven, er is leven ná de bal!

Bent u voetbalkenner en muziekliefhebber of is het andersom?
- Nou, wat met voetballen te maken heeft doe ik voor mijn beroep en muziek is echt een passie van me. Van het voetbal leef ik dus en wat ik met muziek doet, daar vraag ik in principe nooit geld voor. Dus dat is wel een groot verschil.

Van april t/m juni was er met ‘Derksen on the road’ [geproduceerd door Sarphati Media]  eindelijk weer eens een goed muziekprogramma op de Nederlandse tv. Bent u tevreden over het resultaat, de kijkcijfers en de waardering?
- Ik vond het resultaat niet zo slecht en ik ben ook overladen met schouderklopjes. De waardering van de mensen die gekeken hebben - op de één of andere manier ben ik die allemaal tegengekomen - was goed. Maar uiteindelijk was er te weinig interesse voor en keek er bijna niemand. Als ik onzin verkondig over voetbal op tv kijken er 900.000 mensen. En met ‘Derksen on the road’ werden we steeds weggestopt na zo’n avond voetbalonzin, dan kijken er hooguit nog maar 100.000 mensen.  Bij de commerciële tv worden ze daar niet enthousiast van. En als je de wetten van de commerciële tv naleest ben ik bang dat er helaas geen vervolg op zal komen. Kijk maar eens hoeveel muziekprogramma’s dat er eigenlijk zijn? Weinig dus, blijkbaar zijn de omroepen daar dan toch huiverig voor. Als ik in Voetbal International TV één of andere zanger meeneem die ik zelf goed vind raken ze bij RTL op voorhand al hélemaal van de leg. Want als zo’n man een liedje gaat zingen zappen er gelijk 300.000 kijkers weg. Ik geef toe dat het ook geen ideale combinatie is, voetbal en mijn muziekkeuze. Misschien had ik dan toch van de Toppers moeten houden. Want met kwaliteitsmuziek jaag je mensen weg bij hun tv, daarom mogen bands in ‘De Wereld Draait Door’ ook maar 1 minuutje spelen.


“Met kwaliteitsmuziek jaag je mensen weg bij hun tv, daarom mogen bands in De Wereld Draait Door ook maar 1 minuutje spelen".

Toch teleurgesteld dus?
- Nou nee hoor. Ik heb het met heel veel plezier gemaakt. Het is lowbudget gedaan want ik deed alles zelf. We hadden een cameraman, een geluidsman, een eindredactrice en nog een redactie/productiejongen die van alles regelde. Met een man of vijf in totaal dus. Het was hard werken want bij het voetbalprogramma ga ik zitten en na anderhalf uur ben ik klaar en kan ik weer naar huis. Maar voor elk uurtje ‘Derksen on the road’ tv moesten we vaak vijf dagen draaien. Ik was erg veel onderweg voor interviews en voorgesprekken en daar gaat veel tijd inzitten. Maar ik heb het zeker met heel veel plezier gedaan hoor!

In Derksen on the Road kwam ook uw voorliefde voor blue-eyed soulzangers naar voren zoals Theo van Es (The Shoes) en Johnny Kendall (& the Heralds). Waar komt die adoratie vandaan?
- In de jaren zestig had je in Nederland een aantal erg goede zangers, die écht konden zingen en een karakteristiek stemgeluid hadden. Als je nu kijkt naar bepaalde volkszangers die volle stadions trekken kunnen die in verhouding met die zangers niets. Theo van Es  had in de soul- en blues scène gewoon een hele grote kunnen worden. Maar die zat naar mijn mening bij de verkeerde band. En Johnny Kendall & the Heralds  was eigenlijk de eerste bluesband in Nederland. In 1964 kocht ik hun single ‘St. James Infirmary’ en dat lied greep me meteen. Die man heeft echt fantastische dingen gedaan en ik heb nooit begrepen waarom hij 50 jaar lang genegeerd werd! Als ik hem nu niet op zijn 73ste jaar in ‘Derksen on the Road’ voor het voetlicht had gehaald had niemand ooit van zijn bestaan afgeweten. Johnny Kendall, die eigenlijk Johan Donker Kaat heet, heeft later met De Maskers ook nog in het clubcircuit gezongen, weinigen weten wie hij is. Ter promotie van ‘Derksen on the road’ kwam ik met hem binnen bij Pauw & Witteman. Dan zie de mensen bijna denken: ‘met wat voor Amsterdamse slungel met een haarstukje komt die Derksen nou weer aanzetten?’ Maar zodra hij gaat zingen dán staat er ineens een personality, weet je wel.

Hebt u Kendall met al deze aandacht misschien ook weer aan een carrière geholpen?
- Nou, dat valt wel mee hoor, een dergelijke artiest blijft natuurlijk moeilijk te plaatsen. Daarbij woont Johnny Kendall al jaren lang grotendeels in Brazilië. Maar ik vond het te gek voor woorden als zo’n man ooit komt te overlijden, niemand hem dan nog kent. Terwijl hij prachtige muziek gemaakt heeft.


[Johan Derksen geinterviewd door Giel van der Hoeven in de VI tv-room van het Scheveningse Kurhaus]

Door uw beroep als journalist bent u in de gelegenheid geweest om erg veel (sport)mensen wereldwijd te ontmoeten. Maar in de jaren zeventig schreef u ook al over muziek (’Jan de Hont is de meest onderschatte gitarist’- 1974). Welke artiest of band zou u nu nog eens graag willen interviewen?
- Hm ja, nou… een goed interview als hij er echt voor gaat zitten met Van Morrison  zou wel een uitdaging zijn hè? Maar dat heeft hij van zijn leven nog niet gedaan! Ja, met frisse tegenzin als de platenmaatschappij erom vroeg. Maar dat is natuurlijk een soort gesloten boek dat nog nooit open is geweest. Ik heb hem wel ontmoet hoor. En ook vreselijke heibel met hem gehad, haha. Dat was jaren geleden tijdens een éénmalig popfestival op de renbaan in Hilversum. Het einde van het liedje was dat hij weigerde op te treden, hij ging mokkend in een auto zitten. [Lees meer hierover in onze special over het Summerfestival Hilversum, 18 juli 1974 – te publiceren op 18 juli a.s. - red.*]


“Van Morrison is een soort gesloten boek dat nog nooit open is geweest".

Dus Johan Derksen heeft er in 1974 voor gezorgd dat Van Morrison nooit op het podium van het Summerfestival in Hilversum verscheen?
- Nou… ik wil die eer niet alleen opstrijken want er waren nog een paar andere bij. Maar hij heeft daar niet meer opgetreden nee. Die man was zo licht ontvlambaar en zó onredelijk. De Allman Brothers Band  heeft toen die tijd vol gespeeld. En ook zij moesten er eerder mee stoppen na geluidsoverlast klachten uit de buurt of zoiets.

