Archief voor de maand October 2011

Southside Johnny is ondoorgrondelijk maar toegankelijk voor iedereen!

Geplaatst op 29 October 2011 door Giel

gezien & gehoord in: Paradiso Amsterdam
band: Southside Johnny & The Asbury Jukes
support: Patrick Sweany
datum: vrijdag 28 oktober 2011
review door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone

ssj2810111

Voor aanvang van het Southside Johnny & The Asbury Jukes concert in Paradiso en tijdens het voorprogramma door Patrick Sweany loop ik in de smalle gangen richting de kleedkamers een donkere man in sweater en spijkerbroek tegen het lijf. Met een plastic zak vol textiel in zijn armen vraag hij me beleefd de weg naar het podium. Ik wijs hem op een trapje en zegt hem: “Just follow the sound.” Hij knikt beleefd en loopt door. Dat zal vast een stageroadie zijn dacht ik bij mezelf. De volgende man die ik in de krochten van Paradiso aanklampte was minder goed geluimd, ‘not amused’ eigenlijk. Geconcentreerd stond die lange slungelige man van middelbare leeftijd zijn oortje goed te doen, en op mijn vraag aan hem waar ik de roadmanager kon vinden antwoordde hij lichtelijk geïrriteerd: “I don’t know, just straight ahead!” Hij kwam me erg bekend voor maar het duurde nog ruim een half uur voordat ik erachter kwam wie hij werkelijk was.

Het ons toegezegde interview met Southside Johnny kon na een kort overleg met het management backstage door tijdsdruk helaas niet doorgaan maar is ons nu wel toegezegd bij het komende optreden in Nederland. Of dit een akoestisch optreden zal zijn als Southside Johnny & his Poor Fools of gewoon met The Asbury Jukes kon de manager ons nog niet toezeggen: “With Johnny you never know, his ways are inscrutable.” En dat is maar goed ook, want de ondoorgrondelijke maar toegankelijk ‘Southside’ Johnny Lyon uit Neptune Township, New Jersey maakt al sinds 1976 mooie albums en toert onverdroten ruim 35 jaar met zijn band The Asbury Jukes alsof het een lieve lust is. ‘The Grandfather of the New Jersey Sound’ doet geen concessies aan zijn blue-eyed soul, rock- en bluesgeluid en zal altijd zichzelf blijven.

ssj2810112

Gelukkig doet het gezelschap uit New Jersey de laatste jaren ook weer met regelmaat ons land aan en als we Southside Johnny zelf mogen geloven, met veel plezier. Of sterker: hij komt eigenlijk alleen maar naar Europa om Nederland aan te doen en al die andere “shit towns” neemt hij op de koop toe, zo wist hij ons met een vette knipoog te vertellen. Het feit dat hij dit soort uitspraken kan doen zegt genoeg; Johnny en Nederland liggen elkaar. En factoren als zelfkennis, humor, gelijkgezindheid en inlevingsvermogen liggen ten grondslag aan deze prettige en duurzame relatie. Dus was het toegestroomde publiek in Paradiso op voorhand al goed gestemd waarvan zelfs de supportact Patrick Sweany opgewonden raakte. Sweany is een muzikale omnivoor, die zo’n beetje alle populaire muziekstijlen van de laatste 70 jaar verslond, en deze weet te mengen in zijn eigen stoofpot. Hij heeft goed geluisterd naar zijn helden zoals Lightnin’ Hopkins, Bobby ‘Blue’ Bland, Doug Sahm en Joe Tex en slaagt erin met deze invloeden, zijn gitaar en rauwe stemgeluid een eigen stijl te creëren. Een muzikale solist om in de gaten te houden.

sweany281011

Kort na het optreden van Patrick Sweany betrad een Amerikaanse announcer het podium om ‘Southside Johnny, the king of the Jersey Shore’ aan te kondigen. Het bleek de man te zijn die mij in de gang naar de kleedkamers “the way to the mainstage” had gevraagd. En bij navraag bleek het ook nog eens Mayor Ed Johnson van Asbury Park, New Jersey te zijn! Hij was met de band mee als Jukes-fan en om promotionele activiteiten voor ‘het Mekka van musici met de Jersey Shore sound’ te verzorgen. En voornamelijk voor - sinds de opening in 1974 - een van ’s werelds meest bekende podia the Stone Pony in Asbury Park, waarvan hij ook T-shirts uitdeelde.

ssj2810113

Toen Southside Johnny en zijn zevenkoppige Asbury Jukes het podium betraden herkende ik ook direct de lange slungelige man die mij beneden knorrig de weg had gewezen; het was de legendarische saxofonist Eddie “Kingfish” Manion! Southside Johnny zelf droeg het oranje 2010 thuisshirt van het Nederlands elftal en zou gedurende de show zijn voetbalkennis en capaciteiten ook nog laten blijken. Althans, hij vroeg wat wij Nederlanders nou van Juventus vonden (waarschijnlijk niet wetende dat het een Italiaanse club is), en speelde bij herhaling partijtjes ‘voetbal’ op het podium met de tamboerijn tegen bassist Joe Conte en toetsenist Jeff Kazee. Kazee is Johnny’s longtime soulmate in voor- en tegenspoed maar het duo gedraagt zich ook regelmatig als een nukkig echtpaar met overeenkomsten en tegenstellingen. De overeenkomsten komen tot uiting in de cynische humor en de gestoorde motoriek van beide Juke-narren. Voortdurend drijven ze de spot met zichzelf en met elkaar om uiteindelijk de echtelijke ruzie zoals het hoort tot een goed einde te brengen. Zo dwingt Johnny halverwege de show Jeff om zijn sokken te laten zien waarna hij die met afgrijzen afkeurt en waarop Kazee deze weer demonstratief hoog over zijn broekspijpen optrekt en hiermee tot hilariteit van het publiek blijft lopen. Die onderbroekenlol is een vast element in een Jukes-show geworden met soms een hoog Bassie & Adriaan gehalte maar altijd amusant.

