Warning: Creating default object from empty value in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions.php on line 341
vdh-online.nl


Archief voor de maand November 2013

The Holmes Brothers: een multi-stijl gospel trio

Geplaatst op 29 November 2013 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: North Sea Jazz Club Amsterdam
trio: The Holmes Brothers
datum: donderdag 28 november 2013
review & vid: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer
voor: The Blues Alone?

The Holmes Brothers zijn afkomstig uit Christchurch in Virginia, maar wonen en werken alweer jaren lang in Harlem New York. Het trio bestaat uit de broers Sherman Holmes (bas/zang) en Wendell Holmes (gitaar/piano/zang) en brother-in-spirit Popsy Dixon (drums/zang). Hun mix van blues, gospel, soul, R&B, rock-’n-roll en country is authentiek en klinkt origineel. De verbazingwekkende driemans harmoniezang is een belangrijk onderdeel van hun stijl. Door de combinatie van Wendell’s norse donkere stem, Sherman’s bariton en Popsy’s falsetto kunnen ze veel (zang)registers opentrekken, en dat doen ze dan ook. Onlangs verscheen hun 11e album ‘Brotherhood’ (Alligator 2013), maar de Bro’s zijn al zo’n 40 jaar gezamenlijk onderweg. Sinds 1990 zijn ze ook regelmatig live in Nederland en België te bewonderen en luisteren geweest. En ter promotie van dat nieuwste album vlogen ze weer een keer over naar ons land om slechts twee club optredens te verzorgen. Donderdag 28 november in de North Sea Jazz club in Amsterdam en vrijdag 29 november in club Mezz te Breda. Wij waren erbij op het Westergasfabriek terrein in een intieme setting van de North Sea Jazz Club daar.

Intiem maar tjokvol, want de lunch- en dinerconcert formule blijkt aan te slaan in de North Sea Jazz Club. Alle tafels waren bezet en ook staanplaatsen waren er nauwelijks meer over. Zeker geen makkie voor een concertfotograaf om zijn werk te doen, maar we hadden voor hetere vuren gestaan. En uiteraard ga je zo’n unieke sfeer niet ondermijnen dus stelde we ons bescheiden op aan de zijkant van het podium. Want de static spotlights en alle ogen waren gericht op de legendarische Holmes Brothers! Dáár kwamen al die liefhebbers in de NCJ club uiteindelijk voor; het extra hoofdgerecht dat na het diner nog voorgeschoteld werd. Een smakelijk trio dat ook wordt gewaardeerd door collega-muzikanten die met hen samenspeelde, o.a. Willie Nelson, Levon Helm, Van Morrison, Keith Richards, Bruce Springsteen, Lou Reed en Joan Osborne. Een kleine twee uur blues traditionals, gospel originals, soul ballads en zelfs country klassiekers en een half dozijn tracks van het nieuwe album, want de ‘Brotherhood’ moest natuurlijk wel in stand gehouden worden.

Het was dus niet verwonderlijk dat er werd geopend met de traditionele gospelsong ‘Amazing Grace’. Een lange versie van dat nummer staat op het laatste album ‘Brotherhood’ (en stond in 1992 ook al op de CD ‘Jubilation’). Deze bekende hymne is eigenlijk de brother’s familievlag die de lading volledig dekt. Een melodieus lied gezongen in gospelharmonieën en ook de inhoud komt overeen met de christelijke geloofovertuiging van het trio. Natuurlijk, door de jaren heen ook door heel veel anderen met passie gezongen, maar deze Brothers zijn de ware vertolkers van de oervorm van dit soort (zwarte) gospel. Amazing Grace (how sweet the sound) that saved a wretch like me! Als je zoals Wendell Holmes (voorlopig) het gevecht met de vijandige ziekte kanker hebt overwonnen zie je religie steeds meer als vriendschap. En klinkt hun gospelmuziek voor de toehoorder ineens universeel. Van de katoenvelden in de zuidelijke staten van de V.S. tot in een jazzclub in De Lage Landen.

Gospel als terugkerend element dus. Wat later nog werd benadrukt in verheven lofzangen als ‘Glory, Glory, Hallelujah’ en ‘Jesus on the Main Line’ dat tekstueel geleidelijk overging in de rockabilly gospel ‘Had a Good Time’. Of ook, ‘Take My Hand, Precious Lord’ waarvan de tekst werd geschreven door predikant Thomas A. Dorsey (1899–1993) en de melodie door George Nelson Allen (1812–1877). Wendell vertelde hierover in zijn aankondiging dat Dorsey het in 1932 in een ontroostbare toestand had geschreven na het overlijden van zijn vrouw Nettie Harper en hun kind… tijdens de bevalling. Drummer/zanger Popsy Dixon - Wendell blééf hem herhaaldelijk aankondigen als: “my brother!"- kwam ervoor speciaal achter zijn drumkit vandaan om dat lied met zijn tijdloze falsetstem te verkondigen. Was het dan alleen maar: ‘prijs de Heer met blijde galmen’? Nee, zeker niet! Weliswaar met gospel in het hart maar ook met veel andere muziekgenres in de ziel, werd uit een aardig afwisselend oeuvre geput.

Soul en ballades bijvoorbeeld (’Soldier of Love’) van het nieuwe album, of noem het gerust gospel-style R&B. Maar ook de funk cover ‘Got Myself Together’ van The Bucketheads uit 1995. Waarop Sherman Holmes lekker zompig basgitaar speelde. Of de ondeugende eigen funky compositie ‘Stayed At The Party (a little too long!)’. Waarbij Wendell zijn Telecaster gitaar afhing om plaats te nemen achter de vleugelpiano, iets wat hij in het tweede deel van de show vaker deed. Rocken met Jimmy Reed’s ‘Big Boss Man’ en het up-tempo ‘My Word Is My Bond’, en gelijk werd duidelijk waar John Hiatt al die tijd zijn inspiratie vandaan gehaald heeft. Ook mooi waren: ‘You’re the Kind of Trouble’ - een cover van Solomon Burke - en een rappe blues instrumental. En natuurlijk de blues ballads zoals ‘It Hurts Me, Too’. En ken je de populaire live hit van hardrock band Cheap Trick nog? ‘I Want You to Want Me’! De Brothers hebben het getransformeerd naar een kostelijke gospel pianoballad. Prachtig! ‘Drivin’ In The Drivin’Rain’ is oorspronkelijk van Curtis Salgado, we hoorde er ook veel van Buddy Guy in terug. Maar dat had vast te maken met de klank van Sherman Holmes zijn stem, wat enigszins gelijkenis vertoonde met dat van Buddy.

De afkomst van de broers Holmes werd muzikaal ook niet verlochend: “You know, we’re country guys from Virginia, we’ll do some country music for you!” Dus kregen we eerst een Virginia country traditional te horen en vervolgens speelde het trio de trage tearjerker ‘He’ll Have To Go’ van Jim Reeves. Meegezongen door een groot deel van de aanwezigen, waarschijnlijk wel met de versies van Elvis Presley of Ry Cooder als eigen herinnering. Al minstens tien keer deze avond had Wendell de bezoekers toegeroepen: “Are you having a good time?!” Om tot slot daadwerkelijk gezamenlijk die gelijknamige happy gospel te kunnen zingen. Met als sluitstuk één toegift zonder het podium te verlaten: ‘May God Be With You’, hemels zwevend op de pianoklanken door Wendell gespeeld tot slot.

Toch weer een memorabele avond, niet in de minste plaats door de aparte dinerclub sfeer in de NSJ Club die avond. Neuriënd verlieten we dan ook het historische pand in Amsterdam. Door de grote variatie aan stijlen, hun wonderschone gospelharmonieën, een eenvoudige instrumentatie zonder enige poespas (en de stem blijft toch het mooiste ‘instrument’ dat er bestaat), zijn The Holmes Brothers ook live een trio waar geen enkel etiket op te plakken valt. ‘t Is goedertierenheid tot in den eeuwigheid. Say Amen, Somebody.

New Cool Collective laat Vlaardingen swingen

Geplaatst op 24 November 2013 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: de Kroepoekfabriek, Vlaardingen
band: New Cool Collective
datum: vrijdag 22 november 2013
review & vid: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer
voor: The Blues Alone?

ncc20

New Cool Collective is een Nederlandse band die in 1993 werd opgericht onder aanvoering van saxofonist Benjamin Herman. In mei van dit jaar verscheen via Dox Records hun 7e officiële album ‘Chin Chin’. New Cool Collective bestaat verder uit Frank van Dok (percussie), Willem Friede (keyboard/arrangeur), Rory Ronde (gitaar), Jos de Haas (percussie), David Rockefeller (trompet/flugelhorn), Leslie Lopez (bas) en voor deze gelegenheid drummer Lean Robbemont (normaal is dit: Joost Kroon). Ze spelen een unieke mix van jazz, dance, latin, salsa, afrobeat en boogaloo. In het kader van hun Grote Jubileum Clubtour - ze bestaan dit jaar 20 jaar - zorgde ze afgelopen vrijdag in de Vlaardingse Kroepoekfabriek voor een energieke, dansbare en retecoole avond.

