Archief voor de maand April 2014

Interview met Larry “Mud” Morganfield, Muddy Water’s oudste zoon

Geplaatst op 28 April 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Larry “Mud” Morganfield
English version here: MMintTBA.pdf / 42 kB
door: Giel van der Hoeven
voor: The Blues Alone?
foto’s: © José Gallois & © Kirk West & © Movinmusic
locatie: Park Hotel Den Haag
datum: zaterdag 19 april 2014

Zijn legendarische vader McKinley Morganfield a.k.a. Muddy Waters (1913-1983) scoorde begin jaren vijftig al belangrijke hits met o.a. ‘Hoochie Coochie Man’, ‘I Just Want To Make Love To You’ en ‘I’am Ready’. En als hij in 1958 naar Europa (Engeland) komt - zijn oudste zoon Larry is dan nog maar een kleuter van amper 4 jaar - wordt Muddy’s grootste hit wereldwijd een feit, ‘Mannish Boy’. Hiermee zal The Father of the Electric Blues hele generaties beïnvloeden, zo zou later blijken. Want blues muziek was tot op dat moment iets heel anders, vooral akoestische muziek. Muddy Waters wordt daarom algemeen beschouwd als de uitvinder van de elektrische blues en baande een weg voor vele elektrische blues- en rock and roll bands en artiesten (met hun wilde levensstijl) die na hem kwamen. Larry “Mud” Morganfield (27 sept. 1954) is de oudste zoon van Muddy Waters en heeft zowel fysiek als vocaal een opvallende gelijkenis met zijn vader. Als je hem ziet optreden of indien je naar zijn laatste plaat ‘Son Of The Seventh Son’ luistert, zie en hoor je in Mud de levende erfenis van vader Muddy. In 2007 organiseerde Larry en zijn jongere broer, de blueszanger en gitarist “Big” Bill Morganfield, samen met een aantal professionele musici een tribute concert voor hun vader. In combinatie met een optreden in dat zelfde jaar op het Chicago Blues Festival bracht dat Mud Morganfield toen onmiddellijke (h)erkenning. Met als gevolg twee prachtige albums ‘Fall Waters Fall’ (2008) en ‘Son of a Seventh Son’ (2012), plus diverse live performances in voornamelijk de VS en Europa. In april van dit jaar kwam ‘the eldest son of a seventh son’ weer even over uit Chicago voor een korte tour door Nederland en Groot-Brittannië. Alwaar we hem daags na het optreden in Het Paard in een hotel in het centrum van Den Haag konden onderscheppen voor een vraaggesprek in de lobby. Dit alvorens het gezelschap deze dag weer naar Terneuzen (zaterdagavond) en naar Amsterdam (zondags) zou vertrekken voor nog twee optredens in ons land.

Hallo, mister Morganfield, in oktober 2013 hebben wij van TBA? een fotoverslag gemaakt van uw optreden in Lantarenvenster te Rotterdam. Maar toen speelde u met een andere band dan tijdens deze tour. Hoe gaat de samenstelling van een Europese backingband eigenlijk in zijn werk?
- In Rotterdam was het een dubbelconcert met James Yancy Jones, beter bekend als Taildragger. Daar hadden we samen de The Rhythm Room All-Stars als backing band, met Bob Corritore op de bluesharp. En nu heb ik een hele goede Britse bluesharpspeler in de band, Steve West Weston. Dit zijn muzikanten die ik in overleg met mijn boekingsagent Mike Hellier voor deze tour heb ingehuurd. “Mike is a great guy", hij drumt zelf ook in de band en verder spelen mee: contrabassist Ian Jennings, een Deense bluesgitarist Ronni Boysen en pianist Eric Ranzoni met Italiaanse roots. Betrouwbare bookingagencies zijn dus belangrijk, want die doen meer dan alleen optredens regelen.

U vertelt soms korte levensverhaaltjes als songintroducties on-stage. En bij een funky song als ‘Catfishing’ roept u dames uit de zaal het podium op om te komen dansen op de muziek. Hoe belangrijk is die interactie met het publiek voor u?
- “Very important, no doubt about it!” Mensen komen ook naar een blues concert om vermaakt te worden. En niet alleen maar om te treuren over een verloren liefde. Het hangt natuurlijk wel van de entourage in de zaal af. Bij de drie Nederlandse optredens hebben we twee keer staand publiek en één keer voornamelijk zittende mensen. In dat laatste geval zal de nadruk wellicht meer op die gesproken introducties leggen.

U hebt een doorleefde donkere bluesstem die u optimaal benut en waarmee u erg veel gevoel in de songs legt. Doet u iets speciaals om die stem in vorm te houden?
- Nee, niets speciaals. Ik drink thee en dit [Mud wijst naar het flesje bronwater dat hij gedurende het interview in zijn hand houdt - red.] Geen stemoefeningen, geen yoga… niets van dat alles. Zanglessen heb ik ook nooit gehad en aan inzingen doe ik al helemaal niet, ha ha. Ik ben gelukkig gezegend met een stem die ik heb geërfd van mijn vader. En die probeer ik zo adequaat mogelijk op een no-nonsense manier te benutten.

Bent u een Mannish Boy of een Hoochie Coochie Man?
- Ik hou van vrouwen en ik heb tien kinderen, “so you tell me?” whahaha!
[lees voor nadere uitleg hier de betekenis van hoochie coochie - red.]

Is the song ‘Blues In My Shoes’ van het album Son of a Seventh Son autobiografisch?
- Ja, absoluut. Het gaat over mijn leven in Chicago waar ik ben opgegroeid, “a pretty rough area!” Ondanks dat ik een zoon van Muddy Waters ben heb ik echt moeten leren om voor mezelf op te komen. Ik heb in mijn jeugd soms letterlijk gevochten om te kunnen overleven. Chicago was toen een zeer gewelddadige stad en is dat nu nog steeds. Maar het blijft wél mijn geboorteplaats en ik had er niets van willen missen, “because it gave me blues you know".

U bent de ‘Son of a Seventh Son’. How are your six uncles doing?
- “My what, sick ankles?!” Ik heb helemaal geen zere enkels joh! Alleen een beetje last van mijn rug.

Ehh, ik bedoel…
- Whahaha… ik begrijp de grap hoor, alleen ik verstond het even niet goed. Maar, het gaat prima met mijn zes ooms. Verder moet je niet teveel waarde hechten aan de albumtitel want het woord zegt het al: het is maar een etiket.

Kunnen bluesmuziek en humor eigenlijk wel samengaan volgens u?
- Zeker wel, humor hoort bij het leven en dus ook bij de muziek. Luister maar eens hoe blij gospelmuziek kan klinken. Ik ben ervan overtuigd dat vertier zelfs een essentieel onderdeel is van alle live muziek. Samen creëert het artiesten die een groter publiek kunnen amuseren. En zonder dat vermaak zouden wij allemaal allenig onder de douche zingen.

Er wordt gezegd dat uw vader, de legendarische bluesartiest Muddy Waters, de uitvinder van elektrische blues is. Hij heeft als het ware model gestaan voor de hedendaagse rock and roll bands. Is dat zo?
- Ja dat klopt wel. “Pops set the stage for a lot of great stuff". Blues, rock en R&B zijn volgens mij allemaal uit de gospelmuziek ontstaan. Je kent alle verhalen van de katoenplantages en de worksongs wel. Ik zou niet willen beweren dat mijn vader de elektrische bluesmuziek heeft ‘uitgevonden’. Maar in een tijdperk waarin door bluesvertolkers nog met sigarbox gitaartjes werd gemusiceerd heeft hij de gitaarsound wel als eerste geëlektrificeerd. En daarmee werd de koers van ‘moderne popmuziek’ op dat moment drastisch gewijzigd en wist hij de basis te leggen voor de Chicago sound.

