Archief voor de maand May 2012

Ribs en Blues serveert Sterren-menu (deel 2)

Geplaatst op 30 May 2012 door Giel
Gezien & gehoord in Raalte: Ribs & Blues Festival 2012 op maandag 28 mei 2012. Teksten door Nicolette Johns & Giel van der Hoeven, filmpjes door Giel van der Hoeven met foto’s van Arjan Vermeer & José Gallois - The Blues Alone?

Na een welverdiende nachtrust in een hotel in de prachtige omgeving van Raalte keren we terug naar het festivalterrein voor de laatste dag van deze editie van Ribs & Blues 2012 (lees ook ons verslag van de eerste dag en van Rockin Ribs). Onze eerste afspraak met de muziek vindt plaats op het buitenpodium waar de Franse (Parijs) band The Shaggy Dogs  zullen gaan optreden. Zij traden al eerder op in Nederland maar toen waren wij verhinderd. We hopen dat zij de goede recensies eerder over hen gepubliceerd waar gaan maken deze 2e Pinksterdag. The Shaggy Dogs bestaan uit 4 man en blijkt voor mij het beste te vergelijken met de Britse band ‘Dr. Feelgood’ waarin wijlen Lee Brilleaux ooit de zanger was waarvan ik eerder dit jaar via een collega de DVD ‘Oil City’ kreeg omdat mijn nieuwsgierigheid was gewekt nadat Ian Siegal vorige herfst met deze band in UK op toer was. De zanger ’Green Bullet’ zingt niet alleen maar speelt ook nog eens bluesharp, ze zien er erg gelikt uit in allemaal dezelfde outfit! Jammer dat de super band voor zó weinig publiek moet spelen, misschien staan op een ander festival niet als openingsact geprogrammeerd.

Dan is het tijd voor de openingsact van de tent; Erwin Nyhoff (ja die van TVOH) zal deze taak vandaag op zich nemen. Erwin Nyhoff is een kind van uit de buurt, Overijssel’s trots, hij geniet dus veel goodwill van het publiek. Erwin bedankt het publiek ook nog even voor de steun tijdens de stemrondes van TVOH. Dat Erwin ooit al met zijn band ‘The Prodigal Sons’ al op Pinkpop stond mag geen geheim meer zijn en juist daaraan kan men zijn vakmanschap een zaal te ‘bespelen’ afleiden. Dit komt van nature, dat is niet te leren! Hij betrekt het publiek er metéén bij, hij laat hen klappen en meezingen alsof hij de main act is waar ze al 2 dagen op gewacht hebben. Erwin speelt een variatie op ‘Rumour Has It’ van Adèle en het publiek is in verwarring of dit zijn nummer is of dat ze het tóch van een ander kennen, knap is dat vinden wij. Voor een jongen die vroeger op de trekker van z’n vader en in de schuur van de boerderij zat te zingen zet hij een gedegen show neer. Hij zingt van de 1ste CD van ‘The Prodigal Sons’, er komt een ballad voorbij maar sommige van de gebrachte songs zijn voor de blues-police té poppy maar het publiek waardeert wél zijn enthousiasme want daar ontbreekt het geen moment aan op deze snikhete 2e Pinksterdag. Erwin laat het publiek genieten: ‘Love Come Tumbling Down’, ‘I Wanna Do It With You’ horen we de revue passeren en tijdens het stemmen van zijn gitaar brengt hij het laatst genoemde óók nog eens in dialect! Maarrrrr… dan is het eindelijk tijd geworden waar het publiek op wachten, Erwin zet ‘The River’ in van Bruce Springsteen inclusief mondharmonica en de ooh’s en aah’s zijn niet van de lucht. Er wordt gejoeld, geapplaudisseerd, gejuicht en gefloten, het publiek smult van dit sterrenmenu wat Erwin hen serveert. Erwin vervolgt met ‘Go Your Own Way’ van Fleetwood Mac en als we weer dit optreden moeten laten voor wat het is horen we hem zelfs een toegift (uitzonderlijk op Ribs & Blues) geven in de vorm van Chuck Berry’s ‘Rock & Roll Music’. Kortom een zéér geslaagd optreden van een muzikant die op meerdere blues/roots festivals zijn optreden mag maken wat ons betreft.

Als we weer een weg door de menigte hebben gebaand naar het buitenpodium is Daniël Norgren en zijn 2 mede muzikanten al begonnen. We hebben geluk want hij speelt nét het fantastische nummer ‘Let Me Go’ (in de volksmond Father) van zijn 1e (eigenlijk 2e) album ‘Outskirt’. De muzieksoort wat Daniël Norgren soms solo als one-man-band, soms als duo en vandaag als trio met toetsenist en upright bass ten gehore brengt ligt gelukkig héél goed bij de jeugd. Het leeftijd gemiddelde is dan ook behoorlijk gedaald door hun aanwezigheid. Daniel Norgren brengt gepassioneerd en intens Garage/America/Roots en heeft inmiddels 2 (eigenlijk 3 als je Kerosine Dreams meetelt) CD’s uitgebracht; zijn stem doet toch wel het meest denken aan Tom Waits (reporter is een fan). Wij waren in ieder geval meteen om toen we deze man in 2009 in Paradiso voor het eerst zagen performen, goudeerlijke sympathieke muziek!

 

Gerry McAvoy’s Band of Friends met de Ierse bassist Gerry McAvoy, Schotse drummer Ted McKenna en de Nederlandse gitarist Marcel Scherpenzeel is, zoals eerder gezegd en geschreven, hét ultieme eerbetoon aan de beste Ierse bluesrock gitarist aller tijden: Rory Gallagher. Dat Rory nog steeds leeft in de harten van veel fans en zijn muziek nog regelmatig beluisterd wordt was ook te zien en te horen in Raalte. Voor het podium in de grote tent hadden zich al vroegtijdig tientallen trouwe fans verzameld. De sound van dit energieke vrienden trio treft dan ook veel gelijkenis met het origineel. Dat kan ook bijna niet anders als je weet dat McAvoy en McKenna jaren met Gallagher samen speelde. Marcel Scherpenzeel zal de eerste zijn om toe te geven dat zijn stemgeluid de vocalen van Rory slechts enigszins benaderen, maar zijn gitaarspel lijkt wel per optreden net zo identiek te worden. Rory was een artiest die nooit echt een song in de hitlijsten heeft gehad, maar als je dan zo’n optreden meebeleefd is het steeds weer verbazingwekkend hoeveel klassiekers hij op zijn naam heeft staan. ‘Moonchild’, ‘Do You Read Me’, ‘Follow Me’, ‘Million Miles Away’, ‘Shadow Play’ en zelfs ‘Philby’ kwam dit keer aan bod. Qua repertoire en inzet zou de B.O.F. dus nog jaren meekunnen. Dit trio houdt Rory’s muzikale standbeeld in beweging en geeft dat extra glans. En zolang de fans Rory zijn muzikale nalatenschap van generatie op generatie blijven overdragen, hoeven we niet bang te zijn dat hij in de vergetelheid raakt. [lees hier een exclusief interview met Garry MacAvoy]

Na een kleine pauze gaan we naar een voor ons totaal onbekende band die op het buiten-podium geprogrammeerd staat; Hazmat Modine gaat daar de toeschouwers vermaken. Deze New Yorkse band schijnt in verschillende bezettingen op te treden en vandaag tel ik in totaal 7 man op het podium. Dat is toch wel een grote bezetting en ik vraag me af hoe men reist, later zie ik dat ze al ‘n échte tourbus hebben. Zij brengen: ‘Whorehouse’ Blues, New Orleans’ Jazz, Swing met Klezmer invloeden, Wade Schuman zanger is van Jiddische afkomst dus zijn de Klezmer invloeden te verklaren; hij speelt ook de harmonica in de band. Pamela speelt een niet onverdienstelijk stukje trompet en we hebben David op de tuba en ál dit plezier bijeen levert deze minder hete 2e Pinksterdag heel wat blije gezichten op aan het Domineeskamp in Raalte.

