Archief voor de categorie 'Reviews'

Het 17e Blues aan Zee festival: zeer aantrekkelijk en supergezellig

Geplaatst op 11 November 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

gezien & gehoord in: De Noviteit in Monster Westland
evenement: 17e Blues aan Zee festival
met: Eric Steckel (USA) + Johnny Feel Good met speciale gast Oscar Benton + The Ragtime Rumours + Blame it on Vinnie (B) + Low Society (USA) + Ben Prestage (USA)
datum: zaterdag 10 november 2018
tekst door: Giel van der Hoeven
foto’s door: © Johan Sonneveld [alle foto’s]

Het programma van het 17e Blues aan Zee festival - samengesteld door de BaZ-spotters Ger Bus en Anton van Meerkerk - werd op voorhand door kenners en liefhebbers aangeduid als ‘zeer aantrekkelijk.’ Dit met namen omdat muzikanten uit ‘het land van de blues’ goed vertegenwoordigd waren. Want de helft van de zes optredende acts waren afkomstig uit de Verenigde Staten. Maar de overige Nederlandse en Vlaamse artiesten deden daar in De Noviteit zeker niet voor onder. Hierdoor ontstond er in het voormalige klooster van Monster een kwalitatief hoogstaand én supergezellig festival, dat menig bluesliefhebber kon bekoren.

Zij die er op tijd bij waren konden in de Kloosterkelder direct al genieten van een voortreffelijk optreden door THE RAGTIME RUMOURS. 100% Nederlands maar afgelopen jaar wél trotse vertegenwoordigers tijdens de internationale blues challenge in Memphis USA. Sterk beïnvloed door Amerikaanse ragtime-, piano-blues-, gypsy jazz- en swingmuziek zetten het Limburgse viertal een puike show neer. Voorman Tom Janssen (zang, gitaar, banjo) wist als de aimabele drijvende kracht de band op te zwepen en het publiek moeiteloos anderhalf uur lang te boeien. Soms met een vleugje humor maar steeds muzikaal gedreven. Met Thimo Gijezen (gitaren, piano, accordeon), Sjaak Korstens (drums, wasbord, kazoo) en Niki van der Schuren (contrabas, baritonsax, dwarsfluit) was deze multi-instrumentale band zeker het luisteren én aankijken waard. Waarbij jongedame Niki ook veel bewondering oogstte als jazzy zangeres met een hoog kippenvel gehalte.

Ondertussen hadden de Vlaamse vrienden Wim “Howlin’ Bill” de Vos en Gerrie De Waard (ex-Scotch ‘n Soda) op het akoestische podium The Juke Joint plaats genomen. Opererend onder de mysterieuze naam BLAME IT ON VINNIE speelden ze, volgens Wim, ‘veel nummers van dode en dikke Amerikanen.’ Een licht cynische uitspraak waarna uitvoeringen volgden met groot respect. Blues, rock ’n roll en country… of wat je allemaal kunt doen met een akoestische gitaar, een mondharmonica en krachtig Vlaams stemgeluid in Engelstalige bewoordingen. Soms gebracht met droefenis zoals in “St. James Infirmary (Blues)", een versie die de haartjes op de huid rechtop deden staan. En soms ook met veel jolijt, vooral wanneer Wim zijn mini-schuiftrompet ter hand nam, zoals in het jazzstandardnummer “Minnie the Moocher". En zelfs in een mooie mix van vreugde en verdriet: in “Hard Times Come And Go” van de Amerikaanse folkmuzikant Pokey LaFarge. Overigens een nog levende jonge slanke Amerikaan… maar wij nemen niemand iets kwalijk.

De leden van gelegenheidsband JOHNNY FEEL GOOD, rondom Barrelhouse gitarist Johnny LaPorte, zijn samen goed voor meer dan 300 jaar blues ervaring. Daar is de leeftijd van de bijna 70-jarige gastvocalist Oscar Benton niet eens bij opgeteld. Het zestal begon op de Mainstage met in de eerste set zanger Jan “JURA” Blaauw. Op een spontane manier met veel dynamiek die de volle zaal direct ‘in the mood’ bracht. Want veel Blues aan Zee bezoekers gooien graag de beentjes los, en dat kon volop met ‘feelgood’ Johnny en zijn band. Maar ook slow blues en shuffles kwamen volop aan bod. In de tweede set volgde het moment waar iedereen naar uitkeek: de terugkeer van de Nederlandse blueslegende OSCAR BENTON. Als een ware bluesbrother (zwart kostuum, gleufhoed en zonnebril) betrad de Haarlemmer het podium. Met een half dozijn songs en een stukje improvisatie trakteerde hij de Noviteit op een heerlijke dosis jeugdsentiment. Met de Europese hit “Bensonhurst Blues” als kers op de taart in dit feestje der herkenning. Een groots eerbetoon van- en aan een artiest die na zijn gezondheidsproblemen nog steeds ‘his mojo workin’ heeft.

LOW SOCIETY is de band van het echtpaar Sturgis Nikides (gitaar, zang) en Mandy Lemons (zang) uit Memphis, Tennessee. Voor deze najaarstour aangevuld met het Belgische ritmetandem Jacky Verstraeten (basgitaar) en Bart De Bruecker (drums). Wie van smerige low down bluesmuziek houdt, met vinnige slide-guitar partijen en titanische vocalen, mag deze band niet missen! En gelukkig was die belangstelling er ook voldoende in de Kloosterkelder, ondanks de concurrentie van top-acts in de andere twee zalen. Low Society belichaamt de blues van iedereen, zowel rebellie, ontevredenheid als vreugde hoor je erin terug. Het kwartet laat blues, rock ’n roll, country en soul samensmelten tot een verbluffend geheel. De boomlange ervaren Nikides speelt rauwe gitaarblues zoals het bedoeld is! En Mandy Lemons heeft een verrukkelijke vrouwelijke bluesstem: hees, grommend en krachtig. Die vanaf het openingsnummer “Sugar Coated Love” tot aan de toegift, Koko Taylor’s “Voodoo Woman” - dat ze hevig bonkend met haar vuist op de vloer afsloot - recht overeind bleef staan. Met haar blonde haren schuddend en haar lijf kronkelend danste en zong ze vol overgave. Waarbij het leek of de kleine dame in kwestie wel 23 longen had! Of het nu de hartverscheurende ballads zoals John Prine’s “Angel From Montgomery” betrof, het ludieke “Mr. Crump” (met een knipoog naar Trump) of het cabareteske uptempo “Raccoon Song". Absoluut een festival hoogtepunt.

