Archief voor de categorie 'Muziek'

21ste Ribs & Blues Festival te Raalte 05-06-17

Geplaatst op 15 June 2017 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Blues So Dirty You Can Smell It @ Ribs & Blues 2017 (Day 3)

Een sfeerverslag voor The Blues Alone? van het 21ste Ribs & Blues Festival te Raalte op 3, 4 en 5 juni 2017 door Giel van der Hoeven en Nicolette Johns met foto’s van Gerrie van Barneveld en José Gallois (klik hier voor zijn album).

Na die heerlijke afsluiter de avond ervoor op de R&B Mainstage en ons interview tot diep in de nacht met The Red Devils, gingen wij vanmorgen weer fris van de lever van ons hotel richting Raalte. ‘Jij bent nu toch in the mood voor vuige Chicago blues, dus versla jij de Giles Robson Band maar dan begin ik rustig aan met Matt Andersen’, zei Nicolette. Geen probleem, zompige harmonica blues kan ik elk uur van de dag horen.

Bovendien was het mijn eerste kennismaking met de Giles Robson Band sinds de voorman is gestopt met The Dirty Aces, en dat beviel uitstekend. Als je de man aanvankelijk zo over het podium ziet sjokken moet je nou niet gelijk denken aan een ras entertainer. Toch zal die je doen verbazen wanneer hij eenmaal loskomt. Want de Engelsman is echt een van de beste bluesharp-spelers van dit moment en het publiek vermaken kan je ook gerust aan hem overlaten. Met gitarist Filip Kozlowski, bassist Jeff Walker en drummer Darren Crome staat er een hecht team op het podium.

Matt Andersen brengt een mix van folk, soul maar ook blues. De sympathieke, imposante man heeft zijn plek in mijn hart allang weten zeker te stellen en opent met ‘In Time Of Trouble’ wat hij opdraagt aan een fan. De jonge dame naast mij veert op, is zij het die deze song heeft aangevraagd? We komen er niet achter want ik wil niet op mijn plekje op de eerste rij door een akoestische set heen praten. Toch knap dat je het lef hebt om in je eentje voor zo’n grote tent de menigte zó bij de strot kan grijpen met ‘The Gift Of Life’. Matt Andersen vertelt ons dat het zijn laatste optreden is van een hele week touren door Europa en vandaag is het een “good hairday” dus mogen we genieten van zijn exquise fingerpicking eind aan ‘Burning Flame’.

Robert Ellis heeft zonder twijfel zich in de mooiste outfit die ik tijdens dit festival heb kunnen spotten gehesen. Het pak wat de man draagt is voorzien van afbeeldingen van “the galaxy”, een ode aan het spacecenter van zijn hometown Houston Texas. Of staat het pak symbool voor wat deze 27 jarige nog wil veroveren?… the universe is yours Robert, zou ik de man willen zeggen want we zijn getuige van een rasechte liedjesschrijver van bijvoorbeeld ‘Perfect Stranger’, een mix tussen country, jazz en blues. Al jaren wordt Ellis bijgestaan door gitarist Kelly Doyle en de twee mannen met de Stetsons, bassist Geoffrey Muller en Tank op drums.

Tijdens deze Ribs & Blues editie werden er veel odes gebracht aan de onlangs overleden Gregg Allman. Terecht natuurlijk, want The Allman Brothers Band was een van de belangrijkere Southern rock- en bluesbands van de jaren zeventig. Ze zijn er zelf te bescheiden voor, maar eigenlijk kan hetzelfde worden gezegd van Barrelhouse: een van de belangrijkere bluesbands van de jaren zeventig in Nederland met een zeer goede live-reputatie. Met twee nummers van hun laatste CD Almost There, ‘Don’t Hold Your Breath’ en het instrumentale ‘Hoky Poky’ – een fraaie en geslaagde variatie op The Allman Bros ‘Jessica’ – herdacht ook Barrelhouse op schitterende wijze Gregg Allman. Waarin de broers Guus en Johnny Laporte in de beste Allman traditie een twin lead slidegitaarsolo gaven met een hoog kippenvel gehalte.

