Warning: Creating default object from empty value in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions.php on line 341
vdh-online.nl


Archief voor de maand February 2013

John Cale schuifelt onverstoord verder

Geplaatst op 22 February 2013 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: MEZZ Breda
artiest: John Cale
datum: donderdag 21 februari 2013
tekst & filmpje: Giel van der Hoeven
foto’s door: Hen Metsemakers - The Blues Alone?

tbajc210213profile

“Veel plezier bij John Mayall!” riep m’m vrouw me na toen ik afgelopen donderdag in de vroege vooravond richting Breda vertrok. “Nee, John Cale!” riep ik terug van onderaan de trap. “oh ja ‘tuurlijk, J.J. Cale” kreeg ik nog net mee voordat ik de deur dicht trok. Ach ja, ik neem het haar niet kwalijk, The Blues Alone? is van het pad af en bewandelt tegenwoordig meer wegen dan de blues trails alleen. ‘Even Cowgirls Get The Blues’ was weliswaar een CD titel van John Cale in 1987 maar zijn recente concerten hebben weinig met het genre blues van doen. Of het moet de melancholische toon en inhoud zijn waarvan de meeste John Cale composities wel altijd doorspekt zijn.

tbajc21021301

Het bouwkunstige poppodium Mezz in Breda is klein maar sfeervol. ‘Een perfecte clubzaal voor de betere luisterconcerten’, zo concludeerde TBA? collega annex fotograaf Hen en mijn persoontje bij binnenkomst. En dat zou ook blijken gedurende deze avond. Er heerste een relaxte sfeer onder de ongeveer 400 bezoekers. De meeste van hen waren behalve van middelbare leeftijd ook overduidelijk kenners of in ieder geval liefhebbers van Cale’s muziek. Zichtbaar respect richting de podiumartiest en de wil om empathisch te luisteren overheerste. Het applaus was dan ook bescheiden maar zéker welgemeend toen de Welshman met in zijn kielzog de drie begeleiders licht trekkebenend het podium van Mezz op kwam schuifelen.

tbajc21021300

Nieuwsgierig als we waren wierpen we vooraf nog even een blik op de setlist en besefte ons tegelijkertijd dat de combinatie van nieuw en oud werk toch eigenlijk wel merkwaardig te noemen was. Natuurlijk heeft Cale, sinds hij in 1968 de Velvet Underground verliet om solo te gaan, zich altijd al bediend van genres variërend van klassiek en avant-garde tot experimentele klanken en (alternatieve) rock muziek. Maar tussen pak um beet de albumtrilogie Fear, Slow Dazzle, Helen of Troy en zijn laatste CD Shifty Adventures In Nookie Wood (2012) zit toch een wereld van verschil. Ook al zit tussen die overbrugging van samenzweringen met o.a. the Velvets Lou Reed en Nico naar de band LCD Soundsystem en producer Danger Mouse (om eens twee hedendaagse relaties van Cale te noemen) natuurlijk wel een tijdperk met meer dan dertig eigen albums.

tbajc21021303

Een periode waarin bovendien ook werd samengewerkt met andere artiesten van meest uiteenlopende aard zoals: John Cage, Brian Eno, Patti Smith, The Stooges, The Modern Lovers, Manic Street Preachers, Squeeze, Happy Mondays, The Replacements, Siouxsie and the Banshees en meer. Dat was ook een era waarin werd geëxperimenteerd met heel veel muziekstijlen en nóg veel meer zware narcotica. De zwaarste drug die Cale nú nog gebruik is volgens eigen zeggen zijn dagelijkse bakkie koffie. Zijn trouwe schare fans neemt dit soort informatie al jaren lang voor lief in de wetenschap dat de Velvet Underground legende John Cale tot aan zijn dood altijd wel mysterieus en geheimzinnig zal blijven, maar óók een ongekend groot componist en muziekkenner. In dat kader is het raadzaam om NPR’s All Songs Considered nog eens na te luisteren waarin gast DJ John Cale op 2 oktober jl. zijn laatste album en eigen muziek voorkeur toelichtte.

