Archief voor de categorie 'Interviews'

Arjan Vermeer over het boek TROMMELAARS [interview]

Geplaatst op 6 June 2020 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Arjan Vermeer fotografeerde Trommelaars aan het werk… en liet ze aan het woord

“Elke drummer in mijn boek heeft wel een aspect waar ik voor val” - Arjan Vermeer

Juni 2020 - Er is een nieuw boek uit over drummers, toepasselijk TROMMELAARS genaamd! Het bevat schitterende live foto’s en verhalen van- en door drummers. Daarbij beroemde drummers zoals Cesar Zuiderwijk, en Imanishi Kleinmeulman die met The Grand East nog op het DijkRock festival in Maasdijk heeft gespeeld. Maar ook Westlandse drummers zoals Jens van der Meij, Paul Kruijswijk, Jos Zuiderwijk (Harvest Road), Ed Prins (Smokin’ Cadillac, Ratio Zero), Ronni van Elswijk (o.a. Diesel), Benny van Anrooij (44 Shakedown) en Leon van der Geest (onlinedrumles.nl). De samensteller, fotograaf en schrijver van het boek vertelt meer over het ontstaan ervan. En hij licht toe waar zijn passie voor ‘trommelaars’ vandaan komt.

Waar komt je fascinatie voor drummers vandaan?
Zoals in het boek duidelijk wordt bleek dat de meeste drummers vanaf jonge leeftijd al op van alles en nog wat zaten te trommelen, te beginnen met hun vingers. Ik heb dat ook gedaan. En zelfs nu nog, als ik stil zit bewegen mijn tenen vaak ritmisch. Ook in de muziek ligt mijn voorkeur altijd bij liedjes met veel ritme erin. Not Fade Away van de Rolling Stones met die ‘jungle beat’ van Bo Diddley daarin. Of Latin ritmes zoals bij Santana, maar ook van bijvoorbeeld van de Cubaanse groep Buena Vista Social Club. Ritme gaat bij mij altijd voor de inhoud, melodie en tekst van een liedje. Zolang er een goeie beat in zit dan heb je mij al te pakken.

En voor fotograferen?
Dat weet ik niet meer precies. Ik weet wel dat ik al op mijn 18e of zoiets graag wilde fotograferen en ik met mijn zuurverdiende vakantiewerk-geld mijn eerste spiegelreflexcamera kocht, een Pentax ME-Super! Dus ik heb het grootste deel van mijn leven fotografie als hobby gehad. Toen ik dat met een schrijvende muziekvriend in het online magazine TheBluesAlone.nl kon gaan combineren met muziek, was ik niet meer te houden. Tien jaar lang heb ik in die tijd concertfoto’s mogen maken van bekende en onbekende muzikanten. En daaronder ook al veel drummers. Die ben ik nooit uit het oog verloren. Ik merkte bij mezelf dat ik dáár uiteindelijk nog de meeste uitdaging in vond; om van een drummer een mooie foto te maken, in plaats van de zanger of van de gitarist.


[John Engels (85) aan het werk]

Hoe kwam je op het idee om het boek TROMMELAARS te maken?
Nadat ik was gestopt met het online magazine The Blues Alone? wilde ik voor mezelf een soort van overzicht hebben. En ik hou heel erg van fotoboeken, mijn kast staat er vol mee. Dus ben ik toen een boek gaan maken van de leukste en meest interessante concerten die we bezocht hadden, met de mooiste foto’s. Dat is een beetje uit de hand gelopen omdat vrienden en kennissen dat boek ook wilde hebben. Ik heb dat boek nooit officieel uitgebracht omdat je dan portretrechten e.d. van de betreffende muzikanten moet regelen. Maar na dat eerste officieuze boek had ik wel zoiets van: ‘dit wil ik in het echie doen!’ En zo langzamerhand ontstond het idee om een officieel boek uit te gaan brengen over de drummers die ik tot dan toe gefotografeerd had. Ik schatte de kans dat ik toestemming zou krijgen om foto’s te publiceren van pakweg Cesar Zuiderwijk groter in, dan dat ik die zou krijgen van bijvoorbeeld een Mick Jagger.

Hoe lang ben je met het project bezig geweest?
In eerste instantie dacht ik nogal naïef dat ik de drummers, waar ik op dat moment al foto’s van had, gewoon kon aanschrijven voor die toestemming. Met een kort vragenlijstje erbij voor een begeleidend verhaal. En dat ik dan een jaar later al een boek zou hebben. Maar al vrij snel begon dat een beetje uit de hand te lopen. Met name de Nederlandse drummers waren zó enthousiast, dat ik er allerlei ideeën, namen en contacten bij kreeg die eigenlijk ook in het boek zouden moeten komen. In eerste instantie ging ik daarin mee en ben ik ook drummers gaan fotograferen en interviewen die nog niet in mijn bestand zaten. En zo liep het project al snel een jaar uit. Zo ben ik zeker een half jaar bezig geweest om een goeie gelegenheid te vinden voor een foto van drummer Koen Herfst! En dan ontdek je dat het handig is om een bepaalde thematische opbouw in je boek te hebben. En ook daar ontstaan weer nieuwe ideeën uit. Bijvoorbeeld, om ook leerlingen en leraren in het boek op te nemen. En bepaalde events zoals “2000 drummers aan zee” van Cesar Zuiderwijk. Het heeft al met al een prachtige reis opgeleverd die van juni 2017 tot aan maart 2020 zou gaan duren. Ruim twee-en-half jaar dus! Maar toen ik het boek in maart wilde uitbrengen brak de coronacrisis uit. Mijn inschatting was op dat moment dat ik het boek het beste zou kunnen verkopen op de vele drummer-events in Nederland, zoals de Westlandse- en Zutphense slagwerkdag, Drummersdagen, HerfstFest, etc. Want een boek als TROMMELAARS verkoop je eigenlijk alleen aan echte liefhebbers. Maar al die events kwamen plotseling te vervallen. De moed zakte mij toen wel even in de schoenen moet ik zeggen. Maar na wat gesprekken met o.a. mijn drukker heb ik toch besloten om in een beperkte oplage het boek uit te brengen. En de verkoop ervan loopt nu dan eindelijk.


[2000 drummers aan zee - 9 sept. 2018]

In het boek komen zowel vrijetijds- als professionele drummers aan het woord. Was het moeilijk om ze te benaderen en te overtuigen van je doel?
Nee absoluut niet. Elke drummer reageerde eigenlijk heel enthousiast, zelfs blij dat er eens iemand was die drummers en percussionisten in de spotlights wilde zetten. Drummers die niet mee wilde doen hadden vaak ook heel persoonlijke redenen. Zo had ik een prachtige foto van een Amerikaanse drummer, samen met de zangeres van die band. Ik kende die zangeres ook, dus mijn inschatting was dat het geen probleem zou moeten zijn om van beide personen toestemming te krijgen voor publicatie. En ik had van die bewuste drummer géén andere foto! Helaas bleek die drummer niet meer op goede voet te staan met de zangeres en wilde hij absoluut niet dat die specifieke foto gepubliceerd zou worden. En in Nederland heb ik meegemaakt dat een bepaalde drummer vond dat de foto’s die ik had, geen recht meer deden aan hoe hij er nú uitzag. Dat soort dingen dus. Nu waren in dat laatste geval de foto’s ook wel gedateerd hoor, moet ik eerlijk toegeven. Maar met hem ben ik overeengekomen dat ik nieuwe foto’s mocht maken tijdens een festival. Ook in de interviews die in het boek staan waren alle deelnemende trommelaars uiterst coöperatief. Ik kreeg echt alle medewerking. Met als resultaat dat ik zo’n twintig interviews met meer dan een uur per gesprek moest uitwerken, wat dus weer zorgde voor nóg meer uitloop!