Daar waren ze weer! Ook bijna kinderen aan huis in Raalte, de kwajongens van The Grand East uit Overijssel. Ongetwijfeld de beste psychedelische jammband van Nederland. Sinds het label Goomah hun boekingen doet en er ervoor zorgde dat ze hun eerste echt plaat ‘Movano Camerata’ konden uitbrengen, gaat het er een stuk professioneler aan toe bij de jonge honden. Hun thuisbasis is inmiddels Utrecht waar ze aan de Oudegracht de studio van DeWolff mogen gebruiken voor repetities. Want ondanks dat de boys gepokt en gemazeld zijn op de planken van rokerige kroegen en donkere clubs kan een steady thuisbasis geen kwaad. Maar je kunt Twents vee ophokken waar je wilt, eenmaal losgelaten slaan ze weer ouderwets op hol. Veel volume, veel spotlights, veel rook, maar vooral dus veel energie op de Delta Stage.

Michelle David zingt soul, R & B fantastisch geblend met Gospel, maar zingen is voor deze kleine, grote dame een understatement. Wàt kan deze dochter van de soul zingen zeg, maar niet alleen haar stem is prettig om naar te luisteren ook kijken naar David, die oorspronkelijk uit New York komt en alweer een kleine 15 jaar Nederland haar thuis noemt, is een plezier. Ze is uitgelaten, dartel en blijmoedig wat eigenlijk allemaal hetzelfde is. Michelle is vooral overrompelend! Niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat deze kleine donderstraal in vele grote musicals heeft gestaan én dat de dame de backing-vocals voor Diana Ross verzorgde.

Sari Schorr uit New York is een goedlachse dame op het podium. Innes Sibun is de gitarist van haar huidige begeleidingsband The Engine Room en hij trad eerder onder meer op met Robert Plant. Om deze kanjer samen met bassist Kevin Jefferies (o.a. Jeff Beck) die op Ribs & Blues vervangen werd door Ian Jennings, keyboardspeler Anders Olinder (o.a. Glenn Hughes) en drummer Kevin O’Rourke in je band te hebben, is ook een reden tot lachen. Eigenlijk is Sari meer te plaatsen in het mainstream rock genre. Maar ze is vooral live zo veelzijdig dat je haar om het even op elk podium kan neerzetten. ‘A powerhouse vocalist’ zoals Walter Trout haar die avond noemde en waarmee zij dan weer een nummertje mee mocht zingen op de Mainstage. Want tijdens het Ribs & Blues festival zijn we allemaal vrienden en vriendinnen van elkaar. Zoals dat hoort.

Deze keer zet Walter Trout niet zijn zoon in de spotlights maar gelijk in 2015 zijn trouwe tourmanager Andrew Elt, de man speelt ook een behoorlijke partij op de gitaar kunt u van mij aannemen. Als Trout ‘The Love We Once Had’ aan zijn vrouw Marie opdraagt breekt de grote, stoere man, hij houdt het letterlijk niet meer droog… de tranen krijgen de vrije loop. Niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat zij aan zijn zijde bleef toen hij alles opnieuw moest leren zoals lopen en de kleine motoriek weer leren te gebruiken. Een mooie verrassing valt het publiek ten deel als de laatste act van het Delta Stage, Sari Schorr ook nog een nummer mee komt zingen. Met ‘Going Down’ komt er een einde aan een enerverend, divers maar vooral heel fijn weekend vol vuige, smerige Blues afgewisseld met Americana, Britpop en Gospel.


[lees hier uitgebreide verslagen door Giel & Nicolette via TBA?]

21ste Ribs & Blues Festival te Raalte 04-06-17

Geplaatst op 13 June 2017 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Blues So Dirty You Can Smell It @ Ribs & Blues 2017 (Day 2)

Een sfeerverslag voor The Blues Alone? van het 21ste Ribs & Blues Festival te Raalte op 3, 4 en 5 juni 2017 door Giel van der Hoeven en Nicolette Johns met foto’s van Gerrie van Barneveld en José Gallois (klik hier voor zijn album).