Daardoor was hij later tijdens uw jeugd in Chicago ook weinig thuis. Wat is nu nog steeds uw mooiste herinnering aan hem?
- Gelukkig heb ik tot aan zijn dood goed contact met hem gehouden [Muddy Waters overleed 30 april 1983 op 70-jarige leeftijd aan een hartaanval in zijn slaap - red.] Ik ben als Larry Williams voornamelijk opgevoed door mijn moeder en droeg dus ook haar achternaam, want Momma en Pops waren niet getrouwd. En dat was zwaar voor haar want een vrouw kan van haar dochter een dame maken maar van een snotaap geen heer. Maar ze heeft het goed gedaan en is nu 81 jaar, we bellen elkaar vaak [in de NSJC zong Mud op haar speciale verzoek ‘Forty Days and Forty Nights’ - red.] Toen ik nog kind was nam ze mij soms mee naar vaders optreden in een bar en uiteraard zag en hoorde ik hem wel eens thuis gitaar spelen en zingen. Dát zijn toch de mooiste herinneringen.

En de drumkit die u als kind van hem kreeg met kerstmis?
- Ja ha ha, meerdere drumkits na elkaar zelfs! Ik kreeg de eerste toen ik een jaar of 6 á 7 was maar sloeg dat ding té enthousiast aan gort. Een jaar later kreeg ik er weer eentje van hem. Nu drum ik nog zelden maar ik speel nog wel steeds basgitaar. Alleen ga ik dat niet doen op het podium. Ik zie de commentaren van critici al voor me: “he’s a great singer but his bass sucks". Nee, daar beginnen we niet aan, ha ha. Ik componeer en schrijf trouwens wel mijn eigen songs met de basgitaar. Mijn teksten gaan over het leven zelf en het schrijven van een goede lyric is meer dan een kinderrijmpje zoals: “Mary had a little lamb, its fleece was white as snow". Zoiets vereist veel creativiteit.


[Johnny Winter, Bob Margolin & Muddy Waters 1978 – foto © Kirk West]

Muddy had grote invloed op een complete generatie blues- en rock artiesten in de jaren zestig en zeventig. Zoals Bob Dylan & The Band, Jimmy Hendrix, Rolling Stones, Led Zeppelin, Cream met Eric Clapton, Johnny Winter, Alvin Lee, Rory Gallagher enz. Bent u zich dat bewust?
- Oh ja, mijn vader zag of hoorde zelf ook zijn voorgangers Son House, Robert Johnson, Big Bill Broonzy “and all those cats” gitaar spelen en raakte daardoor beïnvloed. Toen hij eind jaren veertig zijn elektrische gitaar in een versterker plugde en ‘I Can’t Be Satisfied’ speelde werd hij er zelf bekend mee en zodoende hún opvolger. En hij wist daarmee weer op zijn opvolgers effect te sorteren. Dat zijn dus de artiesten die je noemt en zo zal dat van generatie tot generatie altijd door blijven gaan.

Muddy Waters heeft heel veel prachtige songs gecomponeerd. Eén ervan ‘You Can’t Lose What You Ain’t Never Had’ staat ook op uw laatste album. Waarom speciaal dat nummer?
- Het maakte eigenlijk niet uit welke song het zou worden. Hij heeft zoveel goede songs gemaakt dat we er gewoon ééntje uitgepikt hebben. Dat werd dus YCLWYANH van het album The Real Folk Blues uit 1966. En ook ‘Short Dress Woman’ van het album Folk Singer (1964) staat op Son of a Seventh Son. Dat heeft hij niet zelf geschreven maar wel opgenomen en gespeeld. Ik heb me voorgenomen om op ieder album dat ik maak minimaal één Muddy Waters song te coveren. Gewoon, uit dankbaarheid en als eerbetoon.

U hebt nu twee studioalbums gemaakt: ‘Fall Waters Fall’ (2008) and ‘Son of a Seventh Son’ (2012). Wanneer kunnen we een derde plaat verwachten en wat komt daarop?
- Dat wordt zelfs een volwaardig tribute album met uitsluitend nummers van Muddy Waters. De planning voor de release is mei 2014 en de werktitel is ‘Pops’. Kim Wilson en Barrelhouse Chuck spelen er o.a. op mee. Dus net zoiets als de Little Walter Memorial/Tribute door de Chicago blues harmonicaspeler Billy Branch and the Sons of Blues. Dat wil niet zeggen dat je altijd maar een zelfde stijl moet blijven hanteren. Kijk, mij zal je waarschijnlijk nooit rock-blues horen spelen maar met rhythm and blues en natural blues valt nog voldoende te variëren. “Because I like to be open-minded, and music is universal". Mijn vierde studioalbum zal dus qua stijl ongetwijfeld weer gaan afwijken van de voorgaande drie.

In 2012 hebben we Zakiya Hooker, de dochter van ‘the father of the boogie’ John Lee Hooker, geïnterviewd. Ze heeft het voorrecht gehad om begin jaren negentig nog met haar vader een plaat te kunnen maken en met hem op te treden. Hebt u die gelegenheid ook gehad met Muddy Waters?
- Mijn vader was teveel zakenman om vrijblijvend muziek met zijn kinderen te maken. Er kwamen wel muzikanten over de vloer waar hij spontaan mee jamde hoor, maar dat waren professionals zoals Chuck Berry, Mike Bloomfield en Mick Jagger. Bovendien zijn William en ik pas ver na zijn overlijden in 1983 professioneel muziek gaan maken. Bill’s debuutalbum ‘Rising Son’ verscheen in 1999 en ik treedt zelf pas live op sinds 2007. Mijn vader heeft wel altijd gewenst dat één van zijn zoons hem zou gaan opvolgen, dat zijn er dus twee geworden. Ik heb John Lee Hooker Jr. ook wel eens gesproken. Maar die heeft de bluesscene nu verlaten om het Woord van God te prediken. Hij draagt nu een witte boord en is Reverent John Lee Hooker Jr. geworden.

Komende zondag gaat u optreden in de North Sea Jazz Club te Amsterdam. De Britse blueszanger/gitarist Ian Siegal speelde daar afgelopen donderdag ook en een dag later was hij landelijk op de televisie te zien. Hoe belangrijk is het dat bluesmuziek ook op nationale radio- en tv-zenders uitgezonden wordt?
- Ahh, Ian Siegal, die heb ik al een tijdje niet meer gezien. Hoe gaat het met hem, heeft hij die tatoeage van mijn vader nog op zijn arm? “Hahaha, he’s my buddy!” Hij heeft nog met mijn broer Big Bill getoerd door de UK en Big Joe Louis trouwens ook, “he’s something else". Maar om je vraag te beantwoorden: op de juiste manier is het onontbeerlijk. Veel jeugd in de VS kent de oude bluesmuziek niet en de naam Muddy Waters alléén van horen zeggen. Daarom is het goed als er in de daarvoor bestemde programma’s media-aandacht aan besteed wordt. Maar het is nóg beter als ze naar live optredens komen om ze het échte bluesgevoel mee te kunnen geven. In Europa zie je dat laatste met de jeugd wel gebeuren maar in de VS nagenoeg niet.

Is de alom geprezen biografie uit 2002 ‘Can’t Be Satisfied: The Life and Times of Muddy Waters’ een accurate weergave van uw vader zijn leven?
- Heb je het gelezen? ‘The Mistress Wife’ in het boek is mijn moeder en ‘Poppa’ is een nickname voor mij. Of alles wat erin staat op waarheid berust, weet ik natuurlijk ook niet. Simpelweg omdat ik niet overal bij geweest ben. Het voorwoord door Keith Richards is okay en auteur Robert Gordon heeft een mooie paperback geschreven. Toen ik destijds het script thuis gestuurd kreeg ben ik ermee naar Willie Dixon’s vrouw Marie Dixon gegaan. Een pientere dame die mijn vader goed kende. Ze heeft ook een aantal dingen geverifieerd en aangepast en daarna waren wij tevreden.