Welke ontmoeting voor dit boek was het meest bijzonder?
Oei, dat is een lastige vraag. Dat is er niet één, maar dat zijn er een paar. De fotoshoot van Brendan Buckley (de drummer van o.a. Shakira), waarbij ik tijdens de soundcheck in de Ziggo Dome het hele podium mocht gebruiken om foto’s van hem te schieten. Hij had daarbij zelfs specifiek een spot op het drumstel voor me geregeld, mooi toch. Maar ook het interview met een enthousiaste Mart Nijen Es (van Vandenberg’s Moonkings) in het parkje op een boomstam na een stomend concert in de Baroeg in Rotterdam-Zuid was bijzonder. Of met de jonge Tygo van Bekkum. Hij heeft leren drummen van zijn opa Hen, en later van zijn buurman. Maar het gesprek bij John Engels thuis, blijft mij nog wel het meeste bij. De passie die die man op zijn leeftijd (85 jaar) nog heeft voor muziek, en de carrière die hij heeft doorlopen, maakte echt grote indruk op mij. En ik mocht ook niet weg voordat hij een riedel voor mij had gedrumd waarbij ik moest raden welk liedje dat was, haha. Maar daar stopte toch echt mijn muziekkennis hoor.


[Arjan drumt - clinic bij Cesar Zuiderwijk 2019]

Heb je zelf een favoriete drummer en waarom hij/zij?
Deze sluit een beetje aan op de vorige vraag. Ik wil het ook niet ontwijken hoor, maar eigenlijk heeft elke drummer in mijn boek wel een aspect waar ik voor val. De leergierigheid, maar ook het doorzettingsvermogen van de jonge drummers, de liefde voor het vak en het dromen van grote successen van de hobbyisten, de tomeloze energie en ook talent van jonge beginnende trommelaars als Luka van de Poel, Emmanuel Afriyie, Mira Burgers, Bob Hogenelst en al die anderen. En tenslotte; de professionaliteit en vakmanschap van mannen en vrouwen als Brendan Buckley, Brian Frasier Moore, Cesar Zuiderwijk, Koen Herfst, Femke Krone, noem ze maar op. En wat hen allemaal verbindt is de onvoorwaardelijke passie die ze hebben voor de muziek in z’n algemeenheid en het trommelen in het bijzonder. En wat ze dáár allemaal voor opzij moeten zetten. Petje af.

Welke drummer had je graag voor je camera gehad maar is niet gelukt?
Uiteraard is dat Charlie Watts. The Rolling Stones is een van mijn favoriete all-time bands. Ik heb daartoe wel een poging gewaagd, kreeg zelfs contact met zijn management, maar toen waren de Stones nog op tournee in de USA. Ik heb toen té lang gewacht met opnieuw contact opnemen, want de betreffende contactpersoon bleek inmiddels niet meer voor de Stones te werken. Vette pech dus.

Wat wil je met het boek TROMMELAARS bereiken?
Mijn eerste doel was en is om te bewijzen dat ik een dergelijk omvangrijk boek commercieel kan uitbrengen en verkopen. Het is de eerste keer dat ik zoiets doe! En dát doel lijkt nu al te slagen! Daarnaast wil ik dat het verhaal van zelfstandige artiesten/muzikanten - in dit geval drummers - over de offers die zij moeten brengen en om rond te komen van hun passie, eens verteld wordt. Er is een toenemend aantal zzp’ers in Nederland die klagen over inkomensnood. Dat is zeker in deze tijd vaak ook terecht. Maar in de muziekwereld speelt het zelfstandige ondernemerschap al veel langer. En de meeste mensen vinden het heel normaal wat deze muzikanten allemaal doen, we hebben er wellicht ook een té romantisch beeld van. Ik bedoel, het gemiddelde jaarinkomen van een beroepsmuzikant bedraag € 17.000, - Slechts 5% verdient meer dan € 54.000, - per jaar. Maar maak je geen zorgen, het boek gaat niet over deze economische factoren, ik wil juist de passie laten zien waar deze muzikanten over beschikken. Zowel in beeld als in woord.


[eerste exemplaar van TROMMELAARS voor Cesar Zuiderwijk - mei 2020]

Ligt er alweer een volgend project op stapel?
Jazeker, ik moet nog een paar jaar aan vakantiefoto’s verwerken, haha! Maar daarna heb ik nog een project liggen waar ik een aantal jaren geleden mee gestart ben: “Licht in de kerk”. Het in beeld brengen van een aantal historische kerken in Westland en Midden-Delfland, met de bijbehorende geschiedenis. Dat is inderdaad iets heel anders, ja. En ik heb een idee om iets met mijn vakantiefoto’s van de afgelopen 40 jaren te gaan doen. Zo in de trant van: “vakantiefoto’s die iedereen kan maken, als je maar op de juiste plek staat…!” Maar het kan heel goed zijn dat ik mijn bestand aan concertfoto’s (met meer dan 10.000 foto’s!) weer tegenkom en daar iets mee ga doen. Mogelijkheden genoeg. Nu nog de tijd ervoor zien te vinden!

Het boek TROMMELAARS is te bestellen via: www.trommelaars.nl

Ribs & Blues 2020… on hold, but nice memories

Geplaatst op 30 May 2020 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Voor het eerst in 10 jaar een pinksterweekend niet op het Ribs & Blues Festival in Raalte… dat voelt toch een beetje ontheemd.


[Ben Prestage; Hollis Brown; TBA?-crew; Charlie Starr]

Het afgelopen decennium was ik elke editie aanwezig om verslagen te maken en interviews te doen. Dat was met de The Blues Alone?-crew Arjan, José, Nicolette en al die anderen niet alleen hard werken maar ook super gezellig! Maar met als resultaat altijd heerlijke concert reviews en mooie interviews. Van het dubbelinterview - samen met Henri Grootenhuis [Cigarbox Henri] - dat we deden met de Mississippi ‘one man band’ Ben Prestage (2011) tot de cool-guy Charlie Starr van de Atlanta rockband Blackberry Smoke vorig jaar, het was steeds weer genieten!

Persoonlijk bewaar ik goede herinneringen aan interviews (uit de tijd dat ‘handen schudden’ nog niet verboden was) met o.a. de charmante en geroutineerde blues-rockchick Sass Jordan, de charismatische frontzangeres Lynne Jackaman van de Londense soul- en bluesrock band Saint Jude en Revel In Dimes’ zangeres Kia Warren uit Brooklyn, die ten faveure van de interviewer en fotograaf serieus moeite deed haar bierzuipende- en chipskanende bandleden in bedwang te houden. En het duo Little Hurricane uit San Diego, die destijds in alle toonaarden ontkende absoluut géén liefdesrelatie te hebben maar inmiddels anno 2020 een gelukkig gezinnetje van vier vormt. Het kan zo verkeren in artiestenland.


