Warning: Creating default object from empty value in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions.php on line 341
vdh-online.nl


Archief voor de maand March 2014

Onnavolgbare country blues van Lonesome Dan Kase [interview]

Geplaatst op 18 March 2014 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Lonesome Dan Kase
door: Giel van der Hoeven
voor: The Blues Alone?
foto’s: Ruth Mauritz & Arjan Vermeer
locatie: Eetcafé Westgaag
datum: vrijdag 14 maart 2014

Hij speelt ouderwets boeiende muziek met meeslepende soms ruwe zang, en met intens finger picking gitaar werk. Met eenvoudige foot-stompin’ en knee-slappin’ ritmes uit een vervlogen tijdperk; nostalgische muziek die je mee terug neemt naar de jaren ‘20 en ‘30, terwijl je er nog nooit geweest bent. Het was een tijd dat country blues nog ‘race-music’ werd genoemd. African American music, een genre dat zich heeft ontwikkeld tot moderne rock, blues, country, R&B, soul en zelfs de hedendaagse rap en hiphop kwamen eruit voort. Uit de roots van die zwarte zangers wiens geluid voor het eerst te horen was tijdens de grote depressie: mannen als Mississippi John Hurt, Leadbelly, Robert Johnson (Eric Clapton’s muse), Son House (Jack White’s muse), Blind Lemon Jefferson en de Reverend Gary Davis. Het beste woord om de muziek van deze mannen te beschrijven - én de sound van Lonesome Dan Kase (39) - is: echt. Genuine music. Een man met een gitaar zittend op een kruk in een bar, of in een roadhouse of juke-joint, zoals dat destijds werd genoemd. Ouderwetse rookhollen waar je door een laag goedkope sigarettenrook heen moest om de whisky te kunnen ruiken. Ze zongen over liefde en religie, plaats en traditie, werk en misdaad, oprechtheid en racisme. Deze - vaak dakloze - mannen leefde zelf het leven waar ze over zongen, weinig glamoureus dus. Want de country blues is één van de meest authentieke muziekstijlen ooit gemaakt. Het zorgt voor nostalgie op een manier zoals je die nooit gekend hebt maar die je toch aanspreekt. Tenminste, als je er voor open staat. En als het ware bereid bent om met je knapzak en je versleten gitaar of mondharmonica op een goederentrein te springen en de wijde wereld in te trekken. Leave here walkin’ but so glad you’re livin’, lonesome as can be!

Hallo Daniël, is dit de eerste keer dat je in Nederland komt optreden?
- Het is zelfs de eerste keer dat ik in Europa ben. Amsterdam vond ik erg indrukwekkend en gisteren waren we voor een radio interview in Rotterdam. Op dat moment kwam ook jullie Koning Willem-Alexander het vernieuwde centraal treinstation openen. Gelijk al een warm ontvangst dus. Na Nederland volgen er nog optredens in België, Zwitserland en Frankrijk om eind maart weer terug te keren naar de VS.

Are you ‘lonesome’ tonight? Waarom juist deze nickname?
- Ha ha, nee mijn vriendin Meredith is er ook bij [’Song For Meredith’ is aan haar opgedragen - red.] Ach, het is eigenlijk gewoon een willekeurige naam. Ik woonde in Californië destijds, en had daar toen wat optredens. Ik noemde mezelf voor de gelegenheid ‘Lonesome’ Dan Kase en dat sloeg wel aan als bijnaam, dus heb ik het maar zo gelaten.

“Lonesome Dan ran away from home and hopped on a freight train when he was eighteen…” volgens de legende. Klopt dat?
- Nee, niet helemaal. Ik was wel 18 jaar toen ik het huis uit ging in Hillsdale (Michigan), maar nam pas later de trein naar Albuquerque, New Mexico. Want daar ging de reis aanvankelijk naartoe toen ik besloten had om rond te gaan trekken met mijn gitaar. Mijn thuisbasis is nu Saint Paul (Minnesota) waar ik alweer zo’n 11 jaar verblijf.

Ben je professioneel muzikant of heb je er nog een baan bij?
- Eigenlijk ben ik vanaf mijn 19e jaar al professioneel muzikant. Maar anderzijds heb ik ook altijd bijbaantjes moeten doen om te kunnen overleven. Ik heb al veel kluswerk gedaan hoor, van theatermedewerker tot dokwerker. Nu help ik af en toe eens in de kerk van Saint Paul als ik thuis ben. Ik heb ook een tijdje gitaarles gegeven maar in de VS is het vrij lastig om aan reguliere leerlingen te komen.