tbajc21021302

“Hello Breda, nice to see you” begroette John Cale het Mezz publiek vanachter zijn keyboards waarop hij zichzelf redelijk onbewogen tijdens de eerste vijf songs zou gaan begeleiden. De jaren zijn zichtbaar gaan tellen bij hem: zijn witte piekhaar (met roze gekleurde haarlokjes) en bleke gezicht steken schril af tegen het donkere podium decor. Hij maakt een enigszins nerveuze en licht paranoïde indruk maar volgens trouwe volgers is dat gebruikelijk bij de zelf nogal onnavolgbare legende. Ze begonnen zowaar met twee ouwetjes: ‘Hedda Gabler’ van de Animal Justice EP uit 1977. Geïnspireerd door een verwarrende tragedie van de Noorse toneelschrijver en dichter Henrik Johan Ibsen. Het wordt gevolgd door het filmische ‘Captain Hook’ van ‘Sabotage/Live’, een album in 1979 live opgenomen in de óók al zo legendarische CBGB’s club in New York. Met zijn unieke bariton stem zingt hij: “I can’t keep living like this this no more, O can’t you see, You’re losing me, Again.” Het zijn teksten over de duistere kanten van het leven, melancholisch of boosaardig, maar zelden vreugdevol.

tbajc21021304

Dan ‘Cry’, als een marionettenpop aan stugge draden beweegt Cale mee op de gitaar introklanken van Dustin Boyer en het ondersteunende ritme door drummer Alex Thomas en bassist Joey Maramba. Alle drie prima muzikanten waarvan vooral vaste kracht Boyer opvalt door de meest vreemde klanken uit zijn snaarinstrumenten te toveren. En Cale zelf waagde het erop om een keer de elektrische viola te gebruiken ("het meest trieste instrument dat er bestaat"). ‘Perfection’ van de Extra Playful EP uit 2011, was destijds weer eens nieuw materiaal na Black Acetate (2005). En een voorbode op Shifty Adventures… (2012). Pas bij het zesde nummer ‘Whaddya Mean By That’ wordt de akoestische gitaar omgehangen. Even lijkt hij van zijn apropos te raken door een filmer die naar zijn zin te dichtbij hem staat maar de draad wordt snel weer opgepakt en hij laat horen hoe eenvoud ook wonderschoon kan klinken. Ook het ingetogen ‘You Know More Than I Know’ van Fear (1974) blinkt uit in schone eenvoud. Uiteraard liet hij ook weer een paar keer zijn groene Fender hysterisch gieren.

tbajc21021305

This song is in B flat”, was één van die korte krachtige aankondigingen zoals Cale dat steeds deed donderdagavond. ‘Guts’ van Slow Dazzle (1975) werd hét energieke hoogtepunt van die avond! Twee jaar later opnieuw uitgebracht op het gelijknamige retrospectieve compilatie-album ‘Guts’. Een elpee die ik persoonlijk heb grijs gedraaid destijds. Ook de 2013 versie werd feilloos strak gespeeld door het kwartet. Des te jammer was het dat er niet meer tracks van dat album aan bod kwamen, want er staan echt juweeltjes op met songs als ‘Pablo Picasso’. ‘Gun’ en natuurlijk ‘Fear Is A Man’s Best Friend’. Gelukkig zou ‘Dirty Ass Rock ‘n’ Roll’ nog wel voorbij komen in de enige toegift die avond. ‘Guts’ is dus de song die volgens Cale’s autobiografie verhaald over overspel door zijn ex-vrouw met ex-collega (en wijlen) muzikant Kevin Ayers (“The bugger in the short sleeves fucked my wife”) bevat nog steeds veel bruutheid. En ook vandaag de dag vertolkt Cale het nog - letterlijk spugend - met ingehouden razernij. Maar liefst zes van de zestien gespeelde nummers kwamen van zijn laatste album opgenomen in zijn eigen studio in Los Angeles: ‘December Rains’, ‘Living With You’, ‘Face To The Sky’ en de aanstekelijke deunen: ‘Scotland Yard’ (“have you ever been there?” – alsof het een toeristische attractie is), ‘I Wanna Talk 2 U’ en (de meezinger) ‘Nookie Wood’. Over dat album SAINW waren de meningen na de release sterk verdeeld vanwege het gebrek aan rock and roll daarop en (te)veel experimentele klanken, synths, loops en drones à la Eno, David Bowie of Peter Gabriël.