[Sass Jordan; Kia Warren; Lynne Jackaman; Little Hurricane]

De editie van 2014 was ook memorabel. Eerst met fotograaf Arjan Vermeer naar Pinkpop om The Rolling Stones te zien optreden (en óók op onze eigen wijze te verslaan) om vervolgens door te scheuren naar Raalte om daar o.a. de jongens van Hollis Brown uit New York (óók Stones-fans) te interviewen… so respectable! Lees alle TBA? interviews hier en de verslagen en interviews op: www.thebluesalone.nl

Cedric Burnside, de 2e telg uit de Burnside dynastie [interview]

Geplaatst op 19 October 2019 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: Cedric Burnside
tekst: Giel van der Hoeven
foto’s: José Galloise © The Blues Alone?
locatie: Ribs & Blues Festival 2019 in Raalte
datum: zondag 9 juni 2019

Cedric O. Burnside (1978) uit Holly Springs, Mississippi was na Kent Burnside de tweede telg uit de Burnside dynastie die Europa aandeed. De jonge Cedric werd, nadat vader Calvin Jackson (1961-2015) het gezin verliet, grootgebracht door zijn grootvader R.L. (Robert Lee) Burnside, de grote blueslegende/singer-songwriter. Met zijn “Big Daddy” R.L. Burnside mocht hij als beginnend drummer in de jaren ‘90 mee op tournee om de klappen van de zweep (drumsticks) te leren kennen. Ondanks dat Cedric een zeer goede drummer werd kreeg hij toch meer interesse voor een ‘nieuwe liefde’, de elektrische gitaar. En ging hij een samenwerking aan met drummer/gitarist Brian Jay. Met het fantastische album Benton Country Relic (2018) als resultaat. Even voor zijn duo-optreden met Jay op de Delta Stage in Raalte spreekt TBA? Cedric over die samenwerking, zijn verleden en toekomstplannen. Maar voornamelijk laat de aimabel muzikant zich uit over hoe hij momenteel in het leven staat: ‘I live a life of love.’

- Je vader, drummer Calvin Jackson (1961), wordt beschouwd als een vernieuwer van de Hill Country bluesstijl. Wat is het belangrijkste dat jij van hem hebt geleerd?
Cedric: Nou, dit antwoord zal je wellicht teleurstellen maar mijn vader was zeker geen rolmodel voor mij. Hij was zelden thuis en heeft niet veel tijd aan de opvoeding van zijn kinderen besteed. Een typisch voorbeeld dus van hoe het niét moet! Ik hoop mijn kinderen nu op betere wijze op te voeden.

- Toch werd jij min of meer zijn opvolger toen hij in 1990 naar Nederland verhuisde om zijn muzikale carrière voort te zetten. Hoe heb je leren drummen?
Cedric: Dat klopt ja. Ik mocht als 13-jarige puber toen gaan drummen in de band van mijn opa Robert Lee Burnside alias R.L. Burnside. Hij was mijn ‘Big Daddy’ die mij eigenlijk alles heeft geleerd en bijgebracht in mijn jeugdjaren. Op jonge leeftijd keek ik al geobsedeerd naar drummers als Kenny Kimbrough in zijn band. Ook naar m’n vader ja, dus in dat opzicht heb ik wel iets van hem meegekregen. Maar ‘Big Daddy’ was mijn opvoeder en voorbeeld in Holly Springs, North-Mississippi. Een echte leermeester als drummer had ik niet, ik ben autodidact.

- Je hebt dus vast veel old school muziek gehoord in het bijzijn van je grootvader. Zijn dit ook jouw inspirators?
Cedric: Oh yeah! Het was een feest om hem te zien repeteren en muziek te horen van Howlin’ Wolf, Mississippi Fred McDowell, Muddy Waters, ‘all those cats!’ Het album ‘Boogie Chillen’ van John Lee Hooker maakte in zijn jeugd, einde jaren veertig, grote indruk op mijn grootvader. Fred McDowell woonde bij hem in de buurt en leerde hem gitaar spelen. En ook zijn aangetrouwde neef McKinley Morganfield (Muddy Waters) was een van zijn inspirators. Dat maakte natuurlijk ook grote indruk op mij, waardoor hun muziek voor altijd in mijn hart en ziel zit opgesloten.

- R.L. Burnside overleed op 78-jarige leeftijd in 2005. Waar heb jij kracht uitgeput om door te gaan als drummer?
Cedric: Ik ben een gelovig man. Jezus Christus geeft me de kracht om door te gaan. Ik zal niet zeggen dat ik zwaar religieus ben maar ik geloof in Jezus en ik hou van de mensen. Mijn broer Cody en mijn vader Calvin overleden beide veel te jong in 2015 en twee jaar later verloor ik m’n moeder Linda. ‘But i’m hangin’ in there,’ ik heb genoeg redenen om de blues te spelen. Maar ik blijf geloven en houden van mensen zonder te hoeven weten waar zij in geloven.

- Met wie heb je live of op platen zoal gewerkt de afgelopen 10 á 15 jaar?
Cedric: Ah, te veel om op te noemen man! Eens kijken: vanaf 2006 had ik verschillende partnerschappen met o.a. mijn oom Garry Burnside en Lightnin’ Malcolm in Burnside Exploration. En later met het Cedric Burnside Project met mijn jongere broer Cody en oom Garry. En met Bernard Allison heb ik in 2012 het album Allison Burnside Express opgenomen. Daarnaast speelde ik drums bij o.a. Jessie Mae Hemphill, John Hermann, Kenny Brown, Richard Johnston, Jimmy Buffett, T-Model Ford, Paul “Wine” Jones, Widespread Panic, Afrissippi en de Jon Spencer Blues Explosion. Vergeef me als ik iemand vergeet, haha.

- Waarom heb je besloten om solo te gaan en het album ‘Benton County Relic’ uit te brengen in 2018?
Cedric: Dat is iets wat ik altijd al voor ogen heb gehad. Weet je, ik schreef op mijn 12e jaar al mijn eerste songtekst. Ben dat naast het drummen blijven doen en zat soms een beetje op een akoestische gitaar te pielen. Daarmee ontwikkel je toch een eigen stijl die je op een gegeven moment met anderen wilt delen. Dat moment was daar toen ik Brian Jay van Pimps of Joytime ontmoette.

- Hoe is die samenwerking met Brian Jay ontstaan?
Cedric: Ik kende Brian al een jaar of vijf. Hij kwam soms kijken bij mijn optredens en was ook R.L. Burnside-fan. Hij nodigde mij uit voor de YouTube sessies “Jammin’ With J.” in Brooklyn New York, waar we samen 26 tracks opnamen. Beide afwisselend op drums en gitaar. Dat liep zo lekker dat we besloten om samen een album op te gaan nemen en om vervolgens te gaan touren. Te titel van die plaat ‘Benton County Relic’ verwijst naar de streek Benton County waar naar ik in mijn jeugd verhuisde.

