Archief voor de categorie 'Muziek'

Café “Mooie Woorden” met G-Snaar en WP2

Geplaatst op 17 November 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Donderdag 15 november 2018 was er weer een STDK Café “Mooie Woorden” in De 3 Winckels in Naaldwijk. Als het duo G-Snaar mocht ik samen met Ap Heus hieraan ook een korte spoken words bijdrage leveren. Tevens zorgden Ap en Aad de Vetten van de band Wooden Paul voor de muzikale omlijsting, als het akoestische duo WP2. 👁️‍🗨️🖋️📚🎸🎤🎶👍 Lake Erie (1e verre reis)

Toen ik nog een cowboy was
op de west’lijke vlakte
Toen ik nog een cowboy was
op het westelijke vlak
Verdiende ik een half miljoen
op m’n paard met de teugels strak
Kom op koe-koe, yicky / Kom op koe-koe, yicky, yicky jee

Het 17e Blues aan Zee festival: zeer aantrekkelijk en supergezellig

Geplaatst op 11 November 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

gezien & gehoord in: De Noviteit in Monster Westland
evenement: 17e Blues aan Zee festival
met: Eric Steckel (USA) + Johnny Feel Good met speciale gast Oscar Benton + The Ragtime Rumours + Blame it on Vinnie (B) + Low Society (USA) + Ben Prestage (USA)
datum: zaterdag 10 november 2018
tekst door: Giel van der Hoeven
foto’s door: © Johan Sonneveld [alle foto’s]

Het programma van het 17e Blues aan Zee festival - samengesteld door de BaZ-spotters Ger Bus en Anton van Meerkerk - werd op voorhand door kenners en liefhebbers aangeduid als ‘zeer aantrekkelijk.’ Dit met namen omdat muzikanten uit ‘het land van de blues’ goed vertegenwoordigd waren. Want de helft van de zes optredende acts waren afkomstig uit de Verenigde Staten. Maar de overige Nederlandse en Vlaamse artiesten deden daar in De Noviteit zeker niet voor onder. Hierdoor ontstond er in het voormalige klooster van Monster een kwalitatief hoogstaand én supergezellig festival, dat menig bluesliefhebber kon bekoren.

Zij die er op tijd bij waren konden in de Kloosterkelder direct al genieten van een voortreffelijk optreden door THE RAGTIME RUMOURS. 100% Nederlands maar afgelopen jaar wél trotse vertegenwoordigers tijdens de internationale blues challenge in Memphis USA. Sterk beïnvloed door Amerikaanse ragtime-, piano-blues-, gypsy jazz- en swingmuziek zetten het Limburgse viertal een puike show neer. Voorman Tom Janssen (zang, gitaar, banjo) wist als de aimabele drijvende kracht de band op te zwepen en het publiek moeiteloos anderhalf uur lang te boeien. Soms met een vleugje humor maar steeds muzikaal gedreven. Met Thimo Gijezen (gitaren, piano, accordeon), Sjaak Korstens (drums, wasbord, kazoo) en Niki van der Schuren (contrabas, baritonsax, dwarsfluit) was deze multi-instrumentale band zeker het luisteren én aankijken waard. Waarbij jongedame Niki ook veel bewondering oogstte als jazzy zangeres met een hoog kippenvel gehalte.

Ondertussen hadden de Vlaamse vrienden Wim “Howlin’ Bill” de Vos en Gerrie De Waard (ex-Scotch ‘n Soda) op het akoestische podium The Juke Joint plaats genomen. Opererend onder de mysterieuze naam BLAME IT ON VINNIE speelden ze, volgens Wim, ‘veel nummers van dode en dikke Amerikanen.’ Een licht cynische uitspraak waarna uitvoeringen volgden met groot respect. Blues, rock ’n roll en country… of wat je allemaal kunt doen met een akoestische gitaar, een mondharmonica en krachtig Vlaams stemgeluid in Engelstalige bewoordingen. Soms gebracht met droefenis zoals in “St. James Infirmary (Blues)", een versie die de haartjes op de huid rechtop deden staan. En soms ook met veel jolijt, vooral wanneer Wim zijn mini-schuiftrompet ter hand nam, zoals in het jazzstandardnummer “Minnie the Moocher". En zelfs in een mooie mix van vreugde en verdriet: in “Hard Times Come And Go” van de Amerikaanse folkmuzikant Pokey LaFarge. Overigens een nog levende jonge slanke Amerikaan… maar wij nemen niemand iets kwalijk.

