Archief voor de categorie 'Muziek'

Holland International Blues festival 2017

Geplaatst op 11 June 2017 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail


[vintage Grollo compilation - “Bluesbrother, Can You Spare a Dime?"]


[de voorzit op het ‘Besloten Partij’ terras bij Café Hofsteenge]


[met de banden vol met wind naar bluestown Grolloo]

Holland International Blues festival 2017

Brother Dege: creativiteit als religie [interview]

Geplaatst op 4 January 2017 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: Brother Dege
tekst & filmpje: Giel van der Hoeven
foto’s: José Galloise © The Blues Alone?
locatie: Ribs & Blues Festival 2016 in Raalte
datum: maandag 16 mei 2016

Dege Legg (spreek uit: “deejdz”) is ruim veertig jaar geleden geboren en getogen in Lafayette, Louisiana. Zijn ouders zijn van Cajun-Franse, Ierse en Indiaanse afkomst. Maar de artiest Brother Dege zou net zo goed een liefdesbaby van Son House en Patti Smith kunnen zijn. Hij noemt zichzelf één van de best bewaarde geheimen uit het Diepe Zuiden; een muzikant, schrijver en werkman. Bewapend met zijn resonator gitaar, rasperige strot, scherpe teksten en een gedienstige band gaat hij zijn persoonlijke strijd aan met de wereld, die hij soms best wel begrijpt maar de wereld snapt hém niet. Dat doet hij te vuur en te zwaard, zo nodig. Zijn recente album ‘How To Kill A Horse’ is een aanwinst in het… tja, in welk genre eigenlijk? Hij kwam er zelf ook niet helemaal uit tijdens ons interview. Dat aanvankelijk nogal wazig verliep omdat de farout dude nog bij moest komen van zijn intensieve optreden. Maar na een versnapering en een stevige niesbui (“Sorry… maar er hangt iets in lucht hier in Nederland”) kwam de redenaar in hem los. Soms werd zijn enthousiasme zo groot dat hij de vraag al onderbrak voordat die gesteld was. Het antwoord volgde dan soms met gesloten ogen, om beter na te kunnen denken: “composing my thoughts because my mind jumps around”. Het werd een onderhoudend gesprek met deze markante maar interessante kerel. Zoals we in het concertverslag al aangaven: He’s a crazy motherfucker, but harmless and peaceful like Jezus.

Hallo Dege, waarom zouden de mensen naar een Brother Dege liveshow moeten komen?
Waarom? Omdat het ondanks de soms donkere maar zeker niet depressieve muziek een gewaarwording is. Een transcendente spirituele ervaring waarbij iedere dag gevierd mag worden. Althans, zo ervaar ik het zelf in deze tour door de UK, Ierland en Nederland. “We’ve been hitting it hard” en het bevalt ons prima. Nu ben ik 13 dagen vrij en eind mei touren we weer verder.

Jullie spelen Psyouthern roots music; een post-Americana stijl van Delta Blues met invloeden uit roots- en rockmuziek. Wat maakt dit genre uniek?
Yeah, uhh… ik zou het zelf beschrijven als: Thinking Man Southern Rock. De Pink Floyd’s in de jaren ‘60 maakte meer Psychedelische Spacerock vanuit de innerlijke geest. Ik maak muziek vanuit surrealistische psychedelische ervaringen opgedaan in het Zuiden van de VS, beïnvloed door weidse landerijen, koeien, slangen en ongedierte. “Where the universe is spinning around you on a trip.”

Hoe was het om op te groeien in Lafayette, Louisiana, werd je er al jong beïnvloed door de traditionele muziek uit die streek?
Daar opgroeien was cool. Maar ik was een buitenstaander als tiener en luisterde naar punkmuziek en heavy metal. In een omgeving van cajun-, zydeco- en folkmuziek. Het deed mij toen totaal niets! Ik wilde herrie horen: Black Flag en Black Sabbath. Later realiseer je wel dat de traditionele stijlen als een natuurlijk bestandsdeel in je genen zitten. Dat hoor je nu terug in mijn huidige songs. Zoals, laat ik zeggen, een Poolse muzikant altijd de polka in zich zal hebben.

