Archief voor de maand July 2013

Saint Jude’s Lynne Jackaman is een ‘flowerchild’ [interview]

Geplaatst op 21 July 2013 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Lynne Jackaman (Saint Jude)
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer © The Blues Alone?
Filmpjes: Giel
locatie: Ribs & Blues Festival 2013 in Raalte
datum: maandag 20 mei 2013

Saint Jude is een Londense Soul- en Bluesrock band met een charismatische frontzangeres, Lynne Jackaman genaamd. Ze brachten hun debuutalbum ‘Diary Of A Soul Fiend’ uit in september 2010. Die werd geproduceerd door de voormalige Rolling Stones producer Chris Kimsey. Al gauw bouwde ze een fanatieke fanbase op in hun thuisland Groot-Brittannië. Waaronder niemand minder dan de voormalige Led Zeppelin zanger Robert Plant ("Who is that girl?") en Rolling Stones gitarist Ronnie Wood, die Lynne en haar mannen vergezelde op het podium van de 100 Club in Londen in januari 2010. Maar ook op het vasteland van Europa sloeg het album aan. Met in Nederland onder meer optredens op voornamelijk openlucht festivals als gevolg. Op Waterpop 2010 en op het Highlands Festival in Amersfoort 2011 waren wij van TBA? er ook bij. Zonder toetsenist maar met de nieuwe gitarist Marcus Bonfanti en het ritmische tandem Lee Cook op drums en Scott Wiber op de bas, speelde Saint Jude ook op de 2013 editie van het Ribs & Blues festival in Raalte. Voor aanvang van dat optreden vonden wij Lynne Jackaman bereidt om backstage een interview te doen. En omdat muziekkenner en ‘flowergirl’ Lynne Jackaman altijd wel in is voor iets anders, vonden we in haar een dankbaar ’slachtoffer’ om ons Songtitel-interview eens op uit te proberen.

Hi Lynne, ik wil eens een ander interview concept met je uitproberen. Er zijn veel songtitels en teksten met vraagtekens daarin. Ik geef je steeds een thema en de keuze tussen twee bands/artiesten. De bijbehorende titel is tevens de vraag bij dat thema. Duidelijk?
- Okay, een soort quiz dus, leuk. Met prijzen ook?
Uhh, ja… maar, nee geen prijzen.

Wie ben je?
Who Are You? (The Who) of: Who do you think you are? (Spice Girls).

- The Who, zeker weten! Spice Girls is geen rockband en daar heb ik niet zoveel mee. Hmm, wie ben ik? Lynne Jackaman, geboren en opgegroeid in Sidcup, Kent in Engeland. Ik ben al erg jong, ik was 13-14 jaar, begonnen met zingen in jazzcafés, clubs en concertzalen. Jazz, soul en blues voor doelgroepen die gemiddeld twee, drie keer zo oud waren als ikzelf. Ik heb wel even gitaarles gehad maar heb geen speciale zangopleiding genoten. Geleerd door veel te luisteren en veel te zingen, self-supported dus.

Het begin:
How long has this been going on (Ace) of: Do you remember the first time? (Pulp).

- Dan kies ik toch voor Pulp! Britpop, hun teksten en songs zijn altijd erg origineel. Mijn eerste optreden was op 14-jarige leeftijd in een club in Londen met mijn gitaarleraar, dat herinner ik me nog goed ja. Tot m’n 16e jaar trad ik sindsdien een paar keer per week met hem op. En van het verdiende geld weer platen kopen. De stem is al aardig versleten sindsdien, “more roachy".

Plaatsen:
Why Georgia? (John Mayer) of: Is This The Way To Amarillo (Tony Christie).

- Die laatste doet me erg aan m’n vader denken, dus doe die maar. “London is the place for me", ik woon er m’n hele leven al maar ben zelden thuis. Amerika is nog steeds een doel. We hebben er opgenomen en gespeeld maar ik wil meer, daar werken en wonen misschien.

Invloeden:
Are You Experienced? (The Jimi Hendrix Experience) of: How many roads must a man walk down: Before you can call him a man? (Bob Dylan).

- Ehmm… ik denk, Bob Dylan om zijn teksten en Hendrix voor zijn gitaarspel. Beide zijn briljant! Dus hier maak ik geen keuze in. Wat betreft de invloeden, ik heb veel opgestoken door te luisteren naar Aretha, Etta, Tina Turner, Sam Cooke, Donny Hathaway, Sam & Dave… de betere soulmuziek, Stax, Motown. Maar ook Led Zeppelin, Queen, Free, Jerry Lee Lewis. Gewoon alle muziek waar ik van ben gaan houden om een bepaalde reden.

Vrienden:
Can We Still Be Friends? (Robert Palmer) of: Why Can’t We Be Friends? (War).

- War, ik ben benieuwd wat je wilt weten over vriendschap?
Chris Kimsey - de legendarische Rolling Stones poducer - produceerde jullie debuutalbum, is hij een vriend?
- Absoluut. En voor mij ook een goeroe, adviseur, tweede vader, hij heeft veel voor me betekent ja. En enorm veel invloed gehad op alles wat ik nu doe. “He’s one of the good guys!” Ron Wood ook, hij speelt mee op ons album en deed verschillende optredens. En Robert Plant was bij een optreden waar we Traffic songs speelden omdat ik drummer/zanger Jim Capaldi erg hoog heb zitten. Hier spelen we straks ook een song van hem. Maar uhh… ja, Robert Plant zag ons en heeft zich afgevraagd “Who’s that girl?” En sindsdien is hij fan van ons.

Zangeres:
Who’s That Lady? (The Isley Brothers) of: Da Ya Think I’m Sexy? (Rod Stewart).

- Dat móet Rod Stewart wel zijn. Om alles wat hij solo gedaan heeft maar vooral met The Faces. Als vrouw word je bekeken, dus hou ik daar rekening mee. Ik vind niet dat ik gewoon met een spijkerbroek op het podium moet komen, show en stijl hoort erbij. Ik houd van aparte kleding uit de jaren zestig en zeventig. Dat is kleurrijk en opwindend. Ik laat veel jurken in die vintage stijl maken op maat.

Bezigheden:
What’s He Building? (Tom Waits) of: Can’t You Hear Me Knockin’? (Rolling Stones).

- Ohw, deze moet ik even aan de jongens vragen hoor: “Gúys, Tom Waits or the Stones? You have to pick one!” [roept ze naar haar bandleden die een paar meter verderop met elkaar zitten te keuvelen - red.] “Stones!” [roepen ze in koor]. Ohh, dat is vast omdat ze Engels zijn, want eigenlijk vinden we deze ook allebei erg goed. Tom Waits is een geweldige tekstschrijver en muzikaal erg vindingrijk. Maar de band heeft beslist: Stones. Bezigheden, ja fulltime muziek maken en “running around". Voorlopig dus geen tijd voor een gezin of een rustig sociaal leven leiden [zegt Lynne toch enigszins sip - red.]

Radio:
What’s the Frequency Kenneth? (REM) of: Do You Remember Rock ‘n Roll Radio? (The Ramones).

- Dat wordt The Ramones. Onze live tour in 2010-2011 was getiteld ‘Maximun Rock ‘n Roll’… eigenlijk is dit weer een vraag voor mijn jongens hè?! [tevergeefs doet Lynne nog een poging om haar bandleden erbij te betrekken - red.] “Come on guys, don’t be shy!” [maar de jongens geven geen sjoege, dus vervolgt ze zelf] … in de UK en de USA hebben we aardig wat airplay op de alternatieve radiostations. In Europa zijn we voornamelijk in Duitsland bekend en op de radio te horen, de rest moet nog volgen.

Lyrics:
Do You Believe In Magic? (Lovin’ Spoonful) of: Are We Human Or Are We Dancer? (The Killers).

