Archief voor de maand October 2013

Israel Nash Gripka is de onbetwiste Americana herfsttopper

Geplaatst op 26 October 2013 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Paard van Troje (Kleine Zaal), Den Haag
artiest: Israel Nash Gripka
support: Branson Thorpe Anderson
datum: vrijdag 25 oktober 2013
review & vids & pics: Giel van der Hoeven
foto’s: José Gallois
voor: The Blues Alone?

Het woord ‘herfst’ wordt wel beschouwd als een van de moeilijkste rijmwoorden in de Nederlandse taal. Drs. P deed in een gedicht ooit een poging en kwam ook niet verder dan het enigszins gemankeerde woord ‘driewerfst’. Vanwaar deze op het eerste gezicht irrelevante introductie vraagt u zich wellicht af? Wel hierom, de Amerikaanse zanger-liedjesschrijver Israel Nash Gripka (32) heeft onlangs een plaat uitgebracht ‘Israel Nash’s Rain Plans’ die als echte herfsttopper bestempeld kan worden. Een album met negen overwegend sombere liedjes die perfect bij dit jaargetijde passen. Niet geheel toevallig was zijn Europese tour dan ook gepland in dit najaar waarbij de vriendelijke maar soms stugge Amerikaan voor vier optredens ook ons land aandeed. Wij waren erbij in het Paard van Troje in Den Haag alwaar de immer onrustig ogende Gripka ons - zoals het een overgangsseizoen betaamd - zowel warme als koude rillingen bezorgde.

Branson Thorpe Anderson
Maar alvorens Nash Gripka en zijn kwartet het podium van de kleine zaal in het Paard zouden betreden konden we eerst nog genieten van een interessante supportact. De jonge Amerikaanse singer-songwriter Branson Thorpe Anderson groeide op in Moapa Valley, Nevada. Aangemoedigd en gesteund door zijn broer Cannon (die ook regelmatige met hem optreedt) begon hij op 17-jarige leeftijd eigen liedjes te schrijven. Dat dit geen vergissing is geweest en Branson het helemaal niet onverdienstelijk doet, bleek wel tijdens zijn korte gig in het Paard. Dat deze jongman die gezegend is met een mooi eigen stemgeluid muzikaal ook nog zoekende is bleek eveneens. Hij lijkt vooral nog op zoek te zijn naar een eigen stijl en passend repertoire, en vliegt nu heen en weer tussen folk, country, blues en rock-’n-roll. Waarbij hij zelf zowel Bob Dylan, Hank Williams en Jack White als invloeden vermeld. Eén ding is wel zeker: Anderson is (of imiteert) geen bluesveteraan en heeft een eigen gezonde visie. Dit getuige de tekst die op zijn akoestische gitaar staat geschilderd: “Ain’t seasick, ain’t blind". Extra vermeldenswaardig was het duet dat Branson Thorpe Anderson met Tess van der Zwet zong: ‘Long Legged Guitar Pickin’ Man’ van Johnny Cash en June Carter. Temeer omdat deze zangeres van de melodische powerpop band Dahl momenteel ook PR-dame is voor het Paard van Troje. Eervol te gast in eigen huis dus.

Rain Plans set
Wat doe je als artiest wanneer je net een nieuwe plaat uit hebt? Dan speel je dat album live ook integraal! En dat zouden meer artiesten moeten doen, het getuigt van geloof in je nieuwe songs en vertouwen in je eigen kunnen. En je moet overtuigd zijn van de kwaliteiten van je begeleidingsband uiteraard. Maar ook daar heeft Nash Gripka niets over te klagen. Met Eric Swanson op de pedal steel en elektrische gitaar, Aaron McClellan op basgitaar, Joshua Fleischmann als drummer en sologitarist ‘hired gun’ Nick Lee kregen we een uitgebalanceerde set met zestien prachtige elektrische songs te horen. Alle vier de heren namen afwisselend ook de achtergrondzang of gelijktijdig de harmoniezang op een uitstekende wijze voor hun rekening. In uitsluitend slow- en midtempo songs waarin de verhalende teksten minstens zo belangrijk zijn als de muziek zelf.

