Archief voor de maand May 2014

Zuurstofrijk bluesbloed vloeit Gary Clark Jr. door de aderen

Geplaatst op 28 May 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Paradiso Amsterdam
artiest: Gary Clark Jr.
datum: dinsdag 27 mei 2014
review & filmpje door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer © - The Blues Alone?

Zijn debuutalbum Blak and Blu (2012) werd eerder omschreven als een ‘bumpy ride’. Doelend op het ontbreken van consistentie en samenhang tussen de onderlinge tracks, te wijten aan de grote verscheidenheid aan genres. Gary Clark Jr. (30) flirt inderdaad graag met verschillende muziekstijlen en invloeden. Van Sam Cooke tot Jimi Hendrix, om maar eens twee uiterste te noemen. En van een jonge dertiger uit een generatie die opgegroeide met hip-hop en R&B kunnen we hem ook dié invloeden niet kwalijk nemen. Temeer niet, omdat het zuurstofrijke bluesbloed hem hartstochtelijk door de aderen stroomt. Live staat de Texaanse zanger/gitarist wel degelijk zijn mannetje! Hij deelde al het podium met o.a. B.B. King, Jimmie Vaughan, Buddy Guy, Dave Matthews, Eric Clapton, The Roots, Sheryl Crow en met The Rolling Stones. Je wint dan ook niet zomaar de ‘Blues Music Award For Contemporary Blues Male Artist’. Swingende gitaarblues met een soulvolle aanpak was dinsdagavond onmiskenbaar het credo in Paradiso.

Alleen al van het nummer ‘Third Stone from the Sun/If You Love Me Like You Say’ van Blak and Blu kan ik heel blij worden. En dan te bedenken dat Jimi Hendix ook hier heilig is verklaard. Maar als je toch een song covert, doe het dan zó! Prachtig. Live kwam deze Jimi Hendrix/Little Johnny Taylor bewerking dit keer helaas niet aan bod. Wel veel ander mooi werk, blueswerk vooral. Verder kwam aan het licht dat de ingetogen Gary Clark Jr. echt heel bescheiden is. Als hij sprak was het netjes (vaak onverstaanbaar) met twee woorden, maar hele volzinnen kwamen er niet uit. Hij was duidelijk niet naar Amsterdam gekomen om te oreren. Maar iets meer vrijmoedigheid en een vleugje humor zouden hem en zijn bandleden zéker niet misstaan. Maar voor Gary Clark Jr. is het: ‘no showbizz, but serious business in music!’

We zagen een sobere podiumbelichting met veel blauw, paars en rood (een crime voor fotografen) en vier statische heren in overwegend donkere maar trendy casual kleding. Het meest passief was bassist Johnny Bradley, de bebrilde Texaan speelde foutloos maar is nog geen meter van zijn vaste podiumplekje geweken. Maar goed, het gaat om de muziek. En dat zat wel snor, een potje solide bluesrock zonder poeha. Met een zeer fuzzy gitaargeluid en Clark’s unieke smoothy zangstem. Een beetje R&B, ietwat neo-soul, en blues bij de vleet. Clark Jr. begon zijn set in het volgepropte en loeiwarme Paradiso met ‘Catfish Blues’. Een Robert Petway cover die hij begin 2012 ook in the White House voor president Obama had gespeeld. Ja, GCJr. had ooit even een carrière aanloopje nodig - hij speelt sinds zijn 12e gitaar en maakt al 10 jaar platen - maar eenmaal serieus gelanceerd, belandt hij nog eens ergens!

“Hello, good to see you” waren na ‘Ain’t Messin ‘Round’ zijn eerste zuinige woorden. Een mid-tempo elektrische versie volgde van het op de plaat akoestische ‘Next Door Neighbor Blues’. Met nu ook gitarist Eric ‘King’ Zapata in een prominente rol. De eerste bluesballad was ‘If Trouble Was Money’ (Albert Collins) van de Bright Lights EP uit 2011. Het was de tweede van totaal vijf covers die deze avond gespeeld zouden worden. Even rock and rollen met het Chuck Berry-achtige ‘Travis County’, een remake van ‘Travis County Courthouse’ van zijn ‘110′ album uit 2004. Uit een periode net nadat bluespromoter Clifford Antone hem uit de clubs van Austin had geplukt, en hem aan Jimmie Vaughan had gekoppeld. ‘When My Train Pulls In’ krijgt een groovy gitaarbegeleiding met een donkere bas ondertoon mee. Het straffe drumwerk door Johnny Radelat accentueert dit nog eens. De song eindigt met een psychedelische gitaarsolo door Clark. ‘WMTPI’ is onlangs als nieuwe single uitgebracht maar was natuurlijk al eerder bekend van EP en LP in zowel een akoestische- als elektrische versie.

Dan, bijna op de helft van het optreden, een rustpuntje in de vorm van het soulvolle ‘Please Come Home’. Cool gezongen met zijn falsetstem, maar het smolt in de oren bij het horen ervan. Prince? Lenny Kravitz? Nee, ook dít is Gary Clark Junior! En ook de stap naar garagerock is zo gemaakt met ‘Don’t Owe You a Thang’ (van de Bright Lights EP) en ‘Numb’. Heeft de song ‘Numb’ op de plaat nog een Black Keys vibe, live krijgt het echt de GCJr-signature mee. Want de samenhang die op de plaat zou ontbreken is er live gelukkig wel. Al doet het geheel door gebrek aan interactie soms wel weer wat tam aan. Ook de trage wisselingen van zijn gitaren tussen de nummers door zijn hier mede debet aan. Maar, niet zeiken en gewoon luisteren en genieten. Van bijvoorbeeld weer zo’n magnifieke langzame twelve-bar blues zoals ‘3 O’Clock Blues’. Een covertje van B.B. King die het zelf ook weer coverde van Lowell Fulson. Ja, d’r wordt wat afgejat in de Blues scene. Met de titelsong ‘Blak and Blu’ wordt tussendoor een blikje jaren negentig R&B open getrokken. En met aansluitend het dampende ‘Bright Lights’ sluit de band het officiële gedeelte af.