- Kijk, ik vind The Killers goed, maar dit nummer niet. Dus onbeslist. Ik schrijf mijn meeste teksten zelf. Soms met een co-writer maar ik vind een zekere verbondenheid met een tekst wel belangrijk. Dat kan natuurlijk ook met een cover zoals Jim Capaldi’s ‘Whale Meat Again’, die we zo meteen dus ook gaan spelen hier. Want als performer kan je ook verliefd worden op andermans songs en ondertussen graag willen die zelf te hebben geschreven, ha-ha.

Fans:
How About Us? (Champaign) of: How Am I supposed to Live Without You? (Michael Bolton).

- Met beide artiesten heb ik helemaal niets. Maar het gaat om de titels gelukkig. We hebben in Engeland en Duitsland een behoorlijk fanatieke aanhang met fanclubs ook. Daar proberen we altijd wel wat extra’s voor te doen, met meetings en zo. Via de moderne media zoals Facebook en Twitter is de bereikbaarheid door en naar alle fans een stuk makkelijker geworden.

Funny songtitles:
Can You Do the Hoky Poky? (Cole Porter) of: Who Put The Bop In The Bop Shoo Bop? (The Platters).

Ha ha, grappige titels ja. Mij wordt wel eens gevraagd of ik bewust songs met titels zoals ‘Whale Meat Again’ of ons eigen ‘Pleased To Meet You’ opzoek of schrijf. Maar dat is gewoon toevallig zo, het heeft verder geen betekenis. Je moest eens weten hoe vaak de titel van ons album ‘Diary of a Soul Fiend’ wordt geschreven als ‘Dairy of a Soul Friend’, verwarrend blijkbaar ha ha.

Meisjesnamen:
Lucille? you won’t do your sisters will (Chuck Berry) of: Angie, when will those clouds all disappear? (Rolling Stones).

- De Stones hadden we al gehad dus nu kies ik voor Chuck Berry. Bovendien heeft hij de Stones weer beïnvloed dus is het cirkeltje weer rond. Lucille? you won’t do your sisters will, dat is grappig, ik ben een tweeling en mijn zus kan helemaal niet zingen namelijk. Ze is wel erg artistiek, met tekenen en schilderen en zo, dat is dus weer niks voor mij hè. Wat ik van de huidige generatie blueszangeressen vind? Tja, ik ken ze ook niet allemaal natuurlijk. Beth Hart is goed, Dana Fuchs ook, de jongere generatie Engelse en Europese zangeressen ken ik eigenlijk niet zo goed. Het is wel vreemd dat zo’n beetje iedere nieuwe blueszangeres altijd direct vergeleken wordt met Janis Joplin. Maar als er een mannelijk blues zangtalent doorbreekt zal hij niet gelijk te horen krijgen een jonge John Lee Hooker te zijn bijvoorbeeld.

Regen:
Have You Ever Seen The Rain? (Creedence Clearwater Revival) of: Why Does It Always Rain On Me? (Travis).

- Oh, CCR! John Fogerty is één van de beste songschrijvers aller tijden. En een geweldige zanger. Regen, het maakt mensen vaak somber maar mij niet. Ik ben een heel optimistisch, opgewekt en open persoon. Een beetje gek ook soms. Ik ben graag druk bezig en ontdek steeds weer nieuwe dingen. Mijn motto is ook om lief voor elkaar te zijn en om te genieten van het leven, ik ben een ‘flowerchild’: “what goes around comes around".

Dieren:
How Much Is That Doggie in the Window? (Patti Page) of: Who Let The Dogs Out? (Baha Men).

- De wie-Men?! Oh van “Who let the dogs out? Who who who!” Ja, dát ken ik wel. Nee, dan toch Patti Page [zegt ze liefkozend - red.]. Ahhh, ze is deze winter overleden hè. Zou ze ooit geweten hebben hoeveel dat hondje in de etalage moest kosten? Rare vragen waar je eigenlijk mee blijft zitten. Zelf ben ik vegetariër en een groot dierenliefhebber. Ik heb een kat, Angus genaamd. Inderdaad, vernoemd naar Angus Young van AC/DC, en net zo wild als die gitarist.

Ontwikkelingen:
Who Made Who? (AC/DC) of: Who Wants To Live Forever (Queen).

- Ik ben gek op beide bands maar kies toch voor Queen vanwege de diversiteit in hun repertoire. Ze konden rocken zoals in ‘We Will Rock You’ maar ook als een operakoor zingen in ‘Bohemian Rhapsody’. Dat veroorzaakte zeker een nieuwe ontwikkeling in de popmuziek halverwege de jaren zeventig. Nieuwe opnametechnieken en top-40 hits die langer dan 4 minuten duurde (al was dat niet helemaal nieuw natuurlijk). En Freddie Mercury was zéker één van de beste rockband frontmannen ooit.

Religie:
What If God was One of Us? (Joan Osborne) of: Do You Believe in Life After Love? (Cher).

- ‘What If God was One of Us? is een prachtige cross-over song ‘tussen roots en mainstream, knap gedaan. Maar ik begrijp dat je met deze vraag naar onze bandnaam Saint Jude toe wil toch? Ik begin deze quiz al aardig door te krijgen ha-ha. St. Jude was één van de 12 apostelen van Jezus. Die naam klinkt lekker en het sentiment erachter stond ons wel aan. En er spreekt ook hoop uit hè, dat vind ik tenminste. Bovendien wilde we geen bandnaam met ‘the’ ervoor.

Oorlog & Vrede:
War, what is it good for? (Bruce Springsteen) of: What’s So Funny ‘Bout Peace, Love, and Understanding? (Elvis Costello).

- Bruce Springsteen. Hoewel de Elvis Costello titel ook goed klinkt hoor. Hij is een goede schrijver en is ook goed in wat hij doet. Maar ik houd daar niet zo van. Oorlog en vrede is vaak ook afhankelijk van politici die landen besturen. Ik zou zelf niet zo gauw openbaar een politicus steunen, zoals Bruce Springsteen dat bijvoorbeeld met Obama wel doet. Ik zou op dit moment ook echt niet weten wie? Ik wil er eigenlijk helemaal niet bij betrokken raken. Wij Engelsen schrijven veel liever persoonlijke teksten die mensen individueel kunnen opbeuren of steunen. Ik zou ook zo gauw niet weten welke artiest nou onze premier van het Verenigd Koninkrijk, David Cameron dus, zou moeten steunen. Hier heerst een hele andere politieke cultuur dan in Amerika.

Liefde:
What is Love? (Haddaway) of: How Deep is Your Love? (Bee Gees).

- Bee Gees! Ook goeie songschijvers. Over de liefde, ik zei het al eerder hè, ik ben een ‘flowerchild’. Ik had gewoon 20 jaar eerder geboren moeten worden.

Afscheid:
Where Have All the Cowboys Gone? (Paula Cole) of: Can I Play With Madness? (Iron Maiden).

- Ik kies Iron Maiden, één van de beste live bands ooit wat mij betreft. En ze spelen nog steeds samen hè, al bijna 40 jaar. Ik weet nu ook een beetje wat het is om zolang met elkaar onderweg te zijn. Je raakt aan elkaar gehecht en als je dan een bandlid én goede vriend verliest is dat hard en onwerkelijk. Adam Green’s bijdrage aan Saint Jude was onmetelijk [de S.J. gitarist overleed in januari 2012 na een langdurige ziekte - red.] Maar de dood is permanent dus het enige dat je kunt doen is het accepteren. Ik schrijf mijn songs nog altijd met Adam in gedachte want hij was ook een échte muziekliefhebber, “he was the real deal".

Ouderschap:
Isn’t She Lovely? (Stevie Wonder) of: Have You Seen Your Mother, Baby? (Rolling Stones).

- Ik denk dat je het antwoord wel weet; Rolling Stones. Zoals ik al eerder bij de ‘bezigheden’ zei heb ik het nu te druk om een gezin te stichten. Als de tijd er rijp voor is wellicht wel.