Gitaareffecten
Gripka die opgroeide in Missouri werd na zijn debuutalbum ‘New York Town’ (2009), en in nog grotere maten na de opvolger ‘Barn Doors and Concrete Floors’ (2011) als grensverleggend Americana artiest beschouwd. Zelf heeft hij steeds beweerd de authentieke muziekstijlen als rock, folk en country (wat eigenlijk gewoon bestanddelen van Americana zijn) zeker niet te schuwen. In ieder geval was er afgelopen vrijdag in het Paard geen akoestische gitaar, piano, banjo, mandoline of viool te bekennen. Alleen bij ‘Who in Time’ werd door Israel de mondharmonica beugel even omgehangen. We kregen dus een elektrisch en overwegend vinnig concert opgedist. Dit mede door toedoen van gitarist Nick Lee, die met zijn gitaareffecten voortgebracht via een groot assortiment pedalen, een belangrijke stempel op het totaalgeluid drukte.

Ruwe pareltjes
In dat opzicht wijkt een Nash Gripka live optreden misschien af van het geluid op zijn studioplaten, maar de zweverige sfeer en het onmiskenbare roots gehalte blijft ontegenzeggelijk aanwezig. Met als trademarks Gripka’s gritty voice die soms aan John Fogerty doet denken, de fijne harmoniezang, de pedal steel guitar en het reeds genoemde indringende gitaargeluid door beide gitaristen (en bij enkele songs zelfs door drie man). De negen ‘Rain Plans’ songs zijn live dus ook pareltjes maar dan ruw en onbewerkt. Sommige ook minder actueel dan het aanvankelijk lijkt, want de titeltrack ‘Rain Plans’ werd al langere tijd live gespeeld en ‘Rexanimarum’ stond reeds als ‘Jimmy Brown’ op de EP die eerder dit jaar tijdens Gripka’s tour te koop was. De overige nieuwe songs werden gedisciplineerd maar soepeltjes door de band gespeeld, waarbij Nash Gripka met grove motoriek afwisselend zijn witte Gibson en donkerrode Gretch bespeelde.

Recharged
Pas na het vierde nummer richt de enigszins schuchtere Nash Gripka zich met een paar woorden tot het publiek. Dat het geen prater is wisten we al, maar de forse en bebaarde muzikant wil de gelegenheid tot complimenteren niet aan zich voorbij laten gaan. Want het Europese - en met name Nederlandse - publiek is de laatste jaren zeer genereus naar hem geweest. Zijn concerten zijn weliswaar kleinschalig maar worden doorgaans goed bezocht. En ook zijn CD’s, LP’s en EP’s worden hier verhoudingsgewijs goed verkocht. Hij had er dus zin in, zo wist hij ons te melden en hij was na de opname sessies in zijn ranch op het platteland net buiten Austin Texas weer helemaal ‘recharged’. Met volle batterij en nieuwe energie werd na de Rain Plans set dus ook het tweede deel van de show afgedraaid. Wederom sferisch maar beweeglijk als een schijfje stereofoto’s in een View-Master systeem (en zo’n retro apparaatje was als gadget ook bij de merchandiser verkrijgbaar).

Najaars storm
Die beleefdheidsbetuiging en de bekendere songs verhoogde de betrokkenheid en interactie met het publiek. En met nog vier tracks van ‘Barn Doors and Concrete Floors’ in de picture steeg het intieme optreden daarom dan ook naar een hoog niveau. Met de voormalige concertopener ‘Goodbye Ghost’ en de slow countryrock song ‘Antebellum’ waarin Nick Lee zijn Fender op Neil Youg-achtige wijzen mocht laten janken. En ‘Louisiana’ en het folky ‘Drown’ die zonder viool en andere akoestische instrumenten ook best goed te verhapstukken waren. ‘Parlor Song’ was splinternieuw en zelfs nog niet eerder op EP of op een obscure live CD uitgebracht. In de curfew-less encore geen coversongs dit keer maar wel ‘Fool’s Gold’ en ‘Baltimore’, beide ook van de ‘Barn Doors’ CD.