Ian Siegal speelde in de tent niet met de Youngest Sons, zoals geïntroduceerd, maar met Bigger Band: drummer Nik Bjerre en bassist Carl Stanbridge die Andy Graham verving omdat deze vervroegd vader was geworden van een dochter. En als special guest op gitaar: onze trots uit Nederland Dusty Ciggaar. Het werd een soort van ‘Best Of Ian Siegal Show’ maar er waren bijna geen foutjes te bekennen in het spel. Ian vraagt zich hardop af waarom hij eerst ‘af’ zal gaan om daarna weer terug te komen voor een ‘encore’, “Let’s Save Some Time"! “Raise the Roof “vraagt Ian het publiek tijdens zijn laatste song ‘Forever Young’ slechts 1 van de 2 covers vandaag. Ian kreeg in het verleden wel eens kritiek dat hij weinig eigen materiaal van voorgaande CD’s speelde tijdens zijn concerten. En als er iemand is die zich dat niet aantrekt is dat Ian Siegal zelf wel. Dat maakt de man zo uniek en authentiek; hij gaat zijn eigen gang en heeft zijn hart verpand aan de blues muziek. En misschien is hij juist daardoor wel een absolute favoriet van Nederlandse programmeurs, het publiek én van ons The Blues Alone? reporters?! Vandaar dat u als lezer veel verslagen, foto’s en footages tegenkomt in ons online magazine. Kwaliteit en eigenzinnigheid verloochenen zich namelijk niet.

De Hackensaw Boys uit Charlotsville, Virginia maken een vrolijke, haast punk-achtige mix van old-time en bluegrass string-band muziek. De Hackensaw Boys schilderen zichzelf vol trots en met een flinke portie zelfspot af als een stelletje rond toerende stinkerds uit Charlotsville. Ze hebben de Blue Ridge Mountains in hun DNA zogezegd. De acht bandleden zingen allemaal, terwijl er vier van hen de banjo bespelen, een aantal hanteren een viool, maar een drummer ontbreekt. Wel trommelt één van de ‘ijzerzaag-jongens’ met een vork en een lepel op een zelfgemaakt instrument dat om zijn nek hangt en vooral uit lege blikjes bestaat. Ze hebben bijnamen als Pee Paw, Shiner, The Kooky-Eyed Fox, Dante J., Skeeter en Salvage. Hiervan hebben we helaas te weinig kunnen zien en horen om een goed oordeel te kunnen vellen. Maar het valt de Ribs & Blues organisatie te prijzen dat ze ook dit soort acts binnen halen, wat het aanbod alleen maar gevarieerder en aangenamer maakt.

De uitsmijter van deze dag, en misschien wel van het hele festival, was de legendarische Engelse bluesrockgitarist en zanger Alvin Lee ‘Mister Speedfingers’ speelt niet veel meer live en zijn laatste album ‘Saguitar’ dateert ook alweer uit september 2007. Maar de man is werkelijk een legende en beroemd en berucht om zijn vingervlugheid, starre houding, een onvergetelijk optreden met Ten Years After op het Woodstock Festival in 1969 en om zijn ‘Big Red’ Gibson 335 gitaar met het zwarte peace-teken erop. De laatste jaren - dus ook in Raalte - speelt hij echter alleen nog op een ‘Big Red’ Gibson custom (ook te koop als custom signature signed bij Gibson), omdat het origineel veilig staat opgeborgen in de kluis; een appeltje voor de dorst waarschijnlijk als hij echt niet meer uit de voeten kan. Dat lukte op het podium van Ribs & Blues nu nog uitstekend en veel ouwe getrouwe fans steunde hem daarin. Helaas maken drummer Chick Churchill en wildebeest bassist Leo Lyons geen deel meer uit van zijn band (zij treden zelf nog wel steeds op als Ten Years After). Maar Lee’s huidige bluesrock trio staat ook zo stevig als de Nottingham Castle zelf! Waarvan een unieke mix van blues met klassieke rock ‘n roll de hoekstenen zijn. Met bekende en minder bekende songs door de jaren heen liet de meester horen nog steeds tot de allergrootste der aarde te horen. Al bij het tweede nummer ‘Hear Me Callin’ hoorde je de “oh-ja’s” al meteen door de volle tent zoemen. Dat is het lot van een (bijna) vergeten legende die als het er op aan komt toch weer wordt gelauwerd en vereerd, en terecht. De Ten Years After live klassieker ‘I’m Going Home’ (Recorded Live - 1973) deed zelfs bij de aller jongste en de oudste grijsaards de hoofden meedeinen op de muziek. En ‘home’ of huiswaarts gingen de tevreden bezoekers uiteindelijk ook; met wankele benen, verbrande knarren, bonkende hoofden maar ook met gevulde magen en veel voldoening. Zo kregen we dus ook op deze Ribs & Blues maandag wederom een sterrenmenu opgediend. Waardoor Ribs & Blues een onweerstaanbaar lekker festival blijft!
 

Ribs en Blues serveert Sterren-menu (deel 1)

Geplaatst op 30 May 2012 door Giel
gezien & gehoord in Raalte: Ribs & Blues Festival 2012 op zondag 27 mei 2012. Tekst door Nicolette Johns,  filmpjes door Giel van der Hoeven en met foto’s van José Gallois & Arjan Vermeer - The Blues Alone?

Eindelijk is het dan zover het Ribs & Blues Festival is voor ons van start gegaan. Menige bezoeker heeft gisteren al kunnen genieten van Rockin’ Ribs & Blues avond met o.a. Status Quo. Jammer genoeg komen we, na enig oponthoud, pas tijdens de apotheose van het optreden van Nugene Records’ artiest Simon McBride  3 man koppige band aan in de tent. Deze uit Ierland afkomstige 34 jarige gitarist brengt samen met bandleden Carl Harvey en Paul Hamilton blues-rock en zijn momenteel op toer om het nieuwe album ‘Nine Lives’ te promoten. In de UK stond Simon al eerder als voorprogramma van Jeff Beck, Joe Bonamassa en Dereck Trucks. We kunnen slechts het eind horen van ‘Power to My Soul’, wat veel bijval van het publiek genoot.

Op het buitenpodium, vorig jaar op Ribs & Blues in het leven geroepen, is Mariëlla Tirotto  en haar 6 man koppige Blues Federation (winnaar Dutch Blues Award 2010) al begonnen aan haar set als we tijdens ‘Window of My Eyes’ aangesneld komen. De van Nederlands/Italiaanse afkomst Mariëlla draagt een vuurrode, volgens eigen zeggen, 2 kilo zware Latin Ballroom jurk dus lijkt ons dat een dansnummer op zijn plaats is. Onze gedachten worden waar als men inzet met een ‘Latin Rhytm’ aangevoerd door de percussionist van de band echter het nummer heeft de naam ‘Winter Time’ (waarschijnlijk in de winter verlangend naar de zomer geschreven). Gelukkig is deze ‘front-woman’ zich ervan bewust dat de band ook de nodige publieke aandacht verdient en laat dan ook alle bandleden soleren, dit siert haar, vinden wij, want een bassolo zoals die door haar eega Heins Greten neergezet wordt daar lusten wij ‘Grits’ (Southern American pap) van!  Het nummer ‘Dare to Stand Out’ is een nummer over het feit dat je voor jezelf op moet komen in het leven en niet ten onder hoeft te gaan in de massa. Dit nummer wordt met zoveel passie gebracht dat de reporter dacht dat Mariëlla daar eigenlijk niet overheen kon maar we komen bedrogen uit als de band een ‘Black Snake Moan’-achtige sfeer creëert met ‘Lover’s Dance’ van het album ‘Dare to Stand Out’, wat een geweldige performance van deze band. Mariëlla’s stem wordt vaak vergeleken met die van Etta James maar dat vindt de reporter toch iets té hoog gegrepen, Mariëlla heeft een warme rauwe blues stem en samen met haar band zetten zij een energieke set neer op een zonovergoten, snikheet buitenpodium.