Privé:
Are You Lonesome Tonight? (Elvis Presley) of: Are You Strong Enough To Be My Man? (Cheryl Crow).

- Hmm, Elvis. Nee, ik ben niet eenzaam vannacht. Dan zit ik namelijk in een vol vliegtuig naar een volgend optreden.

Toekomst:
What’s New Pussycat? (Tom Jones) of: Isn’t It Time? (The Babys).

- Tom Jones, een ware legende. Ik neem het hem ook helemaal niet kwalijk dat hij in de jury van The Voice UK is gaan zitten. Want hij IS the Voice! Je ziet het steeds meer dat oudere muzikanten iets met de jongere generatie gaan doen. Om ze het vak bij te brengen uiteraard, maar ook om er zelf jong bij te blijven, daar ben ik van overtuigd. Zoals je wellicht weet, werken wij pas aan ons tweede album. De nummers klinken geweldig maar we hebben nog tijd nodig om het te perfectioneren. Najaar 2013 moet die gereleased worden en tot die tijd kunnen de fans het met de EP ‘Ladies & Gents’ doen met nieuwe (cover)songs en akoestische tracks plus SJ goodies.

Vertrekken:
Should I Stay or Should I Go? (The Clash) of: Are You Gonna Go My Way? (Lenny Kravitz).

- “Absolutely The Clash with Should I Stay or Should I Go? And I’ll go!” zegt ze tot slot.

Van mij had ze nog wat langer mogen blijven maar ze ging echt. Met nog een optreden op het Ribs & Blues festival en een vliegreis voor de boeg die avond. Lees hier ons concertverslag door Nicolette Johns. Saint Jude is binnenkort weer in Nederland te zien op het Pee Rock Festival in Colijnsplaat (26/07/13) en op het Zwarte Cross Festival in Lichtenvoorde (27/07/13).

Gekkigheid rondom de podia [kolom]

Geplaatst op 17 July 2013 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

It comes in colors everywhere

Dames en heren, jongens en meisjes, ik ben een bevoorrecht mens. Dat mag je wel zeggen als je uit je grootste liefhebberij zóveel plezier kan putten als dat ik dat in de eerste twee weken van juli weer heb gedaan. Veelzijdig en kleurrijk zou ik de evenementen willen betitelen die ik in die 15 dagen mocht bezoeken. Vijftien ja, want de laatste dag van juni tel ik voor het gemak ook nog even mee. Toen begon de zon deze zomer in Nederland pas écht te schijnen en toen was ook de 33e editie van het Haagse Parkpop festival. De zonnebrillen konden eindelijk op de nog bleke neuzen gezet worden. Veelomvattend en levendig (wat gewoon synoniemen zijn van de eerder genoemde termen) zou ik het aanbod en de sfeer dáár willen noemen. Of het door die zon kwam weet ik niet, maar een zweem van roze en andere opgewekte inspirerende kleuren bleef er over die periode hangen. Als een herhalende factor, lees maar eens verder en let maar eens op.

Zelfs De Kraaien in het Zuiderpark doste zich kleurig uit in geel-groene tenues. Zanger Barry Hay ontdeed zich van zijn gouden oorringen en deed hetzelfde. Heeft vermoedelijk de ballen verstand van het spelletje maar gebruikte een voetbalshirt als schot voor open doel. Hij werd bijgestaan door een Wolff in schaapskleren. Niet te verwarren met de vrijgevige Geldwolf, uhh… Geldof die later nog met zijn band op het podium zou komen. Deze Wolff luisterde naar de exotische naam Pablo en had geen zeven geitjes nodig om zijn sprookje waar te maken. Ook geen oma maar een opa dit keer. Hé die Hay!

Gènig hoor, die Haagse kraaien maar de échte Zwarte Kraaien zagen we een dag later met een rotvaart de Amsterdamse poptempel Paradiso doorvliegen. Om daar na hun derde concert binnen een maand de bezoekers beduusd met suizende oortjes achter te laten. Sure Hard To Handle Babe. Het ‘zonnetje van de dag’ op Parkpop was Jo Harman. Met de Flower Power uitstraling van Janis Joplin en de charmes (inclusief hot-pants-jeans) van zichzelf. Maar vastberaden om haar carrière als zangeres heel lang vol te blijven houden. In een interview met TBA? toonde ze zich sans gêne en ruiterlijk (maar dan zonder paard).

Zó sta je oog in oog met Blondie zangeres Debbie Harry die ‘hét’ ondanks haar 68 levensjaren gewoon nog heeft! En die, behalve bij hitsige mannen van middelbare leeftijd, tegenwoordig ook populair is bij de Mokumse homogemeenschap, de pinkrock community. En zó mag je zelf op Dijkrock, het kleinste maar leukste openlucht festival van het Westland, een lokale blondine aankondigen. The beauty en haar beesten: Reneé Brak ("feessie gehàd joh!") met vier heldere geesten van Kraakhelder. Maar, girrrl power en een échte rocksound! Gekleed in het roze. Zij dan. Ik in het wit en soms in het zwart. Want je wilt het publiek niet teveel verwennen door kleur te bekennen.

Julian, de zoon van drogist Van Buuren, die vroeger op de hoek van de straat zat waarin ik woonde, stond donkere gespierde hardcore metalklanken uit zijn gitaar te rammen. Dat krijg je ervan als je vader Bas heet. Dan ga je snarenplukken als een malle. Het medicinale product Oriax is zwaar verslavend, tenzij je er voldoende van in je gaper pleurt. Oordopjes verkrijgbaar bij die plaatselijke drogist. De burgemeester had die niet nodig. Lange tijd leek hij al Oost-Indisch doof voor de roepende Dijkrock organisatie en hun aanhang in de multimedia woestijn. Maar het recht vierde zegen en de volumeknop kon worden opengedraaid. Ver genoeg om @SjaakVanDerTak (also known as: Jack Venderteck) er in zijn achtertuin zelf van mee te laten genieten tijdens zijn Birthday High Tea. Toch bedankt Edelachtbare Heer Van der Tak. Maar vooral thanks to Jan & John (de 2J’s), we weten dat jullie je weer de takken hebben gewerkt om niet de ‘sjaak’ te zijn. Dijkrock rules!

Een wit geschminkte joker met de merkwaardige naam Taars zag eruit als een druipkaars, in zijn roze billentikkert. Knotsgek, met z’n witte bek. Maar, het had het gewenste effect ("spelen homo!"). In een smeltkroes van Punk, Psychobilly, Rockabilly en Surf werd de muziek in hoge temperaturen verhit tot boven hun eigen smeltpunt. Voorgeschreven medicijn was dan om een overdosis Psychobillysurf tot je te nemen. Om vervolgens springlevend in een bizarre dodemansrit mee te kunnen jakkeren in hun Coffin Cadillac (die overigens wel in de stalling bleef). Tiedeldiedel-pom-pom deuntjes van Joe - die eigenlijk Joe-Y heet - en de drummer, met een cokehead… hat… cap.

Vrolijkheid kent geen tijd, vooruit met de geit. En over geiten gesproken: tèd voâh meiâh gekkeghèd in duh Dèk. Vèf frisse gastuh uìt duh Haag… ze kwamen een veelbelovende dansrevolutie ontketenen. De Playground Kids flirtte wat met twee kleine soul sisters op het podium én poseerde na afloop ook met mijn bloedeigen dochter. Dat mocht, omdat SSDR de MC van dienst allang had ingepalmd met hun stampende en dansbare indierock muziek. Zekeâh wetuh mensen! De Soul Sister Dance Revolution veroorzaakte een omwenteling aan de Dijk. Gelukkig stond die 13e eeuwse dijk na afloop gewoon weer op z’n plek zodat een overstroming van ongenode gasten voorkomen kon worden.

