Archief voor de maand August 2013

KATMEN’s Darrel Higham: rockabilly liefhebber in hart en nieren [interview]

Geplaatst op 27 August 2013 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Darrel Higham (KATMEN)
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer © The Blues Alone?
filmpje: Giel
locatie: Ribs & Blues Festival 2013 in Raalte
datum: zondag 19 mei 2013

KATMEN is een rockabilly trio dat bestaat uit zanger/gitarist Darrel Higham (43), bassist Al Gare en de snare-beating Stray Cat, Slim Jim Phantom (53). In 2006 kwam de gelijknamige debuutplaat uit, toen nog met gitarist Gilby Clarke in de gelederen. En in maart van dit jaar verscheen de opvolger ‘The Kat Men Cometh’. 14 tracks met roots muziek; Rockabilly boppers, Hep Cat rhythms, Country shufflers, Blues ballads and laid-back groovers! Dit mede door Imelda May’s bassist Al Gare die het duo in 2012 was komen versterken. Sinds 2002 is Darrel Higham getrouwd met de populaire Ierse singer-songwriter Imelda May, en hij speelt sindsdien ook in haar band. Met KATMEN, Imelda May’s band, het studio sessiewerk en diverse gastoptredens heeft Darrel het ongelooflijk druk gehad de afgelopen jaren. Daarbij heeft hij ook nog een eigen opnamestudio en werd hij in augustus 2012 papa van een gezonde dochter! Redenen te over om deze topgitarist uit de Britse Rock ‘n’ Roll & Rockabilly scene eens aan een vraaggesprek te onderwerpen. En dat op een roots & bluesfestival! Het was de ogenschijnlijk relaxte maar ondertussen kettingrokende rocker Higham (spreek uit: Hij-em) om het even. Immers: “Elvis was the greatest bluessinger that ever lived".

Hallo Darrel, welkom terug in Nederland en goed dat we je even mogen spreken. Lekker gespeeld?
- Ja, ondanks het vroege tijdstip was het een goed optreden met leuk publiek. Daar was ik erg blij mee. We hebben 12 uur gereisd om hier te komen vandaag moet je weten, dus we waren best brak. Maar het was het waard. Ik ben vaak in Holland geweest door de jaren heen, dus we wisten wel een beetje wat ons te wachten stond.

Het meest recente KATMEN album ‘The Katmen Cometh’ werd in maart 2013 uitgebracht, zijn jullie tevreden over het resultaat?
- “Yeah", zeer zeker. We hebben er hard aan gewerkt en de plaat is goed ontvangen. Het album is mooi geproduceerd en gemixt, pakkende nummers, heldere gitaar riffs, frisse drum en bass beats, de zang en back-ups klinken goed, erg tevreden dus.

Waarom moet Elvis terug komen? (’We Need Elvis Back’ is de 1e single van het album).
- “Why not?!” Ooit zal hij terug komen, ik vind wel een manier, wees maar gerust ha ha. Elvis Presley was zonder twijfel de topman van de rockabilly muziek wat mij betreft. Al sinds zijn eerste opnames begin jaren vijftig bij Sun Records wist hij de traditionele rock and roll steeds te combineren met hillbilly en country muziek. Rockabilly is wat mij betreft dus samen te vatten in één term: Elvis! Maar Elvis zelf was natuurlijk véél meer dan dat, daarom noemde ik hem onstage ook “the greatest bluessinger that ever lived".

Het album ‘The Katmen Cometh’ bevat 14 catchy songs gezongen door jou. Op drie daarvan, het duet ‘I’ll Do It Everytime’, ‘I’ll Make It Right If I Can’ en ‘The Love’s All Gone’, wordt de achtergrondzang verzorgd door je vrouw Imelda May en haar zus. Waarom zijn de dames niet mee op tournee met jullie?
- Dat is een luxe die ik me niet kan veroorloven, Imelda is té duur voor ons ha ha. Nee, we zijn blij dat ze aan de plaat hebben willen meewerken, maar touren doen we toch liever met z’n drie-en. Live willen de mensen ‘the soul’ van de song horen, je hoeft het niet exact te reproduceren. Het is prettig om onstage de vrijheid te hebben om in het moment te spelen. Daarom zal een live solo de ene keer ook anders klinken dan de andere keer.

KATMEN werd zo’n zeven jaar geleden door jou opgericht samen met drummer Slim Jim Phantom (Imelda May’s bassist Al Gare kwam er in 2012 pas bij). Hoe schrijven en componeren jullie samen?
- Apart, niet samen. Jim heeft nu drie nummers geschreven met Lee Rocker van de Stray Cats waar hij nog vaak mee werkt. En ik heb de nummers in mijn eentje geschreven, ik ben niet zo’n schrijver en doe het alleen wanneer dat echt nodig is. Van ons album uit 2006 [Slim Jim Phantom & Darrel Higham: Kat Men - red.] waar ook Guns N’ Roses gitarist Gilby Clarke nog op meespeelde, heb ik ook maar de helft van de songs geschreven, de rest waren covers. En ook op dit album staan weer vier covers. De Yardbirds song ‘Over Under Sideways Down’, het country duet ‘I’ll Do It Every Time’ [Johnny Mathis, Johnny Horton, Tillman Franks - red.] en ‘Big Hunk Of Love’ [Aaron H. Schroeder, Sidney Wyche - red.] dat in 1959 een hit in Amerika was voor Elvis Presley. Verder ‘This Time It’s Real’ van de gelijknamige CD door de Britse Rock ‘n’ Roller Colin Evans [frontman van The Doomsday Rockers - red.] uit 2008, waar Imelda en ik toen ook al als gasten op meededen.