Binnen in de tent is het tijd voor de, wat ons betreft, verrassing van het festival! Miss Montreal plays the Blues, velen van de ‘blues-police’ zijn sceptisch maar wij van ‘the Blues Alone’ zagen Sanne Hans al eens tijdens ‘Muze Misse’ 2009 in Oss optreden en vonden, maar vooral hoopte toen al dat dit alleraardigste, ‘faul mouthed á la Amy Winehouse’ meisje later in de blues-scene zou belanden gezien haar Bonnie Raitt-achtige stem. Geen nietszeggende de liedjes voor ‘the crowd’ maar muziek die bij haar past vonden wij toen al. Dat Miss Montreal ooit blues zou brengen was na haar optreden in het programma ‘Waar is de Mol’ waarin ze samen met Johnny de Mol de zuidelijke staten van Amerika doorkruiste en meerder malen ‘Juke Joints’ bezochten een kwestie van tijd. Wij kunnen dat ook niet wachten hoe Sanne en haar band het er vandaag afbrengen. Als men de set start met een voortreffelijke cover van Buddy Guy’s ‘Damn Right I’ve Got the Blues’ dan kan het al bijna niet meer mis gaan lijkt ons. De locatie die tijdens ‘Waar is de Mol’ ook bezocht werd wordt nu op deze 1e Pinksterdag ook bezongen; ‘Down to the Crossroads (R. Johnson). Ook ‘Howlin’ for You’ (Black Keys) passeert de revue. Dat ze lekker zichzelf is blijkt als ze, met enige krachttermen bijgevoegd, tevergeefs haar familie in het publiek zoekt en voor haar zusje Roos Hans het nummer ‘Don’t Wait Too Long’ (M. Peyroux) brengt. Een beetje vreemd is de keuze voor Buddy Guy’s nummer ‘74 Years Old’ omdat dit écht een autobiografisch nummer is en door een ander gecoverd toch wat vreemd overkomt. Haar gitarist Erik Neimeier, die later ook op het buitenpodium met zijn eigen Back Corner Boogie Band zal optreden, heeft een waanzinnige ‘I Put a Spell on You’ en ‘Born on the Bayou’ van CCR in zijn strot zitten, om kippenvel van te krijgen. Erik heeft een krachtige stem maar blijft desondanks te verstaan en dat doen niet velen die in een andere taal zingen hem na. Lof voor deze man! Natuurlijk brengt de band ook nog het niet te vermijden ‘Wish I Could’ ten gehore en de hele tent zingt uit volle borst mee. Inmiddels is Sanne, zélfs in haar weinig omvattend pakje, helemaal doorweekt als zij zonder ‘oortjes’ loepzuiver een nummer brengt over drankmisbruik. Als laatste komt nog de 17 jarige Rick Slagers (2011 ‘Holland’s Got Talent’) meedoen als Miss Montreal het laatste nummer zingt en menige blueskenner moet bekennen dat dit toch wel een heel goed optreden was van een ‘niet-blues’ muzikante!

Voor de volgende act zetten we weer de pas erin richting buitenpodium want daar staat Michael Dotson op het programma die met pick-up band hier op Ribs & Blues de vraag naar de ‘zwarte blues’ komt beantwoorden. U leest het goed; Ribs & Blues heeft, waarschijnlijk, enig commentaar moeten incasseren op hun festival. Het betrof het gemis aan ‘zwarte’ blues. Deze editie wordt dit gemis ruimschoots goed gemaakt door Michael Dotson en niet in de laatste plaats door Eddy ‘the Chief’ Clearwater te contracteren. Allereerst dus nu Michael Dotson; deze Amerikaan brengt traditionele, slide blues. Wij zagen hem al eens in Chicago toen hij in de club ‘Blue Chicago’ het podium deelde met wijlen Willy Kent en nog eens 2 jaar geleden in Culemborg op het festival. Deze timide maar sympathieke man brengt een gedegen set te gehore maar daar blijft het wat betreft voor ons bij, hij brengt een mix van Jimmy Hendrix/Buddy Guy/Otis Rush-achtige blues. Gelukkig kan zijn ‘Magic Sam’s Boogie’ een paar lokale dames die naast de box een goed gesprek staan te voeren overstemmen en ze brengen zelfs, op Ribs & Blues zéér ongebruikelijk i.v.m strak speelschema, een toegift in de vorm van ‘Drop of Whiskey’!!

In de tent zijn ze alvast begonnen, ‘ze’ zijn Eddy ‘the Chief’ Clearwater & the Juke Joints. Eddy is met zijn 77 jaar een oude rot in het vak en is niet vies van een beetje show zo getuigt zijn, al sinds mensenheugenis, onafscheidelijke Indianentooi. Joan Franka heeft het slechts afgekeken van anderen blijkt nu voor velen in het publiek. Eddy Clearwater de begenadigde linkshandige gitarist die zelfs een knalrode zonnebril om moet zetten tegen het glitteren van zijn knalgele shirt en met ‘Rhinestones’ bezette guitar-strap toerde al eerder met de Juke Joints door ons land, een samenwerking die eigenlijk tijdens een goed gesprek op het Chicago Blues Festival van een aantal jaren geleden tot stand kwam. Dat deze combinatie doet watertanden, kan de lezer hopelijk begrijpen, één van de beste, zo niet dé beste, blues band van Nederland met een bluesman van allure! Goed, Eddy mag dan in de loop der jaren een beetje van zijn vingervlugheid in hebben moeten leveren maar dat kan zeker niet van zijn stem gezegd worden. Het gitaarwerk wordt ruimschoots goedgemaakt door de gitarist van de Juke Joints Michel ‘Boogie Mike’ Staat op zijn Fender Stratocaster, wat een held! We zijn getuige van de opvoering van o.a. ‘Hypnotize Mesmerize’, ‘I Just Wanna Make Love to You’ waarbij het geluid van Michel’s Fender Stratocaster op een geweldige manier tot zijn recht komt. Het Rock & Roll nummer ‘Too Old to Get Married, Too Young to Get Buried’. Dat Eddy het voornamelijk moet hebben van de legende die hem voorsnelt als hij weer op toer gaat mag geen naam hebben, dat tóch ondanks die goede optreden in de tent gestaag begint te roezemoezen wekt ergernis bij die mensen écht op dit optreden hebben gewacht. Ach, ach die bluesharp van Sonny Boy van de Broek, die wij ooit samen met de band in de hál van het North Sea Jazz in 2003 zagen spelen, deze man zet zulke puike shows neer. De set wordt door Eddy vanaf nu zittend vervolgd, jammer dat tijdens ‘I’m Walking’ een monitor gaat fluiten. Eddy slaat er geen acht op, vraagt of ‘ye’ all’ het naar hun zin hebben en dát heeft ‘t publiek! Het swingt helemaal de pan uit in de snikhete tent, zelfs Franz Ferdinand fans gaan helemaal los, leuk om te zien dat óók deze mensen met de roots van álle muziek willen kennismaken. Eddy ‘the Chief’ Clearwater & the Juke Joints besluiten met een eigen nummer van Eddy genaamd ‘Came Up the Hard Way’ . Dit is een slow blues met de veelbetekende eerste zin: “I came up the hard way, had to work both night and day” en dat zal Eddy zeker hebben moeten doen zoniet hij dan wel zeker toch zijn ouders op de katoen-plantage in de zuidelijke staten van Amerika!

Dan is het weer tijd om naar het buiten-podium te vertrekken om daar The Back Corner Boogie Band te gaan zien optreden. Onze verwachtingen zijn hoog gespannen mede door het eerdere optreden van de ‘front-man’ van de band Erik Neimeier bij Miss Montreal. Wat een band, beter gezegd orkest is dit! The Blues Alone-reporter telt 11 man op het podium! Oprichter van de band Henk Jan Lovink (i.d.d. die van Jovink) en Bas Schouten beide op gitaar samen met een blazers sectie (trombone, trompet en sax) waar je hart harder van gaat kloppen, Geo Wassink die zowel de keys als de mondharmonica bespeeld, bas gitaar, drums en dát nog eens aangevuld met 2 dames in de backing vocals! Erik bespeelt het publiek, hij heeft smoel, hij heeft passie en dat krijgt hij terug van het publiek deze zonovergoten middag in Raalte. Zij brengen praktisch integraal het, door the Blues Alone? al eerder gerecenseerde album (lees ook onze CD recensie en de  CD-presentatie in De Melkweg) ten gehore, ‘Now I Got Love’ is lekker funky en sexy en het gas gaat er écht op met rocky ‘My Baby Left Me’. Erik introduceert ‘Make You Crawl’ met de niet-verhullende woorden dat dit lied over een ‘kut’ wijf gaat. Deze band straalt energie uit de report van ‘the Blues Alone?’ is prettig verrast. Ze doen nog een ballade voor de meisjes, en ja ook ik was ooit een meisje en dus ook kippenvel bij mij. Indien u als lezer van ‘the Blues Alone?’ de kans heeft om deze band live te zien; twijfel dan niet!