tbajc21021306

Live waren deze nieuwste composities zonder meer goed te pruimen. Er werd weliswaar gebruik gemaakt van elektronische geluidsamples (trompetten, koortje) maar de ritmesectie en de gitaren met fuzz pedalen voegden live een dusdanige dimensies toe, waardoor het minder klinisch en toch prettig swingend klonk. En voor het stevige werk kregen we gelukkig dus nog een mooie versie van ‘The Hanging’ én een potje ‘Dirty Ass Rock’n'Roll’ als toetje. Zoals de bijna 71-jarige John Cale een kleine anderhalf uur eerder het podium op kwam sjokken, lijkt hij in zijn laatste levensjaren routineus maar onverstoord verder te schuifelen met steeds weer nieuwe zelfontplooiing als doel. En dat is iets wat we de vakgenoten van zijn generatie nog zelden zien doen.

Setlist: 1. Hedda Gabler 2. Captain Hook 3. Cry 4. December Rains 5. Perfection 6. Whaddya Mean By That 7. Living With You 8. You Know More Than I Know 9. Leaving It Up To You 10. Guts 11. Scotland Yard 12. I Wanna Talk 2 U 13. Face To The Sky 14. The Hanging 15. Nookie Wood 16. Encore: Dirty Ass Rock’n'Roll.

BRAD klinkt vertrouwd én verrassend anders!

Geplaatst op 15 February 2013 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Cultuurpodium De Boerderij Zoetermeer
band: Brad
support: New Killer Shoes
datum: donderdag 14 februari 2013
tekst & filmpje: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone?

2013tourpostersmall

Brad zegt u? Inderdaad Brad! Geen persoon maar een band, en ze bestaan alweer 20 jaar. In die periode brachten ze vijf studioalbums en een handje vol singles uit. Brad is die andere band van gitarist en Pearl Jam oprichter Stone Gossard. Maar vooral ook de band van zanger/pianist/gitarist Shawn Smith (o.a. Pigeonhed en Satchel). De diehard Brad fans waren vooraf vooral blij om Brad eindelijk eens live in Europa te verwelkomen. Want zij wisten wat hun te wachten stond. De velen andere nieuwsgierige liefhebbers waren na afloop van het optreden in de Boerderij vooral blij verrast. Maar ook erg gelukkig erbij geweest te zijn. En wij hoorde ook bij die laatste categorie. Want het was weer eens zó’n avond…

tbabrad02

Een goede vriend van mij heeft ooit één van de eerste live optredens van Pearl Jam in Nederland meegemaakt. Dat was begin jaren negentig in Nighttown Rotterdam. Nog vóór het legendarische Pinkpop optreden in 1992. Ik heb zijn belevenissen vaak en met lichte jaloeziegevoelens aan moeten horen. Hoe heb je dát nou kunnen missen?! Want sommige eerste kennismakingen van muzikale revoluties mág je als liefhebber gewoon niet missen! Oké, Brad is misschien niet zo jong, energiek, vernieuwend en baanbrekend zoals de grungerockers uit Seattle dat waren destijds. En nieuwe muzikale omwentelingen zullen waarschijnlijk ook steeds minder vaak voorkomen dan in het verleden. Maar Brad bracht ons met hún eerste optreden in Nederland zeker ook dat goede sensationele (en sentimentele) gevoel.

tbabrad03

Al op 9 februari - de dag nadat Brad hun korte Europese tournee had afgetrapt in Londen - bereikte ons de eerste laaiend enthousiaste berichten. En ook de recensies die vervolgens uit Frankrijk en België kwamen waren unaniem positief en stonden strak van opwinding. Commentaren van toegenegen fans varieerden van: “zo’n band hoort toch in volle stadions en op festivals te spelen!” tot “ze moeten wel in de kleine clubs blijven spelen, ver van het postmoderne idolen status!”. Allebei de opmerkingen waren ongetwijfeld toch bedoeld om de (anonieme) liefde richting Brad’s muziek te verklaren. En zo geschiedde het ook op 14 februari jl. in de Boerderij, Zoetermeer. Uitgerekend de dag van de Heilige Valentijn. En dat kwam mooi uit want Shawn Smith zijn teksten zijn best gewichtig, maar ook poëtisch en warmhartig. Iets dat in Zoetermeer later op de avond vooral tot uiting zou komen in de extra lange toegift, waarbij Shawn Smith voor een groot deel solo achter de piano plaats nam.

