Warning: Creating default object from empty value in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions.php on line 341
vdh-online.nl » Muziekzolder


Archief voor de categorie 'Muziekzolder'

Muziekzolder Maasdijk programma 2016

Geplaatst op 12 February 2016 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Muziekzolder website

Texas Radio, young dudes met volwassen sound

Geplaatst op 4 October 2014 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: De Muziekzolder Maasdijk
band: Texas Radio
door: Giel van der Hoeven
voor: The Blues Alone?
foto’s: © Giel
datum: donderdag 2 oktober 2014

Het is een soort jongensdroom. Vijf plattelandsjongeren uit Overijsselse dorpen als Diepenheim, Goor en Markvelde vormen een band. Ze maken wat muziek en trappen veel lol. Vooral geïnspireerd door sixties artiesten als The Doors en Them, maar ook door The Allman Brothers Band en Tom Waits en zelfs door hun cabareteske buurman André Manuel. Zonder fratsen. Plotseling beleven steeds meer mensen plezier aan je live optredens. Wordt je gevraagd voor gerenommeerde festivals en krijg je een zetje van platenzaakicoon Johan Dollekamp van PopEye in Hengelo.

Na slechts één debuut EP stonden ze al op de Zwarte Cross (2012/2013), Oerol 2013, de Popronde 2013 en Ribs & Blues 2014. Waren ze support van nationale en internationale artiesten, waaronder Rival Sons, Hollis Brown (USA) en Bob Dylan in de HMH. En werden ze winnaar van de Grote Prijs van Twente 2013 en van de Popprijs Overijssel 2014. En dan… ja, dan wordt het de hoogste tijd voor de Muziekzolder in Maasdijk! Jan’s juke joint, een sfeervolle muziekclub in Westland, die werd opgericht in oktober 2009 (en dus het 5-jarig bestaan vierde). De afgelopen jaren oogstte veel regionale, maar ook nationale en internationale live bands daar succes. Ook het vijftal van Texas Radio voelde zich er snel thuis. Hoe kan het ook anders als je bij gelijkgestemde muziekliefhebbers op bezoek komt. De zompige rock, blues en psychedelica sloeg direct aan bij de geestverwanten waardoor een feestje gegarandeerd werd.

Het eerste dat je je afvraagt is: hoe komt een jonge gozer als Arthur Akkermans aan zo’n doorleefde stem? De aimabele intelligente knul die zijn studie combineert met zijn Texas Radiowerk, gaat als een beest tekeer op het podium. De band speelt met het aanstekelijke charisma van old rocker dudes. (Mott the Hoople’s ‘All the Young Dudes’ zou niet misstaan op de setlist). Dat Arthur’s teksten in zijn enthousiasme soms slecht verstaanbaar zijn, wordt op de koop toe genomen. Evenals af en toe een gejat introotje (Green Onions en Fire van Hendrix) in de eigen nummers. Alle zes de eigen nummers zijn ook live van uitzonderlijke kwaliteit. Zoals het bluesy ‘Man in a Van’ met pompend ritme, heerlijk slidegitaar werk door Niek Cival en niet te vergeten de opzwepende bluesharp begeleiding door Arthur. Het uptempo ‘Rock in Soul’ is op en top Doors, maar dan wel in Texas Radio stijl. Joris van den Berg tovert met gemak een psychedelisch orgelgeluid uit zijn Hammond en ook de groovy baslijntjes zijn aanwezig. De bandnaam zal ongetwijfeld afkomstig zijn van The Doors song ‘The Wasp’ (Texas Radio And The Big Beat).

Experimentele klanken en ongebruikelijke (rock)instrumenten als trompet worden ook niet geschuwd. Tom Waits komt om de hoek kijken in ‘Black Crow’. En ‘Sharp Knives’ zit weer vol met jaren zestig en zeventig invloeden. Van Howlin’ Wolf tot Iron Butterly en van Canned Heat tot DeWolff… van alles zit erin. En ach, we kunnen wel namen blijven noemen maar uiteindelijk is Texas radio toch gewoon Texas Radio! Want daarvoor is hun sound echt ‘eigen’ genoeg. Niet in de minste plaats door die eigenwijze Hammond sound door Joris van den Berg, het prettige (slide)gitaargeluid van Niek Cival en de al eerder geprezen vocalen door Akkermans. Het jeugdige ritmeduo, bassist Teun Eijsink en drummer Imanishi Kleinmeulman, klinkt speels en retestrak tegelijk.