New Cool Collective won op 4 oktober jl. een ‘Gouden Kalf’ in de categorie ‘Best Music’ op het Nederlands Film Festival voor de soundtrack - Chin Chin part II - bij de film ‘Toegetakeld door de liefde’ van Ari Deelder (inderdaad, de dochter van). En al eerder verdiende ze twee Radio 6 Soul & Jazz Awards, een Edison, de Heineken Crossover Music Award en de Gouden Notenkraker. Ze toerden door Engeland, Duitsland, de Benelux, Afrika, Canada, Rusland en Japan. Niet alleen in de hipste jazzclubs, maar ook op grote rock- en popfestivals zoals het Roskilde Festival in Denemarken, Sziget in Hongarije, Fuji Rock in Japan, op Lowlands, het Camden Mix Festival en het Aberdeen Alternative Festival in Engeland.

En nu mochten wij Holland’s hipper dan hip New Cool Collective bewonderen in de knusse Kroepoekfabriek, met zo’n 350 bezoekers uitverkocht. Volgens Benjamin Herman was dit hun allereerste optreden in Vlaardingen, maar volgens het publiek zat hij er op dat gebied naast! (ze stonden al eerder in de plaatselijke Stadsgehoorzaal namelijk). Verder was iedere uitspraak die hij die avond deed én elke noot die hij op zijn alt sax speelde wel raak! Ingeduffeld in een bloemlezing uit het betere eigen NCC werk van Soul Jazz Latin Flavours Nineties Vibe tot en met Chin Chin, zeg maar. Tevens een periode waarin behalve mooie eigen composities ook knappe covers werden gespeeld, van ‘Wee’ van Dizzy Gillespie tot aan ‘Swagger’ van Ian Siegal. Die we beide deze avond overigens niet te horen kregen.

null

Een groot deel van dat nieuwe dubbelalbum Chin Chin werd wel gespeeld. Waarvan de openingstrack ‘The Canteen’ ook de concertopener was. Samen met de overige nummers uit hun bestaande instrumentale repertoire tussendoor vakkundig en ongedwongen aan elkaar gepraat door de artistiek leider van het collectief Benjamin Herman. Soms ook humoristisch, want zo wist hij ons te vertellen dat het album in Japan onder een andere titel is uitgebracht. Omdat een plaat met de titel chin chin (kleine piemel!) de verkoop ervan dáár niet zou stimuleren. Waarna een swingende versie van ‘Samba Kitsu’ volgde. Ook wist hij te melden dat na een jaar van dieptepunten het ontvangen van het ‘Gouden Kalf’ een onverwacht maar welkom hoogtepunt was in 2013.

Daarna werd ‘Devastated’ met heerlijk scheurende saxsolo ingezet. Ook Herman’s buddy aan zijn zijde voor 20 jaar David Rockefeller liet zijn trompet overheerlijk schallen. Met invloeden uit veel muziekgenres wereldwijd (Afrikaans, Arabisch, Jamaicaans, Braziliaans) klonk het achttal veelzijdig swingend, met de blazers en voornamelijk de twee percussionisten in een exotische, ritmische hoofdrol. Zoals in het funky ‘Afrogogo’ geïnspireerd door een bezoek aan Senegal met ook een smeuïg geluid uit de elektrische piano bespeeld door Willem Friede. Toch was het optreden minder groovy dan verwacht, zonder bounching Voodoo Surf sound en met meer jazz-georiënteerd repertoire dit keer.

Gitarist Rory Ronde (o.a. Wouter Hamel) speelt dan ook meer jazzy en is minder expressionistisch dan zijn voorganger Anton Goudsmit was. Met Goudsmit was de NCC sound bij vlagen nog meer funk, rock en blues georiënteerd en Ronde is de typische ondersteunende jazz-gitarist. Al waren zijn solo’s ook zéker van grote klasse en erg opwindend. Vervangend drummer Lean Robbemont (o.a. Alain Clark) trommelde mee alsof hij al jaren een tandem vormt met Leslie Lopez - met een moderne staande contra bas - en deel uitmaakt van het collectief. Meerdere malen mocht hij uitblinken in spetterende drumsolo’s. Individualisme sans gêne en collectivisme pur sang, dé kracht van 20 jaar Hollands jazz trots: het combo New Cool Collective!

Black Star Riders interview: TBA? vs BSR!

Geplaatst op 14 November 2013 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Black Star Riders ft. Scott Gorham (Thin Lizzy)
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer © The Blues Alone?
filmpje: Giel
locatie: Cultuurpodium De Boerderij Zoetermeer
datum: zondag 3 november 2013

Het is een gure herfstavond in november, terwijl buiten de schemer invalt wachten wij binnen in de personeelskantine van Cultuurpodium De Boerderij op onze afspraak, twee bandleden van de Iers/Amerikaanse band Black Star Riders. Omdat de heren in een ruimte verderop nog aan het avondeten zitten komt manager Adam Parsons ons beleefd vragen of we nog even geduld hebben. Dus bekijken The Blues Alone? fotograaf en ondergetekende nog wat oudere foto’s op onze smartphones. O.a. van het Thin Lizzy concert in 013 te Tilburg van februari 2012, waar we de vanavond te interviewen bandleden voor het laatst zagen optreden. En van het Pinkpop festival 1978 optreden waar ik de hardrock band Thin Lizzy mét o.a. Phil Lynott, Scott Gorham, Brian Robertson en Brian Downey voor het eerst live zag spelen. Lynott overleed helaas al in 1986, pas op 36-jarige leeftijd. Gorham is inmiddels 62 jaar maar is nog steeds actief als gitarist in deze band! Onder meer door die leeftijd geniet hij een uitzonderings status en verblijft hij ten tijden van ons interview als enige nog in een hotel in de buurt. Vandaar dat de veertigers, zanger/gitarist Ricky Warwick (46) en gitarist Damon Johnson (49), de honneurs waarnemen. En om plaats te nemen aan tafel met deze Ierse en Amerikaanse zwaargewichten is al een eer op zich natuurlijk. Te meer omdat dit de allereerste en enige Black Star Riders show in Nederland betreft. Als ze voldaan van de maaltijd binnen komen schuifelen en zich hoffelijk aan ons voorstellen (en wij ons net zo galant aan hen uiteraard), mogen we ze een half uur lang het spreekwoordelijke vuur aan de schenen leggen. Want hebben we hier nou te maken met oude wijn in nieuwe zakken? Of met nieuwe wijn in oude zakken? Guess who just got back today? Them wild eyed boys, that’d been away! Lees mee met TBA? vs BSR!

Hallo Ricky en Damon. In februari 2012 zagen we jullie nog live als Thin Lizzy in Nederland optreden. Waarom hebben jullie besloten om in december van dat jaar de band Black Star Riders te formeren?
Damon: We hadden behoorlijk wat nieuwe nummers geschreven, en hebben eerst overwogen om deze ook als Thin Lizzy uit te gaan brengen. We besloten dit niet te doen, vooral uit respect voor oprichter Phil Lynott die in alle opzichten (en terecht) nog veel met Thin Lizzy wordt geassocieerd. Na onderling overleg en met de zege van Scott Gorham werd er dus voor een nieuwe bandnaam gekozen. Bovendien zouden we Ricky tekort doen, hij heeft al die jaren een geweldige klus geklaard als frontman van Thin Lizzy. Maar hij is zelf ook een rasartiest. Met ervaring als frontman van de Schotse band The Almighty en ook al met drie solo albums op zijn naam.

Hoe komen jullie aan de naam Black Star Riders?
Ricky: Een coole naam met een cool logo was het uitgangspunt! Dat viel niet mee nee, want elke bandnaam klinkt eigenlijk shit wanneer je die de eerste keer hoort. We zijn allemaal fans van cowboy films, dus in die richting gingen we brainstormen. Toen ik nog eens naar de Amerikaanse Western ‘Tombstone’ zat te kijken hoorde ik de term ‘Black Star’ voorbij komen. Het woord ‘Riders’ werd eraan toegevoegd en de naam van een nieuwe outlaw bende was daar, ha ha. Het coole logo werd ontworpen door de zeer getalenteerde Paul Tippett van Vitamin P Design in de U.K. En door onze songtitels zoals ‘All Hell Break Loose’ en ‘Bound for Glory’ kwamen we op het hele B-17 bommenwerper gedoe als artwork voor de albumcover door de legendarische pin-up artiest Gil Elvgren. Alles ging eigenlijk heel vanzelfsprekend en het was erg gaaf om het allemaal te bedenken en te regelen.