En valt er muzikaal dan nog wat te beleven? Nou en of! Een Southside Johnny & The Asbury Jukes show swingt altijd! Ik heb, afgezien van wat geluidsproblemen (ook nu soms weer), nog nooit een slechte Jukes show meegemaakt. En op de een of andere manier moet je erbij zijn óm het te beleven, want de diverse live albums die tot nu toe zijn uitgebracht geven toch niet de sfeer weer, die je er in werkelijkheid beleeft. Bovendien droeg de sokken act bij aan een spetterende uitvoering van ‘Looking For A Love’ (J. Geils Band) waarin Kazee als een motorisch gestoorde sexmachine zijn James Brown dansje deed ("James Brown is my father!” bezwoer hij ons achteraf). Andere hoogtepunten waren: ‘I Played The Fool’ en ‘Talk To Me’ van ons favoriete album ‘Hearts Of Stone’ uit 1978 (helaas niet het bloedmooie titelnummer dit keer) en natuurlijk de altijd herkenbare songs ‘Walk Away Renee’, ‘Forever’, ‘The Fever’, ‘Trapped Again’ en de Rolling Stones song ‘Happy’. Veel Steve Van Zandt (Little Steven) composities dus, die medeoprichter was van The Asbury Jukes en sinds jaar en dag steun en toeverlaat is van Bruce Springsteen. Als ik goed geteld heb werd er uit minimaal tien albums geput waarbij ballades werden afgewisseld door de door R&B beïnvloede rock and roll en soul nummers.

ssj2810114

Tussendoor werden we getrakteerd op schitterende gitaarsolo’s door Glenn Alexander en solo’s van trompettist Chris Anderson, trombonist Neal Pawley (’Help Me Baby’) en saxofonist Eddie Manion. Die bij afwezigheid van tenorsaxofonist Joey Stann nu alle saxsolo’s voor zijn rekening nam. Het ruim tweeëneenhalf durende optreden kwam tot een climax met de laatste songs en de toegaven: ‘I Don’t Want To Go Home’, One More Night To Rock’, de ballade ‘Lead Me On’ en de swingende rocker ‘I’ve Been Working Too Hard’ van nog zo’n prachtig album ‘Better Days’ (1991). Tekenend voor deze avond vol improvisatie was misschien wel dat als laatste toegift in plaats van ‘Having A Party’ (die wel op de setlist stond) het schitterende ‘It’s Been A Long Time’ werd gespeeld. Wat ons betreft in nagedachtenis aan de in juni van dit jaar overleden E Street Band saxofonist Clarence Clemons.

It’s been a long time since we laughed together
It’s been a long time since we cried
Raise your glass for the comrades we’ve lost
My friend it’s been a long, long time…

[Lyrics: Steven van Zandt]

ssj2810115

Na afloop lieten de Jukes blijken echte peoples people te zijn en begaven ze zich ontspannen onder het publiek voor een praatje en een plaatje. Hierbij maakte ik van de gelegenheid gebruik om excuses aan te bieden bij Eddie Manion ("that’s okay man") met een krabbel op de (omgespitte) setlist als bonus. Burgemeester Edward Johnson was in geen velden of wegen meer te bekennen, waarschijnlijk op audiëntie bij Eberhard van der Laan.

ssjsetlist281011

De Band:
Southside Johnny: lead vocals and harp
Glenn Alexander: guitar and backing vocals
Jeff Kazee: piano, organ, lead and backing vocals
John Conte: bass and backing vocals
Joe Bellia: drums
Chris Anderson: trumpet
Neal Pawley: trombone
Eddie Manion: tenor and baritone sax

Setlist:
01. Better Days
02. Cross That Line
03. Love On The Wrong Side Of Town
04. I Played The Fool
05. Woke Up This Morning
06. Walk Away Renée
07. This Time Baby’s Gone For Good
08. Broke Down Piece Of Man
09. Long Distance
10. Lost
11. This Time It’s For Real
12. Help Me Baby
13. Talk To Me
14. Tired Skin
15. Happy
16. Without Love
17. Gin-Soaked Boy
18. Harder Than It Looks
19. Paris
20. You’re My Girl
21. Forever
22. The Fever
23. Trapped Again
24. Looking For A Love
25. I Don’t Want To Go Home
26. One More Night To Rock
27. Lead Me On
28. I’ve Been Working Too Hard
29. It’s Been A Long Time

ssj2810116

Links:
Southside Johnny & The Asbury Jukes
Asbury Jukes net
SSJ & The AJ albums
Be True review en filmpjes.

Lees ook:
A Night With Mr. C - R.I.P. Clarence Clemons
Southside Johnny’s trick or treat? 31-10-09
Southside Johnny & The Asbury Jukes - Paradiso A’dam 10-10-08

Dana weer driftig op dreef met haar Dana Fuchs Band

Geplaatst op 21 October 2011 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: cultuurpodium De Boerderij Zoetermeer
band: Dana Fuchs Band
support: John F. Klaver Band
datum: donderdag 20 oktober 2011
review door: Giel van der Hoeven
foto’s door: José Gallois - The Blues Alone

tbadf20101101

Het voorprogramma werd verzorgd door de Dutch Blues Challange Award winnaars van 2011 de John F. Klaver Band. Bandleider John is een conservatorium muzikant uit de school van Jesse van Ruller en Eef Albers, en hij heeft ook in Amerika gestudeerd. En dat is te horen en te zien, de welafgewogen set wordt routineus en ontspannen afgewerkt door het kwartet. Een groep enthousiaste muzikanten die meer kunnen dan alleen bluesmuziek spelen. Zanger/gitarist John (34), toetsenist Bob Fridzema, bassiste Iris Sigtermans en drummer Martijn Klaver spelen blues, jazz-fusion, funk en soul in een groovy (lees: dansbare) stijl. De verhinderde vaste drummer Martijn werd voor deze gelegenheid vervangen door een op het laatste moment opgetrommelde vervanger. Materiaal van de laatste CD ‘Coming Back For More’ en songs van- of beïnvloed door Matt Schofield, Derek Trucks Band en klassiekers van Ray Charles passeerden de revue. Zowel de termen virtuositeit als wel saaiheid waren op het korte optreden van toepassing. Maar de spelvreugde en de beleving waarmee gespeeld werd beloofd veel voor de toekomst van JFK en voor liefhebbers van dit genre.