In de jaren tachtig ben je begonnen met gitaar spelen in diverse Britse rockabilly bands. Halverwege de jaren negentig ben je een eigen band gestart met The Enforcers. En je deed als gitarist heel veel soloprojecten waaronder sessiewerk met Chrissie Hynde, Jeff Beck, Rocky Burnette, Shakin’ Stevens en uiteraard met je vrouw Imelda May. Waar gaat je voorkeur naar uit: sessiewerk of toch in een band spelen?
- Nee, ik heb geen voorkeur. Het hangt helemaal van het aanbod en van mijn interesse af. Het zijn ook verschillende disciplines. Ik bedoel, als ik gitaarsolo’s in een studio inspeel moeten die naadloos in de songs passen. Live met een band is dat weer anders, “with rockabilly you can blast away!” Maar ik doe beide graag hoor. Voor de volgende maand ben ik weer gevraagd voor Rocky Burnette’s Tribute Show tijdens de The Rockabilly Rave in Camber Sands (UK). Ook weer geweldig om te doen.

Samen met o.a. je vrouw Imelda, Jeff Beck, Gary U.S. Bonds en Brian Setzer zijn jullie ook te horen en te zien op de live CD/DVD Rock ‘n’ Roll Party (Honoring Les Paul). Een tribute voor Les Paul’s 95e verjaardag, gehouden op 9 juni 2010 in de Iridium Jazz Club waar Les Paul ongeveer iedere week tot aan zijn dood toe speelde. Dat moet één van de meest gedenkwaardige optredens in jullie bestaan geweest zijn vermoed ik?
- Ja dat was fantastisch om te doen, al maakt spelen met een genie als Jeff Beck je als gitarist wel erg nederig hoor, “pff, anybody is going to be second banana to Jeff Beck". Ik ken Jeff nu al zo’n 15 jaar vanuit de muziekscene, en hij is altijd al fan geweest van jaren vijftig rock ‘n’ roll en rockabilly muziek. In 1993 nam hij met de Britse rhythm and blues revival groep The Big Town Playboys het studioalbum Crazy Legs op. Een plaat met enkel Gene Vincent songs en die dus gezien kan worden als een tribute aan Gene Vincent & the Blue Caps. Maar in het bijzonder als een ode aan Vincent’s gitarist Cliff Gallup, die weer wordt beschouwd als Beck’s eerste en belangrijkste inspiratie. Toen Jeff destijds wat optredens deed met The Big Town Playboys speelde ik als support van hen. Een paar jaar later kwam Jeff eens naar een optreden kijken van Imelda in Ronnie Scott’s Jazz Club in Londen en hij merkte dat ik haar gitarist en partner was waarna onze vriendschap ontstond. Toen we in 2008 voor het eerst in het tv-programma ‘Later… with Jools Holland’ optraden zat Jeff als gast in het publiek, hij was inmiddels een grote fan van Imelda geworden. Kortom, na zijn tribute aan Gene Vincent wilde Jeff graag nóg eens een eerbetoon brengen aan muziek uit de jaren vijftig. Daar spraken wij samen ook regelmatig over. Met Imelda’s band (waar ik dus ook in zat) kwam die mogelijkheid binnen bereik en met de tribute aan Les Paul kwam die gelegenheid er ook echt. Zo is dat optreden en die CD/DVD dus ongeveer ontstaan. De Rock ‘n’ Roll Party (Honoring Les Paul) is dus meer dan een eerbetoon aan Les Paul alleen, maar ook een ode aan Little Richard, Elvis Presley, Buddy Holly, Eddie Cochran en al die andere geweldige jaren vijftig artiesten en vooral hun songs.

In 2010 heeft Imelda met de track ‘Lilac Wine’ nog een vocale bijdrage geleverd aan de CD ‘Emotion & Commotion’ van Jeff Beck, en in 2011 hebben jullie samen getoerd met Jeff. Daarna werd het stil rondom jullie samenwerking.
- Ja dat klopt, Imelda werd zwanger en is op 23 augustus 2012 bevallen van onze dochter Violet Kathleen Higham. Sinds dit voorjaar is ze weer volop aan het werk en einde dit jaar wordt haar nieuwe CD verwacht. Tussendoor heeft ze zo hier en daar ook nog wat optredens gedaan want die vrouw is zó veelzijdig. Ze kan ook prachtige jazz stukken zingen en van mij mag ze dat meer doen. Maar de samenwerking met Jeff zal ongetwijfeld ook weer opgepakt worden, als die twee samen muziek maken blijf je je echt verbazen. Het lijkt wel of ze alles kunnen spelen samen, “she is the singing equipement to him as a guitarplayer".


[Darrel & Imelda op het Monaco Rose Ball maart 2012 / bron: Getty Images]

Over equipement gesproken, jij hebt toch ook niet te klagen over je apparatuur?
- Nee dat niet, ik hou ervan om steeds dingen aan te schaffen en uit te proberen. Ik heb een leuke collectie elektrische en akoestische gitaren. Ik ben dol op Gretsch gitaren, ik heb een White Falcon en een Gretsch US Custom Shop 6120. Maar ook Gibsons en een oude Telecaster, een akoestische Favilla 1973, banjo’s en ukeleles. Ik heb mede de Rockingham semi-akoestische gitaar ontworpen voor Peavey en ik gebruik Peavey versterkers en zo’n Danelectro Reel Echo ding onstage. Dat geeft een meesterlijke vintage echo bij een aantal songs op de KATMEN setlist. En ik gebruik live een klein Zoom G2 pedal [zie ook: KATMEN’s Darrel Higham talks about his equipment on the road].