De leden van gelegenheidsband JOHNNY FEEL GOOD, rondom Barrelhouse gitarist Johnny LaPorte, zijn samen goed voor meer dan 300 jaar blues ervaring. Daar is de leeftijd van de bijna 70-jarige gastvocalist Oscar Benton niet eens bij opgeteld. Het zestal begon op de Mainstage met in de eerste set zanger Jan “JURA” Blaauw. Op een spontane manier met veel dynamiek die de volle zaal direct ‘in the mood’ bracht. Want veel Blues aan Zee bezoekers gooien graag de beentjes los, en dat kon volop met ‘feelgood’ Johnny en zijn band. Maar ook slow blues en shuffles kwamen volop aan bod. In de tweede set volgde het moment waar iedereen naar uitkeek: de terugkeer van de Nederlandse blueslegende OSCAR BENTON. Als een ware bluesbrother (zwart kostuum, gleufhoed en zonnebril) betrad de Haarlemmer het podium. Met een half dozijn songs en een stukje improvisatie trakteerde hij de Noviteit op een heerlijke dosis jeugdsentiment. Met de Europese hit “Bensonhurst Blues” als kers op de taart in dit feestje der herkenning. Een groots eerbetoon van- en aan een artiest die na zijn gezondheidsproblemen nog steeds ‘his mojo workin’ heeft.

LOW SOCIETY is de band van het echtpaar Sturgis Nikides (gitaar, zang) en Mandy Lemons (zang) uit Memphis, Tennessee. Voor deze najaarstour aangevuld met het Belgische ritmetandem Jacky Verstraeten (basgitaar) en Bart De Bruecker (drums). Wie van smerige low down bluesmuziek houdt, met vinnige slide-guitar partijen en titanische vocalen, mag deze band niet missen! En gelukkig was die belangstelling er ook voldoende in de Kloosterkelder, ondanks de concurrentie van top-acts in de andere twee zalen. Low Society belichaamt de blues van iedereen, zowel rebellie, ontevredenheid als vreugde hoor je erin terug. Het kwartet laat blues, rock ’n roll, country en soul samensmelten tot een verbluffend geheel. De boomlange ervaren Nikides speelt rauwe gitaarblues zoals het bedoeld is! En Mandy Lemons heeft een verrukkelijke vrouwelijke bluesstem: hees, grommend en krachtig. Die vanaf het openingsnummer “Sugar Coated Love” tot aan de toegift, Koko Taylor’s “Voodoo Woman” - dat ze hevig bonkend met haar vuist op de vloer afsloot - recht overeind bleef staan. Met haar blonde haren schuddend en haar lijf kronkelend danste en zong ze vol overgave. Waarbij het leek of de kleine dame in kwestie wel 23 longen had! Of het nu de hartverscheurende ballads zoals John Prine’s “Angel From Montgomery” betrof, het ludieke “Mr. Crump” (met een knipoog naar Trump) of het cabareteske uptempo “Raccoon Song". Absoluut een festival hoogtepunt.

Ook uit de VS (Zuid-Florida) kwam de Bluegrass-zanger BEN PRESTAGE. Desondanks ook een beetje een Hollander want hij toert hier al ruim tien jaar en at broodjes kroket na afloop van zijn optreden. Evenals vijf jaar geleden bracht de innemende baardmans met z’n onafscheidelijke Train Engineer pet zijn one-man-band weer mee naar The Juke Joint. Gitaren, banjo’s, cigarbox, drums, cimbalen, percussie, harmonica… je kan het zo gek niet bedenken, zijn instrumentarium lijkt per optreden toe te nemen. Zijn Swamp blues bevat invloeden uit genres als met name zydeco en Cajun. Wat hij als eenmansband weet te mêleren tot zompige met whisky doordrenkte Mississippi blues. Instrumentals en vocale songs met verrassende wendingen waarbij je niet stil kan blijven zitten. Zijn setlist bevat eigen werk - sinds 2002 heeft hij zeven CD’s op zijn naam staan - maar ook traditionals en covers van o.a. Muddy Waters ("Can’t Be Satisfied"), Willie Dixon ("Backdoor Man") en Bukka White ("Jitterbug Swing"). Ben is een straatmuzikant in hart en nieren en een fenomenaal talent, die op de podia wellicht nog teveel wordt miskend. [Ben Prestage interview 2011]