Wist je trouwens dat ‘Gripka’ ook best een lastig woord is om op te rijmen? Tja! Verder van geen betekenis hoor, en dit in tegenstelling tot Gripka’s prachtige nieuwe plaat en het geweldige Paard concert van afgelopen vrijdag. Laat de najaars stormen maar razen, met deze muziek komen wij de winter wel weer door.

Setlist:
Woman at the Well
Through the Door
Just Like Water
Who in Time
Myer Canyon
Rain Plans
Iron of the Mountain
Mansions
Rexanimarum (Jimmy Brown)
Goodbye Ghost
Antebellum
Louisiana
Drown
Parlor Song
Encore:
Fool’s Gold
Baltimore

Lees hier een exclusief interview dat TBA? in 2012 met Israel Nash Gripka had.

Nick Waterhouse is een stijlvolle R&B perfectionist [interview]

Geplaatst op 13 October 2013 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Nick Waterhouse [Facebook]
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer © The Blues Alone?
filmpje: Giel
locatie: Ribs & Blues Festival 2013 in Raalte
datum: zondag 19 mei 2013

Hij ziet eruit als een fotoportret uit een Amerikaans jaren vijftig high school yearbook. En bij de eerste aanblik doet hij denken aan Buddy Holly (voor de oudere kijkers) of Elvis Costello (voor de wat minder oudere kijkers). Maar voor de jeugdige kijkers en luisteraars is deze pas 27-jarige muzikant en producer uit Los Angeles, Californië: gewoon Nick Waterhouse. Sinds 2010 voornamelijk in the Orange County underground music scene bekend als zanger en gitarist die eigen composities schrijf en muziek maakt met sterke invloeden uit de oude rhythm & blues, jazz en soulmuziek. Zijn debuutsingle ‘Some Place’ kwam volledig zelfstandig tot stand. Opgenomen met een gelegenheidsband the Turn-Keys (featuring Ira Raibon van the Fabulous Souls op de saxofoon). Zelf gemixt en gemasterd en vervolgens met de hand geperst op vinyl en verpakt om het in beperkte oplage uit te kunnen brengen op zijn eigen PRES imprint label. Het zwarte schijfje is inmiddels een gewild collectors item onder de fans geworden en gaat voor veel geld van hand tot hand. Na de release van zijn debuut album ‘Time’s All Gone’ in het voorjaar van 2012 - uiteraard weer verkrijgbaar op vinyl - is hij standvastig van zins om met zijn eigen vaste backing group The Tarots ook de rest van de Verenigde Staten én Europa te veroveren met zijn New Breed R&B geluid. Vandaar dat ze in mei en juni van dit jaar in verschillende landen van Europa optraden, waaronder op het Ribs & Blues festival in Raalte. Een interview met R&B prodigy Nick Waterhouse.

Hallo Nick, we zijn nu op het Ribs & BLUES festival. Je hebt eens gezegd dat bluesartiesten zoals John Lee Hooker, Mose Allison, Booker T & The MG’s en Van Morrison ook van invloed waren op je eigen muzikale ontwikkeling. Maar zitten er nu eigenlijk nog wel blues elementen in de swingende rootsmuziek die jullie nu spelen?
- Jazeker! Naar mijn mening is alle Amerikaanse rootsmuziek gebaseerd op de blues. Kijk, verwacht van ons geen standaard 12-matige bluesschema’s maar ik ben meer geïnteresseerd in de beat, het ritme is één van de belangrijkste ingrediënten van de bluesmuziek. De blues is muzikaal geëvolueerd tot een sound met instrumentale improvisaties en veel soleren. Maar de up-tempo variant van de blues spreekt mij meer aan, de house party music dat later bekend zou worden door genres als rhythm-and-blues en rock-’n-roll. “So there’s a blues-feeling all over what I do!” en dat zal er ook niet meer uitgaan want het zit ook in de meeste muziek die ik zelf goed vind.