Ricky, hoe is het eigenlijk voor een Ierse gozer om op te trekken met vier zware jongens uit de United States?
Ricky:
“Awful! My God, what have I done?!”
Damon: Hij is vooral gek op onze gesprekken over American football, wha ha ha!
Ricky: “All the fuckin’ time: draft a quarterback!… behind the back pass!… a 16-yard touchdown! Brrr…". Maar verder gaat het goed samen hoor! [beide gieren het uit - red.] Serieus: het zijn mijn vrienden, mijn buddy’s. Ik woon nu zelf ook alweer negen jaar in Amerika, mijn vrouw is Amerikaanse en onze dochter is er geboren. Toffe lui zijn toffe lui, waar ze ook vandaan komen. Wij hebben alle vijf dezelfde idealen, we zijn rockers en écht gigantische Thin Lizzy fans. En dat bracht ons samen.

Ricky bevestigde eerder dat het opnameproces van het album ‘All Hell Breaks Loose’ erg eenvoudig was geweest, volgens de ‘live-in-the-studio’ methode. Dat klinkt logisch. Maar is dit eigenlijk niet de enige juiste manier om een hardrock album op te nemen?
Damon: het is zéker de manier om een goede band sound vast te leggen! Met de moderne technieken is het mogelijk om een matige band geweldig te laten klinken. Maar wij willen geweldig klinken zonder gebruik te maken van auto-tune, en minimaal gebruik van pro-tools en zeer weinig overdubs. Want hé, wij zijn een groep veteranen die samen honderden songs en plaatopnamen op ons conto mogen schrijven. We weten onderhand wel zo’n beetje wat we willen en hoe een rock plaat moet klinken. Wat mij betreft maken we nog tien albums op deze manier want we zijn erg verguld met dit resultaat.
Ricky: Met z’n allen in één opnameruimte en elkaar recht in de ogen kunnen kijken, dat is gewoon dé manier om een plaat op te nemen! Twaalf dagen, een song per dag, eerst de basistracks toen drie dagen voor de zang en de enige overdubs waren wat gitaarpartijen en de achtergrondzang. Luister maar eens naar ‘Bound For Glory’ of ‘Kingdom Of The Lost’ en je beleeft exact de juiste sfeer die wij nastreven.
Damon: yeah, met een soort punk-energy! Bij andere bands heb ik zeker wel langer in studio’s gezeten hoor en daarmee dingen opnieuw gedaan en gedubd. Dat is gewoon een andere manier van werken. Maar voor deze band was dit inderdaad dé juiste manier om een hardrock album op te nemen.

De voormalige Thin Lizzy keyboardspeler Darren Wharton schreef ook mee aan twee songs op ‘All Hell Breaks Loose’. Waarom zit hij niet in deze band?
Ricky: Darren is bezig met een filmproject en heeft daar zijn handen vol aan. En eerlijk gezegd zitten er verder ook niet veel toetsenpartijen in de nieuwe BSR songs, omdat BSR toch meer een heavy band is dan Thin Lizzy dat was. En drummer Brian Downey zag het niet zitten om weer 120 optredens per jaar met ons te doen, hij bleef liever thuis met zijn gezin. In beide gevallen is het zoals het is en respecteren wij dat ook.

Gelukkig hoor ik nog steeds Keltische invloeden in de Black Star Riders songs! De geest van Phil Lynott waart als het ware nog steeds rond op het ‘All Hell Breaks Loose’ album. Tot groot genoegen van veel old school Lizzy fans veronderstel ik. Maar merken jullie tijdens de optredens ook dat nieuwe (jongere) fans daadwerkelijk op BSR afkomen?
Ricky: Absoluut! Gisteren stond een jong meisje op de voorste rij werkelijk alle BSR songteksten mee te zingen. En bij de Thin Lizzy songs hield ze haar mond! Ik was stomverbaasd en dacht bij mezelf: “Wow, you don’t know the words of Jailbreak, what’s wrong?!” Maar het is natuurlijk geweldig! Deze jonge fans komen speciaal voor de Black Star Riders! Hij mes snijdt nu aan twee kanten, het merendeel komt nog steeds voor de Lizzy songs, maar krijgen wel gelijk het nieuwe BSR werk te horen. Maar de nieuwe BSR-fans krijgen (waarschijnlijk voor het eerst van hun leven) ook die fantastische Thin Lizzy songs live te horen!
Damon: De Keltische invloeden die je noemt kwamen voornamelijk door Phil. Hij was een klassieke verhalenverteller en verwerkte dat prachtig in de Lizzy songs. Ook Ricky doet dat nu maar op andere wijze. Maar ik wil vooral drummer Brian Downey de credits geven voor die ‘Celtic edge’. En, erbij vermelden dat onze huidige drummer Jimmy DeGrasso erg beïnvloed is door Brian en dus zeker medeverantwoordelijk is voor onze sound. Samen met de twin guitar sound en de baspartijen door Marco Mendoza blijft die Keltische vibe dus ijzersterk aanwezig.

Het zijn allemaal eervolle verwijzingen naar die herkenbare Thin Lizzy sound. Maar is ‘Whiskey in the Jar’ niet gewoon het enige echte traditionele Ierse lied dat door Thin Lizzy gespeeld werd?
Ricky: “Well no", toch niet. ‘Black Rose’ bestaat als track ‘Róisín Dubh’ ontegenzeggelijk uit vier traditionele songs met ‘Shenandoah’ weliswaar als Amerikaanse folk song. Maar ‘Will You Go Lassie Go’, ‘Danny Boy’ en ‘The Mason’s Apron’ zijn ballads en folk traditionals van Brits/Ierse herkomst!
Damon: ‘Philomena’ en ‘Emerald’ ook, het zijn legendarische Thin Lizzy songs!
Ricky: Een band als The Pogues deed dat ook goed, een originele energieke mengeling van punkrock en Ierse folk.

Jullie maken bewust gebruik van die muzikale tradities dus?
Ricky: Zeker. Als geboren Ier krijg je die invloeden mee en als fan van Thin Lizzy ben ik het alleen maar meer gaan waarderen. Ierland is cultureel gezien een erg rijk land met een prachtige historie van “drinkers, fighters, dreamers and storytellers". Het zit in je DNA, zo ben je of zo ben je niet.
Damon: En ik heb mijn hele carrière als songschrijver en gitarist onbeschaamd geleend uit het Thin Lizzy oeuvre. Deze sound is niet zomaar van: ‘hé jongens, we hebben twee leadgitaristen dus we gaan de Thin Lizzy sound eventjes uitproberen’. Ik heb het geluk nu met Ricky te mogen schrijven en spelen, een geboren Ier waarbij het Keltisch bloed door de aderen giert. En ik speel samen met Scott Gorham nota bene! Daarom ben ik zo enthousiast over de toekomst van deze band en zou ik nog wel tien albums met deze gasten willen maken.

Ik begrijp dat je lyrisch bent over je BSR collega’s Damon, maar je speelde eerder toch ook niet met de minste? Sammy Hagar en Alice Cooper, om er maar eens twee te noemen.
Damon: Klopt. Maar Sammy en Alice zijn weer heel andere songschrijvers dan Ricky. Als ik zelf schrijf en componeer zit ik ook veel meer op de lijn van Phil Lynott of van Ricky Warwick en zelfs die van Van Morrison. Ik kom uit Alabama en heb als jonge gast met veel verschillende bandjes gespeeld in het zuidoosten van de Verenigde Staten, the Heart of Dixie. Een streek waar ook veel Ierse en Schotse immigranten wonen. Al die invloeden pak je mee; blues en Appalachian folk muziek, viool muziek, gospel, spirituals en polka. Maar ook countrymuziek door Hank Williams en Western swing van Bob Wills & the Texas Playboys. Invloeden die je later ook weer terug hoorde komen in de sound van de country rock band Whiskey Falls waarin ik eerder actief was.

Alabama heeft dus duidelijk een centrale rol gespeeld in de ontwikkeling van veel muziekstijlen. Maar uit een betrekkelijk klein land als Ierland komen met namen sinds de jaren zeventig ook opvallend veel goede artiesten en bands. Ik noem: Rory Gallagher, Van Morisson, Gary Moore, U2, The Boomtown Rats, The Undertones, Stiff Little Fingers, The Pogues, Damien Rice, Snow Patrol, The Answer. Hoe zou dat komen?
Ricky: Tja, wat ik al zei: een rijke culturele achtergrond. En altijd maar strijden tegen onderdrukking. En voordat de Engelsen kwamen, worstelen met onszelf en wedijveren over religie. Ik woonde in die tijd in de buitenwijken van Belfast, een stad in burgeroorlog. Je moet je voorstellen dat we niets hadden hè, geen MacDonalds of bioscopen, niks! De enige live muziek die we konden beleven was van onze eigen jongens zoals Rory Gallagher, Stiff Little Fingers en The Undertones. Buitenlandse artiesten kwamen niet vanwege de rellen en de aanslagen. Maar we hadden die energieke klasse bands met hun eigen mening en een eigen geluid. Die dus wél kwamen spelen in Belfast. Het was vluchtgedrag en opwinding tegelijk voor ons. Maar deze jonge bands brachten door hun muziek wel de katholieke en protestantse jeugd samen! Iets dat volwassenen in die tijd maar niet wilde lukken.