De 28-jarige singer-songwriter en gitarist ERIC STECKEL uit Allentown in Pennsylvania stond als 14-jarige aanstormende gitaarheld al eens eerder op een Blues aan Zee podium. Toen nog in strandpaviljoen Bondi Beach op het Monsterse strand. Inmiddels is de kleine bluesrock veteraan zó door de wol geverfd dat hij zich muzikaal kan meten met de grote gitaarhelden van deze tijd. En dat was ook af te meten aan de range Knaggs gitaren en de torens Bogner en Diezel versterkers die hij meebracht. Voor deze Europese herfsttour werd Eric bijgestaan door de Rotterdamse ritmesectie Jos Kamps op de basgitaar en drummer Henri Van Den Berg (van o.a. Orgel Vreten). Het trio kon putten uit een repertoire van maar liefst elf Steckel-albums waaronder de nieuwe plaat ‘Polyphonic Prayer’ genaamd. Soulvolle bluesrock en een heavy rock geluid combineert Eric met veel passie tot een eigen bluesmetal sound dat ook de Noviteit op de grondvesten deed schudden. Zijn energieke gitaarspel en ophitsende performance werkte dusdanig aanstekelijk op het publiek dat er een heuse concert hall sfeer ontstond. Waarbij ook nieuwe songs als o.a. “Waitin’ For The Bus” en de bluesballad “We’re Still Friends” er als zoete koek ingingen bij de ruim tweehonderd Blues aan Zee festivalbezoekers. De 17e editie was er eentje die het predicaat ‘zeer aantrekkelijk’ absoluut verdiende. [Eric Steckel interview 2013]

De muzikale roadtrip van Lisa LeBlanc [interview]

Geplaatst op 24 July 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: Lisa LeBlanc
tekst & video: Giel van der Hoeven
foto’s: José Galloise © The Blues Alone?
locatie: Ribs & Blues Festival 2018 in Raalte
datum: zondag 20 mei 2018

Lisa LeBlanc (1990) heeft zo haar eigen kijk op het leven en op de liefde. Songs van haar hand als: ‘I Love You I Don’t Love You I Don’t Know’ (met Award-winning singer Sam Roberts), ‘Dump the Guy ASAP’, ‘Could You Wait ‘Til I’ve Had My Coffee?’ en ‘You Look Like Trouble But I Guess I Do Too’, lopen tekstueel over van de twijfels en persoonlijke drama’tjes. Maar ze staan vooral bol van het cynisme. En dat wil Lisa gerust uitleggen in een interview aan TBA? zegt ze lachend. Ze spreekt Engels met een grappig Frans accent, ’sorry, I’m trying to find my words here’ en ze geniet van de vibe tijdens haar eerste Nederlandse festivalbezoek. Als ze later in een feloranje jurkje en knalgele maillot breed lachend het podium op stapt, krijgt het publiek een pittige culturele mix van “Folk-trash” voorgeschoteld. Een etiket dat de Frans-Canadese singer-songwriter voor het gemak zelf heeft geplakt op de uiteenlopende muziekstijlen die ze aan het verkennen is in een muzikale roadtrip.

Hallo Lisa, is dit je eerste bezoek aan Nederland?
- Als optredend artiest wel. Als toerist ben ik eerder een paar dagen in Amsterdam geweest, zoals zoveel van mijn Canadese landgenoten.

Je bent Canadese en van Acadians Franse oorsprong?
- Ja dat klopt. Ik ben geboren in Rosaireville, New Brunswick en tweetalig opgevoed. Mijn moedertaal is Frans, ik ging ook naar Franstalige scholen, maar je hoort zoveel Engels om je heen dat je die taal als kind onbewust oppakt. De Acadians zijn afstammelingen van Franse kolonisten die zich in de 17e en 18e eeuw in Acadia vestigden. Dus, het huidige Quebec, New Brunswick en Nova Scotia. Het woord Acadians is in loop van de tijd trouwens verbasterd tot Cajuns.

Is het voor een Frans-Canadese artiest lastiger om Engelstalige muziek uit te brengen?
- Dat hangt ervan af van hoe je er zelf in staat. Traditioneel is het zo dat artiesten uit Quebec alleen in de provincie hun werk uitbrengen en er optreden, wat met meer dan achtmiljoen inwoners ook geen straf is. Maar de jongere (pop/rock) generatie is toch meer geneigd om grenzen te verleggen. Letterlijk en figuurlijk. Ik ‘hussle between the communities’ zeg ik altijd maar.

Wist je als kind al dat je professioneel muzikante zou worden?
- Ja, sinds mijn 12e jaar weet ik dat dit mijn roeping is. Rond mijn 14e jaar componeerde ik al eigen songs en deed ik kleine optredens in bars. En toen ik 20 jaar was werd ik verkozen tot veelbelovende singer-songwriter op het ‘Festival international de la chanson de Granby’. Een belangrijk evenement in Granby (Quebec) dat dit jaar in september het 50-jarig jubileum viert.

Eh ja… maar gaan meisjes van 14 jaar - zelfs in Canada - niet achter boybands aan?
- Hihi, nee dat niet. Maar ik was wel een normale puber hoor! Geen boybands, ik was op die leeftijd juist een groot classicrockfan. Aerosmith, Jimi Hendrix, Deep Purple, Bon Jovi, Heart. Oh, en Fleetwood Mac, ik wilde óók ooit een Stevie Nicks worden! Vreemd genoeg heb ik een Canadees singer-songwriter als Neil Young pas de laatste jaren ontdekt. Een album als ‘On the Beach’ (1974) is echt te gek. Er valt voor mij nog zóveel goede muziek uit te pluizen… ‘it’s something you can discover all your life.’