Ook uit de VS (Zuid-Florida) kwam de Bluegrass-zanger BEN PRESTAGE. Desondanks ook een beetje een Hollander want hij toert hier al ruim tien jaar en at broodjes kroket na afloop van zijn optreden. Evenals vijf jaar geleden bracht de innemende baardmans met z’n onafscheidelijke Train Engineer pet zijn one-man-band weer mee naar The Juke Joint. Gitaren, banjo’s, cigarbox, drums, cimbalen, percussie, harmonica… je kan het zo gek niet bedenken, zijn instrumentarium lijkt per optreden toe te nemen. Zijn Swamp blues bevat invloeden uit genres als met name zydeco en Cajun. Wat hij als eenmansband weet te mêleren tot zompige met whisky doordrenkte Mississippi blues. Instrumentals en vocale songs met verrassende wendingen waarbij je niet stil kan blijven zitten. Zijn setlist bevat eigen werk - sinds 2002 heeft hij zeven CD’s op zijn naam staan - maar ook traditionals en covers van o.a. Muddy Waters ("Can’t Be Satisfied"), Willie Dixon ("Backdoor Man") en Bukka White ("Jitterbug Swing"). Ben is een straatmuzikant in hart en nieren en een fenomenaal talent, die op de podia wellicht nog teveel wordt miskend. [Ben Prestage interview 2011]

De 28-jarige singer-songwriter en gitarist ERIC STECKEL uit Allentown in Pennsylvania stond als 14-jarige aanstormende gitaarheld al eens eerder op een Blues aan Zee podium. Toen nog in strandpaviljoen Bondi Beach op het Monsterse strand. Inmiddels is de kleine bluesrock veteraan zó door de wol geverfd dat hij zich muzikaal kan meten met de grote gitaarhelden van deze tijd. En dat was ook af te meten aan de range Knaggs gitaren en de torens Bogner en Diezel versterkers die hij meebracht. Voor deze Europese herfsttour werd Eric bijgestaan door de Rotterdamse ritmesectie Jos Kamps op de basgitaar en drummer Henri Van Den Berg (van o.a. Orgel Vreten). Het trio kon putten uit een repertoire van maar liefst elf Steckel-albums waaronder de nieuwe plaat ‘Polyphonic Prayer’ genaamd. Soulvolle bluesrock en een heavy rock geluid combineert Eric met veel passie tot een eigen bluesmetal sound dat ook de Noviteit op de grondvesten deed schudden. Zijn energieke gitaarspel en ophitsende performance werkte dusdanig aanstekelijk op het publiek dat er een heuse concert hall sfeer ontstond. Waarbij ook nieuwe songs als o.a. “Waitin’ For The Bus” en de bluesballad “We’re Still Friends” er als zoete koek ingingen bij de ruim tweehonderd Blues aan Zee festivalbezoekers. De 17e editie was er eentje die het predicaat ‘zeer aantrekkelijk’ absoluut verdiende. [Eric Steckel interview 2013]

Ribs & Blues Festival – ma. 21 mei 2018

Geplaatst op 28 May 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

RIBS & BLUES & MORE LOVE – Dag 3

Mede door het mooie weer leek de Summer of Love & Peace te herleven op de 22e editie van Ribs & Blues in Raalte. Veel bezoekers en artiesten waren luchtig gekleed en in een relaxte festival mood. In muzikaal opzicht droegen zowel de artiesten als de DJ’s die de pauzemuziek draaiden een zomers roots- en retro-steentje bij. (Her)beleef zondag 20 mei 2018 mee in ons fotoverslag door: José Gallois (fotografie). De teksten zijn van Nicolette Johns en van Giel van der Hoeven.

De dames van THE BLUEBIRDS, Elske DeWall, Krystl en Rachèl Louise hebben ieder afzonderlijk hun weg bewandeld in de Nederlandse muziekscene. De drie Hollandse schonen besloten hun krachten te bundelen toen ze elkaars liefde voor Americana muziek ontdekten. De set begint met een krachtige North Mississippi Hill sound van lead-gitarist Ocker Gevaerts. De dames doen beurt om beurt vocaal een duit in het zakje en spelen alledrie de akoestisch gitaar maar Rachèl Louise bespeelt ook nog eens de toetsen vandaag. We horen achtereenvolgens een eerbetoon aan The Judds met ‘Why Not Me’, hun eigen geschreven single ‘Famous’ en Rachèl Louise zingt samen met haar broer Colin Lee die achter de drumm zit ‘Islands In The Stream’ wat ooit door Kenny Rogers en Dolly Parton werd vertolkt. De gitaarpartij van de nieuwe single ‘Loose Cannon’ brengt me even terug naar de intro’s die we kennen van Johnny Cash maar de country versie van Beyoncé’s ‘All The Single Ladies’ is de knaller van het optreden. [NJ]

In 2012 trad de Britse rockgitarist Alvin Lee (1944-2013) ter promotie van zijn laatste studioalbum ‘Still On The Road To Freedom’ op de Ribs & Blues Mainstage op. Het bleek zijn laatste liveshow te worden want op 6 maart 2013 overleed de gitaarlegende in Spanje. De live-opnames zijn later in 2013 overigens nog wel op CD uitgebracht als: “Alvin Lee – The Last Show.” Als begeleiders waren er toen geen TEN YEARS AFTER leden bij aanwezig. Toch vonden drummer Ric Lee en toetsenist Chick Churchill het nodig om TYA vanwege het 50-jarig bestaan nieuw leven in te blazen. Als bassist werd icoon Colin Hodgkinson gevraagd omdat Leo Lyons inmiddels een eigen band had (en de originele TYA-heren samen liever niet meer door één deur gaan). Hodgkinson begon in de jaren ‘60 al bij de Alexis Korner Band te bassen en deed dat vervolgens met ontelbare blues- en rock- grootheden. Tweevoudig British Blues Award winnaar Marcus Bonfanti stond als groot TYA-fan te popelen om ook mee te mogen doen en hoefde dus niet lang na te denken. Met het “50th Anniversary” album en de live plaat “The Name Remains The Same” als wapenfeiten konden de zalen en festivals weer bestormd worden. Want alleen de naam al en het bijpassend repertoire doet wonderen voor zo’n legendarische band.