Is de track ‘Kingdom of the Lost’ een muzikale tribute aan voormalig Thin Lizzy gitarist Gary Moore?
Ricky: Nee. Gary was een fenomenale gitarist en speelde o.a. op mijn favoriete Thin Lizzy album ‘Black Rose’ uit 1979. Damon en ik hebben vrij lang gewerkt aan deze track die wel bewust zo’n Keltische sound heeft meegekregen en een muzikale reis is, een zoektocht naar een thuis. “Musically it’s about a wandering spirit and a wandering heart". Veel Noord-Ieren zijn in de historie geëmigreerd naar de V.S. of Australië op zoek naar een nieuw thuis met behoud van eigenheid. Dáár gaat de song ‘Kingdom Of The Lost’ feitelijk over.

Gaan jullie ‘Black Rose’ ook spelen vanavond?
Ricky: “Not now, maybe later".

Jammer.

Damon: Ja, dat vind ik ook. Want Black Rose is ook één van mijn favoriete Lizzy songs, maar we zullen het later in de tour zeker op de setlist gaan zetten. ‘Kingdom of the Lost’ is dus geen eerbetoon aan Gary maar zijn spirit is wel altijd bij mij als ik gitaar speel hoor. Ook toen we deze track opnamen. Dus in die zin was hij er eigenlijk wel bij betrokken. Ik ben echt een heel grote liefhebber van zijn muziek, zowel met Thin Lizzy als van zijn solowerk. God bless his soul.

Er staat ook een track op jullie album getiteld ‘Blues Ain’t So Bad’. Is er ondanks jullie stevige hardrock sound ook interesse in authentieke blues muziek?
Ricky: Van mij uit niet per sé, dus mag Damon deze vraag beantwoorden.
Damon: Ja, ik kom uit het zuiden van de V.S. zoals je inmiddels weet, dus de eerste rockinvloeden kwamen ook van Southern rock bands zoals de Allman Brothers Band en Lynyrd Skynyrd of zelfs van Aerosmith. Ik las ook altijd veel over deze bands en dan hadden bijvoorbeeld Dickey Betts en Duane Allman het weer over hún invloeden, zoals Lightnin’ Hopkins en Muddy Waters. En door Led Zeppelin kwam ik te weten wie Howlin’ Wolf was. Dus ja, zo ontdekte je ook de wereld van het muzikale erfgoed!

En door de Black Star Riders komen jonge meisjes nu te weten hoe Thin Lizzy klinkt!
Damon: Ha ha, ja dat is zo. En ik denk ook dat dit onze kracht is hoor, want in deze samenstelling spelen we een smeltkroes van stijlen. Scott met zijn hardrock stijl, Ricky met zijn gespierde folk punk inbreng, en de overige drie met voortvloeiselen uit de blues, Southern- en hardrock, country en popmuziek.

Ricky, als rocker en blues-fan was ik niet erg gecharmeerd van de Engelse hardcore punk scene in de jaren zeventig. Maar ik had wel weer een zwak voor Ierse bands als Stiff Little Fingers en de Undertones. Onlangs las ik in een interview met jou dat je goede maatjes bent met zanger Jake Burns van de Stiff Little Fingers! Heb je in die tijd ook met hem samen gespeeld soms?
Ricky: Ja, dat heb ik zeker! Maar wel in een veel later stadium hoor. Ik was nog een puber toen hun eerste lp ‘Inflammable Material’ uitkwam in 1979. En Jake is acht jaar ouder dan dat ik ben. Maar op St. Patrick’s Day in 1993 namen de Stiff Little Fingers het live album ‘Pure Fingers’ op. En daar speel ik wel op mee! En zo af en toe doe ik nog wel eens met ze mee. Twee jaar geleden kwam er een droom voor me uit. In speelde toen in één weekend in beide bands! Eerst met Thin Lizzy in een Ierse tv-talkshow in Dublin en Philomena Lynott, Phil’s 81-jarige moeder, was daar ook bij. En de dag erna een uitverkocht optreden met Stiff Little Fingers in Belfast. Na dat weekend kon je me opvegen. Ik ben dus een gezegende man want Jake Burns en Phil Lynott waren mijn grootste helden. Jake is een goede vriend van me geworden en in Thin Lizzy heb ik dus een paar jaar mogen spelen. Niet veel muzikanten kunnen dat zeggen! Jake is overigens ook een groot Thin Lizzy- én Deep Purple fan [zijn eerste band was genaamd Highway Star - red.]. Jake is echt een wereldgozer. Een fantastische songschrijver maar een onderschatte gitarist.

Scott Gorham won de Riff Lord Award op de Metal Hammer Golden Gods ceremony 2013. Dit voor zijn gitaarwerk op het album ‘All Hell Breaks Loose’, en dus komt de prijs eigenlijk jullie allen toe. Zijn prijzen en awards erg belangrijk voor jullie?
Damon: Scott is ook onze held dus hij verdient die prijs. In de hoogtij dagen van Thin Lizzy was Phil de superster. Naar mijn bescheiden mening werd Scott toch wel wat ondergewaardeerd. Lizzy heeft door de jaren heen echt geweldige gitaristen gehad, Eric Bell, Brian Robertson, John Sykes, Midge Ure, Snowy White en natuurlijk Gary Moore die door zijn solowerk terecht ook veel belangstelling kreeg. Maar vergeet niet dat Scott al bijna 40 jaar de drijvende kracht van de band is. Hij is door de jaren heen vreselijk belangrijk geweest en is dat nu voor BSR weer!

Waar merk je dat in het bijzonder aan dan?
Damon: Met het opnemen van AHBL merkte we weer eens hoe waardevol hij voor ons is. We hadden een idee voor een rocksong, maar met een vrij simpele opbouw. Een beetje AC/DC-achtig. Met de band waren we dat in de studio aan het uitwerken en het klonk in de basis heel aardig, maar nog niet bijzonder genoeg. Scott kwam erbij speelde een paar groovy riffs in zijn bekende stijl en een klasse song was geboren! “Scott is our hero, our brother and our bandmate".

Kevin Shirley (a.k.a. The Caveman) produceerde jullie album ‘All Hell Breaks Loose’. De eerste keer dat ik iets van hem hoorde was in 1990 met het The Black Crowes album ‘Shake Your Money Maker’. Wat maakt zijn productie, techniek en mixen zo bijzonder?
Ricky: Ja, hij heeft zijn eigen stijl, “he’s got a great way of miking stuff up". Hij hoort de dingen goed, houdt niet van geleuter want je moet je zaakjes echt op orde hebben als hij komt. En hij weet een briljante sound te creëren.
Damon: Kevin is een rasechte Classic Rock producer! Led Zeppelin, Rush, Aerosmith, Journey, Iron Maiden, al die grote werkte hij mee. Hij heeft een broertje dood aan moderne invloeden of toevoegen van drumloops, DJ’s en hiphop gedoe… alles dat na 1977 uitkwam lijkt hem simpelweg niet te boeien, ha ha.

Hebben jullie hem zelf benaderd?
Ricky: Ja! We hebben hem gewoon gebeld met de vraag: we gaan een nieuw album opnemen in de stijl van Thin Lizzy, wil je ons produceren en wat kost dat?
Damon: En dat koste niet weinig! Whahaha… maar Kevin is een kanjer, hij maakte met ons de juiste plaat op het juiste moment. Ik zou graag meer met hem werken in de toekomst… áls we hem betalen kunnen, ha ha! Dit moet je zéker in het interview zetten hoor, wha ha ha.

Een stelling: Black Star Riders zonder Scott Gorham is als Iers voetbal zonder George Best. Met andere woorden: zijn jullie niet bang dat de boel in elkaar dondert als Scott ermee zou stoppen? Hij is per slot van rekening ook al 62 jaar.
Ricky: Wij zullen er altijd zijn voor Scott. Hij houdt van dit leven en van touren, hij is een trots BSR bandlid. Zolang hij het fysiek aan kan blijft hij het doen, zo heeft hij ons beloofd. Scott is in topvorm en ik heb hem nog nooit horen klagen over zijn gezondheid.
Damon: Dus laten we die tien albums maar gewoon samen maken in de komende 10 jaar. Scott was ook altijd erg begaan met Thin Lizzy. Phil en hij waren de beste maatjes destijds. Maar hij heeft op tijd voor een andere richting gekozen. Met achteraf gezien een gezondere levensstijl dan die Phil helaas had.