Wat maakte het leven als kind verder leuk aan de oostkust van Canada?
- Ik ben een echt plattelandsmeisje, ik genoot- en geniet nog steeds van de natuur. En tja, ik was al jong met muziek bezig. Dus tijd om te sporten of iets dergelijks was er niet. Dat was ook niet iets wat m’n ouders stimuleerden of zo. Ik heb één oudere broer. Hij is ook muzikant en zanger. Wie weet gaan we ooit nog eens samen optreden.

Wanneer kwam het keerpunt dat je muziek een mix van “Folk-trash” werd, zoals je het zelf beschrijft?
- Ehm, ja eigenlijk ben is dus begonnen als rock-’n-roller, haha. Die energie en rauwheid van rockmuziek sprak mij nou eenmaal enorm aan. Maar ik kom uit een omgeving waar veel cajun-, country-, bluegrass-, roots- en bluesmuziek gemaakt werd. Met ook nog eens het jaarlijkse Harvest Jazz & Blues Festival in de buurt, in Fredericton, New Brunswick. Ik moest daar aanvankelijk niet zoveel van hebben en vertrok naar de grote stad, Montreal. Maar de banjo ging wél mee en ik ontdekte dat je dat instrument op vele manieren kan toepassen.

Welke instrumenten bespeel je allemaal?
- Akoestische- en elektrische gitaar, mandoline en banjo… én triangel, haha. Ik kan sinds kort ook twee songs op de viool spelen. Maar daar waag ik mij nog maar niet aan op het podium.

Wanneer schrijf je liever songs: als je thuis bent of onderweg?
- Laat ik het zo zeggen: onderweg beleef je het meeste, dus dat zou meer voor de hand liggen. Maar hele songs schrijven ‘on the road’ is me nog niet gelukt. Ik probeer het mezelf wel eigen te maken maar voorlopig blijft het bij notities en fragmenten die ik later thuis wel voor nieuwe songs gebruik.

Wat is de belangrijkste boodschap die je te vertellen hebt met je songteksten?
- Jeetje, ik ben niet zo van grote boodschappen hoor. Mijn teksten zijn gewoon persoonlijke verhaaltjes over liefde en vriendschap in eerlijke folk-country liedjes. Liedjes die je op duizend manieren kan interpreteren en spelen, dat houdt het ook spannend. En áls ik al een boodschap heb, dan is het dat ik de mensen graag beter wil leren kennen.

Je debuutalbum ‘Lisa LeBlanc’ (2013) was Franstalig, daarna volgden een Engelstalige EP ‘Highways, Heartaches and Time Well Wasted’ (2014). Het 3de album ‘Why You Wanna Leave, Runaway Queen?’ (2016) is Engelstalig met twee Franstalige songs. Blijf je altijd tweetalig schrijven en zingen?
- Ja, dat denk ik wel. Ik vind het prettig om in beide talen te schrijven. De Engelse taal is uiteraard meer internationaal gericht. En mijn moedertaal is toch Frans… of meer Frenglish, een macaronische mix van het Frans en Engels. Maar ik kan met beide talen goed uit de voeten.

Je laatste plaat heeft ook duidelijk een ander geluid dan die eerste twee. Is dat volwassenheid?
- Wellicht. Behalve artiest ben ik ook een groot muziekliefhebber die zoveel mogelijk probeert te ontdekken. Dat album kwam tot stand na een roadtrip van twee maanden door de VS. Op een ontdekkingstocht door Nashville, Lafayette, New Orleans, Austin, Asheville en New York heb ik zóveel nieuwe dingen gehoord! Dat heeft ongetwijfeld ook invloed gehad op mijn schrijfstijl en manier van musiceren. In Blackpot Camp in Eunice, Louisiana verwierf ik nieuwe vaardigheden om mijn gitaar- en banjo-technieken te verfijnen. Ik heb in workshops Cajun-muziek leren spelen - wie had dat gedacht?! Zoals Appalachian old time banjo, clawhammer style en flatpicking bluegrass, three-finger style.

Stoort het je als - met een nummer zoals ‘You Look Like Trouble (But I Guess I Do Too) - er een vergelijking wordt gemaakt met Mumford & Sons? (’Little Lion Man’)
- Oh ja, doen mensen dat? Grappig. Nou, als men Mumford & Sons goed vindt is dat natuurlijk een compliment voor mij. En zo niet, dan niet. Hahaha.