Om kwart over een op de eerste Pinsterdag is het showtime voor de roots en bluesfans, de vaste en de nieuwe bezoekers van Ribs & Blues. Er wordt op het grote podium afgetrapt met een combinatie van roots, country, americana en bluegrass. Even wennen maar deze delegatie van TBA? gaan er met een open vizier in.

Brian ‘Nugget’ Gorby van de Hackensaw Boys op een vreemd ogend ritme instrument, hij heeft zijn instrument ‘Charismo’ genoemd, een verzameling blikjes, gekrulde stukken ijzer en wat geribbeld ijzer die wellicht van een washboard afkomstig zijn en twee wieldoppen voor de buik. Overigens is het meest recente album van de Hackensaw Boys vernoemd naar dit vreemsoortige instrument.

Het geheim van de Detonics? Een goed opgebouwde setlist met eigen en originele tribute-songs (van o.a. Memphis Slim, Johnny Otis, Little Richard, Muddy Waters, Goree Carter) en veel variatie in grooves en in solo’s. Met vooral gitarist Jeremy Aussems, de Gelderse toetsenist Raimond de Nijs op de Hammond en piano en zanger/bluesharpist Kars van Nus als blikvangers. De same old story in een fris overhemd.

Ruben Hoeke is een begenadigd gitarist en een bevlogen jongen die altijd bezig is om zichzelf en het bandgeluid van de Ruben Hoeke Band (RHB) te ontwikkelen. Iets wat veel Nederlandse ‘bluesbandjes’ nalaten om te doen doet hij voortdurend: werken aan een internationale sound met een eigen identiteit. De feelgood bluesrock van de RHB wordt daarom door zowel blues- als rockliefhebbers gewaardeerd. Desalniettemin was het openingsnummer van het concert (én van het laatste album) het aloude ‘That’s The Boogie’, een up-tempo rockversie van z’n pa Rob Hoeke’s Rythm & Blues Group [een TBA?-interview met Rob Hoek volgt later dit jaar].

Darlyn is een Nederlandse, jonge band die Americana en Bluegrass combineren met invloeden van Crosby, Stills & Nash en Fleetwood Mac. De band bestaat uit niet minder dan zes man eigenlijk vier mannen en twee dames. We zien twee lieftallige, mooie blondines het podium opkomen waarvan een, Nadine Dekker, haar positie bij de percussie inneemt maar later zien we dat zij ook nog de viool ter hand neemt. De zangeres, Diwa Meijman, doet mij aan andere tijden denken want zij heeft het frêle van Stevie Nicks.

Haar meest recente album, ‘People We Become’, is o.m. in de UK met open armen onthaald en mag veel goede recensies in ontvangst nemen. Natuurlijk zingt zij nummers van dit jongste album maar de grote verrassing komt als Jo Harman ‘Papa Was A Rolling Stone’ van de Temptations geheel naar haar hand zet. Wàt een lef om dit nummer een eigen draai te geven, uitmuntend! Jo Harman pakt keer op keer haar moment met mooie uithalen en volgens mijn buurman is het ook zo fijn dat men zo aandachtig naar haar luistert… not! Zo ontzettend zonde om deze gedegen set niet op waarde te waarderen.

We waren verheugd dat er maar liefst zeven nummers van de laatste plaat ‘Bedlam!’ gespeeld werden. Nog even voor de duidelijkheid: T-99 is T-99 en speelt verschillende stijlen naast en door elkaar: rock-‘n-roll, blues, country, rhythm & blues, soul, rockabilly, surfrock, punkrock, trashcan-boogie, psychedelische woestijnrock… whatever, maar altijd ‘in your face!’ Want het klinkt steeds weer als T-99, al 18 jaar lang. Al heeft die sound zich onder leiding van perfectionist Mischa den Haring wel steeds doorontwikkeld.

De naamgever van deze band Davina & The Vagabonds, Davina Somers komt uit Minnesota US en de volslanke, met tattoos beschilderde vocaliste achter de electrische piano ziet zich omringd door vier heren waarvan er twee de blazers-sectie vormen. De dame boekt over de hele wereld successen en heeft inmiddels met de promotie van haar derde album ‘Sunshine’ heel wat internationale podia beklommen waar het optreden in Jools Holland’s Later haar geen windeieren heeft gelegd.