In die jaren zeventig deed u als journalist al verschillende dingen. U schreef toen ook onder de pseudoniemen ‘Gerrit Westers’ en ‘Freek Zoontjes’. Waarom was dat?
- Ach, in die tijd mocht ik voor de krant waar ik voor werkte niet voor andere media werken. Daarom schreef in onder die pseudoniemen in het blad Voetbal International, het was dus eigenlijk een trucje. Freek Zoontje was bedacht omdat de naam van de hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden Ger Vaders was, vandaar dus.

Even terugkomend op Van Morisson. Ik ken wat mensen uit de muziekscène die u regelmatig bij concerten van hem zagen. U bent halverwege zo’n concert ook wel eens weggelopen vernam ik. Bij een voetbalwedstrijd is dat onder supporters ‘not done’. Maar tijdens een minder goed of slecht optreden moet dat wel kunnen vindt u?
- Ja, want ik ben niet zo’n fan die artiesten adoreert. Ik heb Van Morrison misschien wel 200 keer live zien optreden. Vroeger gingen we vaak een hele week naar Londen, dan trad hij meerdere avonden op in het Dominion Theatre aan de Court Road in Tottenham, ach ik weet het nog precies. Hij speelt toevallig over een paar dagen weer in Engeland [16 juni 2014: Hampton Court Palace Festival, Surrey - red.] Maar de laatste tien keer dat ik hem gezien heb vond ik er niks aan. En in de Heineken Music Hall in Amsterdam ben ik inderdaad halverwege weggegaan. Ik was net daarvoor in Londen geweest in de Royal Albert Hall, dat was een goede show met Chris Farlowe en zijn dochter Shana Morrison erbij. Maar in de HMH raffelde hij het weer af en dan stap ik op. Ik laat me niet in de maling nemen, dan ga ik echt naar huis. Ja, die laatste keren heb ik me meer geërgerd dan genoten. Ook zijn laatste platen vind ik minder interessant dan voorheen. Maar als hij in Nederland is ga ik er wel altijd weer heen, want hij kan zomaar weer eventjes vlammen hè.

Sinds oktober 2005 doet u voor de regionale zender RTV Rijnmond ook iedere zaterdagochtend het radioprogramma Muziek voor Volwassenen. Hierin draait u voornamelijk veel blues, beat, country en Americana uit eigen kast. Muziek die vooral bij 50-plus luisteraars nostalgische gevoelens oproept. Hoe komt u daar zo terecht en is het een live programma?
- Jaja, ik was vanmorgen alweer om half zeven op hoor. Ik doe eigenlijk alles live want ik houdt niet van opgenomen programma’s. Omdat ik toevallig een bekende kop heb en een eigen muzieksmaak, kwam destijds deze gelegenheid om bij Radio Rijnmond dat programma te maken. En ik krijg daar ook géén salaris voor zoals sommige mensen wel eens denken. Maar ik mag wél drie uur lang uit mijn eigen platenkast draaien! En daar bleek dus zo’n behoefte aan te zijn dat het na acht jaar één van de best beluisterde radioprogramma’s van Radio Rijnmond is. Dat bereik moet je niet onderschatten hoor want het reikt van Antwerpen tot Amsterdam. En via Internet wordt het door heel Nederland beluisterd en zelfs uit Spanje en Amerika krijg ik reacties.

Stelt u de playlist samen volgens een format?
- Nou nee, ik ruk wekelijks wat Cd’tjes uit de kast en neem die mee. Ik probeer er wel steeds een themaatje aan mee te geven of ik neem een artiest als rode draad. Iedereen tevreden stellen lukt je nooit natuurlijk. Als ik teveel Blues draai krijg ik de Country- fans over me heen, en andersom. En als ik teveel gouwe ouwe draai vinden ze het weer een Arbeidsvitamine programma, dus een bepaalde balans van stijlen en songs streef ik wel na.

U ageert hiermee ook tegen de (grote) radiostations die volgens u de luisteraars dom houden door commerciële weggooimuziek te draaien. Onderschat u hiermee niet complete generaties jongere muziekliefhebbers?
- Kijk, als ik ’s avonds naar huis rijdt en ik zet de radio aan, hoor ik overal hetzelfde. Top-40 rommel of softrock muziek van Bon Jovi en Toto. En schijtlollige diskjockeys met lullige telefoonpraatjes. Ik krijg dan als normale automobilist bijna de indruk dat er geen mooie muziek meer gemaakt wordt! Het is heus niet zo dat ik een sentimenteel ‘back to the sixtees’ type ben hoor, want vandaag de dag wordt er nog zat mooie muziek gemaakt. Maar wat ik - en al mijn luisteraars - graag willen horen wordt niet op die stations gedraaid. Ik ben nog van een generatie die relevante informatie wil horen bij het plaatje. Het gaat toch niet om het ego van de diskjockey zeker? En natuurlijk draai ik zelf voornamelijk voor mensen die zijn opgegroeid met de Beatles, Stones en Bob Dylan, maar dat is óók een doelgroep! De muziek doelgroep houdt niet op bij 49 jaar. Maar met alles dat ouder is wordt geen rekening meer mee gehouden. Dat is dom. Want dat is juist de doelgroep met een paar centen, ze laten een grote zak met goud liggen. Nu draaien ze in Hilversum plaatjes voor een generatie die alles van Internet jat!


“Ik ben nog van een generatie die relevante informatie wil horen bij het plaatje. Het gaat toch niet om het ego van de diskjockey zeker?”

Maar ook in die 50-plus categorie verschillen de smaken toch?
- Zeker. Mijn buurman is een heel keurige man. Hij vroeg aan mij: ‘ga je mee naar Marco Borsato in het GelreDome in Arnhem?’ Ik zei tegen hem: ‘voor geen goud!’ Hij kwam terug en zei: ‘dit was echt het mooiste wat ik ooit gezien heb’. Toen vroeg ik: ‘ken jij misschien Tom Russel?’  Nee, daar had hij nog nooit van gehoord. Dan denk ik aanvankelijk, wat een domoor! Maar, ik kan hem dat ook weer niet kwalijk nemen want het is nooit op de radio te horen. Die mensen in Hilversum hebben zoveel macht, die zenden de hele dag commerciële bullshit uit en een zooitje gouwe ouwen. Ik vind het dus onbegrijpelijk dat er tussen al die zenders uit Hilversum niet ééntje zit dat gewoon continu kwaliteitsmuziek laat horen. Ja, op Radio 6 doen ze leuke dingen maar die hebben ook geen luistercijfers. Met een beetje afwijkende smaak ben je al gauw freak. Ik ben toevallig een bluesliefhebber, maar dat hangt erbij. Als je van Country houdt, hang je er ook bij! Of Soul, Roots, Americana, Cajun, Zydeco… het speelt blijkbaar allemaal geen rol meer. En dat stoort mij enorm, daarom dat ik iedere zaterdag ochtend vroeg naar dat Radio Rijnmond rijdt en zelf lekker plaatjes ga draaien. En de luisteraars zijn ook nog eens dol enthousiast.