Was de titelsong ‘Highways, Heartaches en Time Well Wasted’ (2014) geïnspireerd door de soundtrack van Ennio Morricone’s ‘Once Upon a Time in the West’?
- Zeker. Ik ben dol op de sfeer van spaghettiwesterns en die soundtracks. Maar ook fraaie Hawaiiaanse muziek hoor ik graag. Mijn albums kan je ook beluisteren als een verzameling roadsongs geïnspireerd door belevenissen en de mensen die ik tijdens mijn reizen ontmoet heb.

De track ‘Why Does It Feel So Lonely (When You Are Around)?’ bevat zelfs een orkestarrangement …
- ‘Haha, that’s our little splurge,’… lekker over de top. We wilde eens luxe doen en huurden een strijkkwartet in voor 20 seconden, haha.

Waarom koos je ‘Ace Of Spades’ van Motörhead als coversong?
- Met deze band speel ik al ruim zeven jaar samen en het zijn allemaal metalheads van oorsprong, haha. Wij zien er misschien braaf uit maar in de tourbus gaan we hélemaal los op Metallica, Megadeth en Motörhead! Dus er móest gewoon een metal-song op de setlist komen te staan; ‘to play the shit out of our lives! Whaha.’

Is dat te doen als enige vrouw in de band? En stel de mannen eens voor?
- Tuurlijk! ‘It’s one crazy bunch of dudes, but they are all sweethearts.’ Maar om een onduidelijke reden zijn ze ineens allemaal behaard, haha. De bandleden zijn gitarist Mico Roy - met snor, hij speelde met het New Brunswick indie folk trio Les Hay Babies. Bassist Benoit Morier - met snor, speelt ook gitaar en is thuis in zowel rock-, folk- als bluesmuziek. En drummer Maxime Gosselin - met snor én baard, nam een EP op met de psychedelische indie rockband Passwords.

Hoe belangrijk is humor in je songs?
- Erg belangrijk! Want humor kan een manier zijn om serieuze zaken te communiceren. Schrijven is voor mij een soort van therapie - zoals dat voor de meeste schrijvers geldt, denk ik. Ik schrijf hoofdzakelijk herkenbare liefdesliedjes en break-up songs die twijfels en persoonlijke drama’tjes bevatten. In songs met meer beladenheid zoek ik altijd wel naar die ‘little twist’ van depressief naar een beetje meer luchtigheid. Ik wil ook niet als een jankerd overkomen, begrijp je wel?

Hoe vertaal je dat naar je podiumpresentatie?
- Dat vertaal ik niet naar een performance. Mijn optreden ís zoals ik ben. Natuurlijk, omdat je een instrument om hebt hangen, anders gekleed- en gefocust bent, lijkt je in eerste instantie misschien een personage. Maar het karakter zelf is écht Lisa LeBlanc. En haar optredens zijn altijd oprecht en energiek. Met namen de soul en rhythm-and-blues zanger Charles Bradley heeft mij daarin geïnspireerd. Zoals hij weer werd geïnspireerd door James Brown, en iemand anders weer door Mick Jagger wordt beïnvloed. Een goede vriendin van mij deed met haar band de openingsact voor de Rolling Stones in Quebec. Backstage zag ze een ouwe-mannen-club. Maar eenmaal on-stage ging het dak eraf! Dat kan na al die jaren alleen maar de kracht van oprechtheid zijn.

Tot slot Lisa, wat kunnen we op korte termijn nog van je verwachten?
- Nou, niet veel nieuws eigenlijk. We maken de tour af in 2018 en ik heb besloten om in 2019 een sabbatical te nemen na acht jaar non-stop reizen en optreden. Voorlopig éven geen studio of tour. Nee, ik zal zeker geen huisvrouw of thuisblijfmoeder worden. ‘I will get restless.’ Ik zou graag eens de artistieke leiding van een muziekgezelschap willen doen. Of een authentieke Cajun-band starten. In elk geval blijf ik lekker met muziek bezig. Want een carrière als artieste staat voor mij gelijk aan een levenslange muzikale ontdekkingstocht. Dat klinkt misschien vreemd met een ’sabbatical leave’ in het verschiet, maar het is wel noodzakelijk om creatief te blijven.

Holland International Blues Festival 2018

Geplaatst op 11 June 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Lees hier het TBA? verslag: Window On The Future @ Holland International Blues Festival 2018 – Dag 2 met foto’s door: José Gallois - The Blues Alone?