Het grootste verschil met vroeger was natuurlijk het gemis van Alvin Lee. Zijn vingervlugge gitaarlicks en herkenbare stemgeluid blijven uniek. Maar chapeau voor Bonfanti die de meester geenszins trachtte te kopiëren. Hij speelde niet zoals Lee op een ‘Big Red’ Gibson maar gebruikte zijn vertrouwde bruine 1974 Gibson SG. Ook leunde deze TYA18 line-up niet louter op klassiekers. Onbekender werk en nieuw materiaal kwam ruimschoots aan bod (o.a. Land Of Vandals, Silverstone Lady, Last Night Of The Bottle, Losing The Dogs). En wederom was op deze broeierige 2e pinksterdag de ‘love & peace vibe’ helemaal aanwezig. “Stop the war!” brulde Bonfanti in I’d Love To Change The World; het V-teken met wijs- en middelvinger makend hooggeheven. One Of These Days (Bonfanti op de bluesharp), Hear Me Calling (incl. keyboard-solo door Chuck), Love Like A Man (“You roly-poly / All over town…”), I Say Yeah en Good Morning, Little Schoolgirl (Sonny Boy Williamson cover) waren de expliciete momenten van herkenning. Bassist Colin mocht samen met Marcus zijn ding doen in een instrumentale jam. Tot slot werd TYA’s allergrootste hit I’m Going Home enigszins slordig in de vijfde versnelling afgewerkt. Geen toegift, zoals Alvin Lee dat destijds met Rip It Up, als allerlaatste song op dit podium ooit, wél mocht doen. Maar met deze band leeft de live Le(e)gende weer voort. [GvdH]

De volgende act die ik ga bekijken op het Delta stage zijn BARRENCE WHITFIELD & The Savages. Barry White zoals Barrence écht heet komt uit New Jersey en is geschoold zoals zo vele Afro-Amerikanen in kerk. Na vele jaren te hebben opgetreden kreeg hij een platencontract bij Bloodshot Records en nam Soul Flowers Of Titan in 2018 op. Van dat album is ook de opener ‘Can’t You See What You’re Doing To Me’ waarmee Whitfield en band de eerste rock ‘n roll blast van de dag de kleine tent in katapulteert. De set is retestrak mede door de fantastisch drummer die speelt met ‘n zwarte en ‘n blanke drumstick en bassist Phil Lenker. Het swingt, Whitfield is enthousiast dat hij voor het eerst in Nederland mag optreden en geeft z’n allesie. De solo op de Reverend gitaar met maar liefst 3 pick-ups dor Peter Greenberg tijdens ‘The Cornerman’ alweer een eigen nummer is van grote klasse. [NJ]

De eerste keer dat we Leif de Leeuw als tiener zagen optreden was in 2009, net nadat de Amersfoorter zijn eerste Sena Young Talent Guitar Award had gewonnen. Nou zijn we niet zo van ‘de prijzen’ omdat muziekuitingen geen wedstrijden zijn en voorkeur (smaak) altijd persoonlijk blijft. Maar deze aanmoedigingsprijs voor jong talent was destijds niet meer dan terecht. Negen jaar en velen optredens (en nóg meer prijzen) later mag geconstateerd worden dat de ambitieuze gitarist zijn duwtje in de rug meer dan waar heeft gemaakt. Ook lijkt hij met de LEIF DE LEEUW BAND na een muzikale ontdekkingstocht met zijpaden naar synfo, soul, funk en progrock, zijn draai en identiteit nu helemaal gevonden te hebben. In hun lage landen bluesrock Leifstijl werden ook steeds meer invloeden van Southern rock hoorbaar. Dat bleek hen voortreffelijk te passen als sleetse casual jeans. Dus keek er niemand vreemd op toen de band kortstondig met een Allman Brothers tribute ging toeren. Ook op het recente ‘Live In Concert’ album staat een song (Whipping Post) van die legendarische band en een Warren Haynes cover: Fire In The Kitchen. Het publiek in Raalte liet hun waardering met dankbaar applaus blijken voor deze (nog steeds jonge maar meer volwassen klinkende) groep. [GvdH]

TIM KNOL kwam aanvankelijk niet in de Ribs & Blues line-up voor. Omdat Scott H. Biram door een gewijzigd tourschema afzegde, werd de West-Fries met zijn band alsnog geboekt. Ongewild(?) werd deze antiheld in 2010 als opkomend tieneridool gelanceerd. Het leverde hem veel radio airplay en o.a. optredens op Pinkpop en Lowlands op. Dat de inmiddels 27-jarige Knol al jaren een begenadigd liedjesschrijver is, was tóen al duidelijk. Maar sinds zijn samenwerking met Anne Soldaat (o.a. Daryll-Ann en Do-The-Undo) is hij muzikaal meer volwassen geworden. Ook zijn vriendschap met de Amerikaanse singer-songwriter en gitarist Kevn Kinney (Drivin’ N’ Cryin’) heeft hem goed gedaan. De mannen stonden ontspannen en goedgeluimd op de DeltaStage met Knol als onbetwiste bandleider en Anne Soldaat als bescheiden gitaarvirtuoos. De geboren Groninger mag zonder twijfel één van de beste huidige Nederlandse gitaristen genoemd worden. Die met zijn spel blijkbaar ook ongekende krachten losmaakt in medemuzikanten.

Dit uitte zich onder meer in een gierende Gibson battle die halverwege de show samen met Tim ten gehore werd gebracht. Eerder werd vooral de toon gezet met luisterliedjes van Knol zijn nieuwe album “Cut the Wire”, zoals de single Sweet Melodies. Ook z’n waardering voor de betere Americana singer-songwriters als Townes Van Zandt en Gram Parsons stak Knol niet onder stoelen of banken. Met One Hundred Years From Now van The Byrds als wonderschoon eerbetoon. Voor de trouwe fans mochten Shallow Water en Sam (“mijn grootste hit: nr. 39 in de top-40!”) niet achterwegen blijven. Een uitvoering van de goedbedoelde Drivin’ N’ Cryin’ meezinger Straight To Hell vond ik persoonlijk minder goed uit de verf komen. Al met al – mede dankzij een degelijke begeleidingsband – een soeverein Ribs & Blues debuut van de vrijgevochten Tim Knol. [GvdH]

RYAN MC GARVEY zie ik alweer voor de derde keer optreden waarvan het twee keer dit festival was waar hij voor de derde keer te gast is. McGarvey komt uit Albuquerque, New Mexico en heeft kilometers gemaakt in de blues-rock maar blijft een beetje een statische muzikant. Er is over het algemeen genomen weinig interactie met het publiek maar daar tegenover staat dat ik wél kan concluderen dat de gitarist veel groei heeft doorgemaakt. Zijn begeleiders zijn niet de minste, de bassist Camine Rojas speelde o.a. bij David Bowie, Tina Turner en Joe Bonamassa en de drummer Logan Miles Nix die voor het eerst deel uitmaakt van dit kollectief. De act van Ryan McGarvey is van een ietwat statische act in de loop der jaren geëvolueerd naar een bijzondere, onvergetelijke show! [NJ]