Het is vandaag 19 april wereldwijd ‘Record Store Day’. We vieren deze dag met de release van talloze unieke uitgaven op vinyl en live instore optredens door vele artiesten. Is een dag als deze ook belangrijk voor u?
- Ik ken het fenomeen niet maar het lijkt me vooral een goede dag voor de platenmaatschappijen. En als die unieke uitgaven op vinyl ook geautoriseerd zijn, is dat natuurlijk aantrekkelijk voor de verzamelaars. Maar bij dit soort gelegenheden worden ook vaak ongeoorloofde uitgaven aangeboden. Van mij is er ook zo eentje: “Blues Is In My Blood". Dat is niet meer dan een heruitgave van “Live With The Dirty Aces” welke eerder op het Blue Filth Records label in december 2008 uitkwam. Dat was al een prima live CD — dat weliswaar rocky klinkt — met o.a. zanger/bluesharpist Giles Robson. Maar ze hebben het aangevuld met ‘Good Morning Little Schoolgirl’ en een gesproken interview van zes minuten met mij. De mastertapes zijn zonder mijn toestemming doorverkocht en opnieuw geëdit met die bonustracks erbij. En op een ander label [Blues Boulevard - red.] met een andere titel en nieuw artwork heruitgebracht. Welke malloot doet nou zoiets?!

Laatste vraag: ziet u uw jongere broer William “Big Bill” Morganfield (19-06-1956) nog wel eens?
- Ja ‘tuurlijk, die heb ik gisteren nog aan de telefoon gehad. Samen met William en muziek advocaat Jay B. Ross uit Chicago hebben we de Morganfield Foundation voor het behoud van de historische Muddy Waters residentie in Chicago opgericht. Het huis werd gebouwd in 1879 en onze vader woonde er in zijn vruchtbare muzikale jaren tussen 1954 en 1974. Het doel is om in 90 dagen tijd minimaal $120.000 op te halen om het huis te kopen, en in de 2e fase nog eens $150.000 om de boel te restaureren en tot museum om te bouwen. Binnenkort hoop ik met Mick Jagger in gesprek te kunnen gaan over een eventueel benefiet optreden. Tijdens hun Rolling Stones tour in 1981 kwamen ze naar Buddy Guy’s club the Checkerboard Lounge in Chicago om mijn vader te zien optreden én met hem mee te spelen. Een soortgelijke tribute zou nu veel geld op kunnen leveren. Het ligt niet in onze aard om te bedelen maar Muddy heeft zoveel betekent voor Chicago, Illinois en de hele wereld, dat zo’n toeristische trekpleister er gewoon móet komen. Voor Muddy, en om de Bluesmuziek te verspreiden én in ere te houden! [ondertussen stopt Mud een stapeltje flyers in onze handen. Die Foundation flyer is hier ook te downloaden - red.]

En terwijl Mud Morganfield tot slot nog een krabbel voor ons pent op een promofoto nemen we gemoedelijk afscheid van hem: vriendelijk bedankt voor uw tijd en veel succes met de fundraising en met de komende concerten.
- “Thanks a lot. I really appreciate it”.

Bekijk en lees hier onze NSJC concert photoreview: Mud Morganfield, karaktervolle kwaliteit volgens de “methode traditionelle”.

Neil Young verrast fans met akoestisch album ‘A Letter Home’

Geplaatst op 25 April 2014 door Giel

“It’s better to burn out than to fade away", die memorabele zin zong Neil Young in de song “Hey Hey, My, My (Into the Black). Het lied was de tegenhanger van “My, My, Hey Hey (Out of the Blue)” eveneens van het Rust Never Sleeps album uit 1979. Neil Youg zelf is na al die jaren nog niet opgebrand, weggevaagd, verroest of ingedut. Want de onverzadigbare muzikant met zijn niet aflatende liefde voor experimenteren met muzikale stijlen en muziektechnologie heeft weer een opzienbarend kunstje geflikt. Op zijn gebruikelijke ambachtelijke en soms raadselachtige manier, verraste hij zaterdag 19 april zijn fans op Record Store Day door het uitbrengen van een akoestisch vinyl album met uitsluitend covers.

Met het gevoel, het geluid en de hoes van een 78-toeren grammofoonplaat bevat de elpee A Letter Home elf van Neil Young’s lievelingsnummers van artiesten die hem hebben beïnvloed. Beide plaatkanten worden geopend met een “letter to home", met daarin een berichtje door Young aan zijn moeder. Hij verteld haar over de nieuwe technologie die hij gebruikte om A Letter Home op te nemen en maakt van de gelegenheid gebruik via haar zijn hartelijke groeten aan zijn familie te doen. Op de meeste nummers horen we gewoon Neil Young met zijn gitaar en mondharmonica waarmee hij liefdevolle versies speelt van al dan niet bekende nummers van zijn favoriete songschrijvers. Variërend van Phil Ochs zijn ‘Changes’, een bijna zin-voor-zin opgenomen: ‘North Country Girl’ van Bob Dylan, een aangrijpend en eenzaam klinkende ‘Reason to Believe’ (Tim Hardin), een honky versie van ‘On the Road Again’ (Willie Nelson) en het beschouwende ‘If You Could Read My Mind’ van Gordon Lightfoot.

Het meest ontroerende moment van het album is ongetwijfeld het emotionele ‘Needle of Death’ van Bert Jansch, een song die Young erkent als bron voor zijn eigen ‘Needle and the Damage Done’ uit 1972 (van het album ‘Harvest’). Ook Jack White doet mee op twee nummers, hij speelt piano en zing mee op ‘On the Road Again’ en hij heeft een vocale bijdrage en speelt gitaar op ‘I Wonder If Care as Much’ van The Everly Brothers. In januari 2014 kondigde Young al aan dat hij in maart/april een album uit zou gaan brengen dat - zoals hij dat noemde - “one of the lowest tech experiences I’ve ever had” zou worden. Jack White’s label Third Man Records bracht de plaat uit en verstrekte bij elke elpee een een “unearthed Neil Young’s A Letter Home” briefje. Hierop kondigt ene Homer Grosvenor aan dat dit album “een ongehoorde verzameling van herontdekte nummers uit het verleden is", volgens hem “opgenomen op antiek electro-mechanische technologie die de essentie vat van een sfeer die verloren dreigde te gaan".

Neil Young was onlangs nog te zien op een foto met een vintage Voice-o-Graph machine uit 1947 die in het hoofdkwartier van Third Man Records in Nashville staat. Een telefooncel-achtig apparaat waarmee real-time vinyl opname gemaakt kunnen worden. Dat zou de oude electro-mechanische technologie waarnaar wordt verwezen in het bericht kunnen verklaren. Maar wie is dan toch die Homer Grosvenor? Na wat ge-Google vinden we niet echt een persoon die direct relatie tot Neil Young zou hebben. Maar we weten wel dat hij altijd in is voor een geintje. En ook nu zou het bericht niet meer dan een ironische opmerking zijn. Grosvenor blijkt een versluierde verwijzing naar zijn huis in Winnipeg, Canada waar hij ooit op 1123 Grosvenor woonde. Ook de albumhoes toont Young in die jaren veertig opname-booth. Alles bij elkaar weer eens een prettige obsessie van Young voor zijn opnametechnieken en toewijding aan het vastleggen van geluid dat het origineel van instrumenten en de stem zo dicht mogelijk benaderd. En in feite is alles aan het album vintage, van de sepia cover-art met kleine prijssticker ($3.98) op de achterzijde tot aan die genoemde opnametechniek met dito geluid, en het uitbrengen op vinyl.

Hoewel er op Record Store Day geen officiële aankondiging kwam, kan je de vinyluitgave alsnog bestellen op de website van Jack White’s label Third Man Records. Want op 27 mei a.s. komt er op Reprise Records een Limited Edition Deluxe-Box Set van het recente album A Letter Home uit met daarin: 1 standard 12” LP vinyl; 1 “direct feed from the booth” audiophile 12” LP vinyl; zeven stuks 6″ clear vinyl record booth discs; 1 standard CD; 1 standard DVD; 1 32-pagina’s tellend 12” x 12” boek. Voor de verzamelaar en liefhebber dus! Op Record Store Day verscheen er ook (wel aangekondigd) een re-issue van Neil Young’s live album Time Fades Away uit 1973, dat nooit eerder werd gereleased op CD. Tevens werkt Young nog steeds aan zijn Pono project, de digitale music player, en zou er in 2015 een 2e deel verschijnen van zijn memoires ‘Waging Heavy Peace’, waarvan deel 1 in 2012 verscheen. Tot slot kunnen we melden dat Neil Young met Crazy Horse dit jaar Europa weer aan zal doen. Ze spelen o.a. in het Londense Hyde Park op 12 juli, in de Echo Arena te Liverpool op 13 juli en op 5 augustus op de Lokerse Feesten in België. Meer data volgen nog. [bron: Henry Carrigan - bewerkt door GvdH / foto’s: Getty Images].