- Was het een grote verandering voor je om over te schakelen naar gitaar en op te treden als frontman?
Cedric: ‘Haha, is it hard to stay cool?’ Kijk, als je vier keer ‘Drummer of the Year’ bent bij de Blues Music Awards kan je wel trommelen. Dus dát zal ik nooit opgeven. Maar inderdaad, een elektrische gitaar in je handen hebben is een heel ander gevoel dan drumsticks. Niet alleen qua ritme maar je gebruikt ook een hele andere timing. Toch ben ik blij dat ik die stap gezet heb want ik ervaar het als een ‘new found love.’

- Waarom treden Brian en jij samen op als drummer, gitarist en vocalist, maar zónder bassist?
Cedric: Oh, dat is denk ik iets wat voortkomt uit mijn Hill Country muziekcultuur. Vroeger sprak ik weleens af met een bassist maar die kwam nooit opdagen, whahaha! Dus laten we het maar zo houden en niet erger maken dan het al is, haha.

- Je ‘nieuwe liefde’ die elektrische gitaar klinkt bij jouw doordringend en rauw. Doe je iets speciaals met het instrument of met de versterker?
Cedric: Nee, niet echt. Ik speel gitaar zonder plectrum, dat zal ermee te maken hebben. En wellicht ook welke songs ik speel. Mijn eerste nummers voor gitaar schreef ik als drummer, ik denk dat je dat ik de ritmes en melodieën van die songs terug hoort. Weet je, het is nieuw voor mij dus ik probeer veel uit. Ik moet ook bekennen dat ik thuis nog zeven ‘nieuwe liefdes’ heb staan, haha. Maar ik neem er nooit meer dan twee of drie mee op tournee. Afhankelijk van wat ik ga spelen in open C-akkoord of G-akkoord of standaard, gebruik ik die dan.

- Sommige van je teksten gaan over de povere omstandigheden waarin je gezin leefde. Was dat moeilijk voor een opgroeiend kind zoals jij?
Cedric: Eerlijk gezegd merkte ik dat de eerste levensjaren niet eens. Ik ben geboren in die situatie en wist niet beter dat sanitair uit stalen emmers en kuipen bestond. Stromend water, radio en televisie waren luxe die ik de eerste twaalf jaar niet gemist heb. Want ‘Big Daddy’ en ‘Big Momma C’ brachten ons normen en waarden bij en gaven ons voldoende eten, drinken en vertier. Mensen kwamen van mijlen ver om bij ons muziek te maken en te dansen. Naarmate ik ouder werd begreep ik wel dat het geen normale situatie was. Daar kon ik wel eens verdrietig van of boos om worden, ja. Maar geleden onder de armoede heb ik niet. Desalniettemin belangrijk genoeg om de huidig generatie te laten weten dat het ook anders kon en nog steeds kan gaan.

- Zijn er nog steeds situaties die je boos of verdrietig maken? En haal je daar ook inspiratie uit?
Cedric: Ik heb weinig met politiek en iedereen maakt fouten. Maar discussies over het rassenconflict in de wereld en met name in de VS onder deze president, maken me wel boos en verdrietig, ja. Maar het inspireert me niet, nee. ‘I live a life of love, cause - love is my religion.’

- Op het moment dat je R.L. Burnside covers op het podium speelt [zoals ‘Skinny Woman’] of een eerbetoon aan hem brengt, zie ik je altijd lachen. Wat voel je op die momenten?
Cedric: ‘It’s joy!’ We hebben veel meegemaakt hè! ‘Big Daddy’ was de ruggengraat van onze familie, een goed mens. Niet alleen voor zijn familie maar ook voor vreemden. Steeds maar weer, ook tijdens netelige situaties waarin hij vaak verkeerde. Ik wist dat toen niet en realiseerde mij het later pas. Ik denk aan de vele houseparty’s die hij gaf. En dat hij me de kans gaf om beroepsmuzikant te worden. Tijdens zo’n eerbetoon betuig ik dankbaarheid aan hem; levenslang respect! Daar word ik blij van en daarom lach ik.

- Je hebt drie dochters van 20, 16 en 14. Welk advies geef je hen mee voor de toekomst?
Cedric: Het zijn drie verschillende meiden met een eigen wil en karakter. Dus ik ga ze niets opleggen of ze ergens toe dwingen. Maar ze zingen alle drie behoorlijk goed en ze leren gitaar spelen. Ik stimuleer dat van harte en zie ze in de toekomst ook graag professioneel muzikanten worden. Dan mag jij ze interviewen en ben ik hun manager! Kunnen ze eindelijk die rekeningen eens terugbetalen die ik nu voor ze betaal, whahaha! Maar zonder gekheid, we werken nu al veel samen en als ze zich blijven focussen kunnen ze een eind komen en de muzikale familietraditie in ere houden. Maar ze zijn nog jong en hebben zoveel andere bezigheden zoals sporten en uitgaan, dus we wachten het rustig af.

- In de live-versie van ‘Don’t You Let My Baby Ride’ zit een drumsolo. Met welke drummer had jij of zou je graag een drum battle willen doen?
Cedric: Wauw, die vraag is me nog nooit gesteld. Ik heb heel veel bewondering voor een Amerikaanse bluesdrummer die je waarschijnlijk niet kent. Zijn naam is Sam Carr [geboren Samuel Lee McCollum, 1926-2009 - red.] en is het best bekend als lid van de Jelly Roll Kings. Hij speelde ook mee op de Ry Cooder soundtrack ‘Crossroads’ uit 1986. Hij gaf mij m’n allereerste drumsleutel en ik wist niet waar die voor diende. Hij legde me geduldig uit dat je daarmee de drumvelspanning aan kon passen aan de toonhoogte. Hij was ook autodidact en had een minimalistische driedelige drumkit, bestaande uit een snaredrum, een bassdrum en een high-hat cimbaal. Ik zag hem vaak drummen maar heb nooit de kans gehad om mét hem te spelen. Ja, met hem had ik graag een ouderwetse Hill Country Delta Blues battle willen uitvechten.

- Heb je al plannen voor de toekomst, en zal dat weer met Brian Jay zijn?
Cedric: Dat weet ik eerlijk gezegd nog niet. Ik speel met de gedachten om een akoestisch album op te nemen en uit te brengen omdat ik dat nog niet eerder heb gedaan. Ik merk onderweg ook dat daar best veel vraag naar is en misschien wordt het wel een live album. Maar ja, met mijn ‘nieuwe liefde’ de elektrische gitaar wil ik ook verder… dus, ik ben nog zoekende. Of liever gezegd: ik ben altijd op zoek naar nieuwe dingen. Laat je verrassen.

Cedric Burnside is van 31-10 t/m 05-11-2019 weer voor diverse optredens in Nederland te zien.
Meer live foto’s van het optreden in Raalte zijn hier te zien.