Is je voorliefde voor de 50’s muziek ook de reden dat jullie nu bij het DECCA label zitten?
- Nee dat is slechts toeval. De heropleving van Decca Records in de UK kwam pas na de ontmanteling van Universal Classics and Jazz (UCJ), zo heette het eerst namelijk. Natuurlijk is het een leuke bijkomstigheid dat het nu DECCA is. Billy Fury, Terry Dene… al die greasy rockers hebben voor DECCA Records hun eerste plaatwerk opgenomen vroeger. Met mijn business partner Clive Duffin run ik zelf een analoge 16 track opnamestudio, Embassy Studios and Ambassador Records in Hampshire. Artiesten als Carlos Mejuto, Alan Mills en Colin Evans namen daar op. Maar ook gitaarpartijen voor Imelda’s album ‘Mayhem’ (2011) en voor KATMEN heb ik daar zelf ingespeeld en opgenomen.

KATMEN staat volgende maand ook op het grote 50’s rock & rhythm festival Screamin’ in Calella, Spanje. Wat is het verschil tussen spelen in de underground rockabilly-scene of op festivals zoals Screamin’ en dit Ribs ‘n Blues festival?
- Meer mensen en een breder publiek. Festivals zijn erg belangrijk voor ons, daarom spelen we hier ook. Het publiek komt dan misschien niet per sé voor jou, maar ze zien en horen je toch spelen en komen later misschien wel voor jou naar een club optreden. Als we er maar een paar fans bij hebben gekregen vandaag ben ik al tevreden hoor.

Veel rockabilly artiesten en fans hebben kleurrijke tatoeages. Jij hebt er minder dan Slim Jim maar ik weet dat je er ook een paar hebt. Op welke ben je het meest trots?
- Ik heb een tatoeage laten zetten van Eddie Cochran toen ik pas 17 jaar was. Ik loop er niet mee te koop maar heb er zeker geen spijt van. Ik vind wel, als je het doet zet dan een tatoeage van iets waar je jezelf niet voor hoeft te schamen je hele leven lang. En dat heb ik gedaan, want ik ben mijn hele leven al gek op Eddie Cochran zijn muziek, en hij is de reden waarom ik hier vandaag zit. Daarom heb ik ook meegeschreven aan het boek Don’t Forget Me - The Eddie Cochran Story [samen met Julie Mundy; Mainstream Publications, 2000 - red.].

Het is koren op de molen misschien, maar als je een all-time rockabilly super trio mocht formeren, wie zouden daar dan inzitten?
- Ikzelf zou er zeker niet inzitten want Eddie Cochran speelt de leadgitaar! Ehh, ja da’s een goeie vraag… ik denk verder Dickie Harrell uit Gene Vincent’s Blue Caps op de drums en de contrabassist van Elvis Presley, Bill Black [William Patton “Bill” Black, Jr. - red]. “Yeah, that will do!”

Afgelopen vrijdag was je met KATMEN weer eens te gast bij ‘Later… with Jools Holland’. Jools kondigde aan: “en nu twee legendarische muzikanten", hij liep jullie kant op - pal langs Jim en jou heen - zo naar Ian Paice en Ian Gillan van Deep Purple…
- Jha, ha ha dat was een grappig moment… Jools is ook een goede vriend van ons. Ik zou graag weer eens wat met hem samen willen doen want ook hij is een groot rockabilly liefhebber. Hmm, misschien moet ik daar maar eens werk van gaan maken vandaag of morgen. Met Imelda heb ik al drie keer in ‘Later’ opgetreden en ik was blij dat hij ons nu met KATMEN ook had gevraagd [zie hier de KATMEN sound checking bij ‘Later… with Jools Holland’ - red.] De sfeer met de muzikanten onderling is ook altijd goed en Jools Holland heeft zelf een groot aandeel in die kameraadschap. Toen hij het over het grote verloop van drummers had bij de Queens of the Stone Age vroeg Josh Homme op camera aan Slim Jim Phantom: “hé Jim, wat doe jij eigenlijk dit weekend?” Hadden we hier toch mooi zonder drummer gestaan wha ha. Ik denk trouwens dat zijn band QOTSA het Spinal Tap virus heeft, waardoor die drummers steeds weer exploderen of zoiets, ha ha.

And now for something completely different: je bent samen met Imelda ook supporter van The Black Cats las ik?
- Ja, dat is de voetbalclub Sunderland AFC! Maar laten we het daar maar niet over hebben, ze zijn afgelopen seizoen vierde van onderen geëindigd in de Premier League. In 1936 waren ze voor de laatste keer Engels landskampioen en 40 jaar geleden hebben ze voor het laatst de FA Cup gewonnen. Maar, we gaan nog steeds regelmatig kijken als we in Sunderland zijn.

Dank voor dit gesprek Darrel en doe de groeten aan Jim en Al van ons.
- Dat zal ik zeker doen. Het was me aangenaam en een volgende keer hoop ik wat meer tijd voor jullie te hebben. Maar al dat reizen en live spelen sinds oktober 2012 gaat ons niet in de kouwe kleren zitten moet je weten, we zijn ook geen 21 meer.

En met nog een stevige haal aan zijn sigaret en een ferme handdruk neemt de sympathieke rocker afscheid van ons. Het busje naar de volgende bestemming staat alweer klaar, ready to rock another town… inside out.

Steve Conte’s Final Summer Show in NL!

