
Het intro van de Johnny Cash song ‘Ring Of Fire’ is al enige tijd een hit bij de Feyenoord supporters. Iedere thuis- en uitwedstrijd hoor je het intro “tarataratatararaa…” a-capella gezongen door het legioen uit Vak-S of uit het uit-vak schallen. Begint het legioen - toch altijd al voorlopers met originele stadion liederen - écht smaak te krijgen of is het deuntje van deze tijdloze klassieker door toeval ingegeven? Feit is dat de raakvlakken die Johnny Cash en Feyenoord hebben niet bij dit ene liedje blijven. Jantje Contantje was zijn leven lang de wandelende editie van ‘Mister Cool’. Hij zong ooit ook het Amerikaanse traditionele lied ‘I Shall Not Be Moved’, al jaren geleden door het legioen geadopteerd als dé stadion hymne “We shall not, we shall not be moved. We support the Feyenoord-boys, we shall not be moved!” Ook schreef of vertolkte Cash songs als ‘You’ll Never Walk Alone’, ‘Green, Green Grass Of Home’, ‘Like A Soldier’, ‘I Won’t Back Down’, ‘Hard Times, ‘Hurt’, ‘Cry! Cry! Cry!’, ‘Where The Soul Of Man Never Dies’, ‘I Walk the Line’ en ‘One’ waar Rotterdammers en met name Feyenoord-supporters zich mee kunnen identificeren. Liederen over verlangen, trots, pijn, wilskracht en overwinning. J.R. (Johnny) Cash (1932-2003) was een Amerikaanse countryzanger, gitarist en singer-songwriter en viel op door zijn diepe baritonstem. Johnny’s manier van zingen was fenomenaal. En hij smeedde een sound die tot op het bot gaat: kaal, rauw, en zonder één noot te veel. Je moet een song niet onder allerlei klank lagen bedelven, maar alleen het hoogstnodige spelen. Doe je dat fout, dan is het pijnlijk eentonig, maar als het werkt, wordt een song ongelooflijk intens, precies zoals die eerste songs van Johnny Cash. Precies zoals… het veldspel van Feyenoord zou moeten zijn! Johnny Cash werd wereldwijd bekend als The Man in Black (de man in het zwart) en heeft een grote invloed gehad op de muziek van veel artiesten en bands zoals U2, Bob Dylan, Tom Petty, Keith Richards en Nick Cave. Typerend voor Cash waren de zwarte pakken die hij droeg en hem een eigen identiteit gaven. Een eerlijke outlaw, een enfant terrible, een diepgelovige zondaar met priemende zwarte ogen in een soms stalen en soms guitig gezicht. Zoals ook een echte Rotterdammer betaamt hilarisch zwartgallig versus blijmoedig. Iemand ook die opkwam voor de minderbedeelden, en op het podium spatte de energie eraf. Met tranen in de ogen, een brok in de keel en een lach op het gezicht. Johnny Cash was een Feyenoorder. Ik weet het zeker. Johnny Cash Rules! “tarataratatararaa…”