Met de CD AHBL brachten jullie ook een speciale editie uit met DVD. Waarom?
Ricky: Enerzijds was het gewoon leuk om te doen en anderzijds vonden wij dat de fans daar recht op hadden. Ook de mensen bij onze platenmaatschappij en van het management stonden erachter, dus waarom niet. Ik wilde vroeger als fan ook alles weten van mijn favoriete bands. En met behind-the-scene beelden kan je toch een kijkje in de keuken nemen, waar je anders nooit komt.
Damon: We hadden daar nog een discussie over in de studio, stel dat Led Zeppelin of Pearl Jam filmopnamen hadden laten maken tijdens hun plaatopnamen van ‘Ten’ of ‘LZ IV’? Dat was toch geweldig geweest! Of zelfs bij Madonna! Als jonge fan van The Allman Brothers Band had ik in de jaren zeventig een moord gepleegd om video’s te kunnen zien van ‘Eat a Peach’ of ‘Brothers and Sisters’. “It would have been Incredible!”

In 2012 schreef Scott Gorham samen met journalist Harry Doherty een prachtig boek ‘Thin Lizzy: The Boys Are Back in Town’. Ik heb het hier bij me…
Ricky: …jha, een geweldig eerbetoon aan de hele Thin Lizzy geschiedenis man!
Damon: Right! En met heel mooie foto’s erin. Als Scott straks komt zal hij het met genoegen voor je signeren. [Alle drie de mannen hebben het na het interview inderdaad gesigneerd. Scott schreef erbij: “voor Lizzy” - ook de naam van mijn dochter ;-) - red.]

Oké tof, bedankt! Maar ik heb hier twee Thin Lizzy geruchten die in Nederland plaats vonden maar die niet in het boek staan. Kunnen jullie dit bevestigen of ontkennen?
Damon: Wie weet, geef ons er beide eentje zou ik zeggen.

In 1981 ontving Adje van den Berg een uitnodiging om auditie te doen bij Thin Lizzy. Na een week te hebben opgetrokken met Phil Lynott besloot hij toch zijn kunstopleiding te voltooien en niet op de uitnodiging in te gaan.
Damon: Dat is ongetwijfeld waar om de volgende redenen. In de jaren tachtig hebben er nogal wat gitarist wisselingen plaats gevonden bij Thin Lizzy. Phil trok graag met goede muzikanten op en Adrian Vandenberg was een erg goede gitarist. En er werd in die tijd behoorlijk wat drank en drugs gebruikt bij gevestigde rockbands, misschien dat Vandenberg dat (terecht) niet zag zitten? “Ask Adrian, I would say!”

Klinkt aannemelijk. Adje van den Berg heeft later alsnog furore gemaakt met o.a. David Coverdale’s Whitesnake. Volgend gerucht: Van radio-opnamen moest de manager van Thin Lizzy tijdens het Pinkpop festival in 1978 niets weten. Tijdens het concert verdacht hij een NOS reportagewagen ervan ‘draaiende banden’ in de cabine te hebben. Hij greep een moker, stormde op het voertuig af maar kon nog net op tijd worden tegengehouden! Toen de manager overtuigd was dat de bestelauto alleen kabels en stekkers in de klep had, bedaarde hij…
Ricky: “Ask Scott when he gets here, I would say! Hahaha…” Nee, dat zou ik niet weten joh, ik was een jaar of elf toen. Laten we maar aannemen dat het waar gebeurd is. Was jij ook op het Pinkpop festival toen?

- Ja ik was 17 jaar, mijn eerste Thin Lizzy concert, heel gaaf!

Damon: Cool! Ik was een jaar of 14 toen en ook fanatiek Thin Lizzy fan. Scott’s boek is écht interessant, toen ik het gelezen had dacht ik: “Okay, NOW it all makes sense!”

Uiteraard bestaat er geen jaloezie tussen muzikanten onderling [wink ;]. Maar jullie hebben allemaal ook - behalve in Thin Lizzy - in behoorlijk wat andere goede bands gespeeld! Een greep: Blue Murder, F5, Dokken, Y&T, Megadeth, Damn Yankees, Brother Cane, Whiskey Falls, The Almighty, New Model Army, Whitesnake, Ted Nugent, Sammy Hagar, Alice Cooper. In welke band van één van je medebandleden had je ook graag gezeten?
Damon: Ik had graag in The Almighty gezeten…
Ricky: “You bet, haha…”
Damon: Nee serieus, alleen al om mijn punkrock platencollectie up-to-date te houden. Ik heb één album van de Britse punkgroep The Clash, Ricky heeft gewoon alles van die gasten! Ik heb het altijd interessant gevonden om in verschillende bands te spelen en heb van iedereen wat opgestoken. Door Tod Rundgren heb ik de Paul Butterfield Band ontdekt, en zo werkt dat.
Ricky: Niks mis met prog-rock bands uit de seventies, maar de punkrock heeft de muziekwereld toen wel wakker geschud. Waarom zou je veertig miljoen akkoorden spelen als het in drie ook kan?! Dat was voor Bob Dylan en Woody Guthrie toch ook al genoeg. The Almighty ligt stil sinds 2008 want Thin Lizzy had- en Black Star Riders hebben nu mijn prioriteit. Maar wie weet gaan we ooit weer iets samen doen, en dan mag Damon ook meedoen, hihi.

Thank you guys! Phil had er altijd een hekel aan als rockbands een interview eindigde met de zin: “Come and see the band and buy all the records.” Dus eindigde hij zelf altijd in stijl met de zin: “So I’d like to say, really sincerely, Come and see the band and buy all the records.” Wat is jullie slotzin?
Ricky: “Come and see the band and buy our ONE record!”
Damon: Whahaha! We hebben echt fantastische fans, ze supporten ons hartstochtelijk bij de Black Star Riders, “and keepin’ the Thin Lizzy legacy intact!”

Ook op het eerste en enige Black Star Riders concert in de Boerderij werd weer overduidelijk het Thin Lizzy-stempel gedrukt. Ruim 400 bezoekers kregen een stevige set met afwisselend nieuw BSR werk en legendarische Thin Lizzy klassiekers te horen. Songs die in elkaar paste als een jonge adonis in een oude jas. Meegezongen door – jawel, zowel oud als nieuw repertoire – jonge meisjes vooraan bij het podium. En gespeeld door vijf muzikanten als een goed geoliede machine, met de gerespecteerde grijsaard Scott Gorham in poleposition. Inderdaad ‘The Boys Are Back in Town’. En met die gelijknamige gesigneerde (!) paperback keerden wij na afloop van dat optreden opgewekt huiswaarts. Haven’t changed, that much to say. But man I still think them cats are crazy!

Setlist BSR @ Boerderij Zotermeer Nov 3th 2013:
All Hell Breaks Loose
Are You Ready
Bloodshot
Bad Reputation
Before The War
Jailbreak
Hoodoo Voodoo
Massacre
Kingdom Of The Lost
Hey Judas
Southbound
Kissin’ The Ground
Valley Of The Stones
Emerald
Bound For Glory
Cowboy Song
The Boys Are Back In Town
Encore:
Whiskey In The Jar
Rosalie.

BSR Members:
Ricky Warwick (zang/gitaar)
Scott Gorham (gitaar)
Damon Johnson (gitaar)
Marco Mendoza (basgitaar)
Jimmy DeGrasso (drummer)