tbadf20101102

Het was na optredens in Monster (februari) en in Vlaardingen (augustus) alweer het derde concert in de randstad dat wij van de Dana Fuchs Band in Zoetermeer bezochten dit jaar. Niet voor niets want wij van TBA? ("…dot NL!” zegt Dana er steeds zelf achteraan) beschouwen deze beminnelijke New Yorkse diva als een VSF! (very special friend). En wie niet… zou je jezelf afvragen als je bij een optreden met knuffelsessies van Dana aanwezig bent geweest. Ze heeft nou eenmaal een groot hart en houdt van alle mensen, ongeacht afkomst, cultuur of religie, als je maar liefde en vriendschap in de ruimste zin van het woord respecteert. ‘Love to Beg’ is de openingssong van de avond, maar nederig om een gunst verzoeken is er nu even niet bij. Na het up-tempo ‘Faster Than We Can’ introduceert ze zichzelf als een inleiding op het volgende nummer ‘Almost Home’ weer op de van haar zo bekende wijze aan het ‘thuispubliek’. Dana Fuchs heeft het als ze in Nederland is vaak over haar eerste Bospop optreden waar ze in haar herinnering als eerste liefdevol werd omarmd door het Nederlandse publiek. Dat is ook zo. Maar, laten we vooral ook de memorabele optredens als bijvoorbeeld Klomppop (Hemelvaartsdag 2009) in Overzande niet vergeten, waar Dana destijds de stoere Zeeuwse boeren stoïcijns van repliek bediende én hen bewonderenswaardig vocaal omver blies. Of, haar performance op het The Hague Jazz Festival in datzelfde jaar 2009, toen ze zich na afloop fier liet fêteren op een statig applaus van de chique Haagse jazzliefhebbers. Zomaar wat voorbeelden van indrukwekkende live optredens door de Dana Fuchs band in de afgelopen vier jaar.

tbadf20101104

Ook ‘Songbird (Fly Me to Sleep)’ en ‘Bible Baby’ (/Ring of Fire) klonken in de Boerderij weer als vanouds herkenbaar, energiek en krachtig. Maar net toen we begonnen te denken dat het weer ‘one of those nights’ zou gaan worden - wat je op twee manieren kan interpreteren - kondigde Dana verrassend ‘God’s Song’ van de CD/DVD ‘Live in NYC’ aan. De Randy Newman compositie welke de band tot op heden nog weinig live had gespeeld in Nederland kreeg een heerlijke gruizige bluesrock uitvoering. Gitarist Jon Diamond, die tussendoor wat ongenoegen over zijn geluid leek te hebben en ook nog met een nieuwe gitaar (“a gift from someone somewhere in Bavaria”) van Duitse makelij experimenteerde, kwam nu pas echt goed op dreef. In de Italiaanse drummer Piero ‘Jesus’ Perelli lijkt Dana nu dan eindelijk haar vaste (Europese) drummer gevonden te hebben. Maar dat hebben we haar meer horen zeggen bij de diverse voorgangers, dus we zullen zien. Feit is dat de langharige en bebaarde Piero een klasse drummer is en qua uitstraling en geluid perfect in de band lijkt te passen. Bassist Walter Latupeirissa zal Dana in ieder geval niet meer laten ontglippen. De band tussen die twee is hecht en het volleerde basspel en de solo van de Indonisian Warrior klinken steeds weer boeiend.

tbadf20101106

Dana vertelde in aanloop naar het lied ‘Supeman’ van het laatste album ‘Love To Beg’ dat dit destijds over George W. Bush jr. is geschreven en dat het oorspronkelijk ‘Where the fuck in Superman?!’ getiteld was. Aangezien schuttingwoorden als media uitingen in haar thuisland worden gemeden of weg gebliept was toen besloten het vier-letter woord achterwege te houden. Een concessie dus? Ja. Ten koste van de zeggingskracht of creativiteit? Nee! De boodschap van het lied is (zeker live!) wel duidelijk, en uit commercieel (airplay)oogpunt is het alleen maar verstandig waarschijnlijk. Want iets meer promotie en airplay naar het grote publiek kan de Dana Fuchs Band wel gebruiken. De DFB stond twee dagen eerder voor het eerst in Paradiso Amsterdam wat voor elke artiest toch een poptempel of rockkathedraal van kaliber is. Graag zouden ze dat dus nog eens over doen in de toekomst, maar dan in de grote zaal. En met de huidige live set mogen ze van ons gerust ook nog wat meer onontgonnen paden bewandelden hoor. Het ‘All Request Setlist’ intermezzo is daar een mooie gelegenheid voor. Ook nu werden er weer bekende verzoeken als ‘I’d Rather Go Blind’ en ‘Misery’ voorgesteld maar op aandringen van Dana zelf werd gelukkig eerst een bloedstollende versie van de ballade ‘Bleed More’ gespeeld waarna de andere verzoekjes ook gewoon volgden. Al was daar wel een Romeinse stemming met de meeste stemmen gelden voor nodig. Maar daar kregen we als extra ook nog een Israëlisch volksliedje inclusief Hora dans met draaiingen en sierlijke bewegingen voor terug. Het zijn de krenten in de pap die zo’n optreden nog lekkerder maken.