U haat telefoonspelletjes en gezwets met luisteraars. Maar hoe belangrijk is het om de luisteraars én muzikanten er toch direct bij te betrekken? Ik vernam bijvoorbeeld van een locale bluesband Big Will & the Bluesman die u eens hun nieuwe CD toezond, dat er tot hun eigen verbazing de zaterdag erna gelijk een track van gedraaid werd!
- Nou ja, zó belangrijk dus! Ik kan me herinneren dat ik daags erna een e-mail kreeg van één van die bandleden. Hij schreef dat zijn vader hem wakker belde omdat hij op de radio was! Nou als dat niet direct is, haha. Kijk, ik moet het natuurlijk wel aardig vinden klinken maar als dat zo is gooi ik het er soms wel eens tussendoor. Het is ook een stimulans want Big Will & the Bluesman  traden kort erna ook weer op voor het RTV Rijnmond programma Live uit Lloyd. Ik heb ook een aantal keren met de Pinksteren uitsluitend verzoekjes met een verhaal van luisteraars gedraaid, dat sloeg ook aan.

Daar heb ik zelf ook op gereageerd! En inderdaad ook tot mijn verbazing werd dat verzoekje gedraaid. Temeer omdat het om een song van de Amerikaanse singer-songwriter Sam Baker ging. Waar zelfs op Spotify niets van te vinden is!
- Sam Baker  heb ik zelf ook live in Texas zien optreden, met Gurf Morlix  samen. Dat was heel goed. Morlix is wel een betere gitarist hoor maar ondanks zijn handicap is Baker een prima Americana artiest. Al vind ik zijn laatste CD ‘Say Grace’ (2013) minder dan de eerste drie. En hij heeft ook bij Music Road Records  van Jimmy LaFave  opgenomen. Nee, alles wat obscuur is ken ik wel.

Wat mij persoonlijk ook zeer verheugde is dat u in ‘Muziek voor volwassenen’ op zaterdag 11-08-2012 een speciale uitzending aan Willy DeVille en zijn band Mink DeVille wijde. Bent u daar ook fan van?
- Jazeker. Willy DeVille  is voor mij een gigantische topper! Ik heb hem vlak voor zijn dood nog met het akoestische trio in de schouwburg van Gouda gezien. Toen was hij goed bij stem hoor, maar ik zag hem ook wel eens optreden dat ik dacht, wat doe ik hier? Maar in vorm was hij écht geweldig.

U hebt het alleen niet zo op jonge Nederlandse singer-songwriters, ondanks dat ze misschien wel kwaliteitsmuziek maken. Heeft dit te maken met het feit dat - gezien hun leeftijd - de ervaring en bepaalde emotie ontbreekt in hun muziek?
- Misschien, maar ik vind bijvoorbeeld de muziek van Tim Knol ook gewoon niks aan. Hij heeft een kinderachtig stemmetje en speelt liedjes na uit de platenkast van zijn vader. Maar dat is mijn persoonlijke mening. Verder is het een erg aardige jongen hoor, ik kom hem wel eens tegen.

U hebt zelf kinderen, twee dochters en een stiefzoon, hebben zij uw muzikale smaak nooit kunnen beïnvloeden?
- Nee! Maar andersom wel hoor. Mijn oudste dochter is opgegroeid tussen mijn platenkasten en was op haar negende jaar al gek van Bob Dylan liedjes. Maar mijn jongste dochter is typisch iemand van deze generatie, alles dat ze kan downloaden pakt ze. En die stiefzoon van mij zit helemaal in de alternatieve scène. Met van die rare bandjes waar ik helemaal niks mee heb. Hij gaat ook naar festivals waarvan ik denk, ‘God, wat moet je daar nou doen?!’ Nou ga ik zelf helemaal niet naar festivals hoor. Mijn vrouw wel, die is vorig jaar ook nog naar Bruce Springsteen  geweest. Maar ik ga dan niet mee, want ik heb een voetbalhoofd en dan wil iedereen weer weten wie er kampioen wordt en zo.

Doordat u regelmatig op de radio te horen bent en vooral op de tv verschijnt, ben u zelf ook een publiek figuur geworden. Soms populair in de samenleving maar het kan ook een keerzijde hebben (zoals u zelf wel heeft ondervonden). Waar ligt de grens voor u?
- Als je met VI Oranje weken achter elkaar op dezelfde locatie zit willen mensen met je op de foto. Ik sta inmiddels geloof ik op alle Facebook pagina’s van Nederland terwijl ik er zelf geen één heb. Vroeger toen ik jong was wilde ik graag ‘beroemd’ worden, en nu ben ik dat (tussen aanhalingstekens). Dan moet je daar ook niet over zeiken want het hoort erbij. Maar waar ik ook kom denken de mensen altijd dat ik over voetbal wil praten. Buiten mijn werk om is dat juist het laatste wat ik wil! Dus als ik live concerten bezoek beperk ik me tot de clubs zoals Paradiso, de Melkweg of in Nijverdal ‘of all places’. Want daar laten de mensen je over het algemeen met rust. Nou moet ik zeggen dat ik in de blues scène weinig types tegenkom die graag over Ajax of Feyenoord willen lullen.


“Als een klusje me soms niet goed uitkomt, zeg ik tegen die boeker: ‘vraag de hoofdprijs maar zodat ik te duur ben en ze ervan afzien”.

Inmiddels bent u ook te boeken of in te huren via een Entertainment bureau. Is dat dan meer uit zelfbescherming dan dat het schnabbel redenen heeft?
- Enigszins ja, ik doe wel eens wat hoor, maar op een gegeven moment weet je zelf niet meer wanneer je ‘nee’ moet zeggen. Dan gá je maar weer naar een jeugdtoernooi in Vars seveld, terwijl ze thuis steeds meer ontevreden worden. Dus heb ik ook ooit een boeker benaderd. Maar dat heeft geen commerciële redenen want de opbrengsten gaan altijd naar een goed doel. En als een klusje me soms niet goed uitkomt, zeg ik tegen die boeker: ‘vraag de hoofdprijs maar zodat ik te duur ben en ze ervan afzien’.

Ik heb u ooit horen zeggen dat u zich na uw pensioen graag in Amerika zou willen vestigen. Afgelopen januari bent u 65 jaar geworden. Zijn die plannen er nog steeds?
- Nee. Maar die plannen waren wel serieus. We zijn in Portland (Main) en Austin (Texas) ook op huizenjacht geweest. En dan komen er ook zaken aan het licht waar je serieus over na moet denken. Je krijgt niet zomaar een green card en van oktober tot en met maart kan er in Portland zomaar twee meter sneeuw liggen. Bovendien gaan dan de zwarte beren op zoek naar voedsel en dan laat je het wel uit je hoofd om buiten even een sigaartje op te steken. Texas is een vreselijke staat met veel rednecks. Maar Austin is natuurlijk wel een muziek Mekka voor mij met veel bandjes die ik leuk vind en ook vrienden die daar wonen. Daar hadden we ook een appartementje op het oog. Eenmaal terug in het vliegtuig ging ik me afvragen, wil ik eigenlijk wel in een staat wonen waar de doodstraf nog wordt uitgevoerd? Maar we komen al jaren in de VS en ik wil dat ook graag blijven doen. Toen vond mijn vrouw een organisatie op Internet waar je steeds per maand in verschillende staten huizen kan huren. En dat zijn we toen gaan doen. Vorig jaar zijn we in Seattle en Portland (Oregon) geweest - daar hebben de kinderen ook een jaar gewoond - en gelijk Vancouver meegepakt. We moeten nu alleen nog naar Arizona, dan hebben we de hele scène in het Noorden gehad.