Tracklisting ‘A Letter Home’:
“A Letter Home” Intro
“Changes” (Phil Ochs)
“Girl from the North Country” (Bob Dylan)
“Needle of Death” (Bert Jansch)
“Early Morning Rain” (Gordon Lightfoot)
“Crazy” (Willie Nelson)
“Reason to Believe” (Tim Hardin)
“On the Road Again” (Willie Nelson)
“If You Could Read My Mind” (Gordon Lightfoot)
“Since I Met You Baby” (Ivory Joe Hunter)
“My Hometown” (Bruce Springsteen)
“I Wonder If I Care as Much” (Don Everly)

Neil Young - Changes (Live at Farm Aid 2013)

Bekijk meer Neil Young op Farm Aid 2013 hier.
Lees hier meer TBA? artikelen over Neil Young.

Mud Morganfield: karaktervolle kwaliteit volgens de “methode traditionelle”

Geplaatst op 22 April 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: North Sea Jazz Club Amsterdam
artiest: Mud Morganfield
datum: zondag 20 april 2014
review (English) & video: Giel van der Hoeven
foto’s: José Gallois [z.s.m.]
voor: The Blues Alone?

Als iemand de bevoegdheid heeft om klassieke bluessongs als ‘Blow Wind Blow’, ‘Baby Please Don’t Go’, ‘I Just Want To Make Love To You’, ‘Got My Mojo Working’ en ‘Mannish Boy’ in één optreden te mogen spelen, dan moet dat op z’n minst een nakomeling van Muddy Waters zijn. En gelukkig is dat voorrecht sinds een aantal jaren voorbehouden aan blueszanger Larry “Mud” Morganfield. Geboren in september 1954 in de hoofdstad van de blues: Chicago, Illinois. Hij is de oudste zoon van Mildred McGhee en – inderdaad – McKinley Morganfield (1913-1983) alias Muddy Waters. Mud heeft zowel fysiek als vocaal een opvallende gelijkenis met zijn vader op diezelfde leeftijd. Als je hem ziet optreden of indien je naar zijn albums ‘Fall Waters Fall’ (2008) en ‘Son of a Seventh Son’ (2012) luistert, zie en hoor je in deze Mud de levende erfenis van zijn vermaarde vader Muddy. Afgelopen Paasweekend konden bluesliefhebbers Mud Morganfield met een Europese begeleidingsband weer eens in Nederland bewonderen. Na gigs in Het Paard, Den Haag (vrijdag) en Porgy and Bes, Terneuzen (zaterdag) gingen wij op de Paaszondag naar de intieme North Sea Jazz Club in Amsterdam. Dining & wining while enjoying the show.

Nadat gastheer Johan Derksen de blueszanger had aangekondigd en concert nummer 5 van “het lijstje van Johan” mocht afvinken, betrad Morganfield junior plechtig het podium. In zijn chique hagelwitte kostuum zag hij er nog imposanter uit dan de dag ervoor, toen we hem in Den Haag mochten ontmoeten voor een exclusief interview (spoedig ook hier te lezen). De twee te spelen sets bestonden uit een breed spectrum van vertrouwde bluesmuziek in rauwe basement klanken en stijlvolle up-tempo Chicago blues. Bijna elk nummer was een regelrecht eerbetoon aan Muddy Waters. En anekdotisch, een functie van de bluesmuziek die het genre mede zo onderhoudend maakt. Morganfield ontpopte zich ook als een (humoristisch) verteller van korte levensverhalen, de meeste songs kregen dan ook een persoonlijke voorrede mee.

Zowel de eerste als de tweede set bevatte slechts één eigen Mud Morganfield compositie (’Health’ en ‘Leave Me Alone’) en bestonden verder uit traditionele oude blues songs van of gespeeld door zijn legendarische vader. Composities die bij de generaties na Muddy Waters waarschijnlijk meer bekend zijn vanwege de coverversies door andere grootheden. Bijvoorbeeld van Tom Waits (’Blow Wind Blow’) of van de Rolling Stones (’I Want To Be Loved’). Dat waren tevens na de instrumentale opening de eerste twee vocale nummers die gelijk al enige opwinding onder het publiek veroorzaakte. En waarin bluesharpspeler Steve West Weston direct het voortouw nam, om dat gedurende het gehele optreden stevig in handen te houden. Want deze Britse mondharmonica virtuoos had naast de illustere hoofdrolspeler toch wel de meest opvallende bijrol. En ook de Deense gitarist Ronni Busack-Boysen liet zich gelden in nummers die we vooral kende van veel gevierde Muddy Waters (compilatie)langspelers.

‘Going Down To Main Street’ is bekend van het Muddy Waters Woodstock Album (1975). En ‘Young Fashioned Way’ van The London Muddy Waters Sessions (1971) en ‘Can’t Get No Grindin’ van The Chess Box (1989). Ze kwamen stuk voor stuk als swingende feestjes der herkenning voorbij. Songs die eerder door vele anderen artiesten ná Muddy en vóór Mud werden vertolkt. Maar Waters zijn oudste zoon droeg deze traditie met trots en volle toewijding een warm hart uit eigen genen toe. En ondanks dat het publiek zich bleef vergapen aan de treffende vergelijkingen was er geen moment spraken van imiteren. Wellicht dat daarom een eigen song als ‘Health’ ook naadloos in de setlist paste. Set 1 eindigde met de klassieke bluessong ‘Baby Please Don’t Go’, één van de meest gespeelde stukken in de geschiedenis van de bluesmuziek. Deze tijdloze song werd al vertolkt in de jaren dertig door de Delta blues muzikant Big Joe Williams. En werd sinds de jaren zestig geadopteerd door heel veel (blues)rockbands, van Them tot aan Ten Years After.

De tweede set begon met een instrumentale piano boogie waarbij dit keer in de hoofdrol “The Rockin’ Roman” Eric Ranzoni. De Anglo-Italiaanse volbloed werd in 1969 geboren in Londen, groeide op in Italië maar verblijft als gewaardeerd blues toetsenist alweer ruim 10 jaar in Engeland. Na één van zijn diverse pianosolo’s met vernuftig handen- en voetenwerk plus een afsluitende kontstop vergeleek de breed lachende Mud hem zelfs even met Jerry Lee Lewis. De songs ‘My Dog Can’t Bark’ (van Otis ‘Big Smokey’ Smothers), ‘Walkin’ Thru The Park’ en Willie Dixon’s ‘I Just Want To Make Love To You’ volgden. Begeleid door soms een merkwaardige mimiek of met kort en hevig handgeklap door Mud. Waarbij hij gedurende de hele show op een kruk bleef zitten, volgens eigen zeggen wegens rugklachten. Met als uitzondering een sexy ass wiggle tegen het einde van het optreden. Maar vooral bij liedjes met teksten over vrouwen of over de diverse geneugten des levens had Mud het zichtbaar naar zijn zin. Maar het funky ‘Catfishing’ - een lied dat niet over vissen gaat maar wel over poesjes - werd op de valreep van de setlist geschrapt ten faveure van een song over een speciale vrouw, Mud zijn eigen moeder.