Maar met in de eerste encore, het solo gespeelde akoestische ‘In the Evening (When the Sun Goes Down)’ - een Leroy Carr cover - kunnen we uitwasemen. Voor even dan. Want met de Albert King cover ‘Oh, Pretty Woman’ (nóg beter bekend van Gary Moore) kregen we wederom een bluesrock throwback toegeworpen. In de slotsong, de ballad ‘You Saved Me’, leken alle hoofdbestanddelen, Soul R&B en Blues, nog één keer samen te komen. Met vanzelfsprekend weer een verrukkelijke gitaarsolo als nagerecht. Gary mompelt nog wat laatste woorden in de microfoon, zwaait, geeft een krabbeltje aan een fan, en nog nonchalanter dan hij opkwam verlaat hij weer het podium. Donderdag wacht Rock in Rio (Lissabon). En dan, wie weet, ook nog even een nummertje meedoen met The Stones daar. Just another day at the office, zo lijkt het. Maar ondertussen maakt zijn hart een sprongetje.

SETLIST: Catfish Blues; Ain’t Messin ‘Round; Next Door Neighbor Blues; If Trouble Was Money; Travis County; When My Train Pulls In; Please Come Home; Don’t Owe You a Thang; Numb; 3 O’Clock Blues; Things are Changin’; Blak and Blu/Bright Lights.
Encore: In the Evening (When the Sun Goes Down); Oh, Pretty Woman; You Saved Me.

Slap lullen en flink poetsen met The Kik

Geplaatst op 25 May 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: De Kroepoekfabriek , Vlaardingen
band: The Kik
voorprogramma: De Sp aties
datum: vrijdag 23 mei 2014
verslag & video: Giel van der Hoeven
foto’s: © José Gallois - The Blues Alone?

Beter goed gejat dan slecht bedacht, zeggen ze wel eens. Dat geldt ook voor veel muziek en zeker voor de liedjes van The Kik. Maar hun vrolijke retro Nederbiet bevat wel voldoende originaliteit, waardoor The Kik het eigendomsrecht op een eigen geluid kan toe eigenen. Dat is drie keer het woord ‘eigen’ in één zin. De Rotterdamse tekstdichter en zanger/gitarist van deze band Dave von Raven (32) zou dat een stuk beter geformuleerd hebben. In ieder geval beknopter, want duidelijke en hilarische teksten in melodieuze compacte liedjes zijn een belangrijk onderdeel van hun handelsmerk. Gecombineerd met het Rotterdamse accent van Dave von Raven, een retro instrumentarium (o.a. Rickenbacker gitaren, Ludwig drums en Vox-versterkers) en hun jaren zestig kleding is dit een garantie tot succes gebleken. Dit kan zelfs muziekpuristen die doorgaans het Nederlandstalige repertoire ontwijken toch ook niet ontgaan zijn.

En met het onlangs uitbrengen van een tweede langspeelplaat ‘2′ en sinds de diverse verschijningen op de nationale televisie, gaat de band tegenwoordig als een speer. The Kik was huisband van de talkshow De Wereld Draait Door en Dave von Raven is momenteel ook te zien in het programma De Beste Zangers van Nederland, naast ondermeer Jack Poels (Rowwen Hèze), Sabrina Starke en Mattanja Joy Bradley. Tevens zorgde The Kik (op bestelling) voor het titelnummer van de Nederlandse speelfilm ‘Toen was geluk heel gewoon’, gebaseerd op die gelijknamige razend populaire televisieserie. Een nummer dat overigens niet op de officiële release van ‘2′ stond, maar wel als bonustrack is toegevoegd. Het gaat dit vijftal dus horrie op voor de wind en hun muziek is ’springlevend’. Wat tevens de titel is van het vorige The Kik album uit 2012.

Een stuk later dan was gepland kwamen de vijf mannen van The Kik het podium op. Gelukkig hadden we die wachttijd ook nodig om nog even flink na te sidderen van de garagepunk door De Sp aties (voorheen The Stilettos) uit Heerde. Een energiek bandje dat in Iggy Plop (plattelands humor) een zanger heeft met een Mick Jagger motoriek. Maar die zijn Nederlandstalige maatschappijkritische teksten ondanks het jachtige tempo van de muziek erg goed en verstaanbaar zingt. In de gaten blijven houden dus, dit trio (dubbele punt, spatie): ‘Snel, Hard & Brutaal’. The Kik speelt ook een soort garagerock, maar dan in een nostalgische sixties beat muziekstijl. En op hun laatste plaat zijn zelfs invloeden uit de swing/jazz, klassieke muziek en een toefje blues te horen. In een iets te strak zwart maatkostuum jasje zet Von Raven het lied ‘Ik Doe Wat Ik Wil’ in. Wat eigenlijk een muzikale weergave is van hun motto: “we doen het voor de kik!” (weet u ook gelijk waar die bandnaam vandaan komt).

Dave mag dan misschien ‘het gezicht’ van de band zijn, een solo voorman is hij zeker niet. Want het aandeel van de andere zanger/gitarist Arjan Spies (voorheen Mark & The Spies) is ook live minstens net zo groot. Voor de plaat ‘2′ schreef hij dan ook de meeste liedjes, en Dave schreef bijna alle teksten. De Rotterdamse uitdrukking ‘niet lullen, maar poetsen’ is dan ook maar ten delen van toepassing op deze koddige Jut & Jul. En zoals Arjan in één van die hilarische onenigheden met het publiek nog maar eens benadrukte, is hij wél goed maar géén Rotterdammer. Want hij is uit Veenendaal afkomstig. Maar, stiekem bespeurde we toch (als slimmigheidje?) een lichtelijk Rotterdams accent in zijn uitspraak. De andere drie bandleden komen overigens uit Tilburg. Dat zijn toetsenist Paul Zoontjes, bassist Marcel ‘Bambino’ Groenewegen (voorheen The Madd en The Hype) en drummer Ries Doms (voorheen The Spades en Hooghwater). Ook hún mod-stijl maatpakken zijn scherp gesneden en rete-strak aangemeten, maar de sfeer is losjes. En een prima geluid met mooie samenzang begeleid door no-nonsense neo-beatmuziek.

Nóg meer dan voorheen wordt er geput uit eigen repertoire, en dat is logisch als je twee langspelers op je naam hebt staan. Aangevuld met een enkele Nederbiet cover, al dan niet met nieuwe Nederlandstalige tekst. Sommige aanwezigen konden alle teksten uit hun hoofd meezingen. Maar vooral de singles ‘Springlevend’, ‘Verliefd op een plaatje’ en ‘Simone’ waren bakens van herkenning. Waarbij met die laatstgenoemde zomerhit één of liefst meerdere Simone’s als podiumgast(en) werden uitgenodigd. Aanvankelijk gingen er veel vingers de lucht in, maar uiteindelijk moest de vasthoudende Arjan Spies het doen met slechts een wat onwennige “vriend van Simon” op de tamboerijn. Rake opmerkingen en zouteloze humor vierde hoogtij in het uitverkochte “Kroepoekfabriekje”, zoals u wel zult begrijpen. Behalve een paar mondige bezoekers was die avond - om de één of andere reden - ook toetsenist Paul Zoontjes een geliefd onderwerp van spot door het duo Arjan & Dave. Hij kon er van achter zijn - naar de ‘2’ platenhoes gestijlde oranjeblauwe - piano slechts meesmuilend om lachen.

