Archief voor de categorie '#Writing & Design'

December 2019 fijne feestdagen

Geplaatst op 8 December 2019 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

… AND A HAPPY 2020!

Sinterklassfeest 2019 …


[plaatjes draaien… de ideale Sinterklaasavond ;-)]

Vinyl junkie

Het tikt en het kraakt, is statisch geladen
draait rond en rond, van moment tot moment
‘t versleet bij mij, wel tig nieuwe naalden

O Vinyl, oh Vinyl, wat ben je kwetsbaar

Tastbaar - te ruiken - te koesteren - te horen
met de koptelefoon - half over mijn oren
of ruimtelijk - denderend - uit de speakers
trommelvlies tergend, oorstrelend, draaibaar

O Vinyl, oh Vinyl, wat ben je kwetsbaar

Soms raar - roterend - rustigjes - ruisend
maar ik bezit er - nog zéker wel duizend
royale elpees - romantische - retro dingen
en hitsige singles, tweezijdig afspeelbaar

Het tikt en het kraakt, is bijna versleten
draait rond en rond, ik stel ze op de proef
voor ’t gevoel is dit, mijn zwarte geweten

Maar Vinyl, oh Vinyl, jij bent gewoon
- één - té gekke - groef

[uit: Opgepakte Draden ©2016]

Sonnet voor de dilettant | Golfbrekers

Geplaatst op 23 November 2019 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Expositie ‘Kruisbestuiving - kunst & poëzie’ is een initiatief van Schrijvers tussen de Kassen en Kunsthuis18. Vandaag mocht ik als een van de STDK-leden eigen gedichten voordragen bij schilderijen van Ap Heus en Marco Bronswijk (zie de teksten hieronder). De expositie is nog iedere zaterdag en zondag te bewonderen t/m zondag 15 december 2019 in Kunsthuis18 te Naaldwijk 🎨🗣📝👍🏽

Sonnet voor de dilettant

Waarde is belangrijker dan succes.
Hij die c r e a t i v i t e i t doorziet
Realiseert zich: echtheid leer je niet,
Op de muziekschool of in schilderles.

Geen artiest tolereert r e a l i t e i t.
Hij ziet langs zijn kwast in ‘t avondrood
Veel meer - dan een dobberende boot.
Het geestesoog van g e n i a l i t e i t.

A l t ij d op zoek naar die ultieme toon,
Penseelstreek, materiaal of frasering,
Doorbreekt hij een saai levenspatroon.
Gedreven door passie doet hij z’n ding,

Voor een habbekrats of ’n hongerloon,
Niet meer - dan een juiste constatering.

Golfbrekers

Reeds honderden jaren staan er
Houten golfbrekers aan de kust
Paalhoofden breken het water
De staanders behoeden de kust

Bij zeer sterke stroming gaat er
Beschermende werking van uit
Zodat de mensheid ook later
Kurkdroog al het goede beduid

Palen die schade voorkomen
Staan symbool voor ‘n open hand
Die ons steeds zou moeten leiden
Over een veilig zonnestand

Door weer en wind - en getijden.

STDK expositie ‘Kruisbestuiving & Café de Mooie Woorden

Geplaatst op 16 November 2019 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Opening expositie ‘Kruisbestuiving - Kunst & Poëzie’ druk bezocht

Een eerste impressie van de Expositie ‘Kruisbestuiving - Kunst & Poëzie’ van Schrijvers tussen de Kassen in Kunsthuis18 Naaldwijk. De opening werd druk bezocht met ruim zestig bezoekers en de waardering was groot.

De eerste drie voordrachtskunstenaars waren Marijke van Geest, Joop Alleblas en Wil van der Helm. De muziek werd verzorgd door het Trio Tussen De Kassen. Dank allen en graag tot een van de volgende expositiedagen met voordrachten van de andere exposanten en STDK-leden (16-11-19 t/m 15-12-19).


[Trio Tussen de Kassen]

Op zaterdag 23-11-2019 mag ik zelf voordragen met gedichten geschreven bij kunstwerken van Ap Heus en en Marco Bronswijk.


[Vissersboot door Ap Heus en Golfbrekers door Marco Bronswijk met gedichten van Giel van der Hoeven]


Schrijvers tussen de Kassen’s Café de Mooie Woorden 17e editie

De november editie van Café de Mooie Woorden in de 3 Winckels in Naaldwijk was weer zeer geslaagd. Een mooie avond vol veelzijdige poëzie en verhalen, met liedjes van Marjolein Jua in het Nederlands, Frans, Engels, Arabisch en Swahili #troubadichter #STDK #poëzie #proza 💖 Hieronder een verslagje door Ton Zuiderwijk.