Dan is het in de tent tijd voor één van de Neerland’s oudste bands de Bintangs; zij zijn voor vele de beste rock-band die Nederland ooit heeft voortgebracht. De band kende vele bezettingen maar constante factor is nog steeds Frank Kaaijeveld op basgitaar en hij neemt ook de zang voor zijn rekening . De gitarist van de band, Dagomar Jansen, draagt een ‘Ramones’ T-shirt en dat hij daardoor is beïnvloed is goed te horen. Als deze band hun oorsprong in de USA had gehad zouden ze wereldberoemd geworden zijn. Maar omdat we ook af en toe de innerlijke mens moeten verzorgen door middel van een hapje en een drankje moeten we dit optreden helaas al snel laten voor wat het is.

Ondertussen was op het buitenpodium King King ook begonnen. Alan Nimmo - het boegbeeld van de Nimmo Brothers - met zijn band, vernoemd naar zíjn favoriete The Red Devils cd. Energieke zwarte Amerikaanse blues in Schotse ro©k! Veel nummers van het album ‘Take My Hand’ (2011) en wat covers (Clapton, Hiatt) passeerden de revue. Samen met bassist Lindsay Coulson, drummer Graig Blundell en toetsenist Benneth Holland probeert Nimmo een volbloed bluesgeluid vanuit een andere invalshoek te presenteren. Een meer soulvol en funky geluid met veel volume, maar uiteindelijk blijft het bluesrock in een sound die niet veel afwijkt van die van de Nimmo Brothers. Al blijft de vingervlugge gitaartechniek van de onstuitbare Alan Nimmo indrukwekkend en klinkt zijn stem immer hartstochtelijk. En die Schotse kilt… tsja, Ralph de Jong trad in het begin van zijn carrière ook met oer-Hollandse houten klompen op, maar hij kwam toch op tijd tot bezinning.

Na een klein uurtje zijn wij weer van de partij in de tent om Kitty, Daisy & Lewis te zien optreden. Dit Londense familie bedrijf is al meerdere malen gesignaleerd op festivals in ‘de Lage Landen’ maar wij hadden ondanks dat we vorig jaar op Peer hen hadden kúnnen zien nog niet de eer gehad. We hebben al veel ‘footage’ van hen bekeken omdat wij altijd de jeugd die deze muziek ten gehore wil brengen een warm hart toedragen. We zien papa Graeme Durham op de gitaar en op banjo, mama Ingrid Weiss op de bas en Kitty, Daisy en Lewis Durham wisselen intrumenten (later leest u welke) alsof het een lieve lust is. Zij spelen Rhythm & Blues, Country, Rock & Roll en Ska maar willen persé geen Rockabilly band genoemd worden. Eerlijk gezegd dat zou ook niet fair zijn, het dekt gewoon niet de lading van wat deze mensen allemaal in huis hebben. En even over dat in huis hebben, neemt u dat maar letterlijk want alles wordt thuis opgenomen op 8-track recorders met behulp van ‘vintage’ versterkers en microfoons om zó die speciale sound te verwezenlijken. Bovendien als er een prijs gegeven werd voor ‘beste look’ dan zou deze band die mogen winnen wat ons betreft. We zien Daisy (de oudste van de twee zusjes) in haar ‘vintage’ matrozenpakje de xylofoon, drums en (kinder??) piano spelen maar zij neemt ook de zang voor haar partij terwijl Kitty ook zingt en ook nog een switcht tussen gitaar (Harmony met 3 pick-ups), ukelele, banjo, drums en harmonica. Broer Lewis, die mij het meest laat denken aan een jonge Johnny Cash, zingt ook en speelt ook weer meerdere instrumenten zoals de drums, gitaar (Gibson) en piano. Er wordt een ’special guest’ op het podium geroepen in de persoon van de Jamaicaanse Eddie ‘Tan Tan’ Thornton die een fijn stukje Ska inzet op zijn trompet. Papa Durham wisselt nu weer naar banjo en Daisy naar de xylofoon, we kunnen het allemaal niet meer bijhouden! Het leuke van dit alles is dat het een en ander gebeurt met een stalen gezicht, de familie lijkt er geen plezier in te hebben. Gek eigenlijk want muzikaal is het één en al blijheid wat de klok slaat. De eerste vijf rijen publiek beginnen bij ‘I’m Up the Country’ spontaan te jiven. ‘Kitty, Daisy & Lewis’ geven met ‘When I First Met You Baby’ ook een echte blues aan het Ribs & Blues publiek. Wij zijn veroverd, deze band heeft een hoogstaande muzikaliteit en is nog leuk om naar te kijken ook!

Nog nagenietend lopen we snel weer naar het buitenpodium waar het gelukkig al wat is afgekoeld omdat de zon gezien het tijdstip niet meer zo hoog aan de hemel staat. We komen jammer genoeg aan als de set van de uit Missouri domineeszoon Israel Nash Gripka al begonnen is. We kunnen zitten aan één van de, dit jaar, vele picknicktafels, langs één van de lange zijden van het plein waar dit buiten-podium is neergezet. Luisterend naar deze ‘Israel Nash Gripka’ komen al snel de herinneringen boven aan één van ’s werelds grootste singer-songwriters Warren Zevon. Israel is het type man van ‘ruwe bolster blanke pit’ niveau, een rauwe stem die wonderschone teksten kan schrijven zoals alleen een gevoelige man kan. We genieten, met ons roots-hart, met volle teugen van deze band die o.a. ook een pedal-steel herbergt. Israel heeft dezelfde stemhoogte als Warren Zevon maar dan rauwer. Soms laat zijn stem de reporter ook denken aan Tom Johnston (Doobie Brothers) en een jonge Steve Earle. De bekenden die wij zoals ieder jaar hier weer treffen zijn in vervoering van het gebonden. Wij zijn het er over eens en blij dat er misschien weer een nieuwe Warren Zevon is opgestaan. [binnenkort is er een exclusief interview te lezen met Israel Nash Gripka op TBA? www.thebluesalone.nl ]

Dat Julian Sas op het hoofdpodium in de tent staat is natuurlijk te begrijpen, ‘Julian Sas’ staat samen met Tenny Tahamata en Rob Heijne al voor de 7e (!!) keer op het Ribs & Blues Festival. Helaas krijgt Julian altijd veel kommentaar op het feit dat hij tijdens optredens tussen de stukken door Engels spreekt tegen het publiek, maar dit is beter omdat Julian (geboren in Beneden-Leeuwen) een nogal dik dialect spreekt wat niet iedere Nederlander zou kunnen volgen. We horen een nieuw stuk ‘Mercy’, en al bij het tweede nummer staat de tent tjokvol. Deze 3 mannen zetten een geluid neer voor zo’n man of acht, zo professioneel, tegelijkertijd is dit de kritiek die deze band ten laste valt. De band vertoont té weinig variatie tijdens optredens is de klacht. Maar het moet tóch gezegd, Julian Sas is een absolute meester op de slide gitaar er is geen valse noot te spotten. Ongelofelijk dat zo’n band niet meer air-play krijgt op nationale radio. Dit is een band waar Nederland trots op mag zijn; ‘Swamp Land’, ‘Life On the Line’, The Blues Won’t Stay’ én ‘Tear it Up’ worden op fenomenale wijze deze 1e Pinksterdag aan het Ribs & Blues publiek opgediend.