tbadf20101107

Na deze verrassende wending volgde als slotstuk van een niet geheel vlekkeloze avond de bekende uitsmijters en podium taferelen. Inclusief de onderhoudende soms hilarische gesprekken met het publiek, de wulpse kruip- en sluipbewegingen en de geheide drum- en bassolo’s. Zo is de coversong ‘Helter Skelter’ al sinds Bospop- heugenis vaste prik op de setlist. Net zoals ‘Whole Lotta Love’, maar wie de Zeppelin monsterhit nu van haar wilde horen moest dan maar naar Drachten, Den Bosch of Zwolle komen rijden. Een commerciële zet? Nee, maar na al dat toeren aan één stuk wil een zangstem die zo intensief gebruikt wordt, het soms nog wel eens begeven. “Of hebben jullie er een hekel aan om een stukje te rijden?!” vroeg Dana, en het aanstekelijke ‘Drive’ werd ingezet. In de toegiften ‘Lonely For A Lifetime’ van haar onlangs opnieuw uitgebrachte gelijknamige debuut CD uit 2003. En tot slot de gevoelig gebrachte ballade ‘I’ve Been Loving You Too Long’ met slechts Jon - dit keer in een bescheiden rol - op gitaar als haar begeleider. Na afloop tijdens zo’n beruchte knuffelsessie kreeg de aanwezige The Blues Alone? afvaardiging van de altijd charismatische Dana persoonlijk ook het predicaat VSF (very special friends!) terug toebedeeld. Weliswaar ‘onely for a lifetime’, maar Dana Fuchs heeft als geen ander ondervonden dat ook het leven zelf betrekkelijk en beperkt kan zijn.

tbadf20101103.

The Dana Fuchs Band:
Dana Fuchs - vocals, percussion
John Diamond - guitars, mouthharp, backing vocals
Walter Latupeirissa - bass
Piero Perelli - drums

tbadf201011-00

Setlist:
Love To Beg
Faster Than We Can
Almost Home
Songbird (Fly Me to Sleep)
Bible Baby
God’s Song Live in NYC
Superman
Bleed More
I’d Rather Go Blind
Summersong
Keep On Rolling
Drive
Helter Skelter
Encore:
Lonely For A Lifetime
I’ve Been Loving You Too Long

tbadf20101108

Luister hier naar DFB Albums.
Lees ook:

# Dana Fuchs Band @ Zomerterras Vlaardingen [gig review 2011]
# Dana Fuchs: zusterliefde, broederliefde… [interview 2011]
# Dana Fuchs - Love To Beg [cd review 2011]
# Dana Fuchs Band @ Blues Aan Zee [gig review 2011]
# Dana Fuchs is een meissie met een missie [gig review 2010]
# The Highlands Church of Love [festival review 2010]

Superman, Dana Fuchs 20-10-11 Zoetemeer


[vid/ thohhworld]

Faster than we can, Dana Fuchs 21-10-11 Zoetermeer


[vid/ thohhworld]

Lenny Kravitz verklaart liefde aan hip Holland

Geplaatst op 19 October 2011 door Giel

gezien & gehoord in: sportpaleis Ahoy Rotterdam
band: Lenny Kravitz
support: Raphael Saadiq
datum: maandag 17 oktober 2011
review door: Giel van der Hoeven
in opdracht van: The Blues Alone?
foto’s: Tibor Kuijs voor Roadrunner Records

tbakravitz

De enthousiastelingen waren er als de kippen bij voor het enige optreden dit jaar in Nederland door Lenny Kravitz. Want binnen een mum van tijd gingen de vloer- en de eerste ring kaarten van de hand. De verkoop van het restant (2e ring kaarten) van de totaal 13.500 zitplaatsen verliep wat trager. Maar op het moment suprême was het ruim veertig jaar oude maar schitterend gerenoveerde sportpaleis Ahoy toch zo goed als uitverkocht. Van een tweedeling tussen gelovigen en minder gelovigen fans was maandagavond absoluut geen spraken. De sfeer was juist opperbest en dat kwam niet in de minste plaats door een support act die ’straight to the soul’ was.

Om het publiek alvast op te warmen voor de hoofd-act was de Afro-Amerikaanse neo-soul zanger Raphael Saadiq ingehuurd. Saadiq was ooit de leadsinger van Tony! Toni! Tone! Hij heeft ook samengewerkt met grootheden als Mary J. Blige, Joss Stone, Stevie Wonder en Earth, Wind & Fire en bracht als soloartiest begin dit jaar alweer zijn vijfde album uit, ‘Stone Rollin’ getiteld. Ondanks dat het gezelschap een kleine vier maanden geleden ook al in hetzelfde Ahoy optrad (tijdens het NSJ festival), zullen de meest aanwezigen geen idee hebben gehad wie die bebrilde 45-jarige Amerikaan was. Maar de old-school soul van Raphael Saadiq met zijn zevenkoppige band werkte aanstekelijk en dus gingen de voetjes al snel van de vloer. De korte maar pittige set met soul, funk, R&B en gospel bevatte tussen de covers door swingende muziek van zijn laatste CD, nummers zoals ‘Heart Attack’ en ‘Radio’ die origineel zijn maar wel weer klinken als covers. Met vocale solo bijdragen van Erika Jerry (backing vocals) en keyboard speler Charles Jones (‘I never felt this way before’) werd het verwachtingsvolle Ahoy pruttelend aan de kook gebracht om vervolgens de uren erna niet meer af te koelen. ‘Let The Sunshine In’ (Fifth Dimension cover) ook bekend als ‘The Age of Aquarius’ uit de musical Hair (1967) was de broeierige afsluiter en tevens de inleiding tot een onvergetelijke avond. Raphael Saadiq & band bleek dé ideale retro-soul opwarmer voor Lenny Kravitz, de pionier van de retro-rock.