Het minst gekke was nog T.’Extra Large’ S. met zijn bluesband. Of het moet de giraffenek toetert geweest zijn waar de saxofonist zijn wangen op bol blies. Dat zag er wel beestachtig bizar uit. Eigen nummers en HendriXXL songs werden er in zomerbluesjes doorheen gejazzt. De Iceman deed goede zaken en lickte zelf lekker mee op zijn Sunburst Fender. GROTE klasse. De uitsmijter van Dijkrock was: muziek van: Slash door Backslash. Een project van één van Westlands topgitaristen, Len Ruygrok. En met zo’n achternaam kan je geen klassieke muziek gaan spelen natuurlijk. Wél klassiekers! Van Velvet Revolver, Slash’s Snakepit en uiteraard veel Guns N’ Roses.

Len & Co zijn weer teruggekropen naar hun roots dus. Grappig om te constateren dat Lenny een jaar of 17 geleden nog in een Maasdijkse tuinders schuur op ons verjaardagsfeestje stond te pingelen en nu de headLÉN was op het Dijkrock Festival. Welcome to the jungle of Maasdijk! Waar “we want more” blijkbaar hetzelfde betekent als: “Nick en Simon! Nick en Simon! Nick en…” nha-ja laat maar, ze begrepen mekaar en kwamen terug as de brandweer. Môôgguuuh manne! Bar volk, die Westlanders.

De vrijdag erop naar het misschien wel kleurrijkste evenement van Nederland het Port of Rotterdam North Sea Jazz Festival. Waar ondanks de multiculturele bezetting en rijke diversiteit aan muziekstijlen onze voorkeur toch weer uitging naar de blues(rock) en de funk(rock) acts. Dat festivalopener Larry Graham met zijn Graham Central Station een potje kon funken wisten we al een poosje. Dat mochten we ruim een jaar geleden nog eens aan den lijven ondervinden in één van onze vrijetijds woningen De Boerderij. “Je weet nooit waar ‘ie vandaan komt?!” riep ‘MC Nile’ Howard Komproe verbaasd voor aanvang. Nou wij wisten het wel hoor, vanuit het publiek zoals gewoonlijk. Zonder trommels dit keer maar met witte bas en witte jas. De funky swingende opener met speciale North Sea Jazz tekst was leuk. Het gastoptreden van Level 42’s Mark King was al aangekondigd en een medley van de Familie Steen was te verwachten met o.a. ‘Dance To The Music’, ‘Everyday People’ en ‘Family Affair’. Een donkere fotograaf ging er bepakt en bezakt met camera’s en telelenzen zo soepel op los alsof hij met Sly Stone zelf op het Woodstock podium stond te dansen. Hoe doen die mensen dat toch? Als ik me vol gooi met opbeurende pillen of 12 liter alcohol heb ik nog de ritmiek van een verzakte bulldozer in de bagger. Veel chocolademelk drinken zij m’n opa vroeger altijd, jaja ‘t zal wel.

Nog voordat dat irritante wijf van Graham op haar slippers het podium zou betreden schoof ik één podium op naar rechts. Alvast een mooi plekkie bemachtigen om een uurtje later de grijze baard van Seasick Steve in m’n oor te kunnen voelen kriebelen. Face to face met het publiek ontstond er plots een hoop consternatie. Stond ik in de weg of zo?! Nee, dr gebeurde wat op het podium naast ons. We deden een paar stappen naar achteren en zagen dat er een oud mannetje met een kroeskop en rond zonnebrilletje naast Larry was komen staan om gitaar te spelen. “Ohw, z’n opa doet mee” zei mijn concertmaat Arjan onaangedaan. Maar toen iemand die in de buurt stond maar bleef roepen: : “prins, prins, dé prins is er!” zei Arjan’s vrouw: “oh leuk Willem-Alexander komt binnen, weten ze niet dat die nu koning is soms?” The Artist Formaly Known As Prince (TAFKAP) maakte weinig indruk op ons met zijn korte gitaarriedeltje. Hoe anders had dat kúnnen zijn als ‘ie zijn mond had open getrokken. Afijn, veel mensen hadden hem weer 4 minuten live (via een videoscherm) gezien en waren er dagen daarna nog van in de war.

Achteraf deed het voorval me denken aan een gebeurtenis van ruim 31 jaar geleden. Toen kwam er bij een concert in Den Haag ook onverwachts een klein ventje het podium op. Maar die trok zijn grote scheur met rubberen lippen wél open en zong 3 songs live mee! Daar werd terecht nog maanden, nee jaren, over nagepraat en tot op heden heb ik ongeveer 82 keer zoveel ‘bezoekers’ horen zeggen erbij geweest te zijn dan dat er in dat zaaltje paste destijds. ‘Let It Rock’. Als een John Deere tractor stonden wij een uur later dus mee te ronken en te accelereren bij die hippe hype Seasick Steve. Die ondanks zijn voortschrijdende populariteit als een optrekkende trekker gewoon zichzelf blijft. Zo authentiek als het woord zelf en zo vintage als zijn kleding en instrumenten. Beetje lullen, flessie wijn dr bij (“this song is about the old times you could get drunk for a dollar and wake up with a two hundred dollar headache”). Lekker toch, niet-tan? Samen met drummer dolle hond Dan (Magnusson) maakte hij er een mooi optreden van. En daar was geen noot jazz bij! Al sinds jaar en dag kan het NSJF niet meer zonder de steunpilaren uit de blues- en funkwereld om commercieel succesvol te blijven. Maar ach, wat kan ons het bommen? Zolang het reteswingend is en het dit retegoeie feest niet verknalt.

Omdat op het linker Nile podium de muzikale orgie dusdanig uit de klauwen liep, zijn we tijdens het Santana optreden de frisse lucht gaan opzoeken. Larry deed het eerder die avond met Mark, Prince en Carlos. En Carlos deed het nu weer met Larry. Confessions of ex-hippies was aangebroken. Sinds ze in de Woodstock wei samen een blowtje hebben gerookt vinden ze elkaar helemaal té wauw en peace and love, man. Samen delen samen spelen dus. Het elftal Santana zorgde verder voor weinig verrassingen. Carlos zijn quasi ongeïnteresseerde houding kennen we nu wel en eigenlijk zijn nummers als ‘Black Magic Woman’, ‘Oye Como Va’ en ‘Maria Maria’ ook wel.

Nee, dan JJ Grey! Als we op het Mississippi plein (een tent kan je het immense afdak niet noemen) aankomen zijn we de enige. Dus weer nestelen we ons vooraan bij het podium waar de restanten van het Ruben Hein optreden worden opgeruimd. Maar als JJ & zijn band Mofro het podium opkomen, loopt het plein in een mum van tijd vol. JJ is goed bij stem, lacht, geniet… een blij mens. Het optreden is natuurlijk veel te kort maar blijmoedig én funky - ja een beetje jazzy zelfs - “Bad Ass Jazz Cats” met een prachtige ‘Orange Blossom’ en het hilarische ‘Ho Cake’ als afsluiter. Het kleurenpalet van Grey bestaat uit 99 shades of gray. Ook tijdens de rendez-vous in de signeersessie na afloop blijft de man uit Florida opgewekt. Net als Seasick Steve houdt hij van Nederland en wij houden van hem [lees hier ons eerdere interview met JJ Grey].

De zaterdag erna - als onze schrijvende en fotograferende TBA? Collega’s Bospop en NSJF verder onveilig gaan maken - reizen wij wederom af naar Amsterdam. Dit na de wereldsteden Den Haag, Maasdijk en Rotterdam gehad te hebben in deze speed meeting zomertour. “How sweet it is!". George Thorogood & the Destroyers kwam ons on the eve of destruction uitleggen hoe je een Rock Party moet vieren. Niet nadat de Zeeuwse Juke Joints een dozijn bluesrock songs van de betere kwaliteit als een heavy chain aan elkaar had geregen alvorens in de nacht terug te keren naar hun Hometown Kwadendamme (e/o). Met heldere klappen en bijna in onverstaanbaar Zeeuws dialect lulde drummer/zanger Peter Kempe ook de aankondigingen aaneen. Hoezo authentiek? Ooorr jie me nie?! Veel bekenden in de zaal daar en een Amerikaanse gorilla die het onze fotograaf lastig probeerde te maken. Dat is hem niet gelukt, gezien de bonte verzameling plaatjes die we weer toegeschoven kregen.