En ook wij konden een glimlach niet onderdrukken bij het horen van verschillende pretentieloze liedteksten met een vette knipoog. Zomerse deuntjes als ‘De Zomer en Jij’, ‘Katwijk aan Zee’ en het pakkende ‘Cupido’ zijn gewoon gemaakt om blij van te worden. Maar eveneens doordachte teksten zoals die van de popsong ‘Ruimtetuin’, wat een inventieve metafoor voor hebzucht is. En met daarin ook nog eens een groezelige gitaarsolo door Arjan Spies. Ook de wervelende gitaarsolo in het jaren zestig nummer ‘Kejje Nagaan’ ("Als ik jou niet had, dan had ik pech gehad") van de popartgroep HET, mocht er zeker zijn. Evenals de korte, gortdroge zinnen met een eigenzinnige praatzing interpretatie door Dave von Raven. In alle hevigheid vlogen de boutjes en moertjes vanaf de gitaar slagplaat tijdens die solo gewoon in het rond! Tijdens de introductie van ‘Elektriciteit’ werd Spies hier fijntjes attent op gemaakt door een meisje in het publiek. Wat uiteraard weer welkome stof was om een volgende kluchtige discussie aan te vangen.

Van de Nederlandse controversiële protestzanger Armand werd het lied ‘Een Van Hen Ben Ik’ in een up-tempo beat-jasje gestoken. “Het laatste nummer gaat over een kat", zo kondigde Dave aan met een onvervalste Rotterdamse ‘natte t’. Het lied ‘Erik’ is een liedje over een pratende poes (“met een kuif, net als Elvis”) die beweert ergens in een ver land in een beroemde band gitaar te spelen (“maar geen hond koopt zijn platen”). Weer zo’n kulverhaaltje uit het denkbeeldig Kik plaatjesboek, maar wel grappig. En dit maal met een lange zwierende bluesy gitaarsolo door Arjan aan het einde. Met als toegift op speciaal verzoek (“jij weer joh!”) o.a. de “lala-lala-la” meezinger ‘Straat Bali’, werd een onbevangen kikkuh optreden afgesloten. Als het woord ‘gezellig’ nog niet bestond, zou The Kik dat ter plekke verzonnen hebben. Zeker weetùh, ja toch… niettan?


The Eagles in Ziggo Dome: begeesterd maar berekenend

Geplaatst op 23 May 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Ziggo Dome, A’dam
band: The Eagles
datum: donderdag 22 mei 2014
review door: Giel van der Hoeven
voor: The Blues Alone?
foto’s door: Danny van den Berg en Eagles stockfoto’s

Ze deden in het kader van The History of the Eagles Tour 2013/2014 sinds 6 Juli 2013 in Louisville (Kentucky) al 68 shows in Noord-Amerika. Tot aan 4 oktober 2014 in San Diego (Californië) komen daar minstens nog eens 36 optredens bij. Waarvan 20 stuks in Europa. Dat eerste Europese optreden was afgelopen donderdag 22 mei in de Ziggo Dome Amsterdam, gevolgd door een tweede op de vrijdag erna. Statistieken en cijfers, maar we hebben het hier wel over één van de succesvolste rockbands aller tijden, de Eagles. Of moeten we zeggen het snelle bedrijf Eagles? Of zoals Don Henley en Glenn Frey het zelf in hun tekst van de song ‘Fast Company’ op het laatste studioalbum Long Road Out of Eden (2007) al pende: “Everybody wanna check you out / Everybody wanna be your friend / And all this pressure / Where do I fit in?”

The History of the Eagles Tour is een lange concertreeks door de Eagles die in 2013 gepaard ging met de release van een gelijknamige documentaire box-set. In de dagen voorafgaande aan deze twee Ziggo Dome concerten werd door NPO Cultura (goes West) exclusief de complete documentaire ‘Eagles – To the Limit’ uitgezonden. Plus een registratie van het Eagles optreden op het Popgala in de Vliegermolen te Voorburg in 1973. Wat voor mij weer een aanzet was tot het nóg eens nauwkeurig doornemen van de gehele Eagles discografie. Die inmiddels weliswaar 40+ jaar beslaat, maar slechts zeven studioplaten bevat (de overige 12 zijn live- en compilatie albums). Hierbij dient wel vermeld te worden dat in die vier decennia ook een fikse adempauze zat van ruim 13 jaar. Wie de documentaires heeft gezien en zo een kijkje kon nemen in het adelaarsnest weet nu wel ongeveer wáárom dat was. Gewiekste hartstochtelijkheid. Zo konden we de capriolen van in- en uitvliegende dwaalgasten en uitgekookte adelaarseieren wel noemen.

Afijn, officieel opgewarmd en ernstig ingeluisterd gingen we dus naar de Ziggo Dome. Voor een anthologie uit werk van ‘one of the world’s best-selling bands of all time’. Ze verkochten wereldwijd meer dan 150 miljoen albums! En in die huidige band, jawel, toch weer drie van de vier originele oprichters: Glenn Frey (gitaar, toetsen, harmonica en zang - sinds 1971), Don Henley (drums, percussie, gitaar en zang - sinds 1971) en Bernie Leadon (gitaar, banjo, mandoline, pedal steel en zang - sinds 1971). Plus de twee latere groepsleden, Joe Walsh (gitaar, toetsen en zang - sinds 1975) en Timothy B. Schmit (bas, akoestische gitaar en zang - sinds 1977). En dit vijftal roofvogels werd voor deze tour ook nog eens aangevuld met vijf meevliegers in de back-up band. Een podium met 10 eigenzinnige klasse muzikanten dus, en dat schept verwachtingen. Maar ook verplichtingen dit keer. Want via de grote videoschermen kon het publiek nog maar eens lezen en horen dat het maken van mobiele videobeelden en foto’s ten strengste verboden was. Een lachertje natuurlijk in deze moderne multimediale tijd, waarin het gebruik van smartphones niet meer weg te denken is. Waren het vroeger de stiekeme gloeiende sigaretjes als zondige lichtpuntjes in een donkere concertzaal, tegenwoordig zijn dat dus de oplichtende beeldschermpjes.