Er wordt lustig op los gejamd maar gelukkig wordt langdradigheid vermeden. Want er is ook plaats voor een vrolijk bluesnummer als ‘Texas Blues’ of het catchy: ‘Girl Named Rhino’. En covers als ‘Gloria’ (Them) of ‘Lazy’ (Deep Purple) passen naadloos in het eigen TR-repertoire. En ook hierbij is het plezier uit de begintijd nog steeds aanwezig. Want de schavuiten dweilen, klimmen en rollebollen regelmatig op en over elkaar heen. Met een vurigheid die zijn weerga niet kent. Bij voorkeur met een koude fles bier binnen handbereik, dat dan weer wel. Als toegift mag de Zolder nog uitgebreid swingen op de blues traditional ‘Rollin’ and Tumblin’ (o.a. Muddy Waters). Texas Radio is wat ons betreft een station dat onaflatend uit móet blijven zenden. Een prima band op een passende locatie.
Facebook: www.facebook.com/texasradionl

Tail Dragger, blues singer en showman [interview]

Geplaatst op 8 July 2014 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Exclusief interview met: James Yancy Jones a.k.a. Tail Dragger
door: Giel van der Hoeven
voor: The Blues Alone?
foto’s: © Arjan Vermeer & José Gallois & Giel
locatie: De Muziekzolder Maasdijk
datum: vrijdag 5 juni 2014

James Yancy Jones a.k.a. Tail Dragger, wie kent hem niet? Binnen de blues scene kent bijna iedereen hem maar buiten dat circuit weer bijna niemand. Zo eenvoudig is dat. Net zo eenvoudig als dat zijn energieke songs en charismatische teksten klinken eigenlijk. Mede dankzij de bluespioniers Robbert Fossen & Peter Struijk staat Tail Dragger ook in Nederland weer volop in de belangstelling. De afgelopen maanden toerde hij daarom regelmatig door Europa met de Fossen & Struijk Band als begeleiders. Een paar uur voor het optreden op de Maasdijkse Muziekzolder stond de charmeur op leeftijd het toe dat we hem even spreekwoordelijk aan zijn gouden tand zouden voelen. Terwijl de band on-stage aan het soundchecken was, zochten wij in alle rust het gezellige tuinhuisje op van de familie Wennekers (eigenaars van de Muziekzolder). Met een glas whisky zeeg mister Jones daar neer in een rotan fauteuil. Zittend in de zachte zonnestralen die de naderende zomer aankondigden en door het raampje naar binnen vielen, gniffelde hij: “just like home”. En ja, wat moet je een bejaarde zanger dan nog vragen als hij zich thuis voelt en waarschijnlijk toch alles al honderden keren over zijn leven verteld heeft? “What ever you wanna ask”, was daarop zijn korte en simpele antwoord. En dat deden we dan ook maar. Een interview met ‘the world famous Chicago West Side blues singer and showman’, Tail Dragger.

Welkom meneer Jones. U bent op 30 september 1940 geboren in Altheimer, een plaats in de Amerikaanse staat Arkansas. Zijn er nog steeds familieleden waar u contact mee heeft?
- Ja, mijn moeder leeft nog en ze is nu 89 jaar. Ze woont op zichzelf in Chicago want ze ziet het niet zitten om naar een verzorgingshuis te gaan. Bij haar kom ik nog wel vaak omdat ik zelf ook in Chicago woon. Ik heb elf kinderen uit zes huwelijken waarvan er helaas twee overleden zijn. Ze hebben allemaal hun eigen bezigheden en wonen verspreid in Chicago en in de staten Arkansas en North Carolina. Met hen heb ik minder contact omdat ik vaak op reis ben. Niet één van hen is ook de muziek ingegaan trouwens.