Je gitaarspel herinnert me soms aan Ry Cooder…
“I love Ry Cooder!” In mijn jeugd zag ik de roadmovie Paris, Texas van de Duitse filmregisseur Wim Wenders. De film was oké maar vooral de soundtrack greep me aan. Dat was de eerste keer dat ik een akoestische slideguitar hoorde, zo mooi! Cooder’s atmosferische gitaarspel is onevenaarbaar. Oh, wist je trouwens dat een van de beste slidegitaristen ter wereld in Lafayette woont? Sonny Landreth, “the King of Slydeco”. Die kerel is ook zó virtuoos. Ondanks dat ik ook slide speel heb geprobeerd om vooral niét in zijn voetsporen te treden, dat is onmogelijk.

Een andere gitaarvirtuoos Joe Bonamassa was onder de indruk van je liveoptredens…
Oh ja? Te gek! Ik heb hem nooit ontmoet maar weet wel dat hij een jaar of wat geleden een van mijn albums leuk vond. Maar plaats mij niet in die categorie van die topgitaristen hoor. Ik ben een singer-songwriter van liedjes waarin ik beelden probeer te creëren. En ik gebruik daarbij een (slide)gitaar als instrument, een tool.

Je speelt ook dobro en poseert ermee op de albumhoes van ‘Folk Songs of the American Longhair’ uit 2012. Heeft dit instrument een speciale betekenis voor je?
Yeah, ik hou van dat instrument. Toen ik voor het eerst een resonator hubcap gitaar zag was ik direct onder de indruk van dat instrument. En toen ik het geluid ervan hoorde was ik helemaal verkocht. Wauw! Dat klonk zó gaaf en zó anders. Vervolgens heb ik er ook eentje aangeschaft en ben ik Delta Blues en oude bluesmuziek gaan luisteren; John Lee Hooker, Blind Willie Johnson, Robert Johnson. Mijn dobro is gemodificeerd met twee Pick-upsets, zodat ik er ook soloshows mee kan doen. Maar ik behandel het niet als mijn baby hoor… nee joh, ik ga er juist lekker op tekeer! Zoals Bukka White dat deed: “I play it rough - I stomp ‘em - I don’t peddle ‘em.”

In je roadmovie ‘Set It Off: Brother Dege & The Brethren’ speel je letterlijk met vuur. Waarom ben je zo geobsedeerd door vuur?
Haha, die film is voornamelijk met smartphones opgenomen toen we in de zomer van 2014 door de VS en Europa tourden. Soms bevestig ik vuurwerk op de body van mijn dobro en houdt die dan vuurspuwend boven m’n hoofd. Ik ben geen pyromaan of zo maar vindt het soms gewoon leuk om dingen in de fik te steken. Bluespuristen vinden dat maar niks, “het is geen KISS-concert, dude!”, zeggen ze dan. Omdat het hier op Ribs and Blues een optreden bij daglicht was heb ik het maar niet gedaan, daar was de podiumverhuurder wel blij mee vermoed ik, haha. Je mag het publiek gerust een beetje afzeiken om ze te inspireren hoor. Over zo’n act is niet bewust nagedacht maar zie het als een ritueel. Offeren aan de scheppingskracht en het aanbidden van de creatieve gaven: “giving it back to the people, to the gods".

Heeft de Tarantino-film Django Unchained je meer roem gebracht?
Quentin Tarantino is één van de beste filmregisseurs aller tijden. De mensen associëren hem niet voor niets met: “outside the box thinkin’ and great music”. Als zo’n grootheid dan persoonlijk mijn song ‘Too Old to Die Young’ uitkiest voor zijn film ‘Django Unchained’ is dat natuurlijk een eer van jewelste! Zeker tussen artiesten als James Brown en Ennio Morricone. Natuurlijk heb ik daardoor meer naamsbekendheid gekregen maar hey, dat maakt je nog geen rockster of zo hoor. Er is zoveel gaande in de muziekindustrie, goede muziek maar ook veel troep helaas. En alles moet gepromoot worden. Ik heb geen geldschieters en zelfs geen manager, bij mij is alles ruw en ongedwongen. Voor de officiële ‘Too Old to Die Young’ videoclip had ik een paar oude vrienden uitgenodigd en de getto motelkamer afgehuurd waar ik een tijdje gewoond had toen ik nog arm was, haha.