[The Eagles in Ziggo Dome - foto © DvdB]

De show wordt geopend door Don Henley en Glenn Frey samen die van verschillende kanten door het donkere gordijn opkomen. In een intieme setting gaan ze met hun akoestische gitaren onder applaus op roadcases zitten. In zijn gesproken inleiding (waarvan er nog veel zouden volgen die avond) relateert Henley aan hun eerste repetities die hij met zijn vriend Glenn Frey hield in een geïmproviseerde oefenruimte achter een drankenwinkel op een parkeerplaats. Een sneer in een woordspeling naar een Amerikaanse biergigant, en tevens een compliment naar de grootste Nederlandse brouwerijgroep (en zaalsponsor) is al voldoende om die zaal los te krijgen ("wij hadden Bud, maar jullie Nederlanders weten tenminste wat écht bier is). De toon is gezet, vanavond krijgen we van bovenmeester Henley en zijn medeleerkrachten geschiedenisles met een vleugje humor. Waarbij de gebeurtenissen en songs overigens niet geheel in chronologische volgorde de revue passeren. “Saturday Night” afkomstig van hun elpee Desperado (1973) is het akoestische openingsnummer als duet. Vervolgens komt medebandlid van het eerste uur Bernie Leadon erbij (op gitaar, banjo en met zang) die, zo later blijkt, slechts een bescheiden (gast)rol in het geheel zou gaan spelen.


[The Eagles live 2013]

Weer een grap - over (ongeveer) hetzelfde overhemd dat beide dragen, de één heeft het gewassen de ander blijkbaar niet - waarna Leadon’s eigen geschreven Eagles compositie ‘Train Leaves Here This Morning’ met z’n drietjes wordt gespeeld. Een nummer van de debuut elpee Eagles uit 1972. En zo komt er per liedje een ‘origineel’ bandlid bij op de bühne. Na lovende woorden over de eerste bassist en stichtend Poco-lid Randy Meisner, verschijnt zijn opvolger bassist Timothy B. Schmit ten tonele. Het kwartet speelt een uitgeklede versie van ‘Peaceful Easy Feeling’ in een meerstemmige zangstijl, één van de kenmerken bij die typische Eagles-sound. En Henley met de handen trommelend op zijn akoestische gitaar. Bij het inzetten van ‘Witchy Woman’, inmiddels met Henley achter een minimaal formaat drumstel, komt onaangekondigd de excentrieke Joe Walsh met een elektrische gitaar het podium opgewandeld. Hij zou die avond behalve de akoestische gitaar een stuk of zes van die besnaarde scheurijzers gaan gebruiken. Waaronder diverse Gibsons, Fenders en andere in het oog springende (glitter) modellen. Aan het enthousiaste applaus was te horen dat ik niet de enige was, die deze avond met speciale aandacht voor de clowneske meestergitarist was gekomen.


[Glenn Frey & Don Henley in Ziggo Dome - foto © DvdB]

En het eerste dat opvalt, is dat Joe niet opvalt. Net als de anderen gaat hij gewoon in jeans gekleed, met een zilver peace-teken op zijn zwarte t-shirt en een donker spijkeroverhemd. Dit even voor de vrouwelijke Eagles-fans, die voor aanvang van deze Europese leg op internet al druk hadden gespeculeerd over het uiterlijk en de aankleding van de boys. Rondom het Amstel Hotel was Timothy B. Schmit afgelopen dagen al gespot met een grijs sikje aan zijn kin. Sommige dames hoopte dat die ‘Goatee’ tijdens de show eraf zou zijn, maar niets was minder waar. Belangrijker is dat de zangstemmen van alle heren nog niets aan zuiverheid en kracht hebben ingeboet. Waarbij het perfecte warme stemgeluid van Don Henley nog steeds de meeste bewondering wekt. Met de song ‘Doolin-Dalton’, geschreven door Henley/Frey met behulp van niemand minder dan J.D. Souther en Jackson Browne, komt aan de intieme setting een einde. Het zwarte gordijn onthult nu ook de back-up muzikanten en een podiumbrede volledig verlichte videowall. Waarop gedurende de verdere show sfeervolle videoclips en kleurrijke graphics worden vertoond.


[Joe Walsh: Master Blaster of the Stratocaster]

Dit zet het publiek aan tot het meezingen van de countryrock ballade ‘Tequila Sunrise’, dat overgaat in ‘Doolin’-Dalton/ Desperado (Reprise)’. Met Wild-West taferelen op de achtergrond. Inmiddels is het ons duidelijk dat The History of the Eagles Tour 2014 exact dezelfde opbouw en vormgeving heeft als de 2013-editie in Noord-Amerika. Inclusief de vooraf opgenomen video’s van Frey en Henley die ingaan op de evolutie van de band. De eerste helft van de show richt zich vooral op de vroege dagen van de band, de periode 1971-1975. Het is een luisterconcert van greatest hits en van minder bekende ballades, dat met die gesproken interrupties soms ook wat theatraal en berekenend aandoet. En helaas kon ook niet iedereen daar de aandacht bijhouden (in groepjes pratend met de ruggen naar het podium, wáárom ga je dan überhaupt naar een concert?!). Gelukkig waren daar ook nog de One of These Nights album warhorses uit 1975 om die wezenloze desinteresse te doorbreken. Zoals: ‘Lyin’ Eyes’, de titelsong (met heerlijk basintro) en ‘Take It to the Limit’. Ongeëvenaarde close harmony, heerlijk (slide)gitaarspel plus het gouden duo Glenn Frey en Don Henley (nu achter de grote drumkit) met hun samenzang en spel, die de rest deden.