Hoe vaak en op wat voor plaatsen speel je zoal in de VS?
- Oh, op allerlei plaatsen. In clubs, cafés, coffeeshops en op festivals… overal waar ik maar terecht kan eigenlijk. Hoofdzakelijk in ‘the Midwest’ van de Verenigde Staten zoals in de staten Minnesota, Wisconsin en Iowa. Soms ga ik naar Californië en één keer per jaar trek ik naar het Oosten om daar te spelen. Maar niet meer zoveel op straat, iets wat ik wel veel gedaan heb toen ik langere tijd in Denver verbleef. Ik vind het ook belangrijk om regelmatig op vaste plaatsen terug te keren, zo speel ik maandelijks in een club in Northfield (Minnesota). Daardoor bouw je toch het makkelijkste naamsbekendheid op.

Hoe lang speel je al akoestische gitaar?
- Sinds mijn 16e jaar, ik heb nooit echt lessen gehad en ben autodidact. Ik heb met zelfstudie veel opgestoken door goed te luisteren en kijken naar Paul Geremia, een veteraan country blues singer-songwriter uit Rhode Island. Ook leer ik veel van mijn vriend en collega Johnny Long, een Deltablues gitarist die samen met zijn broer Claude eigen nummers schrijft en het geluid van de vooroorlogse country blues als geen ander kan doen herleven.

Je draagt altijd mooie hoeden, hoe belangrijk is podiumpresentatie voor jou?
- Belangrijk. Toen ik begon met spelen op de akoestische gitaar bestond mijn repertoire uit traditionele Amerikaanse country- en folkmuziek. Songs van o.a. Woody Guthrie en Jimmie Rodgers. Deze mannen droegen altijd hoedjes dus ben ik dat ook gaan doen. Pas toen ik Johnny Long ontmoette ben ik akoestische blues gaan spelen. Hij komt uit St. Louis en daar weten ze precies hoe belangrijk presentatie door kleding kan zijn. Hij heeft mij ook op dat gebied veel routine bijgebracht.

Met je voorliefde voor de authentieke country blues ben je op je 21ste begonnen met het spelen in de ‘finger picking’ stijl. Hoe heb je verder je eigen country blues stijl ontwikkeld?
- Dat was best lastig omdat er voor die tijd al zóveel gedaan is, maar het ontwikkelde zich wel onbewust. In het begin kopieer je veel dingen van anderen, Charley Patton was bij mij toen favoriet. Ik luisterde toen ook veel naar pianomuziek en jazz, folk, ragtime. Maar op den duur, na veel studeren en repeteren, ga je vanzelf een stijl ontwikkelen die echt persoonlijk bij je past.

Je maakt ook gebruik van de ‘Piedmont finger style’, wat is er zo karakteristiek aan die stijl?
- Het klinkt onderscheidend, “It’s got a bounce to it!” De stijl is vernoemd naar de regio Piedmont, aan de oostkust van de Verenigde Staten, van Richmond (Virginia) tot aan Atlanta (Georgia) zo’n beetje. Daarom wordt het ook wel East Coast blues genoemd. Technisch wordt het gekenmerkt door een aparte fingerpicking aanpak waarbij de duim een ritmische baslijn speelt terwijl de dunne snaren geplukt worden door de andere vingers en vooral met de wijsvinger die een gesyncopeerde melodie speelt. Het klankresultaat is vergelijkbaar met ragtime- of Harlem stride pianostijlen uit de swingperiode. Zodoende dat het gitaargeluid van Blind Blake en Blind Boy Fuller soms ook als een piano klonk. In dat opzicht is het dus anders dan de Mississippi Delta blues. Ik denk niet dat ik me heb toegelegd op één specifieke stijl, want net als dat ik naar veel verschillende artiesten heb geluisterd - zoals Blind Lemon, Lightnin’ Hopkins en vooral Funny Papa Smith was één van mijn favorieten - speel ik nu ook van alles. Dus zeg maar uit de periode van 1899 tot 1955.