CAFÉ VAN DE MOOIE WOORDEN: TE MOOI VOOR WOORDEN

Wat een mooie woorden weer in het kwartaalcafé van de Mooie Woorden van Schrijvers Tussen De Kassen. Al doen namen als Cees en Piet en Jaap en Giel anders vermoeden, was dit zelfs een avond met een scala aan internationale woorden. Van Vlaams tot Zuid-Afrikaans en van Arabisch tot Swahili. Het was dan ook volop genieten voor zowel publiek als performers.

Op haar gezellige, ongedwongen manier door onze Buitengewoon Ambtenaar Dichterlijke Stand Marjoke aan elkaar gepraat, beet Cees Hol het spits af met zijn mooie proza over “Gré.” Vervolgens verwende Piet Janssen ons met zijn puike poëzie van Penelope tot Ik moet poepen en sloot Patricia Janghabadoor het eerste blok af met onder andere een heerlijke Haagse hommage. En dit Haagse kwartiertje werd nog even muzikaal verlengd door Marjolein Jua die naast een Engels en een Arabisch lied, met een loflied geïnspireerd door Marsman en een door haar op muziek gezet gedicht van Zwagerman, liet zien dat zij heel wat in haar mars heeft en met zowel Mars- als Zwagerman ook haar man staat.

Na de pauze was er even een ernstige dissonant toen Giel van der Hoeven zomaar begon met een gedicht van Ton, zodat die dacht: Ho even Giel. Maar gelukkig ging Giel al gauw verder met enige uit het leven gegrepen zeer korte verhalen, zodat dit incident weer gauw vergeten was. Vervolgens vervoerde Jaap van Oostrum ons op zijn heerlijk humoristische en toch altijd humane manier met zijn wonderbaarlijke woordspelingen, die zeker niet alleen maar Kletskoek bevatten. En daarmee plaveide hij meteen de kasseien voor onze Vlaamse gastdichter Luc Dhertefelt die ons meteen op een aantal zowel zeer spitsvondige als hilarische one-liners vergastte. Maar ook romantiek is deze Vlaamse alleskunner niet vreemd wat hij ons toonde in zijn prachtige Maan en Sterren. Een graag geziene gast derhalve.

Wat qua “zien” uiteraard nog meer gold voor Marjolein die niet alleen weer enige prachtige Nederlandstalige liedjes, maar ook weer zowel een chanson als een aanstekelijk nummer in Swahili ten gehore bracht, waarin ik enige keren de woorden “i’m a Jua” meende te herkennen. Al met al een indrukwekkende afsluiting van een tot zover zeer geslaagde avond.

Er was echter nog meer, want na een korte pauze was er ook nog open podium met Stanislaus met zijn Zuid-Afrikaanse bijna meedeiner; “Ik wil vertrek,” en een doorleefd uitgevoerde bijdrage van Ineke, alsook twee fraaie puntdichten van Jeroen Nederpelt, waarna Lia deze internationale editie toepasselijk afsloot met onder andere een tot de verbeelding sprekend gedicht over Afrika. Het was weer een bijzondere avond die wij op 13 februari, bij ons vijfjarig jubileum, niet te dunnetjes over gaan doen. Save the date.

Blues met passie in een sfeervolle ambiance [18e Blues aan Zee festival 09-11-2019]

Geplaatst op 10 November 2019 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Gezien & gehoord in: De Noviteit in Monster Westland
evenement: 18e Blues aan Zee festival
met: Little Kim & the Alley Apple 3 (B) + The Blue Clay + Big Pete band + Saverio Maccne & Double Ace (Arg) + Grunting Pigs (Hun) + The Hoochies ft Kim Snelten
datum: zaterdag 09 november 2019
tekst door: Giel van der Hoeven
foto’s door: © Marko Vlaardingerbroek / fotocompilaties: GvdH

De 18e editie van het Blues aan Zee festival werd gekenmerkt door bluesharpen. Ieder in hun eigen stijl deden Pieter van der Pluym (Big Pete Band), Mátyàs Pribojszkie (Grunting Pics) en Kim Snelten en Richard Koster (The Hoochies) niet voor elkaar onder. Met veel energie en passie lieten ze hun muziek door dit traditionele blaasinstrument tot z’n recht komen. De blues in optima forma.