tbabrad04

Het vijftal uit Seattle begon de avond ook ingetogen met de songs ‘Good News’ en ‘Nadine’, allebei tracks van hun debuutalbum ‘Shame’ uit 1993. Aanvankelijk was dat met multi-instrumentalist Harold ‘Happy’ Chichester achter de elektrische piano en Stone Gossard op de akoestische gitaar. “Gather up and rise around, there’s a circus in town” zong Shawn Smith, maar een freakshow werd het allerminst. Toch deden de eerste aanblik van de continu glimlachende Happy - met een beany op zijn kop en een lapje voor zijn oog - de excentrieke bassist Keith Lowe - sikje en brilletje op het puntje van de neus - en de corpulente bebaarde Shawn Smith wel wat koddig aan. Maar na de begintonen werd al gauw duidelijk dat dit op muzikaal gebied een bijzondere avond zou gaan worden. Liefde op het eerste gehoor, zeg maar.

tbabrad05

Bij ‘Secret Girl’ (Interiors 1997) en ‘Waters Deep’ (United We Stand 2012) werden alle elektrische gitaren ingeplugd en ging het volume omhoog. Daarmee klonk Brad vertrouwd door het herkenbare alternatieve rock geluid maar gelijktijdig ook verrassend anders. Dit voornamelijk door de inbreng én het unieke stemgeluid van Shawn Smith. Maar ook anders, door gevarieerde composities zoals ‘20th Century’ een nummer in de funktraditie van Prince (’Purple Rain’ stond trouwens ook op de setlist maar werd bij nader inzien toch geskipped). Drummer Regan Hagar, bassist Keith Lowe en Stone Gossard voor de verandering op de bongo’s(!) lagen een onweerstaanbaar ritmisch tapijtje neer waarop Shawn zich achter de piano en vocaal mocht uitleven. ‘The Only Way’ ook van United We Stand met Stone op de akoestische gitaar was een ballade die perfect geschikt zou zijn voor de stem van Eddie Vedder. Maar de held van vandaag Smith leek ook alle soorten repertoire met gemak aan te kunnen én aan te voelen. Soulful ballads en rock & roll, wat een zangvirtuoos is die man! Love him or leave him… maar luister en huiver.

tbabrad06

Ook Stone Gossard zelf leverde na een korte “it’s good to be here” introductie een vocale bijdrage met het splinternieuwe nummer ‘Desenfando’. Een lied met de sfeer van een Caribisch briesje op een zwoele avond. En zo deinen wij verder mee op de golven van epische zangstukken zoals ‘Price of Love’ met Happy weer achter de piano en in de backing vocals, tot rockende windvlagen met kracht vier, zoals in ‘Last Bastion’ (United We Stand 2012). En van de neo-psychedelia in ‘Upon My Shoulders’ (Interiors 1997) naar de heavy rock van ‘Sweet Al George’ (Interiors 1997). En ook een ijzingwekkend mooie gitaarsolo in ‘Screen’ (Shame 1993) door de bescheiden vedette uit Seattle zelf. En laten we vooral het zesde bandlid, de roadie/technicus met de tamboerijn, niet vergeten. Die door de dames naast ons, vanwege zijn lange baard en technische inzicht “ZZ-LapTop” werd genoemd. Zelfs tijdens het gitaren stemmen of bij het oplossen van podiumproblemen zag hij toch steeds weer de kans om in de juiste maat op de tamboerijn mee te tikken. Het tekent de hechte vriendschap en de grote geestdrift binnen de band Brad.

tbabrad07

De ingetogen apotheose deed Shawn Smith dus grotendeels in zijn eentje vanachter de piano; “I’m Shawn and I play the piano”, bescheidenheid siert de band. ‘Suffering’ is een Satchel song, de band waar Shawn ook samen met drummer Regan Hagar inzat. Hagar was in 1980 samen met zanger Andy Wood ook een van de oprichters van Malfunkshun. Deze band en Mother Love Bone (met o.a. Wood en later Gossard) worden over het algemeen beschouwd als de initiatiefnemers van de beruchte Seattle grunge beweging van begin jaren negentig. Bij het noemen van de naam Andrew Wood (1966-1990) en het spelen van een solo eerbetoon aan hem: ‘Crown of Thorns’ door Shawn, ontstond er een melancholisch gevoel van euforie bij de diehard Brad-fans. Bij ‘The Day Brings’ - wat in 1997 de eerste USA single van Interiors was - kwam de rest van de band ook het podium op om weer samen te gaan rocken. ‘Lift’ (Interiors 1997) en de Rolling Stones klassieker ‘Jumpin’ Jack Flash’ kregen een frisse opknapbeurt. De slow song ‘Buttercup’ was uiteindelijk het passende slotakkoord van een uitstekend optreden door een band van het betere allooi. Inderdaad, Brad is geen persoon maar een ervaren en hecht vriendencollectief met jeugdig enthousiasme. We zien ze graag weer eens terug.