Hebt u zelf heel uw leven al muziek gemaakt?
- Nee, ik was een jongen van het platteland maar ben altijd al met tractors en trucks bezig geweest. De blues muziek sprak me al wel vroeg aan. Op school zong ik vaak ‘blues’ liedjes voor de meisjes in de gangen en zo, ha ha. Maar op mijn 18e jaar trouwde ik voor het eerst. En vier jaar en drie huwelijken later had ik al vier kinderen. Dus er moest wel brood op de plank komen natuurlijk. Ik heb ook nog even in militaire dienst gezeten en ben daarna vrachtwagenmonteur en -chauffeur geweest in Texas. Ik heb zelfs “my own eighteen wheels” gehad, een eigen truck dus. Ik heb van alles vervoerd, van brood, vis en vlees tot aan staal en stukgoed. Maar ja, na al die mislukte huwelijken werd het tijd om echt de Blues te gaan zingen.

U wordt beschouwd als een trouwe discipel van de legendarische Amerikaanse blueszanger, gitarist en bluesharpspeler Howlin’ Wolf (1910-1976). Hoe is dat zo gekomen?
- In de jaren zestig verhuisde ik naar Chicago (Illinois) omdat ik daar kon werken als automonteur. Ik was net weer getrouwd en mijn moeder woonde er ook. Er was daar een levendige blues scene met clubs aan de rivier in de West- en South Side van Chicago. Howlin’ Wolf stond in die jaren onder contract bij Chess Records en trad vaak op in de Chicago bluesclubs. Ik kwam daar met vrienden omdat we allemaal van bluesmuziek hielden. En zelf zong ik dus ook, maar ik trad toen nog niet op. Ik kende Wolf al langer [Chester Arthur Burnett was de echte naam van Howlin’ Wolf - red.] maar raakte steeds meer onder de indruk van die reus ("6 feet 3 and close to 275 pounds") op het podium met zijn doorleefde stemgeluid. Iedere zaterdag gingen we weer naar bluesclub optredens in de stad en ondertussen leerde ik zelf ook gitaar spelen.

Met welke band heeft u zelf voor het eerst live opgetreden?
- Ik zat daar in een kroeg en een kerel die zich Necktie Nate noemde speelde er Howlin’ Wolf nummers. Dus na afloop zei ik tegen hem: “Man, I can also sing that shit!” En hij zei: “you’re lying, let’s bet us a half pint of whiskey you can’t". De keer daarna deed ik met hem mee en de mensen vonden het prachtig. Sinds die tijd zing ik live voor publiek. Mijn eerste eigen band was met de gitaristen Frank Thomas en Little Monroe Jones en drummer Kansas City Red. Op een dag ben ik naar ‘Wolf’ gegaan en heb ik hem gevraagd of hij me kon helpen. Want ik zong dan wel maar had weinig timing en ritmegevoel. Hij zorgde ervoor dat ik in de bluesclubs kon gaan optreden en dat ik later in zijn band terecht kwam. En op een gegeven moment trad ik zelfs op als vervanger van hem, indien hij zelf ergens anders heen moest. Dan zei hij tegen de band: “guys, he’s gonne take my place, help him out". [Tail Dragger imiteert hierbij het rauwe stemgeluid van Howlin’ Wolf - red.] Dat heb ik eind jaren zestig en begin jaren zeventig ongeveer drie jaar gedaan met hele goeie muzikanten om me heen, zoals gitarist Hubert Sumlin, pianist Lafayette Leake en drummer Chico Chism. Zo heb ik veel van ‘Wolf’ geleerd, hij was streng maar rechtvaardig. Op het podium werd niet gerookt en niet gedronken, daar was hij wel heel strikt in. Maar als hij je mocht kreeg je na de optredens zoveel eten en whisky als je maar wilde hebben. Hij had de naam een norse man te zijn maar ik heb veel met hem gelachen.