[The Eagles in de jaren 70]

Ook na de pauze komt de band terug met meer slow ballads zoals ‘Wasted Time (Reprise)’, ‘Pretty Maids All in a Row’ (solozang door Joe Walsh) en het R&B-achtige ‘I Can’t Tell You Why’ (solozang door Timothy B. Schmit). De vijf sessie muzikanten laten zich nu nóg meer gelden en vooral gitarist Steuart Smith mag veel solopartijen voor zijn rekening nemen. De songs uit einde jaren zeventig van de albums Hotel California (1976), The Long Run (1979) en Eagles Live (1980) zijn zowel commercieel als live het meest succesvol. Met in de Ziggo Dome ‘Heartache Tonight’ in een Beach Boys arrangement en ‘Those Shoes’ met het Walsh-trademark als positieve uitschieters. Persoonlijk vond ik het Joe Walsh-blokje met daarin verder The Warriors soundtrack ‘In the City’, zijn grootste hit en FM soundtrack ‘Life’s Been Good’ en de James Gang cover ‘Funk #49′, hét hoogtepunt van de show! ‘Life’s Been Good’ van zijn soloalbum But Seriously, Folks… (1978) staat bol van ironie en losbandigheid. Compleet met destructief filmpje op de achtergrond ging “the Master Blaster of te Stratocaster” nu ook weer helemaal los op zijn Fender. Zijn medebandleden zorgde tot grote hilariteit letterlijk voor de toeters en bellen tussendoor.


[The Eagles in Ziggo Dome - foto GvdH]

En, die ironie is er ook nu nog steeds: hij wist niet waarom ‘ie het nummer ooit geschreven had en kon zich zelfs niet herinneren dát ‘ie het ooit geschreven had, zo zei hij spottend. Ondertussen ontpopte hij zich wel als de grote animator van de avond, o.a. door het publiek massaal op commando een oerkreet te laten slaken: “uhh!” Ook de Frey/Walsh gitaarjam in ‘Funk #49′, dit keer op zijn witte Fender, met flipperkastgeluid als gierende afsluiting was subliem. Het is bewonderenswaardig dat dit fuifnummer die je in de jaren tachtig geen kwartje meer zou geven, momenteel weer blinkt als een nieuw geslagen euromunt. Sommige Amsterdammers hebben het afgelopen week van dichtbij kunnen waarnemen toen hij even door de stad wandelden en muziekwinkel De Plug bezocht. Tot slot kwam de 66-jarige Don Henley bijna buiten adem aangerend voor het laatste nummer, ‘Life in the Fast Lane’. Zoals in één van de documentaires te zien is, muzikaal ontstaan uit Joe Walsh zijn warming up riff.


[Joe Walsh in De Plug A’dam 20 mei 2014]

De eerste toegift ‘Hotel California’ werd vol overtuiging en uit volle borst meegezongen door zo’n beetje alle 17.000 bezoekers. Het zelfde gold in de tweede (ingecalculeerde) encore eigenlijk ook voor zo’n andere héle bekende Eagles song ‘Take It Easy’: “Wooooo! Wooooo!” En wederom een Joe “Superman” Walsh song: ‘Rocky Mountain Way’, de evergreen die live al in de jaren zeventig door de Eagles werd geadopteerd. De netelige slow ballad van het gelijknamige concept album ‘Desperado’ uit 1973 vormde de slotakkoorden van deze bijzondere bijna drie uur durende muzikale geschiedenisles. Met hun fraaie voorjaarstooien zongen de kemphanen (op twee na dan) van weleer hartstochtelijk: “You better let somebody love you, before it’s too late”.

History of the Eagles 2013/2014 Tour:
Set 1:

Saturday Night
Train Leaves Here This Morning
Peaceful Easy Feeling
Witchy Woman
Doolin-Dalton
Tequila Sunrise
Doolin’-Dalton/Desperado (Reprise)
Already Gone
The Best of My Love
Lyin’ Eyes
One of These Nights
Take It to the Limit
Set 2:
Wasted Time (Reprise)
Pretty Maids All in a Row
I Can’t Tell You Why
New Kid in Town
Love Will Keep Us Alive
Heartache Tonight
Those Shoes
In the City (Joe Walsh song)
Life’s Been Good (Joe Walsh song)
The Long Run
Funk #49 (James Gang cover)
Life in the Fast Lane
Encore:
Hotel California
Encore 2:
Take It Easy
Rocky Mountain Way (Joe Walsh song)
Desperado

Eagles:
Glenn Frey - vocals, guitar, keyboards
Don Henley - vocals, drums, guitar, percussion
Joe Walsh - vocals, guitar, keyboards
Timothy B. Schmit - bass guitar, vocals
Bernie Leadon - guitar, banjo, vocals

Sessie muzikanten:
Scott Crago - drums, percussion
Richard Davis - keyboards, vocals
Will Hollis - Keyboards, vocals
Steuart Smith - guitar, vocals
Michael Thompson - keyboards, vocals

Eerdere bandleden:
Randy Meisner - bass, vocals, guitar, guitarrón (1971–77)
Don Felder - guitars, mandolin, vocals, keyboards, pedal steel (1974–80, 1994–2001).

Drive-By Truckers nog steeds road-proof!

Geplaatst op 16 May 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Paradiso Amsterdam
band: Drive-By Truckers
support: Heartless Bastards
datum: donderdag 15 mei 2014
review & filmpjes door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone? [soon]

De laatste keer dat de band Drive-By Truckers ons land aandeed bestond de groep uit een andere samenstelling dan nu. Dat was in 2010 toen John Neff (pedalsteel/ gitaar/ zang) en bassiste Shonna Tucker nog deel uitmaakte van deze alternatieve Southern rockband uit Athens (Georgia). Ladytrucker Tucker droeg de basgitaar na haar vertrek in december 2011 aanvankelijk over aan David Barbe. Maar sinds het voorjaar van 2012 is Matt Patton (v/h The Dexateens) het nieuwe bandlid van de Truckers. Neff - de vriend van Shonna Tucker - die in december 2012 vertrok werd niet meer vervangen. Sinds de oprichting in 1996 hebben diverse wisselingen van de wacht al wat stof doen opwaaien onder de fans. Temeer omdat dit soms ook weer een nieuw geluid met zich meebracht. Zo ook op het twaalfde album ‘English Oceans’ (2014). Volgens sommige een plaat met uitsluitend briljante songs. Maar wat naar de mening van anderen, gewone liedjes zijn die onder het gebruikelijke niveau blijven. Ondertussen dreigt het album wel de best verkopende ooit van Drive-by Truckers te worden!