Hij had haar namelijk nog vlak voor de show aan de lijn gehad en Momma Mildred had telefonisch een speciaal verzoek voor ‘Forty Days and Forty Nights’ ingediend. ‘Long Distance Call’ had qua titel misschien meer voor de hand gelegen maar de aangevraagde mid-tempo blues song werd met zoveel dramatiek vertolkt dat de emotionele oprechtheid je diep raakte. Na ‘Leave Me Alone’ (één van Mud’s eigen composities) en ‘Elevate Me Mama’ kreeg Mud het publiek echt goed aan het meeklappen en swingen tijdens ‘Got My Mojo Working’. Een song die in 1956 weliswaar werd geschreven door Preston Foster maar een jaar later populair is geworden door papa Muddy Waters. In de 2014-versie voortgestuwd door het rotsvaste ritmetandem, drummer (en tevens tourmanager) Mike Hellier en de little big man Ian Jennings op de double bass. Een toegift kon niet uitblijven en het publiek beloonde de parmantig weg paraderende Mud met een lange staande ovatie.

‘Mannish Boy’ mocht natuurlijk ook niet ontbreken. De blues standard is door toedoen van de Rolling Stones sinds 1981 nóg populairder geworden na het live optreden in de legendarische bluesclub Checkerboard Lounge te Chicago (in 2012 officieel op DVD uitgebracht). Ten bate van de Morganfield Foundation zou Mud Morganfield dat spontane kunstje met Mick Jagger graag eens een keer herhalen, zo wist hij ons daags voor het optreden te melden. Die Morganfield Stichting is opgezet door o.a. Mud en zijn jongere broer de bluesgitarist Big Bill Morganfield - tot behoud van de historische residentie in Chicago waar de legendarische Muddy Waters heeft gewoond en waar veel van zijn kenmerkende muziek ontstaan is. Het fraaie sluitstuk van de avond was de psychedelische bluessong ‘Same Thing’. Schijnbaar veel van hetzelfde, gelijk de laatste flessen Cava wijn die op dat tijdstip in de NSJC nog werden leeggemaakt. Maar wél van karaktervolle kwaliteit volgens de “methode traditionelle". Daarom mogen wijlen Muddy en moeder Mildred trots zijn op hun zingende zoon. A midnight lover with blues in his shoes!

Setlist:
01. Introduction Instrumental
02. Blow Wind Blow
03. I Want To Be Loved
04. Going Down To Main Street
05. Health (Mud Morganfield)
06. Young Fashioned Way
07. Can’t Get No Grindin’
08. Baby Please Don’t Go
Break
09. Piano Boogie
10. My Dog Can’t Bark
11. Walkin’ Thru The Park
12. I Just Want To Make Love To You
13. Forty Days and Forty Nights
14. Leave Me Alone (Mud Morganfield)
15. Elevate Me Mama
16. Got My Mojo Working
Encore:
17. Mannish Boy
18. Same Thing

Record Store Day 2014 - viert vinyl met live muziek!

Geplaatst op 19 April 2014 door Giel

gezien & gehoord in: Velvet Music Paagman Den Haag (tevens in 80 andere Ned. platenwinkels)
evenement: Record Store Day
datum: zaterdag 19 april 2014
tekst & filmpje: Giel van der Hoeven - The Blues Alone?
foto’s door: Giel & © Iwan de Brabander [www.ideb.nl] & diversen.

Zaterdag 19 april werd in Nederland op ruim tachtig locaties voor de vijfde keer Record Store Day gevierd. Een fenomeen dat oorspronkelijk in 2008 in de Verenigde Staten is ontstaan. Volgens de officiële lezing wordt op deze VINYLDAG het ontstaan en behoud van dit medium gevierd; kortom het promoten van muziek als grammofoonplaat. Maar inmiddels is Record Store Day meer dan alleen de nieuwe single van One Direction of Kensington op vinyl zien te scoren.


[Record Store Day International]

Per jaar komen er speciaal voor deze dag steeds meer aantrekkelijke exclusieve releases in beperkte oplagen uit en vinden er door het hele land ook veel gratis optredens plaats. Een dag om naar uit te kijken dus voor de verzamelaars. Maar óók voor hen die hun favoriete band of gewoon een veelbelovende artiest(e) eens van heel dichtbij mee willen maken. Wij trokken deze dag naar Velvet Music Paagman in Den Haag waar een achttal Nederlandse bands, al dan niet in afgeslankte vorm (zie schema), acte de présence gaven voor mini optredens. Deze zogenaamde ‘in-stores’ zijn vaak - juist door die afgeslankte (akoestische) bezetting - zeer intiem en dus aangenaam om mee te maken.


[Sky Pilots in Alkmaar – foto: R. Oud]

Ruim 300 nationale en internationale artiesten trokken zaterdag dus van platenzaken naar platenzaak of gaven slechts één exclusief optreden, zoals Ian Siegal in Concerto Amsterdam. De begenadigde Britse blueszanger/gitarist was samen met de bands The Strypes, The Boxer Rebellion, Triggerfinger, Intergalactic Lovers van buitenlandse herkomst. Verder waren o.a. door het hele land te zien: Beans & Fatback, Danny Vera, Blaudzun, Sky Pilots, Hallo Venray, Go Back To The Zoo, Blue Grass Boogiemen, Elle Bandita, Giant Tiger Hooch, The Kik, Jacco Gardner, Tim Knol, Texas Radio, De Staat, Sven Hammond Soul… teveel om op te noemen dus [bekijk hier het volledige overzicht].

Het sympathieke Haagse gezelschap Soul Sister Dance Revolution speelde bij Paagman een thuiswedstrijd en was voor de gelegenheid terug gebracht naar een duo. Zanger/gitarist Thomas en zanger/toetsenist Camiel wisten met minimale middelen (inclusief de onafscheidelijke tamboerijn) in slechts vier live songs een maximale prestatie te leveren. Oké, afgezien van wat schoonheidsfoutjes zoals een valse start in het tweede nummer bijvoorbeeld. Maar, dat hoort nou eenmaal bij een in-store setting, de krasjes in het vinyl zullen we maar zeggen. En over dat vinyl gesproken: de zwarte schijven gingen weer als zoete broodjes over de toonbank. En niet alleen van de live optredende artiesten die hun producten aanprezen met goed bezochte signeer- en fotosessies. [SSDR speelt nieuwe single ‘Submarine’@ RSD14].


[Bruce Springsteen - ‘American Beauty’ - exclusieve release]

Vooral de exclusieve releases speciaal uitgebracht voor Record Store Day 2014 vonden van A tot Z gretig aftrek. Voor AC/DC (Stiff Upper Lip) tot aan Frank Zappa (Don’t eat the…) was er grote belangstelling. Als muziekliefhebber was het kwijlen boven de bakken! Niet alleen de nieuwe One Direction single maar ook de 12-inch vinylplaat ‘American Beauty’ van Bruce Springsteen was binnen een mum van tijd uitverkocht. Maar ook aantrekkelijke EP’s van de Rolling Stones, David Bowie (7-PD Rock ‘n Roll Suicide), CCR (69′ singles), Deep Purple (Made in Japan) en nieuwer werk van o.a. Kings of Leon (Wait for Me), Steve Earl (Townes - The Basic) of Ray LaMontagne (Supernova/Pick up a Gun) werden regelmatig uit de bakken getrokken. Hier vind je het complete overzicht van de exclusieve releases van Record Store Day 2014.

Het lijkt erop dat vinyl weer helemaal terug is en dat de verkoop van muziek op tastbare media over het algemeen ook in de lift zit. En, wat wij van The Blues Alone? niet minder belangrijk vinden, dat de belangstelling voor live kwaliteitsmuziek ook nog steeds toeneemt. Van in-stores tot out-doors!


In-stores 19 april 2014 bij Velvet Music Paagman, Frederik Hendriklaan 217, Den Haag:
10.00 uur Sven Hammond Soul
11.00 uur Taymir
12.00 uur Marike Jager
13.00 uur Soul Sister Dance Revolution
14.00 uur Diggy Dex
15.15 uur Revere
16.00 uur Amsterdam Klezmer Band
17.00 uur De Staat

Onderstaande foto’s zijn van: Iwan de Brabander [www.ideb.nl]


Soul Sister Dance Revolution


Taymir


Marike Jager


Sven Hammond Soul


SSDR met publiek

Zie alle foto’s van Iwan hier.