Geplaatst op 10 August 2013 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Café La Strada - Eric’s Bar in Goes
band: Steve Conte & The Crazy Truth Int. w/ special guests
datum: vrijdag 9 augustus 2013
review & filmpje door: Giel van der Hoeven
voor: The Blues Alone?
foto’s door: © Nico van Rooijen [FB album]

Een bijzonder optreden afgelopen vrijdagavond in La Strada - Eric’s Bar in Goes. Steve Conte speelde er met zijn Crazy Truth in de Europese line-up zijn laatste gig als inwoner van Nederland. De in New Hartford NY geboren Conte kwam een jaar of negen geleden voor het eerst in ons land als gitarist van de Willy DeVille Band. Een relatie met een Zeeuws meisje uit Yerseke, die hij vervolgens ook huwde, zorgde ervoor dat hij zich enkele jaren in Zeeland vestigde. En zodoende pendelend tussen New York en Goes ook een bekend gezicht werd in de Zeeuwse muziekscène. Gitarist/zanger/songwriter/producer Steve Conte had een deel van die scène dan ook uitgenodigd om zijn ‘Final Summer Show’ samen met nog wat ’special guests’ luister bij te komen zetten. Dit onder goedkeurende blikken en luisterende oren van familie, vrienden en andere muziekliefhebbers. SC Goes NYC!

Voordat Steve Conte in de zomer van 2003 gitarist Freddie Koella (die met Bob Dylan op tournee ging) kwam vervangen bij Willy DeVille had hij er al een professioneel muzikantenleven van meer dan twee decennia opzitten. Behalve eigen bands zoals The Contes en Crown Jewels waarin zijn broer John basgitaar speelde, werkte hij in het verleden samen met grootheden als Chuck Berry, Etta James, Eric Burdon & the Animals, Robert Gordon, Paul Simon, Maceo Parker, the New York Dolls en nog vele anderen. Waarbij New York City steeds als thuisbasis diende. Eenmaal in Nederland ging Steve zich voornamelijk richten op zijn eigen powerrock trio Steve Conte & the Crazy Truth. Met aanvankelijk Leeko Kostrinsk op bas en Phil Stewart op drums werd in oktober 2009 ook de gelijknamige CD Crazy Truth (naar een gedicht van Charles Bukowski) uitgebracht. Daarnaast is Steve nog steeds actief bij de Michael Monroe Band. Monroe (Matti Fagerholm) was oprichter van de succesvolle Finse hardrock band Hanoi Rocks.

Maar zijn grootste muzikale liefde, de stad New York City, lonkte weer dus heeft Steve met zijn gezin besloten om the Big Apple weer definitief te gaan omhelzen. Met voorlopig als belangrijkste missie het promoten van zijn binnenkort te verschijnen solo album, ‘Steve Conte NYC!’ “It’s certainly not the end of my romance with The Netherlands… I’ll be back a few times a year to see my in-laws and to tour with The Crazy Truth, Michael Monroe or supporting my new solo album", zo liet Steve ons in de uitnodiging al weten. Met lichte weemoed bevestigde hij dit vrijdag ook nog eens op het podium van Eric’s Bar in Goes: “A big thanks to all the friends, family & musicians who came out and packed La Strada for my final NL gig! My time here has been well- spent…” Het zou een onvergetelijke avond worden in Goes. Met Muzikale Broederschap in de Sint Jacobsstraat.

Tijdens de eerste set bestaat het trio Crazy Truth naast Conte nog uit twee begeleiders, de Zeeuw Jeroen Polderman (drums) en bassist Jan Verdoorn (ROLR). Het repertoire van de CD passeert de revue aangevuld met een enkele verrassende cover zoals ‘Ca Plane Pour Moi’ (Ik verkeer in hogere sferen) van de Belgische punkrocker Plastic Betrand. Steve’s eigen composities zijn songs in de beste traditie van de ouwe Stones, Faces, Aerosmith en Lou Reed met the bloody energy van Johnny Thunders en de soul van Willy DeVille, zoiets. Veelal met donkere straat-teksten; van de Avenues in New York tot de Strip in Las Vegas. Bijvoorbeeld in ‘Gypsy Cab’ en ‘The Goods Are Odd’. Songs ook met een vleugje NY Dolls, zo ook in ‘This Is The End’ en ‘Get Off’. Pakkende tunes, ‘The Truth Ain’t Pretty’ en ‘Junk Planet’. Sleazy gitaargeluid in ‘Texas T’ en soms een ballade (’Indie Girl’) tussendoor. De betere garagerock uit het hart gespeeld met een ziel van pure rock ‘n roll.

Het eerste nummer na de pauze - waarin Steve de tijd neemt om persoonlijk een praatje te maken met een aantal van zijn gasten - is gelijk al een nummer naar mijn hart: ‘Happy’ van de Rolling Stones. En er dachten meer over want in drommen kwamen de rokers weer vanuit de smalle Sint Jacobsstraat naar binnen. Het zal niemand verbazen dat ook Keith Richards muzikaal en qua attitude een grote invloed op Steve Conte heeft gehad. Vervolgens een lofwaardige tribute aan Willy DeVille met Venus of Avenue D. Mijn avond kon toen al niet meer stuk. Samen met Aart, ‘my guide in Goes’, geniet ik van de muziek en de entourage. A musical journey indeed! Geluid, licht en podium-setting zijn vaak niet ideaal in een muziekcafé, zo ook hier niet. Maar de sfeer was hartstikke goed en de drank vloeide rijkelijk in Eric’s Bar.