Amy Winehouse is niet meer helaas, maar de old-style soul en R&B revival gaat gewoon door via muzikanten als Adele, Charles Bradley, Sharon Jones en Aloe Blacc. Wat kan een jongeman uit Huntington Beach, Californië daar muzikaal nog aan toevoegen?
- Ik doe gewoon mijn eigen ding en denk weinig gemeen te hebben met de artiesten die jij noemt. Ik speel rechtstreeks vanuit mezelf en mijn eigen cultuur en gebruik niet bewust een stijl uit een eerder muzikaal tijdperk. Dit is wie ik ben en zoals ik klink.

Je vader was brandweerman, de droom van ieder kind! Maar jij ging als kind van 12 jaar gitaar spelen en begon in 2002 aan een carrière als gitarist en singer-songwriter met de band Intelligista. Wat heb je in je jeugd van je ouders opgestoken waar je nu iets aan hebt als muzikant?
- Ik heb geleerd om stevig in mijn schoenen te staan. En de directheid die nodig is in bepaalde situaties. Mijn vader heeft als brandweerman geleerd te overleven en heeft andere mensen geholpen om te overleven. Op een bepaalde manier doe ik dat nu ook, want als muzikant kom je soms in ongewenste situaties waarin je goed moet kunnen anticiperen. Ook mijn moeder was goed onderlegd, ze leerde me kritisch te zijn en op de lange termijn te denken. Niet zozeer om aan carrièreplanning te doen maar meer om nuchter te blijven en geduld te hebben op het creatieve vlak. En ik denk dat ik daar nu ook mijn voordeel mee doet op het gebied van componeren en arrangeren.

Waren ze ook muzikaal?
- Nee, dat niet. Ik kreeg een trompet toen ik acht jaar was en heb er drie jaar op gespeeld. Ik heb echt lang moeten zeuren om een gitaar te krijgen. Uiteindelijk hebben ze die trompet maar ingeruild voor een goedkope gitaar, “a piece of junk” maar ik heb hem nog steeds. Hij lijkt op een Epiphone Les Paul maar is niet eens van echt hout gemaakt, ha ha. Maar goed, door veel naar muziek te luisteren en te repeteren kreeg ik het gitaarspelen aardig onder de knie en belandde als tiener met het combo Intelligista in de underground muziekscene van Orange County waaruit later ook artiesten voort kwamen als Ty Segall, Mikal Cronin, The Growlers, The Japanese Motors en de Cold War Kids. Nu speel ik weliswaar op nog oudere maar kwalitatief betere apparatuur, een vintage electric Martin uit 1963 en ik gebruik 60’s Ampeg and MegaTone versterkers.

In de USA speelde je live met een arsenaal aan muzikanten en back-up zangeressen (je personeel). Veelal geleend uit de rangen van de vele bands die Los Angeles en San Francisco rijk zijn. Hier ben je met de backing group The Tarots, blijft dat zo?
- Nu ik weer aan het toeren ben heb ik met de The Tarots een redelijk vaste line-up met Jack Payne (bass), Jeff Luger (drums), Tim Hill (piano, baritone sax), George Schafer (tenor sax) en de dames Erin Harris en Brit Manor als backing vocals. Soms speelt er ook een percussionist mee. Het arsenaal aan muzikanten waar je het over hebt noemde ik altijd ‘my staff’. Die bestond uit o.a. Ty Segall, de Allah-Las leden Spencer Dunham en Pedrum Siadatian en een voormalig bandlid van Earth, Wind and Fire. Dat was ook leuk want met verschillende muzikanten blijven de optredens ook afwisselend. The Tarots zal als zodanig wel de backing group van Nick Waterhouse blijven, maar als je Little Richard zag, zag je ‘The Upsetters’, vergelijk het daar maar een beetje mee.