tbakravitz02

Althans dat stempel kreeg de geboren New Yorker en multi-instrumentalist Lenny Kravitz mee in 1989 na zijn overrompelende debuut ‘Let Love Rule’. En hij lijkt daar nooit meer vanaf te zijn gekomen. Enerzijds terecht, want door de muzikale invloeden uit de jaren zeventig heeft hij ook zijn beste werk gecreëerd. Anderzijds onterecht, want Kravitz is wel altijd trouw gebleven aan zijn eigen ideeën. Hij heeft daarin muziekstijlen als rock, funk, soul, gospel, psychedelica, jazz, folk en recent ook weer latin en raps steeds weten te combineren tot een acceptabel en eigentijds geheel. Een concept waar je nieuwe zieltjes mee blijft winnen maar waar je ook afvalligen door krijgt. Hoe dan ook, de Kravitz-believers waren gewoon weer enthousiast (of dus schoorvoetend) naar Ahoy gekomen om hoopvol hun Messias der Liefde & Vrede te aanschouwen.

tbakravitz04

En vanaf het moment dat de podiumgordijnen open gingen en de eerste noten klonken was het raak. ‘Come On Get It’ was één van de vier nieuwe nummers die gespeeld werden. Titeltrack van de CD ‘Black And White America’ met een schitterende trompet intro door Ludovic Louis, en een kijkje in het dierbare familie fotoalbum van de familie Kravitz, was een andere. Tevens de 2011 hitsingle ‘Stand’ waarbij ook zo’n beetje alle aanwezige gingen staan om mee te zingen. Uiteraard aangemoedigd door Lenny zelf. De indringende rocksong ‘Rock Star City Life’ was de vierde nieuwkomer in een set die verder uitsluitend uit warhorses bestond. Of moeten we het in het geval van Lenny Kravitz peacehorses noemen? Een greatest hits show dus met funk- en rocksongs afgewisseld met een enkele goosebumps soulballad zoals ‘It Ain’t Over ‘Till It’s Over’, ‘Believe’ en ‘Stand By My Woman’. In het bijzonder tijdens die laatste song raakte Lenny zelf ook zichtbaar geëmotioneerd waarbij hij zelfs zijn altijd zo onafscheidelijke zonnebril afnam. Op zulke momenten schroomt de cool guy Kravitz niet om zijn ziel bloot te geven achter zijn stoere uiterlijk. Sommige niet-fans vinden hem een poser… but this dude is freakin’ real! Alles wat hij doet, draagt, speelt, zingt en zegt past gewoon bij de bevlogen black and white American.

Het eerste blokje songs wordt na de opening verder non-stop vervolgt door spetterende uitvoeringen van ‘Always on the Run’ met heldere zang, een 3-mans blazers sectie en de bekende Slash-solo gespeeld door Lenny’s leading man gitarist Craig Ross, en de Guess Who cover - maar veel bekender geworden door Lenny Kravitz - ‘American Woman’. Dat evenals het daarop volgende reeds vermelde ‘It Ain’t Over…’ massaal wordt meegezongen ("sing it!"). De driehoekig vormgegeven videowalls zijn een origineel ontwerp en de vertoonde (fluorescerende) visuals en videobeelden sfeervol. Het controversiële lied ‘Mr. Cab Driver’ (…fuck you! I’m a survivor!) uit 1989 luidt een innemende redevoering in van Lenny waarin hij Rotterdam (Ahoy), Amsterdam (Paradiso) en de hippe Hollanders prijst. “It’s been a while since I’ve been here in Ahoy. Everybody here looks so young, no stress” en “The Dutch never let me down!” Aan een fan die hem het getal ‘39′ showt vraagt Lenny belangstellend wat de betekenis ervan is. Het blijkt te staan voor de 39e Kravitz-show die hij bezoekt. “Whow, so you heard all the good stuff ánd the shit?” antwoord Lenny niet zonder zelfspot. Na ‘B&W America’ volgt naar mijn mening het mooiste nummer van de avond; ‘Fields of Joy’ van zijn beste album ‘Mama Said’ uit 1992. ‘Rock ‘n Roll is Dead’ ("occasions in our society") is een rocksong uit 1995 met een vaak onbegrepen tekst die een dubbele laag bevat (vergelijkbaar met ‘Born in the USA’ van Bruce Springsteen). Ongeschikt voor luisteraars die niet verder lezen of luisteren dan de titel en het refrein. ‘Where Are We Runnin’ met rockende pianobegeleiding en een scheurende saxsolo van Harold Todd en ‘Fly Away’ waarbij bassiste Gail Ann Dorsey (v/h David Bowie) in de spolights staat zijn ook een feest der herkenning. En bij ‘Are You Gonna Go My Way’ wordt de Gibson Flying V-guitar weer van stal gehaald en Ahoy schudt inmiddels op zijn grondvesten.

tbakravitz03

Voor de encore keert Lenny aanvankelijk alleen terug met Craig Ross op de akoestische gitaar om ‘I Belong to You’ zittend op de rand van het podium te spelen. En saxofonist Harold Todd ondersteunt het duo op de achtergrond. De spontaniteit van de deze avond is zo overwhelming dat de paar valse noten die Craig speelt voor lief worden genomen. Want Lenny prijsde hem tijdens de bandintro’s juist de (rock)hemel in: “Jagger heeft Richards, Tyler heeft Joe en Alex heeft Eddy… and I have Gregg Ross!” Het laatste gedeelte van de toegift werd een ‘running gig’. En we hebben meegerend met Lenny, jazeker! Niets is zo leuk om aan de zijde van de man die ‘Always on the Run’ en ‘Where are you Running’ zong door het vernieuwde Ahoy te mogen rennen. ‘Ren Lenny Ren’ zal vanaf nu een andere dimensie krijgen. Als dank aan de Dutch fans vanwege het mee ontwikkelen van de tophit ‘Let Love Rule’ eind jaren tachtig in Paradiso (door community singing) had de 47-jarige Amerikaan zich blijkbaar voorgenomen om alle 1.4000 bezoekers persoonlijk te bedanken (wat hem bijna lukte). Om die reden werd het een uitgestrekte versie van zo’n 25 minuten vanuit verschillende posities in de zaal en op de tweede ring gezongen! Het is echt een topatleet die Renny Kravitz. And I’m a Flowerchild, that’s for sure. De ultieme liefdesverklaring van Lenny Kravitz aan het Nederlandse publiek is nog nooit zo passioneel geweest en ook weer in alle hevigheid opgebloeid. It ain’t over ’til it’s over.