Waar komt die drang vandaan om steeds weer terug te willen naar de Verenigde Staten?
Ik wil heel Amerika coveren, want iedere staat heeft iets interessants te bieden op het gebied van muziek. Daarbij is het voor mij een soort van tegengif. Iedere ochtend komt er een grote bal in mijn richting gerold en ’s avonds als ik naar bed ga leg ik die bal pas weer weg, weet je wel. Als ik deze rare hobby die zich in een andere wereld afspeelt niet zou hebben, zou ik ook niet een jaar lang over voetbal kunnen lullen op tv.


“Iedere ochtend komt er een grote bal in mijn richting gerold en ’s avonds als ik naar bed ga leg ik die bal pas weer weg".

Eh, hebt u wellicht nog tips voor de 50-plus doelgroep met een paar centen op zak?
- Tegenwoordig kan je elke stad en iedere muziekband op Internet uitpluizen. Seattle is natuurlijk een bekende muziekstad, maar ik heb daar toevallig de singer-songwriter Patty Griffin  live gezien. Ik was op het Chicago Blues festival  en al die grote namen waar je de kast mee vol hebt staan, treden daar dan gewoon op in een park. En die mensen kan je ook gewoon een hand geven want interessant gedoe als een backstage hebben ze daar niet. En dan al die bluesclubs daar, in Buddy Guy’s Legend Blues Club  mag je gewoon sigaren roken! In New Orleans heb ik ook hele mooie dingen gezien. Zoals één van mijn favoriete Delta bluesgitaristen Tab Benoit.  Je verwacht dat zo’n man daar in een luxe schouwburg zou optreden, maar die stond gewoon in een achenebbisj bowlinghal te spelen! We liepen erheen door een zwarte volkswijk met van die houten huizen met veranda’s. En al die donkere locals met van die gouden tanden keken ons na. Dat leek eigenlijk heel idyllisch allemaal, zoals in een film. Maar de politieagent die we tegenkwamen vroeg ons heel cynisch: ‘toeristen zeker?’ Bleek het een levensgevaarlijke wijk te zijn dus hebben we ’s avonds maar veilig een taxi terug genomen. Tab Benoit trad op in de kantine van die bowlinghal terwijl daar ook een kinderpartijtje gaande was. Daar sta je dan bij je grote held… en tussen geagiteerde bowlende kinderen die zich afvragen wat die vent daar nou met een gitaar staat te doen?


[Harry Muskee wordt in 2011 toegelaten tot de Dutch Blues Hall of Fame]

Uw vader was adjudant bij de rijkspolitie. In verband met zijn werk verhuisde jullie in de jaren zestig van Gelderland naar Drenthe. Zodoende kwam u ook in contact met de bluesband Cuby + Blizzards en wijlen frontman Harry Muskee. In hoeverre is dat een verrijking in uw leven geweest?
- Ik kwam als kind in het Drentse dorp Rolde terecht en verstond die mensen daar nauwelijks. Maar mijn vader had een collega, opperwachtmeester Gelling, dat was dus de vader van Eelco Gelling, de latere Cuby-gitarist. Via hem kwam ik weer met Harry Muskee in contact. Harry was ouder dan mij en heeft me eigenlijk alles geleerd. Hij heeft me de bluesmuziek met de paplepel ingegoten. Want ik hield toen van Britse popgroepen als Wayne Fontana & The Mindbenders of Billy J. Kramer & The Dakotas. Maar Harry was toen al met Amerikaanse bluesgitaristen zoals Muddy Waters en John Lee Hooker bezig. Ik las nog Nederlandse kinderboeken over Arendsoog maar Harry verdiepte zich in het autobiografische boek On the Road van de Amerikaanse schrijver Jack Kerouac, begrijp je wel? Dus dat Drenthe heeft voor mij wel wat betekent ja. En elke bluesliefhebber heeft of kent wel de elpee ‘Groeten uit Grolloo’ van Cuby + Blizzards  uit 1967.

U hebt onlangs ook een huis gekocht in Grolloo?
- Een weekendhuisje ja. Ik zat dit voorjaar een keer in café Hofsteenge in de Hoofdstraat vlakbij het C+B museum  dat is gevestigd in de boerderij waar de band vroeger repeteerde. Daar in de buurt zag ik toen een klein huisje te koop staan en kort erop hebben we het ook gekocht. Zeg maar voor de prijs waarvoor je in de stad een garagebox koopt.

Kunnen we dat beschouwen als een broednest voor ambitieuze Bluesarrangement plannen in die regio?
- Er speelt daar natuurlijk van alles met het C+B museum, het Blues in Grolloo festival  en Cultureel Café De Amer.  Maar ik sta daar verder buiten. Zoals je weet ben ik actief voor de North Sea Jazz Club in Amsterdam. En de eigenaar van die club is ook eigenaar van het C+B museum. Maar die man woont op Curaçao en treed niet op de voorgrond. Daarom doe ik dat voor hem, een beetje als bedrijfsleider eigenlijk. Het Bluesfestival in Grolloo wordt georganiseerd en geprogrammeerd door Stichting de Amer.

Met ‘Het lijstje van Johan’ - het regelmatig organiseren van bluesconcerten in die North Sea Jazz Club in Amsterdam - willen jullie bewijzen dat de blues springlevend is. Was dat nodig?
- Nou ja, dat is natuurlijk ook een verkoopkreet, maar je moet je in zo’n club wel uitermate inspannen om publiek te trekken. Kijk, bluesfestivals zijn reünies, daar kom je altijd hele groepen precies dezelfde mensen tegen. Maar regelmatig publiek bij verschillende optredens zien te krijgen in een bluesclub is lastiger. Dat zal erin moeten slijten. Zeker als het ook nog eens de naam ‘jazzclub’ draagt. Met het Bimhuis had Amsterdam al een podium voor jazz muziek, dus als het helemaal een bluesclub zou worden, dan heb ik daar absoluut géén bezwaar tegen. In een stad als Amsterdam moet toch zeker regelmatig een bluesclub met 450 mensen vol te krijgen zijn?


“Met het Bimhuis had Amsterdam al een podium voor jazz muziek, dus als het NSJC helemaal een bluesclub zou worden, dan heb ik daar absoluut géén bezwaar tegen”..