Johan Derksen


Tommy Castro & the Painkillers


Marcus King Band


Laurence Jones w/ special guest Erwin Java


Joanne Shaw Taylor


Joe Bonamassa

Lees hier het verslag van dag1 met o.a. Jeff Beck

Ribs & Blues Festival – ma. 21 mei 2018

Geplaatst op 28 May 2018 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

RIBS & BLUES & MORE LOVE – Dag 3

Mede door het mooie weer leek de Summer of Love & Peace te herleven op de 22e editie van Ribs & Blues in Raalte. Veel bezoekers en artiesten waren luchtig gekleed en in een relaxte festival mood. In muzikaal opzicht droegen zowel de artiesten als de DJ’s die de pauzemuziek draaiden een zomers roots- en retro-steentje bij. (Her)beleef zondag 20 mei 2018 mee in ons fotoverslag door: José Gallois (fotografie). De teksten zijn van Nicolette Johns en van Giel van der Hoeven.

De dames van THE BLUEBIRDS, Elske DeWall, Krystl en Rachèl Louise hebben ieder afzonderlijk hun weg bewandeld in de Nederlandse muziekscene. De drie Hollandse schonen besloten hun krachten te bundelen toen ze elkaars liefde voor Americana muziek ontdekten. De set begint met een krachtige North Mississippi Hill sound van lead-gitarist Ocker Gevaerts. De dames doen beurt om beurt vocaal een duit in het zakje en spelen alledrie de akoestisch gitaar maar Rachèl Louise bespeelt ook nog eens de toetsen vandaag. We horen achtereenvolgens een eerbetoon aan The Judds met ‘Why Not Me’, hun eigen geschreven single ‘Famous’ en Rachèl Louise zingt samen met haar broer Colin Lee die achter de drumm zit ‘Islands In The Stream’ wat ooit door Kenny Rogers en Dolly Parton werd vertolkt. De gitaarpartij van de nieuwe single ‘Loose Cannon’ brengt me even terug naar de intro’s die we kennen van Johnny Cash maar de country versie van Beyoncé’s ‘All The Single Ladies’ is de knaller van het optreden. [NJ]

In 2012 trad de Britse rockgitarist Alvin Lee (1944-2013) ter promotie van zijn laatste studioalbum ‘Still On The Road To Freedom’ op de Ribs & Blues Mainstage op. Het bleek zijn laatste liveshow te worden want op 6 maart 2013 overleed de gitaarlegende in Spanje. De live-opnames zijn later in 2013 overigens nog wel op CD uitgebracht als: “Alvin Lee – The Last Show.” Als begeleiders waren er toen geen TEN YEARS AFTER leden bij aanwezig. Toch vonden drummer Ric Lee en toetsenist Chick Churchill het nodig om TYA vanwege het 50-jarig bestaan nieuw leven in te blazen. Als bassist werd icoon Colin Hodgkinson gevraagd omdat Leo Lyons inmiddels een eigen band had (en de originele TYA-heren samen liever niet meer door één deur gaan). Hodgkinson begon in de jaren ‘60 al bij de Alexis Korner Band te bassen en deed dat vervolgens met ontelbare blues- en rock- grootheden. Tweevoudig British Blues Award winnaar Marcus Bonfanti stond als groot TYA-fan te popelen om ook mee te mogen doen en hoefde dus niet lang na te denken. Met het “50th Anniversary” album en de live plaat “The Name Remains The Same” als wapenfeiten konden de zalen en festivals weer bestormd worden. Want alleen de naam al en het bijpassend repertoire doet wonderen voor zo’n legendarische band.

Het grootste verschil met vroeger was natuurlijk het gemis van Alvin Lee. Zijn vingervlugge gitaarlicks en herkenbare stemgeluid blijven uniek. Maar chapeau voor Bonfanti die de meester geenszins trachtte te kopiëren. Hij speelde niet zoals Lee op een ‘Big Red’ Gibson maar gebruikte zijn vertrouwde bruine 1974 Gibson SG. Ook leunde deze TYA18 line-up niet louter op klassiekers. Onbekender werk en nieuw materiaal kwam ruimschoots aan bod (o.a. Land Of Vandals, Silverstone Lady, Last Night Of The Bottle, Losing The Dogs). En wederom was op deze broeierige 2e pinksterdag de ‘love & peace vibe’ helemaal aanwezig. “Stop the war!” brulde Bonfanti in I’d Love To Change The World; het V-teken met wijs- en middelvinger makend hooggeheven. One Of These Days (Bonfanti op de bluesharp), Hear Me Calling (incl. keyboard-solo door Chuck), Love Like A Man (“You roly-poly / All over town…”), I Say Yeah en Good Morning, Little Schoolgirl (Sonny Boy Williamson cover) waren de expliciete momenten van herkenning. Bassist Colin mocht samen met Marcus zijn ding doen in een instrumentale jam. Tot slot werd TYA’s allergrootste hit I’m Going Home enigszins slordig in de vijfde versnelling afgewerkt. Geen toegift, zoals Alvin Lee dat destijds met Rip It Up, als allerlaatste song op dit podium ooit, wél mocht doen. Maar met deze band leeft de live Le(e)gende weer voort. [GvdH]