Je bent ook liefhebber van beeldende kunst, Vincent van Gogh en Pablo Picasso zijn je favoriete kunstschilders. Schilder je zelf ook?
Nee, ik ben zelf een afschuwelijk slechte visuele kunstenaar! Maar wel een groot bewonderaar van de schilderkunst. Ik waardeer het zeer en zowel het werk als de levens van Van Gogh en Picasso hebben invloed gehad op mijn songs. Ik ben hier laatst nog in het Kröller-Müller Museum in Otterlo geweest bij een Van Gogh expositie, indrukwekkend. En de schilderijen van Picasso spreken zelfs mensen aan die niets om kunst geven, zo magisch zijn die.

Kun je zeggen dat je loopbaan ook kan worden ingedeeld in verschillende stijlperioden, zoals bij Picasso?
Ja, dat is misschien wel een mooie vergelijking. In omgekeerde volgorde dan wellicht: abstract, surrealistisch, klassiek… als het een goede song is hoor je dat direct, dat komt overeen met schilderkunst. Maar dat wil nog niet zeggen dat het ook een klassieker is. Ik weet niet of mijn songs ooit als kunst worden ervaren en aanvaard. Dat konden Jimi Hendrix en Bob Marley 40, 50 jaar geleden ook niet bevroeden. Ik wil het ook niet weten want ik hou juist van ‘het onbekende’.

Het is pas een goede song wanneer het akoestisch op één gitaar gespeeld aanspreekt?
In feite wel ja, of hooguit met twee instrumenten, zoals bijvoorbeeld een mondharmonica erbij. Woody Guthrie en Bob Dylan deden niet anders. En hun stemmen waren niet uitzonderlijk goed, evenals hun gitaarspel (van mij ook niet trouwens) maar het klonk wel ongelooflijk magisch. Zoals een wiskundige vergelijking, vaak niet te verklaren. Ik componeer eigenlijk ook altijd alleen op m’n akoestische gitaar of met de dobro. Piano speel ik nauwelijks en de elektrische gitaar vind ik er minder geschikt voor.

Zo heb je inmiddels negen albums gemaakt maar ook twee boeken geschreven. Was het schrijven van die romans een statement of slechts tijdverdrijf?
Haha, dat is een goeie vraag. Ik doe het hoofdzakelijk voor mezelf als een soort therapeutische bezigheid. Dat geldt eigenlijk ook voor het schrijven van mijn muziekteksten, waarbij het meegenomen is dat daar wel een publiek voor is. The Battle Hymn of the Hillbilly Zatan Boys is een maf (“kooky”) fantasieboek en Into the Great Unknown zijn gepende roadjournals van de band Santeria. Het creatieve proces dat tot deze schrijfsels leidt, maar ook songs schrijven, in mijn eentje in een kamertje, vind ik echt heerlijk om te doen. Zoals een hoefsmid het in zíjn ambacht fijn vindt om op een stuk ijzer te ranselen. Ik heb het schrijven gewoon nodig om geestelijk te kunnen overleven.

In een ander beroep vind je die voldoening niet?
Poeh, zal ik de schijtbaantjes opnoemen die ik allemaal gehad heb? Bordenwasser, kok, fabrieksarbeider, bezorger, automonteur, machinist, daklozenopvangmedewerker, journalist en taxichauffeur. Maar ach, door in mijn eigen tijd creatief te blijven zorgde ik ervoor dat die dayjobs geen tijdverspilling werden. Als taxichauffeur heb ik zelfs weer inspiratie opgedaan. Ik deed de nachtritten gecombineerd met optredens overdag of ’s-avonds. De ervaringen achter het stuur schreef ik op in een onlineblog ‘Cablog: Diary of a Cabdriver’, wat ik nu weer tot een boek aan het bewerken ben, allemaal ware verhalen dit keer.

Je hebt al veel gedaan maar is er nog een droomproject wat je zou willen doen?
Nee niet specifiek, ik doe waar ik me happy bij voel en wat er op mijn pad komt. Dromen hoeven niet altijd verbonden te zijn met succes. Zelfs als je geen cent te makken hebt is er behoefte aan erkenning en waardering. Omdat je niet van de wind kunt leven zal je als kunstenaar wellicht ook rotbaantjes moeten doen. Dat neemt niet weg dat je het een niet met het ander zou kunnen combineren. Ik heb momenteel niets te klagen man, ik leef gezond en stop mijn craziness in creativiteit in plaats van in waanideeën als gevolg van drank en drugs. Creativiteit is de beste religie.