[Spiky129]

Setlist
01. Come On Get It
02. Always on the Run
03. American Woman
04. It Ain’t Over ‘Til It’s Over
05. Mr. Cab Driver
06. Black And White America
07. Fields of Joy
08. Stand By My Woman
09. Believe
10. Stand
11. Rock ‘n roll is dead
12. Rock Star City Life
13. Where Are We Runnin’
14. Fly Away
15. Are You Gonna Go My Way

Encore:
16. I Belong to You (acc. voc/guit/sax)
17. Let Love Rule (XXL on the run)

Lenny Kravitz Fields of Joy in Ahoy Oct 17 2011

[vid/Stonesfan62]

Lenny Kravitz official site
Lenny Kravitz official blog
Lenny Kravitz Flickr
More photos of the final concert of the latest tour.

tbakravitz00

Persoonlijke geloofsbeleving in een eredienst door Moke

Geplaatst op 18 October 2011 door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: WestlandTheater De Naald te Naaldwijk
voorstelling: Till Death Do Us Part [originals]
door: Moke
regie: Titus Tiel Groenestege
visuals: Heleen Blanken
datum: zaterdag 15 oktober 2011
review door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer - The Blues Alone?

moke151011felix

Na twee albums ‘Shorland’ (2007) en ‘The Long And Dangerous Sea’ (2009), en na ruim vier jaar te hebben opgetreden in clubs, zalen en op festivals vond de Amsterdamse Britpop en Indie rockband Moke het tijd om de theaters in te gaan. Dit ontstond op initiatief van de Moke drummer Rob Klerkx die in de theatershow naast zijn gebruikelijke akoestisch drumstel ook percussie en op de elektronische drumkit speelt. Dit geeft al aan dat de band zich qua volume ook op de theater podia zeker niet inhoudt. Behalve dat dit inherent is aan de songs die gespeeld worden was dit ook dé voorwaarde voor zanger/gitarist Felix Maginn, die het liefst ‘gewoon lekker lawaai wil maken’. En juist Maginn staat het meest in de spotlights in ‘Till Death Do Us Part’. En ook van de gebruikte thema’s staan ‘verlies & dood’ persoonlijk het dichtst bij de sympathieke Mokkummer met Ierse roots. Behalve verdriet komen er ook aardse zaken zoals liefde en vriendschap aan bod. Maar wie voor een avondje lachen komt of een Moke greatest hits show verwacht kan beter niet naar deze voorstelling gaan.

Behoudens de lichte hilariteit tijdens de valse start door een technische storing (een doek wilde aanvankelijk niet zakken) had het Westlandse publiek dit goed begrepen. Gedurende de gehele show was het - afgezien van het herhaalde respectvolle applaus - muisstil in de Naaldwijkse Naald terwijl er 20 coversongs werden ver-Moked. Want behalve de bandnaam was ‘Moke’ ook de bijnaam van Felix Maginn zijn geliefde Ierse oom die vorig jaar aan kanker is overleden. De band is naar hem vernoemd en middels deze voorstelling wordt uncle Moke dus ook postuum een eerbiedige muzikale eer bewezen. Dood en verdriet zijn nog altijd een beetje taboe in onze Westerse samenleving. We worden vaak geacht individueel of tenminste als groep in privé verband ons verdriet te verwerken. En juist daarom is het gewaagd maar ook dapper dat Moke deze thema’s op het podium durft te behandelen. En het theater, waar de oervorm van dramatiek is ontstaan, is daar natuurlijk ook het meest geschikt voor. Een kleine veertig voorstellingen zal Moke in drie maanden tijd in de Nederlandse theaters en schouwburgen geven. Helemaal nieuw is dit natuurlijk ook weer niet voor een populaire rockact. Nick Cave bracht met the Bad Seeds zijn ballades die hoofdzakelijk over moord en doodslag handelen, ‘the murder ballads’ ook al meerdere malen live ten gehore. En ook Lou Reed’s interpretatie van ‘The Raven’ met gedichten van Edgar Allan Poe stond nou ook niet bepaald bol van vrolijkheid (maar was wel magistraal). Zo zijn er ongetwijfeld nog tientallen vergelijkbare voorbeelden te noemen. Pas sinds de laatste twee decennia wagen populaire Nederpopbands zoals Golden Earring, Bløf, Di-rect, Van Dik Hout en Kane zich ook in het intieme theater waar fans op het rode pluche vaak (semi)akoestische shows bij kunnen wonen. Maar wat Moke doet is zeker wel uniek in Nederland; bijna uitsluitend coversongs met een gelijksoortig thema en een zelfde zwaarmoedige inslag spelen. Al zal ‘Till Death Do Us Part’ toch de jonge die hard fans (excuses voor de woordspeling) het minst aanpreken vermoed ik.