De muzikale ‘boevenbende’ Blackberry Smoke [exclusief interview]

Geplaatst op 8 August 2019 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: Blackberry Smoke
tekst: Giel van der Hoeven
foto’s: José Galloise © The Blues Alone?
locatie: Ribs & Blues Festival 2019 in Raalte
datum: zaterdag 8 juni 2019

Niet dat de Europese Find A Light Tour 2019 van de Amerikaanse rockband Blackberry Smoke heel uitgebreid is, maar drummer Brit Turner weet vandaag al niet meer waar hij gisteren ook alweer was. “Was het nou in Zweden of Denemarken?” vraagt hij zich hardop af als we hem en zanger-gitarist Charles ‘Charlie Starr’ Gray ruim anderhalf uur voor het Blackberry Smoke optreden in Raalte spreken. Het touren overzee gaat ook deze doorgewinterde muzikanten blijkbaar niet in de koude kleren zitten. Op frontman Starr moeten we even wachten omdat hij nog een gastoptreden bij de band Gov’t Mule heeft. Tamelijk onbewogen schuift hij even later aan, alsof hij net terug is van een klusje tussendoor. Maar navraag maakt duidelijk dat ook een podium jamsessie met buddy Warren Haynes hem niet onberoerd heeft gelaten. Ook al is hij er zelf aanvankelijk vrij ingetogen over: “oh, it’s always great jamming with Warren, so much experience”. De rook moet blijkbaar nog even optrekken. Boude uitspraken volgen later in het interview vanzelf.

- Vandaag spelen jullie voor enkele duizenden bezoekers op het Ribs & Blues festival in Raalte en overmorgen voor een paar honderd man in Podium Victorie, Alkmaar. Is er een verschil in aanpak voor jullie?
Charlie: Nee niet echt, wij spelen overal waar mensen komen met dezelfde aanpak en instelling. De gigs op festivals zijn meestal korter dan een eigen show en de setlists proberen we per show zoveel mogelijk af te wisselen. Ongeacht festival of intieme zaal.
Brit: En Charlie verrast ons voor ieder optreden standaard om vijf uur met de setlist voor die avond.

- Wat onderscheidt Blackberry Smoke van andere Southern Rockbands?
Charlie: Wij zijn andere artiesten die andere songs schrijven en spelen. Maar wel vijf gelijkgestemde kerels op een enerverende ontdekkingstocht. Onze songs zijn onze vingerafdrukken, ze identificeren Blackberry Smoke, een rock and roll-band uit Georgia. En niet Lynyrd Skynyrd, Allman Brothers, Gov’t Mule, of wie dan ook.
Brit: Charlie, Paul (Jackson, gitaar - red.) en ik kennen elkaar al meer dan 20 jaar. En mijn broer Richard (Turner, bas - red.) ken ik al mijn héle leven. Ook keyboardspeler Brandon Still trekt alweer sinds 2007 met ons op. We zijn een hechte groep geworden man; een boevenbende!
Charlie: “Yeah, Brit is an O.G. man” (original gangster - red.)

- Hoe is die muzikale ‘boevenbende’ eigenlijk ontstaan?
Brit: In bars en nachtclubs in Atlanta, Georgia. Na optredens en repetities hingen we daar vaak rond. We zaten toen allemaal in verschillende bands en raakte bevriend. Charlie, mijn broer Richard en ik begeleide een singer/songwriter en we speelden alle drie graag samen. Nadat we hem uit zijn eigen band ontslagen hadden, nam Charlie het over als songwriter/vocalist.
Charlie: Ik haalde vervolgens mijn oude vriend Paul Jackson erbij als gitarist en kort daarop ontstond Blackberry Smoke. Nee, we gaan niet zeggen wie die singer/songwriter was. Is nooit een grote geworden trouwens.

- Ik las dat de zanger van The Black Crows, Chris Robinson, die bandnaam bedacht heeft?
Charlie: Chris en Rich Robinson zijn goede vrienden van ons. We deelden ergens in 2000 in Atlanta een repetitieruimte met The Black Crows. Er gingen daar wat namen rond omdat wij nog geen officiële bandnaam hadden. We zochten een originele en stoere naam die bij een Southern Rockband paste. Chris zat ons te dollen met grappige onwerkelijke namen van biermerken, rookwaren en andere titels van genotsmiddelen. Daartussen zat ook “The Blackberry Smoke”. Dat stond ons wel aan, maar we hebben “The” eraf gelaten.

- In 2013 brachten jullie samen met Lynyrd Skynyrd het vinyl-album ‘Live in Sweden / Blackberry Smoke Live in North Carolina’ uit. En jullie spelen ook regelmatig samen. Hoe is die relatie onderling?
Charlie: We zijn bevriend geraakt, dus prima. Kijk, wanneer wij als support voor Skynyrd spelen moeten we ze niet voor de voeten lopen. Maar als we dingen samendoen klikt het. Zowel op het podium als daarbuiten. Maar dat geldt ook voor “brother” Warren Haynes. Daarom vroeg hij mij ook om mee te jammen met “the almighty Gov’t Mule” zojuist. En straks, als wij optreden, komt Warren ons ook nog even joinen bij in elk geval ‘Big Boss Man’. Dat is behalve plezier maken ook inspirerend en leerzaam. En jij Brit, heb jij nog iets van ze geleerd, danspasjes of zo? Haha!
Brit: Je steekt altijd wel iets van elkaar op. Ik zal niet zeggen dat andere Southern Rockbands rolmodellen voor ons waren. Maar hun bandgeluid en stijl was wel de perfecte sjabloon voor onze band. Weet je, in mijn jeugd kende ik geen slechte muziek. Ik groeide op met The Beatles, Led Zeppelin, Aerosmith, Tom Petty & the Heartbreakers… “just fuckin’ good songs!”

- Wat deed jullie besluiten om in de VS een eigen platenlabel ‘3 Legged Records’ te runnen? (Welk levend wezen heeft 3 poten?)
Brit: Een aangeschoten hond? Haha!
Charlie: In ons logo is het een haan met drie poten, maar ach, je moet wat verzinnen. We wilde in elk geval geen dier met 2 of 4 poten, haha. Weet je, wij zijn geen popband waarvoor een commercieel plan wordt uitgedacht. Het idee achter ‘3 Legged Records’ was vooral om veel meer artistieke vrijheid te genereren en om financieel iets meer te behouden wat we zelf verdienen.

- Over artistiek gesproken, alle covers van Blackberry Smoke albums en dvd’s zijn indrukwekkend. De afbeeldingen en typografie geven fans meteen een Southern Rock gevoel. Hebben jullie hier zelf ook invloed op?
Charlie: Absoluut. Brit heeft van diversen covers de art direction gedaan. Ik vind het zelf ook prettig om naar mooie elpee-hoezen van andere bands te kijken. Daarbij is een cover als een boekomslag, dat moet een professionele en verzorgde uitstraling hebben, vind ik.