Blues Is Allright in de Noviteit op 15e Blues aan Zee festival

Geplaatst op 13 November 2016 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

gezien & gehoord in: De Noviteit in Monster Westland
evenement: 15e Blues aan Zee festival
datum: zaterdag 12 november 2016
tekst & filmpjes door: Giel van der Hoeven
foto’s door: © Johan Sonneveld [alle foto’s]

De vijftiende editie van het Blues aan Zee festival had met minder podia en artiesten dan voorgaande jaren een andere opzet. De sfeer was er niet minder om en de zes optredende bands zorgde voor voldoende variatie. The JukeJoint, KloosterKelder en uiteraard de Tuinzaal als mainstage waren de zalen waar het allemaal plaats vond.

Om half negen mocht presentatrice Renate Heins de eerste band Flat Tire in de KloosterKelder aankondigen. Het Amsterdamse Westcoast Jump & Rhythm and Blues kwartet speelde vrolijke uptempo blues met hier en daar een slowblues. Zoals de prachtige ballad ‘Please Accept My Love’ van B.B. King. Bandleider en zanger-gitarist Marcel Schuurman kondigde alle songs aan met humor en zelfspot (“ik ben nou eenmaal gek op problemen”) wat het optreden aangenaam en boeiend tegelijk maakte.

Een kwartier later gaf het duo Herbie & Guitar Ray acte de présence in The JukeJoint. HerbieBlues (Harbert Grezel) trapte alleen af, zoals hij dat ook regelmatig als straatmuzikant in het het land doet. Solo met een koffertje vol mondharmonica’s en zichzelf begeleidend op de vintage suitcase bassdrum. Het repertoire behelst veel obscuur materiaal met traditionals als ‘Deep River Blues’ (Doc Watson) en spirituals waaronder ‘Down by the Riverside’. De veelzijdige Raymond “Guitar Ray” Nijenhuis vormt met zijn swingende fingerpicking en dampende gitaarshuffles een ideaal duo met HerbieBlues.

Tim Lelegems (o.a. Fried Bourbon) is in België een levende legende in de bluesscène. Hij heeft overal in de Lage Landen gespeeld en kruiste het pad van velen blues- en bloedbroeders. Zijn kwartet Shakedown Tim & the Rhythm Revue speelde vanaf negen uur op het hoofdpodium zowel traditionele blues als uptown jump, swing & boogie. De mannen droegen stijlvolle bijpassende 50’s retro fashionkleding. En je waande je dan ook regelmatig in een R&B-club uit die tijd. Met het geluid van een vintage fat body gitaar, saxofoon en een retestrakke ritmesectie. Muziek dus om de heupen bij los te schudden.

De buitenbeentjes deze avond kwamen uit Delft en speelde als tweede band in de Kloosterkelder. Het gelegenheidstrio Forever Young mocht op de 71e verjaardag van Neil Young een ode brengen aan hun held. Zanger-gitarist Henk Koorn (o.a. Hallo Venray) zijn stem vertoont veel gelijkenis met die van Neil Young, dus de songs zijn hem op het lijf geschreven. Ferdinand Bakker - ooit gitarist bij één van Neerlands beste progressieve rockbands, Alquin - liet horen het kunstje nog niet te zijn verleerd. Hij toverde de mooiste solo’s uit zijn Gibson. En het derde bandlid is ook al een grootheid in de Nederlands popscene. De 67-jarige Polle Eduard (Tee Set, After Tea, Polle Eduard Band) staat nog steeds als een jonge god op het podium. De respons uit de bomvolle kelderzaal bracht ook het trio in opperbeste stemming. Om nog een echt bluestintje aan het Neil Young-waardige optreden te geven werd een heerlijke versie van ‘Vampire Blues’ als toetje gespeeld.