Howlin’ Wolf gaf u ook de bijnaam ‘Tail Dragger’ die afkomstig was van de gelijknamige Willie Dixon klassieker. Bent u trots op die bijnaam?
- Jawel hoor, hij ging me zo noemen omdat ik altijd als laatste aankwam. Mijn eerste optredens deed ik nog onder de bijnaam ‘Crawlin’ James’. Ik was een echte showman en kroop dan tijdens optredens als een wolf over het podium. Had ik ook van hem gezien maar ik overdreef het dan nog een tikkeltje.

Maar dat kruipen, doet u op uw 73ste jaar vast niet meer?
- Nou… afgelopen zondag op het Zoetermeer Blues festival heb ik nog even gekropen hoor. Tegenwoordig heb ik een draadloze microfoon en dan blijft het toch steeds weer verleidelijk om richting de dames in het publiek te sluipen, ha ha. Dus meiden pas maar op want Crawlin’ James is back!

Ook in de jaren zeventig bent u in de West Side blijven optreden onder de naam Tail Dragger?
- Ja en veel bluesartiesten zijn begonnen in Tail Dragger’s bluesband. Hubert Sumlin deed weer mee maar ook Eddie Taylor, Dave Waldman, Johnny Littlejohn, Big Leon Brooks op de mondharmonica en vele anderen. Ik zong natuurlijk probleemloos al die Willie Dixon/Howlin ‘Wolf classics zoals ‘Wang Dang Doodle’, ‘Spoonful’, ‘Back Door Man’, ‘Killing Floor’ en ‘The Red Rooster’. Maar door de Chicago blues van Jimmy Reed, Sonny Boy Williamson en Muddy Waters was ik eveneens beïnvloed en ik begon met het schrijven van mijn eigen songs.

Helaas overleed Howlin’ Wolf op 10 januari 1976. Maar het tribute concert in de Chicago’s 1815 Club een dag later, leverde u wel weer een nieuwe vriendschap op. Kunt u dat toelichten?
- In die tribute band deed mondharmonicaspeler Bob Corritore uit Arizona mee. En dat klikte gelijk tussen ons, “we just hit it up together” [knipt met zijn duim en middelvinger - red.] We zijn sindsdien goede vrienden gebleven en hebben al veel samen gewerkt. Na Wolf’s dood in 1976 is de begeleidingsband met o.a. Hubert Sumlin en Eddie Shaw nog een jaar of vier doorgegaan als The Wolf Pack. En met ‘Longtime Friends In The Blues’ hebben Bob en ik onze vriendschap in 2012 op CD vastgelegd. Negen songs geschreven door mij en een Sonny Boy Williamson cover ‘Sugar Mama’. Opgenomen met de gitaristen Chris James en Kirk Fletcher, bassist Patrick Rynn, drummer Brian Fahey en pianist Henry Gray.

En gitarist Rockin’ Johnny Burgin, hoe zit dat?
- Dat is een ander verhaal en daarmee heb ik geen vriendschap zoals met Bob. Ik ontmoette Johnny eind jaren tachtig toen hij nog maar een jaar of 19 was, “just a kid". Hij kwam uit South Carolina om te studeren aan de Universiteit van Chicago. Als ‘Rockin’ Johnny’ heeft hij met mij gespeeld in de bluesclubs van Chicago. En hij heeft ook nog getoerd als sideman met de voormalige Howlin’ Wolf drummer Sam Lay en de blues pianolegende Pinetop Perkins. Hij heeft nu zijn eigen Rockin’ Johnny Band daarmee heb ik eind jaren negentig ook samen gespeeld. En soms begeleid hij me nu als sessiegitarist nog wel eens. [Lees ook de TBA? review: Club Chicago a/d Maas met Mud Morganfield & Taildragger met o.a. Bob Corritore en Rockin’ Johnny - red.]