Wat vind je van hedendaagse finger picking gitaristen, zoals bijvoorbeeld Tommy Emmanuel?
- Ja cool, Tommy is natuurlijk uniek maar zijn country fingerstyle is weer niet te vergelijken met wat ik doet. Ik denk dat hij meer is beïnvloed door de Nashville sound en door Amerikaanse Country and Western mannen als Merle Travis and Chet Atkins. Daar heeft hij ook mee samen gespeeld dacht ik. Hij is een alleskunner, er zijn maar weinig akoestische gitaristen die zoveel muzikale stijlen beheersen.

Heb je ooit op een elektrische gitaar gespeeld?
- Ja, helemaal in het begin wel, jaren vijftig rock and roll met Buddy Holly en Chuck Berry songs. Eigenlijk heb ik op die manier de oude blues ook leren ontdekken; via Muddy Waters weer terug naar Son House en Robert Johnson. Verder speel ik een beetje mandoline en mondharmonica maar ik concentreer me liever op de akoestische gitaar en mijn zang.

Er wordt wel gezegd: Robert Johnson is Eric Clapton’s muse en Son House is Jack White’s muse. Wie is Dan Kane’s muse?
- Hmm, da’s een lastige [denkt lang na - red.] Uhm… laat ik het zo stellen, van de muzikanten die nog in leven zijn is dat ongetwijfeld John Long. Ondanks dat hij jonger is dan ik, ha ha. En van de overleden bluesartiesten… uhh, pianist Speckled Red (geboren als Rufus Perryman). Hij had in de jaren ‘20 en ‘30 een goede reputatie als onderdeel van de St. Louis en Memphis blues scènes. In zijn kindertijd speelde hij al piano en kerkorgel, en tegen de tijd dat hij een tiener werd speelde die op house party’s en in de juke joints. Ja, ik heb ook veel naar zijn muziek geluisterd en ben heel erg door hem geïnspireerd geraakt.


[Lonesome Dan Kase muses: Speckled Red & John Long]

Een pianist dus?
- Ja inderdaad. Maar als je de naam van een gitarist wilt horen zeg ik: Blind Blake. Opmerkelijk genoeg waren veel klassieke blues spelers echt blind, Blind Lemon Jefferson, Blind Willie McTell, Blind Boy Fuller… het zal wel met het ontbreken van medische zorg en wellicht slechte voeding tijdens de zwangerschap te maken hebben gehad dat medio de 20e eeuw veel donkere kinderen blind werden geboren. Muziek spelen werd dan later één van de weinige uitwegen in zo’n leven vol armoede en wanhoop. Sommige werden ook blind tijdens hun leven, zoals Blind Willie Johnson. Hij speelde als kind al op een zelfgemaakte cigar box gitaar. Het verhaal gaat dat Willie toen hij zeven jaar was zag hoe zijn vader zijn stiefmoeder sloeg die kennelijk vreemd was gegaan. Vervolgens zou de stiefmoeder de jonge Willie hebben verblind door loog in zijn gezicht te gooien. Bizarre verhalen zijn dat. Maar, ik ben er ook wel van overtuigd dat bij deze mannen door het ontbreken van hun visuele waarneming het gehoor juist beter is ontwikkeld dan gemiddeld en ze dáárdoor zo waanzinnig goed muziek konden spelen.

Een ander idool van jou is Richard “Hacksaw” Harney?
- Klopt. Ik heb een eigen song ‘Hacksaw’ getiteld aan hem opgedragen. Richard “Hacksaw” Harney was ook één van de grootste blues gitaristen uit het Mississippi delta-gebied. De meeste van zijn songs zijn instrumentale up-tempo dansnummers. Hij zong bijna nooit omdat hij nogal verlegen was. Maar hij heeft een grote invloed gehad op een hele generatie kunstenaars, waaronder ook Robert Johnson! En, geloof het of niet, maar óók hij was een begaafde pianist. Hij verdiende voornamelijk de kost als een rondreizende pianostemmer. Daar komt zijn bijnaam “Hacksaw” (ijzerzaag) ook vandaan, een stuk gereedschap dat hij gebruikte bij het vervangen van piano onderdelen. Pas in 1973 werd er een plaat van hem uitgebracht ‘Sweet Man’, helaas overleed hij één jaar na die release in Jackson (Mississippi).