Maar weinig ‘toevallige’ bezoekers zullen vóór hun bezoek aan Ribs & Blues van Jack Broadbent (in de wandelgangen ludiek “Sjaak Breedband” genoemd) gehoord hebben. Toch heeft de Britse slidegitarist en -zanger alweer vier soloalbums op zijn naam staan en hij heeft ook al heel veel internationale live-ervaring opgedaan. Happy Jack is ook slim genoeg om veel catchy covers in zijn setlijst repertoire te verweven. Met ‘On The Road Again’ van Canned Heat en ‘The Wind Cries Mary’ van Jimi Hendrix weet hij de blues puristen voor zich te winnen. Millionsellers als ‘Black Magic Woman’ en de singalong ‘Hit the Road Jack’ veroorzaken ook in deze tent bijna Beach Boys-taferelen bij de al dan niet beschonken passanten.

Drie van de DVL bandleden komen uit The Hoax en Dave Doherty werkte met Jon Amor samen in de Jon Amor Blues Group. Hoewel ze afgelopen najaar al eerder door de Nederlandse zalen trokken met het repertoire van Lester Butler en zijn Rode duivels brengt DVL hier in Raalte een ander repertoire omdat vandaag ook de dag is van ‘the return of the Red Devils’ op het Raaltese podium. De sympatieke Guy Forsyth kan waar ook in de Low Lands van Nederland en België rekenen op een vaste schare fans, hier in Raalte is het niet anders.

Deze act die zich aan de bezoekers van Ribs & Blues zal gaan voorstellen stond al eerder op een Nederlands podium, zo trad hij vorig jaar op tijdens Breda Barst en in Zwolle tijdens Let’s Get Lost festival, dit jaar verscheen hij op Paaspop maar we hebben nog niet het genoegen gehad deze Louis Berry uit Liverpool te mogen aanschouwen en beluisteren. De man schijnt een mix te brengen van pop meets blues… Na een kleine vertraging ten gevolge van een technisch probleem is het om twintig minuten voor negen tijd om het eerste nummer de tent in te knallen. Wat dat doet de band, knallen! Devil Run is een kruising tussen Britpop en blues wat o.a. mede door de achtergrond zangeressen lekker fris klinkt.

Het gebeurt niet vaak dat een band in hetzelfde weekend zowel op Ribs & Blues en op Pinkpop staat. Dit zegt wel voldoende over de groei die My Baby de afgelopen twee jaar heeft doorgemaakt. Blues ontmoet Dance met ongebreidelde voodoo invloeden, het leek op vloeken in de kerk. Maar in het geval van deze verkondigers pakte het dus verrassend goed uit. In een psychedelische mix komt het beste uit die twee traditionele muziekstijlen samen. Waarover zangeres Cato haar bezwerende bijna transcendente vocalen en kreetjes als een zijden sjaal drapeert. En sinds de release van ‘Prehistoric Rhythm’ (2017) lijkt ook My Baby’s visuele marketingplaatje (vooral belangrijk in de dancescene) internationaal levensvatbaar te zijn.

Een reünie zomertour met de originele Red Devils bandleden zou dan eindelijk plaats gaan vinden. Oprichter en drummer Bill Bateman, bassist Jonny Ray Bartel en gitarist Paul ‘The Kid’ Size kwamen aangevuld met de ooit tijdelijke gitarist Mike Flanigin (o.a. ook Jimmie Vaughan en de Billy Gibbons Band) weer bij elkaar. Geen klein bericht voor Pieter ‘Big Pete’ van der Pluijm om even voor een tourtje in legende Lester Butler zijn schoenen te gaan staan. Maar de boomlange Hoekenees heeft in zijn eigen indrukwekkende carrière wel voor hetere vuren gestaan. Hij kweet zich in Raalte meer dan fantastisch van zijn taak. De stoom van opwinding kwam figuurlijk bij de bandleden uit de oren. Ook al lieten met name de cool guys Bateman, Bartel en Flanigin dat op het podium natuurlijk niet merken. Alle bandleden waren in topvorm met Paul Size voorop. Wat laat die kerel zijn gitaar nog steeds verduiveld lekker scheuren zeg! De Devils zelf verklaarden na afloop ‘the King King vibe’ weer helemaal terug te hebben, een geweldig compliment natuurlijk! [een uitgebreid interview met The Red Devils is binnenkort hier en bij TBA? te lezen].