En de female back-up singers blijven The Naturelles heten?
- Nee, Erin en Brit zijn ook gewoon Tarots. The Naturelles heb ik opgericht toen we het album ‘Time’s All Gone’ gingen opnemen en is vernoemd naar de leadzangeres Natalie Alyse. Ook dames als Allison Louie, Paige Sargent en Lea Wig deden op het album mee, maar live dus niet.

De in 2010 zelf uitgebrachte 45 rpm vinyl single ‘Some Place’ was in een mum van tijd uitverkocht. En wordt nu zelfs voor meer dan $100 op eBay aangeboden. Is dat eveneens een doel voor je geweest, behalve goede muziek ook een verzamelaars item te maken?
- Nee zeker niet. Het doel was een goede song uit te brengen die het niveau zou halen van de songs die ik zelf heel goed vind. Ik heb ‘Some Place’ in eigen beheer opgenomen met engineer Michael McHugh en er maar 1000 exemplaren van laten persen met hand-printed labels. Dat had met het beschikbare budget te maken en dus niets met een zucht naar geldelijk gewin met een doelbewuste gadget. De bieders op eBay zijn ook vaak DJ’s die zo’n vinyl single graag in hun set willen opnemen. Zoals je weet is de single later ook via iTunes en op het album ‘Time’s All Gone’ beschikbaar gekomen voor het grote publiek.

Je bent zelf ook een DJ en je werkte bij de All-vinyl Rooky Ricardo Recordshop in San Francisco. Ik veronderstel dat je zelf ook een grote 45-toeren singles collectie hebt?
- “It’s Ok, I know people with a lot bigger". Ik koop gewoon wat ik goed vind en ben niet echt een verzamelaar. Ik denk dat ik hooguit 5.000 singles bezit, dat lijkt veel maar ik ken verzamelaars met meer dan 100.000 singles!

Maar toch, is het draaien van en luisteren naar deze vinyl singles niet een tijdrovende activiteit in een tijdperk van smarthphones, laptops, iPads en MP3s?
- Dát is nou net het probleem! Ik ben ook maar een mens die 24 uur per dag te besteden heeft. Best lastig soms. Maar aan de andere kant moet je ook wel de tijd nemen voor dit soort dingen, anders weet je op den duur niet meer hoe échte muziek klinkt.

In 2012 bracht je dan toch de LP ‘Time’s All Gone’ uit, op vinyl uiteraard. Maar was het in jou geval niet nog geloofwaardiger geweest als dat een 45-toeren singlebox zou zijn?
- whèhè, het gaat mij niet om geloofwaardigheid en ik ben ook niet geobsedeerd door vinyl. Maar ik vind 45-toeren singles gewoon een mooi medium. Focussen op een A- en een B-kantje werkt bij mij beter dan dat ik zes weken in een studio moet gaan zitten om een compleet album te schrijven en op te nemen. En zeven van de elf tracks op ‘Time’s All Gone’ waren al eerder op single uitgebracht moet je weten. Als je dat dan uiteindelijk ook op een LP kan uitbrengen is dat mooi, temeer omdat daar ook een grotere kartonnen hoes omheen zit en je extra informatie zoals liner-notes kan meegeven.

In 2012 heb je ook het titelloze debuutalbum van de Allah-Las geproduceerd. Wat is er zo interessant aan om de muziek van iemand anders te produceren in een studio?
- Wat is er niet interessant aan?! Dát is dus iets wat ik op jonge leeftijd al door had, productie van muziek is zó belangrijk! Ken je het gevoel dat je een plaat helemaal te gek vind maar je kunt niet verklaren waardoor dat komt? De kans is erg groot dat dit door de productie komt namelijk! Het heeft dus de volle aandacht nodig en die zorg had ik dan ook bij die Allah-Las plaat. Ik was spiritueel zeer nauw betrokken bij hun muziek en wist wat ze nodig hadden. En dat is belangrijk, het was daarom ook een erg intensieve klus voor mij. Ik ben trots op het resultaat en voelde me meer een artiest dan een ingehuurde producer, wat trouwens nooit mijn intentie is geweest.