De gitaar drie-eenheid van The Romance [interview met Hollestelle, Hayes & Van Holland]

Geplaatst op 7 April 2014 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: The Romance
[Hollestelle, Hayes & Van Holland]
door: Giel van der Hoeven
voor: The Blues Alone?
foto’s: Arjan Vermeer
locatie: Theater Koningshof, Maassluis
datum: zaterdag 5 april 2014

Een rockband met drie (solo)gitaristen is vrij uniek in Nederland. Dat was sowieso een reden voor ons om de heren David Hollestelle jr, John Hayes en Jan Willem van Holland eens een keer gelijktijdig en stevig aan de tand te voelen. Een andere aanleiding was o.a. de vraag of een zoveelste tribute anno 2014 wel zinvol is? Dit ondanks dat Herman Brood & his Wild Romance een belangrijk onderdeel uitmaakte van onze jeugd. En, zoals het échte rockers betaamd zette het trio zich schrap om ons charmant en tegelijk vol humor te overtuigen van hun gezamenlijke belang. Met ongeveer net zoveel opwindende kracht als dat hun huidige rockband The Romance voort kan brengen. Lees hoe een ondervraging met geoorloofde pressiemiddelen langzamerhand overging in een openlucht onderonsje met een apotheose die vergelijkbaar was met de slotscène van een amusante Wie van de Drie aflevering. Met veel vragen aan en nog veel meer antwoorden van drie olijke kandidaten die samen verschenen en weer verdwenen als schimmen achter een gordijn. Maar die ’s avonds weer schouder aan schouder opdoken in de spotlights om hun instrumenten te laten spreken! Waarbij de meerwaarde van drie live gitaren onder meer aan het licht kwam in een spetterende jam tijdens de Wild Romance hitsingle ‘Still Believe’.

De eerste versie van Herman Brood and his Wild Romance had in 1976 slechts één gitarist. Aanvankelijk Ferdi Karmelk en later Dany Lademacher. The Romance anno 2014 heeft er drie! Wat is er mis gegaan in 37 jaar tijd?
David: Oké gaan we zo beginnen, wéét wel wie je hier voor je hebt hè?! Hahaha. Maar Herman had inderdaad steeds maar één gitarist ja. Na Dany kwamen begin jaren tachtig achtereenvolgens Erwin Java en ik zelf de Wild Romance versterken. En Dany is toen later ook nog eens terug gekeerd als gitarist.
Jan Willem: Sinds 2009 bestaan we in verschillende samenstellingen onder twee namen; eerst als Wild Romance en nu dus kortweg als The Romance. Dany (Lademacher) en ik waren van oorsprong de gitaristen, daarna is John Hayes erbij gekomen en vervolgens David. John is vooral bekend uit Mother’s Finest en was altijd al een grote fan van Herman Brood & his Wild Romance, vandaar die connectie en deze huidige band.
John: Alright buddy, kijk tribute bands hoeven natuurlijk niet altijd in een zelfde samenstelling te spelen. Een mooi voorbeeld is de Amerikaanse gitarist Randy Hansen. Hij speelt al 30 jaar erg goed de muziek van Jimi Hendrix, op dezelfde manier in hetzelfde tempo. Maar hij doet dat met zowel een Europese als een Amerikaanse band. En hij heeft zelfs ooit met de originele Jimi Hendrix Experience- en Band Of Gypsies bandleden opgetreden.

Hoe komen jullie als rock and roll band nou in een theater met pluche zitplaatsen terecht?
Jan Willem: Dat is eigenlijk gewoon toeval hoor. In het verleden zouden we een keer optreden in Café Notre Dame hier in Maassluis. Dat kon toen om één of andere reden niet doorgaan en we zijn hier terecht gekomen. Sindsdien heb ik heel goed en leuk contact met de beheerder van Theater Koningshof en zodoende zijn we er nu weer. En bovendien komt onze zanger Ronald ‘Stick’ van Beest ook uit Maassluis. Zitplaatsen zal je overigens niet tegenkomen vanavond want heel de vloer wordt leeg geruimd en er komt een bar in die zaal.

Ik las op jullie website dat Ronald ‘Stick’ van Beest als frontman geen substituut is voor Herman Brood. Maar hij is wél iemand die barst van de raakvlakken. Maar hebben jullie er misschien toch ook over nagedacht om met een vocalist(e) op te treden die helemaal géén raakvlakken heeft?
David: Dat is wederom een vraag voor onze initiator Jan Willem.
Jan Willem: Een jaar of zes geleden hebben we dus het idee opgevat om de Wild Romance weer nieuw leven in te blazen. Want schandelijk genoeg gebeurde er toen op muzikaal gebied helemaal niets ter ere van Herman. Ja, Koos van Dijk deed natuurlijk wel het kunstgebeuren en je had de website Planet Brood met daarop zijn kunstcollectie, maar live bleef het stil. Eerst was er de band Yada Yada met Stick als zanger en ikzelf als gitarist wat eigenlijk meer een cover idee was. Maar dat groeide later met Dany erbij uit tot een volwaardige band waarbij steeds meer voormalige Wild Romance leden betrokken raakte [lees ook onze Wild Romance review op Highlands 2011 - red.] En Dany vond zo’n zekere mate van professionaliteit en het in stand houden van het oorspronkelijke Wild Romance geluid ook heel belangrijk.
David: Ronald was als klein jongetje al een grote Brood-fan die veel concerten bezocht en altijd vooraan stond. In die tijd gebeurde het wel dat Herman hem als ventje het podium optrok, en dan mocht hij ‘Never Be Clever’ meezingen. En dan “baf!” sloeg ‘ie hem er zo weer vanaf, whaha ha! Maar Ronald is zeker geen na-aper, hij is een soort vereenzelviging van Herman geworden. En ik kan het weten want ik heb 20 jaar met Herman samengespeeld, ha! [David slaat nu demonstratief met zijn vuist op tafel - red.]
John: Je moet het ook als een theatraal iets zien hoor, Ronald heeft wel the looks en een vergelijkbare stem maar hij ís natuurlijk geen Herman. “We just want the people to imagine” met daarbij die authentieke sound.

Behalve The Romance bestaat ook nog Romanza Brava met daarin o.a. Dany Lademacher en Dirk Vermeij (en later wellicht Nina Hagen als gastzangeres erbij?). Verder treden de Bombita’s XL momenteel weer apart op met diverse gasten. En hier vlakbij in Vlaardingen treedt vanavond Bertus Borgers op met zijn theatershow ‘Ik hou van Herman’. Is dit alles niet teveel van het goede? Of anders gezegd, kunnen al deze projecten wel naast elkaar bestaan?
David: Maar wij zijn de beste, haha! Nee, zowel Romanza Brava als wij mogen de naam Wild Romance niet meer gebruiken, dat is een rechten dingetje. Ik heb ook in Romanza gespeeld met o.a. bassist Ruud Engelbert die er nu nog steeds inzit maar nu speel ik in The Romance, zo gaan die dingen soms. Ik ken Nina Hagen goed en heb ook met haar opgetreden, maar ik geloof niet dat ze met Romanza Brava mee zal gaan doen, maar we zullen het zien.
Jan Willem: Je mag er natuurlijk geen oordeel over vellen of dat er bepaalde projecten naast elkaar kunnen bestaan. Mijn mening is wel dat áls je zoiets doet, dat je het goed moet doen en respectvol. Als je naar de theatershow kijkt van Bertus Borgers is het natuurlijk geweldig wat die man doet. Hij verteld inspirerend zijn eigen levensverhaal met Herman, en wordt begeleidt door zijn dochter Nova. Lies en Inge doen met veel gastmuzikanten o.a. ook muziek van Gruppo Sportivo, Powerplay en Vitesse. En Romanza Brava is dus weer een nieuw initiatief van Koos van Dijk wat veel lijkt op wat wij al jaren lang doen. Maar mij hoor je niet zeggen dat we concurrenten zijn of dat projecten niet naast elkaar zouden kunnen bestaan. Ik wens iedereen al het goede.
David: En Koos is een fantastische gast, hij doet veel dingen intuïtief met veel passie.