- Jullie noemden al een aantal bands die BS beïnvloed zouden hebben. Maar hebben jullie als muziekliefhebbers persoonlijk ook nog favoriete albums?
Charlie [zonder enige twijfel]: ‘Exile On Main Street’ van The Rolling Stones, ‘Rocks’ van Aerosmith en The Flying Burrito Brothers: ‘The Gilded Palace Of Sin’. En ik zal je ook zeggen wat Brit zijn drie favoriete platen zijn: ‘Captain Fantastic and the Brown Dirt Cowboy’ van Elton John, ‘Highway To Hell’ van AC/DC en ‘Yesterday And Today’ van The Beatles.
Brit: Ik heb The Beatles helaas nooit live gezien. Wel Elton John, AC/DC, Iron Maiden, Cheap Trick…
Charlie: … ik zag de Stones en Aerosmith jaren geleden live. Maar dat kan vandaag de dag nog steeds hè. Oh, en ‘Locked Down’ van de eergisteren overleden Dr. John is ook een bijzondere maar fantastische plaat! Met grillige gitaren, staccato-beats en een grimmige productie door Dan Auerbach van The Black Keys. Een zeer gewaardeerd artiest, Dr. John, “he was an American original".
Brit: Toen die plaat destijds uitkwam hebben we Gov’t Mule live zien optreden mét Dr. John in Chastain Park, Atlanta…
Charlie: … ja, da’s waar man! Met ‘John the Revelator’ en ‘The Weight’ van The Band, dacht ik.
Brit: Onze tourmanager heeft ook met Leon Russell getourd. Aan het einde van die tour ontmoette de hoogbejaarden ‘Master of Space and Time’ Leon Russell en ‘New Orleans Legend’ Dr. John elkaar. Dat was volgens hem het meest merkwaardige gesprek tussen de twee markantste stemmen dat hij ooit gehoord had: “Hèh, hûh?! What’s that?!” Whahaha!

- Is ‘Find A Light’, jullie recente en zesde studioalbum, het beste BS-album tot nu toe?
Charlie: Dat is altijd zo toch? Wat ik eerder over onze optredens zei geldt ook voor onze platen: het moet steeds weer een ontdekkingsreis zijn. Ik hou van albums met gevarieerde nummers en verschillende vibes. Met ‘Find A Light’ zijn we daar wel weer in geslaagd volgens mij. Ik ben er trots op.

- Vorig jaar namen jullie ook ‘The Southern Ground Sessions’ op in Nashville en brachten dat als akoestische EP uit (op het eigen label). Is dat iets wat je altijd al wilde doen?
Charlie: Zeker wel. Op de EP staan akoestische versies van songs die op het album ‘Find A Light’ staan plus een cover van Tom Petty, opgenomen in één dag in Zac Brown’s Southern Ground Studio’s in Nashville. Met gastoptredens van Amanda Shires (viool en zang) en Oliver Wood (gitaar en zang). We hebben vorig voorjaar ook een aantal keer live akoestisch opgetreden in de VS. Het zou mooi zijn om dat in de nabije toekomst ook eens in Europa te kunnen doen.

- Neem dan wel Amanda mee, want Tom Petty’s versie van ‘You Got Lucky’ met haar klinkt echt wonderschoon!
Charlie: Oh, dank je. Ja, ze is te gek. Maar haar man Jason Isbell zal eerst toestemming moeten geven vrees ik, want ook met hem treedt ze op. En ze is momenteel druk met de nieuwe all-female countrygroep The Highwomen die in september van dit jaar hun debuutplaat uitbrengen.
Brit: Paul zal tijdens de akoestische tour onze Amanda zijn, hij is sexy genoeg, haha.

- Charlie, je schreef samen met Keith Nelson o.a. het duet ‘Let Me Down Easy’. De vrouwelijke stem hierin is ook van Amanda. Ben je van plan om in de toekomst meer van dit soort ‘Gram Parsons-Emmylou Harris duetten’ te schrijven?
Charlie: Hmm, dat weet ik eigenlijk niet. Weet je, het pakte allemaal toevallig zo uit. Al die gastmuzikanten waren aanvankelijk niet eens de bedoeling. Alleen Robert Randolph op de steelgitaar. Maar toen kwam Amanda erbij voor het duet. En voor we het wisten hadden we een studio vol, met Benji Shanka op 12-snarige gitaar en dobro, Gaurov Mahorta op conga’s, violist Levi Lowrey, The Wood Brothers en niet te vergeten de dames Murphy van The Black Betties.

- Gregg Allman heeft een jaar vóór zijn dood bijgedragen aan het nummer ‘Free On The Wing’. Had je niet meer songs willen opnemen met deze legende?
Charlie: Ja, uiteraard. Hij was echt een geweldige kerel, een iconische Georgia-legende! ‘Free On The Wing’ is het laatste nummer van ‘Like An Arrow’ (2016), dat ik samen schreef met Brandon (Still - red.). We hadden met Blackberry Smoke in de loop der jaren een paar shows met Gregg gedaan en dit lied had de perfecte melodie om zijn stem aan toe te voegen. Ironisch genoeg tourde wij zelf door Spanje toen hij het in de studio kwam inzingen. Waarschijnlijk waren dit de laatste vocalen partijen van hem die zijn opgenomen.

- Toen je in 2012 ‘One Horse Town’ met Travis Meadows schreef, realiseerde jullie je toen dat die tekst nogal universeel is, omdat er zulke woonplaatsen over de hele wereld zijn? Ik bedoel, niet alleen de muziek, maar ook teksten kunnen een wereldwijde impact hebben.
Charlie: Nou, daar ben ik gedurende onze optredens wel achter gekomen, ja. Het is absoluut een song die tekstueel niet alleen impact heeft in de VS. Hier in Europa blijkbaar ook (jij vraagt me er nu naar). En toen we drie shows in Brazilië deden zongen fans het woordelijk mee! “Yeah, there are little bitty towns all over the world, man".

- In januari 2019 nodigde jullie ambtenaren in de VS uit om gratis een Blackberry Smoke-show bij te wonen. Waarom deden jullie dat?
Charlie: Deze mensen waren getroffen door de Federal Government Shutdown en ontvingen geen looncheque meer! Het betrof fans van ons die zich op dat moment geen ticket konden permitteren, “they needed a break”. Dus hen gratis binnenlaten om te genieten van een avondje livemuziek was het minste wat we konden doen.

- Dit is geen politiek interview, maar merken jullie een groot verschil in levensstijl in de VS onder Trump vergeleken met het Obama-tijdperk?
Brit: Politici schreeuwen nu meer dan ooit naar elkaar, volgens mij. Sinds wij baby’s waren zeiken mensen elkaar al af over politiek in de VS. Maar vanwege het internet en de sociale media is het nu veel meer “in the face".
Charlie: Drie jaar geleden maakte ik een politiek statement met het rock & roll-nummer ‘Waiting for the Thunder’ van het album ‘Like an Arrow’. En ik vroeg me af of politici niet te veel macht hebben? Ze beschikken over gemeenschapsgeld en verkwanselen het. Ze zijn uit op eigen glorie met oorlogen over religies. En wij staan erbij en we doen niets, in de hoop ’s ochtends wakker worden in het licht van een nieuwe dag. De tekst vloeide in een kwartier mijn pen uit. Dat zegt genoeg over mijn frustratie hoe gek de wereld lijkt te zijn. Meer kan ik niet doen als artiest.

- Is Blackberry Smoke van plan om als touring artists net zolang door te gaan als The Rolling Stones of Bruce Springsteen dat doen?
Charlie: “Hell yeah!”
Brit: Afgelopen jaar hebben we tussen de 150 en 170 shows gedaan, dat is een gemiddelde wat we graag nog járen volhouden.