Maar er was uiteraard meer moois te horen en zien op deze gevarieerde avond. Dat begon even na acht uur al toen de klooster(ka)nonnen Renate en Sarah met veel elan het Vlaamse kwartet Little Kim & the Apple 3 mochten aankondigen. Met schone vocalen en vintage instrumenten bracht de kleine maar kittige Kim met haar band de jaren vijftig swing-sound weer helemaal tot leven in de kloosterkelder van de Noviteit. De staande contrabas en steelguitar bepalen het groepsgeluid. En nee, dat komt niet erg vaak voor in de bluesmuziek. Maar het werd wel degelijk gewaardeerd door het aanwezige publiek. Des te mooier dat dit allemaal kan op een indoor evenement zoals dit Blues aan Zee festival op drie sfeervolle podia. Ook in de bluesscene moet je soms buiten de lijntjes durven kleuren.

Al hoef je daar bij de van oorsprong Hoekse Big Pete en zijn band niet mee aan te komen. Van jongst af aan is Pieter van der Pluym besmet met het ongeneeslijke Rode Duivel bluesvirus en speelt hij blues tot op het bot. Ruw, doortastend en smerig maar uiterst virtuoos. Van Johan Derksen tot ZZ-Top kennen ze in inmiddels zijn reputatie! In Monster kwam de bluesreus opdraven met meestergitarist Sander Kooiman (o.a. Drippin’ Honey) en de Vlaamse ritmesectie Wuff Maes (drums) en René Stock (basgitaar). Helaas was het in het begin van hun optreden nog niet erg druk bij de mainstage.

Het Zeeuwse gezelschap The Blue Clay kan je met gemak op ieder bluesfeestje neerzetten. Onder aanvoering van de energieke zanger/gitarist Wout Verhelst overgiet de band hun repertoire met een smeuïg americana-, blues-, folk- of tex-mex-sausje. Door de toevoeging van een zangeres en vooral de Hammond orgelsound wordt elke song melodieus voorzien van een extra dosis swing. En ook hier was een snarenplukkende contrabassist present.

Naar de Argentijnse blues- en rockgitarist Saverio Maconne was door velen met extra belangstelling uitgekeken. Met zijn Engels- en Spaanstalige songs is hij geïnspireerd geraakt door grootheden als Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan en Ritchie Blackmore. Maar ook oude bluesknakkers en traditionele Zuid-Amerikaanse gitaristen hebben duidelijk invloed op hem gehad. Dat resulteerde in bezield gitaarspel en hartstochtelijke solo’s met een zuidelijk temperament. Die degelijk en op ritmische wijze werden ondersteund door zijn twee begeleiders: Double Ace. Hetgeen het Kloosterkelder publiek regelmatig met luidruchtig applaus beloonde.

In The Juke Joint was de belangstelling groot voor het Hongaars blues duo Grunting Pigs. Slechts met mondharmonica, gitaar en zang wisten de Hongaarse vrienden Mátyàs Pribojszki en Ferenc Szász de volgepakte zaal moeiteloos anderhalf uur te boeien en te vermaken. Met als ingrediënten: vakmanschap, passie, humor en muzikaliteit. En natuurlijk een geraffineerde keuze voor het juiste songmateriaal. De sfeer van grootmeesters als Willie Dixon, Muddy Waters, Jimmy Reed, Little Walter en Sonny Boy Williamson was in elk nummer voelbaar. Het ging erin als een pittig gekruid Hongaars stoofpotje.

The Hoochies zijn misschien niet heel bekend als groepsnaam, maar de individuele muzikanten hebben hun sporen al lang en breed verdiend in de nationale blueswereld. De kleine Kim Snelten is al jaren een grote naam en gewaardeerd lid van het nationale smoelschuivers gilde. Met zijn voormalige Drippin’ Honey bassist Roland ‘Lut’ Luttik en de ex-Cuban Heels mannen Chiel ten Vaarwerk (drums) en Richard Koster (zang en bluesharp) plus gitarist Roelof Meijerink (ex- Memo Gonzalez), mochten zij als slotact aantreden. Zoals verwacht kregen we bij de mainstage in sneltreinvaart veel ongepolijste blues en boogie te horen van hun vorig jaar verschenen album ‘Live! Moulin Blues’. Waarmee het mini-festival werd afgesloten zonder echte hoogte- of dieptepunten. Maar zoals vanouds wel in een sfeervolle blues-ambiance.