Ondertussen ging in The JukeJoint het optreden van Ramblin Dog van start. Vier bedreven muzikanten uit Eindhoven en omgeving die beschikken over een vracht aan muzikale ervaring. Hun akoestische songs klinken ingetogen én swingend tegelijk. Al tijdens het openingsnummer ‘After Midnight’ (J.J. Cale) hebben we in de gaten dat we hier met perfectionisten te maken hebben. Frank Reemers (gitaar, zang), Joep de Greef (zang, gitaar, bluesharp), Hans Marijnissen (cajon, percussie) en Markus Trum (bas) speelden een mix van diverse stijlen, van slow tot opzwepend. Met onder meer het slotakkoord ‘Got My Mojo Working’ toonde deze beschaafde heren van Ramblin Dog aan, dat hun akoestische blues beestachtig kan swingen als een malle.

Als slotact had de BaZ-organisatie voor de Duitse Blues Awards winnaars 2016, Kai Strauss & The Electric Blues All-Stars gekozen. Kai Strauss is hier vooral bekend als toonaangevend gitarist bij Memo Gonzalez & The Bluescasters. Solo en met zijn eigen All-Star gezelschap TEBA maakt hij de laatste jaren steeds meer naam in Europa. En nam hij twee albums op: ‘Electric Blues’ en in 2015 o.a. met onze eigen Big Pete van der Pluijm ‘I Go By Feel’. Deze elektrische bluessterren met drie Duitsers en één Amerikaan, bassist Kevin DuVernay uit Seattle, in de formatie klinken met hun Texas- en Chicago blues meer Amerikaans dan Europees. Een andere opvallende troef is saxofonist-bluesharpist Thomas Feldmann. Ook hij was ooit Bluescasters-lid en brengt enorm veel swing in de band. Het werd een lekkere afsluiter van een mooi 15e Blues aan Zee festival in de Noviteit waar de ‘Blues Is Allright’.

Herman Brood 70 Birthday Party [05-11-2016]

Geplaatst op 6 November 2016 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Saturday Night 5 november vierden we de 70ste verjaardag van Nederlands enige echte rock ‘n roll legende Herman Brood in de grote zaal van Q-Factory Amsterdam.

Live on stage: Dany Lademacher’s Wild Romance; The Bombita’s Lies en Inge; Nina Hagen; Otis Redding III; Guzz Genser; Hans Vandenburg; Marcel B; Stefan Rokebrand (’Chez Brood’); The Coach Mark Big Band met o.a. Michel van Dijk (Alquin); Koos Coach van Dijk; presentatie: Henkjan Smits.

Herman Brood 70 jaar video-compilatie

Drivin’ N’ Cryin’ is ‘gewoon’ goed – met een mix van country-, folk- en Atlanta rock

Geplaatst op 1 November 2016 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

gezien & gehoord in: Cultuurpodium De Boerderij Zoetermeer
band: Drivin’ N’ Cryin’
special guest: Mark Bryan of Hootie And The Blowfish
support: Rough ‘n Tumble
datum: zondag 30 oktober 2016
tekst & filmpje: Giel van der Hoeven
foto’s © door: Johan Sonneveld - The Blues Alone? [alle foto’s]

null

Drivin’ N’ Cryin’ kwam eind oktober weer een mini-tour doen in Nederland. Dit als promotie voor de onlangs uitgebrachte elpee ’Archives Vol. 1′. De vijftiende studio-release van deze Atlanta rockband werd in slechts 1.000 persingen uitgebracht door Tender Records, het label van de Nederlandse singer-songwriter Tim Knol. En zoals verwacht kwam de Hoornaar zelf ook nog even het podium op om een kleine vocale en instrumentale bijdrage te leveren op deze memorabele avond in Zoetermeer.

Maar eerst de lokale bluesrock band Rough ’n Tumble; dat timmert als live-band stevig aan de weg. Ze maakte in juni jl. indruk op het Zoetermeer Blues Festival en speelde al verscheidene kroegen en partycentra in de Haagse regio plat. Initiatiefnemers van het kwartet zijn de Haagse gitaar-broers Tony (gitaar; zang) en Marty Moesker (gitaar; zang; bluesharp). Het ritme-tandem bestaat uit drummer Rob Louwers en bassist Rick Finck. In full-length shows wisselen eigen werk en coverclassics (Stones, CCR, NY, etc.) elkaar af.