Lopen jullie met die Ronnie Scott’s Jazz Club-achtige setting niet het risico nu slechts nog salonpubliek te trekken in de NSJC?
- Die tafeltjes en stoeltjes zijn natuurlijk ook commercieel aantrekkelijk want nu kunnen er maaltijden bij verkocht worden. Ik ben het met je eens, wij zouden ze er ook liever uitgooien en het hele diner gebeuren naar het restaurant ernaast verplaatsen waar je nu alleen nog maar pizza’s kunt kopen. Maar er komt momenteel nog niet voldoende publiek om de zaal te vullen met alleen maar staanplaatsen. Dus blijven die zitplaatsen voorlopig een chique opvulling. Ik ben daar echt met van alles bezig hoor, misschien doen we zelfs wel iets met tv-uitzendingen. Een Jools Holland-achtig live programma moet in Nederland toch ook tot de mogelijkheden behoren? Zelfs sponsoren zijn bereid om hieraan bij te dragen. Maar als televisiemakers het woord ‘muziek’ horen uit mijn mond schieten ze gelijk al in de vlekken.

en negentig bent u ook manager van Cuby + Blizzards geweest. Was dat een vriendendienst met gedeelde passie als reddingsactie of een zakelijke overeenkomst?
- Harry had in die tijd een funkband, gewoon Muskee genaamd. Daarmee speelde hij in jongerencentra voor weinig bezoekers en die kinderen vroegen zich ook nog eens af: wie is die meneer? Dus dat bloedde dood en die band had geen toekomst meer. Dus ik zei toen tegen Harry: ‘jij moet de schouwburgen in, want dáár komt jou publiek wel naartoe en die zijn heus wel bereid om daar een paar tientjes voor te betalen’. Maar Harry had een bloedhekel aan ‘back to the sixtees’ festivals. Dus ik zei: ‘nee, niks festivals, we gaan Cuby + Blizzards weer oprichten!’ Toen zijn we gaan praten met Herman Deinum, Hans la Faille en Helmig van der Vegt. En zelfs Eelco Gelling is er nog 1 avond bij geweest, maar die was er de volgende dag alweer uit. Dus Erwin Java werd in 1996 de gitarist. En wat je dán allemaal overhoop haalt… geld voor een management was er niet dus Harry en ik zijn op zoek gegaan naar een sponsor. En dat werd bluesfanaat Henk Aa uit Raalte, samen met Jan die man uit Curaçao op de achtergrond. Henk Aa zijn bedrijf Beaphar (in verzorgingsmiddelen voor huisdieren) was al eerder voetbalsponsor van Go Ahead Eagles in Deventer en van Roda JC in Kerkrade geweest maar hij wilde weer eens wat anders. Het is een enorm succes geworden want iedere voorstelling raakte vrijwel uitverkocht. Vanaf dat moment deden ze niet anders dan in de theaters spelen met af en toe nog een cluboptreden of een festival tussendoor. Maar ik kreeg het er steeds drukker mee en zat op een gegeven moment meer voor Cuby aan de telefoon dan voor mijn eigen werk. Met Jacques Senf zijn we toen toch weer op professioneel management over gegaan. En als Harry niet was overleden zouden ze nu nog in dat theatercircuit zitten.

Zou zo’n managementfunctie momenteel weer mogelijk zijn bij bijvoorbeeld een band als King Of The World?
- Achter de schermen spelen er allerlei plannen. King Of The World  is erg goed bezig momenteel en dat moet ook zeker zo blijven. Maar als ze een paar keer alle Nederlandse clubs hebben gehad gaat de verrassing eraf. Dus zou je je kunnen indenken om iets als een terugkerend project met ze te doen. Of om ze met wisselende gastmuzikanten op te laten treden en albums te laten maken. Ik zal een voorbeeld geven, vorige week hadden wij in de NSJC een hele goeie harmonicaspeler, R.J. Mischo.  Hij heeft o.a. gespeeld met de blueslegende Muddy Waters. Nu had hij een bij elkaar gezochte begeleidingsband met twee Duitsers en een Fin. Als je zo’n man nou eens een hele tour zou koppelen aan King Of The World, dan krijg je plotseling een hele andere beleving! Maar, King of the World is nu met hun vieren ook een uitstekend bandje hoor! Ik ken Erwin Java al vanaf dat hij kleuter was want ik was bevriend met zijn oudere broer André, die helaas overleden is. Het zijn fijne en bescheiden mensen, de Java’s.


[Erwin Java, gitarist bij King of the World, tijdens het Ribs & Blues Festival 2014]

Is professioneel musiceren te vergelijken met het bedrijven van topsport?
- Nou, ik heb zelf nooit zulke topsport bedreven hoor want ik was maar een huis, tuin en keuken voetballer. Maar ik denk qua intensiteit wel degelijk! Want als deze jongens op niveau willen blijven zullen ze heel wat uurtjes met hun instrument moeten maken. Niets in het leven komt je aanwaaien namelijk. En als je van Erwin ook hoort in de laatste uitzending van ‘Derksen on the the road’  hoeveel kilometers hij met Harry in die auto gereden heeft, dat is verschrikkelijk. En ik weet zelf ook hoe het is hè, want ik heb het ook jaren lang gedaan. Dan had Cuby bijvoorbeeld een optreden in Delfzijl en moest ik de mondharmonicaspeler John Lagrand ophalen uit Den Haag. Maar ook weer terug brengen ’s nachts!

U staat ook bekend als man van tegenstellingen. Twee voorbeelden: u promoot de kwaliteitsmuziek maar in 2012 nam u met o.a. Wilfred Genee een smakeloze single ‘Nederland is helemaal oranje’ op.
- Ho ho! Dat was zelfs een LP hè! En die is ook nog eens goud geworden.

En: in 2005 werd u door het blad Esquire verkozen tot slechtst geklede man van Nederland. Maar in 2013 startte u een eigen kledinglijn en een schoenenlijn. Gaat dit soort activiteiten niet ten koste van uw geloofwaardigheid?
- Nee, want dat interesseert me geen reet! Kijk ik heb die plaat met Wilfred Genee opgenomen als grapje en de opbrengst is gegaan naar de Stichting Spieren voor Spieren. Met die kledinglijn  vond ik het alleen maar leuk omdat er een gitaartje opzat. Ik ben namelijk totaal niet zakelijk, ik krijg een paar van die jasjes en heb verder niets met zo’n bedrijf te maken. En aan die rare schoenen verdien ik ook niets. Een vriend, Jan Palmen  uit Assen, is uit verveling schoenen gaan ontwerpen en ik trek ze aan. Mijn vrouw zegt altijd, een man van 65 gaat toch niet met lichtblauwe schoenen naar zijn werk! Maar ja, dat doe ik dan uit een soort rebelsheid. En wat de mensen ervan denken zal me een worst zijn.