[Richard “Hacksaw” Harney was a Sweet Man]

Kan je wat meer vertellen over de gitaren die je gebruikt Dan?
- Ik speel momenteel op een handgemaakte Kopp gitaar van de firma Kevin Kopp Luthier uit Montana. Die heb ik nu ongeveer vier jaar en gaat altijd mee op reis. Verder heb ik een Wood Body National gitaar voor het slide-werk. En heb ik in het verleden ook op een akoestische Guild gespeeld. Allemaal handgemaakte gitaren op de persoon afgestemd, zeg maar uit hetzelfde rijtje met Collings en Santa Cruz gitaren. Omdat ik meestal met openbaar vervoer reis neem ik er altijd maar één mee naar de optredens, en dat is dus de Kopp.

Je eerste twee solo CD’s werden slechts met een 4-track recorder opgenomen. Wat is het voordeel van die low fi sound?
- Ach, ik hou de dingen graag simpel en zuiver, daardoor klinkt mijn muziek ook ‘echter’ vind ik. Bovendien ben ik meer een live artiest dan een studioman. Laat mij maar lekker repeteren en optreden, daar voel ik me lekker bij. Al sluit ik het niet uit dat een volgende plaat wel digitaal wordt opgenomen hoor. Zolang ik die ‘genuine sound’ maar over kan blijven brengen is het goed.

Op het album ‘Leave Here Walkin’ (2004) zong je met een rauwere stem dan op ‘So Glad I’m Livin’ (2008). Had dat een bedoeling?
- Een beetje wel ja. Maar ook dat is gewoon een ontwikkeling die je meemaakt. Er zat toch ruim vier jaar tussen die opnamen en mijn stem klinkt weer wat zuiverder. Ik speelde destijds ook regelmatig met een band en dan ga je automatisch wat harder en rauwer zingen. Een andere reden was dat er Reverend Gary Davis materiaal op die plaat stond, en die kon zijn stem ook laten brullen als een instrument. Oh ja, én ik rookte meer in die tijd, ha ha. Maar ik probeer vooral altijd zo goed mogelijk te zingen met mijn natuurlijke stemgeluid.

‘Leave Here Walkin’ is opgenomen in de Mercy Recordings studio en bevat vier mooie Dan Kase originelen. Maar behalve die Rev. Gary Davis songs staan er nóg een aantal prachtige country blues covers op van o.a. Blind Lemon, Sleepy John Estes, Blind Boy Fuller en Charley Pattton. Hoe kies je die tribute songs?
- Het belangrijkste is dat zo’n song me persoonlijk aanspreekt. De covers die ik heb opgenomen had ik daarvoor ook al heel vaak live gespeeld en zijn min of meer eigen geworden. Ondanks dat ik met arrangeren en tekstueel soms wat dingetjes aanpas blijven het natuurlijk geweldige authentieke standards. Ik wil mezelf geen protestzanger noemen of politiek activist maar de teksten moeten uiteindelijk wel ergens over gaan.


[LDK’s solo albums]

Over welke eigen songtekst ben je het meest tevreden, of wat is een typische LDK song?
- Ehh, dan denk ik toch ‘Rat Race Blues’. Met een suggestieve tekst over misstanden zoals dat in de Mississippi blues ook vaak voor kwam. Teksten over het stadsleven, armoede en rijkdom spreken me altijd wel aan.

Is er al een Europees label in je songs geïnteresseerd?
- Helaas nog niet nee, ik ben hier ook pas voor de eerste keer dus we moeten dingen niet gaan overhaasten. Maar ze mogen me natuurlijk altijd bellen! Ik heb wel wat nieuw materiaal op de plank liggen maar nog geen concrete plannen voor een nieuwe plaat.

Op 19 april a.s. ben je alweer terug in de USA en dan speel je ook op Record Store Day (hier eveneens bekend). Maar geloof je nog wel in het medium ‘record’? Denk je niet dat LP’s en CD’s zo langzamerhand worden verdrongen door (online) digitale audio en video zoals MP3, iTunes, Spotify, YouTube etc.?
- “Ohw yeah! I’m a big believer in old records". Ik verzamel ook vinyl, 78, 33, 45-toeren platen, alles. Niet alleen omdat het daarmee allemaal begonnen is, en het wellicht voller en warmer klinkt, maar ook vanwege de hoesinformatie en de liner notes. En misschien ook wel om het sentiment; alleen al het vasthouden van een vinyl plaat en de geur ervan! Anderzijds leef ik nu en besef ik best wel dat ik ook gebruik moet maken van de moderne digitale kanalen. Ook van mij staan er nu live clips op YouTube en mijn muziek is eveneens via Amazon en CD Baby verkrijgbaar. Ook al verkoop ik misschien niet veel, het wordt toch algemeen gezien en gehoord en later hopelijk wel op plaat of CD gekocht.