De volgende act die ik ga bekijken op het Delta stage zijn BARRENCE WHITFIELD & The Savages. Barry White zoals Barrence écht heet komt uit New Jersey en is geschoold zoals zo vele Afro-Amerikanen in kerk. Na vele jaren te hebben opgetreden kreeg hij een platencontract bij Bloodshot Records en nam Soul Flowers Of Titan in 2018 op. Van dat album is ook de opener ‘Can’t You See What You’re Doing To Me’ waarmee Whitfield en band de eerste rock ‘n roll blast van de dag de kleine tent in katapulteert. De set is retestrak mede door de fantastisch drummer die speelt met ‘n zwarte en ‘n blanke drumstick en bassist Phil Lenker. Het swingt, Whitfield is enthousiast dat hij voor het eerst in Nederland mag optreden en geeft z’n allesie. De solo op de Reverend gitaar met maar liefst 3 pick-ups dor Peter Greenberg tijdens ‘The Cornerman’ alweer een eigen nummer is van grote klasse. [NJ]

De eerste keer dat we Leif de Leeuw als tiener zagen optreden was in 2009, net nadat de Amersfoorter zijn eerste Sena Young Talent Guitar Award had gewonnen. Nou zijn we niet zo van ‘de prijzen’ omdat muziekuitingen geen wedstrijden zijn en voorkeur (smaak) altijd persoonlijk blijft. Maar deze aanmoedigingsprijs voor jong talent was destijds niet meer dan terecht. Negen jaar en velen optredens (en nóg meer prijzen) later mag geconstateerd worden dat de ambitieuze gitarist zijn duwtje in de rug meer dan waar heeft gemaakt. Ook lijkt hij met de LEIF DE LEEUW BAND na een muzikale ontdekkingstocht met zijpaden naar synfo, soul, funk en progrock, zijn draai en identiteit nu helemaal gevonden te hebben. In hun lage landen bluesrock Leifstijl werden ook steeds meer invloeden van Southern rock hoorbaar. Dat bleek hen voortreffelijk te passen als sleetse casual jeans. Dus keek er niemand vreemd op toen de band kortstondig met een Allman Brothers tribute ging toeren. Ook op het recente ‘Live In Concert’ album staat een song (Whipping Post) van die legendarische band en een Warren Haynes cover: Fire In The Kitchen. Het publiek in Raalte liet hun waardering met dankbaar applaus blijken voor deze (nog steeds jonge maar meer volwassen klinkende) groep. [GvdH]

TIM KNOL kwam aanvankelijk niet in de Ribs & Blues line-up voor. Omdat Scott H. Biram door een gewijzigd tourschema afzegde, werd de West-Fries met zijn band alsnog geboekt. Ongewild(?) werd deze antiheld in 2010 als opkomend tieneridool gelanceerd. Het leverde hem veel radio airplay en o.a. optredens op Pinkpop en Lowlands op. Dat de inmiddels 27-jarige Knol al jaren een begenadigd liedjesschrijver is, was tóen al duidelijk. Maar sinds zijn samenwerking met Anne Soldaat (o.a. Daryll-Ann en Do-The-Undo) is hij muzikaal meer volwassen geworden. Ook zijn vriendschap met de Amerikaanse singer-songwriter en gitarist Kevn Kinney (Drivin’ N’ Cryin’) heeft hem goed gedaan. De mannen stonden ontspannen en goedgeluimd op de DeltaStage met Knol als onbetwiste bandleider en Anne Soldaat als bescheiden gitaarvirtuoos. De geboren Groninger mag zonder twijfel één van de beste huidige Nederlandse gitaristen genoemd worden. Die met zijn spel blijkbaar ook ongekende krachten losmaakt in medemuzikanten.

Dit uitte zich onder meer in een gierende Gibson battle die halverwege de show samen met Tim ten gehore werd gebracht. Eerder werd vooral de toon gezet met luisterliedjes van Knol zijn nieuwe album “Cut the Wire”, zoals de single Sweet Melodies. Ook z’n waardering voor de betere Americana singer-songwriters als Townes Van Zandt en Gram Parsons stak Knol niet onder stoelen of banken. Met One Hundred Years From Now van The Byrds als wonderschoon eerbetoon. Voor de trouwe fans mochten Shallow Water en Sam (“mijn grootste hit: nr. 39 in de top-40!”) niet achterwegen blijven. Een uitvoering van de goedbedoelde Drivin’ N’ Cryin’ meezinger Straight To Hell vond ik persoonlijk minder goed uit de verf komen. Al met al – mede dankzij een degelijke begeleidingsband – een soeverein Ribs & Blues debuut van de vrijgevochten Tim Knol. [GvdH]