[Johan showt zijn nieuwe schoenenlijn]

U heeft ook gewerkt met Hugo Camps (Sport aan tafel). Hoe kan het dat Vlaamse recensenten over sport en muziek (zie: Humo), vaak aangenamer weten te schrijven dan hun Nederlandse collega’s?
- Ja Hugo! Dat is nou wél een jazzliefhebber. Gek op de saxofonist Charlie ‘Bird’ Parker, uitvinder van de bebop. Maar dat klopt. Hugo wist niets over voetballen, zag nooit een wedstrijd waar we over spraken aan tafel, maar hij had altijd wel vermakelijke teksten. Prachtig wollig taalgebruik, ik was daar altijd heel jaloers op. Dat zijn woordkunstenaars en wij zijn jongens van ‘zes woorden zinnetjes, oneliners! Kijk maar naar het Het Groot Dictee der Nederlandse Taal, daar is ook altijd wel een rare Vlaming met een baard die de eerste prijs wegsleept.


“Hugo Camps zag nooit een wedstrijd waar we over spraken aan tafel, maar hij had altijd wel vermakelijke teksten. Prachtig wollig taalgebruik, ik was daar altijd heel jaloers op”.

Muziektijdschrift uitgevers hebben het door het digitale tijdperk steeds moeilijker gekregen. Ziet u digitale media als een bedreiging voor de professionele branch?
- In Nederland is er eigenlijk nog nooit iemand in geslaagd om een muziektijdschrift succesvol en winstgevend in de markt te zetten. Block Magazine  [opgericht in 1975 – red.] hield in het najaar van 2013 na 160 uitgaven ook op te bestaan. Dat vind ik ook jammer. Ik heb met onze uitgeverij ook wel eens de kans gehad om OOR en andere muziekbladen over te nemen. Maar als je dan gaat rekenen kom je daar wel van terug, want de oplagen zijn zo teleurstellend dat het allemaal hoofdpijn dossiers worden. Ja, internationale bladen als MOJO en Uncut zullen het misschien nog redden. Maar ik denk dat er in deze tijd juist ruimte is voor online magazines zoals die van jullie.

Maar sportboeken en e-boeken worden nog wel goed verkocht. U bent hoofdredacteur van VI Boeken. Is een logische volgende stap dan niet het uitgeven van muziekboeken?
- Nee, nee. Ik ben al helemáál niet voor het uitgeven van digitale e-boeken. En ik ken ook de verkoopcijfers van papieren muziekboeken, dat is ten hemel schreiend. Tenzij het een biografie van Keith Richards betreft of zoiets. Maar dan betaal je je scheel aan de rechten en moet de uitgeverij zich eerst in de schulden steken en dan hopen dat ze eruit komen. Een vriend van mij heeft een prachtig boek uitgegeven over 15 jaar Racoon ‘Alles voor het liedje’, er is er niet een van verkocht.

De laatste vraag: als het Nederlands elftal wereldkampioen wordt, welke song gaat u dan ter ere daarvan draaien?
- Nou ik ben niet zo van de plaatjes die daarbij horen. En ik geloof ook niet dat er één Oranje-speler is die thuis platen heeft wat in mijn richting komt. Maar als ik er zelf ééntje uit de platenkast mag trekken, dan maar de Haagse beatgroep Q65 met You’re the Victor  (1966). Want ik heb altijd wel een zwak gehad voor hun zanger Willem Bieler, dat vond ik een mooie man. Helaas overleed hij in 2000 toen ze net weer bezig waren met een revival, met Hans Waterman als drummer, dat had vast en zeker wéér een goeie band geworden. Want blues en roots en sixties beat blijft écht de mooiste muziek die bestaat!

“Het lijstje van Johan” @ North Sea Jazz Club
16 mrt – Preston Shannon Band
27 mrt – King of The World (albumpresentatie)
29 mrt – Eddy “The Chief” Clearwater & The Juke Joints
17 april – Ian Siegal Band
20 april – Mud Morganfield
4 mei – John Primer
za 24 mei – Tail Dragger
za 7 jun – RJ Mischo Band
vr 18 jul - The Paladins
di 29 jul - Keb’ Mo’
zo 3 aug - Lucky Peterson
vr 5 sep – Royal Southern Brotherhood (Cyril Neville)
zo 7 sep – Thorbjørn Risager & The Black Tornado
zo 26 okt – The Holmes Brothers
wo 8 okt – Matt Andersen
do 9 okt – Jimmy LaFave
do 13 nov – Kenny Wayne Shepherd
do 20 nov – Dr. John & The Nite Trippers
za 29 nov – Big Daddy Wilson

* Een eenmalig festival met als line-up: Earth & Fire, Alquin, Doobie Brothers, Allman Brothers Band, Tim Buckley en het Mahavishnu Orchestra met o.a. John McLaughlin, Jean-Luc Ponty, Narada Michael Walden en een aantal strijkers. De Allman Brothers Band konden langer spelen omdat Van Morrison was afgehaakt, maar ze moesten er om een uur of elf mee stoppen na klachten uit de buurt, naar het schijnt.


[Na het interview: Jan Boskamp bewondert de Feyenoord gedichtenbundel van Giel van der Hoeven]

DWDB festival: veel bekende namen, weinig opwinding

Geplaatst op 10 July 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: de Westergasfabriek
evenement: DWDB festival (2e editie)
artiesten: diversen (zie overzicht)
datum: zondag 6 juli 2014
review & video: Giel van der Hoeven
foto’s door: © Arjan Vermeer - The Blues Alone?

De Wereld Draait Door (DWDD) is een live VARA Tv-programma vanuit Amsterdam, gepresenteerd door Matthijs van Nieuwkerk met wisselende gasten, nieuws, amusement, cultuur, media en muziek. Het wordt uitgezonden vanuit studio Zuiveringshal Oost op het Cultuurpark Westergasfabriek in Amsterdam. Het De Wereld Draait Buiten (DWDB) festival hanteert hetzelfde concept, maar dan groots en in de openlucht, eveneens op het Amsterdamse Westergasterrein. Een groot verschil is dat het DWDB festival voornamelijk om live muziek draait terwijl we per televisie-uitzending nooit meer dan 1 minuut live muziek te horen krijgen! In die zin lijkt het DWDB festival verdraaid veel op een jaarlijkse vergoeding ter compensatie van de kleine uitgaven. Een ander opvallend aspect is dat vijf van de zes podia waar live muziek wordt gemaakt staan opgesteld in de Gashouder, het Transformatorhuis, de Westerunie, de Westerliefde en in de Westertent. Binnen dus! Met verder één groot buiten podium, het Park Podium op het nabij gelegen grasveld. Omdat wij van TBA? als liefhebbers van live muziek ook echte festivaltijgers zijn, was besloten om DWDB ook eens aan te doen. Dit na enige twijfel of er op dit VARA muziekfeest wel voldoende naar onze gading bij zou zitten.