Als de reporter en fotograaf van ‘the Blues Alone?’ deze 1ste Pinkersterdag voor de laatste maal afreizen naar het buitenpodium is dat voor Serena Pryne & the Mandevilles. Deze, uit Canada afkomstige, Serena is klein van stuk maar met een stem als een klok! Haar stem wordt vergeleken met die van Beth Hart en Bonnie Raitt maar wij van ‘the Blues Alone?’ vinden hem het meest op die van Janis Joplin lijken. De band speelt poprock met een sausje van blues. Soms doet het spel een beetje denken aan dat van de band ‘Little Feet’, niet dat wij een fan zijn maar wij zagen ‘Little Feet’ ooit op Peer. Je zou denken dat Serena Pryne haar stem zou sparen voor haar optreden op de door haar zelf omgedoopte ‘Spingsteen Monday’ van Pinkpop maar niets is minder waar. Het door Robbie Robertson (the Band) geschreven ‘The Night They Drove Old Dixie Down’ is een cover die naar meer smaakt volgens het uitzinnige publiek. Het is een feit; Serena, die ook nog Nederlandse voorouders heeft, is inmiddels in de harten van menige toeschouwer gesloten. Tijdens de uitvoering van het nieuwe nummer ‘Come Around No More’ wordt een waar stukje ‘harmony-singing’ opgevoerd. De voorspelling is dat Nederland ‘Serena Pryne & the Mandevilles’ nog vaak zal kunnen zien optreden. [binnenkort is er een exclusief interview te lezen met Serena Pryne op TBA? www.thebluesalone.nl ]


De uitsmijters van de 1ste dag van het Ribs & Blues van 2012 zijn The Paladins, er wordt veel geschreven over deze band maar eigenlijk valt deze band nooit een vernietigende recensie te beurt. Deze drie mannen, Dave Gonzalez gitaar (Guild) en zang, Thomas Yearley bas en zang en Brian Fahey op drums brengen al 30 jaar onvervalste Rockabilly. Jammer genoeg lijkt het wel of de band dezelfde set lijst hanteert als tijdens eerdere concerten in Paradiso en tijdens Peer 2011. De band zal toch wel rekening houden met de vaste schare fans die fantastisch uitgedost ook weer naar Raalte zijn afgereisd om hen te zien optreden. Diezelfde vaste schare fans lijkt ietwat teleurgesteld over het optreden én het feit dat er weinig ruimte is om te dansen. Dit is o.a. te wijten is aan het feit dat ‘The Paladins’ de laatste act van dag 1 is en dus nu ook alle toeschouwers die de gehele dag bij het buiten-podium hebben vertoefd naar de tent zijn gekomen om de dag af te sluiten. Ondanks deze kleine ergernissen blijken ‘The Paladins’ tóch een ovationeel applaus in ontvangst te kunnen nemen. En zo kregen we op deze Ribs & Blues zondag toch weer een gevarieerd sterrenmenu voorgeschoteld wat een ware ontdekkingsreis was door de diverse muzikale stijlen. Voor de fijnproevers minder verrassend maar wel smakelijke en met grote passie is bereidt!

Rockin’ Ribs Raalte: hot ‘n tasty

Geplaatst op 27 May 2012 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: Rockin’ Ribs Raalte
evenement: Ribs & Blues Festival 2012 (16e editie)
met: Go Back To The Zoo, King Jack, Status Quo
datum: zaterdag 26 mei 2012
review door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone?

Terwijl er in de A’dam ArenA zaterdagavond weinig te juichen viel (Oranje verloor een oefenwedstrijd), was het in de tent op het Domineeskamp in Raalte een groot feest! Als een legioen blijde voetbalsupporters reageerde de uitzinnige menigte op de eerste klanken van de Engelse ouwe rockers Status Quo. Al voor het openingsnummer ‘Sweet Caroline’ was de samenzang ("whoohohohohoow") niet van de - door drank-, gebraden vlees- en zweet geurende - lucht. De Quo blijkt ruim 40 jaar na hun oprichting nog mateloos populair te zijn bij zowel oudere jongeren (veelal met paardenstaart en Quo-shirt uit vervlogen tijden) als bij de huidige headbang generatie (met hedendaagse kapsels en ter plekke aangeschafte touring of  ‘I love rock and roll’ shirts.

Nadat de Nederlandse, maar wel in het Engels zingende bands, Go Back To The Zoo en de veelbelovende poprock band King Jack, het smorende publiek bakklaar had gemaakt, had het vijftal van Status Quo weinig meer nodig om de boel af te garen en panklaar op te dienen. O.a. hits als ‘Rain’, ‘Mean Girl’,  ‘Down, Down’ en ‘Roll Over Lay Down’ waren daarvoor de ingrediënten. Bekende kost, eenvoudig bereid maar oh zo lekker als je ervan houdt. Raalte smulde ervan. Op eerste en tweede Pinksterdag zullen de ribs ook weer als vanouds smaken, en ‘the blues’ zal dan weer in gevarieerde en hopelijk smakelijke muzikale menu’s opgediend worden. Wij van TheBluesAlone? zullen ook hier weer bij zijn en er uitgebreid verslag van doen in beeld en met teksten (foto reviews en interviews).
Stay tuned for more tasty R&B.

Exclusief interview met Rory Gallagher bassist Gerry McAvoy

Geplaatst op 17 May 2012 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview met: Gerry McAvoy (Rory Gallagher Band, Nine Below Zero, Gerry McAvoy’s Band of Friends)
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer © The Blues Alone? en diversen
locatie: Sportpark De Liesjes Kwadendamme
evenement: Kwadendamme Bluesfestival
datum: vrijdag 11 mei 2012

tbaga11051204kl

“Gallagher’s basgitarist Gerry McAvoy is er een die zijn hele wezen in drie noten weet te leggen, maar dat zijn dan ook wel de hoekstenen van zo’n nummer.” schreef Elly de Waard na het concert van 23 maart 1976 door Rory Gallagher and his band in het Congresgebouw van Den Haag. Op 4 april 1978 ging de band op herhaling op diezelfde locatie en weer maakte het kwartet een verpletterende indruk [knipsels]. Het waren de eerste concerten die ik live van de Ierse bluesrock gitarist beleefde en zijn muziek maakte sindsdien een belangrijk deel uit van mijn leven. Zó moest gitaarmuziek klinken; niet alleen maar blues, niet alleen maar (hard)rock, zeker geen punk - wat destijds in opkomst was - maar onvervalste bluesrock! Een samensmelting van de roots muziekstijlen die ik tot dan toe op mijn zolderkamer met rode koontjes hadden beluisterd. Met ongelooflijk goed gitaarwerk van Rory Gallagher (1948), inderdaad hoekige baslijnen door Gerry McAvoy, opzwepende piano- en orgel partijen van Lou Martin en stuwend drumwerk door Rod De’Ath, die in 1978 werd vervangen door Ted McKenna.

Rory ging letterlijk door totdat hij erbij neerviel, wat hem uiteindelijk dus fataal werd. Op 10 januari 1995 stortte hij in op het podium van het Rotterdamse Nighttown en op 14 juni van dat jaar overleed hij in het King`s College Hospital in Londen als gevolg van complicaties na een levertransplantatie. Maar zijn populariteit is er vanaf dat moment niet minder om geworden. Postuum wordt hij herdacht met bijeenkomsten en concerten door heel Europa, door heel veel trouwe fans en door bevlogen tributebands. Waarvan Gerry McAvoy’s Band of Friends momenteel wel de meest aansprekende is. De Nederlandse gitarist/zanger Marcel Scherpenzeel speelt hierin met drummer Ted McKenna, die in de periode 1978-1981 - o.a. tijdens de legendarische Rock Palast concerten - achter de batterij plaats nam. Over deze Ted McKenna zei Rory eens: “Finding a new drummer was difficult too, because there’s a lot of hot drummers in London. They are hot, but they don’t understand rhythm and blues. They are going to do Billy Cobham or they are going to do disco. I was fortunate to get Ted (McKenna) at the last hour. The guy could do it all.” Bassist Gerry McAvoy was maar liefst 20 jaar trouw lid van Rory Gallagher’s begeleidingsband. Twintig jaar vriend en collega van Rory op het 20 jaar jubilerende Kwadendamme Bluesfestival, een goeie reden om John Gerrard McAvoy, geboren op 19 December 1951 in Belfast, eens nader aan de tand te voelen. Een krap uurtje voor het slotoptreden in Bluestown Kwadendamme werden we door de ‘Riding Shotgun’ zelf begeleid naar zijn kleedkamer, waar ook Ted McKenna en Marcel Scherpenzeel aanwezig waren.

tbaga11051201kl
[Marcel, Gerry en uw interviewer in Kwadendamme]

- The Band Of Friends is niet alleen een eerbetoon, maar meer een viering van het leven en de muziek van Rory Gallagher. Hoe ervaar je het om in interviews meer vragen over Rory te beantwoorden dan over jezelf?
Gerry: Rory maakte én maakt nog een belangrijk deel uit van mijn leven, dus daar heb ik helemaal geen moeite mee. Twintig jaar is natuurlijk niet niks en alles wat wij samen gedeeld hebben, deel ik graag met anderen. Dus vragen over Rory beantwoord ik met net zoveel plezier als vragen over mezelf.