Zo fris al jonge hoentjes geeft het vijftal een klein uur later een puike Southern Rockshow weg, die Raalte niet snel zal vergeten. Charlie Starr is een ideale frontman met een glorieus zuidelijk stemgeluid, die elke Southern Rockband zich zou wensen. Met keyboardspeler Brandon Still, de altijd lachende Paul Jackson (gitaar en zang) en de onverbrekelijke ritmesectie: de broers Brit (drums) en Richard Turner (bas en zang), vormt dit vijftal een solide band. Vette uptempo rockers, melodieuze midtempo songs en semi-akoestische ballads werden vakkundig in een BS southern rock jasje gehesen in perfect passende snit. Met zowel rock ‘n roll, blues, country als gospel invloeden.

[Blackberry Smoke feat. Warren Haynes @ R&B2019 Festival Raalte]

Waiting for the thunder
All the money and the war and religion and the which one do you serve?
Maybe them with the power and the glory got more then they deserve
Why do we stand by and do nothing while they piss it all away
And we hope we wake up in the mornin’ to the light of a brand new day

Discografie - Studioalbums
Bad Luck Ain’t No Crime (2003)
Little Piece of Dixie (2009)
The Whippoorwill (2012)
Holding All the Roses (2015)
Like an Arrow (2016)
Find a light (2018)

Live album
Leave a Scar: live in North Carolina (2014)

[BS - The Southern Ground Sessions (2018) signed bij Charlie & Brit]

EP’s
New Honky Tonk bootlegs (2003)
Little Piece of Dixie (2008)
Wood, Wire & Roses (2015)
The Southern Ground Sessions (2018)

Exclusief interview met wereldband Southern Avenue

Geplaatst op 30 July 2019 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: Southern Avenue
tekst: Giel van der Hoeven
foto’s: José Galloise © The Blues Alone?
locatie: Ribs & Blues Festival 2019 in Raalte
datum: maandag 10 juni 2019

Southern Avenue is een vijfkoppige blues- r&b- en soulband uit Memphis, Tennessee. De bandnaam ontleende ze bij de oprichting in 2015 aan een straat aldaar, die liep van het meest oostelijke deel van de stadsgrenzen naar “Soulsville", het oorspronkelijke Stax Records gebouw. Southern Avenue bereikte de finale van de International Blues Challenge in 2016. Hun titelloze debuutalbum uit 2017 weerspiegelt de diverse wortels van bandleden die afkomstig zijn uit de VS en uit Israël. Op hun tweede album ‘Keep On’, dat in mei 2019 via Concord Records verscheen, wordt de organische soul-, blues- en r&b-fusie moeiteloos geconsolideerd. Songs die kwalitatief goed genoeg zijn om drie jaar aan een stuk de wereld mee over te touren. Aan het woord hierover de in Israël geboren gitarist, componist en muziekproducent Ori Naftaly (1987). En de zussen Tierinii en Tikyra Jackson uit Memphis.

- Jullie zijn 4 mei jl. met de KEEP ON Summer Tour begonnen in jullie woonplaats Memphis en die loopt door tot december 2019. Is het de eerste keer dat jullie zo’n lange tour door de VS en Europa doen?
Ori: Nee, wij touren eigenlijk voortdurend. Omdat wij er allemaal geen baan bij hebben zijn we voor onze inkomsten afhankelijk van de optredens. Zelfs als ik tussendoor een paar dagen thuis ben, dan ben ik naast mijn privéleven nóg met de band bezig. Mails beantwoorden, administratieve zaken, nasleep en voorbereidingen treffen. Je kent het wel.

- Dit najaar doet Southern Avenue de openingsshows voor de Tedeschi Trucks Band in Houston, Dallas, Tulsa en San Antonio! Wat betekent dat voor jou persoonlijk?
Ori: Veel! Op mij persoonlijk maakt het meer indruk dan het opnemen van onze eigen albums. “It’s a dream come true.” Ik ben al fan van Derek Trucks sinds mijn jeugd en zoveel ouder dan mij is hij niet eens. Als zo’n idool je dan zélf vraagt om de support te doen is dat gewoon te gek! Ik denk ook dat ze Southern Avenue gekozen hebben omdat onze muziekstijlen goed bij elkaar passen.

- Hoe zou jij zelf jullie muziekstijl omschrijven dan?
Ori: Mijn passie voor Amerikaanse soul, blues en funk zal bekend zijn. En ik ben er in elk geval trots op dat wij niet als iemand anders klinken. Ik ben over de hele wereld geweest, van Europa tot Australië en van Canada tot Noord- en Zuid-Amerika. Die ervaringen, en alle hoogtepunten en dieptepunten, worden allemaal weerspiegeld in onze muziek. Ik vind het geweldig dat ik avond aan avond met deze fantastische mensen onze wereldmuziek kan spelen.

- Voor Southern Avenue zaten jullie allemaal in verschillende bands of deed je theater projecten. Is de ambitie om professioneel artiest te worden er altijd al geweest?
Ori: Zo tussen mijn 16e en 18e jaar ben ik daar wel serieus over gaan nadenken, inderdaad. Op die leeftijd realiseerde ik mij ook wel dat ik geboren was met een speciaal talent. Dan sta je op een drempel: wat ga ik ermee doen en kan ik leven van mijn muziek? Maar bij een muzikant zal altijd het gevoel overheersen boven een rationeel beslisproces. Dat geldt voor ons allemaal. Talent kan je niet negeren.

- Je woont pas sinds 2013 in Memphis, Tennessee. Hoe was dat aanvankelijk voor een vreemdeling in een vreemd land?
Ori: O, dat is geleidelijk gegaan en ontstaan door iets dat op mijn pad kwam. Ik tourde eind 2012 met mijn eigen Ori Naftaly Band hier in Nederland. Ik verbleef bij een bevriende drummer in Dordrecht toen ik een berichtje op m’n mobieltje kreeg. Of ik met m’n band in mijn thuisland mee wilde doen aan een blues contest? En ik dacht: waarom niet, ik zegde toe en voegde de daad bij het woord. We werden verkozen tot ‘Best Israeli Blues Band of 2013′ en mochten Israël vertegenwoordigen op het prestigieuze International Blues Challenge in Memphis waar we de halve finale behaalde. Dat leverde ons veel optredens en een goede Cd-verkoop op (het album ‘Happy For Good’ werd in mei 2013 uitgebracht - red.). Na een tour door de VS heb ik mij in oktober 2013 in Memphis gevestigd. Samen met de zussen Tierinii (zang) en Tikyra (drums/zang) Jackson heb ik in 2015 deze band, Southern Avenue, opgericht. Hiermee behaalde we vervolgens als vertegenwoordigers voor Memphis op de International Blues Challenge in 2016 de finale, met een Stax recorddeal als gevolg.