https://live.staticflickr.com/65535/49046064377_94b2281703_h.jpg

Verslag GvdH in Het Hele Westland 14-11-19

Cedric Burnside, de 2e telg uit de Burnside dynastie [interview]

Geplaatst op 19 October 2019 door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: Cedric Burnside
tekst: Giel van der Hoeven
foto’s: José Galloise © The Blues Alone?
locatie: Ribs & Blues Festival 2019 in Raalte
datum: zondag 9 juni 2019

Cedric O. Burnside (1978) uit Holly Springs, Mississippi was na Kent Burnside de tweede telg uit de Burnside dynastie die Europa aandeed. De jonge Cedric werd, nadat vader Calvin Jackson (1961-2015) het gezin verliet, grootgebracht door zijn grootvader R.L. (Robert Lee) Burnside, de grote blueslegende/singer-songwriter. Met zijn “Big Daddy” R.L. Burnside mocht hij als beginnend drummer in de jaren ‘90 mee op tournee om de klappen van de zweep (drumsticks) te leren kennen. Ondanks dat Cedric een zeer goede drummer werd kreeg hij toch meer interesse voor een ‘nieuwe liefde’, de elektrische gitaar. En ging hij een samenwerking aan met drummer/gitarist Brian Jay. Met het fantastische album Benton Country Relic (2018) als resultaat. Even voor zijn duo-optreden met Jay op de Delta Stage in Raalte spreekt TBA? Cedric over die samenwerking, zijn verleden en toekomstplannen. Maar voornamelijk laat de aimabel muzikant zich uit over hoe hij momenteel in het leven staat: ‘I live a life of love.’

- Je vader, drummer Calvin Jackson (1961), wordt beschouwd als een vernieuwer van de Hill Country bluesstijl. Wat is het belangrijkste dat jij van hem hebt geleerd?
Cedric: Nou, dit antwoord zal je wellicht teleurstellen maar mijn vader was zeker geen rolmodel voor mij. Hij was zelden thuis en heeft niet veel tijd aan de opvoeding van zijn kinderen besteed. Een typisch voorbeeld dus van hoe het niét moet! Ik hoop mijn kinderen nu op betere wijze op te voeden.

- Toch werd jij min of meer zijn opvolger toen hij in 1990 naar Nederland verhuisde om zijn muzikale carrière voort te zetten. Hoe heb je leren drummen?
Cedric: Dat klopt ja. Ik mocht als 13-jarige puber toen gaan drummen in de band van mijn opa Robert Lee Burnside alias R.L. Burnside. Hij was mijn ‘Big Daddy’ die mij eigenlijk alles heeft geleerd en bijgebracht in mijn jeugdjaren. Op jonge leeftijd keek ik al geobsedeerd naar drummers als Kenny Kimbrough in zijn band. Ook naar m’n vader ja, dus in dat opzicht heb ik wel iets van hem meegekregen. Maar ‘Big Daddy’ was mijn opvoeder en voorbeeld in Holly Springs, North-Mississippi. Een echte leermeester als drummer had ik niet, ik ben autodidact.

- Je hebt dus vast veel old school muziek gehoord in het bijzijn van je grootvader. Zijn dit ook jouw inspirators?
Cedric: Oh yeah! Het was een feest om hem te zien repeteren en muziek te horen van Howlin’ Wolf, Mississippi Fred McDowell, Muddy Waters, ‘all those cats!’ Het album ‘Boogie Chillen’ van John Lee Hooker maakte in zijn jeugd, einde jaren veertig, grote indruk op mijn grootvader. Fred McDowell woonde bij hem in de buurt en leerde hem gitaar spelen. En ook zijn aangetrouwde neef McKinley Morganfield (Muddy Waters) was een van zijn inspirators. Dat maakte natuurlijk ook grote indruk op mij, waardoor hun muziek voor altijd in mijn hart en ziel zit opgesloten.

- R.L. Burnside overleed op 78-jarige leeftijd in 2005. Waar heb jij kracht uitgeput om door te gaan als drummer?
Cedric: Ik ben een gelovig man. Jezus Christus geeft me de kracht om door te gaan. Ik zal niet zeggen dat ik zwaar religieus ben maar ik geloof in Jezus en ik hou van de mensen. Mijn broer Cody en mijn vader Calvin overleden beide veel te jong in 2015 en twee jaar later verloor ik m’n moeder Linda. ‘But i’m hangin’ in there,’ ik heb genoeg redenen om de blues te spelen. Maar ik blijf geloven en houden van mensen zonder te hoeven weten waar zij in geloven.