Ik ken dan ook geen andere band waarover de meningen onder ‘de kenners’ zó verdeeld zijn als bij Drive-By Truckers. En waarbij de twee hoofdbestuurders onder hun volgers ook nog eens verschillende aanhangers hebben, aangeduid als Hoodianen en Cooleynezen. Maar in werkelijkheid is er van zichtbare rivaliteit onder diverse groeperingen geen spraken. De frontmannen Patterson Hood (zoon van Muscle Shoals Rhythm Section bassist David Hood) en Mike Cooley komen beide oorspronkelijk uit Alabama en verdelen de rollen en de songs netjes onder elkaar. En ook DBT hard-core fans komen steeds weer eensgezind en vol goede moed naar hun optredens toe. Waarbij als gemeenschappelijke ervaring niet zelden hugs en high fives worden uitgewisseld (en soms een paar flessen Bourbon), zowel op het podium als tussen volgers in het publiek. Want 18 jaar onderweg en 10 studioalbums gooi je, ondanks talrijke afvallige en wat interpersoonlijke dramaatjes, niet zómaar weg. See Y’all at the Rock Show!

Maar eerst was het de beurt aan een supportact die hoge verwachtingen schepte bij ons. Heartless Bastards bestaat ruim tien jaar en maakte daarin vier albums. Het viertal, dat ooit een trio was, komt uit Ohio waar o.a. ook The Black Keys vandaan komen. Van BK-drummer Patrick Carney kregen ze destijds dan ook het eerste zetje in de rug richting het Fat Possum label waarop hun platen uitkwamen. In september 2013 toerde ze ook al langs het Nederlandse clubcircuit. In Paradiso stonden ze toen in de kleine zaal. Hun ouderwets klinkende garagerock met soulinvloeden werd nu op het grote podium zeker niet slecht ontvangen door de aanwezigen (die toch écht voor Drive-By Truckers kwamen). Het valt op dat de kleine lead-singer/gitariste Erika Wennerstrom gemakkelijk zingt. Ze heeft een boeiende lage stem, wat in 2005 een reden was voor muziektijdschrift Rolling Stone om haar te bestempelen als een zangeres met de strot van een “rock goddess”. Dat leek ons wat overdreven maar in 2012 leverde ze met de plaat ‘Arrow’ wel een verdienstelijk vierde studioalbum af. Met pakkende songs en soms emotionele teksten zoals ‘Parted Ways’ en ‘Skin and Bone’ die in Paradiso o.a. ook gespeeld werden. Begeleid door een strakke band bestaande uit Jesse Ebaugh (bass), Dave Colvin (drums) en Mark Nathan (gitaar) ging haar dat goed af. Nu nog een album afleveren met uitsluitend goede songs (en misschien een andere bandnaam?), en niemand kan meer om Erika en haar jongens heen.

Even na half negen komt het vijftal van Drive-By Truckers het podium op. Patterson Hood met een grote grijns door zijn baard heen en een fles bier in zijn linker hand. Direct gevolgd door de zwaaiende Mike Cooley, met een fles whisky in zijn rechter hand. Nieuweling Matt Patton hangt zijn versleten basgitaar om en zet zich schrap, met de knieën licht gebogen en een bolle rug. Jay Gonzalez wisselt lachend een fles drank uit met Hood. Brad Morgan rommelt nog wat aan zijn drumkit waar de Heartless Bastards drummer even daarvoor gewoon op mocht spelen, geen probleem. Zijn dikke brillenglazen glimmen in het licht van de spotlampen en zijn lange baard is weer wat grijzer geworden. Allemaal even een slokje, gitaren inpluggen, elkaar aankijken en aftikken: ‘Gravity’s Gone’ van het album A Blessing and a Curse uit 2006 wordt ingezet. En zo relaxed als de heren opkomen zo ontspannen wordt ook de show afgewerkt. Wel met wat geluidsproblemen in het begin wegens een haperende podiumspeaker en wat irritant gepiep tussendoor. Maar verder geen poespas, gewoon een Southern Rock Show! Want ook zonder de tortelduiven Trucker & Neff, ja zélfs zonder babyface Jason Isbell, houden de huidige Truckers hun voertuig probleemloos on the road.

Want ondanks alle jolijt pakken Hood & Cooley hun verantwoordelijkheid. En vergeten zijn de ex-bandleden zeker niet, want ook de co-written song ‘A Ghost to Most’ wordt gewoon nog live gespeeld. Zoals gezegd, de meningen zijn verdeeld maar deze Truckers blijven helden. Zeker in de ogen en oren van de grijze oude rockers (al dan niet met cap of baard) en de vrolijke groep Amerikaanse volgers in de zaal. De bebaarde teddybeer uit Texas die achter me staat beweegt als een zombie en danst als een vaatdoek. Zijn waterige rode ogen en de natte vlekken op zijn T-shirt tonen onmiskenbaar de uitwerking van wiet en alcohol. Wat maakt het uit, welkom in Weedville! Het merendeel van het goed gevulde en sfeervolle Paradiso geniet gewoon zonder genotsmiddel van de Zuidelijke verhalenvertellers annex balladezangers. Zij die hun slow truck donderdagavond trouwens vaak lieten accelereren naar de hoogste versnelling. Met Hood en Cooley afwisselend aan het stuur, uiteraard. Want na ‘Gravity’ met Cooley als zanger volgde keurig ‘When He’s Gone’ met Hood achter de zangmicrofoon in the spotlights. Gevolgd door hemelse harmonieën in ‘Til He’s Dead or Rises’ met aanstekelijk drentelend toetsenwerk door Jay Gonzalez.

Dat DBT gezegend is met twee individueel getalenteerde songwriters weten ook de drie medebandleden als geen ander. Niettemin vervullen ze zeker géén ondergeschikte rol. Drummer Brad “The EZB” Morgan is al sinds 1999 een constante factor. Toetsenist Jay Gonzalez springt nu ook regelmatig bij als derde gitarist. En bassist Matt Patton uit Tuscaloosa (Alabama) is - niets ten nadele van Shonna Tucker - een regelrechte aanwinst. Al van het kijken naar dit steeds met open mond glimlachende mannetje met zijn lange sluike haar wordt je vrolijk.

DBT is nog steeds een road-proof gezelschap dus, of zoals Cooley eerder zei: “This lineup is so direct. It can go from this chainsaw rock ‘n’ roll to very delicate, pretty-sounding stuff”. En zo is het maar net! Dus deden ze dat dan ook in Amsterdam. De stad waarnaar Patterson Hood zijn vrouw Rebecca een paar dagen had uitnodigt, vanwege hun 10-jarige huwelijk die dag. De wonderschone ballade ‘Mercy Buckets’ werd dan ook met een ietwat aangepaste tekst ("I’ll bring a hug if you want it") aan haar opgedragen.