- Toch eerst maar over Gerry McAvoy: hoe is het leven voor een 60-jarige muzikant?
Gerry: Dat is FANTASTISCH! Momenteel ís het zo fantastisch omdat ik het voorrecht heb met twee kerels te spelen die het zo fantastisch maken. In het leven doorloop je verschillende fasen, en dit is zo’n fase dat het me voor de wind gaat en ik de dingen kan doen die ik graag doe.

tbagagarry1978kl
[Gerry live on stage in 1978]

- Op je eigen album ‘Can’t Win ‘Em All’ uit 2010 staat een track ‘Born Too Late’ genaamd. Ben je dat?
Gerry: Nee, niet meer. Want die tekst heb ik namelijk al in 1978 geschreven, en toen vond ik van wel. De song gaat over het gemis van het bewust meemaken van de jaren vijftig idolen als Buddy Holly en Elvis Presley. Die periode had ik toen graag meegemaakt. Inmiddels heb ik zelf zat idolen doorstaan, ha ha!

- Is de Zeeuwse klei vergelijkbaar met andere bodemsoorten op het continent… oftewel: speel je graag op (outdoor) festivals?
Gerry: Ach, de ondergrond maakt ons niets uit, we spelen echt overal zolang er een sfeertje te creëren is en de mensen waarderen wat we doen.

- Wat is de meest vreemde plaats waar je ooit speelde?
Gerry: Collectief bedoel je? Met Rory Gallagher heb ik op veel vreemde plaatsen gespeeld, zeker in Amerika zoals in St Louis… en jij Ted?
Ted: Ik heb eens in een gevangenis gespeeld in Edinburg Schotland. Twee weken later speelde we op het Eton College, en dat was vreemd genoeg exact hetzelfde! In plaats van de gevangenisbewaarders werden de kids in de gaten gehouden door de leerkrachten en directie. Maar in beide gevallen ging de boel wel los!
Marcel: Voor mij was dat tijdens het ‘Blues In The Schools’ project. Het is gewoon geweldig om jonge mensen kennis bij te brengen over deze muziek. Maar eigenlijk heeft elk podium wel z’n eigenaardigheden hoor, dat maakt het juist zo leuk. Die plek herinner ik me ook nog wel [wijzend op mijn Blues Aan Zee T-shirt - red], daar speelde we met Wolfpin, een voormalig klooster toch? Ook apart.

tbaga11051206kl
[Ted McKenna: “de boel ging los!”]

- Wat is eigenlijk jullie persoonlijke favoriete Rory Gallagher album?
Marcel: Voor mij is dat ‘Callin Card’. Een puur no-bullshit album zonder effecten, geweldig. Toen ik die plaat de eerste keer hoorde wist ik: dit wil ik ook!
Gerry: Zijn vroege werk eigenlijk wel ‘Rory Gallagher’ (1970), ‘Deuce’ (1971)… vooral omdat ik daar goeie herinneringen aan heb als jongeling in 1971. Op een prachtige zonnige lentedag de hele dag door Rory draaien, van negen uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds. Heerlijk, ik was “wide-eyed and numb"! Maar ook Rory’s achtste album ‘Top Priority’ (1979) die Ted en ik samen met Rory in Keulen opnamen. Daarmee werd toch een soort van koerswijziging ingezet die tot de verbeelding sprak. Met songs als ‘Follow Me’, ‘Philby’, ‘Bad Penny’… stuk voor stuk Rory klassiekers.

- Uhh, jullie noemen ‘Live in Europe’ uit 1972 niet?
Gerry: Absoluut wel! (Ted en Marcel knikken ook instemmend - red). En ‘Irish tour ‘74′ uiteraard! Live was Rory gewoon op z’n best. We probeerden ook echt wel die live sfeer op studioplaten vast te leggen hoor, maar dat was gewoon ondoenlijk, vandaar ook die live albums.

tbaga11051203kl
[Gerry, Ted & Rory einde jaren zeventig]

- ‘Irish tour ‘74′ werd ook op een bijzonder manier opgenomen toch?
Gerry: Nou ja, tijdens die Ierse Tour in 1974 dus, op verschillende plaatsen: Ulster, Dublin, de Cork City Hall, eigenlijk de Cork shitty hall, ha ha. En in Belfast, in een van de meest tumultueuze tijden in Noord-Ierland, toen veel rockacts vanwege het geweld er weigerde te spelen. Niettemin, deden wij het wel, en we namen er gewoon dat live album op. Het grappige is, dat de eerste drie shows gewoon werden opgenomen over het vaste mengpaneel, omdat de mobiele studio niet op tijd aanwezig kon zijn. Uiteindelijk is de dubbelelpee toch grotendeels via de Lane Mobile Unit opgenomen waaronder de jamsessie ‘Back On My Stompin’ Ground’ (After Hours).

- Ik heb je in de late jaren zeventig (1976/1978) twee keer met Rory in het Haagse Congresgebouw zien spelen. In die tijd kondigde hij jullie altijd snel sprekend aan, en jullie namen noemde hij dan dubbel: “On bass Gerry McAvoy… Gerry McAvoy! On the drums Rod De’Ath … Rod De’Ath!” Dat is me bijgebleven en ik vond dat toen erg grappig en bluesy klinken. Was Rory een grappige vent?
Gerry: Rory had zeker humor, maar dit was niet grappig bedoeld hoor. Wel bluesy misschien, maar het kwam nog uit de tijd van de oude schoolbandjes waarin de medemuzikanten luid en duidelijk geïntroduceerd werden, liefst dubbel. In de zomer van 1978 toen Ted McKenna voor het eerst met ons mee deed, ergens op een festival, waren we allemaal behoorlijk gespannen. De gig verliep prima en aan het einde ging Rory ons op zijn karakteristieke wijze voorstellen aan het publiek. Hij riep: “On the drums…” en hij keek Ted aan, want hij was zijn naam even kwijt, ha ha. Dus Ted fluisterde: “Ted", waarna Rory onverstoorbaar doorging: “…Ted McKenna!". Toen keek hij mij aan en nog voordat ‘ie wat kon zeggen fluisterde ik ook: “Gerry", wha ha ha.

tbagagarryrory7678denha
[Rory & Gerry – Den Haag 1976 en 1978]

- 14 Juni 1995, a blue day for the blues. Rory Gallagher overleed op slechts 47 jarige leeftijd… je hebt er respectvol over geschreven in je boek: ‘Riding Shotgun - 35 years on the road with Rory Gallagher and Nine Below Zero’. Wat mis je het meeste van hem? En was het schrijven van dat boek een soort van therapie?
Gerry: Van Rory? Behalve zijn muziek, de man zelf! We waren behoorlijk close samen en goede vrienden, hij was een persoonlijkheid. Het boek was voor mij een manier om de herinneringen vast te leggen. Voor mijn kinderen, voor het nageslacht, voor jullie… de fans! Zéker geen therapie of een vervelende manier van verwerking, het was juist fijn om te doen en al die herinneringen weer op te halen. Iets wat ik toen gewoon móest doen en ik ben blij dat ik het gedaan heb. [lees hier meer over: ‘Riding Shotgun - 35 years on the road with Rory Gallagher and Nine Below Zero’ - red].