Op You Tube zag ik live clips van jou op St. Paul’s Farmers Market, samen met bluesharpspeler ‘Hurricane’ Harold Tremblay. Dit zijn gewoon korte verhaaltjes op zich, met het winkelende publiek op de achtergrond en die Aziatische marktman en het bloemenmeisje. Eigenlijk is er geen beter podium voor een bluesman als de straat vind je ook niet?
- Dat was inderdaad leuk om te doen, maar het is niet gebruikelijk voor mij hoor. Zeker op locaties waar mensen het naar hun zin hebben zal straatmuziek aanslaan. Je kunt ook meer improviseren op straat dan op een concertpodium omdat het niet tijdgebonden is. Harold Tremblay is DJ en heeft een wekelijkse radioshow, ‘House Party’ op Radio KFAI in Minneapolis. Hij draait daarin een mix van oude en nieuwe blues, roots en Americana. Maar zoals je hebt kunnen zien is hij ook een zeer verdienstelijke harmonicaspeler.


[with ‘Hurricane’ Harold Tremblay at St. Paul’s Farmers Market]

Je hebt ook in het Crush Collision Trio gespeeld en een album met hen opgenomen in 2003. Wat zou momenteel je ideale blues trio of begeleidingsband zijn?
- Een stand-up bass, snaredrums en misschien een washboard en mondharmonica erbij, zoiets. Of een klarinet op sommige nummers dat kan ook mooi zijn. Een ultieme ritmesectie bestaat uit: “Pops” Foster op de stand-up bass, een professionele jazzmuzikant die o.a. bij Louis Armstrong speelde en bekend stond om zijn krachtige slapbass techniek. En op de drums Warren “Baby” Dodds, ook uit New Orleans, bekend om zijn gevarieerde drumpatronen en buzz-rolls op de snaredrum. “So, that would have been fun to play with".

Wat verwacht je van de komende optredens met de Nederlandse bluesmannen Alex Riverside Jr. (gitaar) en Big Will (bluesharp)?
- Dat het erg leuk en spannend gaat worden. Ik kon ze tot voor kort alleen nog maar van YouTube, net zoals ze mij op die manier hebben ontdekt. Ik ben Alex erg dankbaar dat hij me heeft overgehaald om naar Europa te komen want tot op heden bevalt het prima. Het is bijzonder om te ondervinden hoe ze de Dutch Delta blues een eigen invulling geven. Ze bewijzen eens temeer dat bluesmuziek universeel is, “you don’t have to be blind, a rambler, poor boy or from the Mississippi delta’s to play the blues!” Sterker nog, veel Amerikaanse muziek heeft altijd al invloeden vanuit Europa gekend. Bluegrass was bijvoorbeeld muziek van Ierse en Schotse immigranten in Oost-Amerika. En ook Folk is oorspronkelijk Engelstalige traditionele muziek met Britse en Ierse invloeden.

Oké Dan, dank voor je tijd en bijdragen en veel succes met deze korte Europese tour. We hopen je snel weer eens terug te zien.
- Jullie ook bedankt voor deze gelegenheid om mezelf aan Nederland voor te stellen én voor de geboden gastvrijheid!

Tijdens de twee optredens in het Westland (Monster en Honselersdijk) maakte Daniël diepe indruk op het publiek met zijn originele en soms onnavolgbare speelstijl en zijn gepassioneerde zang in de Amerikaanse traditionals uit de jaren ’20 en ’30. Ook de samenwerking met Big Will en Alex Riverside Jr. (v/h Big Will & The Bluesmen) sloeg aan bij toehoorders en de artiesten zelf. De bescheiden Amerikaanse bluesmuzikant verdient zeker een groter publiek in Europa dan dat hij nu heeft. Maar wij zijn ervan overtuigd dat hem dit binnen onafzienbare tijd gaat lukken.