[Bob Corritore & the Rhythm Room Allstars in Lantarenvenster R’dam 17-10-2013]

In de jaren tachtig trad u al op in Europa met de Mojo Blues Band. En in de jaren negentig speelde u op het Utrecht’s Blues Festival. De laatste jaren komt u weer regelmatig terug naar Nederland. Wat bevalt u zo aan Europa?
- “Well I enjoy and the people in Europe treat me nice". Midden jaren tachtig werd ik door een Oostenrijkse band begeleid op tournee door Europa, dat was de Mojo Blues Band. Ik was toen ook op een festival in Holland, maar ik weet niet meer waar en wanneer [Jazzfestival ’s Hertogenbosch 1985 - red.] In 1989 kwamen die jongens drie weken naar Chicago om een LP ‘The Wild Taste of Chicago’ op te nemen. Op zes tracks heb ik toen de vocals gedaan. En in 1999 heb ik ook nog een live CD met ze gemaakt: ‘A Chicago Blues Night feat. Taildragger’. Dus Europeanen weten heel goed wat blues is ze zijn altijd vriendelijk.

Ondanks het live succes in de jaren ‘70 en ‘80 in zowel de Chicago bluesclubs als in Europa, kwam er afgezien van een paar singles weinig plaatwerk van u uit. Het duurde tot medio jaren ‘90 dat er eindelijk een album op de markt kwam. Waarom duurde dat zo lang?
- “Yeah that’s right", luister, dit is wat er aan de hand was. In 1982 ging ik voor het eerst in Melrose Park, Chicago de opnamestudio in met o.a. Jimmy Dawkins. Alle studio- en opnamekosten betaalde ik zelf. Om de kost te kunnen verdienen runde ik samen met een vriend R.J. Harris de nachtclub the Domino Lounge in Chicago. Maar deze partner deed ook in andere duistere zaken en werd vermoord, dood geschoten in onze club. Dat zal ergens begin 1983 geweest zijn want eind 1982 waren we juist het album aan het afronden. En door alle consternatie werd die LP ‘Stop Lyin’’ niet meer uitgebracht. De club werd gesloten en ook mijn goede naam als bluesartiest werd aangetast. Vandaar dat het eerste officiële Tail Dragger album ‘Crawlin’ Kingsnake’ pas in 1996 werd uitgebracht op het St. George label. Ik was toen inmiddels 56 jaar oud!

Maar ‘Stop Lyin’ - The Lost Session’ werd in 2013 alsnog uitgebracht. Had u zelf alle originele opnamen en de rechten nog steeds?
- Met Jimmy Dawkins had ik toen al een regeling getroffen dat hij de 45″ single ‘My Head Is Bald’/'So Ezee’ uit mocht brengen op het Leric label. Hij heeft daar pianopartijen van Lafayette Leake overheen gedubd. De rest van de songs heeft 30 jaar op de plank gelegen en werd vorig jaar op het Delmark label alsnog uitgebracht. De CD wordt besloten met ‘Tail’s Tale’ wat een lange monoloog is dat een stuk geschiedenis behelst. Producer ‘Iron’ Jaw Harris heeft dit allemaal niet meer mee mogen maken en ook een deel van de musici die eraan meewerkten leven niet meer. Die muzikanten die meespeelden waren Johnny B Moore en Jesse Lee Williams op gitaar, bassist Willie Kent en drummer Larry Taylor. Eddie ‘Jewtown’ Burks en Little Mack Simmons op bluesharp en Lafayette Leake op de piano.

Songs als ‘Please Mr. Jailer’ en ‘Prison Blues’ zeggen iets over de periode 1992/1993. Wat kunt u daarover vertellen?
- Dat ik mijn straf heb uitgezeten maar dat het mijn denkwijze niet heeft verandert. Ik handelde uit zelfverdediging en heb niets verkeerds gedaan, omdat ik twee weken lang achtervolgd werd en bedreigd ben door een gek. Maar ik heb er straf voor gekregen en heb 17 maanden opgesloten gezeten in de staatsgevangenis van Illinois. [beschuldigd voor het neerschieten van medemuzikant Bennie Joe “Boston Blackie” Houston - red.] Ik ben daar verder goed behandeld en ik mocht zelfs met mijn bluesband optreden voor medegevangenen. Het enige dat ik gemist hebt zijn de vrouwtjes geweest.

Wat is de belangrijkste boodschap die u de luisteraars mee wilt geven door middel van uw muziek?
- Blues is vaak verdrietig maar het kan ook blijdschap brengen, haal eruit wat erin zit! “Blues is life, it’s outside there and inside you".