Een optreden van RONNIE BAKER BROOKS is niet alleen een feestje om bij te wonen, met zijn guitige kop is deze forse bluesman ook prettig om te bekijken. Als hij gitaarsolo’s speelt trekt hij er een gezicht bij alsof-ie de liefde aan het bedrijven is. Zijn toetsenist daarentegen heeft grimassen of hij continue gepijnigd wordt. Werkelijk prachtig die beleving op het podium. Met alweer ruim drie decennia aan ervaring kan de 50-jarige Amerikaan putten uit vier soloalbums met onvervalste Chicago-blues en Stax-soul. Waarvan “Times Have Changed” (2017) – zijn meest recente album na 10 jaar – werd geproduceerd door Steve Jordan. Mede aangespoord door Jordan besloot Brooks zijn zwarte Gibson gitaar cleaner te laten klinken à la Robert Cray. Hetgeen de old-school Memphis RBB live-sound nóg meer recht doet. “Toch nog échte blues op dit festival!” hoorde ik iemand achter mij enthousiast uitroepen. Ondanks dat alle acts in Raalte blues-gerelateerde muziek maakte, was er weinig tegen die uitspraak in te brengen.

Uiteraard werd zijn laatste album hier live gepromoot, maar ook blues-traditionals zijn Brooks junior niet vreemd. Want hij is de zoon van de legendarische bluesclubgitarist Lonnie “Guitar Junior” Brooks (1953- 2017). In zijn jeugd heeft hij veel oude bluesknakkers bij hun thuis over de vloer zien komen en gaan. Maar ‘ome’ John Lee Hooker gaf hij – evenals zijn vader – het grootste eerbetoon op de DeltaStage. Met een publieksparticipatie bij wijze van overhoring: ‘I Just Wanna Make… LOVE TO YOU!!’ Test geslaagd, missie voltooid… Raalte zit gelukkig nog vol met volleerde blues fans! [GvdH]

DOUWE BOB mag het licht op de Main Stage uitdoen op deze 2018 editie van Ribs & Blues en staat garant voor een hele horde vaste (vrouwelijke) fans. De Amsterdammer, die zo uit de Caribean lijkt te komen incluis gemillimeterde haarstijl én gouden hoektand, heeft een bliksemcarrière doorgemaakt en is niet wars van een side-step in de muziekscene. Zo trad hij solo op, met band maar ook samen met band én een 7-mans strijkorkest het Dutch String Collective waarmee hij gearrangeerde pop ten gehore bracht zoals nummers van Harry Nilsson, Glen Campbell – beiden een begrijpelijke keuze – maar ook mindere begrijpelijke keuzes zoals het werk van Dusty Springfield. Douwe Bob Posthuma – zo luidt zijn achternaam – is een fantastische vocalist/gitarist die in het land veelvuldig op de kleinere podia de Americana en country ten gehore brengen. Ook al is de gemiddelde blues-adept vrij laatdunkend over de optreden van Knol en Douwe Bob op dit 22e Ribs & Blues, ik kan me moeilijk los rukken. De adrenaline is vanaf het eerste nummer waarneembaar; die andrenaline boost hebben we nodig na zo’n warme dag en ik laaf me samen met de vele toeschouwers die tot het einde de Domineeskamp in Raalte en Ribs & Blues 2018 trouw blijven ook al zijn we moe en moeten de meesten straks weer de wekker zetten voor de werkweek. Zijn band huist professionele muzikanten die inmiddels gewend zijn aan de verbale capriolen die Douwe Bob uithaalt zoals Matthijs “Duif” van Duijvenbode op de piano die tevens het management runt van Douwe Bob. Een rock ‘n roller, een bluesman, een country- en Americana-man, Douwe Bob een afsluiter die weet wat een feestje bouwen is maar vooral een allround talent wat Nederland dient te koesteren. [NJ]

Ribs & Blues Festival – zo. 20 mei 2018

Geplaatst op 25 May 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

RIBS & BLUES & L.O.V.E. – Dag 2

Mede door het mooie weer leek de Summer of Love & Peace te herleven op de 22e editie van Ribs & Blues in Raalte. Veel bezoekers en artiesten waren luchtig gekleed en in een relaxte festival mood. In muzikaal opzicht droegen zowel de artiesten als de DJ’s die de pauzemuziek draaiden een zomers roots- en retro-steentje bij. (Her)beleef zondag 20 mei 2018 mee in ons fotoverslag door: José Gallois (fotografie). De teksten zijn van Nicolette Johns en van Giel van der Hoeven. Hier terug kijken (video).

Geheel volgens het THE BREW-motto “less is more”, maar hard, snel en met veel bravoure werd een vloedgolf aan geluid over de rap vollopende festivaltent uitgestort. Nog steeds zijn invloeden van The Who, Led Zeppelin (Jason Barwick geselde naar goed voorbeeld van Jimi Page zijn snaren weer met de strijkstok) en pak-um-beet Wolfmother hoorbaar. Met onvervalste roots in de jaren ’60 en ’70. Maar sinds het verschijnen van het album Shake The Tree (2016) zijn er ook elementen uit grunge en pakkende popmuziek te horen. Het concept staat als een oude eik met diepe groeven waarmee de beuk er steeds weer ingaat. [GvdH]

Behalve de New Orleans piano-blues invloeden, stoeit THE RAGTIME RUMOURS met gypsy jazz- en swingmuziek. Ze raggen er ook een flinke dosis rockabilly en hillbilly folk doorheen. De setlist kon wat ons betreft nog wel wat spannender maar muzikaal hebben de The Ragtime Rumours het dik voor mekaar. Door hun niet-traditionele instrumentarium ontstond er een eigen “rag ‘n roll” geluid waarbij het leek dat uit de diverse muziekgeneraties Django Reinhardt, Johnny Cash, Tom Waits en Pokey Lafarge het op een akkoordje gooiden. Ideale gangmakers om het festival extra flair te geven. [GvdH]

Het ziet er allemaal gelikt uit, de diverse theatertours hebben ongetwijfeld bijgedragen aan het professionalisme waarmee DANNY VERA en zijn mannen hier op een festival zo’n 10.000 man inpakt. Het jasje gaat uit, want zoals Vera claimt: “het is tering warm”. Vera wil graag dat het publiek een beetje meedoet “je hoeft niet keihard voor lul te staan maar dans een beetje mee”. Van het voorlaatste album horen we ‘Expandable Time’, dat mij een beetje ska-ritmisch overkomt, maar hij schreef ook een nummer over het feit dat er als je de tv aanzet er zoveel mensen te zien zijn die elkaar niet kunnen verdragen, Vera’s eigen woorden waren iets ongenuanceerder. ‘L.O.V.E.’ heet de song en ik zeg u dat is de eerste winnaar op dit festival, een lekker nummer waarbij iedereen aanwezig – fan van Americana en country of niet – we doen allemaal mee! [NJ]