En toch produceer je ook je eigen muziek?
- Ik moet eerlijk zeggen dat ik dát tijdens de productie van ‘Time’s All Gone’ best lastig vond. Ik moest me op de één of andere manier toch in drieën zien te splitsen: aandacht voor mezelf als muzikant, aandacht voor mijn bandleden en aandacht voor de productie. En ja, als er iemand op mijn pad komt die er geschikt voor is sta ik daar zeker open voor, maar ik ben hem nog niet tegen gekomen. Phil Spector zeg je? Ik denk niet dat hij er vandaag de dag nog toe in staat is (bovendien is hij voorlopig niet in de gelegenheid). En een hiphop en rockmuziek producer als Rick Rubin is ook uitgesloten want er moet wel een bepaalde verbondenheid zijn, want “the songs are all that matters".

Toen ik de Allah-Las de eerste keer hoorde, moest ik gelijk aan The Animals denken (zonder de grommende zang van Eric Burdon dan). Een bekend geluid dus, en misschien klonk het destijds zelfs wel beter! Wat is jou mening daarover?
- Tja, jij vindt het als The Animals klinken, een ander hoort The Byrds erin en weer een ander zegt: The 13th Floor Elevators. Elke song is als een kamer vol spiegels, je ziet steeds jezelf, oftewel je hoort in een song wat je erin wilt horen. Als je dat in 1966 over The Animals had gezegd zou het je ook niet kwalijk worden genomen en bovendien was de zang van Eric Burdon een belangrijk onderdeel van hun sound. Mijn mening is dat een ‘vroeger-was-alles-beter-houding’ niet respectvol is naar hedendaagse artiesten zoals de Allah-Las. Tegen Bob Dylan werd in 1962 ook niet gezegd “oh, wat jij doet is in de jaren twintig allang gedaan”. Het punt is dat men wel open moet staan voor wat een artiest te zeggen heeft met zijn muziek alvorens vergelijkingen te trekken.

Ondanks ‘die kamer vol spiegels’ waag ik toch nog een poging: de track ‘Indian Love Call’ doet me weer aan de oude Rolling Stones uit hun DECCA periode denken. Koop je dit soort singles ook wel eens op vinyl?
- Nee, maar ik heb wel hun sixties albums ‘Rolling Stones, Now!’, ‘Out of Our Heads’ en ‘Aftermath’. Die kreeg ik van een oom toen ik 13 jaar was “and I like that stuff!". Ik ben er dus mee opgegroeid en heb een grote waardering voor Britse bands. Ze gaven een eigen interpretatie aan rhythm & blues muziek en hebben mij mede geleerd om mezelf te zijn. Ik bedoel, je zult zelf nooit Muddy Waters kunnen worden maar je kunt wel doen wat hij deed op jouw eigen manier. En dáár gaat het om!

Heb je de Rolling Stones ooit live gezien?
- Nee, ik heb het een paar jaar geleden wel geprobeerd in Los Angeles maar kon toen geen kaart krijgen. En nu ga ik liever naar een cluboptreden van Bobby Bland voor 12 dollar dan dat ik naar een Stones-show ga voor 300 dollar! [triest genoeg overleed de Amerikaanse blues- en soulzanger Bobby “Blue” Bland op 23 juni 2013 een paar weken na dit interview op 83-jarige leeftijd - red.]