Als support van Drivin’ N’ Cryin’ in de Boerderij hield RnT het bij een set van acht eigen nummers en de Neil Young cover ‘Downtown’. Met stevige bluesrock, rhythm & blues, boogie en rock ’n roll wisten ze een vette sound te creëren; in een optreden dat enthousiast werd ontvangen door de DNC-fans. Een goede start van de avond en een prettige opwarmer voor wat er nog komen zou. SETLIST: Messed Up, Election Day, Love at First Sight, TCOHTY, Jumpin’ Tune, Tornado, Pockets, Mean, Downtown (Neil Young cover).

Na samen met zijn bandmaten de instrumenten uitgestald te hebben nam Drivin’ N’ Cryin’ voorman Kevn Kinney voor dit laatste tour-optreden in Nederland plaats achter de microfoon. De zwarte hoody werd - eveneens op het podium - verruild voor een rood-zwart bowlingshirt en de onafscheidelijk zwarte baseballcap bleef gewoon op. DNC doet nog altijd alles zonder enige sterallures. En waarom niet? Om dertig jaar na oprichting ingewijd te worden in de Georgia Music Hall of Fame in 2015 was eervol, maar geen reden om anders te doen dan voorheen.

Bovendien hebben zanger/gitarist Kevn Kinney en medeoprichter bassist Tim Nielsen begin jaren negentig al van ‘de grote roem’ mogen proeven. Dat was toen het album en de gelijknamige single ‘Fly Me Courageous’ in de VS de gouden status bereikte. Het duo werd er niet gelukkiger van. Gewoon zo goed mogelijk songs (en poëzie) schrijven en veel optreden bleek hun belangrijkste levensmissie. En dat gingen ze daarom ook verder ontwikkelen en uitvoeren. Als fan en liefhebber van hun muziek is het nu puur genieten wanneer Drivin’ N’ Cryin’ gewoon bij jou in de buurt in een club - voor een paar honderd bezoekers - komt spelen.

Zoals dat dus ook in Cultuurpodium De Boerderij Zoetermeer het geval was. De zaal was zeker niet uitverkocht maar er heerste een goede sfeer in een warme ambiance. Mede door de lokale supportband Rough ‘n Tumble (eveneens aandachtig liefhebbers van DNC) was het publiek al lekker in the mood gebracht voor een mooi avondje rock- (drivin’) en folkmuziek (cryin’). Het woord ‘gewoon’ is al een aantal keren gebruikt in dit verslag, maar zó gewoon is deze band uit Atlanta (Georgia) helemaal niet. De songschrijverskwaliteiten van Kevn Kinney zijn zelfs uitzonderlijk goed te noemen. Evenals zijn warm-nasale en unieke stemgeluid.

En qua live-beleving overtreft het viertal nog steeds menig hedendaagse rockband. Niet dat hun performance nou zo uitgesproken spraakmakend is, maar in de Boerderij bewezen ze wel weer eens dat je geen torenhoge versterkers nodig hebt om een goede en zuivere live sound te produceren. Met kudos voor de geluidstechnicus van dienst. Niet de gebruikelijke elektrische instrumental ‘Space Eyes’ was de concertopener deze avond, maar de band begon - ter promotie dus - met twee songs van de nieuwe LP ‘Archives Vol. 1′ waarbij Kinney de akoestische gitaar bespeelde. Dit album bevat een collectie van niet eerder gereleasde demo’s en live tracks uit de periode 1988 tot 1990.

Ondanks zijn meesterlijke songteksten en knap uitgevoerde composities, zijn het ook vaak zijn wat onhandige handelingen die Kevn Kinney in levende lijve zo aandoenlijk maken. Zoals het geklungel met gitaarriemen en de (ondersteboven) mondharmonicahouder, of het geïmproviseerde gebrabbel (“it is realy a good song - with D&C chords!”) en soms schaapachtig lachen tussen de teksten door. Het regelmatig nippen van een glas whisky dat op het drumpodium achter hem stond zal daar ongetwijfeld ook oorzaak van zijn geweest. Hoe dan ook, de kwetsbare Kevn stond in schril contrast met zijn rockende alter ego, die in de stevige songs, gesteund door buddy Tim Nielsen en het krachtige drumwerk van Dave V. Johnson, ook ‘gewoon’ ferm zijn mannetje stond.