Tot zover een relaas van 15 dagen sun ‘n fun, rhythm ‘n blues, rock ‘n roll, heart ‘n soul en colors ‘n spirits. En dat terwijl mega-acts als de Rolling Stones en Bruce Springsteen & the E Street Band Europa op z’n kop zetten. En het nieuwe festival Roots in the Park te Utrecht ten doop werd gehouden. Natuurlijk had ik dáár ook graag bij willen zijn, maar beleef het zelf en merk hoe kleinschaligheid soms ook GROOTS kan zijn! It comes in colors everywhere, even while you dance in the dark. Geniet!

Foto’s met dank aan: Arjan Vermeer, José Gallois, Frank van den Ing.

George Thorogood & The Destroyers met cover creaties in optima forma.

Geplaatst op 14 July 2013 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in:Paradiso Amsterdam
band: George Thorogood & The Destroyers
support: The Juke Joints
datum: zaterdag 13 juli 2013
review & filmpjes door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone? & Giel

“Op een gegeven moment gebeurde er iets merkwaardigs. Er sprong een klein mannetje het podium op dat mee begon te zingen. Door de zaal ging eerst een golfje van verwondering: ‘Wat doet dat ventje op het podium?’ Daarna volgde een schok: ‘Dat lijkt Mick Jagger wel.’ En toen het ventje zijn mond open deed veranderde de schok in een collectieve extase: ‘DAT IS MICK JAGGER!!!’ (plaats van handeling: Paard van Troje, Den Haag; datum 3 juni 1982). En Jagger zong vervolgens ‘Around and Around’ en ‘Let It Rock/Back in the USA’ met George Thorogood & The Destroyers op het Haagse poppodium. Thorogood was één van de bands die tijdens de Stones tournee in 1982 als support optraden (de andere was de J Geils Band). Na dit legendarische moment is Thorogood zeker niet meer weg te denken uit de hoofden van veel Nederlandse blues- en rock and roll fans.

1982 was dus ook het jaar dat wij van TBA? de Amerikaanse bluesgitarist George Thorogood voor het eerst live zagen optreden in de Rotterdamse Kuip. De albums ‘George Thorogood and the Destroyers’ (1977) en ‘Move It On Over’ (1978) prijkte toen al fier in de platenkast. En vooral ‘Move It On Over’ was toen al letterlijk grijs gedraaid met daarop uitsluitend covers van blues grootheden als o.a. Bo Diddley (’Who Do You Love?’), Chuck Berry (’It Wasn’t Me’), Willie Dixon (’That Same Thing’) en de tot bluesrock kraker omgesmolten country klassieker ‘Move It On Over’ van Hank Williams. Een betere opvoeding met een lesje bluesrock geschiedenis kon een gretige jongeling in die tijd niet krijgen. En als die docent in kwestie vandaag de dag weer eens langs komt in Nederland ga je hem natuurlijk respectvol, ja zelfs wat onderdanig, bezoeken voor een bijles in authentieke bluesrock geschiedenis.

40 Years Strong
Huiswerk was niet nodig want de lesstof is hetzelfde gebleven. Thorogood speelt nog steeds én met succes voornamelijk covers en blues standards. Sinds 1977 nam hij 16 studioalbums op waarvan er meer dan 15 miljoen wereldwijd werden verkocht (2 platina en 6 goud). Zijn huidige tour kreeg het predikaat ‘40 Years Strong’ omdat de kleine maar potige gitarist in 1973 al als bluesrocker aan de weg begon te timmeren. En dat terwijl hij het begin jaren zeventig ook als second baseman van een baseball team in Delaware tot semi-professional had geschopt (geslagen). Beïnvloed door onder meer blueszanger en gitarist John Hammond Jr. ging George’s voorkeur toch uit naar de muziek met inzet en werklust als pijlers voor succes. Het Destroyers bandlogo herinnert nog altijd aan zijn voorliefde voor het Amerikaanse honkbal.

Strak geregisseerd
Na de klanken van de jaren zestig protestsong ‘Eve of Destruction’ werd de 63-jarige populaire Amerikaan aangekondigd door een voice-over. Ja, alles was op en top Amerikaans aan deze avond die strak geregisseerd was en veel show bevatte. De in het zwart geklede Thorogood met onafscheidelijke bandana en zonnebril kwam op als een koning die zich liet bewonderen en toejuichen door zijn volk. “How sweet it is! Everybody there’s a rockparty tonight!” En dat werd het, met het grotendeels instrumentale ‘Rock Party’ als concertopener. De zonnebril werd al gauw afgegooid en ook de hoofdband volgde later in de show. Want het zweet gutste voortdurend van zijn voorhoofd in het bloedhete Paradiso tijdens dit laatste clubbezoek van de Europese tour. “Paradiso, the best rock and roll venue in Europe!” volgens Thorogood.

Routiniers
Vervolgens kregen we een aaneenschakeling van remakes aan blues- en rockklassiekers te horen van diverse grootheden uit de geschiedenis op dat gebied. ‘Who Do You Love?’ (Bo Diddley), ‘Help Me’ (Sonny Boy Williamson II), Night Time (The Strangeloves), ‘I Drink Alone’ (Thorogood, van het Maverick album uit 1985) en de onvermijdelijke John Lee Hooker cover ‘One Bourbon, One Scotch, One Beer’. Dynamische visual graphics en oude videobeelden op de grote podiumschermen sierde het geheel op. En Thorogood zelf zweepte het publiek op met zijn hitsige gitaarspel terwijl hij zijn aanzienlijke gebit bloot lachte. De typische korte slagbewegingen die hij regelmatig met de Gibson gitaarhals maakt blijven opvallend om te zien. Evenals de grimassen die hij tijdens het spelen trekt. Hij wisselde de zwarte Gibson later om voor de bekende witte Gibson ES-125 Snake. George werd gesteund door een strakke begeleidingsband met de routiniers Jeff Simon op drums (sinds 1973!) en Billy Blough op basgitaar. Texas blues gitarist Jim Suhler (die we nog konden van Johnny Winter, Buddy Whittington en Buddy Guy) en saxofonist Buddy Leach, die ook alweer 10 jaar met de Destroyers meeblaast, maakte dit vijftal compleet.

Johnny Cash
“You Talk Too Much!” riep iemand uit het publiek, doelend op de Joe Jones cover die deze jongen waarschijnlijk graag wilde horen (en die aanvankelijk ook op de setlist stond). De discussie die daarna volgde was ronduit hilarisch. George vatte de opmerking quasi beledigend op en stak fel van leer met een verhaal waarin het erop neerkwam dat hij zelf uitmaakte wat ‘ie deed en écht van iedere seconde wilde genieten in deze inmiddels “best rock and roll venue in the WORLD!” Een stukje improvisatie dat naadloos paste in het script van de strak geregisseerde show. Evenals het moment dat hij aangreep bij het zien van een bezoeker met een Johnny Cash T-shirt, om vervolgens ‘Cocaine Blues’ (Johnny Cash cover, geschreven door T.J. Arnall) te introduceren. De man ernaast met het Rolling Stones T-shirt werd ongemoeid gelaten; geen Stones songs op de setlist dus. En ook Chuck Berry’s ‘Johnny B. Goode’ kwam wegens het strakke tijdschema niet aan bod in deze 40th anniversary show.