Het blijft natuurlijk wel uniek dat jullie dit met drie (solo)gitaristen doen. Wat is er waar van het gerucht dat jullie aanvankelijk de naam De 3H’s hebben overwogen?
David: Haha de 3H’s, da’s een goeie!
John: Ja, maar dan wel in het Engels hè, the Three Hayes!
David: En dan vragen we Barry er ook bij en hebben we the Four Hayes, whaha!

John, wat was of is eigenlijk jou betrokkenheid met Herman Brood?
John: Ik heb meerdere jamsessions gedaan met Herman & his Wild Romance en ik was in de VS al groot fan van hun. Ik herinner me dat ik in de zomer van 1979 tickets had voor een Kinks concert in het Fox Theater in Atlanta (Georgia). De supportact was Herman Brood & his Wild Romance - wij noemde hem Hurmen Broed - en wisten niet wat we konden verwachten. “But man, he kicked everybody’s ass, it was the most stunning rockshow!” Eigenlijk de perfecte muziek voor het publiek in Atlanta destijds. Wij waren gek op die southern vibe, zoals the Allman Brothers dat in hun muziek hadden, en vreemd genoeg had Dany Lademacher dat ook min of meer. Dus voor het tweede Kinks concert kocht ik weer een kaartje, maar dit keer wel speciaal voor het voorprogramma! Daarna heb ik door de jaren heen al hun platen gekocht, waar gebeurt! Die tweede avond heb ik ze nog aan de achterkant van het theater op staan wachten. Ik zag ze uit de auto stappen en hoorde ze Nederlands praten en ik dacht: “damn, these’s guy are pimps man, the coolest guys I’ve ever seen!” En Herman kwam het podium op en zei: “wij hebben zoveel eigen songmateriaal, dat past echt niet in één live show!” En ik dacht: “what the fuck, this is awesom!” En veel later voelde ik ook met David Hollestelle een grote verbondenheid omdat wij eigenlijk een zelfde soort situatie hebben meegemaakt. Want hij moest in de Wild Romance de legendarische Dany Lademacher opvolgen en ik in Mother’s Finest Gary “Moses Mo” Moore. Ik weet dus uit ervaring hoe lastig dat soort dingen soms kan zijn. In het begin werd er ook steeds aan mij gevraagd: “hey man, where is Mo?”
David: Juist, daar dacht ik dus ook net aan! Trouwens, Herman vertelde mij eens dat hij toen aanwezig moest zijn bij een persconferentie, samen met Ray en Dave Davies van de Kinks. Dus hij komt die persruimte binnen en de gebroeders Davies - die samen nog wel eens bonje hadden - zaten daar aan een tafel elkaar te treiteren met bestek, vorken en messen. Maar Herman moest zich als support natuurlijk wel aan hun voorstellen, dus hij loopt beleefd met gestrekte arm en open hand naar Ray toe [David staat nu op en speelt dit tafereel na - red.] en hij zegt: “Hi, I’m Hurman Broed". En Ray Davis zegt, nog gewapend met dat bestek in zijn handen: “of course you are!” [allemaal schateren ze het nu uit van het lachen - red.].

Courbois & Rambeaux, twee namen die klinken als stripfiguren uit een Asterix & Obelix boek, maar het is jullie razende ritmetandem! En niet de minste namen want Barend Courbois was volgens het gerenommeerde tijdschrift The Guitarist ‘Best Bassplayer Benelux 2014’. En Ramon Rambeaux is één van de ex-drummers van de originele Wild Romance. Jullie hadden het minder kunnen treffen toch?
Jan Willem: Ik ken Ramon al een hele tijd natuurlijk maar op het podium is het momenteel echt vuurwerk!
John: Yep, want ook Barend is top notch, echt van een hoog niveau!

Hoe is het voor een Amsterdammer, een Utrechter en een Amerikaan om samen op één podium de spotlights te delen?
David: Dynamiek!
John: Onze theorie is: meer is meer. Ik bedoel, we zijn dan wel van verschillende afkomst en misschien ook tegenpolen maar in de praktijk blijkt dat we elkaar goed aanvoelen en aanvullen. Als de één naar de ander wijst geeft die een solo en andersom…
Jan Willem: …en ze wijzen nooit eens naar mij…
David: … jij speelt de hele avond één lange solo joh, haha.
John: “We are a three-guitar-team, we all three just fucking blister!”
David: Ik heb die southernrock sound helemaal bestudeerd hè, Allman Brothers, Doobie Brothers, Lynyrd Skynyrd… daarin heerst een bepaalde onderverdeling tussen de gitaristen. Dus, als wij bij wijze van spreken ‘Saturday Night’ als volgt spelen: D-F-G-E, en ik speel D, John F, Jan Willem G… en zo verder. Kan je je voorstellen hoe dat dan zou klinken?!
Jan Willem: Ja, live stereo.

David, je hebt dus ruim 20 jaar Herman Brood vergezeld. Is dat een stempel waar je niet meer vanaf komt of was het juist een stimulans om eens wat anders te gaan doen?
David: Ik ben na Herman zijn dood heel veel gevraagd om cover- of tribute dingen te doen. Kijk, met een Memorial of reünie voor de familie deed ik natuurlijk wel mee, dat was een soort van opdracht. Maar verder zei ik steeds: “ik doe alleen mee als Herman zelf óók mee doet", dan was ik van dat gezeur in ieder geval weer af. Ondertussen was ik met allerlei andere projecten bezig. Zoals recent bijvoorbeeld met SLICK, een rock fenomeen met mijn vriendin de zangeres Dee Dee Dekkers, waaraan o.a. ook bassist Patridas van Teylingen, drummer Sven Bakker, toetsenist Brian Hickey en Frans Sitanala op de steelguitar meedoen.
John: “Yeah, Slick is cool man!”

Jan-Willem, je bent voor het grote publiek misschien wel de minst bekende van de drie, maar ook de meest veelzijdige. En met nu als main band en prioriteit dus The Romance. Wat is eigenlijk de romantiek aan wat je nu doet?
Jan Willem: Ik ken David ook al heel lang. Als ik dan wel eens bij hem thuis kwam en hij was op zijn gitaar bezig dan lette ik altijd heel erg op zijn speelstijl. Hij heeft namelijk nogal rare vingers moet je weten, kijk maar eens wat een kolenschoppen…
David: “What the fuck?!”
Jan Willem: … nee serieus, dan ging ik weer met de trein terug naar Utrecht en dan thuis al die gitaarpartijtjes uitzoeken en proberen na te spelen zoals hij dat deed. Er is nu denk ik geen enkele Brood-song die ik niet kan spelen op de gitaar. Niet alleen de muziek klopt bij Herman Brood maar ook de feeling die erbij komt. Als je vroeger naar een Brood concert ging had je vaak een bepaald verwachtingspatroon. En als je dan zo’n concertzaal of club binnen kwam lopen gonsde het ook van de opwinding en klopte alles gewoon. Dat zijn toch de mooiste herinneringen die ik aan de Herman Brood concerten heb. Zodoende heb ik later ook besloten om de Wild Romance nieuw leven in te blazen, zonder dat het aanvankelijk de bedoeling was om er zelf ook in te spelen hoor. Maar ik deed aan bandcoaching en heb een boekingsburo en dat bood eveneens perspectieven. Maar omdat ik al die nummers gewoon kon spelen ben ik toch ook maar mee gaan doen.