- Wat mij betreft heeft de mandoline nog nooit zo geklonken als in Rory Gallagher’s klassieke song ‘Going To My Home Town’, prachtig dus! Waar zijn eigenlijk de instrumenten (o.a. die 1921 Martin mandoline) naartoe gegaan nadat hij is overleden?
Gerry: Dat heeft zijn broer en voormalig manager Donal allemaal in zijn bezit. Ik geloof dat alleen de beroemde Fender Stratocaster uit 1961 ergens veilig in een bank opgeborgen staat. [Alle Rory guitars & amps zijn online te bekijken in de Instrument Archives op de officiële website - red]

- Klopt het dat de versleten plekken op die beroemde 1961 Fender Stratocaster (oorspronkelijk een Sunburst) werden veroorzaakt door Rory’s agressieve zweet?
Gerry: Dat klopt helemaal. Rory had een uiterst zeldzame bloedgroep met een hoge zuurgraad, zijn podiumzweet was als een verfafbijtmiddel.
Marcel: Rory kocht in 1963 die gitaar tweedehands in Cork voor ongeveer 100 pond. Vijftien jaar geleden kwam de speciale Rory Gallagher Signature Stratocaster op de markt, maar ik gebruik zelf deze originele 1962 Fender Stratocaster met een hals uit 1965 [hij drukt de gitaar terloops in mijn handen - red], die identiek is aan Rory’s ‘61 Strat. Je hoort vanavond wel hoe die klinkt.

tbagarorystratocasterkl
[Rory met zijn 1961 Fender Stratocaster]

- Er gaat een verhaal dat Rory begin jaren zeventig auditie deed bij de Rolling Stones om Mick Taylor op te volgen, wist jij daar toen ook vanaf Gerry?
Gerry: ‘Tuurlijk, het is algemeen bekend dat Rory eind januari 1974 twee dagen in de RS Mobile Record-Studio aan de Rolling Stones Sessions [Doelen Rotterdam - red] heeft meegedaan. Maar wat ons betreft was het geen auditie want er stond een tour door Japan geplant waarop wij ons aan het voorbereiden waren. Bovendien had hij zich niet thuis gevoeld in een band met twee gitaristen, als solist en zanger had Rory veel meer te bieden zoals hij later wel heeft bewezen.

- Waarom ben je in 1991 eigenlijk van de Rory Gallagher Band overgestapt naar Nine Below Zero?
Gerry: Ik schreef altijd al mijn eigen songs en kreeg steeds meer de behoefte om mezelf muzikaal anders te gaan uiten. Mijn songs waren niet zo geschikt voor het Rory repertoire dus besloot ik in 1991 naar Nine Below Zero te gaan, waar die mogelijkheid wel bestond. “You know, after 20 years… a man moves on, like everybody does". En na Nine Below Zero kreeg ik weer tijd om aan mijn soloalbum ‘Can’t Win ‘Em All’ (2010) te werken [zijn 2e soloplaat na de in 1980 verschenen elpee ‘Bassics’ - red] en nu heb ik een fantastische tijd met Gerry McAvoy’s Band of Friends!

4816/tbaga11051202kl
[Marcel & Gerry op het Kwadendamme podium]

- Laatste vraag: over gitarist/zanger Marcel Scherpenzeel, die opgroeide met Rory’s muziek, zei je eerder: “This is the closest guitarist to Rory you will ever hear". Is dat echt zo?
Gerry: Absoluut! En daar sta ik nog steeds achter! Je zult het vanavond wel gaan meemaken denk ik. [Marcel negeert schijnbaar dit vleiende antwoord terwijl hij druk bezig is om Gerry’s zwarte MusicMan Stingray basgitaar te prepareren - red].
Gerry: Trouwens, vandaag speelt Marcel basgitaar hoor, en ik solo! Wha ha ha!

- Okay, Gerry and friends, dank voor jullie tijd en succes met het optreden!
Gerry (in plat Iers accent): “Enjoy tonight, we’ll do our best! And if you have any more questions, we’ll see ya tomorrow at breakfast.” [toevallig deelde we gezamenlijk ook nog hetzelfde hotel, soms is leven even blues deluxe - red].

tbaga11051205kl

Lees hier ons concertverslag van Bluestown Kwadendamme.

[Dank aan: Laurens van Houten, Rob Verhorst, Bibi, rorygallagher.com, reurie.nl, bluestown.eu en anderen die hebben bijgedragen]
Foto door Ap Heus: Rory Congresgebouw Den Haag 1976

Kwadendamme Bluesfestival: 20 jaar Zeeuwse no-nonsense met internationale allure (volume 2)

Geplaatst op 15 May 2012 door Giel

gezien & gehoord in: Kwadendamme (Gemeente Borsele) Zeeland
evenement: Kwadendamme Bluesfestival 2012 (20e editie)
datum: vr/za 11 en 12 mei 2012
review en filmpje door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone?

kwdammelogo110512

Na een ontbijtje met of zonder eitje in de tent, camper, het buurthuis naast de parochie, het hotel of in het dorpscafé ’s Lands Welvaren, keerden de combikaart bezoekers op zaterdag weer fris van de lever (of juist nogal brak) terug naar Sportpark ‘De Liesjes’ (voor de gelegenheid even omgedoopt tot Sportpark ‘De Blues Liedjes’). Nadat de verse lege consumptiekaarten en plaskaarten waren aangeschaft, kon deel 2 van het Zeeuwse bluesfeest weer aanvangen. Een deel van de tentzeilwand was al beplakt met foto’s van de dag ervoor. Zoals gezegd, de nuchtere en slagvaardige organisatie liet er geen gras over groeien tijdens deze prima verzorgde dagen.

tbakwdm209

In de grote tent waren The Veldman Brothers al aan de soundcheck begonnen. En bij de Juke Joint Stage kwamen we een oude bekende tegen. Sinds we Ben Prestage vorig jaar op het Ribs & Blues festival in Raalte hebben mogen interviewen, gaat het crescendo met de Amerikaanse Cigarbox gitaarspeler. Onder grote belangstelling zou hij tijdens de diverse pauzes op het hoofdpodium, in de kleine tent de blues-boeren, burgers en buitenlui vermaken met zijn one-man-band. Er werd gelachen, gezongen en gedanst op de aanstekelijke Bluegrass muziek van de baardmans uit het zuiden van Florida. Dag twee kon nu al niet meer stuk!

tbakwdm200

The Veldman Brothers, wie kent ze niet? Bennie, Gerrit, Donald en Marco mochten met hun band de zaterdagmiddag muzikaal openen. De Dutch Blues Awards winnaars 2011 klonken weer hecht als altijd. Ze kennen geen echte bevelhebber maar Gerrit ‘Gitaar’ Veldman ging op zijn Fender wel weer tekeer als een veldheer. Als een onverschrokken strijder ging de Strat-man voorop in het bluesgevecht tussen zijn gitaar en het Hammond orgel of de bluesharp van zijn broer Bennie. Die ook met regelmaat de vocalen voor zijn rekening nam met alvast wat songs van het spoedig te verschijnen album: ‘Bringin` It To You Live 2012’. Voornamelijk eigen songs maar ook de vertrouwde covers: “ken’n jullie John Lee Hooker?” vroeg Gerrit in een Overijssels accent… a’j plat kunt proatn, mo’j ‘t neet loaten, ‘Boom Boom Boom!’

tbakwdm201

Met de Sean Carney Band feat. Omar Coleman’ uit Chicago’ stonden er nog meer award winners on stage. Gitarist/zanger Sean Carney uit Columbus Ohio was in 2007 winnaar op de International Blues Challenge in Memphis en deed een jaar later eveneens Bluestown Kwadendamme aan. Chicago, Memphis, Kwadendamme… een wereld van verschil zou je zeggen. Niet in de internationale bluesscene, een wereld waar grenzen vervagen en mensen hun tempo vertragen: ‘Life of Ease’. De oudgediende best-dressed Carney speelde met zanger en bluesharpspeler Coleman een mix van blues, swing, R&B en gypsy swamp. En soulful and bluesy vocalist Omar Coleman was ongetwijfeld ook één van de beste zangers in de programmering. Carney & Coleman hadden het ook na hun optreden prima naar hun zin in de Zeeuwse weide, tot in de kleine uurtjes werden ze op het terrein gesignaleerd.