moke151011fade

Voor de pauze speelt de band elf stuks ‘dark side of the 80’s songs’ die het vijftal individueel en eigenhandig - en naar verluidt niet zonder slag of (moker)stoot - selecteerde. Er zijn natuurlijk oneindig veel liedjes die over de dood en verdriet gaan maar de Moke-mannen hebben na ampel beraad hún mooiste uitgekozen. En gelukkig is het geen uitvaart top-20 geworden. Wie enige affiniteit heeft gehad met de jaren tachtig newwave scene of de negentiger jaren subcultuur zal de meeste composities bekend in de oren klinken. Verrassend genoeg is het openingslied een jaren zestig cultsong van Jacques Brel. Gegrepen door de Engelse vertaling ‘My Death’ (1967) door Scott Walker heeft het lied de Mokers niet meer los gelaten en is dit het hoofdthema van de show geworden. “My dead is like a swinging door” zingt Felix Maginn ingetogen in het duister onder een heen en weer zwaaiende spotlamp nadat het geluid van een trager wordende hartslag en steeds luider piepende hartslagmonitor is weggeëbd dan wel opgehouden. Prachtige visuele effecten van open- en dichtslaande deuren ondersteunen de sferische muziek. Zo ook bij ‘Never Tear Us Apart’ van INXS dat er naadloos op volgt. De animaties, projecties en filmbeelden vormen gedurende de hele show stemmige theatrale effecten. Het zijn knap gemaakt visuals van wolkenpartijen, reflecties van bomen en takken, glas-in-lood ramen en andere gebruikelijke of ongebruikelijke en spannende objecten die gemaakt zijn door Heleen Blanken (1980). Zij studeerde in 2008 af aan de Gerrit Rietveld Academie in de richting Fine Arts. Het productieteam onder leiding van regisseur Titus Tiel Groenestege heeft er visueel een adembenemende bijna sinistere voorstelling van gemaakt. De belichting wordt sober gehouden en de getailleerde Karl Lagerfeld design kleding van de vijf heertjes ziet er zoals altijd ook weer slick uit.

moke151011drum

Omdat men doorgaans naar een theater gaat om zich te laten verrassen door een (muziek)voorstelling gaan we niet alles prijs geven uiteraard. Maar een kijkje in de liturgie moet kunnen, temeer omdat de persoonlijke geloofsbeleving belangrijker blijft dan de plechtige eredienst zelf. De terugkerende visuele teksten zoals “My dead is like a swinging door", “Do I love you?” en “Fading away” stemmen tot nadenken en bezinning. Zo ook songs met teksten als ‘The Drugs Don’t Work’ (The Verve), ‘Tinseltown in the Rain’ (The Blue Nile) en ‘The Maker’ van Daniël Lanois. Het onheilspellende lied ‘There is a light that never goes out’ (The Smiths) lijkt geknipt voor Felix Maginn’s stem welke soms vergelijkingen vertoont met het karakteristiek stemgeluid van Morrissey. Een stem die door sommige afgedaan wordt als monotoon en zeurderig maar bij dit repertoire natuurlijk uiterst melancholisch en meeslepend klinkt. Eigenlijk gaat dit na de pauze nog meer op voor de uitvoering van Echo & The Bunnymen’s ‘The Killing Moon’. Maginn’s vocale performance benadert die van Ian McCollough met briljante frasering tot in de perfectie. Blijkbaar voelt Moke zich nauw verbonden met The Bunnymen want hun eigen compositie ‘This Plan’ wordt gewiekst met ‘The Killing Moon’ gecombineerd. En denk niet dat het deze avond uitsluitend een cult gebeuren uit vervlogen tijden betreft, ook prachtige bewerkte songs van bekendere hitartiesten als Joan Osborne en Duran Duran komen voorbij. En zelfs klassiekers van de mega-acts die je Bruce Springsteen, U2, Prince en Queen toch wel mag noemen. Stuk voor stuk op originele, stemmige, spirituele of religieuze wijze gezongen en gespeeld door Felix Maginn, gitarist Phil Tilli, drummer Rob Klerkx, bassist Marcin Felis en toetsenist Eddy Steeneken.

moke151011moke

Het gedicht ‘Dead’ van de Engelsman Robert von Ranke Graves wordt begeleidt door het ritmische geluid van een zwarte akoestische uitvaart trommel. ‘Willy McBride’, a capella gezongen door Felix Maginn, vertelt het verhaal van een jongeman die stierf in de Eerste Wereldoorlog. Het lied wordt gelardeerd door wederom knap vervaardigde visuals en historische zwartwit beelden. Jake Burns van de Ierse band Stiff Little Fingers populariseerde dit traditionele rouwlied ook al eens eerder. Met voornamelijk jaren negentig materiaal wordt er langzamerhand met liederen van geloof en toewijding toegewerkt naar een geef-niet-op apotheose. De emotionele lading van Queen’s ‘The Show Must Go On’ mag genoegzaam bekend zijn. Met de ingetogen versie van Moke krijgt het strijdlied er nog een extra dimensie bij, die van een hoopvol luisterlied. De muzikale uitsmijter ‘In Your Room’ kennen we van Depeche Mode in verschillende variaties en als diverse remixes. Het is Moke’s keuze om na de toegenomen intensiteit van het afgelopen anderhalf uur naar een climax te werken. Om als finishing touch nog één keer met een solistische akoestische tranentrekker van Elvis (’That’s When Your Heartaches Begin’ - 1953) terug te keren. ‘Till Death Do Us Part’ is een indringend schouwspel van overpeinzingen geworden. Over gebroken-, kloppende- en niet meer kloppende harten en alle emoties die daarmee gepaard gaan. Gevoelige onderwerpen om publiekelijk te behandelen, maar niet voor Moke. Om de dooie dood niet. Rock In Peace.

moke151011poster

Moke over TDDUP in DWDD:

De eigenzinnige veteraan Robin Trower blijft innovatief

Geplaatst op 16 October 2011 door Giel

gezien & gehoord in: Cultuurpodium Boerderij Zoetermeer
band: Robin Trower
support: Gingerpig (lees hier de aparte review)
datum: vrijdag 14 oktober 2011
review door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer - The Blues Alone? [z.s.m.]
video’s door: Jan ‘Keith13’ van Ofwegen

tbalk1111

Robin Trower is één van de meest vooraanstaande Britse ambassadeurs van de blues en psychedelica. Hij heeft luisteraars altijd versteld doen staan sinds zijn debuut in de jaren ‘60 met Procol Harum tot op de dag van vandaag. De absolute stemming van de muziek van Robin Trower is eigenlijk niet onder woorden te brengen. Maar hij heeft naar mijn bescheiden mening enkele van de meest trieste gitaar ballades ooit gemaakt. ‘Long Misty Days’ bijvoorbeeld, de trage titeltrack van het gelijknamige album uit 1976 is pure emotie gecombineerd met onberispelijk gitaarwerk, beeldschoon door triestigheid.