Succesnummers
Wel kregen we ‘Get A Haircut’ van het album Haircut uit 1993 en zijn grootste hit ‘Bad To The Bone’ uit 1982 opgediend. Die laatste is weliswaar een eigen compositie maar slim samengesteld uit riffs en elementen uit bestaande songs van Bo Diddley, Muddy Waters en Elvis Presley. Het meesterstuk is zoniet nog bekender geworden door het gebruik ervan in een aantal TV commercials en series (o.a. Wrangler Jeans, Miami Vice, Married with children) en speelfilms (o.a. Terminator II). Dus eigenlijk hét pronkstuk van Thorogood’s cover creaties en expressieve vaardigheid in optima forma. In mindere maten geldt dit ook voor de oorspronkelijke 12-bar bluessong ‘Move It On Over’, dat in 1947 de eerste grote country hit was voor Hank Williams. Thorogood’s versie werd later ook gebruikt in de videogame Guitar Hero: Warriors of Rock. De succesnummers werden door het publiek in Amsterdam dan ook met veel opgetogenheid ontvangen en meezongen: “I’m here to tell ya honey, that I’m bad to the bone… B-B-B-B-Bad!”

Drijfnat
Verder stonden de Willie Dixon covers ‘Seventh Son’ en ‘Tail Dragger’ nog op het programma. En een excellente versie van Madison Blues (Elmore James) waarin George zijn rauwe stemgeluid en slide-gitaarspel volledig tot hun recht kwamen. Ofschoon dat George nog twee keer drijfnat getranspireerd terug keerde om het publiek te bedanken (ondanks de routine had hij het écht naar zijn zin) en meisjes bezwete handdoeken toe worp, zat er niet meer in. Paradiso moest klaar gemaakt worden voor een volgend evenement en George en zijn Destroyers hadden de volgende dag nog één Europees slotoptreden voor de boeg; op het openlucht festival Bospop in Weert [waar hier binnenkort alles over te lezen valt]. Toch gingen we met een voldaan gevoel weer huiswaarts na een ouderwets goeie en dampende bluesrock avond met ook nog eens veel bekenden in de grote Paradiso zaal.

The Juke Joints
Een avond die al bijzonder lekker begonnen was met de vertrouwde chicago blues klanken van het Zeeuwse kwartet The Juke Joints. Ze speelde in een korte set stevige Delta-blues van o.a. hun album Going to Chicago (2010).`This Is It` was de opener en als slotakkoord mocht natuurlijk de Rory Gallagher klassieker ‘Going To My Hometown’ niet ontbreken. De bandoprichters zanger/drummer Peter Kempe speelde hierin op de mandoline en ‘Sonny Boy’ van den Broek op de bluesharp. Gitarist Michel Staat kroop tijdelijk even achter de drumkit waardoor hij bij gelegenheid met bassist Derk Korpershoek de ritmesectie vormde. Voornamelijk het meegereisde Zeeuwse publiek vond het allemaal prachtig om dit in de hoofdstedelijke poptempel mee te mogen maken. En met dit Paradiso optreden mocht een zoveelste hoogtepuntje worden bijgeschreven op The Juke Joints’ toch al indrukwekkende palmares. Alles bij elkaar een voortreffelijk avondje verzengende bluesrock van Nederlandse en Amerikaanse makelij.

Setlist George Thorogood & The Destroyers: Rock Party; Who Do You Love?; Help Me; Night Time; I Drink Alone; One Bourbon, One Scotch, One Beer; Cocaine Blues; Seventh Son; Haircut; Bad to the Bone; Move It on Over; Tail Dragger; Madison Blues.



Blondie: een geraffineerd boeket roze gemengd.

Geplaatst op 11 July 2013 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Paradiso Amsterdam
band: Blondie
support: Bettie Serveert
datum: woensdag 10 juli 2013
review & filmpje door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone?

Aha, dus zó ziet een beeldschone vrouw eruit als ze ouder wordt. Dat leek de eerste gedachte te zijn van vele toeschouwers toen Miss Harry woensdagavond opkwam. Op het haar zo vertrouwde Paradiso podium waar ingedut Nederland op 19 november 1977 plotseling kennis mocht maken met de sexy verpersoonlijking van de New Yorkse new wave band BLONDIE. In dit verband raad ik u zeker aan het vermakelijke artikel ‘Het Broekje van Debbie Harry’ door Tom Engelshoven uit Muziekkrant OOR van 18 november 1989 er nog eens op na te lezen. Een terugblik op de tóen al indrukwekkende carrière en het enerverende leven van Deborah Ann Harry (Miami, 1 juli 1945). Er was veel verandert in die 12 jaar, maar toch ook weer niet.

Ab Fab
En nu, bijna 36 jaar later is er nóg meer veranderd, maar toch ook weer niet. Deborah Harry is nog steeds puur en esthetisch, minder sexy misschien, chiquer zeker. Maar ze oogt nog steeds vrolijk, speels en stoer met haar leuke ondeugende trekjes. En, ze lijkt plotseling ook de nieuwe homo-moeder van Nederland te zijn. Want het gay gehalte was nogal hoog in Paradiso, en allemaal (inclusief Boer Willem) zongen ze de teksten woordelijk mee. De creatie die Deborah Harry droeg leek te zijn samengesteld uit de samengestelde creatie die ze twee dagen ervoor in London al droeg. Ze zou er probleemloos een typetje in de comedyserie Absolutely Fabulous mee kunnen spelen. Een soort roze/oranje kruippakje met blaadjes op de linker mouw en broekspijp en daaronder zilverkleurige laarzen met blokzolen en een lauwerkransje op haar hoofd. Eigenlijk was haar outfit net zo’n gemengd boeket als de ruikers die in de een vaas achter haar op het podium stonden. En dat gold ook voor de setlist: een geraffineerd gemengd boeket met diverse oude en nieuwe songs. Gewaagt en toch vertrouwd.

Ghosts Of Download
De te verwachten opener was ‘One Way or Another’, bekend van radio en tv, van reclame en boyband maar bovenal van het Blondie album Parallel Lines uit 1979. Het publiek ging gelijk los op die bekende klanken en dat bleef de hele avond zo. De jaren zeventig en tachtig hits werden uitgekiend gecombineerd met tracks van het binnenkort te verschijnen album ‘Ghosts Of Download’ dat momenteel ook op een speciale Facebook pagina wordt gepresenteerd. Zó stel je dus een setlist samen! ‘Rave’, een ouderwets goed nieuw nummer werd gevolgd door de hit en The Nerves cover ‘Hanging on the Telephone’. Na ‘Union City Blue’ van het album Eat to the Beat uit 1979 kwam er ‘A Rose By Any Name’, een soort poppy remake van ‘The Tide Is High’. En, dié reggaecover van The Paragons kwam dus daar weer achteraan. En zo ging het maar door, ook de muzikale aandacht mocht duidelijk niet verslappen.

Glazen hartje
‘Drag You Around’ met de jonge gitarist Tommy Kessler op de akoestische gitaar klonk speels en breekbaar, als de vocalen van Debbie zelf en als het glazen hartje dat aan haar microfoonstandaard hing. Een stem die het gedurende de show van anderhalf uur - op soms een kleine hapering na - goed hield! Blondie’s comeback single ‘Maria’ uit 1999 van het album No Exit mocht natuurlijk ook niet ontbreken. ‘Winter’ is één van de betere nieuwe songs, het doet je terug verlangen naar de sexy punk-bitch uit de Plastic Letters periode. ‘Sugar On The Side’ is een Latijns getint nummer, stilstaand heupwiegen dus. En ‘What I Heard’ werd opgedragen aan de Nederlandse kunstenaar/ontwerper Chris Berens en zijn familie, die in 2010 het hoesontwerp voor het negende Blondie album Panic of Girls voor zijn rekening nam. Deborah Harry had het duidelijk naar haar zin in Amsterdam en sprak dat dan ook diverse keren uit. Haar ex-vriend, Blondie medeoprichter en gitarist Chris Stein, straalde wat minder enthousiasme uit, maar hij speelde wel superstrak slaggitaar. De ingetogen New Yorker gaat naar mate hij ouder wordt (ook alweer 63 jaar) steeds meer op Andy Warhol lijken.