THE DAWN BROTHERS brengt een mix van Americana en soulvolle Southernrock ten gehore waarbij alle muzikanten de vocalen delen. Waar hebben we dat meer gezien? Inderdaad bij The Band en dat is precies de band waar deze jongemannen veelvuldig in de pers mee vergeleken worden. De half open tent van het Delta Stage is nokkie vol voor deze jonge (de oudste is Rafael met 29 jaar) professionele en inmiddels doorgewinterde band. Doorgewinterd? Jazeker, want zij werden al reeds door Rockpalast Duitsland uitgenodigd om een show van anderhalf uur op te nemen (een aanrader!). Als ik voor hun podium sta voel ik me een soort van trots dat ik de mannen Rowan en Rafael al jong heb zien musiceren en hen nu zo zie uitgroeien tot full top musici. De kennismaking met Levi en Bas is een aangename, zeker bij het nummer ‘Vampire’. [NJ]

JEANGU MACROOY is hét voorbeeld van een succes story, slechts een viertal jaar geleden kwam de 24 jarige, helft van een tweeling, Jeangu vanuit Suriname naar Nederland en zette zijn eerste stappen op de Nederlandse podia begeleid door niemand minder dan componist en producer Pieter Perquin a.k.a. Perquisite. Binnen no time had de jongeman uit Paramaribo een platendeal op zak en was het voor Macrooy slechts een kwestie van enkele maanden eer hij zijn opwachting maakte op het North Sea Festival en bij DWDD. We zijn onder de indruk van Macrooy maar hadden toch graag gezien dat hij zijn set wat meer op het festival afgestemd had, dan had hij ook de reguliere festivalbezoeker bij de lurven gegrepen. [NJ]

Headbangend gaat frontlady JACKIE VENSON erin! Ondanks dat Venson de vrouwelijke Gary Clark Jr. genoemd wordt in de media, merk ik dat ik vooral aan Brittany Howard van de Alabama Shakes denk. Jackie’s stem klinkt lekker, een beetje een randje, wat rokerig maar toch komt het soms wat monotoon over, haar gitaarskills daerentegen maken dit meer dan goed. Toch lijkt het dat Venson wat uit haar comfortzone is gehaald door problemen met het geluid eerder in de set; ze blijft een beetje nukken en morren en laat haar bassist dit opknappen. Een subtielere aanwijzing zou chic geweest zijn. [NJ]

In Raalte bestond THE BINTANGS bandsamenstelling uit: zanger/bassist Frank Kraaijeveld, drummer Burt van der Meij, gitarist/zanger Marco Nicola en Dagomar Jansen op gitaar, zang en mondharmonica. Zij zorgen ervoor dat deze trein zonder eindpunt noest door blijft denderen. Pleines’ vocalen zijn natuurlijk niet te evenaren (tijdens de succesperiode werd de band ook wel “de Nederlandse Rolling Stones” genoemd), maar met name dankzij Kraaijeveld’s gruizige stemgeluid en de vuig-klinkende gitaren blijft de flagrante Bintangs-sound wél in stand. Én door al die bekende Bintangs-klassiekers uiteraard. Off The Hook, La Femme Sans Tête, Agnes Grey, Travellin´ In The U.S.A., Mona Lisa, Ridin´ On The L & N…..elke Nederlandse bluesrock-liefhebber herkent ze wel, of je wilt of niet. [GvdH]

LISA LEBLANC heeft zo haar eigen kijk op de liefde. Songs van haar hand als: I Love You I Don’t Love You I Don’t Know, Dump the Guy ASAP, Could You Wait ‘Til I’ve Had My Coffee? en You Look Like Trouble But I Guess I Do Too, lopen tekstueel over van de twijfels en persoonlijke drama’tjes. Maar ze staan vooral bol van het cynisme. Muzikaal kregen we een pittige culturele mix van “Folk-trash” voorgeschoteld. Een etiket dat de Frans/Canadese singer-songwriter voor het gemak zelf maar heeft geplakt op de uiteenlopende muziekstijlen die ze aan het verkennen is. Want een carrière als artieste staat voor deze kittige tante gelijk aan een levenslange ontdekkingstocht: “I think it’s something you can discover all your life.” (Lees later een interview met Lisa LeBlanc hier bij TBA?).

Ondanks dat de aanvang van het optreden (buiten hun schuld) een vertraging van ruim een half uur had opgelopen, kwam de fleurig geklede Lisa breed lachend het podium opgewandeld. Die lach verdween gedurende het gehele optreden niet meer van haar stralende meisjesgezicht. Ze had het naar haar zin en ze bracht die vibe ongemerkt over op het steeds enthousiaster wordende publiek. Maar ook op haar besnorde begeleiders op de drums, bas- en elektrische gitaar. Als een exotisch wervelwindje op de banjo, triangel(!), akoestische- en elektrische gitaar baande ze zich soepeltjes een weg door haar repertoire van twee albums en een EP. Waarvan sfeervolle folky Frans- en Engelstalige luisterliedjes – zoals bijv. 5748 KM, solo op de akoestische gitaar – werden afgewisseld met swingende full-band rockin’ songs. Waarbij de verrassend goede Motörhead-cover Ace of Spades op de banjo de ultieme uitsmijter was. Een versie die Lemmy in zijn graf heeft moeten doen glimlachen. C’était excellent Lisa! [GvdH]

Lachy Doley staat nog niet zo heel lang op eigen benen en is de afgelopen jaren vooral ondersteunend geweest aan fameuze collega-artiesten als Joe Bonamassa, Chad Smith, Glenn Hughes en Jimmy Barnes, die stuk voor stuk lovend zijn over zijn toetsenkunsten. Als ‘gereedschap’ gebruikt Doley een ’57 Hammond C3 orgel en een vintage 70’s Whammy Clavinet. Het moet gezegd, daar excelleert hij fabuleus op! Niet voor niets is zijn bijnaam ‘Jimi Hendrix van het Hammondorgel.’ Ook is hij gezegend met een krachtige bluesy soulstem (of soulvolle blues-stem, zo u wilt). Waardoor covers als Use Me (Bill Withers) en Jealous Guy (John Lennon) helemaal tot z’n recht komen. Ook de songs van zijn drie soloplaten sinds 2015 mogen er wezen. Live wordt deze Aussie in zijn LACHY DOLEY GROUP slechts bijgestaan door drummer Massimo Buonanno en bassist Chris Pearson. Waardoor je op den duur – ondanks Doley’s toetsen-virtuositeit – tóch wel het geluid van een gitaar gaat missen. Desondanks heerlijke Lazy chill-out blues tijdens deze zonnige festivalmiddag. [GvdH]