- Dat klinkt als een droomcarrière. Spreek je je Nederlandse en Israëlische vrienden nog wel eens?
Ori: Oh ja, daar heb ik nog wel contact mee hoor. Ik versta zelfs een paar woorden Nederlands, zoals: ‘lekker’ en ‘dankjewel’, alleen de nette woorden, haha. En ook veel Israëlische muzikanten steunen mij, en ik hen. Weet je, ik ben altijd een buitenbeetje geweest, “a weird animal”. Zowel in mijn geboorteland als in het buitenland. Want, een Israëli die elektrische blues en soul speelt… dat kon toch helemaal niet! Nou je ziet het, het kan wél! Hahaha. Ken je Guy King? Dat is een Israëlische blues- en jazzgitarist van een jaar of veertig. Hij deed in 1999 hetzelfde als wat ik deed; vertrok naar Memphis en later naar New Orleans en Chicago om in de VS zijn geluk te zoeken. Hij wordt vaak vergeleken met Wes Montgomery en is internationaal een zeer gewaardeerd muzikant.

- Met Southern Avenue hebben jullie inmiddels opgetreden met Buddy Guy, JJ Grey & Mofro, Los Lobos en North Mississippi Allstars. Heb je daadwerkelijk iets van deze collega’s kunnen leren of beperkt zich dat tot werkrelaties?
Ori: Jawel hoor. Buddy Guy is een fenomeen en een erg aardige man. Het viel me op dat met name de oudere muzikanten - zoals de mannen van Los Lobos - erg behulpzaam waren. Kijk, je krijgt geen les van ze of zo. Maar je leert veel door naar ze te kijken en te luisteren. Hóe ze zich op een show voorbereiden en wát er wordt afgesproken. Luther Dickinson en de Allstars is een ander verhaal. Zij zijn Memphis-familie van ons en Luther speelde mee op ons album. Het omgaan met dit soort muzikanten geeft je zóveel inspiratie en energie. Dus voor mij is dat zeker meer dan een werkrelatie alleen.

De zussen Tierinii en Tikyra Jackson zijn ons ook komen vergezellen. Tierinii vraagt zich hardop af of ze haar bril af moet doen voor de fotograaf. Maar Ori zegt haar op een vaderlijke toon: “you look beautiful, this is good!”

- Hallo Tierinii en Tikyra, ik stel me zo voor: toen jullie nog kleine Jacksons waren, mocht Tikyra op drumles en Tierinii naar zangles. Waarom was dat niet andersom?
Tierinii: Nee! Niemand kreeg les bij ons. We waren met zeven kinderen, daar was toch geen geld voor.
Tikyra: Tja, het drummen lag mij gewoon goed. Mijn broer drumde en door hem ben ik het ook gaan doen. Ik speel ook piano maar de combinatie van drummen en zingen bevalt mij prima in deze band.

- Jullie zijn begonnen als gospelzangeressen in een kerk in Memphis. Is dat de beste opleiding die je kunt hebben als een soul- en rhythm and blueszangeres?
Tierinii: nou, het is minder romantisch dan het lijkt hoor. Ja, we zijn begonnen met zingen in de kerk. Maar we hebben geen gospel zanglessen gehad of zo. Door al die meerstemmige gospelzangers en zangeressen om me heen ging ik wel steeds beter de verschillende zang- en ademhalingstechnieken onder de knie krijgen. Of, je ontdekt wanneer het en wat de beste manier is om hoge noten te kunnen halen.
Tikyra: We zijn nu niet meer zo religieus als dat we zijn opgevoed hoor. Ik noem ons liever: spiritueel.

- Verwijzen de tatoeages op jullie armen ook naar die spiritualiteit?
Tikyra: Neuh, ik heb er een paar, maar vind ze lang niet allemaal even mooi.
Tierinii: ik heb er eentje die betekenis vol is. Die heb ik na een moeilijke periode in mijn leven laten zetten met mijn jeugdvriend Zephenia, met wie ik als kind danste in een performing arts group in Memphis.

- Van blues tot rock en soul, de Memphis muziekscene is altijd toonaangevend en origineel geweest. Wat is het meest opvallende wat er nu gebeurt?
Tierinii: Alle muziek uit Memphis klinkt goed…
Tikyra: … nou ja, eigenlijk weten we dat niet, we zijn al even niet thuis geweest namelijk…
Ori: … nee, twee á drie jaar al niet, hahaha!

- Onlangs kwam het tweede Southern Avenue album ‘Keep On’ uit. Jullie zeiden daarover dat de ervaring om die op te nemen compleet anders was dan het opnemen van de eerste plaat. Waarom was dat zo?
Tikyra: We zijn nu meer een eenheid geworden. Dat heeft te maken met het simpele feit dat we vaker met elkaar optrekken en meer optredens doen. Maar ook omdat toetsenist Jeremy Powell nu een vast bandlid is geworden. Net als bassist Evan Sarver was hij aanvankelijk onze touring muzikant. En persoonlijk heb ik een extra steentje bij kunnen dragen door samen met Ori een song te schrijven voor die plaat.
Ori: Voor mij is dit eigenlijk ons échte eerste professionele album. De vorige is zeker niet slecht maar veel te snel en low-budget opgenomen.

- Schrijven jullie alle drie teksten? En hoe gaat dat in z’n werk?
Tierinii: Ach, soms hier en dan weer daar, en zus en zo…
Tikyra: “… it just depends on the móóód.”
Ori: We schrijven alleen als we zin óf inspiratie hebben. Na deze zin begrijp je zeker wel waarom de dames mijn teksten soms moeten herschrijven? Hahaha!

[De zussen worden wat melig, tijd voor een serieuzere vraag]
- Er is veel aan de hand in de wereld. In de ‘Peace Will Come’ songtekst-video gebruiken jullie beelden van Martin Luther King. Vinden jullie dat je als artiest ook een missie hebt?

Tikyra [fel]: dat heeft niets te maken met of je artiest bent of niet! Ik ben ervan overtuigd dat álle mensen van gelijke waarde zijn en dat iedereen hier op aarde een bestemming heeft, ongeacht achtergrond of afkomst. Wij hebben de mogelijkheid om veel mensen onze stem te laten horen. Dat voelt als een voorrecht en niet als een last of een opdracht.
Tierinii: Wij hebben ‘Peace Will Come’ geschreven als een lied over ‘hoop.’ Omdat er nog te veel ongelijkheid in de wereld is. Het label heeft de video erbij gemaakt om dat te onderstrepen. Dat is de boodschap, niet meer en niet minder. Wij houden ons verder niet met politiek bezig.
Ori: “Politics is a losing game.” Maar het belangrijkste van politiek zou de menselijke verbinding moeten zijn. Ik ben opgegroeid in Israël en heb er vier oorlogen meegemaakt. Er is daar altijd dreiging en iedereen is daar op zoek naar innerlijke rust en vrede. Toen kwam ik in Memphis en daar was het nóg gevaarlijker. Deze meiden ervaren nog dagelijks wat racisme is. Dat moeten we blijven bestrijden met hoop en liefde. Daar gaan onze songs ook over: “human connection,” ongeacht geslacht, ras of etnische afkomst en religie.

- Tot slot, wat is jullie gemeenschappelijke levensmotto?
Tikyra: “If you gonna hit it, hit it hard!”
Tierinii: “Don’t give up, expect the least and do it with your whole heart.”
Ori: Ik hou het toch op: “Keep On!”