Uitsluitend covers dus in het tweede bedrijf waarin de Vlaamse Jos ‘Jozz’ Verheijen (Hot Fuzz, The Crazy Truth) de basgitaar even overnam van Jan Verdoorn en met Jeroen Polderman nog achter de drums. Wat dus tevens de ritmesectie van Hot Fuzz is en voorheen ook van PLAeTO. ‘Get It On’ van T Rex met Peter Urbanus (The Slaves) op gitaar. Jan Vos (Misty Basement) zingt een aantal reggaesongs, de Bob Marley klassiekers. Jonkie Maxim Carton past zich met gemak aan en profileert zich als een ervaren rot in ‘Have Love, Will Travel’ (The Sonics). En Eric-Jan Overbeek, beter bekend als Mr. Boogie Woogie, steelt de show achter de oude café piano met ‘Shake Rattle & Roll’. James van der Water mocht twee jaren zestig klassiekers meedoen en de country traditional ‘Freight Train’ (met Leo) werd ter plaatsen geïmproviseerd. Zo passeerde er een keur aan regionaal en (inter)nationaal vermaarde muzikanten de revue waarvan we niet alle namen hebben meegekregen. Maar allemaal leverde ze een nuttige en kostelijke bijdrage met ongedwongen, rock, reggae, boogie en country muziek. Nadat Steve zijn jarige vrouw Hedda had toegezongen en solo nog een Crown Jewels songs speelde werd ‘Radar Love’ gezongen door Jennifer Bouwens (Hot Fuzz) als afsluiter van de avond. Het zou een onvergetelijke avond worden… het werd een buitengewoon gedenkwaardige avond in Goes. Die qua opzet een klein beetje deed denken aan de Memorial Tribute To Willy DeVille @ BB Kings In NY [23-08-2009]. Well done Steve! [read here the interview we had with Steve Conte for WDVIF, January 2011]


[dank aan Nico van Rooijen voor de foto’s]

Steve Conte & the Crazy Truth Int. setlist:
Junk Planet
The Truth Ain’t Pretty
Get Off
The Goods Are Odd
Texas T
Head Kicked In
Busload of Hope
Strumpet-Hearted Monkey Girl
Indie Girl
Gypsy Cab
This Is The End
Pills
Jam set:
Happy (Rolling Stones) - w/ Jozz
Venus of Avenue D (Mink DeVille) - w/ Jozz
Get It On (T Rex) - w/ Peter Urbanus
Have Love, Will Travel (The Sonics) - w/ Max Carton
Shake Rattle & Roll (Big Joe Turner) - w/ Mr Boogie Woogie
Summertime Blues (Blue Cheer) - w/ Jozz
I Shot The Sheriff (Bob Marley) - w/ Jan Vos
No Woman No Cry (Bob Marley) - w/ Jan Vos
It’s All Over Now (Bobby Womack) - w/ James van der Water
We Gotta Get Out Of This Place (the Animals) - w/ James van der Water
Freight Train (traditional) - w/ Leo
Happy B-day/Strawberry Velvet Fifty Cent Shoes (Crown Jewels) - SC solo
Radar Love (Golden Earring) - w/ Jennifer Bouwens

Note: the song order may be different and there were a lot of little pieces of songs (Plastic Bertrand, Velvet Underground, Iggy Pop, Led Zep, Petula Clark) but those cover songs weren’t “in the setlist” :)

Mattanja Joy Bradley, door schade en schande op koers [interview]

Geplaatst op 7 August 2013 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Mattanja Joy Bradley [Bradley’s Circus]
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer © The Blues Alone?
locatie: Zwarte Cross 2013 in Lichtenvoorde
datum: vrijdag 26 juli 2013

Het weer is druilerig en benauwd als we ‘The Bayou’ op komen wandelen. Deze enclave op het Zwarte Cross terrein ademt de sfeer van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten. Inclusief BBQ, Whiskey girls, Western attributen en live roots muziek gespeeld vanaf een veranda. Hét eldorado voor echte muziekliefhebbers die zich het leven laten welgevallen. De band Bradley’s Circus staat nog te soundchecken en de bezoekers houden zich nog schuil. Slechts een enkele Achterhoekse redneck heeft zich verschanst op de krakkemikkige voortrap van de houten veranda dat als podium dient. Hoe anders is dat ruim een half uur later. De zon breekt dan weer door, the Bayou loopt vol en opbeurende blues en rockabilly klanken kietelen liefkozend onze oren. Het was geruststellend om te constateren dat Bradley’s Circus niet noodgedwongen de begeleidingsband is geworden van de plotseling solo zo succesvol geworden zangeres/gitariste Mattanja Joy Bradley (Veldhoven, 1981). Het Tilburgse ‘Circus’ bestaat verder uit de ritmesectie Beewee Nederkoorn (drums) en Joris Verbogt (stand-up bass), gitarist/zanger André van den Boogaart en Lidewij Veenhuis die weer krachtig uitblonk op de mondharmonica. Zo rustig als het optreden begon zo heftig eindigde het met o.a. het swingende ‘New Orleans’ en het (k)luchtige ‘Don’t Throw Your Underwear’. Mattanja blijft stoïcijns onder de wat trage reactie van een licht beschonken jongeman die tijdens die song een stuk textiel komt aanbieden dat kennelijk voor directoire moet doorgaan. Met een zelfde soort blote billen humor wordt ze na afloop tijdens de signeersessie op de veranda geconfronteerd. Maar de Brabantse schone met Engelse roots is gelouterd en ontwijkt sluw situaties die nijpend zijn. Of ze bijt snedig van zich af waar ze dat nodig acht. “I’m a loaded gun and I’ll aim for anyone. I’m a rolling stone and I’m moving on.” zingt ze in de titeltrack van haar onlangs verschenen solo-CD ‘Wake Me Up’. “Everyhing happens for a reason” en “je creëert je eigen kansen” zou ze ons later rigide toevertrouwen in het interview dat wij na enig geduld en wederzijds begrip na afloop met haar mochten houden. “Vraag maar raak!”

Hallo Mattanja, maar liefst twee optredens op de Zwarte Cross dit weekend, je ligt lekker op koers hè?
- Ja, vandaag met Bradley’s Circus op The Bayou en morgen mag ik solo op de Zwarte Cross Mainstage openen. Nou ja solo, geen nummertjes met alleen maar gitaar en zang maar ook weer met een full-band. Lekkere songs van mijn soloalbum Wake Me Up spelen. Dit zijn echt hele leuke gigs ja!