[w/ Big Will en Alex Riverside Jr. in de Cultuurschuur]

Lees ook: Het Grote Big Will & The Bluesmen Interview [aug. 2011]

The Crimson ProjeKCt speelt eclectische hogeschool Prog

Geplaatst op 15 March 2014 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Cultuurpodium De Boerderij Zoetermeer
band: The Crimson ProjeKCt
datum: vrijdag 14 maart 2014
tekst & filmpje: Giel van der Hoeven - The Blues Alone?
foto’s door: Aart van Hoften & © TCP promo.

De Crimson ProjeKCt is een uitloper van de van oorsprong Britse progressieve rockband King Crimson. Met o.a. drie voormalige leden uit die historische band, richten zij zich voornamelijk op repertoire uit begin jaren tachtig tot aan medio jaren negentig, aangevuld met enkele klassiekers uit de vroege jaren zeventig en songmateriaal van eigen projecten. En, dit gebeurt allemaal met toestemming en ‘goedkeuring’ van medeoprichter Robert Fripp die nu zelf geen deel uitmaakt van het illustere gezelschap, maar die in 2013 wel op het punt stond om ook te starten met een nieuwe line-up van zijn geliefde art-rock band King Crimson.

Die groep wordt beschouwd als de grondlegger van de Eclectic Prog en brak in het jaar van hun oprichting gelijk door. Nota bene als support van de Rolling Stones tijdens het gratis en legendarische ‘Stones in the Park’ optreden op 5 juli 1969 in Hyde Park, Londen. Vanaf dat jaar ontwikkelt de klassieke progressieve rock muziek zich ook, voornamelijk in Engeland. De stijl kenmerkt zich door lange composities met invloeden vanuit de klassieke muziek en de jazz, complexe (ondoorgrondelijke) teksten en ongebruikelijke maatsoorten, ritmetechnieken, toonladders en afstemming met veel geluidseffecten. Gecomponeerd en gespeeld door virtuoze muzikanten, vaak met een voltooide opleiding in de klassieke muziek. Dit met prominent gebruik van ongebruikelijke instrumenten en zangstijlen. Eén van die instrumenten is een elektrisch versterkt snaarinstrument om op te tappen, de Chapman Stick. Hierop kan de muzikant zowel bas- als melodiepartijen produceren. In Crimson toen en nu bespeeld door basgitarist Tony Levin. Hij ontwikkelde ook de Funk Fingers, waarmee het geluid van drumstokken die op snaren trommelen kan worden nagebootst. Een ander afwijkend instrument is de Touch Guitar (bespeeld door Markus Reuter), waarop een soortgelijke fretboard-tapping techniek moet worden toegepast.

Verder bestaat The Crimson ProjeKCt (Performing the music of King Crimson) uit twee drummers: Tobias Ralph en Pat Mastelotto, die al direct na het Sounscape intro door Reuter een knallend drumduel uitvochten. En, de op haar blote voeten lopende bassist Julie Slick. Zij is de zuster van drummer Eric Slick waarmee ze eerder in het Adrian Belew Power Trio zat. En ook dat trio mocht – inmiddels dus met drummer Tobias Ralph – een aandeel voor hun rekening nemen tussen de Crimson klassiekers door. Gevolgd door Stick Men sets door de drie bandleden: Tony Levin, Pat Mastelotto en Markus Reuter, later aangevuld met Adrian Belew. En met het noemen van die laatste naam hebben we tevens de belangrijkste persoon van The Crimson ProjeKCt vermeld. Adrian Belew (1949) is een Amerikaanse producer, componist, songschrijver, zanger en muzikant, zeg maar gerust multi-instrumentalist. Van 1981 tot 2009 was hij de frontman van King Crimson en in 2012 samen met Levin en Mastelotto de initiatiefnemer van het huidige Crimson ProjeKCt. Belew is vooral bekend als een onalledaagse maar toegankelijke gitarist. Hij heeft een speelstijl met bizarre elektronische tonen, onorthodoxe speeltechnieken en een breed scala aan geluidseffecten. Geluiden die soms meer verwant zijn aan klanken van dieren, voertuigen en mechanische apparaten dan aan standaard instrumentale tonen.