Het was is een tijd, in de tweede helft van de jaren zeventig, dat Trower door de kenners werd geprezen als gitaarfenomeen en zelfs vergelijkingen als ‘de blanke Jimi Hendrix’ waren (al dan niet terecht) niet van lucht. Het was ook in een tijd dat de punkbeweging in opkomst was waarvan volgens sommige aanhangers artiesten als Robin Trower muzikaal gezien juist de oorzaak waren. Een reactie op de uitontwikkelde, van haar bronnen en milieu vervreemde, gekunstelde popmuziek en haar wezen als breed geaccepteerd onderdeel van industrie en samenleving. Trower dacht daar het zijnen van en trok zich terug om nog meer tijd en energie te steken in het schrijven en arrangeren van materiaal. Onverstoord maakt hij nu al bijna 45 jaar naar eigen ideeën en inzicht platen en treedt hij op in steeds wisselende samenstellingen. Veelal als trio al dan niet aangevuld met gast-vocalist met een eigen geluid.

tbart01

Bij Robin Trower (1945) draait alles om zijn (rode) Fender gitaar. De man schijnt ooit eens gezegd te hebben dat hij onmiddellijk dood gaat als hij niet meer kan spelen. Vrijdagavond trad de eigenzinnige veteraan weer eens in de Boerderij op, mét zijn gitaar en dus gelukkig nog springlevend. En ook nu weer als trio met dit keer geruggensteund door bassist Richard Watts en drummer Chris Taggart. Even waren we in de veronderstelling dat de legendarische gitarist ook zelf zou gaan zingen. Dit na de aanblik van een ontbrekende zangmicrofoon centraal op het podium. Maar wel werd er voor aanvang een microfoon door de stage-roadie nabij Trower’s Marshall gitaarversterkers geplaatst. Maar het was bassist Richard Watts die de leadzang voor zijn rekening nam. Trower gebruikte gedurende de avond zijn praatijzer slechts om er herhaaldelijk “thank you very much, I appreciate it” in te brabbelen of om summier de songs aan- of af te kondigen en om twee keer een korte lyric in te spreken (o.a. ‘Twice Removed From Yesterday’). Want ‘zingen’ mogen we het niet noemen wat hij doet, hij heeft er een broertje dood aan. Een vocale entertainer is hij nooit geweest en zal hij ook niet meer worden. Spelen op zijn scheurijzer kan hij daarentegen als de beste! ‘Confessin Midnight’ van Robin’s klassieke derde album ‘For Earth Below’ (1975) was het openingsnummer in de Boerderij. Richard Watts volbracht zijn taak als zanger naar behoren maar kan toch niet tippen aan Davy Pattison die vorig jaar nog de zangpartijen nog voor zijn rekening nam. Het is zeker niet het doorsnee mainstream geluid wat je bij een optreden van Robin Trower ter oren komt. Wie van klinkende melodieën houdt is bij hem niet aan het goede adres.

We kregen een fikse greep uit zijn omvangrijke repertoire te horen waarbij uiteraard zijn laatste CD ‘The Playful Heart’ gepromoot diende te worden, zei het mondjesmaat. ‘Not Inside Outside’ kwam pas in de toegift aan bod en ‘The Turning’ zat ook achter in de setlist. Een catchy riff als inleiding en een langzame coda maakt dit één van de fijnste tracks van ‘The Playful Heart’ en ook van deze avond. Composities in de bekende bluesrock stijl (o.a. ‘Lady Love’, ‘Rise Up Like The Sun’) worden verder afgewisseld met obscure songs die meer zwevend of spacey van aard zijn (o.a. ‘For Earth Below’, ‘Bridge Of Sighs’). Hij lijkt zijn solo’s steeds in trance te spelen maar tegelijkertijd wel volledig ontspannen en uiterst geconcentreerd. Uiteraard stond ‘Too Rolling Stoned’ ook op de setlist. Dit is voor veel fans en voor Robin zelf een lijflied, alleen al wegens het tekstfragment “Taker’s get the honey, giver’s sing the blues". Het past helemaal bij gentleman Trower die zich in al die jaren misschien wel té bescheiden en beleefd heeft opgesteld binnen het hem zo dierbare bluesrock metier.

setlistrt141011

Het nummer ‘Daydream’ was als toegift nog een extra hoogtepunt in het optreden. Hierin kwam ook de zang van Richard Watts goed tot zijn recht en het melancholieke gitaarspel van Trower was uitmuntend. Ook weer zo’n asgrauwe gitaarballade van de hoogste orde in de categorie ‘Long Misty Days’. Het zijn de composities waarin de grote kracht van de levende legende nog steeds ligt. En het meest indrukwekkende is dat Robin Trower na bijna 45 jaar andermaal innovatief en experimenteel materiaal uitbrengt én ook live speelt, wat nog steeds met het beste werk uit zijn imponerende carrière gemeten kan worden.

Setlist:
01. Confessin’ Midnight
02. Lady Love
02. Somebody Calling
03. For Earth Below (vid)
04. When I Heard Your Name
05. Twice Removed From Yesterday
06. Day Of The Eagle
07. Bridge Of Sighs
08. Rise Up Like The Sun (vid)
09. The Turning
10. Too Rolling Stoned
11. Little Bit Of Sympathy
Encore:
12. Not Inside Outside
13. Daydream

Robin Trower - For Earth Below

Robin Trower - Rise Up Like The Sun

Deze review op The Blues Alone?