tbabrad08

Setlist:
Good News
Nadine
Secret Girl
Waters Deep
20th Century
The Only Way
Every Whisper
My Fingers
Diamond Blues
Desenfando (new song, Stone Gossard vocals)
Price of Love
Last Bastion
Upon My Shoulders
Sweet Al George - off the 1997 album, Interiors
Screen
Encore Shawn Smith solo:
Suffering (Satchel song)
Wrapped In My Memory (Shawn Smith song)
Crown of Thorns (Mother Love Bone cover)
Encore band on stage:
The Day Brings
Lift
Jumpin’ Jack Flash (The Rolling Stones cover)
Buttercup

Little Feat speelt de avontuurlijke variant van veel muziekstijlen

Geplaatst op 8 February 2013 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Paradiso Amsterdam
band: Little Feat
support: Tom Fuller Band
datum: donderdag 7 februari 2013
review & video door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone?

tbalf01

Het geluid van de Amerikaanse band Little Feat is een merkwaardige mix van blues, rock, funk, jazz fusion, country en Cajun, waarin voor iedere muziekliefhebber eigenlijk wel iets aantrekkelijks zit. Temeer omdat het zowel muzikaal als artistiek ook nog eens heel aanstekelijk gebracht wordt zodat je er na de eerste beluistering direct weer naar terug verlangt. Dat overkwam ook mij dus in 1977 nadat ik het album ‘Time Loves a Hero’ voor het eerst had gehoord. Notabene in een periode toen ik me net aan het verdiepen was in oude naoorlogse blues, hedendaagse (hard)rock en toekomstige punk- en new-wave stromingen. Ja, het was een verwarrend tijdperk voor jonge muziekliefhebbers, die zeventiger jaren.

tbalf04

Om er zeker van te zijn dat Little Feat ook niet zo’n bandje was met bij elkaar geharkte Amerikaanse studiomuzikanten (waar op zich ook niks mee mis hoefde te zijn hoor), kocht ik na enig aarzelen ruim een jaar later ook het dubbele livealbum ‘Waiting for Columbus’ (1978). Generatiegenoten kennen die procedure vast wel, met een denkbeeldig lijstje albums in je hoofd fiets je naar je favoriete platenzaak, wetende dat je gezien je budget met maximaal twee elpee’s terug zou keren. Gedurende die maandelijkse ritjes vielen er (denkbeeldig) gelukkig ook steeds vanzelf onbeduidend wordende platen af. Maar sommige anderen bleven er maanden lang opstaan. ‘Waiting for Columbus’ was er bij mij dus zo eentje! Het was lang voor het internettijdperk waardoor we nu thuis bijna alle informatie vrij opvraagbaar kunnen krijgen en muziek gratis vóór te beluisteren is, alvorens we het echt besluiten te kopen. Maar, het bracht wel een beetje extra avontuur in je muzikale leven, en volgens mij is dát nou net ook de term die ik zocht om de muziek van Little Feat aan te duiden. Little Feat speelt eigenlijk de extra avontuurlijke variant van de meest succesvolle Amerikaanse muziekstijlen.