[lees uitgebreide verslagen via online magazine TBA?]

21ste Ribs & Blues Festival te Raalte 03-06-17

Geplaatst op 13 June 2017 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Ribs & Beach @ Saturday’s Ribs & Blues 2017 (Day 1)

Een sfeerverslag voor The Blues Alone? van het 21ste Ribs & Blues Festival te Raalte op 3, 4 en 5 juni 2017 door Giel van der Hoeven en Nicolette Johns met foto’s van Gerrie van Barneveld en José Gallois (klik hier voor zijn album).

De Ribs & Blues-zaterdag had niet veel met blues- en rootsmuziek van doen. Door de zomerse temperatuur, de geur van gegrild vlees en het optreden van de legendarische Beach Boys, inclusief metershoge palmbomen voor het podium en zonnige beelden van surfende meisjes op het immense led-scherm, was er eerder sprake van een Ribs en Beach-avond. The Beach Boys, zegt u? Jazeker. Programmeur Frank Satink kon deze uitdaging niet aan zich voorbij laten gaan toen hem die kans geboden werd: “toch een band met de statuur van The Beatles en The Rolling Stones, iedereen kent ze”.

Meestergitarist Erwin Java van King Of The World, doet vermoeden dat de zes snaren niets liever willen dan door hem geliefkoosd en soms gegeseld te worden, zij buigen gedwee onder zijn vingers. Een soort Histoire d’Ô van gitarist en gitaar zeg maar…

Bertus Borgers is er ook weer om ons verblijden met een vette sax-solo in ‘Holy Holy Life’. Daarmee is er toch écht een einde gekomen aan de zeer goede set van de Golden Earring wat een aaneenschakeling van de vele hits bleek. “Knock Yourselves Out” zijn de woorden waarmee Barry Hay afscheid neemt van zijn publiek.

Het publiek in Raalte – van opa tot kleinkind – smulden van de Beach Boys en zongen zo’n beetje alle refreintjes luidkeels mee. Van ‘Surfin’ uit 1961 tot ‘Kokomo’ uit 1989, stuk voor stuk passeerden ze de revue. Verbazingwekkend hoeveel van die zonnige popdeuntjes zich kennelijk ongemerkt in de geheugens van muziekliefhebbers hebben genesteld. Of je nou fan van ze was of niet.

Ondertussen horen we Bowie’s ‘Let’s Dance’ maar het zijn niet alleen gouwe ouwe die deze Edwin Evers Band speelt, ook Bruno Mars’ ‘Too Hot’ staat op de set-list. Voor de oudere jongere in de tent komt Toto voorbij maar ook U2’s ‘One’ waar ik eerlijkheidshalve toch wel moet bekennen dat Maxine de boel leidt én redt! Inmiddels zie ik Ferry van Leeuwen ook nog Crowded House op de akoestische gitaar spelen.

[lees uitgebreide verslagen via online magazine TBA?]

Holland International Blues festival 2017

Geplaatst op 11 June 2017 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail


[vintage Grollo compilation - “Bluesbrother, Can You Spare a Dime?"]