U blijft intens trouw aan uw vroegere invloeden. De setlist bestaat uit nummers die het soulvolle gevoel van authentieke lowdown Chicago Blues naar boven brengt. Gaat het na meer dan 50 jaar nu nooit eens vervelen om deze liedjes steeds weer te zingen?
- Nee, want wat ik zing is de waarheid, en de waarheid kan onmogelijk vervelen als je een eerlijk leven leidt. “You can’t get tired of telling the truth".

U speelt hier vanavond met een Nederlandse back-up band, de Robbert Fossen & Peter Struijk band. Kunnen (jonge) blanke mensen ook de blues spelen volgens u?
- Er is een groot verschil tussen spelen en beleven. De meeste goede bluesmuzikanten - ongeacht leeftijd of huidskleur - kunnen de blues wel spelen. Maar de blues uit het hart zingen en het spelen met veel gevoel is pas écht de kunst! En deze jongens kunnen dat. Robbert Fossen (gitaar/bluesharp/vocals), Peter Struijk (gitaar), Eduard Nijenhuis (drums) en Jan Markus (bas) zijn muzikanten met gevoel.

Tien korte keuzevragen ter afsluiting.

Altheimer of Chicago?
- Uhm, Chicago.

Clubgigs of festivals?
- Maakt niet uit, maar spelen in clubs is wel intiemer.
“Festivals mean more money but clubs means more enjoyment".

Sigaretten of koffie?
- Vroeger rookte ik sigaren, toen ben ik overgestapt op pijp roken. Maar die vergeet ik vaak mee te nemen en dan ga ik sigaretten roken.

Doof of blind?
- Doof, zonde om dan geen muziek meer te kunnen horen natuurlijk, maar ik wil wél de vrouwtjes kunnen blijven zien!

Liefde of seks?
- Seks is fijn maar liefde is beter.

Vlees of vis?
- Vlees, in al zijn soorten.

Stropdas (necktie) of vlinderdas (bow tie)?
- Een lintjesdas (string tie)

Slow (in A) of uptempo (shuffles)?
- Beide, langzaam en uptempo, en alles in A.

Bald (without hair) of bold (brave)?
- ‘My Head Is Bald’ is een song van mij die gaat over kaalheid.

Living the blues or singing the blues?
- “When you sing it, you’ve got to live it".

Enkele uren later vermaakt Tail Dragger het publiek op de gezellig drukke Muziekzolder met veel show en slow bluessongs (‘Ain’t Gonna Cry No Mo’) plus enkele dansbare up-tempo blues shuffles (‘Don’t You Want A Good Man’). De Fossen & Struijk Band zijn prima muzikanten die zich geheel naar wens van mister Jones inleven in zijn repertoire. Tail Dragger zingt aanvankelijk zittend vanaf een stoel op het podium. Maar nadat hij de dames in het publiek heeft geobserveerd komt de ondeugende ‘Crawlin’ James’ weer in hem boven en sluipt hij langzaam maar vastberaden op zijn eerste prooi af. De dames schikken zich gewillig in hun rol en doen vrolijk mee. Want ondanks zijn whisky geur heeft de charmeur een goed humeur. Terwijl vocaal zijn mentor Howlin’ Wolf nog regelmatig op de loer ligt, is de sfeer afwisselend ongemakkelijk, gelaten en uitbundig. Maar iedereen vermaakt zich opperbest met Tail Dragger, één van de laatste levende exponenten van de sixtees West Side Chicago Blues. I’m a tail dragger/ I wipe out my tracks/ When I get what I want/ Well, I don’t come sneakin’ back.



Tail Dragger: “A WHAT?! A selfie?

Stairway to Music met The BluesBones aan de Maasdijk.

Geplaatst op 12 January 2014 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

De Vlaamse BluesBones opende het Muziekzolder jaar 2014 met een flitsend optreden!
Lees hier alles over in een verslag op The Blues Alone?

TBA?