Also become a Black Star Riders Facebook fan

Nick Cave & The Bad Seeds snoeihard en ingetogen in de HMH

Geplaatst op 9 November 2013 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Heineken Music Hall, A’dam
band: Nick Cave & The Bad Seeds
openingsact: Shilpa Ray
datum: maandag 4 november 2013
review door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Giel/Larry Hirshowitz © /Getty Images ©

f084.jpg

Het was alweer ruim drie jaar geleden dat ik Nick Cave (55) live had zien optreden. Toen nog met het side project Grinderman waarmee hij destijds met zijn buddy baardmans Warren Ellis, Martyn Casey en Jim Sclavunos twee voortreffelijke albums uitbracht. Met o.a. deze bandleden toert hij momenteel weer als Nick Cave & The Bad Seeds door Europa en doen ze ook twee optredens in de Amsterdamse HMH. Dat eerste Nederlandse optreden - dat eigenlijk het 2e was omdat het concert van 17 nov. a.s. enkele weken eerder in de verkoop ging - was dus een hernieuwde kennismaking met de legendarische Bad Seeds. Jazeker, het gezelschap had afgelopen augustus ook al op het Lowlands festival opgetreden. Maar naar verluid had het gros van het aanwezige publiek daar meer belangstelling voor nietszeggende dansacts dan voor de markante alleskunner Nick Cave. De diehard Cave volgers die daar wel aanwezig waren zouden we zeker ook weer terug zien bij de twee indoor concerten, althans dat verwachtte ik…

mpuo.jpg

Ze zullen zeker weer vooraan gestaan hebben, want Cave fans zijn gematigd maar fanatiek is mijn ervaring. Gezeten op de tribune merkte ik eveneens dat Nick Cave na ruim dertig jaar voor sommige ook een soort bezienswaardigheid is geworden. “Tja, je moet hem gewoon een keertje gezien hebben begreep ik …", hoorde ik zelfs iemand zeggen. Niks mis mee, maar wel opvallend voor fans van een radicale post-punker die de artiest Cave ooit was. En als je met kinderkoortjes gaat werken vraag je er misschien zelf wel om. Zijn meest recente album ‘Push The Sky Away’ (2013) met een aantal zeer toegankelijke liedjes en de reclame acties van de concertpromotor (ik zag daags tevoren zelfs een tv-spotje op een commerciële zender voorbij komen!) zullen eraan bijgedragen hebben om ook ‘dagjesvolk’ naar de Bijlmer Bierhal te lokken. Zelf volg ik de grensverleggende singer/songwriter, dichter, schrijver en acteur al sinds de Australiër zich in de vroege jaren tachtig met de post-punk band The Birthday Party in Londen vestigde. De extreem rauwe agressieve (punk)rock stijl met bluesinvloeden en de controversiële poëtische teksten spraken mij destijds ook aan. Maar vooral zijn (murder) ballads die hij sinds de jaren negentig als een crooner - vaak achter de piano - vertolkte waren wonderschoon.

631e.jpg

Waarvan het duet met zangeres Kylie Minogue ‘Where the Wild Roses Grow’ een wereldwijde hit werd en als commercieel hoogtepunt kan worden beschouwd. Zeker geen artistiek hoogtepunt wat mij betreft maar de sfeer geeft wel goed weer hoe een morbide droefgeestige Cave sonnet klinkt. Opmerkelijk genoeg was het ook de Australische zangeres die de dag voor dit HMH optreden Nick Cave And The Bad Seeds onstage kwam vergezellen in het Londonse Koko theater. Inderdaad voor een live duet van ‘Where The Wild Roses Grow’! (zouden sommige daar wellicht ook op gehoopt hebben in de HMH?) Afijn, dus ook een zo goed als uitverkocht huis bij dit voortijdige tweede concert. Over het voorprogramma Shilpa Ray uit Brooklyn, New York ga ik niet al te veel zeggen. Haar vocale solo optreden waarin ze zichzelf begeleide met een Indian harmonium (een soort trekzak orgel) kon me niet bepaald boeien. Haar Shocking Blue ode en ongetwijfelde gulle klandizie bij de Amsterdamse coffeeshops die middag ten spijt. Met een ruime fantasie deden haar gothic burlesque klanken onderbroken door stoned gebrabbel enigszins aan Patti Smith denken, maar dat niveau haalt Shilpa bij lange na niet. Misschien dat ze met haar vaste begeleidingsband Her Happy Hookers wel overtuigend overkomt.

6ysy.jpg

‘We No Who U R’ de eerste track van het nieuwe Nick Cave & The Bad Seeds album ‘Push The Sky Away’ was ook de ingetogen opener van dit live concert. “Tree don’t care what the little bird sings / We go down with the dew in the morning light…", op typische Cave wijze werd de tekst van deze ballade nog vrij onbewogen en stak in het pak staand gecroond. Begeleid door een zeskoppige band waarvan Warren Ellis voor deze gelegenheid de dwarsfluit bespeelde. Vervolgens één van de mooiste songs van dat laatste album, ‘Jubilee Street’. Door de fenomenale monotone energieke opbouw komt de band hiermee langzamerhand los. Ook de spanningsboog in Cave’s verhaal (over: “a girl named Bee”) neemt intens toe tot een ultieme climax, nu al. Nick Cave spookt met de armen en benen wijd gespreid van links naar rechts over het podium waarbij door zijn schaduw een al dan niet bedoeld schimmenspel op de rechter wand van de HMH verschijnt. Hij smijt tijdens de slotakkoorden zijn microfoon met een boog naar achteren (en zou dit gedurende de avond nog een paar keer doen). Daarna een kakofonie van geluid in ‘Do You Love Me?’ en ‘Tupelo’, waarbij mijns inziens zelfs voor Cave begrippen het volume wel erg hoog werd opgeschroefd. Het tergde niet alleen de trommelvliezen van het publiek maar ook van Cave zelf. Tijdens ‘Tupulo’ sprong hij geschrokken als gebeten door de Mexicaanse hond terug van een uitlooppodium tussen het publiek de mainstage op, omdat de audio feedback het welbekende irritante rondzingen veroorzaakte.

3q68.jpg

En terwijl de stagetechnicus zijn handen vol had aan het geluid en aan de strapatsen van Cave maakte de zanger zelf zich er handig vanaf met een grap. Oók dat is Nick Cave; cynisch maar positief. Zo hoorde we hem in de concertkraker ‘Red Right Hand’ met het kenmerkende orgel- en klokkenspel geluid al zingend een gepaste opmerking maken over de vele iPhones die hem omringde. Zijn zwarte humor komt ook terug in de song ‘Mermaids’: “I believe in God, I believe in mermaids too, I believe in 72 virgins on a chain (why not, why not)". Hij toont letterlijk zijn spierballen en pareert tijdens één van de weinige stiltemomenten tussen de nummers door een “deepthroated lady” in het publiek met: “please don’t make any noise it’s distractive!” Na ‘From Her to Eternity’ van de gelijknamige debuutplaat uit 1984 volgt ‘West Country Girl’ van het tiende studioalbum ‘The Boatman’s Call’ (1997). Een song uit de nadagen van zijn relatie met zangeres PJ Harvey. Dan kruipt Cave achter de zwarte piano om ‘God Is In The House’ te spelen. “Haven’t done it for a while” zegt hij, “Halleluja!” is een reactie uit de zaal. Het gaat te ver om het concert vanaf hier het predicaat religieus mee te geven maar hemelsmooi en devotioneel waren de pianoballads zeker.

f5qo.jpg

‘Love Letter’ uit 2001 is één van de mooiste liefdesliedjes ooit. Het smaakte naar meer met als gevolg diversen verzoeken vanuit de zaal. “I wrote 260 songs and have only 14 on this shortlist” zegt Cave, dat beide getallen overigens niet kloppen deed verder geen afbreuk aan de rake badinerende opmerking. ‘Watching Alice’, eenvoudig en simpel maar mooi. De tekst welhaast voyeuristisch en weer begeleid door Warren Ellis op de dwarsfluit. Bij ‘Higgs Boson Blues’ sluipt de zwarte panter weer als een hongerig roofdier richting publiek vooraan. Hij laat zich betasten, meisjes gillen en Cave fulmineert: “Can you feel my heartbeat doctor?!” Ed Kuepper laat zijn gitaar tergend janken en Ellis en de andere Bad Seeds teisteren eveneens hun instrumenten en zingen angstaanjagend de achtergrond vocalen. Ook sociologische waarnemingen in deze song met daarin Miley Cyrus en haar Hannah Montana-imago als stijlfiguren: “Miley Cyrus floats in a swimming pool in Toluca Lake / And you’re the best girl I’ve ever had". Dan toch weer achter de piano (waarom ook niet?) voor ‘Into My Arms’! Samen met ‘The Ship Song’ (helaas niet gespeeld die avond) dé mooiste van al die mooie Cave ballads wat mij betreft. Het prachtige album ‘Abattoir Blues/Lyre Of Orpheus’ (2004) komt gelukkig ook aan bod met ‘Hiding All Away’. Tijdens ‘The Mercy Seat’ gaat eindelijk het colbert uit om de mouwen nog eens flink op te stropen voor een zinderend sluitstuk.