De in Australië geboren en in L.A. woonachtige gitarist HAMISH ANDERSON was één van de verrassingen van dit Ribs & Blues festival. Niet zozeer vanwege zijn originaliteit. Integendeel. Anderson (26 jr.) is eerder een traditionele rockmuzikant dan een vernieuwer. Maar wel eentje met groot talent voor prozaïsch songwriting en bovengemiddeld goed op de gitaar. Hij bewandelt gebaande bluesrock paden waarop hij o.a. ongegeneerd put uit- en flirt met Stones-klassiekers (Honky Tonk Women, Miss You). Maar hij doet dat op een zodanige eigen wijze dat het toch weer onalledaags klinkt. Zelf zegt hij overigens het meest door The Beatles beïnvloed te zijn, hetgeen wellicht zijn melodieuze songs verklaart. Op het podium neemt hij een lekkere laconieke houding aan, zoals bijv. Tom Petty dat ook altijd had. Én in bepaalde songs lijkt zijn stem warempel nog op die van de Amerikaanse rocker ook! Toch bespeurde ik in zijn ballads en de meer folky songs – op sommige momenten – ook gelijkenis met singer-songwriter en cultheld Jeff Buckley.

Niet geheel toevallig werd Anderson’s debuutalbum ‘Trouble’ (2016) geproduceerd door Jim Scott, die o.a. ook plaatwerk van Tom Petty produceerde. Uiteraard speelde hij veel nummers van die CD, waaronder een groovy versie van Hold On Me en de dromerige ballade U. Maar ook werk van zijn eerder verschenen EP’s, zoals Howl, Burn en Little Lies werden verkondigd en zonder morren geslikt. Begeleid door een gedisciplineerde strakke band met o.a. een ‘supervette’ lady-bassplayer rammelde hij ook nog eens de ene na de andere solo uit zijn gitaren. Met Little Red Rooster liet Hamish horen ook de authentieke blues tot in de vingertoppen te beheersen. Ongetwijfeld een blijvertje waar we nog vaak en veel van zullen gaan horen. [GvdH]

Het allerlaatste optreden van gitarist Erwin Java met de bnad KING OF THE WORLD. Al na twee nummers kan er geen mens meer bij in de grote tent op het Domineeskamp. Tja, de band speelt natuurlijk een beetje voor eigen publiek – ze komen uit het oosten/noorden van het land – maar ik zie ook vele bekende Brabanders met het KOTW t-shirt vol liefde naar gebodene kijken. Govert van der Kolm, de toetsenist van de band, is ondanks de hitte niet te beroerd om zijn ‘capriolen met de Hammond’ uit te halen. Hij speelt vol passie maar niet alleen met de handen maar ook met het achterste, met de voeten, staat zelfs op de Hammond. Het is een opzwepend schouwspel waar Raalte geen genoeg van kan krijgen. Java is natuurlijk ‘hors categorie’ en ik ben ondanks dat de set swingt een beetje triest. Maar met een vrolijkere noot gaat KOTW eruit; Ruud Weber zet het Temptations succesnummer ‘Papa Was A Rolling Stone’ in en de hele tent zingt en danst mee. Bedankt voor alle mooie optredens en vooral voor alle liefde voor muziek die jullie met vier man zo prachtig hebben weten weer te geven én te delen! [NJ]

De laatste band op de DeltaStage deze dag was de stringband PERT NEAR SANDSTONE. Een band uit Minnesota die volgens vaste R&B host en aankondiger Jaap Harmsen niet alleen raad zouden weten met Bluegrass maar: “met allerlei soorten gras”. De groep bracht sinds 2005 acht albums uit waarvan de eerste live-opnames waren. Onlangs werd dit vijftal (ironisch?) verkozen tot ‘knapste band van de VS’. Ovallend, temeer omdat deze handsome dudes in niets iets hebben van pronkende popsterren. Meest ordinary guy is wel de bebrilde tapper Matt Cartier die zich van het begin tot het einde ritmisch-huppelend op clogs in het zweet werkte. Inderdaad, tot groot genoegen van de dames vooraan in het publiek, die zich bij elk kledingstuk dat uitging steeds meer amuseerden.

Op een enkele cover na (The Band’s: The Shape I’m In) spelen ze authentiek en eigen werk. Met prachtige toepasselijke country-titels als: Okanagan Valley, Skillet Good & Greasy, Fishing Reel, Bloom Again, Rattlesnake, I’ve Been Traveling, 20 Cups of Coffee, June Apple, Down in the Holler, Crow Black Chicken, Hell I’d Pay, Green Valley Waltz, enz. Het laatste half uur van dit optreden kon ik bij maanlicht vanaf de geïmproviseerde houten tribune meebeleven. Met een uitzicht en klanken die een sfeertje opriepen gelijk het live-album Just Outside of Sandstone (2005). Inclusief dansende lokale Sallandse deerntjes in Western jurkjes en beschonken boerenjongens op klompen. Want hedendaagse jubelende volksmuziek zoals bluegrass is van alle tijden, in alle windstreken. [GvdH]

Afsluiters van deze eerste Pinksterdag 2018 op de Mainstage zijn THE BRANDOS. Een Amerikaanse rootsrockband die ontstond in de vorige eeuw. Ik wil het proberen dit optreden uit te zitten maar de dag eist zijn tol en doordat ik in het geheel geen speelplezier kan waarnemen krijg ik geen ‘boost’. Toegegeven de teksten zijn geengageerd maar toch zie ik vele toeschouwers de weg naar huis/camping of hotel inzetten. Toch zijn we dankbaar voor alle liefde die we vandaag hebben mogen ervaren, liefde voor het publiek, liefde voor een instrument maar vooral liefde voor muziekmaken. Het was een warme, mooie en vermoeiende dag. Morgen wordt het nóg warmer maar ook dan mag TBA? hopelijk weer veel liefde voor muziek waarnemen. [NJ]

Ribs & Blues Festival – za. 19 mei 2018

Geplaatst op 22 May 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

THE EXPERIENCE – Dag 1

Ribs & Blues, het grootste gratis open-air festival van Europa, begon traditioneel op de zaterdag voor Pinksteren met een drietal ervaren bands van naam. (Her)beleef deze avond van 19 mei 2018 in Raalte mee in ons fotoverslag door: fotograaf José Gallois. De teksten zijn van Giel van der Hoeven en van Nicolette Johns.