De top van de Belgische blues-scène op De Muziekzolder

Geplaatst op 8 June 2013 door Giel

Deprecated: preg_replace() [function.preg-replace]: The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /var/www/vdh-online.nl/public_html/wp-includes/functions-formatting.php on line 76

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: De Muziekzolder Maasdijk
band: Lightnin’ Guy play Hounddog Taylor
datum: donderdag 06 juni 2013
review door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer & Giel
filmpjes: Herman Alsemgeest & Giel

mzlg0606130

Voor de laatste avond van het seizoen 2012-2013 had De Muziekzolder een hele bijzondere en bijzonder goede act weten te strikken: Lightnin’ Guy plays Hound Dog Taylor! Het klinkt als een stoffig cliché maar Lightnin’ Guy (Guy Verlinde) is nog steeds veruit “de hardst werkende bluesartiest” van de Belgische blues & roots scène. Hij veroverde niet alleen de Belgische en Nederlandse rootsscène, maar speelde ook concerten op verschillende Europese top locaties. In oktober 2011 won Lightnin’ Guy de Belgische Blues Challenge en vertegenwoordigde hij België op de Europese Blues Challenge 2012 in Berlijn.

mzlg0606131

Lightnin’ Guy is na een vervelende keelaandoening dit voorjaar gelukkig weer helemaal terug. Hij vereerde op 6 juni jl. De Muziekzolder met het spelen van Hound Dog Taylor muziek in dezelfde setting als Taylor dat destijds ook deed. Songs als: Take Five, Hawaiian Boogie, It’s Allright, Taylor’s Rock, Give me Back My Wig, Let’s Get Funky, Sadie… ze kwamen allemaal voorbij. Als je ‘The Dog’ nog nooit live had zien spelen; dan was dit echt een perfect alternatief om de magie van een uniek Hound Dog Taylor concert te beleven! Als je het vizier donderdagavond op in de sepia modus zette waande je jezelf in een vijftiger jaren Delta Blues jukejoint.

mzlg0606132

Hound Dog Taylor uit Mississippi (1915-1975) was één van de allerbeste Amerikaanse Chicago blues gitaristen en zangers. Hound Dog Taylor & de Houserockers waren van de late jaren 50 tot in het midden van de jaren 70 dé meesters van swingende ritmes en pakkende grooves. Taylor’s slide gitaarstijl was rauw en wild. De keuze voor twee gitaren en een drummer (geen bassist) resulteerde in de rauwste houserockin’ Chicago blues die je maar kunt bedenken. Always playing till late at night, making people party & forget their troubles!

mzlg0606133

Guy Verlinde (vocals & slide guitar), Richard van Bergen (rhythm guitar & vocals) en Erik “King Berik” Heirman (drums) vulde dit plaatje perfect in. Ze kregen de Zoldergasten al van het begin af aan, aan het swingen en ze hadden het zienderogen zelf ook prima naar hun zien. De entourage en de vele memorabilia en gitaren die Muziekzolder eigenaar Jan Wennekers in zijn verzameling heeft en de wanden sieren, inspireerde Guy duidelijk. Of zoals hij zelf halverwege het concert aangaf: “als jullie nou allemaal de ogen sluiten, lopen wij weg en zien jullie na afloop wel wat we meegenomen hebben".

Guy en zijn mannen toonde zich de ganzen avond aimabele gasten. Of het nu ging om het beschikbaar stellen van gesigneerde CD’s voor de quizwinnaars (zijn nieuwe album ‘Inhale My World’ werd vorige week uitgebracht!) of om het verzorgen van een uitgelaten show (zelfs een barkruk gebruikte Guy als podium) het enthousiasme droop ervan af. En zoals gezegd had dit zijn weerslag op het hondstrouwe Muziekzolder publiek die door hun standvastige aanwezigheid ook optredens van dit soort kwaliteitsartiesten mogelijk maken.

mzlg0606134

Vanaf september 2013 t/m juni 2014 zal De Muziekzolder Maasdijk wederom 10 live evenementen verzorgen. Waarbij met namen lokalen en regionale bands de kans krijgen hun kunsten aan Westlandse muziekliefhebbers te laten horen. Wil je op de hoogte blijven mail dan naar: mommuziekzolder@gmail.com en je ontvangt dan regelmatig updates in je mailbox. Of bezoek de website van De Muziekzolder Maasdijk.