Is het niet lastig om je afwisselend te focussen op Bradley’s Circus en je solocarrière als Mattanja Joy Bradley [en soms ook als duo]? Hoe lang ga je dat nog volhouden?
- Tot nu toe gaat dat goed. Het is een wisselwerking, met andere bandleden, andere stijlen en een ander repertoire. Maar wel met één overeenkomst en dat is ‘roots’ muziek. Bradley’s Circus is tof en ook solo heb ik nu een geweldige band met o.a. gitarist Mischa den Haring [T-99, Cuban Heels - red.] daarin. De bandleden van Bradley’s Circus wisten ook, als ik de kans zou krijgen om solo een platendeal af te sluiten, ik daarvoor zou gaan. Ook al wist ik niet zeker óf het de juiste keuze zou zijn wilde ik die stap wél maken. Voorlopig speel ik dus nog steeds met Bradley’s Circus maar op een lager pitje. Ik maak zeker geen overhaaste beslissingen, want je kunt plannen maken maar vaak loopt het toch anders dan gepland.

Kan jij je het kelderoptreden op het Blues aan Zee festival van zaterdag 3 nov. 2007 nog herinneren? Wij maakte daar voor het eerst live kennis met Bradley’s Circus en ik kreeg daar de CD ‘Live in Holland’ van jou na afloop. Hoe zou je die afgelopen 5,5 jaar willen omschrijven? [op 02-11-13 speelt ze wederom op het Blues aan Zee festival - red.]
- Jhaa, volgens mij wel… het was er klein en veel blauw licht in die kelder dacht ik. Wij zijn in 2005 als band samen gekomen en in 2006 live gaan optreden. Die CD ‘Live in Holland’ was onze eerste en is nu allang uitverkocht. We zijn in het begin als een gek heel veel live gaan spelen, vaak tegen minimale gages, en langzamerhand de lat steeds hoger gaan leggen. Veel geïnvesteerd en een studio CD opgenomen (Shotgun Bunny - 2008) en ook een tour gedaan door Amerika. We hebben daar eigenlijk alleen maar verlies op geleden maar ook ontzettend veel voor terug gekregen in de vorm van ervaring opdoen en mensen leren kennen. Toen eigenlijk onverwachts de kans gekregen om in de USA weer een album op te nemen, Bang Bang Wa Wee’s (2011) [opgenomen o.l.v. producer John Snyder - red.].

Had je toen kunnen denken 5 jaar later een interview te moeten geven aan het vrouwen (relatie)tijdschrift VIVA of - zoals gisteren nog - een photoshoot te doen voor het lifestyle magazine ELLE?
- Nou, ik heb toen wel geroepen: “mama, storm de winkel maar in want de nieuwe VIVA is uit!” ha ha. Het lijkt een heel andere doelgroep dan luisteraars van platen of concertbezoekers maar veel dingen zijn natuurlijk wel universeel. Kijk, jullie en wij houden specifiek van bluesmuziek maar iedereen kent ook ‘the blues’ als een gevoel. En ik heb best een vrij heftig verleden, mensen zijn daarin geïnteresseerd als je bekend wordt. Ik ben daar zelf altijd heel open in geweest, in mijn songteksten maar ook in interviews. Deze bladen zijn net als een CD of een podium ook gewoon een platform om te kunnen communiceren. Ik wil mezelf niet beperken tot iets, als iets goed voelt dan voelt het goed.

Volgens mij was je rechterarm in 2007 ook nog niet getatoeëerd. Heeft die tatoeage een betekenis?
- Ja, een damesafbeelding met daaronder in het Latijn: ‘Nil volentibus arduum’ en dat betekent: ‘Niets is onmogelijk voor hen die willen’. Het mooie is, ik had deze tatoeage in 2010 net laten zetten en een maand of twee later werden we in Amerika opgepakt, in de bak gezet en terug gestuurd naar Nederland. Toen had ik echt zoiets van “Ohw My God! Moet ik er nu letterlijk een streep doorheen zetten soms?!” Een half jaar bezig geweest om een USA tour voor te bereiden en ik kom zelf Amerika niet eens in met mijn lijfspreuk! Na heel veel georganiseer en doorzetten is het later alsnog gelukt. Dus het heeft me toch geholpen om niet bij de pakken te gaan neerzitten.

Je soloalbum Wake Me Up (2013) krijgt (terecht) geweldige recensies. Dit terwijl de Bradley’s Circus CD’s Shotgun Bunny (2008), Bang Bang Wa Wee’s (2011) en Kickin’ But Not High (2013) ook prima platen zijn. Vanwaar toch dat onderscheid in publieke waardering denk je?
- Ja weet je, het ene genre valt nu eenmaal beter in de smaak dan het andere. Ik denk dat mijn soloplaat toch anders is dan dat de Bradley’s Circus platen zijn. Meer een cross-over tussen roots en popmuziek, met elektronische invloeden ook. Bradley’s Circus is roots muziek in een mix van blues, rockabilly en country. Daar is toch een beperkter publiek voor in Nederland. Een ander verschil is dat de Circus platen echt producten van de band zijn, samen gecomponeerd en teksten samen geschreven met André [van den Boogaart - red.]. Op Wake Me Up heb ik bijna alle songs alleen geschreven of in London in co-write sessies met Martin Brammer, de man achter o.a. James Morrison en Olly Murs en die ook samenwerkte met artiesten als Tina Turner en de Lighthouse Family. Iemand die op een hoog niveau in de muziekscène werkt en daarom misschien meer mainstream is omdat de mensen meer van dat genre houden. Ik vind het zelf heel belangrijk dat een tekst dicht bij mijn gevoel blijft, maar het is ook interessant om te ontdekken hoe een goed nummer qua opbouw en tekstueel in elkaar zit. Daarom lees ik ook alleen maar Engelse boeken om mijn vocabulaire te blijven vergroten.