tbalf03

‘Waiting for Columbus’ was in 1978 voor mij dus het ultieme bewijs dat Lowell George, Roy Estrada, Bill Payne en consorten live ook prima hun mannetje stonden. Met opzienbarende bijdrage van ex-Stone Mick Taylor op de slide guitar (’A Apolitical Blues’), Michael McDonald in de backing vocals (’Red Streamliner’) en de Tower of Power horn section. Helaas heeft zich sinds die periode nooit een gelegenheid voorgedaan om de band ook echt live te gaan bewonderen in Nederland (Pinkpop 1976 gemist helaas). Maar afgelopen donderdag was het dan eindelijk toch zover. En met deze opmerking realiseer ik me gelijktijdig dat de hedendaagse zestigers waarschijnlijk meesmuilend deze introductie lezen. Want zij hadden sinds 1969 natuurlijk al lang en breed genoten van de vijf albums die vóór 1977 verschenen waren! (en misschien ook wel meerdere concerten bezocht?) Waaronder het onvolprezen ‘Dixie Chicken’ uit 1973. Hét album dat wordt beschouwd als een radicaal omslagpunt naar het nu zo typerende bandgeluid, leunend op de New Orleans R&B en funk. Hoe dan ook, zestigers, vijftiger, veertigers, maar ook niet grijze bolletjes van jongere leeftijd, stonden gisterenavond gebroederlijk schouder aan schouder om deze gerenoveerde old folks boogieband uit Californië nu echt van dichtbij te kunnen bewonderen.

tbalf02

Het enige nog originele stichtende bandlid op het podium in Paradiso was keyboardspeler Bill Payne. Verder de drie leden die vanaf 1972 de band kwamen versterken: gitarist Paul Barrère, bassist Kenny Gradney en percussionist Sam Clayton. Gitarist/trompettist Fred Tackett viert dit jaar zijn 25-jarig jubileum als bandlid en de nieuwkomer was drummer Gabe Ford. Hij verving al in 2009 het originele lid Richie Hayward die in 2010 overleed aan de gevolgen van leverkanker. Ook werd de naam van de veel te vroeg aan ons ontvallen singer-songwriter en multi-instrumentalist Lowell George (1945–1979) vooraf veelvuldig genoemd in Paradiso. Uiteraard, zou je bijna zeggen want zijn songs en invloed op het succesvolle Little Feat geluid blijven tot aan de dag van vandaag van onschatbare waarden.

tbalf05

Ik had dan ook geen bepaalde verwachtingen, maar werd wel getroffen door de openingsklanken met Paul Barrère and Fred Tackett, het huidige hart van Little Feat, in de hoofdrol. De band begon de avond namelijk met een korte instrumentale (slide)guitar warming-up voordat gelijk al de lancering van één van de betere ‘Time Loves a Hero’ nummers werd ingezet - ‘Rocket In My Pocket’. Een van die vele bekende en vooral goede songs uit hun omvangrijke catalogus welke nu 16 studioalbums omvat. Vier leden van het huidige sextet speelde toen ook mee op dit originele nummer, en hoewel George zijn geest nog steeds in de band rond waard was het Paul Barrère die uit zijn schaduw stapte om de rol van bandleider anno nu live, definitief over te nemen.

Little Feat deed hun naam als jam band eer aan, want alle stukken - vanaf de beginperiode tot aan Rooster Rag (2012) - werden in extra lange uitvoeringen gespeeld in Paradiso. “One of the coolest venues in Euroland", volgens de heren zelf. En het moet gezegd: zit de sfeer er eenmaal in tijdens een concert in de Vaderlandse poptempel, dan kan je als band én als publiek geen betere rock venue treffen. Tijdens het niet onaardige voorprogramma, de Tom Fuller Band was mede door het handjevol publiek dat nog slechts aanwezig was die sfeer nog wat doods. En dat was jammer want de mainstream rockband uit Chicago heeft echt de capaciteiten om een zaal te laten swingen. Tom Fuller zelf die zowel qua uiterlijk als uitstraling gelijkenissen vertoonde met Roger Daltrey is een verdienstelijke songschrijver en muzikant. Maar het spreekwoord “onbekend maakt onbemind” ging hier nog overduidelijk op bij het publiek dat - op een enkeling na - uitsluitend voor de hoofdact was gekomen.