Tja, smaken verschillen nou eenmaal en voor handen-in-de-lucht-rappers & hun maten en wannabe-singer-songwriters - al dan niet met schuldige genoegens - lopen wij (zeker op een regenachtige dag) niet warm. Kortom: wat de jeugd van tegenwoordig boeit, boeit ons minder (lees: niet). Een bekende naam is niet altijd per definitie opwindend namelijk. Waarom ga je er dan heen? Zou dan een logische vraag zijn. Eerlijk is eerlijk, we moesten er toch zijn. Omdat een bezoek aan het optreden van de Ana Popovic Band in de NSJC (ook op het Westergasterrein) al veel langer in onze planning stond. Bovendien stonden er ook nog een aantal namen op het programma die we wél de moeite waard vonden. En af en toe eens een schrijver horen praten of een wetenschapper zien rocken kan ook best aangenaam zijn. Zoals VU-hoogleraar Erik Scherder die college gaf over ‘muziek voor het brein’. Maar, wij beperkte ons gezien het krappe schema toch verder tot aangename live muziek. Zoals Blaudzun bijvoorbeeld. De vriendelijke reus maakt al jaren lang prima platen, maar weet vooral live met zijn negen koppige band indruk te maken. Ik hoor hem het liefst in een sfeervol en intiem concert maar dit is nou juist zo’n naam wiens roem hem voorbij gesneld is. Vandaar dat Blaudzun zijn strijdliederen voor zijn vele volgers vanaf het grote Park Podium mocht zingen. Buiten dus, in de stromende regen. En dat was jammer, temeer omdat dit het geluid ook niet ten goede kwam.

Het was niet alleen vanwege het stromende hemelwater dat ook de Gashouder de hele dag vol liep. Want de Nederlandse rockband Moss speelde er onder aanvoering van de Zeeuw Marien Dorleijn (zang/gitaar) een puike thuiswedstrijd. En de van oorsprong Oegandese Engelse soulzanger Michael Kiwanuka  zorgde met zijn breekbare akoestische songs ook voor de nodige opwinding. In de Westertent deed Bureau Sportman Frank Evenblij ook een poging tot zingen met een WK-liedje. In de steek gelaten door zijn BS-wederhelft Erik Dijkstra (ziek, lees: Oranjekater) en begeleid door de Haagse Band F,  dat normaal gesproken een bès tuh pruimen funkrock bandje is, zong Sporty Spijs het allerslechtste liedje ooit! (quote: Giel Beelen). Thé Lau (The Scene)  gaat het zingen om de inmiddels bekende trieste reden steeds minder goed af. Hij beperkte zich daarom tot het voorlezen uit- en promoten van zijn roman Juliette dat op 1 september zal verschijnen. Voor het Transformatorhuis stonden de hele dag lange rijen mensen te wachten die naar binnen wilde. Enkele ietwat te enthousiaste Zekurities en een megafoonmannetje deden verwoede pogingen dit (tevergeefs) in goede banen te leiden: “we hebben afgesproken dat een volle zaal eerst leeg moet voordat die weer vol mag!” ‘tuurlijk, logisch. Hilariteit alom. Maar zoals het mannetje al zei: “IK ben de directeur van de VARA niet!” Ik geloof niet dat Matthijs van Nieuwkerk – die in zijn casual bermuda, groene trainingsjack en gympen met groene veters af en toe eens op een podium opdook – dat tafereel heeft meegekregen.

Wij piepten toch maar mooi naar binnen om er de psychedelische bluesrock jeugd van tegenwoordig The Silverfaces  te zien. Jesse, Sonya, Martin en Nienke zijn vier trendy jongens en meisjes die gezellig samen spelen en hard gaan. Al met hun derde show wonnen ze de Amsterdamse popprijs 2013 en in januari stond de groep zelfs op Noorderslag. We zagen op het podium veel haren wapperen en hoorden een band die klonk als psychedelische bluesrockers (DeWolff) die als psychedelische bluesrockers klinken (Floyd, Zeppelin, Doors). Het grootste zanggezelschap van de dag Zo! Gospel Choir  veroorzaakte ook de langste rij voor dat Transformatorhuis. Dit (gelegenheids)koor met de Nederlandse Soul-diva’s Shirma Rouse en Berget Lewis zongen authentieke black gospel en moderne soulballads van o.a. Michael Jackson. Ook het folkduo Tangarine, bestaande uit de tweeling Sander Brinks (zang/gitaar) en Arnout Brinks (zang/gitaar) en de poprock band Sky Pilots  o.l.v. toetsenist/zanger Matthijs van Duijvenbode mochten later op dag in de kille entourage van het Transformatorhuisje hun warmte uitstralen. Niet geheel toevallig allemaal (bekende) namen die het afgelopen seizoen ook één of meerdere uitzendingen van De Wereld Draait Door mochten opleuken.

Dat gold ook voor de Rotterdamse haarsnijders- en barbiers van Schorem  die in februari jl. zelfs hun eigen ideale DWDD muziekavond mochten samenstellen! Nu knipte en sneden ze in gebouw Westerliefde gratis gretige koppen en hadden ze de band Small Time Crooks  meegenomen. En toevallig vonden wij dát nou net het leukste bandje van de middag. Vier strak geklede mannen uit Staphorst (dat is Haags voor Rotjeknor of andersom) met baarden, oordingen en tattoos speelde krakkemikkige instrumenten als contrabas, akoestische gitaren, banjo en wasbord met appendages (toet-toet tingeling pep-pep fúúúút). Rokend, drinkend, grappend en grollend brachten ze veelal gejat bluegrass en country repertoire ten gehore. De typisch gortdroge humor van de wausen Zwalfred Hollsteiner, Schorsch Heimlich, Karl not Marx en Dr. Heinz Doofenschmirtz kwam niet altijd aan in Mokums Westerliefde. Maar swingende skiffle liedjes met pretpraat teksten al ‘Laat Me’ (een ode aan shoarmatent Ramses in Staphorst) en ‘Never Argue With Your Barber’ klonken zo strak als hun eigen kwaffures en kregen dus het welverdiende applaus. Hier een overzichtje van wat we verder gezien of gemist hebben (of wat u verder kunt missen als kiespijn):

Park podium
Het Concertgebouw Kamerorkest met Liza Ferschtman
De Jeugd van Tegenwoordig
Blaudzun
Selah Sue
Paolo Nutini

Westertent
Joost Zwagerman
Bureau Sport
Prof. Dr. Erik Scherder
Magician Ramana
Nico Dijkshoorn

Gashouder
Prof. Dr. Robbert Dijkgraaf
Guilty Pleasures met Michael Prins, Douwe Bob,
Jett Rebel en Mister and Mississippi
Kelis
Moss
Michael Kiwanuka

Transformatorhuis
Herman Pleij
Pieter Derks
Giel’s singer/songwriters
The Silverfaces
Zo! Gospel Choir met Shirma Rouse
Tangarine
Sky Pilots
George Baker & Douwe Bob

Westerunie
Achievers
Stefan Pop & Peter Pannekoek
Patrick Laureij & Tim Franssen
Rico & A.R.T
Afterpartees
The Black Marble Selection
Singlefeestje

Westerliefde
Schorem & Small Time Crooks.