RYAN MC GARVEY zie ik alweer voor de derde keer optreden waarvan het twee keer dit festival was waar hij voor de derde keer te gast is. McGarvey komt uit Albuquerque, New Mexico en heeft kilometers gemaakt in de blues-rock maar blijft een beetje een statische muzikant. Er is over het algemeen genomen weinig interactie met het publiek maar daar tegenover staat dat ik wél kan concluderen dat de gitarist veel groei heeft doorgemaakt. Zijn begeleiders zijn niet de minste, de bassist Camine Rojas speelde o.a. bij David Bowie, Tina Turner en Joe Bonamassa en de drummer Logan Miles Nix die voor het eerst deel uitmaakt van dit kollectief. De act van Ryan McGarvey is van een ietwat statische act in de loop der jaren geëvolueerd naar een bijzondere, onvergetelijke show! [NJ]

Een optreden van RONNIE BAKER BROOKS is niet alleen een feestje om bij te wonen, met zijn guitige kop is deze forse bluesman ook prettig om te bekijken. Als hij gitaarsolo’s speelt trekt hij er een gezicht bij alsof-ie de liefde aan het bedrijven is. Zijn toetsenist daarentegen heeft grimassen of hij continue gepijnigd wordt. Werkelijk prachtig die beleving op het podium. Met alweer ruim drie decennia aan ervaring kan de 50-jarige Amerikaan putten uit vier soloalbums met onvervalste Chicago-blues en Stax-soul. Waarvan “Times Have Changed” (2017) – zijn meest recente album na 10 jaar – werd geproduceerd door Steve Jordan. Mede aangespoord door Jordan besloot Brooks zijn zwarte Gibson gitaar cleaner te laten klinken à la Robert Cray. Hetgeen de old-school Memphis RBB live-sound nóg meer recht doet. “Toch nog échte blues op dit festival!” hoorde ik iemand achter mij enthousiast uitroepen. Ondanks dat alle acts in Raalte blues-gerelateerde muziek maakte, was er weinig tegen die uitspraak in te brengen.

Uiteraard werd zijn laatste album hier live gepromoot, maar ook blues-traditionals zijn Brooks junior niet vreemd. Want hij is de zoon van de legendarische bluesclubgitarist Lonnie “Guitar Junior” Brooks (1953- 2017). In zijn jeugd heeft hij veel oude bluesknakkers bij hun thuis over de vloer zien komen en gaan. Maar ‘ome’ John Lee Hooker gaf hij – evenals zijn vader – het grootste eerbetoon op de DeltaStage. Met een publieksparticipatie bij wijze van overhoring: ‘I Just Wanna Make… LOVE TO YOU!!’ Test geslaagd, missie voltooid… Raalte zit gelukkig nog vol met volleerde blues fans! [GvdH]

DOUWE BOB mag het licht op de Main Stage uitdoen op deze 2018 editie van Ribs & Blues en staat garant voor een hele horde vaste (vrouwelijke) fans. De Amsterdammer, die zo uit de Caribean lijkt te komen incluis gemillimeterde haarstijl én gouden hoektand, heeft een bliksemcarrière doorgemaakt en is niet wars van een side-step in de muziekscene. Zo trad hij solo op, met band maar ook samen met band én een 7-mans strijkorkest het Dutch String Collective waarmee hij gearrangeerde pop ten gehore bracht zoals nummers van Harry Nilsson, Glen Campbell – beiden een begrijpelijke keuze – maar ook mindere begrijpelijke keuzes zoals het werk van Dusty Springfield. Douwe Bob Posthuma – zo luidt zijn achternaam – is een fantastische vocalist/gitarist die in het land veelvuldig op de kleinere podia de Americana en country ten gehore brengen. Ook al is de gemiddelde blues-adept vrij laatdunkend over de optreden van Knol en Douwe Bob op dit 22e Ribs & Blues, ik kan me moeilijk los rukken. De adrenaline is vanaf het eerste nummer waarneembaar; die andrenaline boost hebben we nodig na zo’n warme dag en ik laaf me samen met de vele toeschouwers die tot het einde de Domineeskamp in Raalte en Ribs & Blues 2018 trouw blijven ook al zijn we moe en moeten de meesten straks weer de wekker zetten voor de werkweek. Zijn band huist professionele muzikanten die inmiddels gewend zijn aan de verbale capriolen die Douwe Bob uithaalt zoals Matthijs “Duif” van Duijvenbode op de piano die tevens het management runt van Douwe Bob. Een rock ‘n roller, een bluesman, een country- en Americana-man, Douwe Bob een afsluiter die weet wat een feestje bouwen is maar vooral een allround talent wat Nederland dient te koesteren. [NJ]