tbakwdm202

Eén van de grootste sensaties op zaterdag was Dwayne Dopsie & the Zydeco Hellraisers. Zydeco is een muziekvorm die ontstond als een samensmelting van traditionele Cajun-muziek met Afrikaans-Amerikaanse tradities die ook de basis waren voor de R&B en de blues. Belangrijkste exponent hiervan was in het midden van de jaren vijftig “The King of Zydeco” Clifton Chenier. En later ook Rockin’ Dopsie (Alton Rubin, de vader van Dwayne) die onder meer te horen was op Paul Simon’s meesterwerk ‘Graceland’. Dwayne Dopsie tourt dit jaar door de USA, Canada, Zuid-Amerika, Azië en Europa en kwam exclusief naar Kwadendamme. Daar waren we zeer tevreden over! Want de hevig zwetende Dopsie gaf met zijn Hellraisers een energieke gespierde Zydeco demonstratie weg. De Zydeco accordeon klanken, begeleid door bas, drum, gitaar, saxofoon én rub-board (wasbord), kregen een opwekkende injectie met blues, soul en funk. The legacy of Rockin’ Dopsie Sr. lives on in Dwayne (Dopsie) Rubin. The hardest working man in the Zydeco business! [een exclusief interview met Dwayne Dopsie volgt hier later]

tbakwdm203

Haar motto is: Keep it Bluzy… but make it Funky! Anita White uit Seattle trad in de vroege avond op met een gelegenheidsband (USA/NL) onder de naam de Lady ‘A’ Blues Band De stichting United by Music bracht haar naar Nederland. UbM geeft getalenteerde mensen met een verstandelijke beperking de kans om op te treden voor een groot publiek. Anita support de Stichting van harte met ondersteunende live optredens en road promotion. De Soul ‘n Blues Diva genoot zichtbaar van haar verblijf in de Lage Landen. Zowel op het podium als backstage was de extravagante Tante Anita voortdurend luidruchtig en schaterlachend aanwezig. Zoals we dat enkele dagen eerder ook al konden horen bij Live uit Lloyd op Radio Rijnmond. “I might be quiet ‘n sweet now, but I’m wiiild on stage!” vertrouwde ze ons een uur voor aanvang van haar show nog cynisch toe. Ze was de enige vrouwelijke vocalist op het podium tijdens deze twee festivaldagen. En ze riep daarom alle festivaldames op zich sterk te maken voor een grotere participatie in de hedendaagse neo-soul en bluesscene. En met songs als ‘Never My Man’ en ‘My Future Ex-HuzBun’ ontstond er een tijdelijke nineties Grrrl Power revival. BlueZ in the key of me, een mix van zuidelijke Blues met old school funk. Lekkerrr.

tbakwdm205

Onvervalste jaren vijftig street style Chicago blues klonk ondertussen van het Juke Joint podium. De klanken kwamen uit de instrumenten van gitarist/zanger/basdrummer Tommy Allen en bluesharpspeler Johnny Hewitt uit Engeland. Zuivere blues van de straat zoals dat destijds werd gespeeld in o.a. Maxwell Street. En waarin de invloeden van Muddy Waters, Little Walter, Sonny Boy Williamson II en Junior Wells duidelijk hoorbaar waren. Zelfs op het backstage terras werd er zichtbaar mee gedeinsd en luid geneuried door de andere muzikanten en pauzerende persvertegenwoordigers, op deze (h)eerlijke gitaar- en harmonica klanken van Tommy Allen & Johnny Hewitt.

tbakwdm207

Nadat de gesigneerde Fender Stratocaster door Peter Kempe was verloot en symbolisch werd uitgereikt, kon de huisband The Juke Joints zich opmaken voor hun eigen feestje. Tomeloze energie is al 20 jaar lang het handelsmerk van mede-initiatiefnemer en multitasker Peter Kempe, sinds hij in 1992 het Kwadendamme Bluesfestival bedacht en kleinschalig opzetten met Kees Wielemaker en wat andere vrienden. Terwijl hij nog aan het afkondigen was kroop hij achter de drumkit om de eerste klappen van de Joints’ autobiografische song `This Is It` in te zetten. Verder een strakke bluesrock setlist met uitstapjes naar slowblues, boogie-woogie, zydeco en wat diens meer zij. En, waarin het logische eerbetoon aan Rory Gallagher weer niet ontbrak: ‘Going To My Hometown’. Hoe dan ook, het sentiment vierde hoogtij en de vette sound van de Zeeuwse bluesrockers raasde als een orkaan door de tent. Hier kwam het thuispubliek voor! Om Peter Kempe ongegeneerd op zijn kit te zien rammen en rauw te horen zingen, in het Engels, maar met het Zeeuwse dialect er als het waren nog doorheen. En om ‘Sonny Boy’ van den Broek op zijn smoelschuiver en accordeon tekeer te horen gaan, de brommende baspartijen van Derk Korpershoek te horen, en om van de gitaarlicks- en puntige solo’s van Michel Staat te genieten. Taak volbracht, bandleden aan de zuup… en Peter weer aan de arbeid, want er volgden nóg twee internationale bands. The Juke Joints zijn mét Eddy “The Chief” Clearwater op 1 juni weer te zien op het Amersfoortse Highlands Festival.

bakwdm204

American Bluesman Kenny Neal (1957) en zijn family-band (met broer en neef) speelden zich routineus maar enthousiast door hun aanstekelijke set bluessongs heen. Geboren in New Orleans en getogen in Baton Rouge, begon hij al op jonge leeftijd gitaar te spelen. De grondbeginselen leerde de goedlachse little Kenny van zanger en bluesharp meester Raful Neal, zijn vader dus. Nu hij zelf een bekende multi-instrumentalist en moderne swamp-bluesmaster is, vertoont hij zijn kunsten wereldwijd met speels gemak op grote festival- en op kleine clubpodia. Neal is echt zo’n laidback slowhand gitarist die zó gitaar speelt alsof hij ontspannen over een zonnig bospaadje aan het fietsen is. Neal’s sjofele stijl en soulvolle stemgeluid zijn echt heerlijk om te zien en horen. Een kanjer van een bluesgitarist waarvan je jezelf afvraagt: waarom heb ik deze man nooit eerder live gezien? En dat had gekund want vorig jaar verscheen de Amerikaan - die bevriend is met Buddy Guy - al op het Moulin Blues festival in Ospel. Tijdens het slotakkoord mocht Lady ‘A’ ook nog een duid in het zakje doen met de song ‘Sad Story’. De dame was werkelijk overal op het festival ‘A’anwezig en vroeg veel ‘A’andacht (op zondag zou ze ook nog eens de Gospelmis ‘A’anvoeren).

tbakwdm206

De Schotse Nimmo Brothers staan voor energieke bluesrock! Voor de derde maal in 11 jaar tijd keerde ze terug in Kwadendamme. De bluesbrothers Alan en Stevie Nimmo zijn verdienstelijke gitaristen met een fantastische bluesstrot. Met hun stevige bluesrock repertoire daveren ze al 15 jaar over het Europese circuit. Ze deden Belgische en Nederlandse festivals als Bospop en het BRBF festival te Peer op de grondvesten schudden. En ook Alan zijn band King King oogste grote waardering in de lage landen. De vier mannen uit Glasgow hebben zich bewezen als één van de meest gerespecteerde exponenten van moderne Britse blues, sinds in de jaren zestig de blues boom daar barstte. De setopener ‘Never Gonna Walk On Me’ met een herkenbare heftige riff knalt er gelijk flink in en zet de toon voor de rest van het optreden. Invloeden uit de Britse blues en de Amerikaanse roots muziek met Schotse (spier)ballen. Een beetje zoals we dat uit het Schotse voetbal kennen: lange halen gauw thuis maar wel met heel veel power and passion. Begrijpelijk één van de lievelingsbands van het publiek op het Kwadendamme Bluesfestival. Want in veel opzichten zijn er vergelijkingen tussen de wiry Bulkheads en de stugge Zeeuwen, waarbij de no-nonsense mentaliteit heerst. Op 3 november 2012 zijn The Nimmo Brothers ook te bewonderen op het Blues aan Zee festival in Monster, Westland (nog zo’n no-nonsense volkje!) Maar voor nu: nog even nagenieten van twee ruige dagen weg van de geijkte paden. Happy 20th Anniversary Bluestown Kwadendamme!

tbakwdm209