m5s7.jpg

Bij het horen van de onweerstaanbare basklanken door Martyn P. Casey weten we hoe laat het is: ‘Stagger Lee’ tijd! Ondanks (of misschien wel dankzij) de shocking lyrics is deze Cave klassieker afgelopen jaar eens te meer publiekslieveling gebleken op festivals als o.a. Lowlands en Glastonbury. De rap-achtige Murder Ballad uit 1995 heeft al heel wat vrome wenkbrauwen doen fronsen maar staat bol van sarcasme. Met de keyboardklanken van het titelnummer van ‘Push The Sky Away’ (en zonder kinderkoor dus) wordt het concert uitgeluid. “And some people say its just rock n roll / Aw, but it gets you right down to your soul", de zinsnede is een mooie samenvatting van wat we tot nu toe te horen kregen. Maar, ondanks dat een aantal bezoekers het al voor gezien houden, komt er meer. ‘We Real Cool’ is het zesde PTSA nummer dat we als eerste van vijf toegiften te horen krijgen. Inclusief de huiveringwekkende yell en de inmiddels onvermijdelijke Ellis dwarsfluitklanken in de outro. Voor de volgende song gaat Cave met de band in overleg of het wel verstandig is om die te spelen, omdat het tijden geleden is dat die live werd gedaan. Met de woorden “it’s destined for disaster” beginnen ze er toch aan. En gelukkig! Want het is wederom weer één van de mooiste tracks van ‘Abattoir Blues/Lyre Of Orpheus’ die volgt. Met zijn karakteristieke lage sexy stem zingt hij ‘Babe, You Turn Me On’. De slotwoorden “Like an idea / Like an Atom bomb!” gevolgd door de ingehouden imitatie van een ontploffing zijn overweldigend en grappig tegelijk.

bwyd.jpg

Dan ‘Papa Won’t Leave You, Henry’ van het conceptalbum ‘Henry’s Dream’ uit 1992 en natuurlijk ‘Deanna’. De tweede singel van het Bad Seeds album ‘Tender Prey’ uit 1988. Met het aanstekelijke orgeltje een eenvoudige rock and roll song op het eerste gehoor maar een tekst met ongebreideld sadisme dat inmiddels niet meer als verrassing komt. Wel een verrassing was het allerlaatste nummer van deze show’, het nieuwe ingetogen nummer de pianoballad ‘Give Us a Kiss’. Oké, het lied beleefde zijn live première in de Londense Hammersmith Apollo enkele dagen eerder. Maar het was toch een unieke beleving om deze nieuwe Cave-song voor het eerst live te mogen horen! “If you want me to burn / I will". Nick Cave ten voeten uit; take it or leave it but never underestimate the power of his songs. Een prachtige avond met nieuw werk, snoeiharde alternatieve rock met blues invloeden, signature tunes en mooie (onverwachte) ballads. Het concert op 17 november in de HMH is reeds uitverkocht maar het nieuwe 4e officiële live album van Nick Cave & The Bad Seeds – ‘Live from KCRW’ zal begin december verschijnen. De opnamen zijn eerder dit jaar op 18 april gemaakt onder leiding van Bob Clearmountain tijdens de live KCRW sessions in de Apogee Studio in Los Angeles.

c8dr.jpg

Lees ook nog eens onze Grinderman concert review:
smakelijke sound als een dikke hete brei!
En zie ook:
Nick Cave schrijft scenario en soundtrack voor ‘Lawless’.

The Bad Seeds are:
Nick Cave – vocals, keyboards, piano
Warren Ellis – tenor guitar, violin, loops, fluit, backing vocals
Ed Kuepper – guitar, vocals
Conway Savage – keyboards, backing vocals
Martyn P. Casey – bass
Barry Adamson – drums, percussion, keyboards, backing vocals
Jim Sclavunos – drums, percussion, backing vocals

vwft.jpg

Setlist:
We No Who U R
Jubilee Street
Do You Love Me?
Tupelo
Red Right Hand
Mermaids
From Her to Eternity
West Country Girl
God Is In The House
Love Letter
Watching Alice
Higgs Boson Blues
Into My Arms
Hiding All Away
The Mercy Seat
Stagger Lee
Push the Sky Away
Encore:
We Real Cool
Babe, You Turn Me On
Papa Won’t Leave You, Henry
Deanna
Give Us a Kiss.

12e Blues aan Zee festival: opwindend in vele tinten blauw!

Geplaatst op 6 November 2013 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: De Noviteit in Monster Westland
evenement: 12e Blues aan Zee festival
datum: zaterdag 3 november 2013
review & filmpje door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone?

Met vier genomineerden, inclusief een winnend duo, was het Blues Aan Zee festival in Monster afgelopen zaterdag eigenlijk een soort van Dutch Blues Challenge 2013 ‘revival’. Tel daar ook nog eens bij op: een genomineerde voor de Amerikaanse Blues Music Awards 2012 én de ‘Best Band Award winners’ van de British Blues Awards 2013, dán mag je gerust spreken van een selectie artiesten uit het hoogste internationale Blues segment! Een goedkeurende uitroep m.b.t. de programmering was daarom op voorhand al op zijn plaats: chapeau! Dit uiteraard niets ten nadelen van twee spetterende jive & swing acts, een Vlaamse roots- en blues virtuoos, twee solide bluesrock bands, een Zeeuwse veteraan met ervaren bemanning, en een stel rockabilly excentriekelingen. Want ook zij maakte deel uit van de bonte k(l)eur aan artiesten, die de 12e editie van het BAZ festival tot wederom een zéér geslaagde maakte! Dit door opwindende live roots- en bluesmuziek in vele tinten blauw, op vier verschillende podia. Wat weer zorgde voor ouderwetse gezelligheid in de Noviteit! Zoals dat gebruikelijk is in onze verslagen gaan we uitgebreider in op de acts die we ook echt deels of helemaal gezien hebben.

Al om acht uur ’s avonds mocht het Jump & Jive gezelschap MessAround het bal openen. ‘Goed gearrangeerde Jumpin´ Jivin´ Rhythm & Blues met een vleugje Rock & Roll en een snufje Jazz’, zoals ze het zelf omschrijven. En dat was het zeker! Met herkenbare composities van o.a. Louis Prima, Ray Charles, Louis Jordan, J.D. McPherson en Roomful of Blues kregen deze zeven mannen plus een dame The Chappel al vroeg aan het heupwiegen. Sfeervolle gitaarklanken vermengd met piano door spetterende koperklanken ondersteund. Swing was the thing! Zoals dat later op de avond in de kapel ook nog door The Antones zou blijken, eveneens met een eigen vijftiger jaren jump, jive & swing sound. Maar dan met een stevige frontman (Marc Bocken) en een dito geluid.

En ook op The Mainstage was het swingen geblazen met authentieke jaren 40 en 50 rhythm & blues en rock ‘n’ roll door 44 Shakedown. Een band waarin ook de saxofoons (door Tim Blonk en Lodewijk Reijs) en de contrabas (Marcel van de Zee) op smaakvolle wijze worden bespeeld. Aram Stoop (zang, gitaar) en als drijvende kracht de Westlander Ben van Anrooy op drums completeren dit kwintet. De strak in het pak gestoken dansclub in het publiek was niet voor niets gekomen. Stil zitten was geen optie op de klanken van deze groovy jumpblues. Met enige trots werd terug gedacht aan februari 2010 toen onze reporters van The Blues Alone? deze band voor het eerst in deze formatie zag optreden in muziekcafé Stars ‘n Bars te Delft. Bijna vier jaar en een goed ontvangen debuutplaat ‘Atomic Jump’ verder, is 44 Shakedown niet meer weg te denken uit de Nederlandse rock ‘n’ roll en rhythm & blues scene.

De bluesrock verrassing van de avond was voor ons het Rotterdamse trio Lino & Friends in de kelder, The Cotton Club genaamd. Marcellino Vishnudatt loopt als toetsenist en (backing) zanger al een tijdje mee in de muzikantenwereld en hij geeft les op het Rotterdams Conservatorium. Maar ‘Lino’ speelt ook bluesrock gitaar als de beste! Bescheiden als hij is verontschuldigde hij zich zelfs voor zijn beperkte slide guitar spel, omdat dit nog nieuw voor hem was. Ook stond hij soms een beetje warrig tussen de nummers door met de knoppen te kloten, maar de groove was onmiskenbaar daar. Dat kwam zeker ook door de bijdragen die bassist Carlos Breton Aguilar leverde. Hij heeft zijn sporen voornamelijk verdiend in latin bands waarmee hij vaak was te zien op de podia tijdens Zuid-Amerikaanse festivals in Rotterdam. Ruben van Boven is de drummende duizendpoot van de Friends. Hij is heel lang actief geweest als sessiemuzikant, maar ook hij heeft een exotische muzikale achtergrond in latin formaties en funk bands. Samen met bassist Carlos vormt hij inmiddels 15 jaar lang deze swingende ritmetandem, en dat was te horen ook! Met ongepolijste blues-, rock- en funkgrooves werden eigen nummers en het betere coverwerk (BB King, Jimi Hendrix) opgepimpt door dit trio. Respectvol was het eerbetoon ‘I’m Waiting For My Man’ aan de vorige week overleden Lou Reed, die voor hem - zoals voor velen muzikanten en muziekliefhebbers - een jeugdidool was.