Veertig jaar geleden trad de Amerikaanse band MOTHER’S FINEST al voor 42.000 bezoekers op Pinkpop op. Afgelopen pinksterweekend stond diezelfde band, in bijna dezelfde samenstelling voor (ongetwijfeld) veel van diezelfde bezoekers (ruim 6.000 deze dag) op het Ribs & Blues festival in Raalte. Mother’s FinestIedereen – band en publiek – een paar kilootjes ouder en allemaal met een bos minder wilde haren dan in de jaren ‘70. Maar…. iedereen nog wel even enthousiast als toen! Ook het band-repertoire was niet veel anders dan destijds in Geleen. Want Mother’s Finest is typisch zo’n band die het nog steeds van de oude maar altijd vitale hits moet hebben. Mother’s FinestNa het openingsnummer Funk A While gingen op initiatief van het echtpaar Joyce ‘Baby Jean’ Kennedy en Glenn ‘Doc’ Murdock de handjes al vlot de lucht in en werden Burning Love, Truth’ll Set You Free, Can’t Fight The Feeling en Mickey’s Monkey (overgaand in Led Zeppelin’s Rock and Roll) luidkeels meegezongen. Mother’s Finest“Luidkeels” was nodig want de klanken die van het podium dreunden waren hard, erg hard. Maar ja, we hadden hier deze avond wel met diehard ‘hardrocklovers’ te maken, die overigens een vet potje funk en greasy blueslicks niet schuwden.

Dit ook getuige de heavy funkversie van Cling To The Cross, met MF-bassist sinds 1970 (!) Jerry ‘Wyzard’ Seay en de drummende zoon Dion Derek Murdock als ritmische raasbollen. Én de Jimi Hendrix-improvisatie door sologitarist Gary ‘Moses Mo’ Moore; ook al een bandlid van het eerste uur. Mother’s FinestHij werd vakkundig ondersteund door gitarist John ‘Red Devil’ Hayes, die MF in de jaren ‘80 kwam versterken. Voor deze gelegenheid werd de line-up versterkt met twee achtergrondzangeressen.Tot slot van deze knallende funky R&B-party werden de single-hits Baby Love en Piece Of Rock gespeeld en mee geblèrd. Omdat de set slechts een uur mocht duren werden de ballads geschrapt. De ironische slotwoorden kwamen van de opper-Doc zelf: “Nigizz Can’t Sing Rock ’n Róóóll!” Ribs & Blues was ingevet en klaargestoomd voor de 22e editie van dit in vele opzichten heerlijke festival voor in totaal zo’n 45.000 te verwachten bezoekers. [GvdH]

De Britse hardrockband STATUS QUO stond in 2012 ook al succesvol op zaterdag voor een volle bak op het Ribs & Blues podium. Aanvankelijk startten de overgebleven leden (slaggitarist/ zanger Rick Parfitt overleed in december 2016) deze tour als akoestische optredens. Maar op aandringen van de fanatieke Quo-fans besloot de band om de mensen te geven wat ze wilden. De Telecasters en Marshall versterkers werden weer van stal gehaald voor een nieuwe elektrische explosie van klassiekers. Desondanks waren de verwachtingen van het Nederlandse publiek hooggespannen. Maar op het moment dat Parfitt’s opvolger Richie Malone (1986) met de openingsriff van Caroline aanving en de drumpartijen van die andere huursoldaat Leon Cave (1978) goedkeurend hoorbaar waren, ging het in de tent ouderwets los! Natuurlijk, Status Quo anno 2018 is niet meer The Quo van 40 jaar geleden; die ritmische geringe-akkoorden hitmachine. Destijds door honderdduizenden rockdudes aanbeden.

Maar de huidige line-up lijkt een deel van die oude energie weer te hebben aangewend. John ‘Rhino’ Edwards (bas) en Andrew Bown (keyboards) musiceerden als vanouds. Frontman Francis Rossi voerde met fris elan, in prima vorm en goed bij stem zijn (nieuwe jonge) troepen aan. Zoals bijvoorbeeld Neil Young dat ook al eerder (goed) deed met zíjn jonge begeleidingsband. Met een opvallend goed humeur vol humor waarin zelfspot niet ontbrak (over ouderdom: “ik draag nu thermo-ondergoed”), want oude rot Rossi verloor wel zijn haren maar niet z’n streken! De setlist bestond uit de gebruikelijke mix van wat recent werk en vooral hits inclusief de bekende covers: Rain, Hold You Back, What You’re Proposing, Roll Over Lay Down, Down Down, Whatever You Want, Rockin’ All Over the World, In the Army Now… de rechtgeaarde Quo-fan swing- en zingt ze headbangend en woordelijk mee. En dát werd in- en buiten de R&B-tent onder het genot van liters goudgeel vocht dan ook volop gedaan. Lang leve de eenvoud en proostend op een geslaagde Quo-doorstart met eerbetoon aan Rick Parfitt. [GvdH]

De volgende band op de line-up en de hekkensluiter van dag 1 van Ribs & Blues 2018 verkocht meer dan 100 miljoen platen en had wereldhits met September en Boogie Wonderland. De rockers hebben de tent verlaten om plaats te maken voor de soulknakkers van weleer.Veel fans stonden vooraf al luidkeels mee te zingen met de soul hits uit de tachtiger jaren – Johnny guitar Watson, Sister Sledge noem ze allemaal maar op – smaakvol uitgezocht door de DJ die tijdens het ombouwen van het podium de menigte van muziek voorziet. De 13 man sterke formatie van meermalig grammy award winnaar Al McKay nam in de hoedanigheid van de EARTH, WIND & FIRE EXPERIENCE bezit van het podium en speelde het tentdoek van het dak. Ook voor het team TBA? waren de vele songhits die voorbij kwamen een stukje nostalgie en jeugdsentiment. Dat de disco-sterren van vroeger op het grote podium van een plaatsje als Raalte staan is best uniek, knap gedaan van de organisatoren van Ribs & Blues! Leuk ook om te zien dat er zoveel jongeren voor het podium te vinden zijn. Al McKay speelde in Earth, Wind & Fire, tot de band in 1983 een lange ‘sabattical’ nam. Inmiddels heeft zanger Philip Bailey heeft de band verlaten en is bandleider Maurice White twee jaar geleden ten gevolge van Parkinson overleden. Samen met een supergroep van studio- en podiummuzikanten vormt linkshandige gitarist McKay nu de toepasselijk genaamde band The Earth Wind & Fire Experience feat. The Al McKay Allstars. Samen zijn ze vastberaden het originele EW&F-geluid niet verloren te laten gaan, daarbij handhaven de muzikanten een hoge standaard wat zaterdag 19 Mei goed terug te horen was. Met de nog steeds puntige gitaarlicks van de 68 jarige Al McKay’s als basis, vult de ritmesectie de vibe aan die bandleider Al zo gedetailleerd en toegewijd als uitgangspunt heeft vormgegeven. Wat meteen opviel bij de eerste klanken was dat het geluid perfect was, zo vermoeiend als het geluid afgesteld was bij Mother’s Finest, zo snoeihard bij Status Quo, de geluidman van de Earth, Wind & Fire Experience had het beste met ons en de band voor. Nergens vervormde het geluid, de vocalen klonken perfect. Goed, soms was er een lange stilte tussen de nummers wat vooral in het tweede deel van de set wat verwarring opriep bij het publiek waardoor sommigen dachten dat het gedaan was. Earth, Wind & Fire Experience was een beleving, mooie vocalen, fantastische bandsound en ook de dansjes werden met veel enthousiasme en elan uitgevoerd.