Vergroot je daarmee dan ook je doelgroep?
- Ja wellicht, maar dat verschilt ook weer per land. Toen wij met Bradley’s Circus in Amerika waren viel het mij op dat het publiek een meer gemêleerd gezelschap was dan hier in Nederland, ook in leeftijd. Ik ging daar met André eens naar een club in Austin Texas om een bandje te bekijken. Gewoon, zelf een fles sterke drank meenemen naar binnen en samen opdrinken, dat is heel normaal daar. Het was een mega vette bluesband van onze leeftijd en echt iedereen swingde daar de pan uit. Ik kreeg kippenvel en dacht, ik woon in een verkeerd land!

Hebben we in Nederland misschien teveel te maken met Top-40 jeugd? Ik bedoel, als jij de tekst van een bij de jeugd populair Nederlands bandje vertaalt: ‘Sucker for Love’ maar dit wel in je eigen stijl speelt vind de massa het ineens wel goed! (The Opposites - Sukkel voor de Liefde). Of ben je gewoon heel slim om hier gebruik van te maken nu je toch in de schijnwerpers staat?
- Nee, dat was juist de uitdaging, om iets heel anders toch eigen proberen te maken. Als het gevoelsmatig maar wel dicht bij mezelf staat. Gelukkig heb ik ook een platenmaatschappij die dat stimuleert. Zij zeggen ook: als jij het niet voelt Mattanje, dan moet je het ook niet doen.

‘Joy’ is your middle name…
- Yeah!

… is ‘joy’ ook je levensdoel? Of is het een middel om dat doel te bereiken?
- Ik heb er eigenlijk nooit zo over nagedacht. Het is een voornaam die ik met mijn geboorte heb meegekregen. Ik probeer me zeker op het positieve te focussen. Want ellende is er overal in de wereld en iedereen maakt wel eens nare dingen mee. Daar kan je niet omheen en dat heb je zelf vaak niet in de hand. Maar wat je wél in de hand hebt is hóe je ermee omgaat en of je kiest voor een bepaalde richting. Als je levensvreugde uitstraalt krijg je het ook vaak terug. Positivisme is voor mij zeker een middel om fier door het leven te gaan ongeacht naar welk doel. Als jij dat aan mijn naam wilt relateren, prima.

En, werkt dat dan ook in de praktijk?
- Zeker. Ik zal je een voorbeeld geven. Van mijn 16e tot mijn 19e jaar heb ik heel veel alleen gelift. Gebruik maken van de vriendelijkheid van auto- en vrachtwagenchauffeurs dus. Maar als ik dan soms een slechte bui had kreeg ik ook altijd de meest verschrikkelijke liften. Maar was ik positief, zo van “yeah-yeah-yeah”, dan kreeg ik echt waanzinnige liften, dat was gewoon bizar.

Je hebt een Engelse vader en Nederlandse moeder. Maar je lijkt nogal geobsedeerd door Amerika. Heb je plannen in die richting?
- En toch gewoon in Brabant opgegroeid! Ik heb nog familie in Engeland en heb er zelf ook een tijdje gewoond, maar dat blijft toch een ‘koud’ land. En tja, ‘New Orleans’, we hebben de song vanmiddag nog gespeeld. Als we in de Verenigde Staten toeren is dat zo’n beetje onze thuisbasis. Amerika blijft altijd trekken, al is het maar dat ik afwisselend een paar maanden daar en een paar maanden hier zou kunnen zijn. Daar zou ik al héél gelukkig door kunnen worden. Er heerst daar een hoog ‘live and let live’ gehalte, en dat spreekt me wel aan. En voor de muziek daar natuurlijk. Het lijkt me in ieder geval te gek om er een jaartje met de trein en greyhound bus rond te trekken en op de bonnefooi te spelen in bars en clubs. Dát is een droom die ik nog eens werkelijkheid wil maken.

In maart 2011 mochten wij van TBA? op jullie verzoek de ‘Bang Bang Wa Wee’s’ CD releaseparty in 013 Tilburg bijwonen. Eén van de leukste CD presentaties die ik ooit heb meegemaakt, van een uitstekende volwassen plaat. Hoe kan het dan zijn dat zo’n album commercieel toch niet aanslaat?
- Tja er is gewoon geen markt voor. Hij was niet in de winkels verkrijgbaar, alleen maar online, tijdens concerten of als download, en dan verkoop je toch minimaal blijkbaar. Tegenwoordig wordt er ook veel muziek via de iTunes Store verkocht, handig maar zelf heb ik toch liever iets tastbaars. Bij het uitbrengen van mijn soloplaat wilde de platenmaatschappij de CD aanvankelijk in een blanco plastic hoesje verspreiden. Ik heb er echt voor gepleit om dit met mooi artwork en met de lyrics erop te doen. Dan maar wat meer kosten en minder opbrengsten maar een CD moet wel iets bijzonders zijn voor wie de moeite neemt om die aan te schaffen.

Gelukkig heb je zelf nog steeds oog voor je trouwe fans, de muziekliefhebbers. Van het begin af aan heb je ook handig gebruik gemaakt om Bradley’s Circus en jezelf te promoten via o.a. Facebook. En altijd met een persoonlijke benadering. Waar ligt jou grens tussen plichtmatige contacten en (fan)vriendschap?
- Ik vind het ook echt heel leuk om mensen persoonlijk te beantwoorden en zie dat niet als een plicht. Soms duurt het wel wat langer maar ik doe het nog steeds zelf zolang dat nog kan. Om die reden vind ik de signeersessies na een optreden ook belangrijk, je wilt de luisteraars toch iets extra’s bieden.