En over bescheidenheid gesproken; nodig een Belg uit en verzeker u van een toffe avond! Op het BAZ festival was dat Wouter Celis, beter bekend als Doghouse Sam, solo welteverstaan. Want deze vriendelijk (en dus bescheiden) Vlaming kennen we ook uit zijn huidige formatie the Magnatones en voordien uit bands als de Rhythm Bombs en The Seatsniffers. Doghouse Sam is een multi-instrumentalist met een veelzijdige straffe stem waarvan ze zelfs in Wallonië onder de indruk zijn. Is Sam hierdoor een gearriveerde Belg? Zeker en vast niet! Zijn éénmans optreden in The Juke Joint was spontaan en plezant, vol van goesting zo gezegd. Al vooraf bij het prepareren van zijn gitaren, mondharmonica en microfoons sprak hij ons gelaten toe “echt maar één ding tegelijk te kunnen". Al zou later blijken tijdens het musiceren en ondertussen tappend op zijn foot stomp board dat dit toch écht anders was. Rudimentaire eenvoud op basis van tonnen energie en spelplezier, zoals een Vlaamse collega het eerder omschreef. En dat is juist, want de akoestische Belgische bayou blues verveelde geen moment.

Onze bebaarde Amerikaanse vriend Ben Prestage deed daar later die avond in de kleinste zaal The Juke Joint nog een schepje bovenop. Net als Doghouse Sam is Ben ook een multi-instrumentalist maar dan compleet met een traditionele one-man-band. Hij is voor 21 dagen in Nederland en doet daarin 20 optredens, zo vertelde voormalig straatartiest Ben Prestage ons vooraf. Ook liet hij weten dat zijn nieuwe CD zo goed als klaar is en dat die in januari 2014 zal uitkomen. Een aantal nieuwe songs kregen we al te horen tijdens dit festival optreden dat maar liefst anderhalf uur mocht duren! Hierbij bediende hij zich achtereenvolgens en soms op verzoek van de akoestische gitaar, de cigar box guitars, Dobro resonatorgitaar en de elektrische Fender. Dit onder toeziende blikken, luisterende oren maar vooral kriti-komische commentaren van een aantal Westlandse medemuzikanten voorin de zaal.

Ben had er alleen maar schik in en bood ze stuk voor stuk van luchtige repliek. Met hier en daar een Nederlands woord of opmerking gepaard gaande met een aanstekelijke lach. Ondertussen flesjes water ("a little water") en glaasjes whisky ("a Little Walter") achterover slaand. Geboren in Mississippi en opgegroeid bij de swamps van South Florida is Ben Prestage van nature natuurlijk al doorweekt met Blues tradities. Dus is het eigenlijk geen wonder dat het optreden van de Bluegrass artiest met zijn gitaren, drums, percussie en harmonica veel waardering oogstte. Zijn traditionals (o.a. van Willie Dixon, Blind Boy Fuller, Son House, Howlin’ Wolf) bracht hij bevlogen, de gospels met duivelse bezetenheid en zijn Johnny Cash country interpretatie inclusief Elvis uitstapje (op speciaal verzoek) was prachtig! En in een ballad die op het nieuwe album zal verschijnen hoorden we naast Ben gitarist, Ben bassist, Ben Drummer en Ben Blueszanger zelfs Ben the Soulman!

Het semi-akoestisch blues duo Herbie & the Guitar Guy mochten zelfs twee keer optreden dit festival. Eerst in The Juke Joint en vervolgens tegen middernacht nog een keer als afsluiters in The Cotton Club. Dit omdat singer-songwriter Mattanje Joy Bradly het helaas door een misverstand buiten haar schuld af moest laten weten. Harbert Grezel (Herbie) en Henk de Ruiter zijn net als Doghouse Sam ook soms met een band actief. Dit winnende duo zal ons land gaan vertegenwoordigen in the World Blues Challenge te Memphis met hun blues, ragtime en swing composities op oorspronkelijke wijze. Ook weer gespeeld met gitaar, mondharmonica en footstomp. Van hun Juke Joint optreden hebben we een glimp opgevangen, het kelder optreden moesten we laten schieten. Wel waren we daar bij de tweede act op het Cotton Club podium.

Uit het Oosten van ons land komen regelmatig goede blues(rock) bands. The Veldman Brothers kent iedere rechtgeaarde bluesfan en vorig jaar zagen we op deze locatie Jennifer Bomert met de JennBBlues Band nog schitteren. Ook deze editie was er een zangeres met de naam Jenn present. De imposante zangeres Jenny Visser met haar Bluesband Nuts uit Vroomshoop hadden ballads en bluesrock classics op hun repertoire staan dat bestond uit eigen werk en covers. En in de paar nummers die we gehoord hebben klonken zelfs funk- en jazz invloeden door. Omdat de knusse kelder volliep met nieuwsgierige bezoekers - die zich ook vol lieten lopen met bier - en wij boven de boot niet wilde missen zijn we bij Nuts slechts kort aanwezig geweest.

En zo monsterde we dus in volle vaart aan bij The Mainstage voor Schipper en Bemanning met aan het roer de van herkomst Zeeuwse Kees Schipper. Beroep: zanger/gitarist/popdocent en coach van de Popcorner in Breda. Favoriete bezigheden: optreden, vissen en luieren. Persoonlijk motto: doe veel voor een ander, dan krijg je ook veel terug. Hét prototype bluesman dus! Zestigplusser Kees Schipper is al bijna vijf decennia als muzikant onderweg en sinds 2011 aan de 3e vaart bezig van Schipper en Bemanning. De 1e ronde duurde een jaar of vier vanaf begin jaren tachtig en de 2e ronde vanaf halverwege de jaren negentig t/m 2002. Onze goede vriend en bluestraveller Aart was speciaal met vrienden uit Zeeland over gekomen om voor de tweede opeenvolgende dag te genieten van de steamrolling blues rock (o.a. Boom Boom, Mystery Train, Skips Blues en sterk eigen werk) door zijn streekgenoten, én van de unieke ambiance in Westland aan zee natuurlijk.

Daarna nog gauw even naar de kapel voor de laatste mis van deze dag daar door Liptease & the Backstreet Crackbangers Met als ‘voorgangers’ een stoere en sexy groep van rockabilly excentriekelingen met drie Pinup girls als zingende en swingende eyecatchers. Candy Randy, Foxy Sjharlie en Wild Cat Katie gaven een ware showrevue met de charleston als showdans weg. Met voornamelijk remakes van bestaande nummers in een oud maar vertrouwd Rockabilly jasje gestoken, wisten ze het uitgelaten publiek kostelijk te vermaken. En dat ging van ‘Move Like Jagger’ tot aan ‘Johnny B Good’ met amusante bumpers als onderbrekingen. Met de Chuck Berry klassieker als slotsong kregen ze de aanwezigen zelfs letterlijk op de knieën. En op de wijze zoals de avond op dit podium begon eindigde die ook, want wederom was swing hét ding!

King King uit Schotland is de band van Alan Nimmo, hij die vorig jaar nog met zijn broer Stevie op hetzelfde podium The Mainstage een onvergetelijke show bracht. En zo ontstond bij de organisatie terecht de gedachte ‘dat smaakt naar meer!’ Zanger/gitarist Alan heeft met bassist Lindsay Coulson, ‘Drummer of the Year’ Wayne Proctor en de Nederlandse keyboard player Bob Fritzema (in de UK is dat Bennett Holland) werkelijk een topband om zich heen verzameld. Hiermee komt Nimmo’s technische virtuositeit op de Fender en Gibson gitaren, en zijn gepassioneerde zang nog meer tot zijn recht. De King King sound is een onweerstaanbare smeltkroes van invloeden uit de blues, rock, funk en soulmuziek. Het resultaat is een geluid dat energiek, krachtig en onweerstaanbaar is. Bovendien is de karakteristieke Schot (met kilt!) een entertainer pur sang.

Zonder veel woorden maar met veel indrukwekkende live daden weet Alan het publiek te vermaken en te doen verbazen, of doen meezingen en zwijgen (gitaarsolo zonder versterking) tegelijk. Meer dan terecht zwaait Koning Nimmo momenteel - bekleed met tal van onderscheidingen - de scepter in Bluesland, én was King King de Top of the Bill van dit 12e Blues aan Zee festival. Ook hun nieuwe album ‘Standing In The Shadows’ (Manhaton Records HATMAN 2031) is absoluut een aanrader. Getekende exemplaren zijn te bestellen in de online King King ’store’! Wij maakte het allemaal live mee bij Blues Aan Zee!

De line-up:

THE CHAPPEL
MessAround
The Antones
Liptease & the Backstreet Crackbangers

JUKE JOINT
Doghouse Sam solo (B)
Herbie & the Guitar Guy
Ben Prestage (USA)

THE COTTON CLUB
Lino & Friends
Bluesband Nuts
Herbie & the Guitar Guy (reprise)

MAINSTAGE
44 ShakeDown
Schipper en Bemanning
King King (Schotland)


[Frankie Bluescruiser was één van de presentatoren
van het 12e B.A.Z. Festival]