We hebben niet alle introducties even goed meegekregen maar wat ik wel kon verstaan is dat Tim Owens de zanger met de lange vlechten is, DeVere Duckett is de guitige wat oudere gezette vocalist die zijn hemd helemaal nat danste en zong en de jongere zanger met het hoedje stapt door het leven als Claude Woods. Deze drie mannen klinken los van elkaar maar zéker ook in de samenzang werkelijk wondergoed! Ben Dowling is alweer een dikke twaalf jaar de toestenist van EW&F-Experience en de man met de meest aanstekelijke glimlach allertijden heet David Leach en hij is de percussionist van de band. De ‘full grown’ blazers-sectie bestond o.a. uit Ed Wynne op saxofoon die ook al zo’n vijtien jaar deel uitmaakt van de Al McKay All Stars, maar natuurlijk waren de trompet, trombone ook vertegenwoordigd. Het was heerlijk om weer eens ‘gouwe ouwe’ live te mogen meemaken, in een era waarin veel wordt overgelaten aan de techniek werd het optreden van de EW&F-Experience gedomineerd door muzikanten die muziekmaken als een van de grondbeginselen zien. De set-list bestond o.a. uit ‘Shining Star’, ‘Jupiter’, ‘Fantasy’, ‘Let’s Groove’ en natuurlijk mocht ‘Boogie Wonderland’ ook niet ontbreken. Bijzonder om te ervaren dat alle nummers nog zo vers in het geheugen lagen van dit zeer diverse publiek voor het Main Stage in de grote tent van Ribs & Blues 2018. Ja, dit optreden van Al McKay en zijn mannen maakte van de eerste dag van het jaarlijkse Raaltense festijn een hele mooie ‘experience’ en ik voelde me net als de sticker op de binnenkant arm van Al McKay ‘blessed’. Jammer dat de zon niet langer de overhand heeft gehad afgelopen week want al snel na het drankje nà gaan we richting hotel om daar onze koude ruggen en voeten te warmen. De volgende dag staat dit TBA?-team weer heel wat mooie ervaringen te wachten. [NJ]

Holland-Amerika lijn [zkv]

Geplaatst op 27 January 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Holland-Amerika lijn

De oude man die onderaan de trap onze toegangskaarten scant zegt tegen Ronald: ‘jij mag voorlopig niet naar huis’.
We kijken deze ticketmaster beide vragend aan.
‘De barkeeper heeft zo’n zelfde overhemd aan’, vervolgt hij wijzend, ‘ze zullen u hier aanzien voor barpersoneel.’
Een opmerking die onzes inziens net zo merkwaardig is als het oor-loze ‘mopje’ (een stukje servies dat het midden hield tussen een mok en een kopje), waaruit we even daarvoor koffie genuttigd hadden in het café-restaurant.
Kantine Walhalla bestaat uit een beneden- en een boven verdieping. Het robuuste pand is de oorspronkelijke kantine van havenarbeiders die in de goederenloodsen aan het Deliplein op Katendrecht werkte. Van de granieten wasbakken tot het jaren vijftig interieur is alles authentiek.
‘Ik hou van die industriële uitstraling,’ zegt Ronald, ‘niets klopt hier en toch is het allemaal oké.’

Boven, in de theaterzaal, speelt de Texaanse singer-songwriter Sam Baker op zijn elektrische gitaar. Multi-instrumentalist Mike Meadows begeleid hem als achtergrondzanger en met de meest vreemde percussie-instrumenten. Vanaf de houten tribune luisteren Ronald en ik ademloos toe. Tussen ingetogen songs door vertelt Sam korte verhaaltjes. Zo zou Mike’s grootvader in mei 1945, aan het eind van de hongerwinter in de Tweede Wereldoorlog met een Amerikaanse B-17 bommenwerper hebben deelgenomen aan een voedseldropping boven Rotterdam. Sam beeld zich in dat er “stroepwaffels and coffee” aan parachuutjes uit de lucht komen dwarrelen, hilarisch vindt hij dat. Herhaaldelijk kijkt hij afwachtend met opengesperde hand naar boven.

In de pauze zet een attente zaalmedewerker twee ‘mopjes’ koffie met stroopwafels klaar op het kleine podium. Wij halen beneden een biertje aan de bar. De bloemenprint op de barkeeper z’n overhemd is niet identiek aan die van Ronald’s shirt.

‘Let the world come in,’ zegt Sam Baker treffend, als aan het einde van de show de zware theatergordijnen - op zijn verzoek - opengaan. Door vele ramen in stalen sponningen vergapen we ons aan het overweldigende uitzicht op de Rotterdamse skyline aan de Rijnhaven. Tussen de bouwwerken door is op de Kop van Zuid de verlichte zwanenhals van de Erasmusbrug te zien. Hoge gebouwen en woontorens torenen hoog uit boven oude pakhuizen en het statige Hotel New York. Het schiereiland ‘De Kaap’ is via de fiets- en wandelbrug ‘de Hoerenloper’ verbonden met de overkant, de Wilhelminapier.

Ronald hoeft na afloop geen glazen te spoelen.
Wij tweeën wandelen langs het Poortwachtershuisje de bruisende wijk in. Waar alles mogelijk lijkt.

[uit: DVVDDV © 2017-2018 GvdH
50 zeer korte verhalen (zkv’s) verschijnt in 2018]