[de voorzit op het ‘Besloten Partij’ terras bij Café Hofsteenge]


[met de banden vol met wind naar bluestown Grolloo]

Holland International Blues festival 2017

Brother Dege: creativiteit als religie [interview]

Geplaatst op 4 January 2017 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: Brother Dege
tekst & filmpje: Giel van der Hoeven
foto’s: José Galloise © The Blues Alone?
locatie: Ribs & Blues Festival 2016 in Raalte
datum: maandag 16 mei 2016

Dege Legg (spreek uit: “deejdz”) is ruim veertig jaar geleden geboren en getogen in Lafayette, Louisiana. Zijn ouders zijn van Cajun-Franse, Ierse en Indiaanse afkomst. Maar de artiest Brother Dege zou net zo goed een liefdesbaby van Son House en Patti Smith kunnen zijn. Hij noemt zichzelf één van de best bewaarde geheimen uit het Diepe Zuiden; een muzikant, schrijver en werkman. Bewapend met zijn resonator gitaar, rasperige strot, scherpe teksten en een gedienstige band gaat hij zijn persoonlijke strijd aan met de wereld, die hij soms best wel begrijpt maar de wereld snapt hém niet. Dat doet hij te vuur en te zwaard, zo nodig. Zijn recente album ‘How To Kill A Horse’ is een aanwinst in het… tja, in welk genre eigenlijk? Hij kwam er zelf ook niet helemaal uit tijdens ons interview. Dat aanvankelijk nogal wazig verliep omdat de farout dude nog bij moest komen van zijn intensieve optreden. Maar na een versnapering en een stevige niesbui (“Sorry… maar er hangt iets in lucht hier in Nederland”) kwam de redenaar in hem los. Soms werd zijn enthousiasme zo groot dat hij de vraag al onderbrak voordat die gesteld was. Het antwoord volgde dan soms met gesloten ogen, om beter na te kunnen denken: “composing my thoughts because my mind jumps around”. Het werd een onderhoudend gesprek met deze markante maar interessante kerel. Zoals we in het concertverslag al aangaven: He’s a crazy motherfucker, but harmless and peaceful like Jezus.

Hallo Dege, waarom zouden de mensen naar een Brother Dege liveshow moeten komen?
Waarom? Omdat het ondanks de soms donkere maar zeker niet depressieve muziek een gewaarwording is. Een transcendente spirituele ervaring waarbij iedere dag gevierd mag worden. Althans, zo ervaar ik het zelf in deze tour door de UK, Ierland en Nederland. “We’ve been hitting it hard” en het bevalt ons prima. Nu ben ik 13 dagen vrij en eind mei touren we weer verder.

Jullie spelen Psyouthern roots music; een post-Americana stijl van Delta Blues met invloeden uit roots- en rockmuziek. Wat maakt dit genre uniek?
Yeah, uhh… ik zou het zelf beschrijven als: Thinking Man Southern Rock. De Pink Floyd’s in de jaren ‘60 maakte meer Psychedelische Spacerock vanuit de innerlijke geest. Ik maak muziek vanuit surrealistische psychedelische ervaringen opgedaan in het Zuiden van de VS, beïnvloed door weidse landerijen, koeien, slangen en ongedierte. “Where the universe is spinning around you on a trip.”

Hoe was het om op te groeien in Lafayette, Louisiana, werd je er al jong beïnvloed door de traditionele muziek uit die streek?
Daar opgroeien was cool. Maar ik was een buitenstaander als tiener en luisterde naar punkmuziek en heavy metal. In een omgeving van cajun-, zydeco- en folkmuziek. Het deed mij toen totaal niets! Ik wilde herrie horen: Black Flag en Black Sabbath. Later realiseer je wel dat de traditionele stijlen als een natuurlijk bestandsdeel in je genen zitten. Dat hoor je nu terug in mijn huidige songs. Zoals, laat ik zeggen, een Poolse muzikant altijd de polka in zich zal hebben.

Je gitaarspel herinnert me soms aan Ry Cooder…
“I love Ry Cooder!” In mijn jeugd zag ik de roadmovie Paris, Texas van de Duitse filmregisseur Wim Wenders. De film was oké maar vooral de soundtrack greep me aan. Dat was de eerste keer dat ik een akoestische slideguitar hoorde, zo mooi! Cooder’s atmosferische gitaarspel is onevenaarbaar. Oh, wist je trouwens dat een van de beste slidegitaristen ter wereld in Lafayette woont? Sonny Landreth, “the King of Slydeco”. Die kerel is ook zó virtuoos. Ondanks dat ik ook slide speel heb geprobeerd om vooral niét in zijn voetsporen te treden, dat is onmogelijk.