De solide melodieuze gitaarsongs ‘Jesus Christ!’, ‘Honeysuckle Blue’ en ‘Fly Me Courageous’ werden inclusief gitaarsolo’s in een tijdsbestek van ruim 20 minuten als een elektrisch spervuur onafgebroken na elkaar gespeeld. Vriend van de band en gastgitarist Mark Bryan (Hootie and The Blowfish) inclusief ‘Pete Townsend molenwiek act’ liet zich daarbij niet onbetuigd. Zoals hij eerder een verrukkelijke bijdrage leverde op zijn mandoline in de openingssong ‘Trail of Seasons’ en ook in ‘Midwestern Blues’. Nadat Kinney solo-akoestisch ‘Wishes’ had gespeeld nam Mark Bryan de mandoline weer een keer ter hand in ‘Let’s Go Dancing’. “A request from table nine”, aldus Kinney, die zich blijkbaar meer in een culinaire nachtclub waande dan in een concertzaal. In deze wonderschone ballad werd vernuftig een coupletje van Hootie’s ‘Only Wanna Be With You’ verweven; gezongen door Mark Bryan zelf uiteraard. Dit tot groot plezier van de overige bandleden en een deel van het Zoetermeerse publiek.

Bij de introductie van ‘Good Country Mile’ werd Tim Knol, die in de zaal aanwezig was, door Kinney uitgenodigd om een riedeltje mee te komen spelen en te zingen. En met de countryrock ballad ‘I’m Goin’ Straight To Hell’ - ontstaan tijdens een repetitie van Kinney’s eerste band Breakdown - zong niet alleen Knol als gast mee, maar ook het Boerderij-publiek droeg hier een vocaal steentje bij. Er werd daarna door Kinney en de band nog wat geïmproviseerd met de Beatles-classic ‘Why Don’t We Do It in the Road’ waarna de voorman, solo op zijn akoestische gitaar, afsloot met het ingetogen ‘Mac Dougal Blues’. De titeltrack van zijn eerste soloplaat uit 1991 met daarop traditionele folk- en bluesmuziek.

Het soort toegift mocht het publiek zelf kiezen: moest het een folksong of een rocksong worden? Het werd beide! ‘Whatever’, ook bekend als Super 8 video uit de film ‘Scarred but Smarter (life n times of Drivin’ N’ Cryin’)’. En tot slot het pompende ‘Blues On Top Of Blues’ met die zompig zeurende gitaarriff die steeds weer wordt herhaald. Dit instrumentale geweld mondde uit in een weergaloze gitaarjam tussen Bryan (zittend op de rand van het podium) en Kinney die inmiddels mét gitaar en microfoon in de zaal tussen het publiek was gaan staan. “Ik ken Kevn al langer dan 30 jaar, maar je weet nooit van tevoren wat hij gaat doen”, zei Tim Nielsen na afloop. Als ontknoping werd de zondagavond uitgeluid in een publieke community singalong met ‘All You Need Is Love’. Breed lachend verdween de antiheld toen weer in de anonimiteit.

We waren getuige geweest van een van de meest memorabele clubshows dit jaar, was onze bescheiden mening. Een spontane in your face gig met een geslaagde en vermakelijke mix van country-, folk- en Atlanta rockmuziek. Vanaf november gaat DNC de UK voor de zoveelste keer van hun klasse proberen te overtuigen. Tegen beter weten in maar ach, zolang die kleine DNC-fanbase van hen kan genieten, hebben de mannen uit Atlanta het zelf ook prima naar hun zin.

SETLIST: Trail of Seasons, Midwestern Blues, Jesus Christ!, Honeysuckle Blue, Fly Me Courageous, Wishes (Kevn solo acc.), Let’s Go Dancing (incl. Only Wanna Be With You), Good Country Mile (feat. Tim Knol), I’m Goin’ Straight To Hell (feat. Tim Knol), Why Don’t We Do It in the Road (Beatles cover), Mac Dougal Blues (Kevn solo acc.) ENCORE: Whatever (Kevn solo acc.), Blues on Top of Blues, All You Need is Love (acapella).

Lees ook: Interview met Kevn Kinney [2014]