Wat is het beste live concert waar je ooit geweest bent?
- Hmm, dat zal Gene Ludwig geweest zijn in 2005, een blanke Amerikaanse soul-jazz organist uit Pittsburgh. Hij is drie jaar geleden overleden en was de Mose Allison van het orgel. Hij speelde die avond met jazz drummer Ben Dixon, die heel veel heeft gedaan voor het Blue Note label. Echt een monster op de Hammond B3 orgel, een avond dat ik helemaal in de zevende hemel was. Ze deden: ‘I’ve Got A Woman’ van Ray Charles in een soort soul-jazz bebop stijl, dat was waarschijnlijk het beste live-moment van mijn leven tot nu toe! Verder ben ik erg dankbaar dat in sinds mijn 16e jaar zanger/pianist Mose Allison elf keer live heb mogen zien. Hij leeft nog steeds maar is vorig jaar gestopt met live optredens.

Je speelt o.a. de Bobby Womack cover ‘It’s All Over Now’ live. Hoe bepaal je de covers die je live gaat doen?
- “That song is a part of my life", is wist alles over dat lied, en over The Valentinos, Sam Cooke, L.A. recordings… en óók gecoverd door de Stones in de jaren zestig. Ik speelde ‘It’s All Over Now’ voor het eerst live on-tour met de Allah-Las. Drummer Matt [Matthew Correia - red.] en ik zijn zeer geïnteresseerd in de muzikale L.A. historie en de Allah-Las zijn grote Stones-fans, vandaar dus. En de songs ‘Your Voodoo Working’ van Charles Sheffield en ‘Ain’t There Something Money Can’t Buy’ van de Young-Holt Unlimited zijn ook covers die ik live doe. Dat zijn echte clubsongs, ik heb daar heel veel op gedanst en ze later als DJ ook vaak gedraaid.

Waren dat ook platen die in de collectie van je ouders zaten?
- Oh nee! Die luisterde naar jaren tachtig popmuziek, muziek was slechts een achtergrond geluid voor hen. Mijn vader had hooguit tien platen waarvan ik me alleen C.C.R., Tom Petty en Elvis Costello kan herinneren. Elvis Costello en Buddy Holly zijn mannen waar de pers me ook graag mee vergelijkt, vanwege het uiterlijk dan. Het deert me verder niet en ik draag al een bril vanaf mijn vierde jaar.

Nu we het toch over dat uiterlijk hebben, je bent nogal gek van stijlvolle jaren vijftig kleding. Wat is het eerste ‘nieuwe’ kledingstuk dat je gaat aanschaffen?
- Hèhè, ik kwam een donacle tweed coat tegen op eBay. De jongen die het verkocht woont in Engeland en heeft me beloofd die jas te komen brengen na een optreden van mij in de UK. Dus ik ben benieuwd.

Terug naar de muziek, je hebt eens gezegd: “ik ben op een zoektocht naar het perfecte lied, want ik wil alleen maar hele goeie platen maken!” Hoe klinkt die perfecte Nick Waterhouse plaat?
- “Eh, you just know when you feel it". Daarom moet ik er ook zo hard voor werken, je bent er zelf continu mee bezig en zit er middenin. Ik luister zelden opnames terug, hooguit een repetitie op tape om de technische dingen met de band te bespreken. Maar een goede song is meer dan alleen een lekker ritme, een pakkende melodie en goede productie… zonder gevoel is er geen perfecte song. Volmaaktheid in de muziek heeft dus alles met een bepaald gevoel te maken.

Heb je alweer plannen voor een nieuw album en kan je daar al iets over vertellen?
- Ja die heb ik en nee dat kan ik niet. Nou vooruit, één tipje van de tweed coat dan: het nieuwe album zal in november of december van dit jaar verschijnen.

Ook dat is een antwoord. Dankjewel Nick en veel succes met het optreden zo dadelijk.
“Cheers, thank you!”


Lees hier het Ribs & Blues concertverslag door Nicolette Johns: Blues, Tears but No Sorrows [dag 2]
En zie hier: Nick Waterhouse - Full Performance Recorded May 30, 2012 (Live on KEXP) .