Een andere gitaarvirtuoos Joe Bonamassa was onder de indruk van je liveoptredens…
Oh ja? Te gek! Ik heb hem nooit ontmoet maar weet wel dat hij een jaar of wat geleden een van mijn albums leuk vond. Maar plaats mij niet in die categorie van die topgitaristen hoor. Ik ben een singer-songwriter van liedjes waarin ik beelden probeer te creëren. En ik gebruik daarbij een (slide)gitaar als instrument, een tool.

Je speelt ook dobro en poseert ermee op de albumhoes van ‘Folk Songs of the American Longhair’ uit 2012. Heeft dit instrument een speciale betekenis voor je?
Yeah, ik hou van dat instrument. Toen ik voor het eerst een resonator hubcap gitaar zag was ik direct onder de indruk van dat instrument. En toen ik het geluid ervan hoorde was ik helemaal verkocht. Wauw! Dat klonk zó gaaf en zó anders. Vervolgens heb ik er ook eentje aangeschaft en ben ik Delta Blues en oude bluesmuziek gaan luisteren; John Lee Hooker, Blind Willie Johnson, Robert Johnson. Mijn dobro is gemodificeerd met twee Pick-upsets, zodat ik er ook soloshows mee kan doen. Maar ik behandel het niet als mijn baby hoor… nee joh, ik ga er juist lekker op tekeer! Zoals Bukka White dat deed: “I play it rough - I stomp ‘em - I don’t peddle ‘em.”

In je roadmovie ‘Set It Off: Brother Dege & The Brethren’ speel je letterlijk met vuur. Waarom ben je zo geobsedeerd door vuur?
Haha, die film is voornamelijk met smartphones opgenomen toen we in de zomer van 2014 door de VS en Europa tourden. Soms bevestig ik vuurwerk op de body van mijn dobro en houdt die dan vuurspuwend boven m’n hoofd. Ik ben geen pyromaan of zo maar vindt het soms gewoon leuk om dingen in de fik te steken. Bluespuristen vinden dat maar niks, “het is geen KISS-concert, dude!”, zeggen ze dan. Omdat het hier op Ribs and Blues een optreden bij daglicht was heb ik het maar niet gedaan, daar was de podiumverhuurder wel blij mee vermoed ik, haha. Je mag het publiek gerust een beetje afzeiken om ze te inspireren hoor. Over zo’n act is niet bewust nagedacht maar zie het als een ritueel. Offeren aan de scheppingskracht en het aanbidden van de creatieve gaven: “giving it back to the people, to the gods".

Heeft de Tarantino-film Django Unchained je meer roem gebracht?
Quentin Tarantino is één van de beste filmregisseurs aller tijden. De mensen associëren hem niet voor niets met: “outside the box thinkin’ and great music”. Als zo’n grootheid dan persoonlijk mijn song ‘Too Old to Die Young’ uitkiest voor zijn film ‘Django Unchained’ is dat natuurlijk een eer van jewelste! Zeker tussen artiesten als James Brown en Ennio Morricone. Natuurlijk heb ik daardoor meer naamsbekendheid gekregen maar hey, dat maakt je nog geen rockster of zo hoor. Er is zoveel gaande in de muziekindustrie, goede muziek maar ook veel troep helaas. En alles moet gepromoot worden. Ik heb geen geldschieters en zelfs geen manager, bij mij is alles ruw en ongedwongen. Voor de officiële ‘Too Old to Die Young’ videoclip had ik een paar oude vrienden uitgenodigd en de getto motelkamer afgehuurd waar ik een tijdje gewoond had toen ik nog arm was, haha.

Je bent ook liefhebber van beeldende kunst, Vincent van Gogh en Pablo Picasso zijn je favoriete kunstschilders. Schilder je zelf ook?
Nee, ik ben zelf een afschuwelijk slechte visuele kunstenaar! Maar wel een groot bewonderaar van de schilderkunst. Ik waardeer het zeer en zowel het werk als de levens van Van Gogh en Picasso hebben invloed gehad op mijn songs. Ik ben hier laatst nog in het Kröller-Müller Museum in Otterlo geweest bij een Van Gogh expositie, indrukwekkend. En de schilderijen van Picasso spreken zelfs mensen aan die niets om kunst geven, zo magisch zijn die.