John, we hebben jou in 2012 als gitarist van Mother’s Finest al eens eerder geïnterviewd. Ook jij houdt niet van stil zitten. Waar zit voor jou de grootste uitdaging om in deze samenstelling te spelen?
John: Ondanks dat ik nog regelmatig met Mother’s Finest optreed en ook nog The John Hayes Project feat T.I.M. erbij doet ben ik deze uitdaging toch aangegaan. Ik heb het er druk mee maar ben er ook trots op om dit te mogen doen, want Herman Brood was geniaal. Met de repetities merkte ik weer eens hóe geniaal deze ook muziek is! Het tempo en de akkoorden wisselingen in hoofdzakelijk korte punkrockachtige songs, afgewisseld met groovy (cover)ballads zoals ‘Champagne (& Wine)’ en ‘Still Believe’. Ik neem het erg serieus allemaal en het is natuurlijk ook weer goed voor mijn eigen ontwikkeling. Ik probeer als wisselwerking met onze ritmesectie ook mijn eigen chunk-chunk flavour toe te voegen aan de bekende gitaarsound die David en JW produceren. “That’s my job".

David, in het tijdperk vóór The Wild Romance speelde je al in de bands Bruno Basta! en Roberto Q & The Boppers (1980-1981). Hoe ben je destijds eigenlijk bij Herman Brood terecht gekomen?
David: Ik komt uit een muzikale familie, mijn vader die ook David heet was een bekende klassieke bas- bariton zanger, dus ik zat al vroeg in de muziek en heb 5 jaar conservatorium opleiding doorlopen. Toen we begin jaren tachtig met Roberto Q & The Boppers in het voorprogramma van Herman en zijn band in Hilversum speelde viel ik blijkbaar al op bij coach Koos van Dijk. Die dacht toen “Wait a minute…", niet dat ik virtuoos was of zo maar mijn stijl paste blijkbaar bij de Wild Romance. We mochten toen eerst heel die tour als supportact mee het land door. We speelde op een avond in Susteren (Limburg) toen Herman naar me toe kwam en zei: “hé Hollestelle, wil je meedoen in de toegift? Jumping Jack Flash in B". Dus daar sta je dan als ventje van begin twintig jaar, ik dacht dat ik droomde. ’s Nachts terug in Hilversum ben ik gelijk een nachtclub ingegaan en heb ik tegen iedereen die het maar wilde horen geroepen: “wat ik nóu toch heb meegemaakt…". En toen riep iemand terug: “misschien willen ze jóu wel vast in die band hebben!” En zo geschiedde dus ook!

Kunnen jullie iets vertellen over de gitaren die straks live gebruikt gaan worden?
Jan Willem: Behalve op de Gibson Les Paul en Fender Stratocaster speel ik ook op een te gekke Alleycat Relics Esquire gitaar. Sinds een jaar of wat gebruik ik Tonerider Pickups P90 die kunnen worden uitgerust met een gitaar die is gemaakt voor humbuckers. Het is gereedschap en ziet er niet uit maar ik gebruik het voor de Les Paul gold top met de Vox amp. Dus geen toestanden ertussen maar gewoon inprikken en gelijk gáán. Daar speel ik ook vanavond op. David heeft die Alleycat bij zich en John gebruikt een Paul Reed Smith.
David: Mijn idee is, als we met z’n drie-en gitaar gaan spelen dan moet er toch zeker ook een Telecaster bij zijn, zodat we een range van al die sounds krijgen. Die Fender wil ik dan voortaan wel spelen hoor, dat kan John zijn PRS gebruiken, Jan Willem de Les Paul en ik doe de shit inbetween gewoon met de Telly, haha.
John: Maar je échte eigen sound heeft natuurlijk te maken met wat er uit je vingers komt hé, en niet met welk merk instrument of over welke versterker dat je speelt. En je moet je laten leiden door je gehoor, hoe klinken de bassist en de drummer en wat doen je medegitaristen? Dát bepaald namelijk een bandsound en is pas écht belangrijk.
David: Absoluut John, mooi gezegd!

De documentaire ‘Mama don’t like no guitarpickers ’round here’ uit 2009 waarin ook David te zien is toont hoe de ongebreidelde liefde voor de gitaar wordt gevierd! Maar ook dat een carrière in de muziek niet de kortste weg is naar het geluk in de liefde. Hebben jullie muzikaal of relationeel ergens spijt van?
David: Ik zat relationeel toen niet in de beste fase van mijn leven, dus over mijn uitspraken in die film zal ik verder niets zeggen. Op muzikaal gebied heb ik niet echt berouw van dingen. Niet van de Los Vast Band (met Jan Rietman) en niet van de Wild Romance, om maar eens twee uiterste te noemen. Ik ben ooit door Scott Gorham gevraagd om met hem mee te gaan maar toen Herman dat hoorde werd hij heel obstinaat. Want wij hadden juist een serie optredens in Duitsland voor de boeg en hij wilde zijn vaste gitarist natuurlijk niet kwijt raken. Dat had dan misschien een overstap kunnen worden, maar spijt nee.
Jan Willem: Ik heb met veel plezier allerlei muziek geproduceerd en gitaar gespeeld met acts als bijvoorbeeld Saskia & Serge tot aan studiowerk voor REM. En ook met diverse bands opgetreden van Kutklapperveen tot aan meerdere malen Rotterdam ‘Ahoy uitverkocht.
John: Ik heb gespeeld met o.a. Sheryl Crow, Sting en natuurlijk nog steeds met Mother’s Finest. Daar kan je moeilijk spijt van hebben. En, oh ja, ik heb nog gewerkt met hiphop- en R&B artiest Cee Lo Green vlak voordat hij beroemd werd. Ook allemaal goed voor de ontwikkeling.

David, In 2009 zat je ook in een TV aflevering van De Wereld Draait Door om de beste gitaar-riff ooit te kiezen. De top-3 volgens Music Radar was toen: 1. ‘Voodoo Child’ van Jimi Hendrix 2. Led Zeppelin’s ‘Whole Lotta Love’ en 3. Deep Purple’s ‘Smoke On The Water’. Wat is jullie favoriete riff momenteel?
David: Echt tè gek vind ik mijn eigen riffs, haha! Sorry, ja ik zat daar bij die Matthijs in een soort panel die daarover discussieerden; een goochelaar, een minister, een muzikant van Moke en ééntje van de 3J’s. Die laatste kwam met ‘Satisfaction’ op de proppen geloof ik en van de rest weet ik het niet meer. Volgens mij koos ik wel voor ‘Whole Lotta Love’ maar mijn all time favorite riff is toch echt: ‘Rebel Rebel’ van David Bowie.
Jan Willem: ‘Layla’ van Derek and the Dominos. Door Johan Derksen ooit ouwelullen muziek genoemd, maar dat is nou juist te charme ervan!
John: Voor mij is dat een song genaamd ‘The Red and the Black’ van Blue Oyster Cult. Ik draaide dat vroeger heel vaak en mijn zusje werd daar dan stapelgek van!

Jullie zijn alle drie in leeftijd rond of over de 50 jaar. Zit in jullie nog steeds de drang om een hit te scoren, of is het uitsluitend bühnensucht?
David: We hebben er bij elkaar nog genoeg kwaliteit en energie voor hoor. Ik heb zelf elke dag een stuk of drie nieuwe songideeën…
Jan Willem: … maar een hit moet gewoon kloppen en écht goed zijn. We hebben best wel plannen om op te gaan nemen hoor, maar daar kan je beter later mee beginnen in plaats van het te gaan overhaasten. En als je kijkt wat er nu op het podium staat is de potentie voor een goed nieuw product absoluut aanwezig. Maar alles is nu nog open en we gaan voorlopig lekker live spelen!

Omdat zanger Stick inmiddels is gearriveerd en hij zijn bandleden komt begroeten, en John Hayes alweer is vertrokken voor de soundcheck wordt besloten om het interview te beëindigen met een ludiek spelletje Wie van de Drie. Wil de echte gitarist nu opstaan? Het spel wordt inclusief een geneuriede eindtune meegespeeld maar de strijd blijft onbeslist. Want dé gitarist van The Romance anno 2014 is een “goddelijke gitaar drie-eenheid” die aanbeden behoort te worden door Herman Brood & his Wild Romance fans uit alle geledingen en van alle tijden. Prrr Cha-cha!

Meer live foto’s.