- Met wie heb je live of op platen zoal gewerkt de afgelopen 10 á 15 jaar?
Cedric: Ah, te veel om op te noemen man! Eens kijken: vanaf 2006 had ik verschillende partnerschappen met o.a. mijn oom Garry Burnside en Lightnin’ Malcolm in Burnside Exploration. En later met het Cedric Burnside Project met mijn jongere broer Cody en oom Garry. En met Bernard Allison heb ik in 2012 het album Allison Burnside Express opgenomen. Daarnaast speelde ik drums bij o.a. Jessie Mae Hemphill, John Hermann, Kenny Brown, Richard Johnston, Jimmy Buffett, T-Model Ford, Paul “Wine” Jones, Widespread Panic, Afrissippi en de Jon Spencer Blues Explosion. Vergeef me als ik iemand vergeet, haha.

- Waarom heb je besloten om solo te gaan en het album ‘Benton County Relic’ uit te brengen in 2018?
Cedric: Dat is iets wat ik altijd al voor ogen heb gehad. Weet je, ik schreef op mijn 12e jaar al mijn eerste songtekst. Ben dat naast het drummen blijven doen en zat soms een beetje op een akoestische gitaar te pielen. Daarmee ontwikkel je toch een eigen stijl die je op een gegeven moment met anderen wilt delen. Dat moment was daar toen ik Brian Jay van Pimps of Joytime ontmoette.

- Hoe is die samenwerking met Brian Jay ontstaan?
Cedric: Ik kende Brian al een jaar of vijf. Hij kwam soms kijken bij mijn optredens en was ook R.L. Burnside-fan. Hij nodigde mij uit voor de YouTube sessies “Jammin’ With J.” in Brooklyn New York, waar we samen 26 tracks opnamen. Beide afwisselend op drums en gitaar. Dat liep zo lekker dat we besloten om samen een album op te gaan nemen en om vervolgens te gaan touren. Te titel van die plaat ‘Benton County Relic’ verwijst naar de streek Benton County waar naar ik in mijn jeugd verhuisde.

- Was het een grote verandering voor je om over te schakelen naar gitaar en op te treden als frontman?
Cedric: ‘Haha, is it hard to stay cool?’ Kijk, als je vier keer ‘Drummer of the Year’ bent bij de Blues Music Awards kan je wel trommelen. Dus dát zal ik nooit opgeven. Maar inderdaad, een elektrische gitaar in je handen hebben is een heel ander gevoel dan drumsticks. Niet alleen qua ritme maar je gebruikt ook een hele andere timing. Toch ben ik blij dat ik die stap gezet heb want ik ervaar het als een ‘new found love.’

- Waarom treden Brian en jij samen op als drummer, gitarist en vocalist, maar zónder bassist?
Cedric: Oh, dat is denk ik iets wat voortkomt uit mijn Hill Country muziekcultuur. Vroeger sprak ik weleens af met een bassist maar die kwam nooit opdagen, whahaha! Dus laten we het maar zo houden en niet erger maken dan het al is, haha.

- Je ‘nieuwe liefde’ die elektrische gitaar klinkt bij jouw doordringend en rauw. Doe je iets speciaals met het instrument of met de versterker?
Cedric: Nee, niet echt. Ik speel gitaar zonder plectrum, dat zal ermee te maken hebben. En wellicht ook welke songs ik speel. Mijn eerste nummers voor gitaar schreef ik als drummer, ik denk dat je dat ik de ritmes en melodieën van die songs terug hoort. Weet je, het is nieuw voor mij dus ik probeer veel uit. Ik moet ook bekennen dat ik thuis nog zeven ‘nieuwe liefdes’ heb staan, haha. Maar ik neem er nooit meer dan twee of drie mee op tournee. Afhankelijk van wat ik ga spelen in open C-akkoord of G-akkoord of standaard, gebruik ik die dan.

- Sommige van je teksten gaan over de povere omstandigheden waarin je gezin leefde. Was dat moeilijk voor een opgroeiend kind zoals jij?
Cedric: Eerlijk gezegd merkte ik dat de eerste levensjaren niet eens. Ik ben geboren in die situatie en wist niet beter dat sanitair uit stalen emmers en kuipen bestond. Stromend water, radio en televisie waren luxe die ik de eerste twaalf jaar niet gemist heb. Want ‘Big Daddy’ en ‘Big Momma C’ brachten ons normen en waarden bij en gaven ons voldoende eten, drinken en vertier. Mensen kwamen van mijlen ver om bij ons muziek te maken en te dansen. Naarmate ik ouder werd begreep ik wel dat het geen normale situatie was. Daar kon ik wel eens verdrietig van of boos om worden, ja. Maar geleden onder de armoede heb ik niet. Desalniettemin belangrijk genoeg om de huidig generatie te laten weten dat het ook anders kon en nog steeds kan gaan.