Met de gebruikelijke verscheidenheid aan stijlen - van country ballads en Americana via vintage Southern Rock naar alternatieve garagerock - werd de avond verder ingevuld. Vóóral het English Oceans materiaal kwam aan bod, het werd goed gewaardeerd en soms zelfs meegezongen. Zoals het huppelende titelnummer, wat één van die zes Cooley tracks op het nieuwe album is. ‘Shit Shot Counts’ is ook (of juist) zonder die studioblazers prima te pruimen. Mooie samenzang in ‘Pauline Hawkins’ met door Skynyrd geïnspireerd gitaarwerk. En ‘Natural Light’ - de eerste toegiftsong - klonk als een Nashville tranentrekker.

Maar ook de klassiekers die op de setlist geparkeerd stonden, werden door de nieuwe truckers kundig voorbij gestuurd. Het zwaar beschouwende ‘Puttin’ People on the Moon’, en ‘Two Daughters and a Beautiful Wife’ met een aangepast arrangement bijvoorbeeld. Dé all-time favorite DBT-song van velen: ‘Women Without Whiskey’. Ook ‘Sink Hole’ met voortstuwende gitaren en beukende drums en mee blèren op ‘Hell No, I Ain’t Happy’, beide van het Decoration Day album uit 2003.

Niet alles kwam over of werd juist begrepen (of slecht verstaan), zoals een grap over Alabama. De schaamteloze gesproken inleiding door Hood op ‘Box of Spiders’ over zijn hoererende overgrootvader was aandoenlijk maar bekend voor veel fans. En Cooley’s sad song daaraan voorafgaand ‘Sounds Better in the Song’ was ook pittige kost. Van de vier encores was de laatste dé verrassing! Niet de lange ballade ‘Grand Canyon’ als hommage aan de vorig jaar overleden “merch guy” Craig Lieske, maar de Jim Carroll cover ‘People Who Died’. Met vriend en collega Thomas Olivier te gast op Patterson Hood zijn gitaar. En Hood zelf die zittend op zijn knieën en met gebalde vuist in de lucht het publiek toe krijste: “They were all my friends, and they died!” It’s fucking Southern punkrock Y’all! Hoe bedoelt u eerbetoon? Tot slot rijst bij de lezers natuurlijk de prangende vraag of uw verslaggever een Hoodiaan of een Cooleynees is? Op de plaat heb ik zeker geen voorkeur voor songs (of stem) voor de één of de ander. Maar in Paradiso won wat mij betreft Hood het op punten. Het belangrijkste was dat het speelplezier er bij alle vijf de mannen vanaf spatte. Want een strakke live band, welke avond aan avond een andere setlist laat horen, én met zoveel gedrevenheid, heeft altijd een streepje voor. Try to stay upright the best you can!


Setlist:
01. Gravity’s Gone
02. When He’s Gone*
03. Til He’s Dead or Rises*
04. Mercy Buckets
05. Women Without Whiskey
06. Puttin’ People on the Moon
07. Made Up English Oceans*
08. Two Daughters and a Beautiful Wife
09. A Ghost to Most
10. Pauline Hawkins*
11. Hearing Jimmy Loud*
12. Sinkhole
13. Sounds Better in the Song
14. Box of Spiders
15. Shit Shots Count*
16. Hell No, I Ain’t Happy
Encore:
17. Natural Light*
18. Let There Be Rock
19. Zip City
20. People Who Died (w/ Thomas)

[*English Oceans album 2014]

Barre Blues kroegentocht groeit gestaag (XL)

Geplaatst op 11 May 2014 door Giel

gezien & gehoord in: diverse locaties in Monster, Westland
evenement: de 9e “Barre Blues” kroegentocht (XL)
artiesten: diversen
datum: zaterdag 10 mei 2014
review en foto’s door: Giel van der Hoeven - The Blues Alone?

De Westlandse Blues Aan Zee (BaZ) kroegentocht is na 8 levensjaren uit zijn barre bloesje gegroeid. En dus kreeg de 9e editie afgelopen zaterdag van zijn ‘ouders’ een nieuw Extra Large flanelletje aangemeten. Maar liefst 11 horeca locaties in Monster en Ter Heijde mochten dat feestje meevieren. En tijdens de volgende (jubileum) editie in 2015 beloven dat er zelfs nóg meer te worden! Spannend was het op voorhand wel, zowel voor de organisatie als voor de bezoekers. Want hoe zou zo’n XL-kroegentocht in de smaak vallen bij de betrokkenen? Bij hen die voorgaande jaren eigenlijk verwend waren. En alle afstanden binnen een straal van een paar honderd meter gewoon met de benenwagen (al dan niet wankelend) konden afleggen. Als alternatief werden er daarom dus twee personenbusjes ingezet. Hiermee kon je voor 1 euro per rit naar/van enkele verder gelegen locaties vervoerd worden. Gezien de aanhoudende slagregenbuien en windvlagen een extra prettige bijkomstigheid.

Terwijl op Eurovisie ‘niveau’ de triestigheid voort blijft duren - een man met baard en verkleed als vrouw werd die avond eerste op het Eurovisie songfestival terwijl hét beste liedje 2e werd (waar kennen we dat van?) - doorstonden wij weer en wind om échte live muziek te kunnen beleven. Tussen de buitjes door en met de wind in de rug struinde we dus weer ouderwets een aantal locale ‘kroegen’ af. Elf locaties is toch wel iets teveel van het goede om op één avond te bezoeken bemerkte we. Dus maakte ik met mijn twee bluesbrothers Ton en Eric een geïmproviseerde ongeplande selectie. Van de organisatie en van medestrijders onderweg vernamen we de stand van zaken in het nieuwe buitengebied (zie plattegrond). Alle optredens startte om 21:30 uur en de Blues Hunters deden dat in de Tuinzaal van de Noviteit. Dit had als voordeel dat het publiek lekker verdeeld was over alle deelnemende gelegenheden. Maar het betekende ook dat het Haagse bluesrock kwartet - dat al eens eerder te gast was bij Blues Aan Zee – aanvankelijk voor een handje vol toehoorders hun eigen soulvolle bluesnummers met funky en jazzy invloeden stonden te spelen.