Dansmuziek
De andere oudgediende Clem Burke - met eredoctoraat van de Universiteit van Gloucestershire op zak - drumde nog steeds of zijn leven ervan af hing. Tussentijdse uitstapjes naar o.a. The Romantics, The Ramones, Joan Jett, Iggy Pop, Pete Townshend, ja zelfs met Bob Dylan en onlangs nog Hugh Cornwell (ex-Stranglers) hebben hem blijkbaar goed gedaan. Bassist Leigh Foxx begeleide Deborah al op haar soloalbums Def, Dumb & Blond (1989) en Debravation (1993). En de jongeling Matt Katz-Bohen, een exponent van de “Fame” school, moet op zijn keyboards, piano en moog-synthesizer het befaamde Farfisa orgelgeluid van Jimmy Destri doen vergeten. Hij mocht excelleren in de disco-achtige songs zoals ‘Heart of Glass’ en in de Frankie Goes to Hollywood cover ‘Relax’ die in de toegift zat. In het slotstuk van ‘Atomic’ gaf gitarist Tommy Kessler een weergaloze gitaarrock solo. Het blijft toch knap hoe de groep Blondie in al die jaren de traditionele rocksound heeft weten te combineren met allerlei (elektronische) dansmuziek stijlen.

Bubblegum
Na uitgebreid overleg tussen de bandleden op het podium kregen we als eerste encore verrassend genoeg ‘Get Off Of My Cloud’ te horen. Onze Stones-hartjes maakte een vreugdesprongetje. Sommige bands kunnen beter van dit soort klassiekers afblijven maar Blondie met Debbie als zangeres mag wat ons betreft het hele Rolling Stones oeuvre coveren! Ook in de toegiften ging de gewiekstheid dus weer verder; nieuw werk (’Take Me in the Night’) kwam weer onder de aandacht in combinatie met een rock- en een disco cover en nog twee hits ‘Call Me’ en ‘Dreaming’. Van uitgekauwde bubblegum is het soms nog best lekker bellen blazen, zelfs als oma het doet. Van punk-bitch tot gay-mom, er is veel veranderd, maar toch ook weer niet. Lekkere trek is van alle tijden. Mmmm.

Setlist:
One Way or Another
Rave
Hanging on the Telephone
Union City Blue
A Rose By Any Name
The Tide Is High
Drag You Around
Maria
Winter
Lights
Atomic
What I Heard
Wipe Off My Sweat
Sugar On The Side
Heart of Glass
Encore:
Get Off Of My Cloud
Take Me in the Night
Call Me
Relax
Dreaming

Bettie Serveert was de support act. Lees hier ons eerdere verslag ‘Bettie Serveert speelt alles en iedereen aan gort’ [10 mei 2013] met foto’s van Arjan Vermeer.

Groeibriljant met ambities - interview met Jo Harman

Geplaatst op 5 July 2013 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Jo Harman
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer © The Blues Alone?
locatie: Parkpop 2013 in het Zuiderpark Den Haag
datum: zondag 30 juni 2013

e245

Haar officiële studio debuutalbum ‘Dirt On My Tongue’ (een EP en een live album gingen deze voor) bevat elf voornamelijk op piano melodieën gebaseerde tracks. Het repertoire nijgt meer naar popmuziek met blues- en soul invloeden dan dat het als authentieke bluesmuziek kan worden aangeduid. Haar manager kon zich niet helemaal vinden in de album review op de TBA? website. Met het liveoptreden op 12 april jl. als support van Johnny Winter in Paradiso wist ze ons een stuk meer te overtuigen. Met jeugdige charme, een ouderwetse karakter, maar vooral met een heldere soulvolle stem. Dus nodigde manager Mark Ede The Blues Alone? uit om een interview te komen doen met zijn groeibriljant: Jo Harman. “Laat jullie niet misleiden door de blonde haren en covergirl fotografie, dit meisje is het échte werk! Een dame die de komende 15 jaar de meest invloedrijke en belangrijkste Britse bluesartieste zou kunnen gaan worden.” Oké, dat wilde we wel eens van dichtbij meemaken. Op een zonnige en winderige zondagmiddag in juni was het zover. Na haar optreden op het Haagse Parkpop stond Johanna Harman uit Brighton ons beleefd en geduldig te woord. Dit ondanks dat ze door haar begeleiders van het enen naar het andere persmoment werd gesleurd. “We all go on a journey together”.

mmgf

Heb je ooit eerder voor meer dan 200.000 mensen opgetreden Jo?
- Nee! En het was heel gaaf! Ik was behoorlijk nerveus de eerste 20 minuten en had moeite om de juiste toon vinden. Daarna was het relaxed en ging het weer als vanouds. Maar nervositeit hoort bij elk optreden hoor, het geeft me zelfs extra energie. De dag dat ik niet meer gespannen ben voor een optreden stop ik ermee.

Je bent al aardig ingeburgerd op de festivals in Europa. Waar speel je liever, op open lucht festivals of in de kleine clubs en theaters?
- Ehh, eerlijk gezegd vind ik het toch fijner om in de clubs te spelen. Festivals zijn ook leuk én belangrijk maar in de clubs, pubs en theaters kan ik meer van mezelf prijs geven en mijn intieme ballads komen daar ook beter tot z’n recht. De band is heel dynamisch en juist in de clubs klinkt dat nóg extremer.

kn4q

In zekere zin maak je deel uit van een nieuwe ultieme generatie Britse blues muzikanten. Waar o.a. Sandi Thom, Joanne Shaw Taylor, Jamie N Commons, Aynsley Lister, Oli Brown en Saint Jude ook toe gerekend mogen worden. Hebben jullie in Groot-Brittannië op enigerlei wijzen contact met elkaar?
- Ohw… verschrikkelijk, ik ken ze niet eens allemaal, erg hé? Maar ik ben natuurlijk nog heel nieuw in de scène, mag dat een excuus zijn? Ik ben met een aantal Britse muzikanten wel vriend op Facebook hoor. We bewandelen vaak dezelfde muzikale paden en steunen elkaar waar dat nodig is.

Ik heb erg veel namen gelezen waardoor je muzikaal beïnvloed zou zijn. Maar die van de Amerikaanse blueszangeres Bessie Smith duikt steeds weer op. Wat was er zo speciaal aan haar?
- Ja, en zelf noem ik haar niet eens zo vaak hoor. Dat is ooit in de pers gekomen en haar naam komt blijkbaar steeds weer boven drijven. Ze was zeker goed en wordt beschouwd als één van de meest populaire en meest succesvolle blues artiesten uit de jaren twintig. Maar Janis Joplin, Aretha Franklin, Ella Fitzgerald en Mavis Staples zijn net zo belangrijk voor mij geweest. Als ik er dan toch één naam uit moet pikken is dat wat mij betreft Bettye Lavette, “she is the original!” Ook door de rockplaten van mijn vader ben ik beïnvloed, Beatles, Stones, je kent ze allemaal wel.

Grappig dat je zowel oude blues, soul, jazz en rock artiesten noemt. Zijn er ook nog zangeressen uit de jongere generatie die in dat rijtje thuis horen?
- Zeker, toen ik met vriendinnen op stap ging eind jaren negentig danste we op hiphop muziek en ook toen al luisterde ik veel naar R&B- en neo-soul muziek zoals Lauryn Hill en Jill Scott.

Ondanks dat speel je niet veel coversongs meer live. En de enige cover op je nieuwste album ‘Dirt On My Tongue’ is ‘Fragile’, van de hier relatief onbekende James Maddock. Ken je hem soms persoonlijk? En waarom koos je juist dat lied?
- Oh ik ben zo blij dat je hem noemt! Ken jij hem?