tbalf07

Oudgediende Bill Payne Payne nam na de eerste twee nummers de microfoon achter zijn Korg keyboards ter hand, om de solovocalen van het bluesy ‘Cat Fever’ voor zijn rekening te nemen. Het nummer is van het album ‘Sailin’ Shoes’ uit 1972 en kwam destijds geheel van zijn eigen hand. Op de rest van de nu gespeelde gouwe ouwe composities had, zoals eerder vermeld, Lowell George compositioneel dus duidelijk een dikke stempel gedrukt. Zoals het swingende ‘Spanish Moon’ met een conga intro en vocalen plus overige percussie bijdragen door Sam Clayton. De man uit New Orleans is inmiddels bejaard en slecht ter been maar hij is nog altijd dé belangrijkste funk factor binnen Little Feat. Een leuk feitje is nog dat de soul en gospelzangeres Merry Clayton zijn zuster is. Ze was de originele zangeres op de The Rolling Stones song ‘Gimme Shelter’. Maar dit terzijde. En natuurlijk mocht de klassieker ‘Willin’ niet ontbreken, waarbij Barrère het publiek met succes uitdaagde om mee te zingen. Helaas werd de soulvolle Tex Mex versie dit keer niet voorzien van het getrouwe ‘Don’t Bogart That Joint’ en ‘The Weight’ reprise. Maar de eerste geuren van (cannabis) joints vonden op dat moment niet geheel toevallig onder het genot van Fred Tackett’s mandoline solo wel de weg naar onze reukorganen.

Het past allemaal in de sfeer van een Little Feat concert, ongedwongen en wars van overdreven showelementen of opgeblazen ego’s. Vervolgens stonden er drie songs van het laatste album ‘Rooster Rag’ op de setlist. ‘Church Fallen Down’ is een mooie ouderwets goede gospelballade en het titelnummer is zo’n typisch Little Feat nummer met warme croonende vocalen door Bill Payne. En ook ‘Rag Top Down’ is een herkenbare back-to-the-seventies song: “Driving my Chevy with the rag-top down…". ‘Fat Man in the Bathtub’ deed dus herinneringen oproepen aan Pinkpop 1976, één van de eerste live kennismakingen door muziekminnend Nederland met deze bijzondere Amerikaanse band met de toen nog levende legende Lowell George als leadzanger. Maar anno 2013 kweet Paul Barrère zich goed van zijn vocale taak. De song mondde uit in een geweldige instrumentale jam richting de swingende finale ‘Let It Roll’ waarin alle bandleden stuk voor stuk collectieve en individuele bijdragen leverden.

tbalf06

Een indrukwekkend concert waarbij niet alleen allerlei soorten aan southern style muziek te horen waren maar ook uitstekende meerstemmige samenzang, prima slide-, akoestische en elektrische gitaarpartijen, hoogwaardige keyboards klanken, superritmisch drum- en percussiewerk en een puike bassolo. En als encore kregen we de Payne/George klassieker ‘Oh, Atlanta’ en niet ‘Dixie Chicken’ waar een deel van het publiek de hele avond al om vroeg. De tompet van Tackett bleef dus onaangeroerd dit keer, en dat terwijl het blaasinstrument al wel de hele avond klaar stond. Ook na wat aandringen van de fanatici in het publiek bleef het slechts bij één toegift en het uitdelen van wat handjes en plectrums door Paul Barrère & Co. De mannen van Little Feat zaten in gedachten alweer op de Euro-Highway onderweg naar Shepards Bush Empire in Londen, waar vrijdag de volgende van de totaal 17 Europese shows plaats zal vinden. Feats won’t fail ‘em now.

Setlist:
01. Rocket in My Pocket (Time Loves A Hero)
02. Honest Man (Live at the Rams Head)
03. Cat Fever (Sailin’ Shoes)
04. Just A Fever (Rooster Rag)
05. Spanish Moon (Feats Don’t Fail Me Now)
06. Willin’ (Sailin’ Shoes)
07. Church Falling Down (Rooster Rag)
08. Rooster Rag (Rooster Rag)
09. Rag Top Down (Rooster Rag)
10. Fat Man in the Bathtub (Dixie Chicken)
11. Let It Roll (Let It Roll)
Encore:
12. Oh, Atlanta (Feats Don’t Fail Me Now).

tbalf08

Little Feat is:
Zanger/toetsenist: Bill Payne (1969-1979) en (1987-heden)
Zanger/gitarist: Paul Barrère (1972-1979) en (1987-heden)
Gitarist/trompettist/zanger: Fred Tackett (1987-heden)
Bassist Kenny Gradney: (1972-1979) en (1987-heden)
Drummer Gabe Ford: (augustus 2009-heden)
Percussionist/zanger: Sam Clayton (1972-1979) en (1987-heden)