Kun je zeggen dat je loopbaan ook kan worden ingedeeld in verschillende stijlperioden, zoals bij Picasso?
Ja, dat is misschien wel een mooie vergelijking. In omgekeerde volgorde dan wellicht: abstract, surrealistisch, klassiek… als het een goede song is hoor je dat direct, dat komt overeen met schilderkunst. Maar dat wil nog niet zeggen dat het ook een klassieker is. Ik weet niet of mijn songs ooit als kunst worden ervaren en aanvaard. Dat konden Jimi Hendrix en Bob Marley 40, 50 jaar geleden ook niet bevroeden. Ik wil het ook niet weten want ik hou juist van ‘het onbekende’.

Het is pas een goede song wanneer het akoestisch op één gitaar gespeeld aanspreekt?
In feite wel ja, of hooguit met twee instrumenten, zoals bijvoorbeeld een mondharmonica erbij. Woody Guthrie en Bob Dylan deden niet anders. En hun stemmen waren niet uitzonderlijk goed, evenals hun gitaarspel (van mij ook niet trouwens) maar het klonk wel ongelooflijk magisch. Zoals een wiskundige vergelijking, vaak niet te verklaren. Ik componeer eigenlijk ook altijd alleen op m’n akoestische gitaar of met de dobro. Piano speel ik nauwelijks en de elektrische gitaar vind ik er minder geschikt voor.

Zo heb je inmiddels negen albums gemaakt maar ook twee boeken geschreven. Was het schrijven van die romans een statement of slechts tijdverdrijf?
Haha, dat is een goeie vraag. Ik doe het hoofdzakelijk voor mezelf als een soort therapeutische bezigheid. Dat geldt eigenlijk ook voor het schrijven van mijn muziekteksten, waarbij het meegenomen is dat daar wel een publiek voor is. The Battle Hymn of the Hillbilly Zatan Boys is een maf (“kooky”) fantasieboek en Into the Great Unknown zijn gepende roadjournals van de band Santeria. Het creatieve proces dat tot deze schrijfsels leidt, maar ook songs schrijven, in mijn eentje in een kamertje, vind ik echt heerlijk om te doen. Zoals een hoefsmid het in zíjn ambacht fijn vindt om op een stuk ijzer te ranselen. Ik heb het schrijven gewoon nodig om geestelijk te kunnen overleven.

In een ander beroep vind je die voldoening niet?
Poeh, zal ik de schijtbaantjes opnoemen die ik allemaal gehad heb? Bordenwasser, kok, fabrieksarbeider, bezorger, automonteur, machinist, daklozenopvangmedewerker, journalist en taxichauffeur. Maar ach, door in mijn eigen tijd creatief te blijven zorgde ik ervoor dat die dayjobs geen tijdverspilling werden. Als taxichauffeur heb ik zelfs weer inspiratie opgedaan. Ik deed de nachtritten gecombineerd met optredens overdag of ’s-avonds. De ervaringen achter het stuur schreef ik op in een onlineblog ‘Cablog: Diary of a Cabdriver’, wat ik nu weer tot een boek aan het bewerken ben, allemaal ware verhalen dit keer.

Je hebt al veel gedaan maar is er nog een droomproject wat je zou willen doen?
Nee niet specifiek, ik doe waar ik me happy bij voel en wat er op mijn pad komt. Dromen hoeven niet altijd verbonden te zijn met succes. Zelfs als je geen cent te makken hebt is er behoefte aan erkenning en waardering. Omdat je niet van de wind kunt leven zal je als kunstenaar wellicht ook rotbaantjes moeten doen. Dat neemt niet weg dat je het een niet met het ander zou kunnen combineren. Ik heb momenteel niets te klagen man, ik leef gezond en stop mijn craziness in creativiteit in plaats van in waanideeën als gevolg van drank en drugs. Creativiteit is de beste religie.