Over vriendschap gesproken: is jullie mascotte en jouw podiumbeest Opa het levende bewijs dat viervoeters ook van kwaliteitsmuziek houden of is íe gewoon stokdoof?
- jha ha ha, misschien wel. Opa is zeker niet doof, een beetje Oost-Indisch doof misschien. Maar ik hou wel van eigenwijze karakters en dat heeft hij. Dat is ook hilarisch als ik hem uitlaat in het park en zijn naam roept, dan komen er ineens oude mannetjes op me af, wha ha. Omdat ik nu het hele weekend hier op de Zwarte Cross ben kon Opa (7) niet mee en hij mocht het terrein ook niet op. Daarom is hij er dus niet bij dit keer. Maar hij is onze grootste fan hoor en heeft al heel veel optredens gezien. Ligt meestal rustig op het podium te slapen en gaat zich dan instinctief uitrekken tijdens het laatste nummer. Soms wandelt hij ook wat door het publiek (zoals afgelopen zondag op een festival) en gaat dan gewoon als een fan staan kijken naar ons, ha ha. Hij is sowieso degene die mij het meest ziet en hij sleurt me ook door de moeilijke dagen heen. Vandaar dat ik ook een dankwoordje aan hem hebt gewijd op de CD-hoes, en daarom heb ik ook een tatoeage van Opa op mijn enkel laten zetten [ze showt die met veel trots - red.].

Iets anders, was meedoen aan ‘de wedstrijd’ De Beste Singer Songwriter van Nederland een concessie in je carrière? Om je in de kijker te spelen bij een groter publiek? Als kijker vond ik het namelijk nogal gênant om jou als fulltime muzikant beoordeeld te zien worden door zogenaamde ‘muziekkenners’ die blijkbaar weinig van je begrepen.
- Hmm ja, ik vond het ook best lastig om die keuze te maken hoor, want ik hou eigenlijk helemáál niet van wedstrijden met muziek. Muziek is een uiting van emotie en aan persoonlijke smaak onderhevig. Wat ik een nadeel van het programma vond was dat er elke week een andere jury zat waardoor de meningen nogal verdeeld waren en het moeilijk was om iets op te bouwen. De goedbedoelde adviezen vond ik soms ook best ongemakkelijk, met een mening als “ik vind je stem niet zo mooi” kan ik niet zoveel, ik heb liever dat bij een singer-songwriter het liedje en de tekst wordt beoordeeld. Maar, onderling voelde ik zeker geen competitie hoor, daar waren de stijlen ook veel te verschillend voor. Ik hoefde ook niet zo nodig te winnen en ik vond Douwe Bob ook een terechte ‘winnaar’. Ik heb me inderdaad in de kijker kunnen spelen zonder concessies te hoeven doen aan mijn identiteit. En van de bestaande (Bradley’s Circus) liefhebbers kreeg ik daardoor gelukkig ook goede response. Dus die uitstap is vast ook weer ergens goed voor geweest.

Je hebt in het verleden o.a. als support gespeeld van Amy Winehouse en Johnny Winter. Dat lijkt me erg eervol. Ik kan me ook voorstellen dat juist deze twee je hebben geïnspireerd als artieste. Klopt dat, en welke artiesten (of personen, dingen, gebeurtenissen) hebben jou verder nog geïnspireerd?
- Amy Winehouse was natuurlijk geweldig als zangeres! Op het Caribische eiland St. Lucia stond ik inderdaad in haar voorprogramma, best bijzonder. Ik voelde ook wel een sterke verbondenheid met haar, mede door het drank- en drugs verleden helaas. Erg sneu dat het haar fataal is geworden maar ik ben blij dat ik het los heb kunnen laten. Ik heb van alles gedaan, een wild leven geleid, muziek gemaakt, ook een goede baan gehad als accountmanager. Maar ik had toch steeds het idee dat ik mijn tijd aan het verspillen was. Ik was echt op zoek naar geluk. Totdat ik het besluit nam om die goedbetaalde baan op te zeggen en me volledig te wijden aan dat gene waarin ik dacht het geluk te kunnen vinden: fulltime muziek maken. En om mezelf écht te kunnen uiten én om dingen te verwerken, als een soort van therapie bijna. Nadat ik die keuze had gemaakt werd me duidelijk dat muziek voor mij hét middel was om m’n gevoel te laten spreken. Ik ben nu liever arm en gelukkig dan rijk en ongelukkig… maar, ik streef naar rijk én gelukkig hoor, haha ha. Dus, om je vraag te beantwoorden, mijn grootste inspiratiebron is het leven zelf!

Namen Mattanje! We willen namen horen!
- Ha ha, nou oké dan. Billy Holiday, Etta James, Nina Simone, veel oude soul maar ook blues… Buddy Guy’s Chess Records, zijn oudere werk, ohh die platen heb ik helemaal grijs gedraaid vroeger. Mijn eerste echte liefde op muziekgebied was trouwens Elvis Presley. Oh oh… wat was ik verliefd op die man, posters, buttons, postcards, alles verzamelde ik van hem. Tevreden?

Zeker. De laatste vraag dan maar: wat geeft meer voldoening, live tongen met een radio DJ of live lullen met een Online Magazine reporter?
- Whahaha… leuk. Nee, dat is écht niet te vergelijken en dat zijn twee héle andere dingen. Bovendien was deze ontmoeting met jou afgesproken en de overval door Rob Stenders niet!

Dank dat je ons te woord wilde staan Mattanja en graag tot 2 november op het Blues aan Zee festival in Monster (Westland).
- Ja leuk joh, ik heb daar nu al zin in!