Uhh ja, ik heb het album ‘Sunrise at Avenue C’ en ik weet dat hij een keertje met Bruce Springsteen heeft opgetreden…
- “Great! And Bruce Springsteen absolutely loved it, haha”. James is een Britse singer-songwriter die al jaren in de Verenigde Staten woont. Ja, ik ken hem maar heb hem grappig genoeg nog nooit ontmoet. Al voelt het wel zo, omdat we regelmatig contact hebben via de mail. Ik heb meer nummers van hem gedaan in het verleden en ik weet dat hij dat waardeert. Hij is heel natuurlijk en hij schrijft heerlijke ‘marmeren’ songs, transparant met een kristallijne structuur. Als ik naar de USA ga wil ik zeker eens met hem afspreken.

7flw

Tussentijds worden we even afgeleid door een stukje Rotterdamse backstage humor in het Haagse Zuiderpark. Een paar bandleden van The Kik schudden verderop met veel lawaai een Dixie toilet heen en weer waar net een medebandlid in is gestapt! “Ohh that’s mean!” schreeuwt Jo ze toe. Maar zanger Dave von Raven en zijn maten kijken niet op of om en gaan ontdeugend door met hun gekeet. Als de rust is weergekeerd kan ik mijn volgende vraag stellen.

Over ‘Dirt On My Tongue’: na het lezen van onze review op de TBA? website mailde je manager Mark Ede ons en hij schreef: “Don’t be fooled by the glossy production and the glossy hair! She really is the dogs bollocks… :) Take your time, you’ll get there”. Maar na het zien en horen van jullie live optreden in Paradiso (Johnny Winter support) ben ik het daar toch niet mee eens…
- “No??”

“… no. I think you are the cat’s pajamas!” Dat klinkt een beetje netter namelijk.
Of moet ik misschien zeggen “the bee’s knees?” [vraag ik stoutmoedig met de blik voorzichtig gericht op de ranken benen die uit haar hot-pants-jeans steken].
- “Wha ha ha… Yeahh! I like that! The bee’s knééés!”

Na Mark’s e-mail wist ik plotseling ook waar de albumtitel ‘Dirt On My Tongue’ vandaan kwam!
- Is dat zo?! Vertel eens dan.

Q: Why do dog’s lick their balls? A: Because they can!
- Ja verrek dat kunnen ze, Amen! Maar dáár komt de albumtitel zeker niet vandaan en ik ga je ook niet vertellen waar die wel vandaan komt.

Oké, no more doggin’ around, het punt was: Mark en het hele team staan achter je en ze steunen je van ganser harte! Geef jou dat meer vertrouwen in wat je doet?
- “We all go on a journey together”. Het zou egoïstisch zijn als zij dat alleen deden om mij vertrouwen te geven. We trekken alweer een paar jaar met elkaar op en zíjn ook echt een team! Het is vriendschap binnen een werkrelatie. Natuurlijk worden we er ook allemaal sterker door zolang het goed gaat. En ik realiseer me terdege dat ik me erg gelukkig mag prijzen met déze mensen om me heen.

dsyn

Je wordt op het podium omringd door een aantal gedreven en talentvolle muzikanten. En ook in de studio en tijdens de opnamen van de ‘Worthy Of Love’ EP en de veelgeprezen albums ‘Live At The Hideaway’ en ‘Dirt On My Tongue’ werd je bijgestaan door kwaliteitsmuzikanten. Is dit nu je permanente band voor de toekomst?
- Ehh… pfff [ze zucht diep - red.] ik hoop het. Het blijft, zeker live, toch een pool van muzikanten waar we uit putten. Het zal steeds van veel zaken afhangen, zoals budgetten, reisafstanden, het soort optredens… dat soort dingen. Vandaag hadden we er twee achtergrondzangeressen bij, die heb je waarschijnlijk niet eerder bij een optreden van ons gezien. Zo zullen er vaak dingen blijven veranderen vrees ik.

Mike Davies schreef zes nummers met jou en hij speelt smaakvol gitaar op je nieuwe album. Hoe belangrijk is hij voor jou?
- Dat is een interessante vraag. Mike zit niet meer in de band, Scott McKeon is nu met ons mee op tournee. Mike is zelf ook artiest en wilde weer graag zelfstandig dingen gaan doen. Ongetwijfeld komt hij later weer eens met ons meedoen. We blijven goede vrienden (ik heb hem eergisteren nog gesproken) en we gunnen elkaar absoluut het beste.

Soms speelde je ook live met Mike als akoestisch duo. Zoals op het Cheltenham Jazz festival waar je o.a. het alt-country getinte lied ‘This Is My Amnesty’ deed. Ben je als ’stripped’ artieste nog kwetsbaarder dan dat je met een volledige band kan zijn?
- Ik hou van kwetsbaarheid, zoals ik ook al eerder zei over de club optredens. Ja, je staat soms voor hete vuren maar ik ben er gek op. Intimiteit maakt je kwetsbaar, maar ik ben professioneel muzikant en moet daar mee om kunnen gaan. Ik doe ook geen speciale voorbereidingen of zo voor een show. “What you see is what you get!”

‘Sweet Man Mozes’ is een eerbetoon aan je overleden vader. Hoe was je relatie met hem en heeft hij je ook gestimuleerd om muziek te gaan maken?
- Jazeker. Hij overleed kort voordat ik serieus de muziek in ging. Zijn dood heeft me juist geïnspireerd om nog meer en beter muziek te gaan maken. Hij heeft altijd gewenst dat ik gelukkig zou zijn. En muziek maken maakt mij gelukkig. Hij heeft me helaas nooit zien optreden maar mag daar boven alsnog trots op me zijn.

zwxf

Vier vragen in één. Waar gaat je voorkeur naar uit: talent of vechtersmentaliteit?
- Ahh… vechtersmentaliteit!

Geduld of woede?
- Woede.

Nieuw of vintage?
- Vintage!

Blues of Soul?
- Oehhh… hmm, lastig deze. Soul.

Dus, je bent een boze vintage soulzangeres met vechters mentaliteit! Klopt dat?
- “Hèhè hè… down-to-eigteen!”

The Blues Alone? online magazine schrijft over de beleving van live muziek in vele soorten. Wat is het beste concert dat je zelf als toeschouwer hebt bijgewoond?
- Bettye Lavette! Ik zag haar een tijdje geleden in een klein jazzcafé in Londen optreden. “That gig was absolutely mindblowing". Ze kan zingen, een verhaal vertellen met haar teksten, ze gelooft in wat ze doet… ze doet wat ze doet! Ongelooflijk om naar te kijken en te luisteren. “And she is still alive!” Je kunt haar gewoon nog live zien optreden. Mavis Staples ook, dat is toch geweldig! Ik moet er niet aan denken dat deze fantastische zangeressen ook ooit komen te overlijden joh! Wie moet hun dan gaan opvolgen?

Uhh jij, jou generatie!
- Jaha… daar heb je een punt. Trouwens, het optreden van de Britse country-soulband Phantom Limb dat ik eens gezien heb was óók erg goed. Het is jammer dat de band uit elkaar is. Maar zangeres Yolanda Quartey [voormalig Massive Attack – red.] is echt heel goed.

Ben je zelf alweer nieuw materiaal aan het schrijven voor een tweede solo album?
- Ja, eigenlijk ben ik al vier jaar aan het schrijven tussen de optredens door. En ik heb alweer wat nieuwe songs af ook. Toevallig hebben we er vandaag eentje gespeeld, ‘Only Me’.

tzf8

Heb je nog andere ambities naast het schrijven en zingen? Bijvoorbeeld: acteren, modellenwerk, het schrijven van een boek, een gezin stichten?
- Tuurlijk. Het is misschien opmerkelijk dat ik me nu heel veel met muziek bezig houdt. Maar er zal ook wel weer meer tijd komen voor andere dingen. Een boek schrijven lijkt me wel wat, want ik schrijf nu eenmaal graag. Ik heb vanaf mijn negende jaar ook paard gereden. Dat zou ik ook graag weer wat meer willen gaan doen. Misschien dat ik daar later als beroemd schrijfster meer tijd voor heb. Paardrijden met het hele gezin, lijkt me gezellig, ha ha.