[Doc Curran & the Revelators & Jeff]

Gedurende de avond werd het wel steeds drukker, dus besloten wij direct al het kleine café de Pomp aan te doen. Temeer omdat we erg nieuwsgierig waren naar de Ierse Doc Curran en zijn twee Revelators. De roodharige zanger/gitarist Ricky Curran woont al sinds 2008 in Nederland en werkt overdag als Air Transport & Operations professor aan de TU Delft. Zijn energieke bluestrio speelde eigen composities en interpretaties van o.a. J.J. Cale- en B.B. King songs. Met als speciale gast Jeff Bos op de mondharmonica. Deze Hagenees mocht meeblazen op o.a. de Johnny Otis klassieker ‘Willie And The Hand Jive’. Blues, rechtstreeks tot op het bot als een religie, met een ultra hoog rendement. Waardoor het lieflijke dorpscafé voor een avondje in een ritmisch draaiende Turbopomp veranderde. Bar gezellig, maar we gingen verder.


[The Weepers & de dansers]

Gebouw O.J.O.S. bood dit keer plaats aan twee bands en een open podium. The Weepers waren aangekondigd als: tof rhythm & blues trio met muziek uit de 50’s en 60’s, waarbij stilzitten geen optie meer zou zijn. En dat klopte, want al bij binnenkomst werd er gedanst in de zaal. En gingen ook voor het podium bij een aantal soepele dames en heren van middelbare leeftijd de voetjes van de vloer. Dit regiotrio bestaande uit John Burki (gitaar en zang), Leo van der Helm (contrabas en zang) en Frido Fraterman (drums) speelt blues, rock and roll en country. Met het repertoire en de inspiratie van Carl Perkins tot aan Stevie Ray Vaughan. De geroutineerde John Burki - die ook zingt en mandoline speelt in het Haagse country & bluegrass trio The Cannonball String Band - wist op deze locatie “O” de gang er goed in te houden met een lekker gevarieerd oeuvre.

Tate Gallery is een Westlandse coverband die overwegend nummers speelt uit de 60’s en 70’s, al dan niet met de nodige old school surfguitar klanken door Peter Molenaar. De bandleden Stefan van Dijk (gitaar) en Eugene ‘Eus’ Goeijenbier (drums) zijn ook regelmatige bezoekers van de Blues aan Zee evenementen. Zij speelde in Monster dus een thuiswedstrijd voor een volle bak. Omdat zangeres Angelique door een verblijf in het buitenland afwezig was mocht zanger Jan Schaaf alle zangpartijen zelf voor zijn rekening nemen. En dat ging hem zoals gewoonlijk goed af. Een probeersel als ‘White Wedding’ (Billy Idol) was het bewijs dat de eigenzinnige Tates verder gingen dan alleen platgetreden blues paden. De aangekondigde mystery guest, ‘de Marokkaanse prins van de mondharmonica’ (Nick Mounier?) hebben we wegens onze doortrek op het Monsterse bluespad helaas moeten missen. Evenals de open podium jams in Gebouw O.J.O.S.


[Tate Gallery drummer Eus Goeijenbier]

Voor een hapje of een snack (patatje blues!) kon je dit jaar tijdens deze kroegentocht ook terecht bij zaken als Broodjeszaak Hop met de Haagse stadstroubadour Dennis Wijmer, of bij FF naar Janse met Jean Paul Rena. Die beide, gewoon zittend op een kruk met een gitaar, solo blues optredens gaven. En ook Eetcafé La Vida met de Brabantse bluesharp-speler Imco Ceelen alias Duketown Slim kunnen we in dit rijtje scharen. Al was het wel handig om dus zo’n pendelbus te pakken om daar te komen. Dat gold ook voor de strandtenten Bondi Beach Club bij de strandopgang Molenslag en Moments Beach in Ter Heijde. Hier traden respectievelijk Jumpin’ Joe op met een mix van jump-blues & west-coast swing. En de ervaren swingende bluesrock band (opgericht in 1976!) Long Way Blues.

Ook in ‘het buitengebied’ op de nieuwe Barre Blues locatie De Druiventuin was het een drukte van belang. Niet in het minst omdat daar een sextet met local heroes optrad: de Big Boss Men Blues Band. Niemand minder dan Blues aan Zee voorzitter Anton zelf is de zanger van die BBM Blues Band. En ook de andere bandleden zijn geen onbekenden in Westland en omstreken. In 2012 zagen we het Rotterdamse The Rude Move nog in de Kelderzaal van de Noviteit optreden. Nu mocht gitarist Dennis Gosens met zijn mede bandleden Café de Viskeet figuurlijk op z’n kop zetten met degelijke bluesrock in de beste Jimi Hendrix traditie. De Viskeet was eveneens een debutant in het Barre Blues circuit maar ook een plek die niet onbekend is met het organiseren van live muziek optredens.


[Dynamiet Mannen JJ & Wesley]

Na een laatste korte tussenstop voor een portie stevige bluesrock bij de Zuid-Hollandse viermansformatie The Bullfrog Bluesband in Café de Kleine Jan, ging de onstuimige avond over in de donkere nacht. En veel bezoekers togen langzaam maar zeker naar de Noviteit voor de grote finale: de Dynamite Blues Band. In februari jl. zagen we nog een gedeelte van hun optreden op het 16e De Koninck Bluesfestival in Delft. En we waren er ook bij in oktober 2013 tijdens hun indrukwekkende support optreden voor de Fabulous Thunderbirds in de Boerderij te Zoetermeer. Maar nu was er dus de gelegenheid om een complete gig van Wesley van Werkhoven (zang/bluesharp), JJ van Duijn (gitaar), Renzo van Leeuwen (bas) en (gelegenheids)drummer Jan ‘TNT’ Aandewiel bij te wonen. En de voormalige Big Blinders gaven ‘m van katoen hoor! Met nóg meer eigen materiaal (een debuutalbum zit eraan te komen) en met ook nog steeds het betere coverwerk, in een herkenbare eigen vette stijl.

De Dynamiet Mannen hadden het zelf dan ook zichtbaar naar hun zin in de bomvolle Tuinzaal die bijna ontplofte van enthousiasme en waar het dak er uiteindelijk vanaf ging (sorry voor deze dynamische clichézin). Of, om het (vrij vertaald) in B.B. King zijn woorden te zeggen: “they are dynamite, they know what it’s all about!” Met zo’n afsluiter is het gelijk alweer prettig vooruit kijken naar het Blues aan Zee indoor festival op 8 november a.s. met o.a.: Tangled Eye, King of the World en (dit jaar alsnog) Mattanja Joy Bradley! En ach, we zien wel of die standvastige BaZje nog verder uit zijn hemdje groeit (XXL in 2015!). Maar wat ons betreft kan Blues aan Zee nog wel járen mee!