- Zijn er nog steeds situaties die je boos of verdrietig maken? En haal je daar ook inspiratie uit?
Cedric: Ik heb weinig met politiek en iedereen maakt fouten. Maar discussies over het rassenconflict in de wereld en met name in de VS onder deze president, maken me wel boos en verdrietig, ja. Maar het inspireert me niet, nee. ‘I live a life of love, cause - love is my religion.’

- Op het moment dat je R.L. Burnside covers op het podium speelt [zoals ‘Skinny Woman’] of een eerbetoon aan hem brengt, zie ik je altijd lachen. Wat voel je op die momenten?
Cedric: ‘It’s joy!’ We hebben veel meegemaakt hè! ‘Big Daddy’ was de ruggengraat van onze familie, een goed mens. Niet alleen voor zijn familie maar ook voor vreemden. Steeds maar weer, ook tijdens netelige situaties waarin hij vaak verkeerde. Ik wist dat toen niet en realiseerde mij het later pas. Ik denk aan de vele houseparty’s die hij gaf. En dat hij me de kans gaf om beroepsmuzikant te worden. Tijdens zo’n eerbetoon betuig ik dankbaarheid aan hem; levenslang respect! Daar word ik blij van en daarom lach ik.

- Je hebt drie dochters van 20, 16 en 14. Welk advies geef je hen mee voor de toekomst?
Cedric: Het zijn drie verschillende meiden met een eigen wil en karakter. Dus ik ga ze niets opleggen of ze ergens toe dwingen. Maar ze zingen alle drie behoorlijk goed en ze leren gitaar spelen. Ik stimuleer dat van harte en zie ze in de toekomst ook graag professioneel muzikanten worden. Dan mag jij ze interviewen en ben ik hun manager! Kunnen ze eindelijk die rekeningen eens terugbetalen die ik nu voor ze betaal, whahaha! Maar zonder gekheid, we werken nu al veel samen en als ze zich blijven focussen kunnen ze een eind komen en de muzikale familietraditie in ere houden. Maar ze zijn nog jong en hebben zoveel andere bezigheden zoals sporten en uitgaan, dus we wachten het rustig af.

- In de live-versie van ‘Don’t You Let My Baby Ride’ zit een drumsolo. Met welke drummer had jij of zou je graag een drum battle willen doen?
Cedric: Wauw, die vraag is me nog nooit gesteld. Ik heb heel veel bewondering voor een Amerikaanse bluesdrummer die je waarschijnlijk niet kent. Zijn naam is Sam Carr [geboren Samuel Lee McCollum, 1926-2009 - red.] en is het best bekend als lid van de Jelly Roll Kings. Hij speelde ook mee op de Ry Cooder soundtrack ‘Crossroads’ uit 1986. Hij gaf mij m’n allereerste drumsleutel en ik wist niet waar die voor diende. Hij legde me geduldig uit dat je daarmee de drumvelspanning aan kon passen aan de toonhoogte. Hij was ook autodidact en had een minimalistische driedelige drumkit, bestaande uit een snaredrum, een bassdrum en een high-hat cimbaal. Ik zag hem vaak drummen maar heb nooit de kans gehad om mét hem te spelen. Ja, met hem had ik graag een ouderwetse Hill Country Delta Blues battle willen uitvechten.

- Heb je al plannen voor de toekomst, en zal dat weer met Brian Jay zijn?
Cedric: Dat weet ik eerlijk gezegd nog niet. Ik speel met de gedachten om een akoestisch album op te nemen en uit te brengen omdat ik dat nog niet eerder heb gedaan. Ik merk onderweg ook dat daar best veel vraag naar is en misschien wordt het wel een live album. Maar ja, met mijn ‘nieuwe liefde’ de elektrische gitaar wil ik ook verder… dus, ik ben nog zoekende. Of liever gezegd: ik ben altijd op zoek naar nieuwe dingen. Laat je verrassen.

Cedric Burnside is van 31-10 t/m 05-11-2019 weer voor diverse optredens in Nederland te zien.
Meer live foto’s van het optreden in Raalte zijn hier te zien.