Maar het toegankelijke zit vooral in het feit dat Belew in zijn carrière met een groot scala aan topartiesten heeft gewerkt. De doorsnee (radio)muziekluisteraar heeft wellicht nog nooit van hem gehoord maar móet hem ooit wel gehoord hebben! Omdat hij als studiomuzikant of live performer diverse bijdrage leverde aan producties waar niemand toen omheen kon. Variërend van Frank Zappa’s album ‘Sheik Yerbouti’ (1979) tot Joe Cocker’s ‘Sheffield Steel’ (1982) of Paul Simon’s ‘Graceland’ (1986). En van gitarist in David Bowie’s live Heroes Tour 1978 tot het op de bühne staan met de Talking Heads om hun signature song ‘Psycho Killer’ mee te spelen. En opvallend genoeg lijkt Adrian Belew zijn zangstem óók nog als twee druppels water op die van David Byrne, de zanger van de Talking Heads, met wie hij tussen 1979 en 1981 intensief heeft samengewerkt. Van deze unieke zespersoons bezetting kregen we in de Boerderij te Zoetermeer een weergaloos lesje in eclectische progressieve rockmuziek voor onze kiezen. Wellicht bombastisch of zelfs neurotisch voor een onwetende bezoeker. En duidelijk hogeschool muziek voor de minder geschoolde muziekliefhebber. Maar een surplus aan techniek en vindingrijkheid compenseerde toch wel behoorlijk het gebrek aan emotie dat daarentegen soms ook deze muziekstijl kenmerkt.

Het werd in ieder geval een galavoorstelling waarbij de bandleden sober in het zwart gekleed waren. Althans, Belew kwam aanvankelijk op in een hagelwit colbert maar dat werd al gauw over een standaard gedrapeerd in de benauwde en volgepakte Boerderij. Maar de heren Levin en Belew waren in een bijzonder goede bui. Levin nam tussen de uitgesponnen nummers door regelmatig foto’s van het publiek. En Belew toverde niet alleen de meest merkwaardige geluiden uit zijn opmerkelijke Parker AB Signature Fly gitaar, maar ook met regelmaat een grote grijns op zijn gelaat. Ook was Adrian behoorlijk welbespraakt (en geestig) en vertelde hij ondermeer over de samenwerking met het Metropole Orkest dat hij in 2011 had (het stuk ‘E’ stond ook nu op de setlist) en dat Amsterdam “a great city” was en dat wij in Boerderij het beste publiek van de hele tour waren (ja ja), “thanks filling this place for us!” Maar enthousiast waren band en de aanwezigen zeker. Niet voor niets duurde de show ruim tweeëneenhalf uur inclusief de twee toegiften. Waarbij in de laatste toegift de verjaardag van tourmanager Francesco on stage werd gevierd met “happy birthday” uit volle borst en als slotstuk een smijttaart in zijn gezicht. Want Progs also just wanna have fun ;-)

Op zaterdag 5 juli komt deze legendarische line-up nóg een keer naar Nederland! Voor tickets zie de website van Parkstad Limburg Theaters in Heerlen. TBA? Collega’s (en kenners) Frank Hurkmans en Hen Metsemakers zullen hier dan uitgebreid en kundig verslag van doen.


SETLIST (ovb)
The Crimson ProjeKCt:
01. Soundscape (Markus Reuter)
02. B’Boom (King Crimson song)
03. THRAK (King Crimson song)
04. Dinosaur (King Crimson song)
05. Frame by Frame (King Crimson song)
06. Sleepless (King Crimson song)
Adrian Belew Power Trio:
07. B (Adrian Belew song)
08. Neurotica (King Crimson song)
Stick Men:
09. Crack in the Sky (Stick Men cover)
10. Cusp (Stick Men cover)
Stick Men with Adrian Belew:
11. Larks’ Tongues in Aspic, Part Two (King Crimson song)
12. Three of a Perfect Pair (King Crimson song)
Adrian Belew & Tony Levin:
13. Matte Kudasai (King Crimson song)
Adrian Belew Power Trio:
14. Young Lions (Adrian Belew cover)
15. E (Adrian Belew cover)
Stick Men:
16. Improv on Open (Stick cover)
17. Breathless (Robert Fripp cover)
18. The Firebird Suite (Igor Stravinsky cover)
The Crimson ProjeKCt :
19. One Time (King Crimson song)
20. Red (King Crimson song)
21. Indiscipline (King Crimson song)
Encore 1:
22. The Court of the Crimson King (King Crimson song - Adrian Belew solo)
23. Elephant Talk (King Crimson song)
Encore 2:
24. Thela Hun Ginjeet (King Crimson song)

Lees hier een interview (Eng.) met The Crimson ProjeKCt