Ana Popović Band was voor éénmalig optreden terug in Nederland

Geplaatst op 9 July 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: North Sea Jazz Club Amsterdam
artiest: Ana Popovic Band
datum: zondag 6 juli 2014
review & video: Giel van der Hoeven
foto’s door: © Arjan Vermeer - The Blues Alone?

Ana Popović (1976) was weer even voor een éénmalig optreden terug in Nederland. En die gelegenheid lieten wij niet aan ons voorbij gaan. Want het was alweer bijna drie jaar geleden dat we Ana met band in haar tweede Vaderland Nederland zagen optreden én mochten ontmoeten. Lees in dit kader ook: De ‘high heel stiletto blues’ van Ana Popovic [20-11-2011]  en ons exclusieve interview met Ana van destijds. Voorlopig heeft de van oorsprong Servische bluesgitarist/zangeres haar thuisbasis in Memphis (Tennessee). Niet in de minste plaats omdat ze deel uitmaakt van de succesvolle ‘all-star’ Experience Hendrix 2014 lineup. Met grote namen als Buddy Guy, Bootsy Collins, Brad Whitford (Aerosmith), Jonny Lang, Kenny Wayne Shepherd, Zakk Wylde, Billy Cox, Dweezil Zappa, Chris Layton (Double Trouble) en andere topartiesten. Des te opvallender is het dat Ana voor een korte Europese tour, nu weer aantreedt met exact dezelfde begeleidingsband als toen in november 2011 in Vlissingen. Inclusief bassist good-old Roni Jonker en aangevuld met twee Memphis horn players.

En we waren daarom blij verrast tijdens dit live rendez-vous in de Amsterdamse North Sea Jazz Club. Bij uitstek natuurlijk een plek die uitermate geschikt is voor haar jazzy tunes en bluesy grooves met ‘old school’ soul- en funk invloeden. Met veel songs van het laatste album ‘Can You Stand The Heat’ (2013) had de Ana Popovic Band er dus duidelijk zin in. En Ana zelf ging op haar Fenders weer ouderwets tekeer als een ongetemde tijgerin. ‘Heat’ is een plaat die evenals de voorganger ‘Unconditional‘ (2011)  weer vol staat met op Amerikaanse leest geschoeide mainstream bluessongs. Repertoire dat op de plaat vaak gepolijst klinkt maar waarmee Popovic door haar sublieme gitaarwerk en gedreven zangpartijen de live energie zeer zeker weet te vangen. Want juist live on stage is deze dame in haar soort onverbeterlijk. Er zijn maar weinig vrouwen op deze bluesglobe aan te wijzen die Ana’s spel technisch en gevoelsmatig kunnen benaderen, laat staan overtreffen. In twee sets van een uur liet Ana Popovic horen en zien dat ze op eenzame hoogte staat.

Al direct na de intro ging ze op haar 3-tone sunburst Fender Strat ‘64 los met het instrumentale ‘Ana Shuffle’ en de titelsong van ‘Can You Stand The Heat’. Alvorens er gas werd terug genomen met het jazzgeoriënteerde ‘Object of Obsession’ - dat qua sound ook enigszins aan Steely Dan deed denken - verwelkomde ze het aanwezige publiek. Ana was zichtbaar aangedaan door het warme welkom in haar voormalige woonplaats. Ze vertelde (in het Engels) ons kikkerlandje en zélfs de regen, dat deze dag in repeterende bakken naar beneden was gekletterd, toch wel gemist te hebben. Later in de show, bij de introductie van ‘Summer Rain’, deed ze ook uit de doeken dat ze in Amerika steeds maar moet uitleggen dat deze compositie, die ze in 2011 samen met haar man Mark van Meurs in Amsterdam heel onschuldig schreef, niet over hasj of weed gaat. Maar dat het enkel de sfeer weergeeft van een dag zoals vandaag, waarop schaars geklede lange blonde dames onbezorgd fietsen door de zomerregen.

Ook de coversongs die Ana uitzoekt zijn bijna altijd raak. De swingende Glimmers Twins compositie ‘Rain Fall Down’ lijkt zelfs speciaal op haar lijf geschreven te zijn door Jagger & Richards. En eveneens Robert Palmer’s Double Fun album hit ‘Every Kinda People’ (1978 - geschreven door Andy Fraser) past haar perfect, zoals één van haar strakke kokerjurkjes. En met de up-tempo blues cover ‘Can’t You See What You Are Doing To Me’ werd haar eigen held Albert King vereerd (Albert Collins is een andere gitaarheld van haar). De ritmesectie met de zeer beweeglijke bassist Ronald Jonker en de Franse drummer Stephané Avellaneda klinkt het gehele optreden uitbundig vet. En ook het Amerikaanse blazersduo was een logische toevoeging aan de band. Bij het nummer ‘Unconditional’ mochten de Memphis soul- en jazzblazers E.J. Dyce (trompet) en The Bo-Keys saxofonist Kirk Smothers zelf ook even uitblazen. Want de rode Strat Fiesta werd weer uit het rek gepakt voor een lange versie van deze intieme slow blues. Met daarin ook toetsenist Michele Papadia in een jammende hoofdrol.

Ook in het funky ‘We Can Change The World’, met door Ana weer oorstrelend slidegitaar werk op de sunburst, liet de Italiaanse keyboard speler Papadia zich wederom gelden met een funky solo op het Hammond orgel. Als een diva-dirigente zonder stok dirigeerde Popovic het muziekgezelschap met subtiele knikgebaren en aansturende blikken. Ritmesectie, keyboardsolo, trompetsolo en saxsolo, over alles hield ze keurig de regie. Het onvermoeibare touren over de wereld de laatste jaren heeft haar een stuk zelfverzekerder en nóg beter gemaakt dan dat ze al was. Haar zang klinkt erg krachtig en haar gitaarspel is nog even intensief als altijd, maar lijkt toch nóg overtuigender te klinken dan voorheen. Want eigenlijk is Ana Popovic momenteel zó goed in vorm dat alles haar nu ‘past’. Of het nu ging om het nette soulgospel-jasje van de ballade ‘Mo’ Better Love’ of om de oude versleten aankleding van The Jimi Hendrix Experience bluesrock song ‘Can You See Me‘.  Ze droeg het allemaal met gepaste trots en showde imponerend haar lijn tijdens dit korte bezoek aan Nederland. Het was weer smullen en genieten.

SETLIST
Intro
Ana Shuffle
Can You Stand The Heat
Object of Obsession
Rain Fall Down
Every Kinda People
Can’t You See What You Are Doing To Me
Unconditional
Summer Rain
We Can Change The World
BREAK
Work Song
Business as Usual
Count me In
Love Ain’t Real
Mo’ Better Love
Tribe
Navajo Moon
Hold on
Can You See Me